Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 23 juni 2003
gepubliceerd op 18 augustus 2003

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 februari 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, inzake de toekenning van conventionele verlofdagen in uitvoering van de "Vlaams Intersectoraal Akkoord voor de Social-Profitsector"

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2003012458
pub.
18/08/2003
prom.
23/06/2003
ELI
eli/besluit/2003/06/23/2003012458/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

23 JUNI 2003. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 februari 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, inzake de toekenning van conventionele verlofdagen in uitvoering van de "Vlaams Intersectoraal Akkoord voor de Social-Profitsector" (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 28 februari 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, inzake de toekenning van conventionele verlofdagen in uitvoering van de "Vlaams Intersectoraal Akkoord voor de Social-Profitsector".

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 23 juni 2003.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten Collectieve arbeidsovereenkomst van 28 februari 2001 Toekenning van conventionele verlofdagen in uitvoering van het "Vlaams Intersectoraal Akkoord voor de Social-Profitsector" (Overeenkomst geregistreerd op 15 juli 2002 onder het nummer 63285/CO/305.02)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de werknemers in de kinderdagverblijven waarbij bedoeld worden : de door "Kind en Gezin" erkende en gesubsidieerde kinderkribben en peutertuinen, de diensten voor opvanggezinnen, de diensten voor opvanggezinnen, de diensten voor teleonthaal, het niet-autonoom algemeen welzijnswerk zoals opgenomen in het decreet betreffende het algemeen welzijnswerk van 19 december 1997, de door "Kind en Gezin" erkende en gesubsidieerde projecten voorzover ze sociale, psychische of fysische gezondheidszorg verlenen, de centra voor geestelijke gezondheidszorg en de vertrouwenscentra kindermishandeling zoals erkend en gesubsidieerd door "Kind en Gezin", erkend en gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en ressorterend onder het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten.

Onder "werknemers" wordt verstaan : het mannelijk en vrouwelijk werklieden- en bediendepersoneel.

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst geeft uitvoering aan het punt 2.6 van het "Vlaams Intersectoraal Akkoord voor de Social-Profitsector 2000-2005".

Art. 3.Aan de voltijds tewerkgestelde werknemers in de leeftijdscategorie van 35 jaar tot en met 44 jaar worden 5 bijkomende conventionele verlofdagen toegekend.

Bij deeltijdse tewerkstelling wordt het aantal verlofdagen toegekend pro rata van een voltijdse tewerkstelling.

Vanaf de maand van het jaar waarin de werknemers de leeftijd van 35 jaar bereikt wordt het recht op deze verlofdagen proportioneel bepaald op basis van het in de het lopende kalenderjaar effectief gepresteerde maanden of hiermee gelijkgesteld overeenkomst de reglementering inzake jaarlijkse vakantie.

Het recht neemt een einde vanaf de maand waarin de werknemer de leeftijd van 45 jaar bereikt.

Art. 4.De verlofdagen worden toegekend onverminderd de bij de inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst reeds geldende overeenkomsten en afspraken inzake de toekenning van bijkomende verlof, compensatiedagen van arbeidsduur, betaalde inhaalrust, extralegale feestdagen of andere reeds toegekende arbeidsduurverminderingen.

Art. 5.Voor deze aanvullende verlofdagen, uitgedrukt overeenkomstig de gemiddelde contractuele dagelijkse arbeidsduur van de werknemer, heeft de betrokken werknemer recht op zijn normaal loon.

Art. 6.Heeft de werknemer bij het einde van het kalenderjaar of bij zijn uitdiensttreding deze bijkomende verlofdagen geheel of gedeeltelijk niet genomen, dan ontvangt hij een loon gelijk aan het aantal overeenkomende dagen in arbeidsuren uitgedrukt, vermenigvuldigd met zijn normaal uurloon.

Art. 7.Behoudens de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst zijn de bepalingen van de gecoördineerde wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers van toepassing.

Art. 8.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking voor zover de verlofdagen gecompenseerd worden door 100 pct. gefinancierde vervangende tewerkstelling.

Art. 9.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2001 en wordt afgesloten voor onbepaalde duur.

Ze kan door elk van de partijen opgezegd worden mits een opzeggingstermijn van 6 maanden gericht bij een ter post aangetekend schrijven aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 23 juni 2003.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX

^