Koninklijk Besluit van 22 december 2009
gepubliceerd op 17 juni 2010
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 mei 2009, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de oprichting van een Paritair Observatorium Pensioenen

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2009205838
pub.
17/06/2010
prom.
22/12/2009
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

22 DECEMBER 2009. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 mei 2009, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de oprichting van een Paritair Observatorium Pensioenen voor de personeelsleden op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 met betrekking tot de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001 van toepassing is (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 14 mei 2009, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de oprichting van een Paritair Observatorium Pensioenen voor de personeelsleden op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 met betrekking tot de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001 van toepassing is.

Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2009.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 14 mei 2009 Oprichting van een Paritair Observatorium Pensioenen voor de personeelsleden op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 met betrekking tot de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001 van toepassing is (Overeenkomst geregistreerd op 25 juni 2009 onder het nummer 92673/CO/326) Context De collectieve arbeidsovereenkomst van sociale programmatie 2007-2008 heeft de formule pensioenkapitaal voor de werknemers "Waarborg collectieve arbeidsovereenkomst" aangepast en heeft ingesteld : - een vrijwaringsclausule waarborgend een verbetering van 1 pct. ten opzichte van de oude formule; - de inwerkingstelling van een observatorium pensioenen voornamelijk bedoeld om het naleven van deze vrijwaringsclausule te verifiëren. HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de gebaremiseerde personeelsleden, op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 van toepassing is, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001. HOOFDSTUK II. - Begrippen en definities

Art. 2.Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder "gebaremiseerde werknemer" : de werknemer a) aangeworven vóór 1 januari 2002 bij : - bedrijven ressorterend onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf vóór 1 januari 2004; - bedrijven, ressorterend onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, die voortkomen uit de hiervoor genoemde bedrijven; - bedrijven, ressorterend onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf die personeel overnemen, op basis van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis van 7 juni 1985, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de waarborg van rechten van de werknemers in geval van verandering van werkgever wegens een conventionele transfer van de onderneming en die de rechten regelt van de werknemers die overgenomen worden in geval van overname van het actief na faillissement of gerechtelijk concordaat door afstand van het actief; b) aangeworven tussen 1 juli 2000 en 31 december 2003 bij : - de onderneming SPE; - een onderneming, ressorterend onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, en die voortkomt uit de onderneming SPE; - een onderneming, ressorterend onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, die, op basis van de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis personeel van SPE heeft overgenomen; c) met een contract van onbepaalde duur op 31 augustus 2006 in de intercommunale Sibelga en getransfereerd op 1 september 2006 of later naar de firma Brussels Network Operations. "onderneming" : de juridische entiteit "collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004" : de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001. HOOFDSTUK III. - Voorwerp

Art. 3.Een Paritair Observatorium voor de Pensioenen wordt opgericht in de schoot van het paritair comité.

Art. 4.Het Observatorium wordt samengesteld uit 13 patronale leden en 13 syndicale leden, te weten 6 leden van het ACV, 6 leden van het ABVV en 1 lid van de ACLVB. HOOFDSTUK IV. - Doel

Art. 5.Dit Observatorium heeft als doel de observatie van diverse elementen inzake de aanvullende pensioenen, zoals de hypothesen over de evolutie van de lonen, van de wettelijke pensioenen en de levensverwachtingstabellen.

Deze observaties zullen desgevallend naar een herziening van de parameters leiden.

Art. 6.Het Observatorium gaat, op basis van een steekproef na of de vrijwaringsclausule bepaald in artikel 15 op basis van de hypothesen vermeld in artikel 16, gerespecteerd wordt, t.t.z. of de verbetering van 1 pct. bereikt werd met de werkelijke inflatie en de werkelijke loonsstijging.

Deze observaties zullen desgevallend leiden tot een herziening van de parameters.

Art. 7.Het Observatorium heeft als doel de controle van de individuele dossiers van de werknemers vertrokken tijdens het jaar, als zij dit individueel aanvragen, om na te gaan of de nieuwe formule tenminste een resultaat oplevert gelijk aan de oude formule vermeerderd met 1 pct.

Indien dit niet het geval is, zal de individuele berekening van de werknemer gecorrigeerd worden.

Het Observatorium kan het onderzoek vragen van één of meerdere gelijkwaardige gevallen. In geval van individuele rechtzetting zal deze geen aanleiding geven tot toekenning van verwijlintresten. HOOFDSTUK V. - Werkwijze

Art. 8.Het Observatorium vergadert op recurrente basis, één maal per jaar in de loop van de maand april.

Art. 9.Steekproef - geplande berekeningen De steekproef, vermeld in artikel 6, is samengesteld uit 380 gebaremiseerde werknemers mannen en vrouwen verdeeld in de 14 baremaklassen, al of niet gehuwd en met een anciënniteit van 10, 20 en 30 jaar. Hypothesen van snelle loopbaanevolutie worden eveneens in beschouwing genomen.

Art. 10.Nieuwe formule § 1. De formule van het aanvullend pensioen van kracht in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 februari en 8 november 2007 betreffende de coördinatie en wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomsten van 30 juni 2005 en van 15 december 2005 betreffende de aanvullende pensioenen voor de gebaremiseerde werknemers op wie de waarborg collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 van toepassing is, wordt vervangen door een nieuwe formule omschreven in de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 november 2007 betreffende de aanvullende pensioenen in het kapitaalstelsel "vaste prestaties" voor de gebaremiseerde werknemers van de sector gas en elektriciteit aangepast door de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 maart 2009. § 2. Voor het pensioenplan Elgabel is zij als volgt samengesteld : - toepassing van een coëfficiënt van 2,7 op het jaarloon, geplafonneerd tot een bedrag van 42 156,86 EUR op 1 januari 2006 (index basis 2004 toepasselijk op de lonen van januari 2006 = 102,59) zijnde 41.092,57 EUR (basis 2004 = 100) maandelijks geïndexeerd volgens de gemiddelde viermaandelijkse gezondheidsindex basis 2004 toepasselijk op de lonen betaald in de loop van de tweede maand voorafgaand aan de datum van de betaling van de pensioenprestaties genaamd Tprest 1; - toepassing van een coëfficiënt van 9,6 op het jaarloon boven het plafond Tprest 1 (genaamd Tprest 2); - toepassing van een coëfficiënt van gemiddeld deeltijds werk (tpm); - toepassing van de pensioenanciënniteit (n). § 3. Voor het pensioenplan Pensiobel, is zij aangepast als volgt : - toepassing van een coëfficiënt van 2,6 op het jaarloon, geplafonneerd tot een bedrag van 42.156,86 EUR op 1 januari 2006 (index basis 2004 toepasselijk op de lonen van januari 2006 = 102,59) zijnde 41.092,57 EUR (basis 2004 = 100) maandelijks geïndexeerd volgens de gemiddelde viermaandelijkse gezondheidsindex basis 2004 toepasselijk op de lonen betaald in de loop van de tweede maand voorafgaand aan de datum van de betaling van de pensioenprestaties genaamd Tprest 1; - toepassing van een coëfficiënt van 9,2 op het jaarloon boven het plafond Tprest 1 (genaamd Tprest 2); - toepassing van een coëfficiënt van gemiddeld deeltijds werk (tpm); - toepassing van de pensioenanciënniteit (n).

De werknemers die hun berekening wensen te laten onderzoeken, dienen zich kenbaar te maken bij het Observatorium voor 28 februari van het jaar dat volgt op hun vertrek op pensioen.

Art. 11.Afwijking Voor de werknemers gepensioneerd tussen 1 februari en 30 april 2009 zal het onderzoek van hun berekening uitgevoerd worden op basis van de formules zoals gedefinieerd in de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 november 2007 (zonder aanpassingen).

Art. 12.Stockage van de gegevens De stockage van de volgende individuele gegevens wordt centraal georganiseerd vanaf 1 juli 2007 : - de anciënniteiten (met inbegrip van de aparte stockage van de delta n) bij de overgang naar de nieuwe formule); - de deeltijdse coëfficiënten (Tpm); - de jaarlonen; - de paritaire wettelijke pensioenen.

Art. 13.Weduwen/weduwnaars, wezen Het Observatorium verifieert ook berekeningsgevallen voor wezen, weduwen(aren) en inzake het overlijden (eenmalige sociale uitkering). HOOFDSTUK VI. - Vrijwaringsclausule

Art. 14.Een vrijwaringsclausule van 100 pct. wordt toegepast op het kapitaal op 60 jaar bepaald volgens de formule van kracht vóór 1 juli 2007.

In geval van aanwending, wordt deze vrijwaringsclausule uitgedrukt in een vermeerdering (delta n) van de pensioenanciënniteit, uitgedrukt in aantal jaren en maanden (afgerond naar de bovenste maand), in het nieuwe plan toe te passen, teneinde het equivalent van het oude plan op de invoeringsdatum van het nieuwe plan te bereiken.

Art. 15.Een vrijwaringsclausule van 101 pct. wordt toegepast op het kapitaal geprojecteerd op 60 jaar bepaald volgens de formule van kracht vóór 1 juli 2007 en volgens de hypothesen hernomen in artikel 17.

In geval van aanwending, wordt deze vrijwaringsclausule uitgedrukt in een vermeerdering (delta n) van de pensioenanciënniteit, uitgedrukt in aantal jaren en maanden (afgerond naar de bovenste maand), in het nieuwe plan toe te passen, teneinde het equivalent van het oude plan op de invoeringsdatum van het nieuwe plan, vermeerderd met 1 pct. te bereiken.

Art. 16.In voortkomend geval wordt de hoogste van beide vrijwaringsclausules, hernomen in de artikelen 14 en 15, toegekend.

Het individuele resultaat van deze vrijwaringsclausule wordt vermeld op het simulatiedocument dat aan de werknemer wordt overhandigd ter gelegenheid van de invoering van het nieuwe plan en wordt centraal gestockeerd conform artikel 12 van deze overeenkomst.

Art. 17.De berekening van het geprojecteerde kapitaal vermeld in artikel 15 houdt rekening van de volgende hypothesen : § 1. Voor de wedden - de lonen geprojecteerd met een loonstijging van 3 pct. per jaar - hierin begrepen de indexering geëvalueerd op 2 pct. per jaar, de baremische anciënniteitsverhogingen en de promoties - tot en met 49 jaar; - de lonen geprojecteerd met een loonstijging van 2 pct. (die de indexering betekent) per jaar, dit vanaf 50 jaar. § 2. Voor de conventionele wettelijke pensioenen : - Zijn als lonen in rekening genomen : - de verdiende lonen in de sector; - voor de hersamenstelling van de wedden van de ontbrekende loopbaanjaren worden de regels zoals vermeld in het "Pensioenstatuut", Deel III, bladzijde 11 toegepast, namelijk : "Agenten aangeworven na 31 december 1954 : Voor de agent aangeworven na 31 december 1954, wordt het cijfer van de bezoldigingen voor de buiten de maatschappijen vervulde jaren verkregen door het voorleggen van zijn individuele rekening.

De agent wordt jaarlijks in het bezit van deze rekening gesteld, overeenkomstig artikel 28 van het koninklijk besluit van 24 oktober 1967.

Indien niettemin voor deze jaren de nodige vermeldingen ontbreken, neemt men het aanvangsloon toegekend aan de agent bij zijn definitieve aanwerving - rekening houdend met de eventuele plafonds (in het geval van bedienden) en met de vereffeningscoëfficiënten die het loon gedurende elk der in aanmerking genomen jaren hebben beïnvloed."; - Voor de toekomstige lonen : volgens de regel zoals bepaald in "§ 1.

Voor de wedden" hierboven vermeld. - De coëfficiënten van de herevaluatie alsook de plafonds zijn deze paritair bepaald en worden geprojecteerd met een stijging van 2 pct. indexatie op jaarbasis. - De valorisatieregels zijn deze die toegepast worden door de Rijksdienst voor Pensioenen en aangepast aan de paritaire formule.

Art. 18.Een vrijwaringsclausule is van toepassing op het bedrag van de oude berekening van het kapitaal in geval van overlijden van de werknemer teneinde de gelijkwaardigheid van het oude plan op de invoeringsdatum van het nieuwe plan te bereiken.

Art. 19.In geval van overlijden van de werknemer is een vrijwaringsclausule van toepassing op het bedrag van de oude berekening van de wezenrente teneinde de gelijkwaardigheid van het oude plan op de invoeringsdatum van het nieuwe plan te bereiken.

Art. 20.Op het bedrag van de oude berekening van de geïndexeerde invaliditeitsrente is een vrijwaringsclausule van toepassing teneinde de gelijkwaardigheid van het oude plan op de invoeringsdatum van het nieuwe plan te bereiken.

Art. 21.Het jaarloon dat gebruikt wordt voor de formules beschreven in deze overeenkomst is op dezelfde wijze samengesteld als in de pensioenformule van toepassing vóór de invoering van deze overeenkomst ("basis pensioen").

Er wordt echter afgeweken van het algemeen principe van indexering van het jaarloon "basis pensioen" in aanmerking genomen om de bedragen van overlevings-, overlijdens- of invaliditeitsprestaties te bepalen ten gunste van de viermaandelijkse gezondheidsindex basis 2004 toepasselijk op de lonen betaald in de loop van de tweede maand voorafgaand aan de datum van de eerste betaling van de verzekerde prestaties. HOOFDSTUK VII. - Levensverwachting

Art. 22.Voor wat betreft de aanpassing aan de levensverwachtingstabellen, wordt de coëfficiënt, toegepast op Tprest 1, desgevallend op 1 januari 2013 op basis van de levensverwachtingstabellen van het NIS (Nationaal Instituut voor de Statistiek) aangepast.

De volgende verhouding wordt toegepast : - op de teller, het gemiddelde van de levensverwachting (mannen en vrouwen) van het jaar 2012, - op de noemer, het gemiddelde van de levensverwachting (mannen en vrouwen) van het jaar 2005, namelijk 8 jaar vroeger dan het jaar dat in aanmerking genomen wordt voor de teller. HOOFDSTUK VIII. - Geldigheidsduur

Art. 23.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten voor een bepaalde duur. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking vanaf 1 januari 2009 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2041.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 december 2009.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET

Bijlage bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 mei 2009, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de oprichting van een Paritair Observatorium Pensioenen voor de personeelsleden op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 met betrekking tot de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001 van toepassing is Paritaire commentaren Referteloon De refertebezoldiging (T) wordt door de vennootschappen meegedeeld en stemt overeen met : - tot 30 april 2009, het bruto jaarloon van de maand januari die voorafgaat aan de maand van (eerste) betaling van de verzekerde prestaties; - vanaf 1 mei 2009, het bruto jaarloon van de maand die de datum van de (eerste) betaling van de verzekerde prestaties met twee maand voorafgaat.

T = (X. to + Pr + Pr'). k formule waarin a) X is de jaarlijkse vermenigvuldigingscoëfficiënt van de maandelijkse bezoldiging is. Deze coëfficiënt houdt rekening met : - de 12 maanden bezoldiging in actieve dienst; - de eindejaarspremie : 13de en 14de maand; - het wettelijk en het bovenwettelijk dubbel vakantiegeld. b) to is gelijk aan de som van : - tot 30 april 2009, met toevoeging van : - het maandloon van de maand januari die voorafgaat aan de maand van de (eerste) betaling van de verzekerde prestaties; - en van het indexforfait, - vanaf 1 mei 2009, met toevoeging van : - het maandloon van de maand die de datum van de (eerste) betaling van de verzekerde prestaties met twee maand voorafgaat; - en van het indexforfait genomen aan de waarde die overeenstemt met de index 100 (basis 2004) van de gezondheidindex. to houdt geen rekening met andere salaristoeslagen, premies en voordelen. c) Pr is gelijk aan de som van de statutaire zogenaamde winter- en vakantiepremies, genomen aan hun waarde die overeenstemt met de index 100 (basis 2004) van de gezondheidsindex.d) Pr' is de waarde, aan de index 100 (basis 2004) van de gezondheidsindex, van het dubbel wettelijk vakantiegeld berekend op het maandelijks gemiddelde van Pr.e) k is de indexeringsvermenigvuldigingscoëfficiënt van de bezoldigingen van de werknemers in de gas- en elektriciteitssector : - van de maand januari die voorafgaat aan de maand van de (eerste) betaling van de verzekerde prestaties tot 30 april 2009; - van de maand die de datum van de (eerste) betaling van de verzekerde prestaties met twee maand voorafgaat vanaf 1 mei 2009.

De refertebezoldiging (T) wordt uitgedrukt op basis van een voltijdse activiteit.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 december 2009.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^