Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 25 april 2007
gepubliceerd op 14 juni 2007

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 1985 tot uitvoering van Hoofdstuk 1, sectie 1, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid en federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2007022781
pub.
14/06/2007
prom.
25/04/2007
ELI
eli/besluit/2007/04/25/2007022781/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

25 APRIL 2007. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 1985 tot uitvoering van Hoofdstuk 1, sectie 1, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, inzonderheid op artikel 4;

Gelet op het koninklijk besluit van 25 oktober 1985 tot uitvoering van Hoofdstuk 1, sectie 1, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen zoals gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 6 maart 1987, van 28 januari 1988, van 23 oktober 1989, van 8 december 1989, van 31 januari 1991, van 15 juli 1991, van 1 juni 1992, van 26 juni 1992, van 14 juli 1993, van 30 december 1993 en van 12 maart 2003;

Gelet op het voorstel geformuleerd op 11 december 2006 door het Beheerscomité van de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 15 januari 2007;

Gelet op de akkoordbevinding van onze Minister van Begroting van 19 januari 2007;

Gelet op advies nr. 42.144/1 van de Raad van State, gegeven op 1 februari 2007 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, van Onze Minister van Sociale Zaken en van Onze Minister van Pensioenen en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 19 van het koninklijk besluit van 25 oktober 1985 tot uitvoering van hoofdstuk 1, sectie 1, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 6 maart 1987, 2 juni 1987 en 1 juni 1992, wordt vervangen als volgt : «

Art. 19.§ 1. Na voorafneming van het in artikel 20 bedoeld bedrag, verdeelt de Rijksdienst de opbrengst van de bijdragen bedoeld in artikel 1, § 2, 1° van de wet alsmede van de eventuele verhogingen en verwijlintresten en stort : 1° aan de RSZ-Globaal Beheer, de opbrengst van de globale bijdrage, bedoeld in artikel 23, vierde lid van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers;2° aan de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie, de opbrengst van de bijdrage, bedoeld in artikel 38, § 3, 8° van voormelde wet van 29 juni 1981.» § 2. Na voorafneming van het in artikel 20 bedoeld bedrag stort de Rijksdienst : 1° aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, de solidariteitsbijdrage voor mandatarissen en de bijdragen bedoeld in artikel 1, § 2, 2°, 3° en 4°, van de wet en de bijdrage bedoeld bij artikel 39, § 1, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, alsmede de eventuele verhogingen en verwijlintresten;2° aan het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, de pensioeninhoudingen voor mandatarissen en de bijdragen bedoeld in artikel 1, § 2, 5°, van de wet, alsmede de eventuele verhogingen, verwijlintresten en de eventuele boeten bepaald bij artikel 6;3° aan de Schatkist, de pensioenbijdragen, alsmede de eventuele verhogingen en verwijlintresten en de eventuele boeten bepaald bij artikel 6;4° aan het Fonds voor beroepsziekten, het deel van de bijdrage bedoeld in artikel 19bis, alsmede de eventuele verhogingen en verwijlintresten en de eventuele boeten bepaald bij artikel 6;5° aan het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, voor de sector gezondheidszorgen, de bijdragen op het forfaitair en het wijzigbaar gedeelte van het vakantiegeld, betaald in de loop van het jaar 1992, bepaald bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 1 juni 1992 tot uitbreiding, wat de inning en invordering van de opbrengst van een inhouding op het vakantiegeld betreft, van de opdrachten van de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten. § 3. Het deel van de bijdrage bedoeld in artikel 19bis dat bestemd is voor de regeling van de kinderbijslag wordt voor rekening van de Rijksdienst geïnd en ingevorderd, en aan geen andere instelling gestort. »

Art. 2.In hetzelfde besluit wordt een artikel 19bis ingevoegd, luidend : «

Art. 19bis.De bijdragen bedoeld in de artikelen 18 en 18bis worden samengevoegd tot een globale bijdrage. De opbrengst van de geglobaliseerde geldmiddelen wordt verdeeld onder de regelingen opgesomd in de artikelen 18 en 18bis. Deze verdeling gebeurt op basis van de te financieren thesauriebehoeften van de bedoelde regelingen.

Het eventuele overschot wordt ingeschreven in het Reservefonds van de kinderbijslag bij de Rijksdienst. »

Art. 3.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007 en treedt buiten werking op 1 januari 2009.

Art. 4.Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te, Brussel, 25 april 2007.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL De Minister Sociale Zaken, R. DEMOTTE De Minister van Pensioenen, B. TOBBACK

^