Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 23 november 2006
gepubliceerd op 30 november 2006

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 december 2004 ter uitvoering van artikelen 1409, § 1, vierde lid, en 1409, § 1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek inzake de beperking van de inbeslagneming wanneer er kinderen ten laste zijn, alsmede van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2006009970
pub.
30/11/2006
prom.
23/11/2006
ELI
eli/besluit/2006/11/23/2006009970/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

23 NOVEMBER 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 december 2004 ter uitvoering van artikelen 1409, § 1, vierde lid, en 1409, § 1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek inzake de beperking van de inbeslagneming wanneer er kinderen ten laste zijn, alsmede van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992


Dit besluit vernietigt en vervangt datgene verschenen in het Belgisch Staatsblad van 30 november 2006, eerste uitgave, bl. 66485, akte nr. 2006/09926 ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid op artikel 1409, § 1, vierde lid, toegevoegd bij de wet van 24 maart 2000, en op artikel 1409, § 1bis, vierde lid, ingevoegd bij dezelfde wet, beide gewijzigd bij artikel 377 van de programmawet van 22 december 2003 en inzonderheid artikel 15 van de wet van 20 juli 2006 houdende diverse bepalingen;

Gelet op de wet van 20 juli 2006 houdende diverse bepalingen;

Gelet op artikel 300, § 1, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;

Gelet op het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, inzonderheid op artikel 164, § 1, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 december 2005;

Gelet op het koninklijk besluit van 27 december 2004 ter uitvoering van artikelen 1409, § 1, vierde lid, en 1409, § 1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek inzake de beperking van de inbeslagneming wanneer er kinderen ten laste zijn, in het bijzonder op de artikelen 1 en 2;

Overwegende dat in artikel 1 van het koninklijk besluit van 27 december 2004 ter uitvoering van artikelen 1409, § 1, vierde lid, en 1409, § 1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek inzake de beperking van de inbeslagneming wanneer er kinderen ten laste zijn, de verwijzing naar het Wetboek van de inkomstenbelastingen ter bepaling van de berekeningswijze van de inkomsten van een kind ten laste moet worden geschrapt;

Dat het Wetboek van de inkomstenbelastingen immers een eigen logica heeft die hier moeilijk kan worden overgenomen;

Dat bijgevolg de te indexeren bedragen moeten worden vastgesteld en de toestand moet worden beoordeeld te rekenen van de dag waarop de aangifte wordt ingediend;

Overwegende dat in artikel 2 van hetzelfde besluit is gesteld dat het besluit in werking treedt op de datum van de bekendmaking van het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan het model moet worden bepaald door de Minister van Justitie, overeenkomstig artikel 1409ter van het Gerechtelijk Wetboek;

Overwegende dat in artikel 10 van het koninklijk besluit van 27 december 2004 tot vaststelling van de voorschriften van de bewijsvoering alsook de regels van rechtspleging voor de tenuitvoerlegging van artikel 1409, § 1, vierde lid, en § 1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, bekrachtigd bij de wet van 30 mei 2005 en gewijzigd bij artikel 27 van de wet van 20 juli 2006 houdende diverse bepalingen, is voorzien dat de bepalingen die krachtens artikel 10 worden ingevoerd, in werking treden twee maanden na de bekendmaking van voornoemd formulier;

Dat de bepalingen van beide koninklijke besluiten van 27 december 2004 nauw verwant zijn en bijgevolg gelijktijdig in werking moeten treden;

Dat in het koninklijk besluit van 27 december 2004 ter uitvoering van artikelen 1409, § 1, vierde lid, en 1409, § 1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek inzake de beperking van de inbeslagneming wanneer er kinderen ten laste zijn bijgevolg moet worden gesteld dat de bepalingen die erin zijn opgenomen tevens in werking treden twee maanden na de bekendmaking van voornoemd formulier;

Overwegende dat met het oog op veralgemening van het vermeerderingsmechanisme tot alle procedures, bedoeld mechanisme moet worden uitgebreid tot de inkomstenbelastingen met betrekking tot BTW, door in artikel 164, § 1, van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 de regel om te zetten volgens welke de aanzegging, op straffe van nietigheid, het aangifteformulier voor kind ten laste bevat waarvan het model bepaald is door de Minister van Justitie;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 19 september 2006;

Gelet op advies nr. 41.407/2 van de Raad van State, gegeven op 6 november 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, vervangen bij de wet van 4 augustus 1996;

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Sociale Zaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 27 december 2004 ter uitvoering van artikel 1409, § 1, vierde lid, en 1409, § 1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek inzake de beperking van de inbeslagneming wanneer er kinderen ten laste zijn, wordt vervangen als volgt : « Kunnen niettemin niet aanzien worden als zijnde ten laste de kinderen die binnen twaalf maanden vóór de aangifte hebben beschikt over netto bestaansmiddelen die hoger zijn dan de volgende bedragen : -2.610 euro indien de ouder-titularis van inbeslaggenomen of overgedragen goederen samenwonend is; - 3.770 euro indien de ouder-titularis van inbeslaggenomen of overgedragen goederen alleenstaand is; - 4.780 euro indien het kind het statuut van gehandicapte heeft in de zin van artikel 135 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

De in het vorige lid vastgestelde bedragen worden jaarlijks aangepast, rekening houdend met de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen dat daartoe berekend en benoemd wordt van de maand oktober van elk jaar, zoals voorzien in het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.

Het aanvangsindexcijfer is dat van de maand oktober 2006.

Elke verhoging of verlaging van het indexcijfer brengt een verhoging of verlaging van de bedragen met zich mee, overeenkomstig de volgende formule : het nieuwe bedrag is gelijk aan het basisbedrag, vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door het aanvangsindexcijfer. Het resultaat wordt afgerond tot de hogere euro.

De nieuwe bedragen worden bij een bericht in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Zij worden van kracht vanaf 1 januari van het jaar volgend op hun aanpassing.

De bestaansmiddelen worden onder meer gevormd door de inkomsten uit arbeid en de inkomsten uit onroerende goederen en kapitalen met uitzondering van de bestaansmiddelen bedoeld in artikel 143 van het Wetboek van de inkomstenbelatingen 1992 alsook de vergoedingen bedoeld in artikel 10 van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers.

De toestand wordt beoordeeld te rekenen van de dag waarop de aangifte wordt ingediend.

De in aanmerking te nemen bedragen zijn de bedragen die van kracht zijn op het tijdstip waarop de aangifte wordt ingediend.

Art. 2.In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de woorden « op de datum van » vervangen door de woorden « twee maanden na ».

Art. 3.Artikel 164, § 1, van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 december 2005, wordt aangevuld met het volgende lid : « Wanneer het beslag slaat op inkomsten bedoeld in de artikelen 1409, §§ 1 en 1bis, en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek, bevat de aanzegging, op straffe van nietigheid, het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan het model bepaald is door de Minister van Justitie. »

Art. 4.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 5.Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Financiën en Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 23 november 2006.

De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Sociale Zaken, R. DEMOTTE

^