Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 26 april 2000
gepubliceerd op 15 juli 2000

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard : a) de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 maart 1995, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de non-ferro metalen, betreffende het statuut van de syndicale afvaardiging, b) de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de non-ferro metalen, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 maart 1995 betreffende het statuut van de syndicale afvaardiging

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
2000012330
pub.
15/07/2000
prom.
26/04/2000
ELI
eli/besluit/2000/04/26/2000012330/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

26 APRIL 2000. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard : a) de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 maart 1995, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de non-ferro metalen, betreffende het statuut van de syndicale afvaardiging, b) de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de non-ferro metalen, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 maart 1995 betreffende het statuut van de syndicale afvaardiging (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden van de non-ferro metalen;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard : a) de als bijlage 1 overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 31 maart 1995, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de non-ferro metalen, betrefende het statuut van de syndicale afvaardiging; b) de als bijlage 2 overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de non-ferro metalen, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 maart 1995 betreffende het statuut van de syndicale afvaardiging.

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 26 april 2000.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage 1 Paritair Comité voor de bedienden van de non-ferro metalen Collectieve arbeidsovereenkomst van 31 maart 1995 Statuut van de syndicale afvaardiging (Overeenkomst geregistreerd op 18 mei 1995 onder het nr. 37816/CO/224) HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en bedienden van de ondernemingen die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair Comité voor de bedienden van de non-ferro metalen.

Onder "onderneming" wordt verstaan : de technische bedrijfseenheid in de zin van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven.

Onder "werkgever" wordt verstaan : het hoofd van de technische bedrijfseenheid ofwel zijn bevoegd vertegenwoordiger of vertegenwoordigers.

Onder "bedienden" wordt verstaan : de mannelijke en vrouwelijke bedienden bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 april 1992 houdende de functieclassificatie voor de bedienden.

Art. 2.De bedienden erkennen de noodzakelijkheid van een wettig gezag van de werkgever en zij maken er een erepunt van hun werk plichtsgetrouw uit te voeren.

De werkgevers eerbiedigen de waardigheid van de bedienden en zij maken er een erepunt van hen met rechtvaardigheid te behandelen. Zij verbinden zich ertoe hun vrijheid van vereniging en de vrije ontplooiing van hun organisatie in de onderneming direct noch indirect te hinderen.

Art. 3.De werkgevers erkennen dat hun bedienden, aangesloten bij een der ondertekenende vakverenigingen van bedienden, het recht hebben zich bij hen te laten vertegenwoordigen door een syndicale afvaardiging waarvan het statuut bij deze overeenkomst wordt geregeld.

Art. 4.De werkgevers gaan de verbintenis aan de syndicale afvaardiging van hun bedienden te ontvangen, generlei drukking op het personeel uit te oefenen om te verhinderen dat het tot een vakvereniging zou toetreden, noch aan niet gesyndiceerde bedienden blijken van voorkeur te geven ten overstaan van gesyndiceerde bedienden.

Art. 5.De ondertekenende partijen zullen onder alle omstandigheden : a) een geest van rechtvaardigheid, van billijkheid en verzoeningsgezindheid aan de dag leggen;b) elke tekortkoming aan de sociale wetgeving, de arbeidsreglementen van de onderneming, de collectieve overeenkomsten, alsook aan de arbeidstucht en aan het beroepsgeheim, persoonlijk vermijden en door hun collega's doen vermijden.

Art. 6.De syndicale afgevaardigden zullen het optreden van de leiding der onderneming en van haar vertegenwoordigers op de verschillende gezagsposten niet bemoeilijken.

Art. 7.De ondertekenende vakverenigingen van bedienden gaan de verbintenis aan de vrijheid van vereniging te eerbiedigen en te zorgen dat hun leden uit hun syndicale propaganda alle methoden weren, die niet in overeenstemming zijn met de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 5 van 24 mei 1971 gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende het statuut van de syndicale afvaardigingen van het personeel der ondernemingen, aangevuld door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 5bis van 30 juni 1971, tot aanvulling en wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 5 van 24 mei 1971 betreffende het statuut van de syndicale afvaardiging van het personeel van de ondernemingen, noch met deze overeenkomst. HOOFDSTUK II. - Bevoegdheid

Art. 8.De syndicale afvaardiging heeft het recht door de werkgever te worden gehoord naar aanleiding van elk geschil of betwisting van collectieve aard dat zich in de onderneming voordoet; zij heeft hetzelfde recht, wanneer dergelijke geschillen of betwistingen dreigen te ontstaan.

Art. 9.Elke individuele klacht wordt langs de gewone hiërarchische weg ingediend door de belanghebbende werknemer, die op zijn verzoek wordt bijgestaan door zijn syndicale afgevaardigde. De syndicale afvaardiging heeft het recht te worden gehoord naar aanleiding van elk individueel geschil of betwisting die langs deze weg niet kon worden opgelost.

Art. 10.Ten einde in voorgaande artikelen 8 en 9 bedoelde geschillen of betwistingen te voorkomen, moet de syndicale afvaardiging van het personeel voorafgaandelijk door de werkgever worden ingelicht over de veranderingen die de contractuele of gebruikelijke arbeids- of beloningsvoorwaarden kunnen wijzigen, met uitzondering van inlichtingen van individuele aard.

Zij zal inzonderheid worden ingelicht over de wijzigingen die voortvloeien uit de wet, de collectieve overeenkomsten of de bepalingen van algemene aard die in de individuele arbeidsovereenkomsten zijn opgenomen, voornamelijk de bepalingen die een weerslag hebben op de loonschalen en de regelen van de beroepsclassificatie.

Art. 11.De werkgever zal de syndicale afvaardiging zo spoedig mogelijk ontvangen, ten laatste binnen de zeven kalenderdagen na het indienen van het verzoek. Gehoor wordt aldus verleend naar aanleiding van gelijk welke betwisting aangaande : a) inbreuken op de algemene beginselen bepaald in artikelen 2 tot 7 van deze collectieve arbeidsovereenkomst;b) het nakomen van de sociale wetgeving, het arbeidsreglement van de onderneming, de collectieve overeenkomsten en de individuele contracten, inzonderheid opdat voor de bedienden van de onderneming de weddeschalen en de classificeringsregels worden toegepast, voorzien in het kader van de geldende wetten en collectieve overeenkomsten;c) de arbeidsverhoudingen.

Art. 12.De syndicale afvaardiging is bevoegd om onderhandelingen te voeren met het oog op het sluiten van collectieve overeenkomsten of van akkoorden in de schoot van de onderneming, onverminderd de collectieve overeenkomsten of de akkoorden die op andere vlakken zijn gesloten.

Art. 13.§ 1. De syndicale afvaardiging is niet bevoegd om aangelegenheden te behandelen die behoren tot de bevoegdheid van de ondernemingsraad of het comité voor preventie en bescherming op het werk.

De syndicale afvaardiging ziet evenwel toe op de oprichting en de werking van deze instellingen en op de uitvoering van hun beslissingen die de bedienden aanbelangen. § 2. Bij ontstentenis van ondernemingsraad, kan de syndicale afvaardiging de taken, rechten en opdrachten uitoefenen die aan deze raad worden toegekend in het hoofdstuk II, artikel 4, 5, 6, 7 en 11 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr 9 van 9 maart 1972 houdende ordening van de in de Nationale Arbeidsraad gesloten nationale akkoorden en collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de ondernemingsraden. § 3. In ondernemingen waar geen comité voor preventie en bescherming op het werk werd ingesteld, worden de bevoegdheden van dat comité in voorkomend geval uitgeoefend door de syndicale afvaardiging.

Gaat het om ondernemingen met meer dan 50 werknemers, dan geldt de bevoegdheidsoverdracht tot de eerstvolgende sociale verkiezingen. HOOFDSTUK III. - Samenstelling van de afvaardiging

Art. 14.Op vraag van één of meerdere van de organisaties die deze overeenkomst hebben ondertekend wordt een syndicale afvaardiging ingesteld : a) in de ondernemingen met 50 en meer bedienden, wanneer ten minste 25 pct.van de totale getalsterkte van de bedienden gesyndiceerd is met een minimum van 17 gesyndiceerde bedienden; b) in de ondernemingen met 25 tot 50 bedienden, wanneer ten minste 17 bedienden gesyndiceerd zijn.

Art. 15.De syndicale organisatie die een initiatief neemt met het oog op de oprichting van een syndicale afvaardiging moet bij aangetekend schrijven de andere syndicale organisaties verwittigen van haar inzicht.

Deze verwittigen binnen de 14 dagen, per aangetekende brief, de initiatiefnemende organisatie dat zij aanspraak maken op minstens één mandaat. Bij ontstentenis van reactie binnen voormelde termijn, worden zij geacht geen aanspraak te maken op vertegenwoordiging.

Op straffe van nietigheid wordt het verzoek tot oprichting van een syndicale afvaardiging bij de werkgever ingediend bij middel van een gemeenschappelijk aangetekend schrijven vanwege die syndicale organisaties die aanspraak maken op minstens één mandaat.

In dit schrijven zullen bedoelde syndicale organisaties verwijzen naar de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst betreffende het statuut van de syndicale afvaardiging.

Art. 16.De syndicale afvaardiging bestaat uit een zelfde aantal effectieve en plaatsvervangende leden. De afgevaardigden kunnen één van hen tot voorzitter kiezen.

Art. 17.Het aantal effectieve afgevaardigden bedraagt, in verhouding tot het aantal bedienden in de onderneming : voor 25 tot 75 bedienden : 2 afgevaardigden voor 76 tot 150 bedienden : 3 afgevaardigden voor 151 tot 300 bedienden : 4 afgevaardigden voor 301 tot 500 bedienden : 5 afgevaardigden voor 501 tot 1000 bedienden : 6 afgevaardigden voor 1001 tot 2000 bedienden : 8 afgevaardigden meer dan 2000 bedienden : 10 afgevaardigden In de ondernemingen met 25 tot 75 bedienden wordt het aantal afgevaardigden echter verhoogd tot 3 wanneer een derde syndicale organisatie bewijst dat zij binnen de onderneming ten minste 25 pct. van het gesyndiceerd bediendepersoneel vertegenwoordigt.

Het aantal mandaten mag niet gewijzigd worden tijdens de normale duur van het mandaat.

Art. 18.§ 1. Voor de vaststelling van de in artikelen 14 en 17 bepaalde getalsterkte wordt het gemiddeld aantal bedienden in aanmerking genomen dat er ingeschreven is in het personeelsregister gedurende de vier kwartalen die het kwartaal voorafgaan tijdens welke de oprichting van een syndicale afvaardiging werd aangevraagd of de syndicale afvaardiging moet worden hernieuwd overeenkomstig artikel 26.

Dit gemiddeld aantal bedienden wordt berekend door het aantal kalenderdagen waarop elke bediende gedurende bedoelde periode van vier kwartalen werd ingeschreven in het personeelsregister te delen door 365.

Voor de bedienden met een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur, die niet vallen onder § 3 van dit artikel, wordt de referentieperiode voor de berekening van het gemiddeld aantal bedienden uitgebreid tot de zestien kwartalen die het kwartaal voorafgaan tijdens welke de oprichting van een syndicale afvaardiging werd aangevraagd of de syndicale afvaardiging moet worden hernieuwd overeenkomstig artikel 26. Hun gemiddeld aantal wordt berekend door het aantal kalenderdagen waarop elk van deze bedienden gedurende bedoelde periode van zestien kwartalen werd ingeschreven in het personeelsregister te delen door 1 460. § 2. Voor de vaststelling van de syndicalisatiegraad bepaald in artikel 14, a en b, wordt rekening gehouden met het aantal gesyndiceerde bedienden ingeschreven in het personeelsregister van de onderneming op het ogenblik van de indiening van de vraag tot oprichting van een syndicale afvaardiging.

In geval van betwisting aangaande het aantal gesyndiceerde bedienden die in het personeelsregister van de ondernemingen zijn ingeschreven, wordt beroep gedaan op de voorzitter van het Paritair Comité voor de bedienden van de non-ferro metalen. § 3. Voor de toepassing van dit artikel worden niet als bediende of gesyndiceerde bediende beschouwd : - de bediende die verbonden is door een vervangingsovereenkomst gesloten overeenkomstig de bepalingen van artikel 11ter van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten; - de bediende die een werknemer met volledige loopbaanonderbreking vervangt in de zin van artikel 100 van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen. § 4. Voor de toepassing van dit artikel worden gelijkgesteld met bedienden of gesyndiceerde bedienden : - de stagiair met een arbeidsovereenkomst met bedienden in de zin van het koninklijk besluit nr 230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de inschakeling van jongeren in het arbeidsproces; - de bedienden die voor een beroepsopleiding in de onderneming geplaatst is door de gemeenschapsinstellingen belast met beroepsopleiding; - de vorsers van het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek. HOOFDSTUK IV. - Aanduiding van de afgevaardigden

Art. 19.Om de functie van effectief afgevaardigde of van plaatsvervanger te mogen uitoefenen, moeten de bedienden aan de volgende vereisten voldoen op de datum van verzending van de aangetekende brief met de aanduiding van de syndicale afgevaardigden : 1. gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst voor bedienden;2. 21 jaar oud zijn;3. ten minste drie jaar als werknemer gewerkt hebben;4. minstens twaalf opeenvolgende maanden bij de onderneming in dienst zijn;5. zich niet in een opzeggingsperiode bevinden op het ogenblik van de aanduiding;6. lid zijn van één van de ondertekenende vakorganisaties.

Art. 20.De syndicale afgevaardigden worden aangeduid omwille van het gezag dat van hen zal moeten uitgaan bij de uitoefening van hun kiese taak; ook wegens hun bekwaamheid, wat veronderstelt dat ze behoorlijk vertrouwd zijn met de onderneming en met de bedrijfstak.

Art. 21.De syndicale organisaties die aanspraak maken op minstens één mandaat, zullen zich voor het indienen van de gemeenschappelijke aanvraag bedoeld in artikel 15, onderling akkoord stellen nopens de verdeling der mandaten in verhouding tot het respectieve ledental in de onderneming.

Bij betwisting kan de meest gerede partij hierbij beroep doen op het verzoeningsinitiatief van de voorzitter van het Paritair Comité voor de bedienden van de non-ferro metalen.

Op het ogenblik dat het gemeenschappelijk verzoek volgens artikel 15 aan de werkgever wordt opgestuurd, zullen de vakorganisaties afschrift van dit verzoek samen met de lijst der mogelijk effectieve en plaatsvervangende kandidaten toesturen aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de bedienden van de non-ferro metalen. Het totaal aantal mogelijk effectieve en plaatsvervangende kandidaten is beperkt tot het aantal volgens artikel 17 te begeven zetels.

Zij leggen aan de werkgever, ten laatste 30 dagen na het indienen van het verzoek waarvan sprake in artikel 15, per aangetekende brief de definitieve lijst voor van de effectieve en plaatsvervangende afgevaardigden die worden voorgedragen. Deze termijn wordt geschorst in geval van betwisting in verband met de in de artikelen 14 en 17 bepaalde getalsterkte.

Art. 22.De plaatsvervangende leden zetelen in de plaats van een effectief lid ingeval dit lid verhinderd is, de vereisten bepaald bij artikel 19 niet meer vervult of wanneer zijn mandaat een einde heeft genomen overeenkomstig artikel 27.

Art. 23.Elke organisatie zal tijdig zorgen voor de vervanging van haar afgevaardigden die hun opdracht niet meer vervullen. Deze vervanging zal geschieden overeenkomstig de bepalingen van artikelen 19 en 20 en per aangetekende brief ter kennis van de werkgever worden gebracht.

Art. 24.De werkgever kan zich altijd om ernstige redenen tegen de aanduiding of het behoud van een afgevaardigde verzetten. De werkgever laat aan de betrokken vakvereniging voor bedienden weten waarom hij zich verzet, in het eerste geval binnen de 14 werkdagen na voorlegging van de in artikel 21, lid 4, bedoelde lijst of de mededeling van de vervanging voorzien in artikel 23 of, in het tweede geval, binnen de 14 werkdagen na de hernieuwing van het mandaat.

Bij onenigheid tussen de partijen, wordt het geschil aan het verzoeningsbureau van het Paritair Comité voor de bedienden van de non-ferro metalen voorgelegd, dat uitspraak doet ten laatste vier weken na het indienen van de vraag tot voorlegging.

Tijdens de periode van gebeurlijke betwisting kan de aangeduide syndicale afgevaardigde niet worden afgedankt om redenen eigen aan die aanduiding.

Art. 25.De syndicale afvaardiging wordt officieel ingesteld binnen de 14 dagen na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 24, eerste lid.

In geval van onenigheid tussen de partijen gaat deze termijn van veertien dagen in na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 24, tweede lid.

Ter gelegenheid van de officiële instelling stellen de partijen, in uitvoering van hoofdstuk VI, de werkingsmodaliteiten van de syndicale afvaardiging vast.

Art. 26.§ 1. Het mandaat van de syndicale afgevaardigden duurt 4 jaar en loopt ten einde op een vaste datum, op 31 december 1995, 1999, 2003,... § 2. De werkgever kan in de loop van de maand september 1995, 1999, 2003... met een gemotiveerd en aangetekend schrijven aan de syndicale organisaties die op dat ogenblik één of meerdere mandaten bekleden in de syndicale afvaardiging, betekenen dat, in toepassing van de artikels 14, 17 en 18 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, het aantal mandaten gewijzigd moet worden of dat de vakbondsafvaardiging afgeschaft moet worden.

In geval van betwisting zal het geschil beslecht worden overeenkomstig de bepalingen vermeld in de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 maart 1995 betreffende de verzoeningsprocedure. § 3. De syndicale organisatie welke aanspraak maakt op een mandaat of een mandaatuitbreiding in een bestaande syndicale afvaardiging doet dit bij middel van een aangetekend schrijven aan de syndicale organisatie(s) die mandaten bezet(ten).

Deze aanvraag dient op straffe van nietigheid ingediend te worden in de loop van de maand september voorafgaand aan de in § 1 bedoelde data.

Een kopie van deze aanvraag wordt gelijktijdig aan de werkgever toegezonden.

De syndicale organisaties die aanspraak maken op minstens één mandaat, zullen zich voor het indienen, per aangetekende brief, van de gemeenschappelijke syndicale afvaardiging bij de werkgever akkoord stellen nopens de verdeling van de mandaten in verhouding tot het respectieve ledental in de onderneming.

Bij betwisting kan de meest gerede partij een beroep doen op het verzoeningsinitiatief van de voorzitter van het Paritair Comité voor bedienden van de non-ferro metalen. § 4. Indien een betwisting die voortvloeit uit de toepassing van bovenvermelde § 2 of 3 niet geregeld is tegen 1 januari 1996, 2000, 2004... blijft de bescherming van de leden van de aftredende syndicale afvaardiging voor een periode van drie maand behouden in de betrokken onderneming. § 5. Indien in toepassing van bovenvermelde § 2 en 3 geen betwisting kenbaar gemaakt wordt in september 1995, 1999, 2003... wordt het mandaat van de syndicale afgevaardigden stilzwijgend verlengd met een nieuwe periode van 4 jaar. § 6. De duur van 4 jaar van het mandaat, vervat in § 1 van dit artikel, is niet van toepassing op de syndicale afvaardigingen die werden geïnstalleerd in de loop van de periode liggend tussen twee vaste data.

In dit geval eindigt het mandaat op de eerstvolgende vaste datum.

Art. 27.Het mandaat van de syndicale afgevaardigde neemt een einde : a) wanneer de termijn verstrijkt;b) wanneer een afgevaardigde ontslag neemt uit zijn mandaat.Het ontslag moet schriftelijk ter kennis van de werkgever worden gebracht; c) wanneer een afgevaardigde niet meer als bediende deel uitmaakt van het personeel van de onderneming;d) wanneer hij naar een andere technische bedrijfseenheid, in de zin van artikel 1, lid 2 van deze overeenkomst, wordt overgeplaatst;e) wanneer hij geen deel meer uitmaakt van de vakorganisatie waartoe hij behoorde bij zijn aanstelling.In dit geval verwittigt de vakvereniging de werkgever bij aangetekend schrijven en duidt zo nodig, de plaatsvervanger aan; f) op verzoek van de vakorganisatie die de kandidatuur van de afgevaardigde heeft voorgedragen. HOOFDSTUK V. - Statuut van de syndicale afgevaardigden

Art. 28.De syndicale afgevaardigden hebben recht op de normale bevordering van de categorie waartoe zij behoren.

Art. 29.De leden van de syndicale afvaardiging mogen niet worden afgedankt om redenen die eigen zijn aan de uitoefening van hun mandaat.

De werkgever die voornemens is een syndicale afgevaardigde om gelijk welke reden, met uitzondering van dringende reden, af te danken, verwittigt voorafgaandelijk de syndicale afvaardiging evenals de syndicale organisatie die de kandidatuur van deze afgevaardigde heeft voorgedragen. Deze verwittiging gebeurt bij aangetekende brief die uitwerking heeft op de derde dag, volgend op de datum van de verzending.

De betrokken syndicale organisatie beschikt over een termijn van zeven dagen om mee te delen dat zij de geldigheid van de voorgenomen afdanking weigert te aanvaarden. Deze mededeling gebeurt bij aangetekende brief; de periode van zeven dagen neemt een aanvang op de dag waarop het door de werkgever toegezonden schrijven uitwerking heeft.

Het uitblijven van reactie van de syndicale organisatie moet beschouwd worden als een aanvaarding van de geldigheid van de voorgenomen afdanking.

Indien de syndicale organisatie weigert de geldigheid van de voorgenomen afdanking te aanvaarden, heeft de meest gerede partij de mogelijkheid het geval aan het oordeel van het verzoeningsbureau van het Paritair Comité voor de bedienden van de non-ferro metalen voor te leggen; de maatregel tot afdanking mag niet worden uitgevoerd gedurende de duur van deze procedure.

Indien het verzoeningsbureau tot geen eenparige beslissing is kunnen komen binnen de dertig dagen van de aanvraag tot tussenkomst, wordt het geschil betreffende de geldigheid van de redenen die door de werkgever worden ingeroepen om de afdanking te verantwoorden, aan de arbeidsrechtbank voorgelegd.

Art. 30.Ingeval een kandidaat voorkomend op de lijst waarvan sprake in artikel 21, derde lid, voor de officiële instelling bedoeld in artikel 25 wordt afgedankt, heeft de meest gerede partij de mogelijkheid het geval aan het verzoeningsbureau voor te leggen dat oordeelt of de afdanking geschied is om redenen eigen aan de kandidaatstelling.

Art. 31.In geval van afdanking van een syndicale afgevaardigde wegens zware fout, moet de syndicale organisatie daarvan onmiddellijk worden op de hoogte gebracht.

Art. 32.Een forfaitaire vergoeding is door de werkgever verschuldigd in navolgende gevallen : 1° Indien hij een syndicale afgevaardigde afdankt, zonder de in voornoemd artikel 29 bepaalde procedure na te leven;2° Indien, op het einde van deze procedure, de geldigheid van de redenen van afdanking, rekening houdend met de bepaling van artikel 29, lid 1, door het verzoeningsbureau of door de arbeidsrechtbank niet wordt erkend;3° Indien de werkgever een afgevaardigde heeft ontslagen wegens dringende reden en de arbeidsrechtbank het ontslag ongegrond heeft verklaard;4° Indien de arbeidsovereenkomst werd beëindigd wegens zware fout van de werkgever die voor de afgevaardigde een reden is tot onmiddellijke beëindiging van de overeenkomst. De forfaitaire vergoeding is gelijk aan de brutobezoldiging van één jaar, onverminderd de toepassing van artikel 39 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Deze vergoeding is niet verschuldigd wanneer de syndicale afgevaardigde de vergoeding ontvangt bepaald in artikel 21, § 7 van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven en in artikel 1bis, § 7 van de wet van 10 juni 1952 betreffende de gezondheid en de veiligheid van de werknemers.

Art. 33.De opgezegde syndicale afgevaardigde behoudt tijdens de opzeggingstermijn, benevens de rechten die uit de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten voortvloeien, ook de rechten ontstaan uit deze overeenkomst.

Wanneer op grond van de omstandigheden daartoe aanleiding bestaat, kan de werkgever zich beroepen op de bepalingen van artikel 24. HOOFDSTUK VI. - Werking van de syndicale afvaardiging

Art. 34.De syndicale afvaardiging wordt naargelang de noodwendigheden door de werkgever ontvangen.

Art. 35.De voltallige of niet voltallige afvaardiging komt tijdens de normale werkuren met de werkgever samen.

Art. 36.De tijd besteed aan de samenkomst van de syndicale afvaardiging met de werkgever, wordt als werktijd aangezien en bezoldigd. Voor het tijdsgedeelte van de samenkomst dat de normale arbeidsduur overschrijdt, is geen overloon verschuldigd.

Art. 37.De leden van de syndicale afvaardiging beschikken over de nodige tijd en faciliteiten - in onderling akkoord met de werkgever te bepalen en bezoldigd als arbeidstijd - om de in dit statuut omschreven syndicale opdrachten en activiteiten in de onderneming collectief of individueel uit te oefenen.

Met het oog op het gebruik van die tijd en die faciliteiten dienen de leden van de syndicale afvaardiging vooraf de werkgever in te lichten en in akkoord met hem ervoor te zorgen dat dit gebruik het goed verloop van de diensten in de onderneming niet verstoort.

De onderneming stelt - ofwel permanent ofwel occasioneel - een lokaal ter beschikking van de syndicale afvaardiging van het personeel, teneinde haar toe te staan haar opdracht passend te vervullen.

Art. 38.Om de samenkomsten met de werkgever voor te bereiden en met diens vooraf gegeven toestemming, mag de syndicale afvaardiging binnen de onderneming bijeenkomen. Deze voorbereidende vergaderingen zijn te beschouwen als syndicale opdrachten en activiteiten zoals beoogd in artikel 37, lid 1.

Art. 39.De syndicale afvaardiging kan meer bepaald tijdens de rustperiodes mondeling of schriftelijk overgaan tot alle mededelingen die nuttig zijn voor het bediendepersoneel, zonder dat zulks de organisatie van het werk mag verstoren.

Deze mededelingen moeten van professionele of van syndicale aard zijn.

Indien zij bij aanplakking geschieden, zal dit gebeuren op een daartoe voorziene plaats. In de mate van het mogelijke, zal vooraf aan de werkgever kennis worden gegeven van de schriftelijke mededelingen die in toepassing van dit artikel aan het personeel worden gericht.

Art. 40.Op gemotiveerd verzoek door de syndicale afvaardiging in te dienen met een voorafgaande kennisgeving van 48 uren en met de voorafgaande instemming van de werkgever kunnen door de syndicale afvaardiging voorlichtingsvergaderingen voor het bediendepersoneel van de onderneming op de arbeidsplaats en gedurende de werkuren worden belegd. De werkgever kan niet willekeurig zijn instemming weigeren.

Hij wordt er meer bepaald toe gebracht zijn instemming te geven ter gelegenheid van het sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten die het gehele bediendepersoneel van de onderneming aanbelangen. HOOFDSTUK VII. - Beslechting van een geschil

Art. 41.Wanneer binnen de onderneming een geschil ontstaat, wordt het beslecht volgens de procedure bepaald door de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 maart 1995 betreffende de verzoeningsprocedure. HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen

Art. 42.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 31 maart 1995. Zij wordt gesloten voor onbepaalde duur en kan door elke partij worden opgezegd, met betekening van een opzegging van drie maand.

De organisatie die het initiatief tot opzegging neemt, gaat de verbintenis aan de redenen te noemen en onmiddellijk voorstellen tot wijziging in te dienen. De ondertekenende partijen gaan de verplichting aan deze voorstellen binnen de maand na ontvangst te bespreken.

Art. 43.Uitzonderlijke gevallen of gevallen die in deze collectieve arbeidsovereenkomst niet zijn voorzien, worden onderzocht door het Paritair Comité voor de bedienden van de non-ferro metalen.

Art. 44.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt, voor de voortbrengers van non-ferro metalen, de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 november 1972 betreffende het statuut van de syndicale afvaardiging gesloten in het Aanvullend Nationaal Paritair Comité voor de bedienden en, voor de eerste verwerkers van non-ferro metalen, de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juli 1953 betreffende het statuut van de syndicale afvaardigingen van het bediendepersoneel gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de metaalverwerkende nijverheid.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 april 2000.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX

Bijlage 2 Paritair Comité voor de bedienden van de non-ferro metalen Collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 1999 Wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 maart 1995 betreffende het statuut van de syndicale afvaardiging (Overeenkomst geregistreerd op 22 juni 1999 onder het nummer 51062/CO/224)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en bedienden van de ondernemingen die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair Comité voor de bedienden van de non-ferro metalen.

Zij heeft tot doel de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende het statuut van de syndicale afvaardiging gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van de non-ferro metalen op 31 maart 1995 te wijzigen.

Art. 2.Artikel 26, § 1 wordt als volgt gewijzigd : « Het mandaat van de syndicale afgevaardigden duurt 4 jaar. Tengevolge het uitstel van de sociale verkiezingen van het jaar 1999 naar het jaar 2000, worden uitzonderlijk de mandaten van de periode 1996-1999 met 1 jaar verlengd. Zij lopen ten einde op een vaste datum, op 31 december 2000, 2004, 2008... »

Art. 3.In artikel 26, § 2 en § 5 worden de jaren 1995, 1999 en 2003 gewijzigd door 2000, 2004 en 2008.

Art. 4.In artikel 26, § 4 worden de jaren 1996, 2000 en 2004 gewijzigd door 2001, 2005 en 2009.

Art. 5.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 11 mei 1999. Zij wordt gesloten voor onbepaalde duur en kan door elke partij worden opgezegd, met betekening van een opzegging van drie maand.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 april 2000.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX

^