Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 22 december 2020
gepubliceerd op 29 december 2020

Koninklijk besluit tot oprichting van de Nationale Veiligheidsraad, het Strategisch Comité Inlichtingen en Veiligheid en het Coördinatiecomité Inlichtingen en Veiligheid

bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
numac
2020044555
pub.
29/12/2020
prom.
22/12/2020
ELI
eli/besluit/2020/12/22/2020044555/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

22 DECEMBER 2020. - Koninklijk besluit tot oprichting van de Nationale Veiligheidsraad, het Strategisch Comité Inlichtingen en Veiligheid en het Coördinatiecomité Inlichtingen en Veiligheid


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit dat ik de eer heb ter ondertekening aan Uwe Majesteit voor te leggen, regelt de werking van de Nationale Veiligheidsraad. Dit ontwerp vervangt het koninklijk besluit van 28 januari 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/01/2015 pub. 30/01/2015 numac 2015200479 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot oprichting van de Nationale Veiligheidsraad sluiten.

In ditzelfde ontwerp van koninklijk besluit wordt eveneens de werking van het Strategisch Comité Inlichtingen en Veiligheid geïntegreerd, alsook van het Coördinatiecomité Inlichtingen en Veiligheid, die beide voorheen in een afzonderlijk koninklijk besluit van 2 juni 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/06/2015 pub. 05/06/2015 numac 2015202642 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot oprichting van het Strategisch Comité en Coördinatiecomité voor inlichting en veiligheid sluiten voorzien waren.

Bij de redactie van dit ontwerp van koninklijk besluit werd rekening gehouden met de voorstellen inzake verbetering van de werking van de Nationale Veiligheidsraad die de Parlementaire Onderzoekscommissie Terroristische Aanslagen heeft geformuleerd, alsook met de bevindingen en ervaring die de inlichtingen- en veiligheidsdiensten sedert 2015 hebben opgedaan.

De oprichting van de Nationale Veiligheidsraad (NVR), het Strategisch Comité Inlichtingen en Veiligheid (SCIV) en het Coördinatiecomité Inlichtingen en Veiligheid (CCIV) in 2015 had als bedoeling om de coördinatie, samenwerking en informatiedoorstroming tussen de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de regering te bevorderen en het inlichtingen- en veiligheidsbeleid van België te bepalen. De voorbije jaren zijn de NVR, SCIV en CCIV dan ook belangrijke overlegplatformen gebleken waar operationele diensten en beleidsmakers elkaar op regelmatige basis ontmoeten, met elkaar in discussie treden en onderling vertrouwen opbouwen.

Het voorliggend ontwerp van koninklijk besluit beoogt een nog sterkere samenwerking en nog kortere communicatielijnen. De belangrijkste wijzigingen behelzen aldus een nauwere betrokkenheid van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten bij de bepaling van het inlichtingen- en veiligheidsbeleid, enkele preciseringen met betrekking tot de opdrachten van de NVR, het SCIV en het CCIV, de oprichting van een permanent secretariaat op de Kanselarij van de Eerste Minister en de opname van de Stafchef Defensie in het Coördinatiecomité, als permanent lid.

ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING Artikel 1 Dit artikel richt de Nationale Veiligheidsraad op in de schoot van de regering.

Artikel 2 Dit artikel bepaalt de samenstelling van de NVR. Het betreft een strategisch en coördinerend beleidsorgaan, dat aldus samengesteld is uit de ministers die Justitie, Landsverdediging, Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken binnen hun bevoegdheid hebben, en de vice-eersteministers die geen van deze bevoegdheden hebben.

De voorzitter van het Coördinatiecomité Inlichtingen en Veiligheid neemt deel aan de vergaderingen van de NVR met raadgevende stem.

De diensten die permanent lid zijn van het CCIV kunnen door de voorzitter van de NVR of door de voorzitter van het CCIV uitgenodigd worden om deel te nemen aan de vergaderingen van de NVR, zonder er evenwel lid van te zijn. Zij nemen deel in een adviserende hoedanigheid en nemen geen deel aan de politieke besluitvorming van de NVR. De voorzitter van de NVR kan beslissen om zonder de voorzitter en de permanente leden van het CCIV te vergaderen. Hij houdt daarbij rekening met de suggesties van de leden van de NVR. Eenzelfde principe is van toepassing op de niet-permanente leden van het CCIV die uitgenodigd kunnen worden voor het onderzoek van dossiers die hen in het bijzonder aanbelangen of op personen die vanuit hun functie een bijdrage zouden kunnen leveren aan de opdrachten van de NVR. Hun uitnodiging gebeurt op initiatief van de Eerste Minister, die daarbij rekening houdt met de suggesties van de leden van de NVR. Conform de aanbevelingen van de Parlementaire Onderzoekscommissie Terroristische Aanslagen, kunnen vertegenwoordigers van de Gemeenschappen en de Gewesten door de Eerste Minister uitgenodigd worden voor het onderzoek van dossiers die hen aanbelangen.

Artikel 3 Dit artikel bepaalt de opdrachten van de Nationale Veiligheidsraad.

Deze zijn in het bijzonder: 1° het algemeen inlichtingen- en veiligheidsbeleid en zijn prioriteiten, met inbegrip van een nationale veiligheidsstrategie, bepalen, opvolgen, coördineren en evalueren en er de prioriteiten van bepalen, met respect voor de grondwettelijke scheiding der machten.De nationale veiligheidsstrategie zal meer in het bijzonder bepalen hoe België veiligheid en stabiliteit kan bieden aan zijn inwoners en zijn belangen, rekening houdend met de binnen- en buitenlandse dreiging binnen een steeds sterker geglobaliseerde wereld. Deze nationale veiligheidsstrategie zal tot stand dienen te komen in 2021, in overleg tussen de verschillende diensten op federaal niveau en dat van de deelstaten, rekening houdend met de reeds bestaande plannen, strategieën en platformen, zoals bijvoorbeeld het Nationaal Veiligheidsplan; 2° de samenwerking en de uitwisseling van informatie tussen de inlichtingen- en veiligheidsdiensten bevorderen;3° het algemeen beleid uittekenen met betrekking tot de bescherming van de gevoelige informatie;4° de bepaling van de beleidscoördinatie van de strijd tegen het terrorisme, het extremisme dat tot terrorisme kan leiden, de verspreiding van massavernietigingswapens en de financiering van deze fenomenen.Andere veiligheidsfenomenen die een verregaande impact op de samenleving hebben of kunnen hebben, zoals de strijd tegen de georganiseerde misdaad, kunnen ter sprake worden gebracht. Dit dient evenwel steeds te gebeuren met inachtneming van de bevoegdheid van de betrokken minister en met respect voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht; 5° toezicht houden op de gecoördineerde uitvoering van de beslissingen van de Raad. Het CCIV kan daarbij voorstellen formuleren die, na bespreking in het SCIV, aan de NVR worden voorgelegd. Ook kan de NVR het CCIV verzoeken om voorstellen uit te werken.

Artikelen 4 en 5 Deze artikelen bepalen de praktische werking van de Nationale Veiligheidsraad en behoeven geen verdere bespreking.

Artikelen 6 en 7 Deze artikelen betreffen het Strategisch Comité Inlichtingen en Veiligheid. Het SCIV wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Eerste Minister en bestaat uit de vertegenwoordigers van de andere regeringsleden die lid zijn van de NVR. De voorzitter van het Coördinatiecomité Inlichtingen en Veiligheid neemt deel aan de vergaderingen van het SCIV met raadgevende stem.

Artikel 8 Dit artikel bepaalt de opdrachten van het SCIV, meer bepaald het bespreken van de voorstellen van het Coördinatiecomité, het voorbereiden van de vergaderingen van de NVR en het op gecoördineerde wijze uitvoeren van de beslissingen van de NVR. Artikelen 9 en 10 Deze artikelen bepalen de praktische werking van het Strategisch Comité en behoeven geen verdere bespreking.

Artikelen 11 en 12 Dit artikel creëert het Coördinatiecomité, waarbij artikel 12 zijn samenstelling vastlegt. Er wordt daarbij een onderscheid voorzien tussen de permanente leden van het CCIV en de niet-permanente leden.

Het CCIV wordt voorgezeten door het permanent lid dat hiertoe aangewezen werd door de NVR, op voordracht van het CCIV. De leden van het CCIV kunnen zich laten bijstaan door hun experten indien de aard van het te behandelen dossier dit zou vereisen. De voorzitter van het CCIV kan ook andere diensten uitnodigen deel te nemen.

Artikel 13 Dit artikel bepaalt de opdracht van het Coördinatiecomité. Hiertoe behoren het bevorderen van de samenwerking en uitwisseling van informatie tussen de diensten, het formuleren van voorstellen in het kader van de opdrachten van de NVR en het uitvoeren van de beslissingen van de NVR. Artikelen 14, 15 en 16 Deze artikelen bepalen de praktische werking van het Coördinatiecomité en behoeven geen verdere bespreking. Er weze enkel nog verduidelijkt dat de ondersteuning door de FOD Kanselarij enkel logistiek zal zijn, en dus niet administratief.

Artikel 17 Dit artikel heft de bestaande koninklijke besluiten met betrekking tot de Nationale Veiligheidsraad, het Strategisch Comité en het Coördinatiecomité op.

Dit is, Sire, de draagwijdte van het besluit dat U wordt voorgelegd.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Eerste Minister, A. DE CROO

22 DECEMBER 2020. - Koninklijk besluit tot oprichting van de Nationale Veiligheidsraad, het Strategisch Comité Inlichtingen en Veiligheid en het Coördinatiecomité Inlichtingen en Veiligheid FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de Grondwet, artikel 37;

Gelet op het koninklijk besluit van 28 januari 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/01/2015 pub. 30/01/2015 numac 2015200479 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot oprichting van de Nationale Veiligheidsraad sluiten tot oprichting van de Nationale Veiligheidsraad;

Gelet op het koninklijk besluit van 2 juni 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/06/2015 pub. 05/06/2015 numac 2015202642 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot oprichting van het Strategisch Comité en Coördinatiecomité voor inlichting en veiligheid sluiten tot oprichting van het Strategisch Comité en Coördinatiecomité voor Inlichting en Veiligheid;

Gelet op artikel 8, § 1, 3°, van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging, waarbij vrijstelling wordt verleend omwille van het formeel karakter van dit besluit;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën van 10 december 2020;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting gegeven op 16 december 2020;

Op de voordracht van de Eerste Minister en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In de schoot van de Regering wordt een Nationale Veiligheidsraad, hierna Raad genoemd, opgericht.

Art. 2.De leden van de Raad zijn de Eerste Minister, die de Raad voorzit, de ministers die Justitie, Landsverdediging, Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken binnen hun bevoegdheid hebben, en de Vice-eersteministers die geen van deze bevoegdheden hebben.

De Regeringsleden die geen lid zijn van de Raad, kunnen door de Eerste Minister worden uitgenodigd eraan deel te nemen voor het onderzoek van dossiers die hen in het bijzonder aanbelangen.

De voorzitter van het Coördinatiecomité Inlichtingen en Veiligheid (hierna genoemd Coördinatiecomité) neemt deel aan de vergaderingen van de Nationale Veiligheidsraad, met raadgevende stem, tenzij de voorzitter van de Nationale Veiligheidsraad daar anders over beslist.

Op verzoek van de voorzitter van de Nationale Veiligheidsraad of op eigen initiatief, kan de voorzitter van het Coördinatiecomité worden bijgestaan door leden van het Coördinatiecomité telkens hun expertise noodzakelijk is voor de bespreking van bepaalde agendapunten.

De niet-permanente leden van het Coördinatiecomité kunnen door de Eerste Minister worden uitgenodigd om deel te nemen aan de Raad voor het onderzoek van dossiers die hen in het bijzonder aanbelangen.

Personen die vanuit hun functie een bijdrage kunnen leveren aan de opdrachten van de Raad, kunnen door de Eerste Minister worden uitgenodigd om deel te nemen aan vergaderingen van de Raad, met raadgevende stem.

Art. 3.Als coördinerend beleidsorgaan is de Raad belast met: - de bepaling, de opvolging, de coördinatie en de evaluatie van het algemeen inlichtingen- en veiligheidsbeleid; - de bepaling, de opvolging, de coördinatie en de evaluatie van de nationale veiligheidsstrategie; - de bepaling van de prioriteiten van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten; - de coördinatie van de prioriteiten inzake nationale veiligheid van de veiligheidsdiensten die in het Coördinatiecomité vertegenwoordigd zijn; - de bepaling van het algemeen beleid betreffende de bescherming van gevoelige informatie; - de beleidscoördinatie van de strijd tegen het terrorisme, het extremisme dat tot terrorisme kan leiden, de verspreiding van massavernietigingswapens, en de financiering van deze fenomenen; - het toezicht op de gecoördineerde uitvoering van zijn beslissingen.

Ter ondersteuning van deze opdracht formuleert het Coördinatiecomité voorstellen die aan de Raad worden voorgelegd na bespreking in het Strategisch Comité voor Inlichtingen en Veiligheid, hierna Strategisch Comité genoemd.

De Raad kan het Coördinatiecomité verzoeken om voorstellen te formuleren in het kader van de opdracht van de Raad. Deze voorstellen worden aan de Raad voorgelegd na bespreking in het Strategisch Comité.

Art. 4.De Raad vergadert na bijeenroeping door de Eerste Minister, die de agenda vaststelt.

Art. 5.Het vaste secretariaat van de Raad wordt waargenomen door een vertegenwoordiger van de Eerste Minister en ondersteund door de Federale Overheidsdienst Kanselarij van de Eerste Minister. Het secretariaat is belast met alle formele aspecten van de werking van de Raad en stelt de notificaties van de vergaderingen van de Raad op. Aan deze notificaties wordt, indien nodig, een beschermingsniveau toegekend zoals bepaald in artikel 4 van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen sluiten betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen.

Het secretariaat bezorgt de leden van de Raad en de permanente leden van het Coördinatiecomité de agenda en de notificaties van de vergaderingen van de Raad.

Art. 6.Er wordt, bij de Eerste Minister, een Strategisch Comité opgericht.

Art. 7.Het Strategisch Comité wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Eerste Minister en bestaat uit de vertegenwoordigers van de andere Regeringsleden die lid zijn van de Raad.

De voorzitter van het Coördinatiecomité neemt deel aan de vergaderingen van het Strategisch Comité, met raadgevende stem, tenzij de voorzitter van het Strategisch Comité daar anders over beslist.

Op verzoek van de voorzitter van het Strategisch Comité of op eigen initiatief, kan de voorzitter van het Coördinatiecomité worden bijgestaan door leden van het Coördinatiecomité en door hun experten, telkens hun expertise noodzakelijk is voor de bespreking van bepaalde agendapunten.

Art. 8.Het Strategisch Comité is belast met de bespreking van de voorstellen van het Coördinatiecomité, met de voorbereiding van de vergaderingen van de Raad en ziet toe op de gecoördineerde uitvoering van de beslissing van de Raad.

Art. 9.Het Strategisch Comité vergadert na bijeenroeping door zijn voorzitter, die de agenda vaststelt.

Art. 10.Het secretariaat van het Strategisch Comité wordt waargenomen door een vertegenwoordiger van de Eerste Minister en ondersteund door de Federale Overheidsdienst Kanselarij van de Eerste Minister. Het secretariaat stelt de notificaties van de vergaderingen van het Comité op. Aan deze notificaties wordt, indien nodig, een beschermingsniveau toegekend zoals bepaald in artikel 4 van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen sluiten betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen.

Het secretariaat bezorgt de leden van het Strategisch Comité en de permanente leden van het Coördinatiecomité de agenda en de notificaties van de vergaderingen van het Strategisch Comité.

Art. 11.Er wordt een Coördinatiecomité opgericht.

Art. 12.§ 1. De permanente leden van het Coördinatiecomité zijn: 1° de administrateur-generaal van de Veiligheid van de Staat;2° de chef van de Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht;3° de directeur van het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse;4° de commissaris-generaal van de Federale Politie;5° de directeur-generaal van het Nationaal Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken;6° de voorzitter van het directiecomité van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;7° een lid van het College van procureurs-generaal dat door het College wordt aangewezen;8° de federaal procureur;9° de Chef Defensie. Het Coördinatiecomité wordt voorgezeten door het permanent lid dat wordt aangewezen voor de duur van twee jaar door de Raad, op voordracht van het Coördinatiecomité. § 2. De niet-permanente leden van het Coördinatiecomité zijn: 1° de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van Douane en Accijnzen van de Federale Overheidsdienst Financiën;2° de directeur van het Centrum voor Cybersecurity België;3° de voorzitter van de Cel voor Financiële Informatieverwerking;4° de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Luchtvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;5° de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;6° de voorzitter van de Nationale Veiligheidsoverheid;7° de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van de Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiën. De niet-permanente leden kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan vergaderingen van het Coördinatiecomité voor het onderzoek van dossiers die hen in het bijzonder aanbelangen. § 3. Elk lid kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door één van de leidinggevende personen van zijn dienst, alsook zich laten bijstaan door een expert wiens expertise noodzakelijk is voor de bespreking van een bepaald agendapunt. § 4. De voorzitter van het Coördinatiecomité kan andere diensten of overheden uitnodigen om deel te nemen aan de vergaderingen van het Coördinatiecomité voor het onderzoek van dossiers die hen in het bijzonder aanbelangen.

Art. 13.Het Coördinatiecomité is belast met: 1° de bevordering van de goede en efficiënte coördinatie en samenwerking en van de uitwisseling van informatie tussen de veiligheidsdiensten die in het Coördinatiecomité vertegenwoordigd zijn;2° de formulering van voorstellen aan de Raad die kaderen in diens opdracht bepaald in artikel 3;3° de coördinatie van de uitvoering van de beslissingen van de Raad.

Art. 14.Het Coördinatiecomité vergadert na bijeenroeping door zijn voorzitter, die de agenda vaststelt.

Art. 15.Het secretariaat van het Coördinatiecomité wordt verzekerd door het voorzitterschap en op logistiek vlak bijgestaan door de Federale Overheidsdienst Kanselarij van de Eerste Minister. Het secretariaat stelt de verslagen van de vergaderingen van het Coördinatiecomité op. Aan deze verslagen wordt, indien nodig, een beschermingsniveau toegekend zoals bepaald in artikel 4 van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen sluiten betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen.

Het secretariaat bezorgt de permanente leden van het Coördinatiecomité en de voorzitter van het Strategisch Comité de agenda's en de verslagen van de vergaderingen van het Coördinatiecomité.

Art. 16.Het Coördinatiecomité regelt zijn eigen werking in een huishoudelijk reglement.

Art. 17.Het koninklijk besluit van 28 januari 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/01/2015 pub. 30/01/2015 numac 2015200479 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot oprichting van de Nationale Veiligheidsraad sluiten tot oprichting van de Nationale Veiligheidsraad en het koninklijk besluit van 2 juni 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/06/2015 pub. 05/06/2015 numac 2015202642 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot oprichting van het Strategisch Comité en Coördinatiecomité voor inlichting en veiligheid sluiten tot oprichting van het Strategisch Comité en het Coördinatiecomité voor inlichting en veiligheid worden opgeheven.

Art. 18.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 19.De Eerste Minister is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2020.

FILIP Van Koningswege : De Eerste Minister, A. DE CROO

^