Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 22 oktober 2006
gepubliceerd op 06 november 2006

Koninklijk besluit tot goedkeuring van het reglement genomen in uitvoering van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme voor de handelaren in diamant, die geregistreerd zijn bij toepassing van artikel 169, § 3 van de programmawet van 2 augustus 2002

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2006011448
pub.
06/11/2006
prom.
22/10/2006
ELI
eli/besluit/2006/10/22/2006011448/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

22 OKTOBER 2006. - Koninklijk besluit tot goedkeuring van het reglement genomen in uitvoering van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme voor de handelaren in diamant, die geregistreerd zijn bij toepassing van artikel 169, § 3 van de programmawet van 2 augustus 2002


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, inzonderheid op de artikelen 4, § 6, 5, § 2, 6bis, tweede lid en 10, derde lid, ingevoegd bij de wet van 12 januari 2004 en op artikel 22, eerste lid, gewijzigd bij de wetten van 10 augustus 1998 en 12 januari 2004;

Gelet op het advies van de Interministeriële Economische Commissie gegeven op 30 juni 2006;

Op de voordracht van Onze Minister van Economie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Het bij dit besluit gevoegde reglement genomen in uitvoering van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, voor de handelaren in diamant die geregistreerd zijn bij toepassing van artikel 169, § 3 van de programmawet van 2 augustus 2002, wordt goedgekeurd.

Art. 2.Onze Minister van Economie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 oktober 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Economie M. VERWILGHEN

Bijlage Reglement van 22 oktober 2006 genomen in uitvoering van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme voor de handelaren in diamant, die geregistreerd zijn bij toepassing van artikel 169, § 3 van de programmawet van 2 augustus 2002 I. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder: 1° "de anti-witwaswet" : de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme;2° "atypische verrichting" : een verrichting die bijzonder vatbaar is voor het witwassen van geld of voor de financiering van terrorisme in de zin van artikel 8, eerste lid van de anti-witwaswet, met name door haar aard, de begeleidende omstandigheden, de hoedanigheid van de betrokken personen, haar ongebruikelijk karakter gelet op de activiteiten van de cliënt, of omdat zij niet lijkt te stroken met de kennis die de handelaar in diamant heeft van haar cliënt, diens beroepswerkzaamheden en risicoprofiel, en, mocht dit nodig blijken, van de herkomst van het geld;3° "witwassen van geld en financiering van terrorisme" : Zoals bedoeld in artikel 3, § 1, § 1bis en § 2 van de anti-witwaswet.4° "anti-witwasverantwoordelijke(n)" : de perso(o)n(en) die verantwoordelijk is voor de toepassing van de anti-witwaswet en van dit reglement en overeenkomstig artikel 19 van dit reglement daartoe aangeduid is. 5° "dienst Vergunningen" : de dienst van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie die belast is met het toezicht zoals bedoeld in artikel 169, § 1 van de programmawet van 2 augustus 2002. 6° "Cel voor financiële informatieverwerking" : de administratieve autoriteit met rechtspersoonlijkheid zoals bepaald in artikel 11 van de anti-witwaswet. II. - Toepassingsgebied

Art. 2.§ 1. De bepalingen van dit reglement zijn van toepassing op de handelaren in diamant als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 21° van de anti-witwaswet, die geregistreerd zijn bij toepassing van artikel 169, § 3 van de programmawet van 2 augustus 2002. § 2. Overeenkomstig artikel 3, § 3 van de anti-witwaswet dienen geregistreerde handelaren in diamant hun volledige medewerking te verlenen aan de toepassing van de anti-witwaswet.

III. - Identificatie van de cliënten

Art. 3.§ 1. De handelaren in diamant dienen hun cliënten en de lasthebbers van hun cliënten te identificeren en hun identiteit te controleren, aan de hand van een bewijsstuk, waarvan een afschrift wordt genomen, op papier of op elektronische drager, 1° op het ogenblik dat zij een zakenrelatie aanknopen waardoor de betrokkenen gewone cliënten worden, dit wil zeggen wanneer een cliënt zich geregeld en herhaaldelijk tot een zelfde handelaar in diamanten wendt voor het uitvoeren van een aantal afzonderlijke en opeenvolgende handelstransacties en de daaruit voortvloeiende financiële transacties; 2° wanneer de cliënt wenst over te gaan tot het uitvoeren van: - een verrichting, voor een bedrag van 10.000 EUR of meer, ongeacht of zij wordt uitgevoerd in één of in verscheidene verrichtingen waartussen een verband blijkt te bestaan; of - een verrichting, zelfs wanneer het bedrag lager is dan 10.000 EUR, zodra wordt vermoed dat het gaat om witwassen van geld of om de financiering van terrorisme; 3° wanneer de handelaar in diamant twijfelt aan de waarachtigheid of aan de juistheid van de identificatiegegevens over een bestaande cliënt, of indien na zijn identificatie voor het aanknopen van een zakenrelatie, vermoedens rijzen dat de door hem verstrekte identificatiegegevens onjuist of vals zijn;of indien betwijfeld wordt of de persoon die een verrichting wenst uit te voeren in het kader van een voorheen aangegane zakenrelatie, wel degelijk de destijds geïdentificeerde cliënt of lasthebber is. § 2. De identificatie en de controle betreffen : 1° de naam en voornaam voor natuurlijke personen of voor rechtspersonen de firmanaam;2° het adres (wettelijke woonplaats) voor natuurlijke personen of de maatschappelijke zetel voor rechtspersonen of feitelijke verenigingen;3° de naam van de bestuurders en de kennis van de bepalingen om verbintenissen aan te gaan voor de rechtspersoon of feitelijke vereniging. § 3. De identificatie en de controle betreffen eveneens het voorwerp en de aard van de zakenrelatie, ongeacht of het een natuurlijk persoon of rechtspersoon betreft. Dit houdt in dat de handelaar in diamant nagaat welk type zakenrelatie de cliënt met hem wenst aan te knopen en welk type verrichtingen hij in het kader van die zakenrelatie wenst uit te voeren, alsook kennis neemt van alle nuttige en relevante informatie die inzicht verschaffen in de beweegredenen die de cliënt ertoe nopen deze zakenrelatie aan te gaan.

Art. 4.§ 1. Indien de cliënt een natuurlijk persoon is die niet geregistreerd is overeenkomstig artikel 169, § 3 van de programmawet van 2 augustus 2002, moet zijn identiteit, overeenkomstig artikel 3 van dit reglement gecontroleerd worden aan de hand van zijn identiteitskaart. § 2. Indien de cliënt een natuurlijk persoon is met woonplaats in het buitenland, kan zijn identiteit ook worden gecontroleerd aan de hand van zijn paspoort of het rijbewijs voor personen van buitenlandse nationaliteit. § 3. De identiteit van een in België gevestigde persoon van buitenlandse nationaliteit die niet geregistreerd is overeenkomstig artikel 169, § 3 van de programmawet van 2 augustus 2002 en die niet over een door de Belgische autoriteiten uitgereikte identiteitskaart beschikt omwille van zijn wettelijk statuut op het Belgisch grondgebied, mag worden gecontroleerd aan de hand van een geldig bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister of, als hij omwille van zijn statuut niet over een dergelijk bewijs beschikt, aan de hand van een geldig, door de Belgische openbare overheden uitgereikt document dat de wettelijkheid van zijn verblijf in België attesteert. § 4. Indien het adres van de cliënt niet is vermeld op het bewijsstuk dat hij voorlegt, of indien de handelaar in diamant twijfelt aan de juistheid van het opgegeven adres, moet hij deze gegevens controleren aan de hand van een ander document dat als bewijs kan dienen voor het ware adres van de cliënt en moet hij hiervan een kopie maken.

Art. 5.§ 1. Indien de cliënt een rechtspersoon naar Belgisch recht is die niet geregistreerd is overeenkomstig artikel 169, § 3 van de programmawet van 2 augustus 2002, moet zijn identiteit, ter gelegenheid van zijn identificatie overeenkomstig artikel 3 van dit reglement gecontroleerd worden aan de hand van de volgende bewijsstukken: 1° de recentste versie van de gecoördineerde statuten of de geactualiseerde statuten van de rechtspersoon-cliënt die zijn neergelegd ter Griffie van de Rechtbank van Koophandel of gepubliceerd zijn in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad ;2° de lijst van de bestuurders van de rechtspersoon-cliënt en de bekendmaking van hun benoeming in het Belgisch Staatsblad, of enig ander bewijsstuk aan de hand waarvan hun hoedanigheid van bestuurder kan worden bewezen, zoals elke publicatie in het Belgisch Staatsblad waarin die personen als bestuurders worden vermeld, of de bij de Nationale Bank van België neergelegde jaarrekening;3° de recentste publicatie in het Belgisch Staatsblad van de vertegenwoordigingsbevoegdheden van de rechtspersoon-cliënt; § 2. Indien de cliënt een rechtspersoon naar buitenlands recht is, moet zijn identiteit, ter gelegenheid van zijn identificatie overeenkomstig artikel 3, van dit reglement gecontroleerd worden aan de hand van gelijkwaardige bewijsstukken als vermeld in § 1 van dit artikel en die vertaald zijn in een van de landstalen of in het Engels. § 3. Indien de cliënt een feitelijke vereniging of enige andere juridische structuur zonder rechtspersoonlijkheid is die niet geregistreerd is overeenkomstig artikel 169, § 3 van de programmawet van 2 augustus 2002, neemt de handelaar in diamant voor de identificatie ervan kennis van zijn of haar bestaan, aard, doel en wijze van beheer en vertegenwoordiging. Vervolgens verifieert de handelaar in diamant deze informatie aan de hand van documenten die daartoe als bewijs kunnen dienen, en maakt hij hiervan een kopie.

Als onderdeel van deze identificatie neemt de handelaar in diamant kennis van de lijst van personen die gemachtigd zijn om het beheer van deze cliënten waar te nemen en verifieert hij deze gegevens aan de hand van een document dat daartoe als bewijs kan dienen.

Art. 6.Indien de cliënt een in België geregistreerde diamanthandelaar is overeenkomstig artikel 169, § 3, van de Programmawet van 2 augustus 2002, kan de identificatie, zowel voor een natuurlijk persoon (zelfstandige) als voor een rechtspersoon (vennootschap) in de regel gebeuren aan de hand van de lijst van de geregistreerde diamanthandelaren in België. Deze lijst is te raadplegen op de website www.registereddiamondcompanies.be De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het nakomen van de identificatievereisten, overeenkomstig artikel 3 van dit reglement, alsook de actualisatie van de identificatiegegevens blijft evenwel berusten bij de handelaar in diamant.

Art. 7.De handelaar in diamant moet, indien nodig en in de mate van het mogelijke, nagaan of de inlichtingen in de identificatiestukken worden gestaafd door andere stukken, gegevens of verklaringen. In voorkomend geval moet tevens ook nagegaan worden of de uiterste geldigheidsdatum van de identificatiestukken niet zijn overschreden.

Art. 8.Onverminderd de identificatie van de cliënt zelf, moeten de personen die in welke hoedanigheid ook in zijn naam en voor zijn rekening optreden, geïdentificeerd worden overeenkomstig artikel 3 van dit reglement en de voorschriften van dit hoofdstuk.

De handelaar in diamant dient bovendien na te gaan welke vertegenwoordigingsbevoegdheden zijn toegekend aan de personen die in naam van de cliënt optreden en deze gegevens te controleren aan de hand van documenten die daartoe als bewijs kunnen dienen. Van deze documenten dient de handelaar in diamant een kopie te maken.

In dit artikel worden inzonderheid bedoeld: - de personen die krachtens een algemene of bijzondere lastgeving gemachtigd zijn om op te treden in naam van een cliënt; - de personen die gemachtigd zijn om op te treden als vertegenwoordiger van een cliënt in zijn relaties met de onderneming wanneer die cliënt een rechtspersoon, een feitelijke vereniging of enige andere juridische structuur zonder rechtspersoonlijkheid is.

IV. - Specifieke bepalingen over zakenrelaties en occasionele verrichtingen met op afstand geïdentificeerde cliënten

Art. 9.§ 1. De handelaren in diamant sluiten in de regel transacties af in de fysische aanwezigheid van de cliënt. § 2. Indien ten uitzonderlijke titel toch identificatie op afstand plaatsvindt, dan neemt de handelaar in diamant specifieke en passende identificatiemaatregelen om tegemoet te komen aan het grotere risico voor witwassen van geld en voor financiering van terrorisme dat ontstaat wanneer zakelijke betrekkingen of verrichtingen worden aangegaan met een cliënt die met het oog op de identificatie niet fysiek aanwezig is.

Teneinde de identificatiegegevens van de cliënt te kunnen staven en de kennis van de cliënt door de handelaar in diamant te verbeteren, kunnen deze identificatiemaatregelen onder meer inhouden: - dat wordt geëist dat de cliënt bijkomende documenten overlegt ter staving van zijn identiteit; - dat de beschikbare informatie wordt getoetst aan de informatie die kan worden ingewonnen via betrouwbare, van de cliënt onafhankelijke bronnen; - dat een procedure wordt ingevoerd waarbij de cliënt in een later stadium, maar wel zo snel mogelijk, rechtstreeks wordt geïdentificeerd; - dat ervoor wordt gezorgd dat geregeld post op naam wordt verstuurd naar het adres van de cliënt en dat wordt gezorgd voor een strikte opvolging van de terugkerende post. § 3. De identiteit van een cliënt moet ter gelegenheid van de identificatie op afstand, overeenkomstig artikel 3 van dit reglement gecontroleerd worden aan de hand van : 1. hetzij de elektronische identiteitskaart van de cliënt;2. hetzij een gekwalificeerd certificaat in de zin van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten en in de zin van Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen, voor zover : a.dit gekwalificeerd certificaat is uitgereikt : - door een certificatiedienstverlener die gevestigd is in een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte en daartoe geaccrediteerd is overeenkomstig de bepalingen van de Europese richtlijn betreffende de elektronische handtekeningen, of - door een andere certificatiedienstverlener die gevestigd is in een Lidstaat van de Europese Economisce Ruimte en waarvan de handelaar in diamant voorheen reeds heeft besloten de certificaten als bewijsstuk te aanvaarden na een voorafgaand en gedocumenteerd onderzoek naar zijn reputatie en certificatieprocedures, of - door een andere certificatiedienstverlener die gevestigd is in een derde land, die voldoet aan de voorwaarden van artikel 16, § 2, van de voormelde wet van 9 juli 2001 en waarvan de handelaar in diamant voorheen reeds heeft besloten de certificaten als bewijsstuk te aanvaarden na een voorafgaand en gedocumenteerd onderzoek naar zijn reputatie en certificateprocedures; b. de procedure voor het uitreiken van dit gekwalificeerd identiteitscertificaat een rechtstreekse identificatie van de cliënt inhoudt door de certificatiedienstverlener zelf of, overeenkomstig zijn procedures, door de personen die hij daartoe machtigt;c. dit gekwalificeerd certificaat niet is uitgereikt onder een schuilnaam;d. de handelaar in diamant onmiddellijk, systematisch en automatisch controleert of het voorgelegde certificaat niet is verlopen of niet is herroepen door de certificatiedienstverlener die het certificaat had uitgereikt;3. hetzij een kopie van een bewijsstuk dat hij aan de handelaar in diamant heeft bezorgd, voor zover de identificatie geschiedt met het oog op het aanknopen van een zakenrelatie. De handelaren in diamant dienen hun beslissing tot aanvaarding van de certificaten die zijn uitgereikt door de certificatiedienstverleners bedoeld in het eerste lid, 2°, a, tweede en derde streepje, op periodieke basis te herzien in het licht van een update van de informatie waarover zij beschikken. § 4. De handelaar in diamant mag geen zakenrelatie aanknopen met of een occasionele verrichting uitvoeren voor een op afstand geïdentificeerde cliënt, wanneer er redenen bestaan om aan te nemen dat de cliënt een rechtstreeks contact probeert te vermijden om zijn ware identiteit gemakkelijker te kunnen verhullen, of wanneer hij vermoedt dat hij voornemens is verrichtingen uit te voeren die verband houden met het witwassen van geld of de financiering van terrorisme of wanneer de te verrichten transacties in het kader van die relatie impliceren dat met contant geld wordt betaald.

V. - Identificatie van de uiteindelijke begunstigden

Art. 10.De handelaar in diamant moet, in voorkomend geval, ook de uiteindelijke begunstigden identificeren en op risico gebaseerde en adequate maatregelen nemen om zijn identiteit te controleren, zodat hij overtuigd is dat hij weet wie de uiteindelijke begunstigde is, en wanneer het rechtspersonen, trusts en soortgelijke juridische constructies betreft, moet hij op risico gebaseerde en adequate maatregelen nemen om inzicht te krijgen in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de cliënt.

Art. 11.§ 1. Voor de identificatie van de uiteindelijke begunstigden overeenkomstig artikel 10, zijn de in artikel 3, § 2 opgegeven identificatiegegevens vereist, met uitzondering evenwel van het voorwerp en de verwachte aard van de zakenrelatie. § 2. De handelaar in diamant neemt alle redelijke maatregelen om de identiteit van de uiteindelijke begunstigden te controleren aan de hand van de documenten als bedoeld in artikelen 4 en 5.

Indien het voor de handelaar in diamant niet mogelijk is de identiteit van de uiteindelijke begunstigden te controleren aan de hand van deze documenten, neemt hij alle redelijke maatregelen om deze controle te verrichten aan de hand van andere documenten of informatiebronnen waaraan redelijkerwijs geloof mag worden gehecht.

Indien het rederlijkerwijs niet mogelijk is de identiteit van de betrokken personen te controleren, stelt de handelaar in diamant hierover een schriftelijke verantwoording op die hij in het identificatiedossier van de cliënt bewaart.

Art. 12.De "uiteindelijke begunstigde" is de natuurlijke persoon (of personen), die de uiteindelijke eigenaar is (zijn) van of het zeggenschap heeft (hebben) over de cliënt en/of natuurlijke persoon voor wiens rekening een transactie of activiteit wordt verricht en omvat ten minste : 1° bij vennootschappen: a) de natuurlijke perso(o)n(en) die de uiteindelijke eigenaar is (zijn) van of zeggenschap heeft(hebben) over een juridische entiteit, via het rechtstreeks of onrechtstreeks houden van een toereikend percentage van de aandelen of stemrechten van deze juridische entiteit, met inbegrip van participatie in de vorm van toonderaandelen, waarbij het niet gaat om een op een gereglementeerde markt genoteerde vennootschap die is onderworpen aan openbaarmakingsvereisten die in overeenstemming zijn met de Gemeenschapswetgeving, of aan gelijkwaardige internationale normen; een percentage van 25 % plus een aandeel geldt als toereikend om aan dit criterium te voldoen; b) de natuurlijke perso(o)n(en) die op een andere wijze zeggenschap over het beheer van een juridische entiteit uitoefen(t)(en);2° in het geval van juridische entiteiten, zoals stichtingen, en van juridische constructies, zoals trusts, die gelden beheren of uitkeren : a) voorzover de toekomstige begunstigden reeds werden vastgelegd, de natuurlijke perso(o)n(en) die de begunstigde van 25 % of meer van het vermogen van een juridische constructie of rechtspersoon is (zijn);b) voorzover de afzonderlijke personen die de begunstigden van de juridische entiteit of de juridische constructie zijn, nog niet werden vastgelegd, de groep van personen in wier belang de juridische entiteit of de juridische constructie hoofdzakelijk werd opgericht of werkzaam is;c) de natuurlijke perso(o)n(en) die zeggenschap over 25 % of meer van het vermogen van een juridische constructie of juridische entiteit uitoefen(t)(en). VI. - Cliënt-acceptatiebeleid

Art. 13.De handelaar in diamant dient een aan zijn activiteiten aangepast cliënt-acceptatiebeleid uit te stippelen en ten uitvoer te leggen, dat hem in staat stelt zijn volledige medewerking te verlenen aan de voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme door op passende wijze kennis te nemen van en een onderzoek in te stellen naar de kenmerken van nieuwe cliënten die een beroep op hem doen, en/of de diensten of verrichtingen waarvoor die cliënten een beroep op hem doen, inzonderheid ten aanzien van het risico om betrokken te raken bij het witwassen van geld of de financiering van terrorisme.

In het kader van het cliënt-acceptatiebeleid dient de handelaar in diamant objectieve criteria vast te leggen op basis waarvan de cliënten worden onderverdeeld in categorieën waaraan vereisten van verschillende niveaus worden gekoppeld, rekening houdend met de kenmerken van de activiteit van de handelaar in diamant, en van de cliënten tot wie hij zich richt, om zo een passende risicoschaal te kunnen definiëren.

Art. 14.§ 1. Het cliënt-acceptatiebeleid wordt zo opgevat dat politiek prominente personen die een zakenrelatie willen aanknopen of op de handelaren in diamant een beroep willen doen om occasionele verrichtingen uit te voeren, pas als cliënt worden aanvaard na een grondig onderzoek en nadat terzake op een passend hiërarchisch niveau een beslissing is genomen.

Vóór een politiek prominent persoon als cliënt kan worden aanvaard, dienen redelijke maatregelen te worden genomen om de herkomst van de fondsen te achterhalen die in het kader van de zakenrelatie of bij de uitvoering van de geplande occasionele verrichting worden of zullen worden gebruikt. § 2. Politiek prominente personen zijn natuurlijke personen die een prominente publieke functie bekleden of hebben bekleed in het buitenland en hun directe familieleden of naaste geassocieerden. 1° Onder natuurlijke personen die een "prominente publieke functie" bekleden of bekleed hebben wordt er verstaan: - staatshoofden, regeringsleiders, ministers en staatssecretarissen; - parlementsleden; - leden van hooggerechtshoven, constitutionele hoven en andere hoge rechterlijke instanties die beslissingen nemen waartegen doorgaans geen verder beroep mogelijk is, behalve in uitzonderlijke omstandigheden; - leden van rekenkamers en van de directies van centrale banken; - ambassadeurs, zaakgelastigden en hoge legerofficieren; - leden van bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen van overheidsbedrijven.

Middenkader- of lagere ambtenaren vallen niet onder deze voornoemde categorieën. 2° Onder "directe familieleden" van de politiek prominente personen worden verstaan: de echtgeno(o)t(e) of een partner-samenwonende;de kinderen en hun echtgeno(o)t(e)n of partners en de ouders. 3° Onder de "naaste geassocieerden" van de politiek prominente personen wordt verstaan : - een natuurlijk persoon van wie bekend is dat deze met een politiek prominent persoon de gezamenlijke uiteindelijke begunstigde is van juridische entiteiten en juridische constructies of met genoemde persoon andere nauwe zakelijke relaties heeft; - een juridische entiteit of juridische constructie waarvan de uiteindelijke begunstigde alleen de onder a) genoemde persoon is en waarvan bekend is dat deze is opgezet ten behoeve van de politiek prominente persoon. § 3. Wat de transacties of zakelijke relaties met politiek prominente personen betreft, moet de handelaar in diamant : a) over passende op risico gebaseerde procedures beschikken om uit te maken of een cliënt een politiek prominente persoon is;b) toestemming hebben van de hoge bedrijfsleiding (eerste hiërarchisch niveau boven dat van de persoon die de toestemming vraagt) om zakelijke relaties met dergelijke cliënten aan te gaan;c) adequate maatregelen nemen om de bron van het vermogen en van de fondsen vast te stellen die bij de zakelijke relatie of transactie worden gebruikt;d) de zakelijke relatie doorlopend verscherpt controleren. § 4. Het cliënt-acceptatiebeleid verduidelijkt de criteria en de methodes op basis waarvan kan worden bepaald of een cliënt een politiek prominent persoon is.

De handelaar in diamant bepaalt daartoe een methodologie aan de hand waarvan kan worden uitgemaakt of een persoon aan die criteria beantwoordt: - het raadplegen van bepaalde interne of externe gegevensbanken waarin een lijst van de bedoelde personen is opgenomen; - het rekening houden met door de cliënt zelf verstrekte informatie, bijvoorbeeld in antwoord op vragen die specifiek daartoe zijn opgenomen in de documenten waarmee het aanknopen van een zakenrelatie wordt aangevraagd.

VII. - Waakzaamheidsplicht ten aanzien van zakenrelaties en occasionele verrichtingen

Art. 15.§ 1. De handelaar in diamant moet een constante waakzaamheid aan de dag leggen ten opzichte van de zakenrelatie en een aandachtig onderzoek verzekeren van de uitgevoerde verrichtingen om zich ervan te vergewissen dat deze stroken met de kennis die hij heeft van zijn cliënt, van zijn commerciële activiteiten en, indien nodig, van de herkomst van de fondsen. § 2. De in § 1 bedoelde constante waakzaamheidsplicht houdt voor de handelaar in diamant de verplichting in om minstens één maal per twee jaar over te gaan tot de controle en, in voorkomend geval, de actualisering van de identificatiegegevens waarover hij beschikt over de cliënten met wie hij een zakenrelatie heeft aangeknoopt, wanneer hij over aanwijzingen beschikt dat die gegevens niet langer actueel zijn.

Bij de actualisering van de identificatiegegevens als bedoeld in artikel 3, § 2 van dit reglement moeten de nieuwe gegevens worden gecontroleerd overeenkomstig de bepalingen van hoofdstukken III, IV en V van dit reglement. § 3. Wanneer de handelaar in diamant zijn waakzaamheidsplicht bedoeld in artikel 3 en artikel 10 van dit reglement en § 1 hierboven niet kan nakomen, mag hij geen zakenrelatie aanknopen of in stand houden. Hij beslist of een melding aan de Cel voor financiële informatieverwerking overeenkomstig de artikelen 20 tot 22 van dit reglement zich opdringt.

VIII. - Bewaringsverplichting

Art. 16.§ 1. De handelaar in diamant bewaart, op welke informatiedrager ook, gedurende ten minste vijf jaar na het beëindigen van de relaties met zijn cliënten of alle andere personen beoogd in dit reglement, een afschrift van het bewijsstuk dat voor de identificatie heeft gediend, alsmede van het document als bedoeld in artikel 8 van dit reglement. § 2. Onverminderd het vereiste gesteld in artikel 6, vierde lid, van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen, bewaart de handelaar in diamant gedurende een periode van ten minste vijf jaar vanaf de uitvoering van de verrichtingen op welke informatiedrager ook een kopie van de registraties, de borderellen en stukken van de uitgevoerde verrichtingen om ze nauwkeurig te kunnen reconstrueren. Zij registreren de uitgevoerde verrichtingen op zodanige wijze dat zij kunnen voldoen aan de verzoeken om inlichtingen bedoeld in artikel 24 van dit reglement, binnen de in dat artikel voorgeschreven termijn.

IX. - Verplichting om een schriftelijk verslag op te stellen

Art. 17.§ 1. Onverminderd de algemene verplichtingen vermeld in de artikelen 20 t/m 24 wanneer de voorwaarden daartoe vervuld zijn, dient de handelaar in diamant met een bijzondere aandacht elke verrichting te onderzoeken die hij, uit hun aard of door hun ongebruikelijk karakter gelet op de activiteiten van de cliënt, de begeleidende omstandigheden of de hoedanigheid van de betrokken personen, bijzonder vatbaar acht voor het witwassen van geld of de financiering van terrorisme. § 2. De handelaar in diamant stelt een schriftelijk verslag op over dit onderzoek; dit verslag wordt door anti-witwasverantwoordelijke(n) bewaard gedurende de door artikel 16 voorgeschreven termijn van vijf jaar en ter beschikking gesteld van de dienst Vergunningen indien deze erom verzoekt. § 3. De anti-witwasverantwoordelijke(n) stelt (stellen) de werknemers in kennis van de passende criteria die hen in staat moeten stellen om atypische verrichtingen op te sporen, waaraan zij specifieke aandacht moeten besteden, en waarover zij een schriftelijk verslag moeten opstellen als bedoeld in § 2. § 4. Bij het in § 1 bedoelde onderzoek van de verrichtingen wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de kennelijke economische grondslag en legitimiteit van die verrichtingen.

X. - Verplichting tot opleiding en sensibilisering van de werknemers

Art. 18.§ 1. De handelaar in diamant neemt passende maatregelen om zijn werknemers en zijn vertegenwoordigers met de bepalingen van de anti-witwaswet en van dit reglement vertrouwd te maken. Deze maatregelen houden in dat de betrokken werknemers en vertegenwoordigers informatie ontvangen die hen in staat moeten stellen om de verrichtingen en de feiten te leren onderkennen die met het witwassen van geld of met financiering van terrorisme verband kunnen houden en om hen te onderrichten hoe in die gevallen moet gehandeld worden. § 2. De informatieverstrekking zoals bedoeld in § 1 richt zich in het bijzonder op de werknemers die daadwerkelijk in aanraking komen met cliënten in een verband waarin er vragen over het witwassen van geld en de financiering van terrorisme kunnen gesteld worden. § 3. De werknemers worden in kennis gesteld van de te volgen procedures bij de overlegging van schriftelijke verslagen aan de anti-witwasverantwoordelijke(n) en van de termijnen waarbinnen deze verslagen moeten worden overgemaakt. § 4. De handelaar in diamant wendt de nodige middelen aan en werkt passende procedures uit om, onder de verantwoordelijkheid van de anti-witwasverantwoordelijke(n), zo snel mogelijk over te gaan tot de analyse van de schriftelijke verslagen, om te bepalen of die verrichtingen of die feiten ter kennis moeten gebracht worden van de Cel voor financiële informatieverwerking overeenkomstig de artikelen 20 tot 22 van dit reglement.

XI. - Verplichting tot aanwijzing van een verantwoordelijke voor de voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot de instelling van een procedure voor interne controle

Art. 19.§ 1. De handelaar in diamant wijst één of meer personen aan die, overeenkomstig artikel 10 van de anti-witwaswet verantwoordelijk zijn voor de toepassing van de anti-witwaswet en dit reglement in hun onderneming, nadat deze er zich van vergewist heeft dat die perso(o)(en) de passende professionele betrouwbaarheid bezit(ten) die nodig is om die functie te kunnen vervullenen deelt de identificatiegegevens van de anti-witwasverantwoordelijke(n) mee aan de dienst Vergunningen. § 2. De in § 1 beoogde anti-witwasverantwoordelijke(n) moet(en) binnen de onderneming over de beroepservaring, het hiërarchische niveau en de bevoegdheden beschikken die nodig zijn om die functie effectief en autonoom te kunnen uitoefenen. § 3. De anti-witwasverantwoordelijke(n) ziet (zien) er algemeen op toe dat de handelaar in diamant zijn verplichtingen nakomt op het vlak van de voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. § 4. De anti-witwasverantwoordelijke(n) is (zijn) belast met de vaststelling en invoering van de procedures voor interne controle, informatieverstrekking en -centralisatie om verrichtingen die met het witwassen van geld en de financiering van het terrorisme verband houden, te voorkomen, op te sporen en te verhinderen. § 5. De anti-witwasverantwoordelijke(n) moet(en) de procedures van interne vorming uitdenken en organiseren, zodat de verplichtingen inzake identificatie, inzake bewaring en voornamelijk inzake bijzondere verslaggeving door werknemers en vertegenwoordigers worden begrepen en uitgevoerd. § 6. De anti-witwasverantwoordelijke(n) moet(en) zorgen voor de informatiedoorstroming naar de Cel voor financiële informatieverwerking, voor de bijzondere verslaggeving, en de informatie die van de Cel voor financiële informatieverwerking komt.

Zij zijn de bevoorrechte contactpersonen voor de Cel voor financiële informatieverwerking en de dienst Vergunningen met betrekking tot alle vragen over de voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. § 7. De anti-witwasverantwoordelijke(n) moet(en) tenminste éénmaal per jaar een schriftelijk activiteitenverslag opmaken over de toepassing van de anti-witwaswet binnen de onderneming, en meer bepaald over de toepassing van de §§ 4 t/m 6 hiervoor. Dit jaarlijks activiteitenverslag wordt bewaard gedurende de door artikel 16 voorgeschreven termijn van vijf jaar en systematisch jaarlijks bezorgd aan de dienst Vergunningen.

XII. - Meldingsplicht

Art. 20.Wanneer de handelaar in diamant weet of vermoedt dat een uit te voeren verrichting verband houdt met het witwassen van geld of de financiering van terrorisme, wordt dit, vooraleer de verrichtingen te voeren, ter kennis gebracht van de Cel voor financiële informatieverwerking en wordt in voorkomend geval de termijn meegedeeld binnen dewelke die verrichting moet worden uitgevoerd.

Deze kennisgeving mag telefonisch geschieden, maar moet onmiddellijk bevestigd worden per telefax of, bij gebrek daaraan, op enige andere schriftelijke wijze.

Art. 21.Wanneer de handelaar in diamant weet of vermoedt dat een uit te voeren verrichting verband houdt met het witwassen van geld of de financiering van terrorisme, maar dit niet ter kennis kan brengen van de Cel voor financiële informatieverwerking vooraleer de verrichting uit te voeren, wordt onmiddellijk na de uitvoering van de verrichting de Cel voor financiële informatieverwerking hiervan in kennis gesteld.

Dit is slechts mogelijk : - hetzij omdat het niet mogelijk is om de uitvoering van de verrichting, gezien haar aard, uit te stellen; - hetzij omdat het uitstel van aard zou kunnen zijn de vervolging van de begunstigden van het vermeende witwassen van geld en de vermeende financiering van terrorisme te beletten.

In dit geval wordt de reden vermeld waarom een kennisgeving, vooraleer de verrichting uit te voeren, niet mogelijk was.

Art. 22.Wanneer aan de handelaar in diamant een feit bekend wordt dat op witwassen van geld of op financiering van terrorisme zou kunnen wijzen, dan wordt de Cel voor financiële informatieverwerking hiervan onmiddellijk in kennis gesteld.

Deze kennisgeving mag telefonisch geschieden, maar moet worden bevestigd per telefax of, bij gebrek daaraan, op enige andere schriftelijke wijze.

Art. 23.§ 1. De mededeling aan de Cel voor financiële informatieverwerking van de in artikelen 20 tot 22 bedoelde informatie wordt in principe gedaan door de anti-witwasverantwoordelijke(n). § 2. Elke werknemer en elke vertegenwoordiger van de handelaar in diamant deelt evenwel persoonlijk aan de Cel voor financiële informatieverwerking informatie mee telkens wanneer de in § 1 bedoelde procedure niet kan worden gevolgd. Dit is onder meer het geval wanneer er geen anti-witwasverantwoordelijke(n) is (zijn) aangesteld of wanneer deze afwezig is (zijn) of wanneer de witwasverantwoordelijke(n) zijn (hun) verantwoordelijkheid niet opneemt (opnemen).

Art. 24.Elke handelaar in diamant is verplicht om aan de Cel voor financiële informatieverwerking, of aan één van haar leden of aan één van haar personeelsleden, die daartoe is aangewezen door de magistraat die de Cel leidt of door zijn plaatsvervanger, alle informatie mede te delen, die zij nuttig acht voor de vervulling van haar opdrachten overeenkomstig de anti-witwaswet en dit binnen de door haar bepaalde termijn.

XIII. - Geheimhoudingsplicht

Art. 25.Onverminderd artikel 26, mogen de handelaren in diamant in geen geval aan de betrokken cliënt of aan derden, mededelen dat informatie werd meegedeeld aan de Cel voor financiële informatieverwerking met toepassing van de artikelen 20 tot 22, of dat een opsporingsonderzoek wegens witwassen van geld of financiering van terrorisme aan de gang is.

XIV. - Controle door toezichthoudende overheid en sanctiebepalingen

Art. 26.§ 1. De afschriften van bewijsstukken en verslagen zoals vermeld in artikel 16, § 1 en § 2 en in artikel 17, § 2, worden door de handelaar in diamant ter beschikking gehouden van de dienst Vergunningen en op diens eerste verzoek wordt inzage ervan verleend.

De afschriften van de jaarlijkse activiteitenverslagen zoals vermeld in artikel 19, § 7, worden door de handelaar in diamant systematisch jaarlijks bezorgd aan de dienst Vergunningen, samen met de bij koninklijk besluit voorgeschreven aangifte van de voorraden en de bewerking van diamant. § 2. Elke handelaar in diamant is verplicht om aan de dienst Vergunningen, of aan één van haar daartoe aangestelde ambtenaren, alle informatie mede te delen, die zij nuttig achten voor de vervulling van haar controleopdrachten overeenkomstig § 1., en dit binnen de door hen bepaalde termijn. § 3. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie, worden de opsporing en vaststelling van overtredingen van de bepalingen van dit reglement gedaan door de ambtenaren van de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federlae Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, alsook door de daartoe door de Minister van Economie aangestelde ambtenaren.

De handelaars in diamant zijn ertoe gehouden om aan de in voorgaand lid bedoelde ambtenaren toe te laten om: 1. tijdens de gewone opening- of werkuren binnen te treden in de werkplaatsen, gebouwen, belendende binnenplaatsen en besloten ruimten waar zij voor het vervullen van hun opdracht toegang moeten hebben 2.alle dienstige vaststellingen te doen, zich op eerste vordering ter plaatse de documenten, stukken of boeken die zij voor hun opsporingen en vaststellingen nodig hebben, te doen voorleggen en daarvan afschrift te nemen. § 4. De Minister bevoegd voor Economie kan, op basis van in § 3 vernoemde vaststellingen, een administratieve geldboete opleggen overeenkomstig artikel 22 van de anti-witwaswet, na de betrokkenen te hebben gehoord of hen daartoe behoorlijk te hebben opgeroepen. De geldboete wordt ten gunste van de Schatkist geïnd door de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, der registratie en domeinen.

XV. - Inwerkingtreding en overgangsbepalingen

Art. 27.Dit reglement treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van het koninklijk besluit dat het goedkeurt.

Art. 28.De handelaren in diamant nemen de nodige maatregelen om zich ervan te vergewissen dat zij binnen een redelijke termijn en uiterlijk één jaar volgend op de inwerkingtreding van dit reglement, de cliënten met wie zij voor de inwerkintreding van dit reglement een zakenrelatie hebben aangeknoopt, hebben geïdentificeerd overeenkomstig de voorschriften van hoofdstuk III tot en met V van dit reglement.

Art. 29.De handelaren in diamant nemen de nodige maatregelen om het in hoofdstuk VI bedoelde cliënt-acceptatiebeleid ten uitvoer te kunnen leggen binnen een jaar volgend op de inwerkingtreding van dit reglement.

Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 22 oktober 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Economie, M. VERWILGHEN

^