Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 23 februari 2018
gepubliceerd op 07 maart 2018

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 september 2017, gesloten in het Paritair Comité voor de banken, betreffende de vormingsinspanningen in de banksector voor 2017 en 2018

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2018200496
pub.
07/03/2018
prom.
23/02/2018
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

23 FEBRUARI 2018. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 september 2017, gesloten in het Paritair Comité voor de banken, betreffende de vormingsinspanningen in de banksector voor 2017 en 2018 (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de banken;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 29 september 2017, gesloten in het Paritair Comité voor de banken, betreffende de vormingsinspanningen in de banksector voor 2017 en 2018.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 23 februari 2018.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de banken Collectieve arbeidsovereenkomst van 29 september 2017 Vormingsinspanningen in de banksector voor 2017 en 2018 (Overeenkomst geregistreerd op 24 november 2017 onder het nummer 142821/CO/310) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en draagwijdte van de overeenkomst

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en werknemers van de ondernemingen die tot de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de banken behoren.

Art. 2.De banksector levert nu reeds ernstige inspanningen op het vlak van de beroepsopleiding.

De sociale partners bevestigen die verbintenissen en wensen dat ze nog toenemen in de verschillende hierna beschreven initiatieven.

De sociale partners zetten zich ook in om de bankmedewerkers te sensibiliseren inzake de belangrijkheid van de beroepsopleiding. HOOFDSTUK II. - Vormingsinitiatieven op het niveau van de banken

Art. 3.§ 1. De banken verbinden zich ertoe voor elke werknemer in de sector te voorzien in een voortdurende beroepsopleiding, tijdens de arbeidstijd voor de sectorale vormingsinitiatieven, opdat hij, in het kader van zijn loopbaanplanning en/of een functiewijziging, de ontwikkelingskansen bij de uitoefening van zijn huidige functie of met het oog op een mogelijke evolutie in zijn loopbaan kan aangrijpen.

Die opleiding kan de vorm aannemen van een opleidingscursus buiten de onderneming, een opleidingsprogramma in de onderneming of op de werkplaats, of nog een opleiding die de nieuwe informatietechnologie benut. § 2. De banken verbinden zich ook ertoe om jaarlijks globaal en op ondernemingsniveau opleidingstijd via passende middelen aan te bieden.

Die opleidingstijd is gelijk aan minstens vier maal zoveel dagen als er personeelsleden in dienst zijn (berekend in voltijds equivalent) in de banken of groepen van banken die ressorteren onder het Paritair Comité voor de banken (PC nr. 310) die per 1 januari van het lopend jaar meer dan 750 werknemers (berekend in voltijds equivalent) tellen.

In de overige banken is die tijd gelijk aan minstens drie maal zoveel dagen als er personeelsleden in dienst zijn (berekend in voltijds equivalent).

De opleidingstijd waarvan sprake is in de vorige leden, mag worden berekend over een periode van maximum vier jaar.

De banken zullen erop toezien dat zoveel mogelijk werknemers voor die opleidingsperiodes in aanmerking komen en dat de participatiegraad toeneemt. § 3. Elke werknemer die zijn functie in het bedrijf heeft verloren, of die individueel de schriftelijke bevestiging heeft gekregen dat hij zijn functie effectief zal verliezen, heeft een individueel recht op opleiding van 2 dagen per jaar.

Ook de werknemers opgenomen in een nominatieve lijst van werknemers van wie de functie bestemd is om te verdwijnen in het kader van een herstructureringsplan, meegedeeld aan de ondernemingsraad, genieten van het individueel recht op opleiding bedoeld in vorig lid.

De berekening van deze opleidingsdagen kan worden uitgevoerd over een periode van maximaal 2 jaar.

De deeltijdse werknemers genieten van deze opleidingsdagen in verhouding tot hun prestaties.

Deze opleidingsdagen worden meegenomen in de berekening van de globaal toegekende opleidingstijd op het niveau van het bedrijf bedoeld in artikel 3, § 2. § 4. Iedere werknemer heeft het recht om ten aanzien van de werkgever zijn opleidingsbehoeften te formuleren conform de in de bank bestaande of in te voeren procedure waarop door de syndicale afvaardiging kan worden toegezien.

Indien een werknemer, ondanks het feit dat hij opleiding heeft gevraagd, gedurende 12 maanden geen passende vorming of opleiding kon volgen, heeft hij op eenvoudig verzoek het recht om zijn opleidingsbehoeften in een gesprek te formuleren. Werkgever en werknemer zullen schriftelijk in onderling overleg een aangepast ontwikkelingsplan afspreken. Elke vormingsweigering zal door de werkgever schriftelijk gemotiveerd worden.

De werknemer mag beroepshalve geen nadeel ondervinden van het feit dat hij dit individueel recht tot opleiding ten aanzien van zijn werkgever uitoefent. § 5. Bovenop de wettelijke prerogatieven van de ondernemingsraad op het vlak van opleiding, zal een werkgroep binnen de ondernemingsraad zich regelmatig, minstens éénmaal per jaar, over het thema van de opleiding buigen in al zijn aspecten (bijvoorbeeld soorten van opleiding, doelgroep, aanvragen, toelatingen, weigeringen,...).

Regelmatig zullen de leden van de ondernemingsraad worden ingelicht over de stand van zaken bij de besprekingen.

De banken zonder ondernemingsraad stellen een verslag op volgens een eenvoudig model overeengekomen in het paritair comité. Febelfin zal deze verslagen presenteren in het paritair comité.

De modaliteiten van dit verslag zullen door de werkgroep tewerkstelling worden vastgelegd. HOOFDSTUK III. - Sectorprojecten

Art. 4.§ 1. De ondertekenaars van deze collectieve arbeidsovereenkomst zullen nieuwe opleidingsprojecten bestemd voor alle personeelsleden van de banksector ontwikkelen.

Die projecten, te onderscheiden van de sectorinitiatieven inzake risicogroepen, zullen worden uitgevoerd via het "Paritair Fonds voor de professionele en syndicale vorming in de banksector". § 2. Daartoe krijgt het "Paritair Fonds voor de professionele en syndicale vorming in de banksector" financiële middelen, met name een jaarlijks bedrag van 300 000 EUR gestort door Febelfin in 2017 en in 2018. § 3. De ondertekenende partijen zullen onderzoeken hoe ze met de aanvullende middelen en de mogelijkheden van het "Paritair Fonds voor de professionele en syndicale vorming in de banksector" bepaalde projecten kunnen realiseren. HOOFDSTUK IV. - Geldigheidsduur

Art. 5.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2018.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 23 februari 2018.

De Minister van Werk, K. PEETERS

^