Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 25 juni 2001
gepubliceerd op 15 augustus 2001

Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden tot toevoeging van de vermelding « in overeenstemming met de voorschriften van de JAR-OPS 1 » of « in overeenstemming met de voorschriften van de JAR-OPS 3 » op het bewijs luchtvaartexploitant

bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
numac
2001014139
pub.
15/08/2001
prom.
25/06/2001
ELI
eli/besluit/2001/06/25/2001014139/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

25 JUNI 2001. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden tot toevoeging van de vermelding « in overeenstemming met de voorschriften van de JAR-OPS 1 » of « in overeenstemming met de voorschriften van de JAR-OPS 3 » op het bewijs luchtvaartexploitant


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart, ondertekend te Chicago op 7 december 1944 en goedgekeurd bij de wet van 30 april 1947, inzonderheid op bijlage 6;

Gelet op de verordening EEG nr. 3922/91 van de raad van 16 december 1991 inzake de harmonisatie van de technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart, inzonderheid op artikel 5 betreffende de toetreding van de bevoegde luchtvaartautoriteiten van de Lidstaten tot de J.A.A. (Joint Aviation Authorities);

Gelet op de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling van de luchtvaart, inzonderheid op de artikelen 2 en 5;

Gelet op het koninklijk besluit van 15 maart 1954 tot regeling der luchtvaart, inzonderheid op artikel 52, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 november 1986;

Gelet op de « Arrangements Concerning the Development, the Acceptance and the Implementation of Joint Aviation Requirements » overeengekomen te Cyprus op 11 september 1990, inzonderheid op artikel 3) (b);

Gelet op de vervulling van de procedure van de Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften;

Gelet op de omstandigheid dat de gewestregeringen bij het ontwerpen van dit besluit betrokken zijn;

Gelet op het advies van de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Mobiliteit en Vervoer, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : J.A.A. : (Joint Aviation Authorities) : organisatie die geassocieerd is met de Europese Burgerluchtvaartconferentie (ECAC) en die regelingen heeft opgesteld voor samenwerking bij de uitwerking en tenuitvoerlegging van gezamenlijke regels (JAR-codes) op alle gebieden die op de veiligheid en de exploitatie van luchtvaartuigen betrekking hebben.

JAR-OPS 1 : jongste uitgave van het document « JAR-OPS 1 Commercial Air Transportation (Aeroplanes) », inclusief de door de J.A.A. goedgekeurde en gepubliceerde addenda.

Geïnteresseerden kunnen van dit document kennisnemen bij het Bestuur van de Luchtvaart.

JAR-OPS 3 : jongste uitgave van het document » JAR-OPS 3 Commercial Air Transportation (Helicopters) », inclusief de door de J.A.A. goedgekeurde en gepubliceerde addenda.

Geïnteresseerden kunnen van dit document kennisnemen bij het Bestuur van de Luchtvaart.

AOC : bewijs luchtvaartexploitant, afgegeven met toepassing van de artikelen 2 en 9 van de verordening EEG nr. 2407/92 van de Raad van 23 juli 1992 betreffende de verlening van exploitatievergunningen aan luchtvaartmaatschappijen.

Art. 2.De directeur-generaal van het Bestuur van de Luchtvaart voegt, op aanvraag, de vermelding « in overeenstemming met de voorschriften van de JAR-OPS 1 » of de vermelding « in overeenstemming met de voorschriften van de JAR-OPS 3 » toe op een geldig AOC wanneer de houder ervan voldoet aan de voorwaarden van de JAR-OPS 1 of van de JAR-OPS 3, al naar gelang het geval.

Art. 3.Op straffe van nietigheid wordt de aanvraag schriftelijk geadresseerd aan de directeur-generaal van het Bestuur van de Luchtvaart met opgave van de gevraagde vermelding. De aanvraag gaat vergezeld van de behoorlijk ingevulde en ondertekende documenten bepaald door de Directeur-generaal van het Bestuur van de Luchtvaart.

Alle in het kader van deze aanvraag ingediende documenten worden eigendom van het Bestuur van de Luchtvaart en worden in geen enkel geval teruggegeven.

Art. 4.Vanaf de dag dat de aanvraag alle vereiste inlichtingen en documenten bevat, wordt ze onderzocht door het bestuur dat tevens de documenten nakijkt en de nodige inspecties verricht.

Na afloop van dit onderzoek, en indien aan de voorwaarden van de JAR-OPS 1 of van de JAR-OPS 3 is voldaan, wordt de vermelding « in overeenstemming met de voorschriften van de JAR-OPS 1 » of « in overeenstemming met de voorschriften van de JAR-OPS 3 », al naar gelang het geval, toegevoegd op het AOC van de exploitant.

Art. 5.De geldigheidsduur van de vermelding bedoeld in artikel 2 mag niet langer zijn dan die van het AOC waarop ze is aangebracht.

Art. 6.De in artikel 2 bedoelde vermelding wordt onmiddellijk ingetrokken wanneer de houder van het AOC niet langer voldoet aan de voorwaarden van de JAR-OPS 1 of van de JAR-OPS 3, al naar gelang het geval. De houder dient onmiddellijk het AOC terug te bezorgen aan het Bestuur van de Luchtvaart om deze vermelding te laten doorhalen.

In geval van intrekking moet, overeenkomstig artikel 3, een nieuwe aanvraag worden ingediend indien de aanvrager opnieuw een vermelding in overeenstemming met de JAR-OPS 1 of de JAR-OPS 3 wenst te bekomen.

Art. 7.Onze Minister bevoegd voor de Luchtvaart is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 25 juni 2001.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Mobiliteit en Vervoer, Mevr. I. DURANT

^