Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 25 februari 2003
gepubliceerd op 10 maart 2003

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel

bron
federale overheidsdienst personeel en organisatie
numac
2003002045
pub.
10/03/2003
prom.
25/02/2003
ELI
eli/besluit/2003/02/25/2003002045/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

25 FEBRUARI 2003. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de artikelen 37 en 107, tweede lid, van de Grondwet;

Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel, inzonderheid op artikel 18bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 5 september 2002;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 8 januari 2003;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven op 12 februari 2003;

Gelet op het protocol nr. 450 van 12 februari 2003 van het Comité voor de federale, de gemeenschaps- en de gewestelijke overheidsdiensten;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de competentiemetingen, sessie 2003, op dit ogenblik georganiseerd worden voor de functiefamilies van niveau C;

Overwegende dat het eerste deel van de competentiemetingen, onderverdeeld in twee proeven, voldoende toelaat de technische en generieke competenties na te gaan, waarvan de personeelsleden het bewijs moeten leveren om naar best vermogen hun functies uit te oefenen;

Overwegende dat het tweede deel door de huidige reglementering voorzien en bestaande uit een onderhoud, bijgevolg overbodig lijkt te zijn;

Overwegende dat het zich opdringt, in het kader van de huidige sessie 2003 van de competentiemetingen voor de functiefamilies van niveau C, maar eveneens voor deze die eerstdaags zullen georganiseerd worden voor de functiefamilies van niveau B, de personeelsleden niet te onderwerpen aan het voorziene tweede deel;

Overwegende bijgevolg dat, met een bekommernis van vereenvoudiging, de reglementering betreffende de competentiemetingen onverwijld moet aangepast worden;

Op de voordracht van Onze Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare besturen en op advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 18bis van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 5 september 2002, wordt vervangen als volgt : « Art. 18bis. § 1. De competentiemetingen worden elk jaar per niveau en per functiefamilie georganiseerd. § 2. Voor de niveaus B en C, omvatten zij twee delen. Elk deel wordt afgesloten door een gunstige of ongunstige beslissing.

Alleen de rijksambtenaar die, na afloop van het eerste deel, een gunstige beslissing verkrijgt, wordt tot het tweede deel van de competentiemeting toegelaten.

Het eerste deel bestaat uit een toepassingstest in informatica.

De rijksambtenaar kiest ervoor om zich ofwel voor de test aan te bieden, ofwel te genieten van een opleiding. In dit laatste geval, kan hij hetzij de door het Opleidingsinstituut van de federale Overheid georganiseerde opleiding, hetzij een opleiding georganiseerd door zijn federale overheidsdienst of zijn instelling van openbaar nut, en gecertificeerd door SELOR, volgen.

Indien de rijksambtenaar niet onmiddellijk in de test slaagt, wordt hij uitgenodigd een opleiding P.C. te volgen. In dit geval kan hij genieten van de opleiding ingericht door het Opleidingsinstituut van de federale Overheid of een andere opleiding, overeenkomstig de modaliteiten bepaald in het vierde lid.

Na deze opleiding, wordt een test ingericht waarvan het slagen gelijkgesteld is met een gunstige beslissing voor het eerste deel.

Het tweede deel bestaat uit een praktische oefening.

De inhoud van de praktische oefening wordt door de afgevaardigd bestuurder van SELOR in overleg met de betrokken federale overheidsdienst bepaald. § 3.In afwijking van § 2 worden de twee delen vervangen door een door het Opleidingssinstituut van de federale Overheid gecertificeerde opleiding voor de functiefamilies van technisch assistent in niveau C en van ICT-deskundige in niveau B. De gecertificeerde opleiding voor de functie van technisch assistent wordt aangepast aan de verschillende subgroepen van functies die in deze functiefamilie bestaan, volgens de nadere regelen bepaald door de Minister tot wiens bevoegdheid de Ambtenarenzaken behoren.

De gecertificeerde opleiding wordt afgesloten door een gunstige of ongustige beslissing.

De Minister bevoegd voor Ambtenarenzaken kan de afwijking waarvan sprake in deze paragraaf toestaan voor andere functiefamilies. § 4. De inhoud en de nadere regelen van de competentiemetingen voor niveau A worden door Ons bepaald bij een in Ministerraad overlegd besluit. »

Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 26 september 2002.

Art. 3.Onze Ministers en Onze Staatssecretarissen zijn, ieder vóór wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 25 februari 2003.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare besturen, L. VAN DEN BOSSCHE

^