Koninklijk Besluit van 22 oktober 2012
gepubliceerd op 03 december 2012
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot vaststelling van de procedure voor de erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2012024348
pub.
03/12/2012
prom.
22/10/2012
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

22 OKTOBER 2012. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de procedure voor de erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het koninklijk besluit nr 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, artikel 35sexies, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 19 december 1990;

Gelet op het koninklijk besluit van 11 juni 2003 tot vaststelling van de procedure betreffende de erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker;

Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 30 juli 2012;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 27 augustus 2012;

Gelet op advies nr. 51.988/2 van de Raad van State, gegeven op 26 september 2012 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Gelet op het voorafgaand onderzoek met betrekking tot de noodzaak om een effectenbeoordeling uit te voeren, waarin besloten wordt dat een effectenbeoordeling niet vereist is;

Op de voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° kandidaat : de kandidaat voor de voorlopige of volledige erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker;2° de minister : de minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort;3° de Erkenningscommissie : de Erkenningscommissie voor ziekenhuisapothekers.

Art. 2.Dit besluit stelt de procedure vast voor : 1° de voorlopige en volledige erkenning evenals de verlenging van erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker;2° de erkenning van de stagediensten en stagemeesters die de kandidaat begeleiden met het oog op een erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker;3° de goedkeuring van een voortgezette opleiding om in aanmerking te komen voor de verlenging van erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker.

Art. 3.De minister kan de praktische modaliteiten bepalen voor de elektronische afhandeling van de procedures zoals voorzien in onderhavig besluit. In het bijzonder stelt de minister daarbij de lijst vast van de te bezorgen documenten evenals de wijze waarop deze elektronisch worden bezorgd. HOOFDSTUK 2. - Procedure voor de erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker Afdeling 1. - De voorlopige erkenning

Art. 4.Met het oog op een voorlopige erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker dient de kandidaat ter goedkeuring ten laatste zes maanden na de start van de academische opleiding bij de minister een stageplan in voor de drie jaar durende opleiding zoals bedoeld in het ministerieel besluit van 22 oktober 2012 tot vaststelling van de erkenningscriteria voor de erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker.

Het in het eerste lid bedoelde stageplan wordt ingediend aan de hand van een door de minister opgesteld model.

Samen met bedoeld stageplan wordt de stage-overeenkomst die de kandidaat afsloot met de stagedienst en stagemeester die hem bij het volbrengen van zijn stageplan zullen begeleiden, voorgelegd.

Art. 5.De minister legt het stageplan voor advies voor aan de Erkenningscommissie.

Art. 6.Na advies van de Erkenningscommissie verleent de minister al dan niet zijn goedkeuring aan het stageplan. Bij goedkeuring van het stageplan wordt de kandidaat voorlopig erkend.

Art. 7.De voorlopige erkenning vangt aan op de datum van de aanvraag van de goedkeuring van het stageplan aan de minister. De poststempel geldt als bewijs.

De voorlopige erkenning geldt voor een duur van drie jaar en kan maximum één maal met drie jaar worden verlengd. De verlenging wordt toegestaan door de minister na advies van de Erkenningscommissie.

Art. 8.Bij goedkeuring van het stageplan schrijft de Erkenningscommissie de kandidaat in op de lijst van voorlopig erkende kandidaten.

Art. 9.De secretaris van de Erkenningscommissie stelt de kandidaat in kennis van de aanvang van zijn voorlopige erkenning evenals van de inschrijving op de in artikel 8 bedoelde lijst. De kandidaat ontvangt daartoe een attest waarop is aangeduid dat hij beschikt over een voorlopige erkenning met opgave van de datum waarop de erkenning een aanvang nam. Afdeling 2. - De stage

Art. 10.De kandidaat legt elke wijziging van zijn stageplan vooraf ter goedkeuring voor aan de minister, aan de hand van een door de minister opgesteld formulier. De minister neemt terzake een beslissing na advies van de Erkenningscommissie.

Art. 11.Noch de kandidaat, noch de stagemeester mogen eenzijdig wijzigingen aanbrengen aan de stage-overeenkomst.

Art. 12.§ 1. De stage wordt in principe ononderbroken gevolgd. § 2. In afwijking op paragraaf 1 kan de minister, na advies van de Erkenningscommissie, een onderbreking toestaan. De kandidaat meldt daartoe onmiddellijk elke onderbreking van de stage aan de minister, met opgave van de redenen van de onderbreking. § 3. Tijdens de effectieve opleidingsduur heeft de kandidaat bovendien recht op een onderbreking van in totaal maximum vijftien weken, wegens zwangerschapsverlof, zoals bepaald in de Arbeidswet van 16 maart 1971, wegens palliatief verlof zoals bepaald in de Herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en om medische redenen, en dit zonder verlenging van de stage. § 4. Voor elke onderbreking bedoeld in de paragrafen 2 en 3 van meer dan vijftien weken, wordt de stage verlengd naar rato van het deel van de onderbreking dat de vijftien weken overschrijdt.

Voor de in het eerste lid bedoelde bijkomende stageperiode stelt de kandidaat samen met de stagemeester een voorstel van stageverlenging voor het deel van de onderbreking dat de vijftien weken overschrijdt op en legt het voor goedkeuring voor aan de minister. De minister neemt een beslissing na advies van de Erkenningscommissie.

Art. 13.De stagemeester bezorgt minstens één maal per jaar het stageschrift van de kandidaat evenals een evaluatierapport aan de minister.

Art. 14.Indien de stagemeester in de loop van of op het einde van de stageperiode van oordeel is dat de kandidaat niet geschikt is voor het uitoefenen van de functie van ziekenhuisapotheker, deelt hij dit mee aan de kandidaat en aan de minister, met vermelding van de motieven waarop hij zijn beoordeling baseert.

Indien de minister na advies van de Erkenningscommissie, besluit tot de geschiktheid van de kandidaat legt de kandidaat samen met een nieuwe stagemeester een wijziging van het stageplan ter goedkeuring voor aan de minister aan de hand van een door de minister opgesteld formulier.

Indien ook de tweede stagemeester na het uitvoeren van het gewijzigde stageplan een ongunstig advies uitbrengt, wordt er zonder onderzoeksprocedure een einde gesteld aan de opleiding van de kandidaat en verliest laatstgenoemde zijn voorlopige erkenning. Afdeling 3. - De volledige erkenning

Art. 15.Met het oog op een volledige erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker dient de kandidaat een aanvraag tot volledige erkenning in bij de minister.

Indien de volledige erkenning wordt aangevraagd na het uitvoeren van een stageplan zoals bedoeld in artikel 4, wordt de aanvraag tot volledige erkenning uiterlijk binnen de drie maanden na de beëindiging van de stage bij de minister ingediend. In geval van vertraging wordt de stage verlengd en moet de kandidaat een wijziging van het stageplan conform artikel 10 indienen.

In afwijking op het tweede lid is de migrant bedoeld in artikel 44ter van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, niet gebonden door een termijn voor het indienen van een aanvraag tot volledige erkenning.

De aanvraag tot volledige erkenning gebeurt aan de hand van een formulier waarvan het model door de minister wordt vastgesteld. Bij deze aanvraag worden de bewijsstukken gevoegd waaruit blijkt dat voldaan is aan de door de minister vastgestelde erkenningscriteria.

Art. 16.De minister legt de aanvraag tot volledige erkenning voor advies voor aan de Erkenningscommissie.

Indien de volledige erkenning wordt aangevraagd na het uitvoeren van een stageplan evalueert de Erkenningscommissie in het bijzonder of de kandidaat voldoet aan de minimale theoretische en praktische opleiding zoals bedoeld in het ministerieel besluit van 22 oktober 2012 tot vaststelling van de erkenningscriteria voor de erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker.

In het kader van de in het vorige lid bedoelde evaluatie baseert de Erkenningscommissie zich op : 1° het stageschrift en de bijhorende bewijsstukken;2° de gemotiveerde evaluatieverslagen opgesteld door de stagemeester(s) over de organisatie, het functioneren en de evaluatie van de kandidaat;3° het diploma van Master of Science in de ziekenhuisfarmacie of Master complémentaire en pharmacie hospitalière.

Art. 17.De volledige erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker wordt desgevallend door de minister, na advies van de Erkenningscommissie, verleend voor een periode van vijf jaar.

Een volledige erkenning kan maar eenmaal worden verleend.

In afwijking op het tweede lid kan de minister, na advies van de Erkenningscommissie, een nieuwe volledige erkenning toestaan indien de ziekenhuisapotheker niet binnen de vastgestelde termijn een verlenging van zijn volledige erkenning aanvroeg. De ziekenhuisapotheker dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij de minister. Desgevallend wordt de nieuwe volledige erkenning afhankelijk gemaakt van het doorlopen van een individueel ad hoc opleidingsprogramma.

Art. 18.De ziekenhuisapotheker die een volledige erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker ontvangt, wordt door de Erkenningscommissie ingeschreven op de lijst van volledig erkende ziekenhuisapothekers.

Als bewijs van inschrijving op bedoelde lijst ontvangt de betrokkene van de Erkenningscommissie een attest waarop is aangeduid dat hij beschikt over een volledige erkenning met opgave van de datum waarop de erkenning een aanvang nam. Afdeling 4. - De verlenging van de erkenning

Art. 19.Met het oog op een verlenging van de volledige erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker, dient de betrokkene een aanvraag tot verlenging van de erkenning in bij de minister minstens zes maanden voor het verstrijken van de volledige erkenning, aan de hand van een formulier waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

Bij bedoelde aanvraag voor het verkrijgen van de verlenging van erkenning worden de bewijsstukken gevoegd waaruit blijkt dat voldaan is aan de door de minister vastgestelde erkenningscriteria.

Art. 20.De minister legt de aanvraag tot verlenging van de erkenning voor advies voor aan de Erkenningscommissie.

Art. 21.De verlenging van erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker wordt desgevallend door de minister, na advies van de Erkenningscommissie, verleend voor een periode van vijf jaar. HOOFDSTUK 3. - Procedure voor de erkenning van de stagedienst en de stagemeester Afdeling 1. - De gezamenlijke erkenning van stagedienst en

stagemeester

Art. 22.Met het oog op een gezamenlijke erkenning van de stagemeester en de stagedienst wordt een aanvraag tot erkenning ingediend bij de minister aan de hand van een formulier waarvan het model door de minister wordt vastgesteld. De aanvraag tot erkenning wordt medeondertekend door de directeur van de instelling waarvan de stagedienst en stagemeester deel uitmaken.

Bij bedoelde aanvraag voor het verkrijgen van een gezamenlijke erkenning worden de bewijsstukken gevoegd waaruit blijkt dat voldaan is aan de door de minister vastgestelde erkenningscriteria.

Art. 23.De minister legt de aanvraag tot gezamenlijke erkenning voor advies voor aan de Erkenningscommissie.

Art. 24.De gezamenlijke erkenning wordt desgevallend door de minister, na advies van de Erkenningscommissie, verleend voor een hernieuwbare periode van vijf jaar.

De verlenging van de gezamenlijke erkenning gebeurt onder dezelfde voorwaarden als de oorspronkelijke erkenning.

Art. 25.De stagemeesters en stagediensten die een gezamenlijke erkenning ontvangen, worden door de Erkenningscommissie ingeschreven op de lijst van erkende stagediensten en stagemeesters.

Als bewijs van inschrijving op bedoelde lijst ontvangen de betrokkenen van de Erkenningscommissie een attest waarop is aangeduid dat zij beschikken over een gezamenlijke erkenning met opgave van de datum waarop de erkenning een aanvang nam. Bedoeld attest wordt overgemaakt op het adres van de administratieve verblijfplaats van de stagedienst.

De in het eerste lid bedoelde lijst met erkende stagediensten en stagemeesters bestaat uit : 1° de lijst van gezamenlijke erkenningen met vermelding van welke stagemeester per stagedienst is erkend;2° het maximum aantal kandidaten dat gelijktijdig in de betrokken stagedienst kan worden toegelaten. Afdeling 2. - Beëindiging van de gezamenlijke erkenning van

stagedienst en stagemeester

Art. 26.De gezamenlijke erkenning van stagedienst en stagemeester loopt automatisch af : 1° wanneer de stagemeester zijn functie in de stagedienst waaraan hij verbonden is verlaat;2° wanneer de stagemeester om andere redenen zijn functie als ziekenhuisapotheker niet meer opneemt;3° wanneer de stagemeester niet meer erkend is.

Art. 27.De Erkenningscommissie kan na een audit ter plaatse, de minister op een gemotiveerde wijze adviseren tot een tijdelijke of definitieve intrekking van de erkenning of de niet-hernieuwing van de erkenning van de stagedienst indien ze beschikt over elementen waaruit blijkt dat de dienst niet meer voldoet aan de vereisten op het vlak van de structuur, de omkadering, de beschikbare middelen en op het vlak van de kwaliteit van de verstrekte praktische opleiding.

Indien de minister beslist om de erkenning niet te hernieuwen of ze in te trekken, deelt de Erkenningscommissie de gemotiveerde beslissing mee aan de stagedienst, de stagemeester en aan de kandida(a)t(en).

De minister stelt in zijn in het vorige lid bedoelde beslissing, na advies van de Erkenningscommissie en nadat de betrokken kandida(a)t(en) werd(en) gehoord, de voorwaarden vast voor het voortzetten van de opleiding van de kandida(a)t(en).

Art. 28.Indien de Erkenningscommissie na een audit ter plaatse meent dat er sprake is van een ernstige tekortkoming in het functioneren of de verantwoordelijkheden van de stagemeester, kan ze de minister op een gemotiveerde wijze adviseren de gezamenlijke erkenning tijdelijk of definitief in te trekken of niet te hernieuwen.

Indien de minister beslist om de erkenning in te trekken of niet te hernieuwen, deelt de Erkenningscommissie de gemotiveerde beslissing mee aan de stagedienst, de stagemeester en aan de kandida(a)t(en).

De minister stelt in zijn in het vorige lid bedoelde beslissing, na advies van de Erkenningscommissie en nadat de betrokken kandida(a)t(en) werd(en) gehoord, de voorwaarden vast voor het voorzetten van de opleiding van de kandida(a)t(en). HOOFDSTUK 4. - Procedure voor de goedkeuring van een voortgezette opleiding

Art. 29.Met het oog op de goedkeuring van een voortgezette opleiding zodat deze in aanmerking kan worden genomen voor de verlenging van erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker, wordt een aanvraag tot goedkeuring bij de minister ingediend aan de hand van een formulier waarvan het model door de minister wordt vastgesteld.

Bij bedoelde aanvraag voor het verkrijgen van de bedoelde goedkeuring worden de bewijsstukken gevoegd waaruit blijkt dat voldaan is aan de door de minister vastgestelde erkenningscriteria.

Art. 30.De minister legt de aanvraag tot goedkeuring voor aan de Erkenningscommissie.

Indien de minister beslist om een goedkeuring te verlenen, deelt de Erkenningscommissie de goedkeuring mee aan de betrokkenen. HOOFDSTUK 5. - De Erkenningscommissie

Art. 31.Bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu wordt een Erkenningscommissie voor ziekenhuisapothekers opgericht.

Art. 32.De Erkenningscommissie bestaat uit : 1° 7 vertegenwoordigers van de Belgische universiteiten;2° 7 ziekenhuisapothekers vertegenwoordigers van de representatieve beroepsverenigingen voor ziekenhuisapothekers;3° een ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu die de functie van secretaris uitoefent. Aan de effectieve leden bedoeld in 1°, 2° en 3°, worden plaatsvervangers toegevoegd.

Er worden een voorzitter en twee ondervoorzitters benoemd onder de effectieve leden. De Voorzitter is een ziekenhuisapotheker.

De minister benoemt de leden, de voorzitter en de ondervoorzitters.

Art. 33.De voorzitter, de ondervoorzitters, de effectieve en de plaatsvervangende leden worden benoemd voor een periode van zes jaar, die eenmaal kan worden verlengd.

De benoeming van de effectieve en plaatsvervangende leden gebeurt op basis van een dubbele lijst voorgedragen door de Belgische universiteiten voor wat betreft de leden bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1°, en door de representatieve beroepsverenigingen voor ziekenhuisapothekers voor wat betreft de leden bedoeld in artikel 32, eerste lid, 2°.

Art. 34.De Erkenningscommissie heeft als taken : 1° de minister te adviseren over het door de kandidaat ingediende stageplan en de daarmee gepaard gaande voorlopige erkenning als ziekenhuisapotheker;2° de minister te adviseren over de aanvragen tot volledige erkenning als ziekenhuisapotheker evenals de verlenging van erkenning;3° de minister te adviseren over de gezamenlijke erkenning als stagedienst en stagemeester evenals de verlenging van deze erkenning;4° het organiseren van audits van de erkende stagediensten;5° de minister te adviseren omtrent de goedkeuring van een voortgezette opleiding.

Art. 35.De Erkenningscommissie brengt enkel advies uit nadat de secretaris van de Erkenningscommissie de ontvankelijkheid van de aanvraag heeft gecontroleerd.

De secretaris stuurt de aanvrager binnen de veertien dagen nadat de Erkenningscommissie de aanvraag van de minister ontvangen heeft, een ontvangstmelding met vermelding van de volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag. Bij gebrek aan bedoelde ontvangstmelding wordt de aanvraag geacht ontvankelijk te zijn.

Art. 36.De Erkenningscommissie adviseert in principe op basis van stukken.

Art. 37.Indien de Erkenningscommissie evenwel het voornemen heeft negatief te adviseren met betrekking tot een stageplan, worden, in afwijking op artikel 36, de kandidaat en de stagemeester, behoudens in dringende omstandigheden, minstens twee weken voor de vergadering waarop de aanvraag zal worden bestudeerd, per aangetekende brief met ontvangstbevestiging, uitgenodigd om te verschijnen op bedoelde vergadering om alle nuttige informatie te verstrekken.

Indien de kandidaat niet verschijnt, wordt uiteindelijk toch advies verleend op basis van de stukken, behalve in geval van verantwoorde afwezigheid.

Het dossier wordt door de secretaris van de Erkenningscommissie ter beschikking gehouden van de kandidaat. Hij kan het raadplegen zonder verplaatsing, gedurende de twee weken voorafgaand aan de hierboven bedoelde vergadering.

Art. 38.In afwijking op artikel 36 worden de kandidaat en de stagemeester steeds gehoord indien de stagemeester in de loop van of op het einde van de stage oordeelt dat de kandidaat niet geschikt is voor het uitoefenen van de functie van ziekenhuisapotheker.

Indien de stagemeester bij zijn standpunt blijft, belast de Erkenningscommissie binnen de zestig dagen volgend op het verhoor een onderzoekscommissie samengesteld uit één of meerdere van haar leden en een ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu met een onderzoek ter plaatse.

Na kennis te hebben genomen van het gemotiveerde verslag opgesteld door bedoelde onderzoekscommissie, adviseert de Erkenningscommissie ofwel om een einde te maken aan de stage bij bevestiging van de ongeschiktheid van de kandidaat, ofwel om een andere stagemeester aan te stellen indien de kandidaat toch geschikt wordt geacht. In het laatste geval adviseert de Erkenningscommissie in welke mate de stage gevolgd bij de eerste stagemeester in aanmerking zal worden genomen bij het berekenen van de totale stageduur.

De Erkenningscommissie deelt haar advies mee aan de minister en de kandidaat binnen de zestig dagen nadat het dossier aan haar werd voorgelegd.

Art. 39.De Erkenningscommissie kan in haar midden werkgroepen oprichten, belast met een welomschreven opdracht en het advies inwinnen van deskundigen naar keuze.

Art. 40.§ 1. De Erkenningscommissie adviseert geldig wanneer minstens de helft van de in artikel 32, 1° en 2°, bedoelde leden aanwezig is.

Na een tweede oproeping met dezelfde agenda, minstens een week na de eerste oproeping en maximaal veertien dagen na de eerste oproeping, kan de Erkenningscommissie geldig adviseren ongeacht het aantal aanwezige leden. § 2. De Erkenningscommissie beslist bij gewone meerderheid van stemmen van de aanwezige leden. In geval van staking van stemmen is de stem van de Voorzitter doorslaggevend.

Art. 41.Indien de minister de Erkenningscommissie om advies verzoekt, brengt deze laatste haar gemotiveerd advies uit binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf het ogenblik dat het dossier haar wordt voorgelegd.

In uitzonderlijke gevallen kan de minister een dringend advies vragen binnen een door hem bepaalde termijn.

Art. 42.Bij het advies wordt de uitslag van de stemming gevoegd.

Samen met het meerderheidsadvies worden de minderheidsstandpunten meegedeeld.

Art. 43.De Erkenningscommissie komt minstens twee keer per jaar samen.

Art. 44.De Erkenningscommissie stelt een huishoudelijk reglement op dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de Erkenningscommissie.

Art. 45.De voorzitter, de ondervoorzitters en de leden ontvangen een vergoeding voor verblijfkosten alsmede een presentiegeld overeenkomstig het besluit van de Regent van 15 juli 1946 tot bepaling van het bedrag van het presentiegeld en van de kosten uitgekeerd aan de leden van de vaste commissies die van het departement van Volksgezondheid en van het Gezin afhangen.

In afwijking op voornoemd besluit van de Regent van 15 juli 1946, ontvangen de voorzitter en de ondervoorzitters een presentiegeld van 13 euro en de leden een presentiegeld van 10 euro per zitting die minstens twee uren duurt.

De reiskosten worden terugbetaald conform het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten. De Voorzitter, de Ondervoorzitters en de leden worden gelijkgesteld met ambtenaren die bekleed zijn met de klasse A4 of A5. HOOFDSTUK 6. - Overgangs-, opheffings- en slotbepalingen

Art. 46.De ziekenhuisapothekers die de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker in toepassing van het koninklijk besluit van 11 juni 2003 tot vaststelling van de procedure betreffende de erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker hebben behaald, behouden deze titel tot de termijn van de erkenning verstrijkt en een verlenging van de erkenning wordt gevraagd in toepassing van onderhavig besluit.

Art. 47.De kandidaten die een bijkomende universitaire opleiding in de ziekenhuisfarmacie volgen zoals bedoeld in het ministerieel besluit van 11 juni 2003Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 11/06/2003 pub. 04/07/2003 numac 2003022569 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker sluiten tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker, op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit, blijven onderworpen aan de bepalingen van het voornoemd koninklijk besluit van 11 juni 2003 tot op het ogenblik van het beëindigen van de procedure voor het bekomen van de erkenning als ziekenhuisapotheker.

Het bewijs van de aanvang van de opleiding vóór de inwerkingtreding van dit besluit wordt geleverd door de academische inschrijving.

Art. 48.De kandidaten die voor de inwerkingtreding van dit besluit de volledige bijkomende universitaire opleiding in de ziekenhuisfarmacie zoals bedoeld in voornoemd ministerieel besluit van 11 juni 2003Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 11/06/2003 pub. 04/07/2003 numac 2003022569 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker sluiten, hebben voltooid, dienen vóór 31 december 2014 een aanvraag tot erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker in toepassing van voornoemd koninklijk besluit van 11 juni 2003 aan te vragen.

Art. 49.De kandidaten die voor de inwerkingtreding van dit besluit reeds de theoretische vorming zoals bedoeld in voornoemd ministerieel besluit van 11 juni 2003Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 11/06/2003 pub. 04/07/2003 numac 2003022569 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Ministerieel besluit tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker sluiten hebben genoten of begonnen zijn en nog niet de nodige beroepservaring hebben verworven, dienen vóór 31 december 2014 op basis van een door de Erkenningscommissie goedgekeurd stageplan de nodige praktische ervaring te verwerven en een aanvraag tot erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker in toepassing van voornoemd koninklijk besluit van 11 juni 2003 aan te vragen.

Art. 50.De ziekenhuisapotheken en ziekenhuisapothekers die op het ogenblik van het inwerking treden van dit besluit de opleiding van kandidaten begeleiden, kunnen deze begeleiding enkel verder verzekeren indien ze een aanvraag tot erkenning indienen op basis van onderhavig besluit. Zij kunnen de opleiding van kandidaten blijven begeleiden tot op het ogenblik van de beslissing om hen al dan niet een gezamenlijke erkenning als stagedienst en stagemeester toe te kennen in toepassing van onderhavig besluit.

Bedoelde ziekenhuisapotheken en ziekenhuisapothekers worden door de Erkenningscommissie ingeschreven op een lijst.

Art. 51.Het koninklijk besluit van 11 juni 2003 tot vaststelling van de procedure betreffende de erkenning van de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker, wordt opgeheven.

Art. 52.De minister bevoegd voor Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 oktober 2012.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^