Koninklijk Besluit van 22 augustus 2006
gepubliceerd op 28 augustus 2006
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de aangifte in de bedrijfsvoorheffing

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2006003400
pub.
28/08/2006
prom.
22/08/2006
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

22 AUGUSTUS 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de aangifte in de bedrijfsvoorheffing


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat ter ondertekening aan Uwe majesteit wordt voorgelegd, heeft als oogmerk de praktische regels vast te leggen betreffende de wijze waarop de schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing moeten handelen indien ze bij toepassing van de artikelen 2751 tot 5 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) een vrijstelling verkrijgen van doorstorting van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing.

Die praktische regels waren voorheen opgenomen in artikel 90 van het KB/WIB 92 met verwijzing naar de artikelen van de programmawetten die de verschillende regels inzake vrijstelling van doorstorting hebben ingevoerd en in afzonderlijke koninklijke besluiten. Door de opname van die verschillende regels in het WIB 92 in de voornoemde artikelen 2751 tot 5, is een aanpassing van het KB/WIB 92 vereist.

Het ter ondertekening voorgelegde besluit regelt dan ook de volgende zaken : 1. het invoeren in hoofdstuk II van het KB/WIB 92 van een nieuwe afdeling IIbis.- Vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing die de artikelen 951 en 952 bevat. Die artikelen hernemen de voorheen reeds bestaande procedures met dien verstande dat het systeem van drie verschillende aangiftes inzake bedrijfsvoorheffing wordt vervangen door een systeem met twee aangiftes waarbij een specifieke code per onderscheiden groep schuldenaars van bedrijfsvoorheffing aanduidt welke type van vrijstelling van doorstorting van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing wordt toegepast; 2. het opnemen in het KB/WIB 92 of in een bijlage van het KB/WIB 92 van bepaalde toepassingsregels die in afzonderlijke besluiten waren opgenomen;3. het ten uitvoer brengen van de artikelen 109 en 110 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact die twee nieuwe groepen van schuldenaars invoeren die gebruik kunnen maken van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing, met name de ondernemingen die als "Young Innovative Company" worden aangemerkt en de ondernemingen die onderzoekers tewerkstellen die een bepaald doctorsdiploma of een diploma van burgerlijk ingenieur hebben;4. het opheffen van de vroegere afzonderlijke koninklijke besluiten die door de opheffing van de wetsartikelen waarvan ze de uitvoering regelden, zonder voorwerp zijn geworden. De voorgestelde bepalingen treden in werking op 1 januari 2006, met uitzondering van de regels betreffende de ondernemingen die als "Young Innovative Company" worden aangemerkt, die op 1 juli 2006 in werking treden.

In het advies nr. 41.161/2/V, gegeven op 9 augustus 2006, heeft de Raad van State geoordeeld dat de Regering ten onrechte gebruik maakt van de hoogdringend procedure om een advies te bekomen binnen een termijn van 5 dagen omwille van het feit dat uit de voorafgaande procedure blijkt dat die hoogdringendheid onbestaande is. Daarbij wordt verwezen naar de inwerkingtreding op 1 januari 2006 terwijl het advies van de Inspectie van Financiën dateert van 24 april 2006 en de Minister van Begroting haar akkoord slechts heeft gegeven op 20 juli 2006.

De Regering wenst hierbij op te merken dat het geheel van maatregelen met betrekking tot de vrijstelling van doorstorting van verschuldigde bedrijfsvoorheffing telkenmale moet worden aangemeld bij de Europese commissie in het kader van het onderzoek naar eventueel niet toegelaten staatssteun. In het onderhavig geval is de goedkeuring van de Europese commissie betreffende de beide nieuwe regelingen (Young Innovative Companies en ondernemingen die bepaalde onderzoekers tewerkstellen) slechts op 4 juli 2006 bekomen. Het is derhalve logisch dat de Minister van Begroting slechts een akkoord kon verlenen op het ogenblik dat de procedure bij de Europese commissie was afgerond.

Ongelukkigerwijs is in de brief aan de Raad van State geen melding gemaakt van deze omstandigheid zodat dit Hoog College de indruk heeft gekregen dat de hoogdringendheid niet aanwezig was.

Ten overvloede wordt nog gewezen op het feit dat : 1. voor de Young Innovative Companies en de ondernemingen die bepaalde onderzoekers tewerkstellen, het van het grootste belang is zo snel mogelijk hun toestand te kunnen aanzuiveren aangezien ze tot nog toe geen gebruik hebben kunnen maken van de hun wettelijk toegekende mogelijkheid van vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing bij gebrek aan uitvoeringsbepalingen;2. het voor de andere groepen van schuldenaars van bedrijfsvoorheffing belangrijk is dat de nieuwe procedure zo spoedig mogelijk kan worden toegepast omdat die een aanzienlijke administratieve vereenvoudiging inhoudt. De Regering oordeelt dat dit geheel van argumenten ten overvloede het dringende karakter verantwoordt van dit besluit dat ter ondertekening aan Uwe majesteit wordt voorgelegd.

Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS

ADVIES 41.161/2/V VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, tweede vakantiekamer, op 4 augustus 2006 door de Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën verzocht hem, binnen een termijn van vijf werkdagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de aangifte in de bedrijfsvoorheffing", heeft op 9 augustus 2006 het volgende advies gegeven : Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, ingevoegd bij de wet van 4 augustus 1996 en vervangen bij de wet van 2 april 2003, moeten in de adviesaanvraag in het bijzonder de redenen worden aangegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan.

In het onderhavige geval luidt de motivering in de brief met de adviesaanvraag als volgt : « De dringende noodzakelijkheid wordt gemotiveerd door het feit dat : -de koninklijke besluiten met betrekking tot de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing impliciet opgeheven zijn ingevolge de wijziging van de wettelijke basis door de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact; - dit besluit deze koninklijke besluiten aanpast, groepeert en in het KB/WIB 92 opneemt; - dit besluit van toepassing is op de vanaf 1 januari 2006 betaalde of toegekende inkomsten; - het ten spoedigste ter kennis moet worden gebracht van de schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing. » Volgens de aanhef van het besluit volgen de voorgenomen wijzigingen van het KB/WIB 92 op het stuk van de aangifte in de bedrijfsvoorheffing uit de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, zijn ze van toepassing op de vanaf 1 januari 2006 betaalde of toegekende inkomsten en zijn ze op 24 april 2006 om advies voorgelegd aan de Inspecteur van Financiën, terwijl de akkoordbevinding van de Minister van Begroting dateert van 20 juli 2006.

De spreiding van die data is in tegenspraak met de aangevoerde dringendheid en kan de raadpleging van de afdeling wetgeving binnen de termijn gesteld in artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State niet verantwoorden.

De kamer was samengesteld uit : De heren : M. Hanotiau, kamervoorzitter.

Ph. Quertainmont, F. Daoût, staatsraden.

Mevr. A.-C. Van Geersdaele, griffier.

Het verslag werd uitgebracht door de heer J. Regnier, eerste auditeur-afdelingshoofd.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer R. Andersen, eerste voorzitter van de Raad van State.

De griffier, A.-C. Van Geersdaele.

De voorzitter, M. Hanotiau.

22 AUGUSTUS 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de aangifte in de bedrijfsvoorheffing ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, inzonderheid op de artikelen 250, 300, § 1 en 312;

Gelet op het KB/WIB 92, inzonderheid op artikel 90, § 1, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 3 januari 1995, 10 januari 1997, 3 mei 1999, 5 december 2000, 3 april 2003, 28 september 2003, 16 juni 2004, 11 maart 2005, 4 augustus 2005 en 8 januari 2006;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 24 april 2006;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 20 juli 2006;

Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat : - de koninklijke besluiten met betrekking tot de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing impliciet opgeheven zijn ingevolge de wijziging van de wettelijke basis door de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact; - dit besluit deze koninklijke besluiten aanpast, groepeert en in het KB/WIB 92 opneemt; - dit besluit van toepassing is op de vanaf 1 januari 2006 betaalde of toegekende inkomsten; - het ten spoedigste ter kennis moet worden gebracht van de schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing; - dit besluit dus dringend moet worden getroffen;

Gelet op advies nr. 41.161/2/V van de Raad van State, gegeven op 9 augustus 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 90, § 1, KB/WIB 92, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 3 januari 1995, 10 januari 1997, 3 mei 1999, 5 december 2000, 3 april 2003,28 september 2003, 16 juni 2004, 11 maart 2005, 4 augustus 2005 en 8 januari 2006 worden het vierde tot het achtste lid, opgeheven.

Art. 2.In hoofdstuk II, van hetzelfde besluit wordt een afdeling IIbis ingevoegd, die de artikelen 951 en 952 omvat, luidende : "Afdeling IIbis Vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikelen 2751 tot 2755)

Art. 951.- In uitvoering van artikel 2753, laatste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt, voor de in het eerste lid van dat artikel bedoelde universiteiten, hogescholen, het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek en het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen, het percentage van 50 pct. verhoogd tot 65 pct.

Art. 952.- § 1. De in het tweede lid vermelde schuldenaars van bedrijfsvoorheffing moeten voor de periode waarin zij bezoldigingen hebben toegekend waarvoor zij een deel of het geheel van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing niet in de Schatkist moeten storten, twee afzonderlijke aangiften in de bedrijfsvoorheffing overleggen volgens het in §§ 2 en 3 vermelde onderscheid.

De in het eerste lid bedoelde schuldenaars zijn : 1° de werkgevers beoogd in artikel 2751 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 die bezoldigingen betalen of toekennen die betrekking hebben op door de werknemer gepresteerd overwerk, en die : - ofwel onderworpen zijn aan de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités wat de werknemers betreft die zijn onderworpen aan de arbeidswet van 16 maart 1971 en die vallen onder categorie 1 zoals bedoeld in artikel 330 van de programmawet van 24 december 2002; - ofwel erkend zijn voor uitzendarbeid die uitzendkrachten ter beschikking stellen van in het eerste streepje bedoelde ondernemingen voor zover de uitzendkrachten worden tewerkgesteld in de functie van een werknemer van categorie 1 en voor zover zij overwerk presteren; 2° de werkgevers beoogd in artikel 2752 van hetzelfde wetboek die behoren tot de koopvaardij, de bagger- en de sleepvaartsector;3° a) de universiteiten en hogescholen beoogd in artikel 2753, eerste lid, van hetzelfde wetboek, die bezoldigingen uitbetalen of toekennen aan assistentonderzoekers en het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek alsmede het "Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen" die bezoldigingen uitbetalen of toekennen aan postdoctorale onderzoekers;b) de wetenschappelijke instellingen beoogd in artikel 2753, tweede lid, van hetzelfde wetboek, die daartoe worden erkend bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en die bezoldigingen uitbetalen of toekennen ofwel aan assistent-onderzoekers ofwel aan postdoctorale onderzoekers;c) de ondernemingen beoogd in artikel 2753, derde lid, 1°, van hetzelfde wetboek, die bezoldigingen uitbetalen of toekennen aan onderzoekers die aan onderzoeksprojecten werken ter uitvoering van samenwerkingsovereenkomsten afgesloten met in a) en b) bedoelde universiteiten of hogescholen, gevestigd in de Europese Economische Ruimte, of erkende wetenschappelijke instellingen;d) de vennootschappen beoogd in artikel 2753, derde lid, 2°, van hetzelfde wetboek, die onder de definitie van "Young Innovative Company" vallen en die bezoldigingen uitbetalen of toekennen aan wetenschappelijk personeel dat als werknemer door deze vennootschap wordt tewerkgesteld;e) de ondernemingen beoogd in artikel 2753, derde lid, 3°, van hetzelfde wetboek, die bezoldigingen uitbetalen of toekennen aan onderzoekers die een diploma hebben van doctor in de toegepaste wetenschappen, in de exacte wetenschappen, in de geneeskunde of in de diergeneeskunde of van burgerlijk ingenieur en die zijn tewerkgesteld in onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's;4° de werkgevers beoogd in artikel 2754 van hetzelfde wetboek, die behoren tot de sector van de zeevisserij;5° de ondernemingen beoogd in artikel 2755 van hetzelfde wetboek, waarin ploegenarbeid of nachtarbeid wordt verricht, die een ploegenpremie betalen of toekennen. § 2. De eerste aangifte in de bedrijfsvoorheffing heeft betrekking op de aan al de werknemers betaalde of toegekende bezoldigingen en moet de volgende specifieke vermeldingen bevatten : a) in het vak "belastbare inkomsten" : de door de werkgever voor die periode betaalde of toegekende belastbare bezoldigingen;b) in het vak "verschuldigde bedrijfsvoorheffing" : de ingehouden bedrijfsvoorheffing. § 3. De tweede aangifte in de bedrijfsvoorheffing heeft uitsluitend betrekking op de bezoldigingen van werknemers waarvoor een deel of het geheel van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing niet in de Schatkist moet worden gestort en moet, afhankelijk van de schuldenaars, de volgende specifieke vermeldingen bevatten : a) in het vak "aard der inkomsten" : de code die is opgenomen in bijlage IIIbis ;b) in het vak "belastbare inkomsten" : 1° voor de in § 1, tweede lid, 1° en 3° tot 5°, bedoelde schuldenaars : de door de werkgever voor die periode betaalde of toegekende belastbare bezoldigingen;2° voor de in § 1, tweede lid, 2°, bedoelde schuldenaars : de door de werkgever voor die periode betaalde of toegekende belastbare bezoldigingen aan hun werknemers die zij als communautaire zeelieden tewerkstellen aan boord van in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte geregistreerde schepen waarvoor een zeebrief wordt voorgelegd;c) in het vak "verschuldigde bedrijfsvoorheffing" : 1° voor de in § 1, tweede lid, 1°, bedoelde schuldenaars : een negatief bedrag gelijk aan 24,75 pct.van het bruto bedrag van de bezoldigingen dat als berekeningsgrondslag heeft gediend voor de berekening van de overwerktoeslag; 2° voor de in § 1, tweede lid, 2°, bedoelde schuldenaars : een negatief bedrag gelijk aan de aan mekaar ingehouden bedrijfsvoorheffing op de belastbare bezoldigingen betaald of toegekend aan hun werknemers die zijn tewerkgesteld aan boord van in een lidstaat van de Europese Unie geregistreerde schepen waarvoor een zeebrief wordt voorgelegd;3° voor de in § 1, tweede lid, 3°, a, bedoelde schuldenaars : een negatief bedrag gelijk aan 65 pct.van de ingehouden bedrijfsvoorheffing op de belastbare aan mekaar bezoldigingen; 4° voor de in § 1, tweede lid, 3°, b tot d, bedoelde schuldenaars : een negatief bedrag gelijk aan 50 pct.van de ingehouden bedrijfsvoorheffing op de belastbare bezoldigingen; 5° voor de in § 1, tweede lid, 3°, e, bedoelde schuldenaars : een negatief bedrag gelijk aan 25 pct.van de ingehouden bedrijfsvoorheffing op de belastbare bezoldigingen; 6° voor de in § 1, tweede lid, 4°, bedoelde schuldenaars : een negatief bedrag gelijk aan de aan mekaar ingehouden bedrijfsvoorheffing op de belastbare bezoldigingen, volgens het volgende onderscheid : - wanneer het bedrag van de ingehouden bedrijfsvoorheffing lager is dan het bedrag van de fictieve bedrijfsvoorheffing als bedoeld in artikel 2754, derde lid, van hetzelfde wetboek, dan moet uitsluitend het positieve verschil worden vermeld tussen de fictieve bedrijfsvoorheffing en de ingehouden bedrijfsvoorheffing; - wanneer het bedrag van de ingehouden bedrijfsvoorheffing meer bedraagt dan het bedrag van de fictieve bedrijfsvoorheffing als bedoeld in artikel 2754, vijfde lid, van hetzelfde wetboek, uitsluitend het negatieve verschil worden vermeld tussen de fictieve bedrijfsvoorheffing en de ingehouden bedrijfsvoorheffing; 7° voor de in § 1, tweede lid, 5°, bedoelde schuldenaars : een negatief bedrag gelijk aan 5,63 pct.van de overeenkomstig artikel 31, tweede lid, 1° en 2°, van hetzelfde wetboek, vastgestelde belastbare bezoldigingen, ploegenpremies inbegrepen, maar met uitsluiting van het vakantiegeld, de eindejaarspremie en de achterstallige bezoldigingen. § 4. Ter staving van hun aangiften in de bedrijfsvoorheffing moeten de in § 1 vermelde schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing de modaliteiten naleven die zijn opgenomen in bijlage IIIter. § 5. De in uitvoering van artikel 2753, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 erkende instellingen zijn opgenomen in bijlage IIIquater bij dit besluit. » .

Art. 3.Bij het KB/WIB 92, wordt een bijlage IIIbis toegevoegd die luidt als volgt : « Bijlage IIIbis - Lijst van de Codes met betrekking tot de aard van de inkomsten in toepassing van artikel 952, § 3, a), KB/WIB 92 01 koopvaardij (Art. 2752, WIB 92) 02 bagger (Art. 2752, WIB 92) 03 zeesleepvaart (Art. 2752, WIB 92) 04 zeevisserij (Art. 2754, WIB 92) 05 wetenschappelijk onderzoek (Art. 2753, 1ste lid, WIB 92) 06 ploegenpremies en nachtpremies (Art. 2755, WIB 92) 07 wetenschappelijk onderzoek (Art. 2753, 2de lid, WIB 92) 08 overuren (Art. 2751, WIB 92) 09 wetenschappelijk onderzoek (Art. 2753, 3de lid, 1°, WIB 92) 31 wetenschappelijk onderzoek (Art. 2753, 3de lid, 2°, WIB 92) 32 wetenschappelijk onderzoek (Art. 2753, 3de lid, 3°, WIB 92)".

Art. 4.Bij het KB/WIB 92, wordt een bijlage IIIter toegevoegd die luidt als volgt : « Bijlage IIIter - Modaliteiten na te leven door de in artikel 952, § 1 bedoelde schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing I. De in artikel 952, § 1, tweede lid, 1°, bedoelde schuldenaars : Deze schuldenaars moeten een nominatieve lijst ter beschikking van de administratie houden met daarin, voor elke werknemer, de volledige identiteit, het aantal uren overwerk, de berekeningsgrondslag van de overwerktoeslag en de periode van het jaar gedurende dewelke die werknemer overwerk heeft gepresteerd.

II. De in artikel 952, § 1, tweede lid, 2°, bedoelde schuldenaars : Deze schuldenaars moeten de volgende documenten ter beschikking houden van de administratie : 1. wat de in België geregistreerde schepen betreft : - een afschrift van de zeebrief die voor elk van de betrokken schepen is uitgereikt; - een nominatieve lijst per schip met de vermelding van : 1° de volledige identiteit van de werkgever met vermelding van het nationaal nummer of het refertenummer als schuldenaar inzake bedrijfsvoorheffing;2° voor elke in artikel 2752, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde werknemer : a) de volledige identiteit, met inbegrip van het volledige adres van zijn woonplaats alsmede, in voorkomend geval, het nationaal nummer;b) de functie aan boord van het schip of een omschrijving van de aan boord verrichte werkzaamheden;c) in voorkomend geval, de data van aan- en afmonstering;d) het bedrag van de betaalde bruto belastbare bezoldigingen;e) het bedrag van de op die bezoldigingen ingehouden bedrijfsvoorheffing en een gedetailleerde berekening van die bedrijfsvoorheffing;3° wat de baggersector betreft, alle dienstige informatie waaruit blijkt dat de betrokken werknemer gedurende de periode waarop de aangifte in de bedrijfsvoorheffing betrekking heeft, was tewerkgesteld op een in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte geregistreerd zeewaardig baggerschip met eigen voortstuwing dat ingericht is voor het vervoer van lading over zee en dat ten minste gedurende 50 pct.van de bedrijfstijd in dezelfde periode, werkzaamheden op zee heeft verricht; 4° wat de sleepvaartsector betreft, alle dienstige informatie waaruit blijkt dat de betrokken werknemer gedurende de periode waarop de aangifte in de bedrijfsvoorheffing betrekking heeft, was tewerkgesteld op een in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte geregistreerde zeewaardige sleepboot die ten minste gedurende 50 pct. van de bedrijfstijd in dezelfde periode, werkzaamheden op zee heeft verricht; 5° het totaal bedrag van de bezoldigingen en van de ingehouden bedrijfsvoorheffing;2. wat de in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte geregistreerde schepen betreft : - een afschrift van de zeebrief die voor elk van de betrokken schepen is uitgereikt of een document vergelijkbaar met die zeebrief, waaruit onomstotelijk blijkt dat het betreffende schip in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte is geregistreerd; - een nominatieve lijst per schip met daarop dezelfde gegevens als vermeld onder punt 1, tweede streepje.

III. De in artikel 952, § 1, tweede lid, 3°, bedoelde schuldenaars : Deze schuldenaars moeten een nominatieve lijst per instelling ter beschikking van de administratie houden met vermelding van : a) de volledige identiteit van de werkgever met vermelding van het nationaal nummer of het refertenummer als schuldenaar inzake bedrijfsvoorheffing;b) bovendien voor elke in artikel 952, § 1, tweede lid, 3°, bedoelde werknemers : - de volledige identiteit alsmede, in voorkomend geval, het nationaal nummer; - in voorkomend geval, de data van indiensttreding en uitdiensttreding zoals die in de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling (DIMONA) zijn vermeld; - de bevestiging dat een arbeidsovereenkomst werd afgesloten of een tewerkstellingsbesluit werd getroffen; - het bedrag van de betaalde bruto belastbare bezoldigingen; - het bedrag van de op die bezoldigingen ingehouden bedrijfsvoorheffing en een gedetailleerde berekening van die bedrijfsvoorheffing; c) voor elke in artikel 952, § 1, tweede lid, 3°, a en b, bedoelde werknemers het bewijs dat de betrokken werknemer, naargelang het geval, een assistent-onderzoeker of een postdoctorale onderzoeker is;d) voor elke in artikel 952, § 1, tweede lid, 3°, c, bedoelde werknemer, het bewijs dat de betrokken werknemer, als onderzoeker tewerkgesteld is in een onderzoeksproject;e) voor elke in artikel 952, § 1, tweede lid, 3°, d, bedoelde werknemer, het bewijs dat de betrokken werknemer, naargelang het geval, onderzoeker, onderzoekstechnicus of projectbeheerder inzake onderzoek en ontwikkeling is; Onder onderzoeker wordt verstaan, wetenschappers of ingenieurs die werken aan de ontwikkeling of de uitvinding van kennis, producten, processen, nieuwe methoden of systemen. Zijn gelijkgesteld met ingenieurs, de bezoldigden die zonder het diploma te hebben, deze kwalificatie hebben behaald in de schoot van hun onderneming;

Onder onderzoekstechnicus wordt verstaan, de personen die in nauwe samenwerking werken met de onderzoekers om de noodzakelijk technische ondersteuning te leveren bij experimenteel onderzoeks- en ontwikkelingswerk;

Onder projectbeheerders inzake onderzoek en ontwikkeling wordt verstaan, de personen die de leiding hebben over organisatie, coördinatie en planning van het project zowel op administratief, juridisch, financieel als technologisch vlak. f) voor elke in artikel 952, § 1, tweede lid, 3°, e, bedoelde werknemer : - het bewijs dat de betrokken werknemer, onderzoeker is die naargelang het geval, een diploma heeft van doctor in de toegepaste wetenschappen, in de exacte wetenschappen, in de geneeskunde of van burgerlijk ingenieur; - het bewijs dat hij tewerkgesteld is in onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's; g) het totaal bedrag van de bezoldigingen en van de ingehouden bedrijfsvoorheffing. IV. De in artikel 952, § 1, tweede lid, 4°, bedoelde schuldenaars : Deze schuldenaars moeten de volgende documenten ter beschikking houden van de administratie : 1. wat de in België geregistreerde schepen betreft : - ter gelegenheid van de eerste aangifte in de bedrijfsvoorheffing die ter uitvoering van deze bepalingen wordt ingediend, een afschrift van de zeebrief die voor elk van de betrokken schepen is uitgereikt; - een nominatieve lijst per schip met de vermelding van : 1° de volledige identiteit van de werkgever met vermelding van het nationaal nummer of het refertenummer als schuldenaar inzake bedrijfsvoorheffing;2° voor elke in artikel 2754, eerste lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde werknemer : a) de volledige identiteit alsmede, in voorkomend geval, het nationaal nummer;b) de functie aan boord van het schip of een omschrijving van de aan boord verrichte werkzaamheden;c) in voorkomend geval, de data van indiensttreding en uitdiensttreding zoals die in de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling (DIMONA) zijn vermeld;d) het bedrag van de betaalde bruto belastbare bezoldigingen;e) het bedrag van de op die bezoldigingen ingehouden bedrijfsvoorheffing en een gedetailleerde berekening van die bedrijfsvoorheffing;f) een gedetailleerde berekening van de in artikel 2754, tweede lid van het voormelde Wetboek bedoelde fictieve bedrijfsvoorheffing;3° het totaal bedrag van de bezoldigingen en van de ingehouden bedrijfsvoorheffing;4° het totaal bedrag van de forfaitaire bezoldigingen en van de fictieve bedrijfsvoorheffing;2. wat de in een andere lidstaat van de Europese Unie geregistreerde schepen betreft : - een afschrift van de zeebrief die voor elk van de betrokken schepen is uitgereikt of een document vergelijkbaar met die zeebrief, waaruit onomstotelijk blijkt dat het betreffende schip in een lidstaat van de Europese Unie is geregistreerd.Dit document moet steeds worden toegevoegd; - een nominatieve lijst per schip met daarop dezelfde gegevens als vermeld onder 1, tweede streepje hiervoor.

V. De in artikel 952, § 1, tweede lid, 5°, bedoelde schuldenaars : Deze schuldenaars moeten een nominatieve lijst ter beschikking van de administratie houden met daarin, voor elke werknemer, de volledige identiteit, het aantal uren overwerk, de berekeningsgrondslag van de overwerktoeslag en de periode van het jaar gedurende dewelke die werknemer overwerk heeft gepresteerd. » .

Art. 5.Bij het KB/WIB 92, wordt een bijlage IIIquater toegevoegd die luidt als volgt : « Bijlage IIIquater - Lijst van de erkende instellingen voor wetenschappelijk onderzoek (artikel 2753, tweede lid, WIB 92) Erkenning met ingang van 1 juli 2004 : - Afdeling Waterbouwkundig Laboratorium en Hydrologisch Onderzoek; - Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provincies; - Association pour la Recherche avancée en Microélectronique et Intégration de Systèmes; - Babbage Institute for Knowledge and Information Technology; - Koninklijke Bibliotheek van België; - Biomed; - Born-Bunge Stichting v.z.w.; - Centrum voor Gemeenschappelijk Onderzoek van de EG; - Centre d'économie rurale de Marloie; - Centrum voor onderzoek in Diergeneeskunde en Agrochemie; - Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij; - Studiecentrum voor Kernenergie - Mol; - Centre de Recherches argonomiques de Gembloux; - Centrum voor Wetenschappelijk Onderzoek der Belgische Keramische Nijverheid; - Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw; - Centrum voor het Wetenschappelijk en Technisch Onderzoek der Metaalverwerkende Nijverheid; - Centrum voor Technisch en Wetenschappelijk Onderzoek van de Leerlooierijen, Schoen-, Pantoffel- en andere Lederverwerkende nijverheden; - Internationaal Centrum voor de Studie van de Middeleeuwse Schilderkunst in het Schelde- en het Maasbekken; - Centre international de Recherches et d'Information sur l'Economie publique, sociale et coopérative; - Nationaal Centrum voor Wetenschappelijk en Technisch Onderzoek der Cementnijverheid; - Centre provincial d'Essais industriels; - Wetenschappelijk en Technisch Onderzoekscentrum voor Diamant; - Wetenschappelijk en Technisch Centrum van de Belgische Textielnijverheid; - Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf; - Centrum voor het Wetenschappelijk en Technisch Onderzoek der Groentenconserven; - Technisch Centrum van de Houtnijverheid; - Technisch en Wetenschappelijk Centrum van de Brouwerij, de Mouterij en Aanverwante Nijverheden; - Centrum voor Technisch en Wetenschappelijk Onderzoek der Springstoffennijverheid; - Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudiën; - Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek-Gent; - Koninklijke Militaire School; - European Organisation for Research and Treatment of Cancer; - Fondation universitaire luxembourgeoise; - Fruitteeltcentrum; - Afrika-instituut/Afrikaans studie- en documentatiecentrum; - Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie; - Europees Instituut voor Managementwetenschappen; - Nationaal Geografisch Instituut; - Institut international de Chimie-Physique-Solvay; - Ludwig Instituut voor Onderzoek tegen Kanker; - Nationaal Instituut voor Criminalistiek; - Nationaal Instituut voor Radio-Elementen; - Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen; - Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium; - Koninklijk Meteorologisch Instituut van België; - Wetenschappelijk instituut Volksgezondheid; - Institut scientifique de Service public; - Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer-Geraardsbergen; - Instituut voor het Archeologisch Patrimonium; - Instituut voor Natuurbehoud; - Instituut voor ontwikkelingsbeleid en -beheer; - International Institute of Cellular and Molecular Pathology-AIBS; - Interuniversitair Centrum voor Micro-Electronica; - Nationale Plantentuin van België; - Koninklijk Museum voor Schone Kunsten-Antwerpen; - Koninklijk Maatschappij voor Dierkunde; - Langzaam Verkeer; - Koninklijk Museum voor Midden-Afrika; - Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis; - Musée royal de Mariemont; - Koninklijk Musea voor Kunst en Geschiedenis; - Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België; - Koninklijke Sterrenwacht van België; - Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen; - Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde te Antwerpen; - Provinciaal Centrum voor Opsporing van Metabole aandoeningen; - Provinciale Dienst voor Land- en Tuinbouw; - Station de Recherches forestières; - Stichting Technologie Vlaanderen; - Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie; - Vlaamse Compostorganisatie; - Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek; - Von Karman Institute for Fluid Dynamics; - Centrum voor Research in de Metallurgie; - Researchinstituut voor Bekledingen, Verven en Inkten; - Belgisch Instituut voor Lastechniek; - Meurice R & D v.z.w.

Erkenning met ingang van 1 januari 2006 : - Agro Food Valley; - Centre d'Etude et de Documentation de l'Environnement (CEBEDEAU); - Centre d'Etudes wallon de l'Assemblage et du Contrôle des matériaux (CEWAC); - Centre d'Excellence en Technologie de l'Information et de la Communication (CETIC); - Centre de Recherche en Aéronautique (CENAERO); - Centre de Recherche en Défense sociale; - Centre de Recherche et de Contrôle Textile, Environnement, Agro-Alimentaire et Papetier (CELABOR); - Centre de Ressources technologiques en Chimie (CERTECH); - Centre technologique de la Terre et de la Pierre; - College of Europe; - D. Collen Research Foundation; - Flanders Drive; - Flanders Material Centre (Flamac); - Flanders' Mechatronics Technology Centre; - Interuniversitair Instituut voor Breedbandtechnologie (IBBT); - Institut national interuniversitaire des Silicates, Sols et Matériaux (INISMa); - Institut wallon de l'Evaluation, de la Prospective et de la Statistique (IWEPS); - International Bureau for Environmental Studies (IBES); - De Vrienden van het Instituut Pasteur van Brussel; - Materia Nova; - Multitel; - Universitair Ziekenhuis Gent; - Vlaams Instituut voor de Logistiek (VIL); - Vlaams Instituut voor de Zee; - Vlaams Kunststof Centrum. » .

Art. 6.Worden opgeheven : - het koninklijk besluit van 5 december 2000; - het koninklijk besluit van 3 april 2003; - het koninklijk besluit van 28 september 2003; - het koninklijk besluit van 4 mei 2004; - het koninklijk besluit van 16 juni 2004; - het koninklijk besluit van 4 juli 2004; - het koninklijk besluit van 11 maart 2005; - het koninklijk besluit van 4 augustus 2005; - het koninklijk besluit van 24 augustus 2005; - het koninklijk besluit van 8 december 2005; - het koninklijk besluit van 8 januari 2006.

Art. 7.Dit besluit is van toepassing op de bezoldigingen die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2006 behalve de bepalingen betreffende de in artikel 2753, derde lid, 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde Young Innovative Companies die uitwerking hebben vanaf 1 juli 2006.

Art. 8.Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 22 augustus 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS _______ Nota's (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 10 april 1992, Belgisch Staatsblad van 30 juli 1992. Programmawet van 24 december 2002, Belgisch Staatsblad van 31 december 2002.

Programmawet van 8 april 2003, Belgisch Staatsblad van 17 april 2003.

Programmawet van 27 december 2004, Belgisch Staatsblad van 31 december 2004, editie 2.

Wet van 20 juli 2005, Belgisch Staatsblad van 10 augustus 2005.

Wet van 3 juli 2005, Belgisch Staatsblad van 19 juli 2005.

Wet van 23 december 2005, Belgisch Staatsblad van 30 december 2005, editie 2.

Wetten op de Raad van State, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 12 januari 1973, Belgisch Staatsblad van 21 maart 1973.

Koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, Belgisch Staatsblad van13 september 1993.

Koninklijk besluit van 3 april 2003, Belgisch Staatsblad van 22 april 2003.

Koninklijk besluit van 28 september 2003, Belgisch Staatsblad van 1 oktober 2003, editie 2.

Koninklijk besluit van 4 mei 2004, Belgisch Staatsblad van 24 mei 2004.

Koninklijk besluit van 16 juni 2004, Belgisch Staatsblad van 24 juni 2004, editie 2.

Koninklijk besluit van 4 juli 2004, Belgisch Staatsblad van 23 juli 2004.

Koninklijk besluit van 11 maart 2005, Belgisch Staatsblad van 18 maart 2005, editie 3.

Koninklijk besluit van 4 augustus 2005, Belgisch Staatsblad van 12 augustus 2005, editie 2.

Koninklijk besluit van 24 augustus 2005, Belgisch Staatsblad van 5 september 2005.

Koninklijk besluit van 8 december 2005, Belgisch Staatsblad van 9 januari 2006, erratum 31 januari 2006.

Koninklijk besluit van 8 januari 2006, Belgisch Staatsblad van 16 januari 2006.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^