Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 22 augustus 2002
gepubliceerd op 02 oktober 2002

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der porseleinaarde- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen, betreffende de arbeidsvoorwaarden van de werklieden en werksters

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
2002012897
pub.
02/10/2002
prom.
22/08/2002
ELI
eli/besluit/2002/08/22/2002012897/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

22 AUGUSTUS 2002. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der porseleinaarde- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen, betreffende de arbeidsvoorwaarden van de werklieden en werksters (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor het bedrijf der porseleinaarde- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der porseleinaarde- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen, betreffende de arbeidsvoorwaarden van de werklieden en werksters.

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 22 augustus 2002.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor het bedrijf der porseleinaarde- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen Collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 2001 Arbeidsvoorwaarden (Overeenkomst geregistreerd op 31 juli 2001 onder het nummer 58222/CO/102.05) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is toepasselijk op de werkgevers en op de werklieden van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de porseleinaarde- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Waals-Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen.

Met "werklieden" worden de werklieden en werksters bedoeld. HOOFDSTUK II. - Arbeidsduur

Art. 2.De wekelijkse arbeidsduur werd verkort tot 36 uren op 1 januari 1984, een verkorting die gepaard ging met een loonaanpassing.

De wekelijkse arbeidsprestaties kunnen evenwel worden gehandhaafd op 38 uren per week. In dit geval worden de gewerkte uren boven 36 uren per week opgenomen in de vorm van tegen het normale loon betaalde compenserende verlofdagen. De uren worden opgenomen per schijf van 8 samengevoegde uren binnen de 4 weken die volgen op de week waarin deze 8 uren worden bereikt. De termijn van 4 weken kan worden verlengd tot maximum 8 weken bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de ondernemingen in overleg met de vakorganisaties. HOOFDSTUK III. - Lonen

Art. 3.Er werd beslist zowel de werkelijke als de minimumuurlonen te verhogen met 0,06197 EUR op 1 januari 2001 en met 0,06197 EUR op 1 januari 2002.

Rekening houdend met deze verhoging, zijn de minimumuurlonen van de meerderjarige werklieden vastgesteld als volgt op 1 januari 2001 in een arbeidstijdregeling van 38 uren per week, gekoppeld aan het indexcijfer 106,59, spil van de stabilisatieschijf 105,53 tot 107,65.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld HOOFDSTUK IV. - Ploegenpremies

Art. 4.Op 1 januari 2001 worden de bedragen van de ploegenpremies (ingevoerd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 10 december 1979 tot vaststelling van een ploegenpremie) als volgt vastgesteld : 0,4551 EUR voor de namiddagploeg; 1,3059 EUR voor de nachtploeg.

Zij gelden voor al dan niet opeenvolgende ploegen, voor zover er ten minste drie uur verschil is ten opzichte van de normale arbeidstijdregeling voor de dagarbeid, die in het arbeidsreglement is bepaald voor de namiddag. Onder nachtarbeid, verstaat men alle arbeid die begint vanaf 20 uur. HOOFDSTUK V. - Koppeling van de lonen en premies aan het indexcijfer van de consumptieprijzen

Art. 5.De in de artikelen 3 en 4 vastgestelde lonen en premies zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk dat maandelijks wordt bepaald door het Ministerie van Economische Zaken en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad .

Art. 6.De in de artikelen 3 en 4 bedoelde lonen en premies stemmen op 1 januari 2001 overeen met het referte-indexcijfer 106,59 dat de spil is van de stabilisatieschijf 105,53 tot 107,65.

Art. 7.De in artikel 5 bedoelde lonen en premies blijven onveranderd per reeksen van het referte-indexcijfer, zodat de hogere of lagere grens van elke stabilisatieschijf gelijk is aan het spilindexcijfer, vermenigvuldigd met of gedeeld door de constante coëfficiënt 1,01.

Wanneer de derde decimaal van deze berekening gelijk is aan of hoger dan vijf, wordt de tweede decimaal van de grens afgerond op de hogere eenheid.

Wanneer zij lager is dan vijf, is zij te verwaarlozen.

Art. 8.Wanneer het rekenkundig gemiddelde van het indexcijfer van de consumptieprijzen van de vorige vier maanden de grens van een stabilisatieschijf overschrijdt, wordt deze grens de spil van een nieuwe stabilisatieschijf, waarvan de grenzen worden berekend zoals is aangegeven in artikel 7.

Art. 9.De overschrijding van de grens van een stabilisatieschijf geeft aanleiding tot de aanpassing van de premies en van de laatste minimumuurlonen. Deze aanpassing geschiedt naar boven toe door ze te vermenigvuldigen met de coëfficiënt 1,01; zij geschiedt naar onder toe door ze te delen door de coëfficiënt 1,01.

Art. 10.De aanpassingen van de lonen en premies gaan in op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin het rekenkundig gemiddelde van het indexcijfer van de consumptieprijzen van de vorige vier maanden de grens van de stabilisatieschijf overschrijdt.

Art. 11.Bij toepassing van de bepalingen van de artikelen 6 tot 8, wordt de volgende tabel opgesteld : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld HOOFDSTUK VI. - Premie voor "Sinte-Barbara"

Art. 12.Ter gelegenheid van het "Sinte-Barbara" feest wordt aan iedere werkman een premie toegekend; het recht op deze premie en het bedrag ervan worden bepaald overeenkomstig de van kracht zijnde wetgeving op de feestdagen. HOOFDSTUK VII. - Bijkomende werkloosheidsvergoeding

Art. 13.Bij wijze van tegemoetkoming in de loonderving die het gevolg kan zijn van gedeeltelijke werkloosheid wordt, afgezien van de reden van de werkloosheid, met uitzondering van de technische werkloosheid, door de werkgevers aan de werklieden van de in artikel 1 bedoelde ondernemingen een dagelijkse vergoeding toegekend.

Deze vergoeding wordt betaald boven de door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening toegekende vergoeding en zij wordt gerechtvaardigd door een formulier C3bis dat door de werkgever regelmatig wordt ondertekend.

Art. 14.In 2001 wordt de bijkomende dagvergoeding vastgesteld op : 5,7016 EUR voor de werklieden die uit het oogpunt van de fiscale wetgeving een of meerdere personen ten laste hebben; 5,2058 EUR voor de andere werklieden.

In 2002 wordt de bijkomende dagvergoeding respectievelijk op 5,9494 EUR en 5,4537 EUR vastgesteld.

Art. 15.De bijkomende vergoeding is gedurende maximaal honderd dagen per kalenderjaar verschuldigd.

Art. 16.De werkgever betaalt de bijkomende vergoeding op de dag van de loonuitbetaling die betrekking heeft op de arbeidsperiode waarin de werkloosheidsdagen liggen die er recht op geven. HOOFDSTUK VIII. - Eindejaarspremie

Art. 17.Een eindejaarspremie wordt uiterlijk op 20 december toegekend aan de werklieden die op 15 november in dienst van de onderneming waren. Deze premie bedraagt 9 pct. van de brutolonen die werden verdiend in de loop van de twaalf maanden vóór 16 november van het lopende jaar.

Zij is niet verschuldigd aan de werklieden die op 15 november vrijwillig de onderneming hebben verlaten of die werden ontslagen om dringende redenen.

Zij is verschuldigd aan de werkman die pensioengerechtigd of brugpensioengerechtigd is geworden in de loop van de vorige twaalf maanden, alsmede aan de rechtverkrijgenden van de werkman die overleden is in dezelfde periode en aan de werkman die werd ontslagen om alle andere dan dringende redenen.

De dagen die wegens arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte, van arbeidsongevallen en van ongevallen op de weg van en naar het werk door het ziekenfonds of de verzekeringsmaatschappij ten belope van maximum 300 dagen voor elke arbeidsongeschiktheid worden vergoed boven het gewaarborgd weekloon, worden gelijkgesteld met werkdagen voor de berekening van de eindejaarspremie. HOOFDSTUK IX. - Premie voor de arbeidsvrede

Art. 18.In uitvoering van de bepalingen van artikel 10 van de statuten van het "Fonds voor sociale vrede in de porseleinaarde- en zandgroeven in het zuiden van België", vastgesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 april 1986 en 26 januari 1988, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der porseleinaarde- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Brabant, Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen, houdende coördinatie van de beslissingen en collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid "Fonds voor sociale vrede in de porseleinaarde- en zandgroeven in het zuiden van België" genoemd, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 9 mei 1988, wordt vanaf het sociaal dienstjaar 2001 aan de in artikel 9, b en c , van de statuten bedoelde werklieden een premie voor de arbeidsvrede toegekend ten bedrage van 116,51 EUR, of 9,7090 EUR per volledige maand tewerkstelling.

De premie wordt op 30 september van ieder jaar door het fonds aan de rechthebbenden betaald door toedoen van de V.Z.W. "Sociaal Fonds voor de werklieden van het groefbedrijf" te Brussel.

Vanaf 2002 zal zij jaarlijks uiterlijk op 31 maart betaald worden. HOOFDSTUK X. - Tegemoetkoming van de werkgevers in de vervoerskosten van de werklieden en werksters

Art. 19.Onverminderd de toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19sexies , gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 30 maart 2001, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19ter van 5 maart 1991 tot vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19 van 26 maart 1975, betreffende de financiële bijdrage van de werkgevers in de prijs van het vervoer van de werknemers, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 11 februari 1993, ontvangen de werklieden, ongeacht het vervoermiddel dat zij gebruiken, een bedrag gelijk aan minstens 50 pct. van de prijs van de treinkaart geldend als sociaal abonnement voor de afstand afgelegd langs de weg, tussen de woonplaats en de werkplaats, dit overeenkomstig de van toepassing zijnde tabellen die gevoegd zijn bij het koninklijk besluit getroffen in uitvoering van de wet van 27 juli 1962 tot vaststelling van een werkgeversbijdrage en het verlies geleden door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden.

Art. 20.De terugbetaling heeft minstens maandelijks plaats.

Art. 21.Deze bepalingen doen geen afbreuk aan het behoud van gunstiger toestanden die op het niveau van de ondernemingen bestaan. HOOFDSTUK XI. - Werkzekerheid

Art. 22.De werkgevers verbinden er zich toe tijdens de duur van de collectieve arbeidsovereenkomst alles in het werk te stellen om niet te ontslaan om conjuncturele redenen. Over de problemen betreffende het behoud van de tewerkstelling zal er een paritair overleg plaatshebben in tegenwoordigheid van de gewestelijke vrijgestelden. HOOFDSTUK XII. - Carensdag

Art. 23.De carensdag voor de eerste ziekte wordt jaarlijks betaald gedurende de looptijd van de huidige overeenkomst. HOOFDSTUK XIII. - Opzegtermijnen

Art. 24.Bij afwijking van de bepalingen van artikel 59 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten wordt de opzegtermijn, wanneer de opzeg van de werkgever uitgaat, vastgesteld op : - 35 dagen indien het werklieden betreft die tussen 6 maanden en minder dan 5 jaren ononderbroken in een van de ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld; - 42 dagen indien het werklieden betreft die tussen 5 en minder dan 10 jaren ononderbroken in een van de ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld; - 56 dagen indien het werklieden betreft die tussen 10 en minder dan 15 jaren ononderbroken in een van de ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld; - 84 dagen indien het werklieden betreft die tussen 15 en minder dan 20 jaren ononderbroken in een van de ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld; - 112 dagen indien het werklieden betreft die meer dan 20 jaren ononderbroken in een van de ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld.

Voor de bruggepensioneerden zijn de wettelijke opzegtermijnen van toepassing. HOOFDSTUK XIV. - Overgangsmaatregelen

Art. 25.De artikelen of onderdelen ervan die in de eerste rij en de eerste en vierde kolom van de volgende rij(en) van onderstaande tabel worden vermeld, hebben betrekking op deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Voor de bedragen die in euro worden vermeld in de tweede kolom van de tabel gelden vanaf de dag van inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst tot 31 december 2001 de bedragen die in Belgische frank worden vermeld in de derde kolom.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld HOOFDSTUK XV. - Geldigheid

Art. 26.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2001 en treedt buiten werking op 31 december 2002.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 augustus 2002.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX

^