Koninklijk Besluit van 23 juni 2019
gepubliceerd op 05 juli 2019
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 322, § 3, eerste lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2019013552
pub.
05/07/2019
prom.
23/06/2019
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2019013552

FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN


23 JUNI 2019. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 322, § 3, eerste lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat de Regering de eer heeft U ter ondertekening voor te leggen, strekt ertoe de soorten rekeningen en contracten te bepalen die bedoeld zijn in artikel 322, § 3, eerste lid, van het Wetboek van Inkomstenbelastingen (hierna het "WIB(92)"), zoals laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/2018 pub. 16/07/2018 numac 2018031445 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest sluiten houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest (hierna de "CAP-wet"), samen met de eventuele mededelingsdrempels voor die contracten.

Deze wetsbepaling voegt eraan toe: "Deze verplichting geldt enkel voor zover de mededeling van dezelfde gegevens niet is opgelegd door de voornoemde wet van 8 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/2018 pub. 16/07/2018 numac 2018031445 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest sluiten". Hieruit vloeit voort dat de bepaling van rekeningen en contracten waarvan sprake is in artikel 322, § 3, eerste lid van het CAP(92) slechts een bijkomstig en aanvullend karakter heeft ten opzichte van de lijst van rekeningen en contracten die in artikel 4 van de CAP-wet is vastgelegd. Omdat deze laatste lijst momenteel de informatiebehoeften van de fiscus volledig dekt, zou men hier op het eerste gezicht uit kunnen afleiden dat er thans geen behoefte is aan onderhavig koninklijk besluit. Dit is nochtans wel degelijk het geval.

Inderdaad, het toepassingsgebied "ratione personae" van artikel 322, § 3, eerste lid, van het WIB(92) slaat op "bank-, wissel-, krediet- en spaarinstellingen" bedoeld in artikel 318 WIB(92). Dit specifiek - en autonoom - fiscaal begrip wordt iteratief door de rechtspraak van de hoven en rechtbanken ingevuld, en zou in principe thans volledig moeten worden gedekt door de categorieën van informatieplichtigen opgesomd in artikel 3 van de CAP-wet. Niemand kan echter voorspellen of er in de (misschien nabije) toekomst geen arrest zal worden uitgesproken waarbij een categorie van financiële instellingen in ruime zin die niet in artikel 3 van de CAP-wet voorkomt, toch als een "bank-, wissel-, krediet- en spaarinstelling" in de zin van artikel 318 van het WIB(92) wordt erkend in een vonnis of arrest uitgesproken in fiscale zaken. In zo'n geval dreigt er een juridisch vacuüm te ontstaan, want aan een dergelijke instelling, zou in de praktijk geen enkele verplichting tot mededeling van welke informatie ook aan het CAP worden opgelegd. Om deze juridische leemte te voorkomen, moet dus in onderhavig besluit worden bepaald dat de rekeningen en contracten die in het kader van artikel 322, § 3, eerste lid, van het WIB(92) door "bank-, wissel-, krediet- en spaarinstellingen" aan het CAP moeten worden meegedeeld, identiek is aan die welke in artikel 4 van de CAP-wet staat vermeld.

Onderhavig ontwerp van besluit houdt tot slot rekening met alle opmerkingen die de Raad van State in zijn advies nr. 64.695/2 van 13 december 2018 heeft geopperd, Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, De zeer eerbiedige en zeer trouwe dienaar.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, A. DE CROO

ADVIES 64.695/2 VAN 13 DECEMBER 2018 OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT `TOT UITVOERING VAN ARTIKEL 322, DERDE PARAGRAAF, EERSTE LID VAN HET WETBOEK VAN DE INKOMSTENBELASTINGEN 1992' Op 13 november 2018 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Financiën, belast met bestrijding van de fiscale fraude verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot uitvoering van artikel 322, derde paragraaf, eerste lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992'.

Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 13 december 2018. De kamer was samengesteld uit Pierre Vandernoot, kamervoorzitter, Luc Detroux en Patrick Ronvaux, staatsraden, Sébastien Van Drooghenbroeck en Marianne Dony, assessoren, en Béatrice Drapier, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Jean Luc Paquet, eerste auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre VandernooT. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 13 december 2018.

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

Onderzoek van de tekst Aanhef 1. Aangezien de machtiging vervat in artikel 322, § 3, eerste lid, tweede zin, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, naar welk artikel in het tweede lid van de aanhef verwezen wordt, voldoende rechtsgrond biedt voor het ontwerp, is het niet nodig om in de aanhef eveneens naar artikel 108 van de Grondwet te verwijzen. Het eerste lid moet dan ook weggelaten worden. 2. In het zesde lid moet melding gemaakt worden van onderdeel 2°, en niet van onderdeel 1°, van artikel 84, § 1, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Dispositief Artikel 1 1. Door de wijziging van artikel 322, § 3, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 te vermelden zoals ze voortvloeit uit de wet van 8 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/2018 pub. 16/07/2018 numac 2018031445 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest sluiten `houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest', legt de inleidende zin van artikel 1 de verwijzing naar dat artikel 322, § 3, eerste lid, vast, terwijl daar geen reden voor is. De woorden ", laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/2018 pub. 16/07/2018 numac 2018031445 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest sluiten houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest" moeten weggelaten worden. 2. De gemachtigde is het ermee eens dat in artikel 1, in het eerste streepje nauwkeuriger verwezen zou moeten worden naar de informatie bedoeld in artikel 4, eerste lid, 1o, van de wet van 8 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/2018 pub. 16/07/2018 numac 2018031445 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest sluiten die betrekking heeft op de rekeningen bedoeld in artikel 2, 7°, a), van diezelfde wet. De bepaling zou bovendien, wat de regelgevende strekking ervan betreft, aan duidelijkheid winnen door erop te wijzen dat de erin vervatte verplichting subsidiair van aard is, zoals blijkt uit de vierde zin van artikel 322, § 3, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Volgens de laatstgenoemde bepaling "geldt [deze verplichting] enkel voor zover de mededeling van dezelfde gegevens niet is opgelegd door de (...) wet van 8 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/2018 pub. 16/07/2018 numac 2018031445 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest sluiten [houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest]".

Er wordt voorgesteld om de woorden: "behalve wanneer ze daartoe reeds gehouden zijn krachtens de wet van 8 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/2018 pub. 16/07/2018 numac 2018031445 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest sluiten houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest, in te voegen aan het einde van de inleidende zin, na de woorden "aan het CAP moeten meedelen".

Een andere werkwijze zou erin bestaan die inleidende zin, mede gelet op opmerking 1 hierboven, als volgt te stellen: "De gegevens die krachtens artikel 322, § 3, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 kenbaar gemaakt moeten worden bij het centraal aanspreekpunt dat door de Nationale Bank van België gehouden wordt overeenkomstig de wet van 8 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/2018 pub. 16/07/2018 numac 2018031445 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest sluiten houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest, zijn:".

De griffier, De voorzitter, B. Drapier P. Vandernoot

23 JUNI 2019. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 322, § 3, eerste lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 322, § 3, eerste lid, zoals laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/2018 pub. 16/07/2018 numac 2018031445 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest sluiten;

Gelet op de regelgevingsimpactanalyse van 12 september 2018, uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;

Gelet op het advies van de Inspecteur van financiën bij de FOD Financiën, gegeven op 31 juli 2018;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 31 oktober 2018 Gelet op advies nr. 64.695/2 van de Raad van State, gegeven op 13 december 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en op het advies van de in Raad vergaderde ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.De gegevens die krachtens artikel 322, § 3, eerste lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 moeten worden meegedeeld aan het centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten dat overeenkomstig dezelfde wet van 8 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/2018 pub. 16/07/2018 numac 2018031445 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest sluiten door de Nationale Bank van België gehouden wordt, zijn: de informatie bedoeld in artikel 4, eerste lid, 1° van voornoemde wet van 8 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/2018 pub. 16/07/2018 numac 2018031445 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest sluiten, die betrekking heeft op de rekeningen bedoeld in artikel 2, 7°, a) van diezelfde wet; de informatie bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3°, van de voornoemde wet, evenwel met uitzondering van de informatie betreffende financiële contracten bedoeld in artikel 4, eerste lid, 3°, e), g) en h) van de voornoemde wet waarvan het bedrag lager is dan het minimumbedrag waaronder het bestaan van een contractuele relatie in verband met deze soort contracten niet aan het CAP moet worden meegedeeld, krachtens artikel 4, vijfde lid van de voornoemde wet.

Art. 2.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2020.

Art. 3.De minister die bevoegd is voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 23 juni 2019.

FILIP Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, A. DE CROO


begin


Publicatie : 2019-07-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^