Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 25 april 2007
gepubliceerd op 22 mei 2007

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 november 2006, gesloten in het Paritair Subcomité voor de socio-culturele sector van de Vlaamse Gemeenschap, houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid in de Vlaamse socio-culturele sector

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2007201207
pub.
22/05/2007
prom.
25/04/2007
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

25 APRIL 2007. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 november 2006, gesloten in het Paritair Subcomité voor de socio-culturele sector van de Vlaamse Gemeenschap, houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid in de Vlaamse socio-culturele sector (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de socio-culturele sector van de Vlaamse Gemeenschap;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 28 november 2006, gesloten in het Paritair Subcomité voor de socio-culturele sector van de Vlaamse Gemeenschap, houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid in de Vlaamse socio-culturele sector.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 25 april 2007.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de socio-culturele sector van de Vlaamse Gemeenschap Collectieve arbeidsovereenkomst van 28 november 2006 Maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid in de Vlaamse socio-culturele sector (Overeenkomst geregistreerd op 11 januari 2007 onder het nummer 81498/CO/329.01 HOOFDSTUK I. - Juridisch kader

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten overeenkomstig de bepalingen van de wet van 5 december 1968 op de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités en in toepassing van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector en zijn uitvoeringsbesluiten. HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied en omschrijving van de begrippen

Art. 2.Deze overeenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werknemers van de organisaties die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de socio-culturele sector van de Vlaamse Gemeenschap.

Onder "werknemers" wordt verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden en bedienden, onder welk statuut ook tewerkgesteld.

Art. 3.Onder "koninklijk besluit" wordt verstaan : koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector.

Onder "sociaal fonds" wordt begrepen : het "Sociaal Fonds Sociale Maribel voor de socio-culturele sector van de Vlaamse Gemeenschap". HOOFDSTUK III. -Vermindering werkgeversbijdrage sociale zekerheid

Art. 4.Bij een nettoaangroei van het aantal werknemers, kan de sector genieten van een vermindering van de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid zoals bepaald in het koninklijk besluit.

Art. 5.De globale opbrengst van de bijdrageverminderingen vermeld in artikel 4, wordt bepaald op grond van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 en zijn uitvoeringsbesluiten. HOOFDSTUK IV. - Inning en bestemming van de bijdrageverminderingen

Art. 6.De ondertekende partijen komen overeen de inning van de bijdrageverminderingen toe te vertrouwen aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (R.S.Z.). HOOFDSTUK V. - Tewerkstellingsverbintenis

Art. 7.Op grond van artikel 18 van het koninklijk besluit kent het sociaal fonds een financiële tegemoetkoming toe aan werkgevers die de verbintenis aangaan een nettoaangroei van de werkgelegenheid te verwezenlijken en dat a rato van de aan hun toegekende financiering.

De nettoaangroei van het aantal werknemers en het totaal arbeidsvolume worden berekend volgens de bepalingen van het koninklijk besluit.

Art. 8.Een werkgever die een financiële tegemoetkoming geniet van het sociaal fonds kan, indien hij genoodzaakt ziet om het arbeidsvolume, zoals bedoeld in artikel 50 van het koninklijk besluit, van zijn werknemers die onder de toepassing vallen van deze collectieve arbeidsovereenkomst, te verminderen, verder genieten van de financiële tegemoetkomingen van het sociaal fonds, op voorwaarde dat : 1. de werkgever vooraf met aangetekende brief de vermindering van het arbeidsvolume aanmeldt bij het sociaal fonds, met opgave van de volgende informatie : de vermindering van het arbeidsvolume uitgedrukt in voltijdse equivalenten gedurende een volledig kalenderjaar, de datum vanaf de welke de vermindering ingang vindt, de fases van deze vermindering alsook de reden die de vermindering van het arbeidsvolume veroorzaakt.2. het sociaal fonds zijn instemming betuigt met het voorstel van vermindering van het arbeidsvolume op basis van objectieve criteria en bij gemotiveerde beslissing. HOOFDSTUK VI. - Waarborgen van de integrale besteding van de bijdragevermindering voor de realisatie van werkgelegenheid en controle

Art. 9.Iedere organisatie die zich kandidaat stelt op basis van deze collectieve arbeidsovereenkomst volgens de procedure bepaald in hoofdstuk IX van deze overeenkomst, moet minstens jaarlijks een gedetailleerd verslag overmaken aan het sociaal fonds.

Het niet respecteren van deze bepalingen kan aanleiding geven tot sancties bepaald door het sociaal fonds.

Art. 10.Dit verslag moet minstens volgende gegevens bevatten : - de totale tewerkstelling uitgedrukt in personen en arbeidsuren voor de referentieperiode en voor de desbetreffende periode; - de nominatieve lijst van werknemers aangeworven op grond van de financiële tegemoetkoming van het fonds met hun arbeidsregime, hun functie en barema, het plafond van hun loon, de eventuele cofinanciering.

Indien nodig is het sociaal fonds gemachtigd bijkomende informatie op te vragen. Een model van dit verslag zal door het sociaal fonds worden uitgewerkt.

Art. 11.Bij het voormelde verslag moet het bewijs worden gevoegd dat dit verslag in de ondernemingsraad, of bij ontstentenis, met de syndicale afvaardiging of bij ontstentenis, met minstens twee regionale of nationale verantwoordelijken van de syndicale organisaties die in het paritair subcomité zijn vertegenwoordigd, werd besproken en eventueel goedgekeurd.

Bij gebreke van akkoord binnen de 15 dagen die volgen op de betekening van het verslag door de werkgever aan de vertegenwoordigers van de werknemers, kan de meest gerede partij het verslag overmaken aan het sociaal fonds, dat zal beslissen.

Art. 12.Het sociaal fonds stuurt op elektronische drager of langs elektronische weg uiterlijk tegen 30 juni van elk kalenderjaar naar de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, in een vorm bepaald door de leidende ambtenaar van die federale overheidsdienst, de lijst van de werkgevers die gedurende het volledig vorige kalenderjaar genoten hebben van een financiële tegemoetkoming van het sociaal fonds. HOOFDSTUK VII. - Tijdsschema met betrekking tot de realisatie van de bijkomende nettoaanwervingen

Art. 13.De nieuwe aanwervingen en de toename van het arbeidsvolume worden gerealiseerd binnen een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de dag van de betekening van de beslissing tot toekenning van de financiële tegemoetkoming.

Op basis van een gemotiveerde aanvraag kan het sociaal fonds uitzonderlijk een afwijking op deze termijn toestaan.

De vervanging van de werknemers waarvan het contract geschorst of afgelopen is en waarvan de werkpost wordt gesubsidieerd door het sociaal fonds moet gebeuren binnen de zes maanden die volgen op het einde van het contract of het begin van de schorsing ervan, behalve voor een afwijking die schriftelijk werd aangevraagd aan het sociaal fonds.

In geval van niet-vervanging binnen de voorgeschreven termijn kan de raad van beheer van het fonds van rechtswege beslissen over de intrekking van de subsidie voor deze post. HOOFDSTUK VIII. - Functies en categorieën van werknemers die in aanmerking komen voor de bijkomende nettoaanwervingen

Art. 14.De financiële tegemoetkoming van het sociaal fonds is ten hoogste gelijk aan de loonkost van de tengevolge de toekenning van de bijkomende arbeidspost aangeworven werknemer.

Deze tegemoetkoming mag jaarlijks niet hoger liggen dan 36.944,40 EUR (op 1 januari 2007) per bijkomend voltijds arbeidsvolume of de toepasselijke pro rata daarvan.

Dit plafond van tegemoetkoming kan echter het bedrag van 64.937,84 EUR (op 1 januari 2003) per jaar en per bijkomend voltijds arbeidsvolume niet overschrijden.

De bedragen vermeld in lid 2 en 3 van dit artikel worden, na beslissing van het beheerscomité van het sociaal fonds, geïndexeerd volgens de modaliteiten bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 maart 1997 houdende de koppeling van de bezoldigingen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, gesloten in het Paritair Comité voor de socio-culturele sector. HOOFDSTUK IX. - Procedure van kandidatuurstelling

Art. 15.De werkgevers die een bijkomende inspanning op het vlak van tewerkstelling wensen te realiseren in toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst, moeten een akte van kandidatuurstelling per aangetekend schrijven overmaken aan het sociaal fonds.

Dit schrijven wordt opgemaakt en ondertekend door de werkgever en omvat minstens een uitvoerige omschrijving van de tewerkstellingsverbintenis die de werkgever aangaat, evenals de eventuele opmerkingen bedoeld in artikel 16.

Het model hiervoor zal door het sociaal fonds worden opgesteld.

Art. 16.Een afschrift van de akte van kandidatuurstelling vermeld in artikel 15, wordt voorafgaandelijk ter informatie en ter raadpleging medegedeeld aan de ondernemingsraad, bij ontstentenis, aan de syndicale delegatie, of, bij ontstentenis, aan de werknemers.

De vertegenwoordigers van de werknemers of de werknemers hebben een termijn van 15 dagen, vanaf het overhandigen van het afschrift, om schriftelijk opmerkingen ter kennis te brengen van de werkgever. De eventuele opmerkingen worden bij de akte gevoegd. HOOFDSTUK X. - Geldigheidsduur

Art. 17.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2007 en is gesloten voor onbepaalde duur.

Zij kan worden opgezegd door één van de ondertekenende partijen bij aangetekend schrijven gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de socio-culturele sector van de Vlaamse Gemeenschap met inachtneming van een opzeggingstermijn van zes maanden Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 25 april 2007.

De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN

^