Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 23 mei 2003
gepubliceerd op 27 juni 2003

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 februari 1999 betreffende de handel en het gebruik van stoffen bestemd voor dierlijke voeding

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2003022738
pub.
27/06/2003
prom.
23/05/2003
ELI
eli/besluit/2003/05/23/2003022738/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

23 MEI 2003. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 februari 1999 betreffende de handel en het gebruik van stoffen bestemd voor dierlijke voeding


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, gewijzigd bij de wetten van 21 december 1998 en 5 februari 1999 en bij het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 februari 1999 betreffende de handel en het gebruik van stoffen bestemd voor dierlijke voeding, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 december 1999, 3 juli 2000, 14 december 2000, 10 januari 2001, 10 juni 2001,19 juli 2001, 14 november 2002 en 10 april 2003;

Gelet op het Verdrag tot instelling van de Europese Economische gemeenschap van 25 maart 1957 bekrachtigd bij de wet van 2 december 1957;

Gelet op de richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding;

Gelet op het advies van het Wetenschappelijk Comité ingesteld bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, gegeven op 10 april 2003;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat het noodzakelijk is zich onverwijld te schikken naar de richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding;

Overwegende dat, teneinde de gezondheid van mens en dier en het milieu maximaal te beschermen, het nodig is om de bepalingen aangaande de aanwezigheid van ongewenste stoffen in dierenvoeders verder uit te breiden en te specificeren;

Overwegende dat dit onverwijld aan alle betrokkenen dient meegedeeld te worden;

Op de voordracht van Onze Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 8 februari 1999 betreffende de handel en het gebruik van stoffen bestemd voor dierlijke voeding worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°het punt 1° wordt vervangen door de volgende bepaling : « 1° producten die bestemd zijn voor het voederen van dieren: voedermiddelen, voormengsels, toevoegingsmiddelen, diervoeders en alle andere producten die bestemd zijn om te worden gebruikt of gebruikt worden voor het voederen van dieren; »; 2° het punt 21° wordt vervangen door de volgende bepaling : « 21° in het verkeer brengen of het verkeer : het in het bezit hebben van producten die bestemd zijn voor het voederen van dieren, met het oog op de verkoop, met inbegrip van het aanbieden, of enige andere vorm van al dan niet gratis overdracht aan derden, alsmede de verkoop en andere vormen van overdracht zelf;»; 3° het punt 25° wordt vervangen door de volgende bepaling : « 25° Minister: de Minister die bevoegd is voor volksgezondheid;»; 4° er wordt een punt 26° ingevoegd, luidende : « 26° ongewenste stoffen: alle stoffen en producten, met uitzondering van ziekteverwekkers, die aanwezig zijn in en/of op het product dat bestemd is voor het voederen van dieren en die een potentieel gevaar opleveren voor de gezondheid van mens en dier of voor het milieu of die de dierlijke productie ongunstig kunnen beïnvloeden;».

Art. 2.Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 3.Producten die bestemd zijn voor het voederen van dieren mogen alleen voor gebruik in de Gemeenschap uit derde landen worden ingevoerd, en/of in het verkeer worden gebracht en/of worden gebruikt : - indien ze zuiver, deugdelijk en van gebruikelijke handelskwaliteit zijn; - indien ze bij correct gebruik geen enkel gevaar opleveren voor de gezondheid van mens en dier of voor het milieu; - indien niet verwacht wordt dat ze de dierlijke productie ongunstig beïnvloeden; - indien ze beantwoorden aan de voorschriften opgenomen in bijlage bij dit besluit; - op een wijze die niet misleidend kan zijn. »

Art. 3.Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 5.Producten die bestemd zijn voor het voederen van dieren worden met name geacht niet aan artikel 3 te voldoen wanneer : 1° het gehalte aan ongewenste stoffen hoger is dan de door de Minister vastgestelde maximumgehalten;2° zij bevatten: stof afgescheiden door zuigtoestellen gebruikt bij de behandeling van granen, stof en aardachtige stoffen afgescheiden door de separator-aspirator of door elk ander reinigingsapparaat en, in het algemeen, elke giftige stof of voor de gezondheid van mensen of dieren schadelijke stof.»

Art. 4.In het opschrift en de tekst van hetzelfde besluit worden overal de woorden « stoffen bestemd voor dierlijke voeding » vervangen door de woorden « producten die bestemd zijn voor het voederen van dieren ».

Art. 5.Dit besluit treedt in werking op 1 augustus 2003.

Art. 6.Onze Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 23 mei 2003.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, J. TAVERNIER

^