Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 22 januari 2002
gepubliceerd op 11 april 2002

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de banken, inzake de inspanning voor de risicogroepen

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
2002012093
pub.
11/04/2002
prom.
22/01/2002
ELI
eli/besluit/2002/01/22/2002012093/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

22 JANUARI 2002. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de banken, inzake de inspanning voor de risicogroepen (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de banken;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de banken, inzake de inspanning voor de risicogroepen.

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 januari 2002.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de banken Collectieve arbeidsovereenkomst van 9 december 1999 Inspanning voor de risicogroepen (Overeenkomst geregistreerd op 2 februari 2000 onder het nummer 53838/CO/310) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en draagwijdte van de overeenkomst

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en werknemers van de ondernemingen die tot de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de banken behoren.

Deze overeenkomst wordt afgesloten in uitvoering van de bepalingen voorzien in het derde hoofdstuk, afdeling VI van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen (Belgisch Staatsblad van 1 april 1999).

Zij bepaalt de inspanning van de banksector ten voordele van de risicogroepen voor 2000 en stelt de voorwaarden vast waarbinnen de ondernemingen of de sector initiatieven voor risicogroepen kunnen nemen. HOOFDSTUK II. - Definitie van het begrip "risicogroepen"

Art. 2.In het raam van deze collectieve arbeidsovereenkomst worden volgende categorieën van werknemers op sectoraal niveau als risicogroep voor de banksector erkend, onafhankelijk van het niveau van het genoten onderwijs : 1° de personeelsleden die, wegens herstructurering/reorganisatie of wegens automatisering/informatisering binnen een bedrijf, hun functie verliezen of dreigen te verliezen en die, op basis van bijscholing/recyclage, een andere functie binnen hetzelfde bedrijf zullen kunnen vinden;2° de personeelsleden die hetzij op basis van leeftijd, hetzij op basis van scholingsniveau, hetzij op basis van beide, significante moeilijkheden hebben met de omschakeling naar nieuwe functies of nieuwe technologieën.Hierbij zal voorrang verleend worden aan de personeelsleden die geen hoger diploma hebben dan hoger secundair onderwijs; 3° de personeelsleden die behoren tot de hierboven gedefinieerde categorieën en die moeten omgeschakeld worden van administratieve en/of operationele naar commerciële taken, om aldus hun mogelijkheden inzake tewerkstelling te blijven ondersteunen.

Art. 3.Andere dan de hierboven in artikel 2 bedoelde werknemers of groepen van werknemers kunnen, in paritair overleg, als dusdanig worden geïdentificeerd op het niveau van de onderneming (voor ondernemingsinitiatieven) of van de sector (voor sectorale initiatieven). HOOFDSTUK III. - In aanmerking komende ondernemingsinitiatieven

Art. 4.§ 1. Ondernemingen die ten laatste op 31 oktober 2000 een collectieve arbeidsovereenkomst sluiten met een omschrijving van de risicogroepen die valt binnen de definitie zoals hierboven vermeld onder artikel 2, dienen geen storting aan het sectoraal fonds te verrichten, mits toezending, per aangetekend schrijven, van het akkoord aan de voorzitter van het paritair comité, de sectorale syndicale organisaties en de "Belgische Vereniging der Banken". § 2. Ondernemingen die ten laatste op 31 oktober 2000 een collectieve arbeidsovereenkomst sluiten met een omschrijving van risicogroepen die valt onder het hierboven vermelde artikel 3, verkrijgen vrijstelling van storting aan het paritair fonds na goedkeuring van het akkoord door het Paritair Subcomité voor de tewerkstelling in de sector banken. § 3. Ondernemingen die op 31 oktober 2000 ten laatste geen collectieve arbeidsovereenkomst hebben afgesloten, storten de bijdrage aan het paritair fonds.

Deze ondernemingen kunnen eventueel projecten ter goedkeuring voorleggen aan het Paritair Subcomité voor de tewerkstelling in de banksector.

Het paritair subcomité houdt bij zijn beoordeling rekening met de criteria zoals vastgesteld in artikel 2.

Art. 5.De ondernemingsinitiatieven zoals bedoeld in artikel 4 worden in akkoord met de wettelijke of conventionele overlegorganen in de onderneming vastgelegd.

Bij gebrek aan dergelijke organen worden de initiatieven rechtstreeks ter goedkeuring voorgelegd aan het paritair subcomité. HOOFDSTUK IV. - Toezicht

Art. 6.De sociale partners in de onderneming waken over de correcte uitvoering van de ondernemingsinitiatieven en kunnen zich in geval van betwisting wenden tot het paritair subcomité, dat zich hierover uitspreekt.

De sociale partners in de onderneming maken ieder jaar aan het Paritair Subcomité voor de tewerkstelling in de sector banken een evaluatieverslag en een financieel overzicht van de uitvoering van het ondernemingsinitiatief over, tegen uiterlijk 1 juni van het jaar volgend op het jaar waarop het ondernemingsinitiatief betrekking heeft. HOOFDSTUK V. - Financieel beheer

Art. 7.De inning van de bijdrage van 0,10 pct. in 2000 van de bedrijven die gehouden zijn tot storting gebeurt via het "Paritair Fonds voor de professionele en syndicale vorming in de banksector".

Het paritair fonds zorgt eveneens voor de financiering van de in artikel 4, § 3, bedoelde projecten.

Art. 8.De beslissingen van het paritair subcomité, zoals bedoeld in artikel 4, § 3, alinea 2, kunnen er niet toe leiden dat aan een onderneming meer zou worden uitbetaald, dan zijzelf in het fonds heeft gestort, noch dat de beschikbare middelen van het fonds worden overschreden.

Art. 9.De beschikbare middelen van het fonds worden gevormd door de stortingen van de 0,10 pct. in 2000 die de ondernemingen desgevallend dienen te storten. HOOFDSTUK VI. - Sectorale initiatieven

Art. 10.Een gedeelte van de in artikel 9 bedoelde beschikbare middelen van het fonds kan worden bestemd voor het ontwikkelen van sectorale initiatieven die een positieve bijdrage betekenen voor de tewerkstelling in de sector, en die goedgekeurd zijn door het paritair subcomité. HOOFDSTUK VII. - Geldigheidsduur

Art. 11.Deze overeenkomst treedt in werking op 1 januari 2000. Zij is afgesloten voor onbepaalde duur en voor zolang de bepalingen waarop deze overeenkomst berust ongewijzigd van toepassing zijn, of tot het ogenblik dat de beschikbare fondsen uitgeput zijn. Zij is opzegbaar met een vooropzeg van drie maanden, per aangetekend schrijven aan de voorzitter van het paritair comité.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 januari 2002.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX

^