Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 23 mei 2019
gepubliceerd op 24 juni 2019

Koninklijk besluit tot bepaling van de procedure van toelating tot indienststelling van de subsystemen van structurele aard, van voertuigen en van voertuigtypes

bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
numac
2019041212
pub.
24/06/2019
prom.
23/05/2019
ELI
eli/besluit/2019/05/23/2019041212/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

23 MEI 2019. - Koninklijk besluit tot bepaling van de procedure van toelating tot indienststelling van de subsystemen van structurele aard, van voertuigen en van voertuigtypes


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de Spoorcodex, artikel 168, § 8, ingevoegd bij de wet van 23 november 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/2017 pub. 11/12/2017 numac 2017031660 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex type wet prom. 23/11/2017 pub. 11/12/2017 numac 2017031698 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de naam van de Belgische Technische Coöperatie en tot vaststelling van de opdrachten en de werking van Enabel, Belgisch Ontwikkelingsagentschap sluiten, artikel 178, § 1, tweede lid, vervangen bij de wet van 23 november 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/2017 pub. 11/12/2017 numac 2017031660 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex type wet prom. 23/11/2017 pub. 11/12/2017 numac 2017031698 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de naam van de Belgische Technische Coöperatie en tot vaststelling van de opdrachten en de werking van Enabel, Belgisch Ontwikkelingsagentschap sluiten, artikel 180, vierde lid, en artikel 180/1, § 1, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 23 november 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/2017 pub. 11/12/2017 numac 2017031660 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet tot wijziging van de wet van 30 augustus 2013 houdende de Spoorcodex type wet prom. 23/11/2017 pub. 11/12/2017 numac 2017031698 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van de naam van de Belgische Technische Coöperatie en tot vaststelling van de opdrachten en de werking van Enabel, Belgisch Ontwikkelingsagentschap sluiten;

Gelet op het koninklijk besluit van 1 juli 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/07/2011 pub. 26/07/2011 numac 2011014176 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot bepaling van de procedure en de modaliteiten voor indienen van de aanvraag en voor het verkrijgen van de toelating tot indienststelling van de subsystemen en de voertuigen type koninklijk besluit prom. 01/07/2011 pub. 14/08/2012 numac 2012014325 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot bepaling van de procedure en de modaliteiten voor indienen van de aanvraag en voor het verkrijgen van de toelating tot indienststelling van de subsystemen en de voertuigen. - Duitse vertaling sluiten tot bepaling van de procedure en de modaliteiten voor indienen van de aanvraag en voor het verkrijgen van de toelating tot indienststelling van de subsystemen en de voertuigen;

Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen;

Gelet op de adviesaanvraag binnen 30 dagen die op 22 februari 2019 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn;

Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Mobiliteit, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap.

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder : 1° "aanvrager" : de aanbestedende dienst of de constructeur of hun lasthebber in de Europese Unie die verantwoordelijk is voor de aanvraag van toelating tot indienststelling;2° "Verordening GVM" : Uitvoeringsverordening van de Europese Commissie betreffende de gemeenschappelijke veiligheidsmethode voor risico-evaluatie en -beoordeling. HOOFDSTUK 2. - Inleidend dossier

Art. 3.Voorafgaand aan de implementatiefase van het project en de aanvraag voor toelating tot indienststelling, dient de aanvrager een inleidend dossier in bij de veiligheidsinstantie.

De inhoud van dit dossier wordt bepaald in bijlage 1 bij dit besluit.

Art. 4.§ 1. De veiligheidsinstantie levert binnen vier maanden na de indiening van het inleidend dossier een advies af over het technische concept en het van toepassing zijnde "referentieel" .

Bij afwezigheid van een advies binnen de voorgeschreven termijn, kan de aanvrager voortgaan met zijn project.

De afwezigheid van advies houdt geen vermoeden van gunstig advies in. § 2. In geval van een negatief advies, past de aanvrager zijn project aan en dient hij overeenkomstig artikel 3, een nieuwe aanvraag voor een inleidend dossier in eerste lid. HOOFDSTUK 3. - Toelating tot indienststelling

Art. 5.§ 1. Na de procedure van de EG-keuringsverklaring of de procedure van keuringsverklaring voor de veiligheidsvoorschriften bedoeld in titel 6, hoofdstuk 4, afdeling 3, van de Spoorcodex, dient de aanvrager een aanvraag voor toelating tot indienststelling van een subsysteem of een voertuig of voor toelating tot indienststelling van een voertuigtype in bij de veiligheidsinstantie.

De inhoud van deze aanvraag wordt bepaald in bijlage 2 bij dit besluit. § 2. De aanvrager maakt de volledige aanvraag over per aangetekende zending met ontvangstbevestiging of door persoonlijke overhandiging met ontvangstbevestiging en in elektronische vorm.

Indien de elektronische versie niet compatibel is met het leessysteem van de veiligheidsinstantie, brengt deze de aanvrager op de hoogte, die hem vervolgens gratis de benodigde software bezorgt.

Art. 6.§ 1. Onverminderd de artikelen 194 en 198 van de Spoorcodex, geeft de veiligheidsinstantie zijn gemotiveerd advies betreffende de indienststelling, binnen vier maanden vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag. § 2. De toelating tot indienststelling omvat minstens de volgende informatie : 1° het nummer van de toelating;2° de verwijzing naar de aanvraag voor de toelating tot indienststelling en de keuringsverklaringen;3° de verwijzingen van certificaten of attesten van de aangemelde of aangewezen instanties;4° de verwijzing en de beschrijving van het subsysteem of het voertuig;5° de eventuele beperkingen van de indienststelling;6° de eventuele specifieke voorwaarden voor het Belgische net;7° in geval van bijkomende toelating, verwijzing naar voorgaande toelatingen. In geval van toelating tot indienststelling per voertuigtype, omvat deze : 1° de informatie bedoeld in het eerste lid, 1° tot 3° en 5° ;2° de verwijzing naar de constructeur en de beschrijving van het voertuig. HOOFDSTUK 4. - Voorafgaande procedure in geval van vernieuwing of verbetering

Art. 7.Dit hoofdstuk is van toepassing : 1° in geval van technische wijzigingen aangebracht aan een subsysteem van structurele aard of aan een voertuig in het kader van de vernieuwing of verbetering : 2° op voertuigen voorzien van een toelating tot indienststelling afgeleverd door een andere Lidstaat die de aanvrager wenst uit te breiden tot het Belgische net.

Art. 8.In de gevallen bedoeld in artikel 7, voorafgaand aan het inleidend dossier bedoeld in hoofdstuk 2, dient de aanvrager een conceptdossier, zoals voorzien in de artikelen 178 en 180/1 van de Spoorcodex in.

De inhoud van dit dossier wordt bepaald in bijlage 3 bij dit besluit.

De veiligheidsinstantie onderzoekt het dossier in overeenstemming met de artikelen 178 en 180/1 van de Spoorcodex. HOOFDSTUK 5. - Verplichtingen van de aanvrager

Art. 9.Indien, in de ene of andere fase in de procedure, de veiligheidsinstantie, het voor de procedure nodig acht om bijkomende informatie of documenten op te vragen, brengt zij de aanvrager hiervan op de hoogte, waarna deze haar de stukken doorstuurt.

De termijn gegeven aan de veiligheidsinstantie voor de behandeling van het dossier wordt opgeschort vanaf de kennisgeving tot de dag van ontvangst van de gevraagde stukken.

Art. 10.De aanvrager bewaart gedurende de hele levensduur van het subsysteem of het voertuig een exemplaar van het volledige aanvraagdossier voor indienststelling en van de afgeleverde toelating. HOOFDSTUK 6. - Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen

Art. 11.Het koninklijk besluit van 1 juli 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/07/2011 pub. 26/07/2011 numac 2011014176 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot bepaling van de procedure en de modaliteiten voor indienen van de aanvraag en voor het verkrijgen van de toelating tot indienststelling van de subsystemen en de voertuigen type koninklijk besluit prom. 01/07/2011 pub. 14/08/2012 numac 2012014325 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot bepaling van de procedure en de modaliteiten voor indienen van de aanvraag en voor het verkrijgen van de toelating tot indienststelling van de subsystemen en de voertuigen. - Duitse vertaling sluiten tot bepaling van de procedure en de modaliteiten voor indienen van de aanvraag en voor het verkrijgen van de toelating tot indienststelling van de subsystemen en de voertuigen wordt opgeheven.

Art. 12.Dit besluit is niet van toepassing op de aanvragen voor toelating tot indienstelling ingediend op grond van de bepalingen van het koninklijk besluit van 1 juli 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 01/07/2011 pub. 26/07/2011 numac 2011014176 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot bepaling van de procedure en de modaliteiten voor indienen van de aanvraag en voor het verkrijgen van de toelating tot indienststelling van de subsystemen en de voertuigen type koninklijk besluit prom. 01/07/2011 pub. 14/08/2012 numac 2012014325 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot bepaling van de procedure en de modaliteiten voor indienen van de aanvraag en voor het verkrijgen van de toelating tot indienststelling van de subsystemen en de voertuigen. - Duitse vertaling sluiten tot bepaling van de procedure en de modaliteiten voor indienen van de aanvraag en voor het verkrijgen van de toelating tot indienststelling van de subsystemen en de voertuigen en vóór de inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 13.De minister bevoegd voor het spoorwegvervoer is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 23 mei 2019.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Mobiliteit, Fr. BELLOT

Bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 23 mei 2019 tot bepaling van de procedure van toelating tot indienststelling van de subsystemen van structurele aard, van voertuigen en van voertuigtypes § 1. Het inleidend dossier bedoeld in artikel 3 bevat : 1° in afwezigheid van het conceptdossier : a) de beschrijving van het project;b) de toepasselijke technische voorschriften : TSI of nationale voorschriften;2° in voorkomend geval, de aanvraag tot afwijking bedoeld in het artikel 159 van de Spoorcodex vergezeld van het dossier ter rechtvaardiging van de aanvraag met de vermelding van de alternatieve nationale voorschriften of technische normen die vervuld moeten worden om aan de essentiële eisen te voldoen;3° in voorkomend geval, de aanvragen tot afwijking van de wettelijke regels die voorzien in de mogelijkheid tot afwijking;4° de planning van het project;5° de naam en de functie van de persoon verantwoordelijk voor het technische luik van het subsysteem of het voertuig belast met het ondertekenen van de corresponderende keuringsverklaring;6° de gegevens met betrekking tot de aangemelde of aangewezen instanties of met betrekking tot de beoordelingsinstanties bedoeld in de Verordening GVM. § 2. In geval van een aanvraag voor toelating in het kader van een vernieuwing of verbetering, bevat het inleidend dossier eveneens : 1° het conceptdossier;2° het advies van de veiligheidsinstantie over het conceptdossier;3° de eventuele beslissingen van de veiligheidsinstantie met betrekking tot eerdere toelatingen tot indienststelling. Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 23 mei 2019 tot bepaling van de procedure van toelating tot indienststelling van de subsystemen van structurele aard, van voertuigen en van voertuigtypes.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Mobiliteit, Fr. BELLOT

Bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 23 mei 2019 tot bepaling van de procedure van toelating tot indienststelling van de subsystemen van structurele aard, van voertuigen en van voertuigtypes § 1. De aanvraag voor toelating tot indienstelling van een subsysteem of een voertuig of voor toelating tot indienststelling voor een voertuigtype als bedoeld in het artikel 5, § 1 bevat : 1° het technisch dossier alsook de certificaten en noodzakelijke attesten die deze vergezellen;2° de EG-keuringsverklaring of de keuringsverklaring voor de veiligheidsvoorschriften;3° de certificaten en de attesten met betrekking tot de onderdelen;4° in voorkomend geval, de beperkingen met betrekking tot het gebruik van subsystemen of de voertuigen in geval deze niet voldoen aan alle technische regels;5° in voorkomend geval, de alternatieve regels die zijn gebruikt om te voldoende aan de essentiële eisen;6° in overeenstemming met de Verordening GVM, het veiligheidsverslag van een beoordelingsinstantie waarin de veilige integratie van subsystemen in andere subsystemen geëvalueerd wordt in verband met het technisch dossier bedoeld in 1° ;7° in voorkomend geval, een bijkomend technisch dossier van een aangewezen instantie die oordeelt, op grond van nationale voorschriften, over de verenigbaarheid met het net of de overeenstemmende interfaces;8° in overeenstemming met de Verordening GVM, het veiligheidsverslag van een beoordelingsinstantie waarin de integratie van het subsysteem in het net wordt geëvalueerd in verband met het technisch dossier bedoeld in 6° ;9° elke andere nuttige informatie met betrekking tot andere relevante wettelijke regels die reeds werden toegepast;10° in voorkomend geval, de aanvraag tot inschrijving in het nationaal voertuigenregister;11° voor de subsystemen die bestaan uit infrastructuur, het overeenstemmende infrastructuurregister;12° voor de voertuigen en de subsystemen waaruit het bestaat, in het geval waar het volgt uit één van de documenten bedoeld in punten 6°, 7° of 8° die eventueel duidt op een compatibiliteitsprobleem met de infrastructuur, het advies van de spoorweginfrastructuurbeheerder houdende het gebruik van de infrastructuur voor wat met name de lijnen betreft die specifieke eigenschappen hebben of de enkelvoudige of meervoudige tractie. § 2. De aanvraag voor toelating tot indienststelling van een voertuig, voor de welke de veiligheidsinstantie reeds een toelating afleverde per voertuigtype, bevat : 1° de aanvraag tot inschrijving in het nationaal voertuigenregister;2° de verklaring van conformiteit met het voertuigtype. § 3. De aanvraag voor toelating tot indienststelling van een voertuig voor de welke een veiligheidsinstantie van een andere Lidstaat al een toelating per voertuigtype of een toelating tot indienststelling afleverde, bevat : 1° de documenten bedoeld in paragraaf 1, 6° tot 10° en 12° : 2° de verklaring van conformiteit met het voertuigtype. Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 23 mei 2019 tot bepaling van de procedure van toelating tot indienststelling van de subsystemen van structurele aard, van voertuigen en van voertuigtypes.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Mobiliteit, Fr. BELLOT

Bijlage 3 bij het koninklijk besluit van 23 mei 2019 tot bepaling van de procedure van toelating tot indienststelling van de subsystemen van structurele aard, van voertuigen en van voertuigtypes Het conceptdossier bedoeld in artikel 8 van het koninklijk besluit bevat : 1° een beschrijving van het project met, in voorkomend geval, een algemene beschrijving van de fasering;2° de aard van het project : vernieuwing of verbetering;3° alle toelatingen en alle keuringsdocumenten van subsystemen of van het voertuig in gebruik;4° de lijst van toepasselijke TSI;5° de lijst van toepasselijke technische normen en voorschriften;6° in geval van een technische wijziging, een technisch verslag voor de beoordeling van de criteria van nieuwigheid en additionaliteit bedoeld in respectievelijk het artikel 4, 2, b) en f), van de verordening GVM. Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 23 mei 2019 tot bepaling van de procedure van toelating tot indienststelling van de subsystemen van structurele aard, van voertuigen en van voertuigtypes.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Mobiliteit, Fr. BELLOT

^