Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 24 maart 2015
gepubliceerd op 15 april 2015

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de federale en bicommunautaire socio-culturele organisaties, betreffende de vorming 2014-2015

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2015200732
pub.
15/04/2015
prom.
24/03/2015
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

24 MAART 2015. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de federale en bicommunautaire socio-culturele organisaties, betreffende de vorming 2014-2015 (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de federale en bicommunautaire socio-culturele organisaties;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de federale en bicommunautaire socio-culturele organisaties, betreffende de vorming 2014-2015.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 24 maart 2015.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de federale en bicommunautaire socio-culturele organisaties Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2014 Vorming 2014-2015 (Overeenkomst geregistreerd op 19 augustus 2014 onder het nummer 123045/CO/329.03)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werknemers die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de federale en bicommunautaire socioculturele organisaties.

Onder "werknemers" wordt verstaan : het mannelijk en vrouwelijk werklieden- en bediendepersoneel.

Art. 2.Deze overeenkomst wordt gesloten ter uitvoering van : - artikel 30 van de wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021175 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende het generatiepact sluiten betreffende het Generatiepact; - het koninklijk besluit van 11 oktober 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/10/2007 pub. 05/12/2007 numac 2007012348 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg en federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren in uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact sluiten tot invoering van een bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren (zoals gewijzigd).

Art. 3.De sociale partners engageren zich ertoe om de participatiegraad inzake vorming jaarlijks met 5 pct. te verhogen.

Art. 4.De sociale partners engageren zich ertoe om elke werknemer de mogelijkheid te geven gedurende de arbeidstijd vorming te genieten in het ka-er van de uitvoering van het werk of van de doelstellingen van de organisatie. De vorming wordt hetzij door de werkgever georganiseerd hetzij op zijn vraag of met zijn goedkeuring verstrekt door opleidingsderden.

Art. 5.Ter uitvoering van de artikelen 3 en 4 van deze overeenkomst wordt aan de werknemers een collectieve vormingstijd op het niveau van de organisatie toegekend, berekend als volgt : - voor het jaar 2014 : het aantal werknemers tewerkgesteld in de organisatie op 1 januari 2014 uitgedrukt in voltijds equivalenten, vermenigvuldigd met 5,73 uur; - voor het jaar 2015 : het aantal werknemers tewerkgesteld in de organisatie op 1 januari 2015 uitgedrukt in voltijds equivalenten, vermenigvuldigd met 6,02 uur; - de werkgever kent de nodige tijd toe om de deelname van de werknemer aan de opleiding(en) zoals bepaald in artikel 6, mogelijk te maken.

Art. 5bis.§ 1. Bij het verdelen van de collectieve opleidingstijd zal gewaakt worden over een billijke verdeling tussen de werknemers en over het evenwicht tussen opleidingsbehoeften in het raam van de behoeften van de instelling en de opleidingsbehoeften in het raam van de persoonlijke ontwikkeling van de werknemers. De collectieve opleidingstijd moet elke werknemer de mogelijkheid bieden tot minstens 2 dagen opleiding in de loop van de uitvoeringsperiode van deze collectieve arbeidsovereenkomst. § 2. Bestaande opleidingen, zowel binnen als buiten het bedrijf, informele opleiding zoals beschreven in bijlage, alsook specifieke opleidingsinstrumenten die in het bedrijf opgezet worden, komen in aanmerking voor de in § 1 bedoelde collectieve opleidingstijd.

Art. 6.Ingeval een overlegorgaan bestaat op organisatieniveau (ondernemingsraad of bij ontstentenis het comité voor preventie en bescherming op het werk of bij ontstentenis de vakbondsafvaardiging) wordt in overleg een vormingsbeleid ontwikkeld voor zover dat er nog niet is en licht de werkgever het geheel van de gegevens rond vormingsinspanningen toe ter evaluatie van de vormingsomvang.

Art. 7.Deze overeenkomst treedt in werking op 1 januari 2014 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2015.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 24 maart 2015.

De Minister van Werk, K. PEETERS

Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de federale en bicommunautaire socio-culturele organisaties, betreffende de vorming 2014-2015 Onder "minder formele of informele beroepsopleiding" wordt verstaan : de opleidingsactiviteiten die in direct verband staan met het werk.

Die opleidingen worden gekenmerkt door : - een hoge mate van zelforganisatie (tijd, plaats, inhoud) door de individuele leerling of een groep leerlingen; - een inhoud die bepaald wordt door de individuele behoeften van de leerling op de werkplek; - een direct verband met het werk of de werkplek, maar ook het bijwonen van conferenties met het oog op de opleiding; - een omschrijving voorafgaand aan de uitvoering.

Uitgesloten zijn activiteiten als : - brainstorming; - briefings (informatievergaderingen) over de bedrijfsstrategie; - het eenvoudig onthaal van nieuwe medewerkers (zonder opleidingsinhoud).

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 24 maart 2015.

De Minister van Werk, K. PEETERS

^