Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 22 maart 2006
gepubliceerd op 18 mei 2006

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 januari 2004, gesloten in het Paritair Comité voor de banken, betreffende het conventioneel brugpensioen

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2006200828
pub.
18/05/2006
prom.
22/03/2006
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

22 MAART 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 januari 2004, gesloten in het Paritair Comité voor de banken, betreffende het conventioneel brugpensioen (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de banken;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 26 januari 2004, gesloten in het Paritair Comité voor de banken, betreffende het conventioneel brugpensioen.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 maart 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de banken Collectieve arbeidsovereenkomst van 26 januari 2004 Conventioneel brugpensioen (Overeenkomst geregistreerd op 15 maart 2004 onder het nummer 70341/CO/310) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en draagwijdte van de overeenkomst

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de werknemers van de ondernemingen die tot de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de banken behoren.

Zij heeft tot doel de toegang tot het conventioneel brugpensioen mogelijk te maken voor de personeelsleden van de ondernemingen die beantwoorden aan de reglementering betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen, in geval van conventioneel brugpensioen, alsook aan de bijzondere bepalingen genoemd in artikel 2 van deze overeenkomst. HOOFDSTUK II. - Principe en leeftijdsvoorwaarde

Art. 2.Het conventioneel brugpensioen wordt in alle gevallen van ontslag, behalve het ontslag om ernstige reden, toegestaan aan de werknemers die de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt. HOOFDSTUK III. - Toepassingsmodaliteiten

Art. 3.De algemene toepassingsmodaliteiten van deze conventionele brugpensioenregeling zijn die welke bepaald zijn door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten voor onbepaalde duur op 19 december 1974 in de Nationale Arbeidsraad.

Art. 4.De werkgever zal verplicht zijn om de aanvullende vergoeding te betalen slechts voorzover de werknemer de opzeggingstermijn (of de verbrekingsvergoeding) heeft aanvaard die door de werkgever werd betekend en waarvan de duur werd berekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 82, § 2, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. HOOFDSTUK IV. - Bedrag van de aanvullende vergoeding

Art. 5.Het bedrag van de aanvullende vergoeding waarin wordt voorzien door artikel 5 van de bovengenoemde collectieve overeenkomst nr. 17 wordt op 95 pct. van het verschil tussen het nettoreferteloon en de werkloosheidsuitkering gebracht.

Art. 6.In het geval dat het conventioneel brugpensioen onmiddellijk volgt op een periode van tijdskrediet of vermindering van de loopbaan in de zin van collectieve arbeidsovereenkomst 77bis, wordt voor de berekening van het nettoreferteloon niet alleen rekening gehouden met het loon, dat in voorkomend geval, nog verschuldigd is door de werkgever tijdens de periode van tijdskrediet of vermindering van de loopbaan, maar eveneens met door officiële instanties betaalde onderbrekingsuitkeringen en/of premies alsook eventueel aanvullende vergoedingen betaald door de werkgever.

Er wordt geen afbreuk gedaan aan andersluidende bepalingen die zijn vastgesteld of nog zullen worden vastgesteld op niveau van de ondernemingen. HOOFDSTUK V. - Geldigheidsduur

Art. 7.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een bepaalde duur van drie jaar. Zij treedt in werking op 1 januari 2004 en houdt op uitwerking te hebben op 31 december 2006.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 maart 2006.

De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN

^