Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 22 maart 2006
gepubliceerd op 27 april 2006

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 mei 2003, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, tot wijziging en verlenging van verschillende bestaanszekerheidsregelingen

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2006200719
pub.
27/04/2006
prom.
22/03/2006
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

22 MAART 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 mei 2003, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, tot wijziging en verlenging van verschillende bestaanszekerheidsregelingen (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 8 mei 2003, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, tot wijziging en verlenging van verschillende bestaanszekerheidsregelingen.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 maart 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het bouwbedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 8 mei 2003 Wijziging en verlenging van verschillende bestaanszekerheidsregelingen (Overeenkomst geregistreerd op 9 september 2003 onder het nummer 67404/CO/124) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren en op de arbeiders die zij tewerkstellen.

Onder "arbeiders" verstaat men : de arbeiders en arbeidsters.

Art. 2.Deze overeenkomst heeft tot doel de volgende bestaanszekerheidsregelingen te wijzigen en/of te verlengen : - De begeleidende maatregelen; - De vergoeding aan bepaalde arbeiders die hun arbeidsprestaties verder zetten na de leeftijd van 58 jaar; - Het vakantiegeld aan sommige invalide arbeiders; - Het vakantiegeld aan sommige weduwen van arbeiders; - De aanvullende werkloosheidsuitkeringen; - De bijzondere aanvullende vorstvergoeding; - De tegemoetkomingen in geval van arbeidsongevallen met ernstige of dodelijke afloop, beroepsziekte, gewone ziekte of ongeval van gemeen recht; - De legitimatiekaarten. HOOFDSTUK II. - Begeleidende maatregelen

Art. 3.De geldigheidsduur van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001 tot vaststelling van begeleidende maatregelen ten voordele van de arbeiders en arbeidsters van het bouwbedrijf, wordt verlengd voor een periode van 2 jaar. Daartoe wordt in artikel 13 van deze collectieve arbeidsovereenkomst de datum van 31 december 2002 vervangen door de datum van 31 december 2004.

Art. 4.In artikel 7, 2de lid van de in artikel 3 bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001 worden de woorden "collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001" vervangen door de woorden "collectieve arbeidsovereenkomst van 17 april 2003".

Art. 5.In de in artikel 3 bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001 worden na artikel 11 de artikelen 11bis en 11ter ingevoegd die als volgt luiden : "

Art. 11bis.In afwijking op de toekenningsvoorwaarden bepaald in artikel 1, betaalt het fonds voor bestaanszekerheid de begeleidende maatregelen verder uit in geval van werkhervatting door de begunstigde.

Art. 11ter.De begeleidende maatregelen kunnen niet gecumuleerd worden met andere voordelen van bestaanszekerheid, met uitzondering van de promotievergoeding.". HOOFDSTUK III. - Vergoeding aan bepaalde arbeiders die hun arbeidsprestaties verder zetten na de leeftijd van 58 jaar

Art. 6.De geldigheidsduur van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001 betreffende de toekenning door het "Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf" van een vergoeding aan bepaalde bouwvakarbeiders die hun arbeidsprestaties verder zetten na de leeftijd van 58 jaar, wordt verlengd voor een periode van 2 jaar. Daartoe wordt in artikel 10 van deze collectieve arbeidsovereenkomst de datum van 31 december 2002 vervangen door de datum van 31 december 2004.

Art. 7.Artikel 5 van de in artikel 6 bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001 wordt vervangen door de volgende bepaling : "Het bedrag van de vergoeding is bepaald op 4.000 EUR voor de arbeiders die minstens tot de leeftijd van 60 jaar blijven werken.". HOOFDSTUK IV. - Vakantiegeld aan sommige invalide arbeiders

Art. 8.De geldigheidsduur van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan sommige invalide arbeiders van de bouwnijverheid, wordt verlengd voor een periode van 2 jaar. Daartoe wordt in artikel 11 van deze collectieve arbeidsovereenkomst de datum van 31 december 2002 vervangen door de datum van 31 december 2004.

Art. 9.Artikel 5, § 1, van de in artikel 8 bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001 wordt vervangen door de volgende bepaling : "Het vakantiegeld aan invaliden kan niet worden gecumuleerd met het wettelijke vakantiegeld of met de voordelen van bestaanszekerheid die door het fonds voor bestaanszekerheid worden toegekend, met uitzondering van de promotievergoeding.".

Art. 10.In artikel 5, § 2, van de in artikel 8 bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001 worden de woorden "aan gepensioneerde werklieden" geschrapt. HOOFDSTUK V. - Vakantiegeld aan sommige weduwen van arbeiders

Art. 11.De geldigheidsduur van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan sommige weduwen van arbeiders van de bouwnijverheid, wordt verlengd voor een periode van 2 jaar. Daartoe wordt in artikel 12 van deze collectieve arbeidsovereenkomst de datum van 31 december 2002 vervangen door de datum van 31 december 2004. HOOFDSTUK VI. - Bijzondere aanvullende vorstvergoeding

Art. 12.De geldigheidsduur van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001 betreffende de toekenning door het "Fonds voor bestaanszekerheid va de werklieden uit het bouwbedrijf" van een bijzondere aanvullende vorstvergoeding, wordt verlengd voor een periode van 2 jaar. Daartoe wordt in artikel 7 van deze collectieve arbeidsovereenkomst de datum van 30 september 2003 vervangen door de datum van 30 september 2005.

Art. 13.Artikel 2 van de in artikel 12 bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001 worden vervangen door de volgende bepaling : "De bijzondere aanvullende vorstvergoeding wordt toegekend aan de werklieden voor de dagen waarop zij door hun werkgever tijdelijk werkloos werden gesteld wegens weerverlet en waarvoor zij vorstvergoedingen hebben ontvangen, meer bepaald in de periode van : - 1 oktober 2000 tot en met 30 april 2001; - 1 oktober 2001 tot en met 30 april 2002; - 1 oktober 2002 tot en met 30 april 2003; - 1 oktober 2003 tot en met 30 april 2004.".

Art. 14.Artikel 4 van de in artikel 12 bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001 wordt vervangen door de volgende bepaling : "De bijzondere aanvullende vorstvergoeding wordt aan de gerechtigden uitbetaald door het fonds voor bestaanszekerheid, op basis van de inlichtingen verstrekt door de bij artikel 7 van de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid beoogde uitbetalingsinstellingen, respectievelijk in de loop van de maanden juni 2002, juni 2003, juni 2004 en juni 2006.". HOOFDSTUK VII. - Aanvullende werkloosheidsuitkeringen aan de arbeiders uit de bouwnijverheid

Art. 15.De geldigheidsduur van de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2001 betreffende de toekenning van aanvullende werkloosheidsuitkeringen aan de arbeiders uit de bouwnijverheid, wordt verlengd voor een periode van 2 jaar. Daartoe wordt in artikel 18 van deze collectieve arbeidsovereenkomst de datum van 30 september 2003 vervangen door de datum van 30 september 2005.

Art. 16.In artikel 7, 1ste lid van de in artikel 15 bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2001 worden de woorden "drie jaar" vervangen door de woorden "twintig jaar".

Art. 17.Artikel 8, 1ste lid van de in artikel 15 bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2001 wordt vervangen door de volgende bepaling : "Het aantal kredietdagen vermeld op de kredietkaart-ontslag, uitgedrukt rekening houdend met een regeling van zes vergoedbare dagen per week, wordt vastgesteld op 20 dagen. » .

Art. 18.Artikel 12 van de in artikel 15 bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2001 wordt aangevuld met het volgende lid : "Indien de aanvullende vergoeding-bouw werd uitbetaald aan arbeiders die tijdelijk werkloos werden gesteld bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken, wordt het bedrag dat de werkgever moet terugbetalen verhoogd met : - 10 EUR vanaf de 36ste tot en met de 44ste kredietdag; - 20 EUR vanaf de 45ste tot en met de 60ste kredietdag. » . HOOFDSTUK VIII. - Tegemoetkomingen in geval van arbeidsongevallen met ernstige of dodelijke afloop, beroepsziekte, gewone ziekte of ongeval van gemeen recht

Art. 19.In de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001 betreffende de tegemoetkomingen van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf" in geval van arbeidsongevallen met ernstige of dodelijke afloop, beroepsziekte, gewone ziekte of ongeval van gemeen recht, worden de volgende wijzigingen aangebracht : - In artikel 4, 1° wordt het bedrag van 4.957,87 EUR gebracht op 5.250,00 EUR; - In artikel 4, 2° en 3° wordt het bedrag van 743,68 EUR gebracht op 800,00 EUR; - In artikel 7, 1° wordt het bedrag van 619,73 EUR gebracht op 640,00 EUR; - In artikel 7, 2° wordt het bedrag van 495,79 EUR gebracht op 510,00 EUR; - In artikel 11 worden de bedragen van 2,43 EUR en 3,32 EUR respectievelijk gebracht op 2,50 EUR en 3,42 EUR. HOOFDSTUK IX. - Legitimatiekaarten voor de arbeiders van de bouwnijverheid

Art. 20.In artikel 12 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2001 tot vaststelling van de modaliteiten met betrekking tot het opmaken en uitreiken van legitimatiekaarten voor de arbeiders van de bouwnijverheid, worden de woorden "22 jaar", "21 jaar" en "23 jaar" respectievelijk vervangen door de woorden "23 jaar", "22 jaar" en "24 jaar". HOOFDSTUK X. - Geldigheidsduur

Art. 21.Behoudens de bepalingen van de hoofdstukken VI, VII, VIII en IX, treedt deze collectieve arbeidsovereenkomst in werking op 1 januari 2003 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2004.

De bepalingen van de hoofdstukken VI en VII treden in werking op 1 oktober 2003 en houden op van kracht te zijn op 30 september 2005.

De bepalingen van hoofdstuk VIII treden in werking op 1 januari 2003 en hebben dezelfde geldigheidsduur en dezelfde opzeggingsmodaliteiten als de collectieve arbeidsovereenkomst die zij wijzigen.

De bepalingen van hoofdstuk IX treden in werking op 1 oktober 2003 en hebben dezelfde geldigheidsduur en dezelfde opzeggingsmodaliteiten als de collectieve arbeidsovereenkomst die zij wijzigen.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 maart 2006.

De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN

^