Koninklijk Besluit van 22 december 2010
gepubliceerd op 28 januari 2011
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit houdende wijziging van artikel 3 van het koninklijk besluit van 9 mei 2008 houdende erkenning van de leden, titularis van een mandaat in het Executief van de Moslims van België, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 juli 2010

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2011009027
pub.
28/01/2011
prom.
22/12/2010
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

22 DECEMBER 2010. - Koninklijk besluit houdende wijziging van artikel 3 van het koninklijk besluit van 9 mei 2008 houdende erkenning van de leden, titularis van een mandaat in het Executief van de Moslims van België, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 juli 2010


VERSLAG AAN DE KONING Sire, De leden, titularis van een mandaat in het Executief van de Moslims van België, beschikken, overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit van 9 mei 2008 houdende erkenning van de leden, titularis van een mandaat in het Executief van de Moslims van België, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 juli 2010, over een mandaat dat op 31 december 2010 verstrijkt.

Ik verwijs naar het Verslag aan de Koning wat het vernieuwingsproces betreft.

Op dit ogenblik is er geen alternatief voorhanden en het is duidelijk dat het vernieuwingsproces dient te worden verdergezet, maar in een versnelde vorm.

De huidige structuren zijn niet voldoende representatief en er dient dan ook een snelle oplossing te worden voorgesteld.

Aangezien er echter op dit ogenblik moskeeën erkend zijn, imams ten laste van de begroting van de FOD Justitie worden uitbetaald, islamitische consulenten in de strafinrichtingen werkzaam zijn en islamleerkrachten in het onderwijs aangesteld zijn, hebben de administratieve overheden en de lokale erkende gemeenschappen in alle geval de noodzaak om over een contactpunt met de organen van de Islamitische eredienst te beschikken. Het is inderdaad onmogelijk dat de administratieve overheden rechtstreeks met de verschillende correspondenten contacten zouden onderhouden en zij dienen ook inmenging in de interne aangelegenheden van de Islamitische eredienst te vermijden.

Teneinde een juridisch vacuüm te vermijden, verdient het aanbeveling dat het huidige Executief zijn opdracht kan verderzetten en de continuïteit van het vernieuwingsproces verzekeren, en alle voorbereiding te treffen zonder echter tot enige uitvoering over te gaan.

Met het oog daar op stel ik dan ook voor dat het huidige Executief in zijn mandaat zou worden verlengd tot 31 maart 2011.

Deze termijn wordt enerzijds ingegeven door een bezorgdheid om zo snel als mogelijk representatieve organen te hebben, welke over voldoende slagkracht beschikken om het beheer van de dossiers en de verdere uitbouw van de Islamitische eredienst binnen het Belgisch kader te verzekeren en anderzijds dat de volgende Regering het dossier moet kunnen evalueren.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, De zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Justitie, S. DE CLERCK

22 DECEMBER 2010. - Koninklijk besluit houdende wijziging van artikel 3 van het koninklijk besluit van 9 mei 2008 houdende erkenning van de leden, titularis van een mandaat in het Executief van de Moslims van België, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 juli 2010 ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 4 maart 1870 op de temporaliën van de erediensten, inzonderheid op artikel 19bis, ingevoegd bij de wet van 19 juli 1974 en gewijzigd bij de wetten van 17 april 1985, 18 juli 1991 en 10 maart 1999;

Gelet op het koninklijk besluit van 3 mei 1999 houdende erkenning van het Executief van de Moslims van België;

Gelet op het koninklijk besluit van 27 maart 2008 houdende schorsing van de artikelen 4 tot en met 9 van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 houdende erkenning van het Executief van de Moslims van België;

Gelet op het koninklijk besluit van 9 mei 2008 houdende erkenning van de leden, titularis van een mandaat in het Executief van de Moslims van België, inzonderheid op artikel 3, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 juli 2010;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 26 november 2010;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat het mandaat van het Executief van de Moslims van België verloopt op 31 december 2010;

Overwegende dat in een aantal dossiers zoals de islamconsulenten in de strafinrichtingen, de erkende moskeeën, de aangestelde imams en de leerkrachten islam in het onderwijs, men dient te blijven beschikken over een aanspreekpunt dat de continuïteit van de dossiers waarborgt en dat eveneens kan optreden als representatief orgaan naar de verschillende burgerlijke administratieve overheden toe;

Overwegende dat er op dit ogenblik geen alternatief voorhanden is;

Overwegende dat de niet-verlenging van de leden, titularis van een mandaat in het huidige Executief van de Moslims van België, een juridisch vacuüm zou doen ontstaan en het vernieuwingsproces dat gaande is, maar evenwel duidelijk dient te worden versneld, in vraag zou stellen;

Overwegende dat een beslissing over deze structuren niet toekomt aan de ontslagnemende Regering;

Op de voordracht van de Minister van Justitie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 3 van het koninklijk besluit van 9 mei 2008 houdende erkenning van de leden, titularis van een mandaat in het Executief van de Moslims van België, wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 3.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 31 maart 2008 en houdt op uitwerking te hebben op 31 maart 2011. »

Art. 2.De Minister bevoegd voor Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2010.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^