Koninklijk Besluit van 22 mei 2017
gepubliceerd op 01 juni 2017
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 164 en 165 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake het vereenvoudigd elektronisch beslag onder derden

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2017011831
pub.
01/06/2017
prom.
22/05/2017
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2017011831

FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN


22 MEI 2017. - Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 164 en 165 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake het vereenvoudigd elektronisch beslag onder derden


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat wij U aan Uwe Majesteit ter ondertekening voorleggen heeft als oogmerk de verdere harmonisering van de bepalingen betreffende het vereenvoudigd derdenbeslag zoals dit wordt toegepast inzake inkomstenbelastingen en btw.

In de programmawet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 01/07/2016 pub. 04/07/2016 numac 2016021055 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten werd artikel 85bis van het btw-Wetboek gewijzigd om op die manier het vereenvoudigd derdenbeslag op elektronische wijze inzake btw in te voeren en het zo ook in overeenstemming te brengen met de artikelen 164 en 165 van het koninklijk besluit van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna, KB/WIB 92), zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/11/2013 pub. 14/11/2013 numac 2013003336 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 164 en 165 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten, dat de invoering van het elektronisch derdenbeslag inzake directe belastingen regelde.

Bovendien, en in het kader van de voorafgaande vragen van de Raad van State wat de bepalingen van de voornoemde programmawet betreft, werd terecht de vraag gesteld betreffende het verschil tussen de bepalingen die de tegenaanzegging in het kader van het elektronisch derdenbeslag inzake btw regelen en deze die ditzelfde beslag inzake directe belastingen regelen.

Artikel 85bis, § 5, 2°, btw-Wetboek bepaalt inderdaad dat "de derde-beslagene er overeenkomstig artikel 1543 van het Gerechtelijk Wetboek toe gehouden is op overlegging van een afschrift van de aanzegging van het beslag, afgifte te doen van het bedrag van het in paragraaf 3, eerste lid, bedoeld beslag. Wanneer het beslag onder derden wordt gelegd volgens de in paragraaf 2, eerste lid, voorziene procedure, wordt de overlegging van een afschrift van de aanzegging van het beslag geacht te zijn vervuld door de mededeling aan de derde-beslagene van de datum van de afgifte van de aanzegging van het beslag bij de aanbieder van de universele postdienst. In dat geval gebeurt de mededeling eveneens door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden.

Er wordt derhalve vastgesteld dat de tegenaanzegging inzake de directe belastingen exclusief geregeld blijft door de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, zelfs als het derdenbeslag en de verklaring van derde-beslagene zouden gelegd zijn per elektronische weg, terwijl in het kader van artikel 85bis, btw-Wetboek de tegenaanzegging op vereenvoudigde wijze gerealiseerd kan worden, te weten de mededeling aan de derde-beslagene van de datum van neerlegging bij de aanbieder van de universele postdienst van de betekening aan de beslagene, op elektronische wijze.

Dit verschil vindt zijn oorzaak in het feit dat het elektronisch derdenbeslag inzake directe belastingen hoofdzakelijk werd vastgelegd om derdenbeslagen te richten aan de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie die, in toepassing van een protocol met de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering, geen tegenaanzegging eist om alles uit handen te geven. Deze elektronische procedure is nochtans geschikt om uit te breiden naar andere partners van de Federale Overheidsdienst Financiën, zoals de banken, die vaak een kopie van de aanzegging eisen overeenkomstig het Gerechtelijk Wetboek om het beslagene af te staan. Dientengevolge wordt voorgesteld om, in het kader van de uitwerking van het nieuwe artikel 85bis, btw-Wetboek, de tegenaanzegging te vereenvoudigen en ook een elektronische tegenaanzegging toe te staan.

Bijgevolg is het aangewezen om te starten met de vereenvoudigde tegenaanzegging voor de directe belastingen door de noodzakelijke wijzigingen aan te brengen aan artikel 164, KB/WIB 92, om op die manier veel gemakkelijker het elektronisch derdenbeslag naar andere partners uit te breiden, de harmonisering van de bepalingen van het KB/WIB 92 en het btw-Wetboek te verzekeren en om te komen tot een enig vereenvoudigd derdenbeslag voor de invordering van de inkomstenbelastingen, de voorheffingen, de ermee gelijkgestelde belastingen en de btw.

Het advies nr. 61.099/3 van de Raad van State, gegeven op 7 april 2017, werd deels gevolgd. Het artikel 300, § 1, 2°, WIB 92 werd eveneens vermeld als rechtsgrond, aangezien artikel 164, § 4, KB/WIB 92 dat handelt over de kosten van de aangetekende brieven (vervolgingskosten) werd gewijzigd door artikel 1, i) van het huidig ontwerp.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT

Advies 61.099/3 van 7 april 2017 over een ontwerp van koninklijk besluit "tot wijziging van de artikelen 164 en 165 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake het vereenvoudigd elektronisch beslag onder derden' Op 8 maart 2017 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister va Financiën verzocht binnen een termijn van dertig dagen, verlengd tot 14 april 2017, een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit "tot wijziging van de artikelen 164 en 165 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake het vereenvoudigd elektronisch beslag onder derden".

Het ontwerp is door de derde kamer onderzocht op 4 april 2017. De kamer was samengesteld uit Jo Baert, kamervoorzitter, Jan Smets en Wilfried Van Vaerenbergh, staatsraden, en Astrid Truyens, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Frédéric Vanneste, auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jo Baert, kamervoorzitter.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 7 april 2017. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. Strekking van het ontwerp 2. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt tot wijziging van de artikelen 164 en 165 van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 27/07/2015 numac 2015000371 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel I type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 19/11/2015 numac 2015000628 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 04/03/2016 numac 2016000121 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel III sluiten `tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992' (hierna: KB/WIB 92) met betrekking tot het vereenvoudigd elektronisch beslag onder derden.Het gaat om aanpassingen met het oog op het eenvormig maken van de regels in verband met het beslag onder derden inzake inkomstenbelastingen en inzake btw (artikel 85bis van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde).

Rechtsgrond 3. Als rechtsgrond voor het ontworpen besluit wordt in de aanhef verwezen naar de artikelen 300, § 1, en 314, § 3, eerste lid, 4°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (hierna: WIB 92). Artikel 314, § 3, eerste lid, 4°, van het WIB 92 bepaalt dat het fiscaal identificatienummer van de natuurlijke personen gebruikt mag worden in de externe betrekkingen met de openbare overheden of de instellingen gemachtigd krachtens artikel 8 van de wet van 8 augustus 1983 "tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen".

Het is niet duidelijk in welk opzicht deze bepaling rechtsgrond zou moeten bieden voor het ontworpen besluit, dat immers niet strekt tot wijziging van artikel 164, § 1/1, laatste lid, van het KB/WIB 92. De verwijzing in de aanhef naar artikel 314, § 3, eerste lid, 4°, WIB 92 dient derhalve geschrapt te worden.

In artikel 300, § 1, 1°, van het WIB 92 kan evenwel een voldoende rechtsgrond worden gevonden voor de verschillende onderdelen van het ontworpen besluit. Aangezien het ontwerp betrekking heeft op de wijze waarop het elektronisch beslag onder derden kan worden gelegd, gaat het om het regelen van een wijze van vervolging.

De griffier, A. Truyens De voorzitter, J. Baert

22 MEI 2017. - Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 164 en 165 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake het vereenvoudigd elektronisch beslag onder derden FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 300, § 1;

Gelet op het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 14 september 2016;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 7 februari 2017;

Gelet op advies nr. 61.099/3 van de Raad van State, gegeven op 7 april 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 164 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/11/2013 pub. 14/11/2013 numac 2013003336 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 164 en 165 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "bij een aangetekende brief";b) in paragraaf 1/1, eerste lid, worden de woorden "de ontvanger" vervangen door de woorden "de bevoegde ontvanger";c) in paragraaf 1/1, eerste, derde en vierde lid, wordt het woord "beslag" telkens vervangen door de woorden "beslag onder derden";d) in paragraaf 1/1, tweede en vijfde lid, worden de woorden "een ter post aangetekende brief" en de woorden "een bij ter post aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "een aangetekende brief";e) in paragraaf 1/2, eerste lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief" telkens vervangen door de woorden "bij aangetekende brief";f) in paragraaf 1/2 wordt het tweede lid vervangen als volgt: "De belastingschuldige kan tegen het beslag onder derden bij aangetekende brief verzet aantekenen bij de bevoegde ontvanger binnen de vijftien dagen te rekenen vanaf de afgifte van de aanzegging van het beslag bij de aanbieder van de universele postdienst.De belastingschuldige moet binnen dezelfde termijn bij aangetekende brief de derde-beslagene inlichten."; g) in paragraaf 2, worden de woorden "de met de invordering belaste ontvanger" vervangen door de woorden "de bevoegde ontvanger";h) in paragraaf 3, wordt het eerste lid vervangen als volgt: "Onder voorbehoud van het bepaalde in §§ 1, 1/1 en 1/2, zijn op dit beslag de bepalingen toepasselijk van de artikelen 1539, 1540, 1542, eerste en tweede lid, en 1543 van het Gerechtelijk Wetboek, met dien verstande dat: 1° de derde-beslagene zijn verklaring van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag eveneens door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden aan de betrokken ontvanger kan doen indien het beslag onder derden volgens de procedure bepaald in § 1/1, eerste lid, werd gelegd;in dit geval is de datum van de verklaring van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag de datum van ontvangstmelding die door de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt verzonden; 2° de derde-beslagene er overeenkomstig artikel 1543 van het Gerechtelijk Wetboek toe gehouden is op overlegging van een afschrift van de aanzegging van het beslag, afgifte te doen van het bedrag van het in paragraaf 1/2, eerste lid, bedoeld beslag.Wanneer het beslag onder derden wordt gelegd volgens de in paragraaf 1/1, eerste lid, voorziene procedure, wordt de overlegging van een afschrift van de aanzegging van het beslag geacht te zijn vervuld door de mededeling aan de derde-beslagene van de datum van de afgifte van de aanzegging van het beslag bij de aanbieder van de universele postdienst. In dat geval gebeurt de mededeling eveneens door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden; 3° de afgifte van het bedrag van het beslag geschiedt in handen van de bevoegde ontvanger."; i) in paragraaf 4, worden de woorden "de ter post aangetekende brieven" vervangen door de woorden "de aangetekende brieven".

Art. 2.In artikel 165, § 1, tweede lid, eerste streepje van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/11/2013 pub. 14/11/2013 numac 2013003336 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 164 en 165 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten, worden de woorden "de afgifte ter post" vervangen door de woorden "de afgifte bij de aanbieder van de universele postdienst".

Art. 3.De minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 mei 2017.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT


begin


Publicatie : 2017-06-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^