Koninklijk Besluit van 26 januari 2006
gepubliceerd op 28 februari 2006

Koninklijk besluit tot oprichting van een Federaal Comité voor de Beveiliging van het Spoorwegvervoer en houdende diverse maatregelen voor de beveiliging van het intermodaal vervoer

bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
numac
2006014027
pub.
28/02/2006
prom.
26/01/2006
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

26 JANUARI 2006. - Koninklijk besluit tot oprichting van een Federaal Comité voor de Beveiliging van het Spoorwegvervoer en houdende diverse maatregelen voor de beveiliging van het intermodaal vervoer


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 12 april 1835 rakende de tolrechten en de reglementen van politie nopens den ijzeren weg, inzonderheid op artikel 2;

Overwegende dat het van belang is dat de federale overheid een structuur opricht om daden van terrorisme tegen spoorweginstallaties, spoorvervoermaterieel of personen en goederen die per spoor worden vervoerd, te voorkomen en te bestrijden;

Overwegende dat het van belang is dat de federale overheid eveneens maatregelen treft ten gunste van de beveiliging van het vervoer in zijn intermodale aspecten, om de logistieke keten in zijn geheel te beschermen;

Gelet op de omstandigheid dat de Gewestregeringen bij het ontwerpen van dit besluit betrokken zijn;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 4 juli 2005;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 8 juli 2005;

Gelet op het advies 38.798/2 van de Raad van State, gegeven op 15 juli 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van onze Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie, Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting, Onze Staatssecretaris voor Overheidsbedrijven, Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Buitenlandse Zaken, Onze Minister van Landsverdediging, Onze Minister van Volksgezondheid en Onze Minister van Mobiliteit, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « beveiliging van het spoorwegvervoer » : de combinatie van maatregelen en van menselijke en materiële middelen ter bescherming van het spoortvervoer tegen daden van terrorisme;2° daden van terrorisme » : de terroristische misdrijven zoals gedefinieerd in artikel 137 van het Strafwetboek. HOOFDSTUK II. - Oprichting van een Federaal Comité voor de beveiliging van het spoorwegvervoer.

Art. 2.Er wordt een Federaal Comité voor de Beveiliging van het spoorwegvervoer opgericht, hierna « het Federaal Comité » genoemd.

Art. 3.§ 1. Het Federaal Comité heeft als opdracht de federale regering een algemeen beleid inzake de beveiliging van het spoorwegvervoer voor te stellen. § 2. Overeenkomstig deze opdracht is het Federaal Comité inzonderheid belast met : 1° het uitvoeren van kwetsbaarheidstudies teneinde te bepalen voor welk spoorwegmaterieel, voor welke spoorweginstallaties en -infrastructuur een beveiligingsplan moet worden opgesteld;2° beveiligingsplannen vastgesteld overeenkomstig 1° voor aanname voor te leggen aan de Minister van Mobiliteit;3° aan de Minister van Mobiliteit voorstellen, op basis van de resultaten van de in 1° bedoelde studies, van criteria om normen te kunnen vaststellen om daden van terrorisme tegen het spoorwegvervoer te voorkomen en te ontmoedigen;4° het verlenen van adviezen aan de bevoegde overheden inzake de wenselijkheid van het toepassen van iedere maatregel die tot aan betere beveiliging van het spoorwegvervoer kan bijdragen;5° het coördineren van de studies betreffende de beveiligingsproblemen van het spoorwegvervoer;6° het, zo nodig, geven van de onderrichtingen en aanbevelingen die het aangewezen acht aan de in artikel 6 bedoelde subcomités. § 3. Iedere studie, ieder beveiligingsplan of ieder advies die strategische gegevens zouden kunnen onthullen die essentieel zijn voor bescherming van de veiligheid van het spoorwegvervoer, maakt het voorwerp van een evaluatie uit met het oog op de classificatie in de zin van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen.

Art. 4.Het Federaal Comité is samengesteld uit : 1° de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Vervoer te Land van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;2° de directeur-generaal van de Algemene Directie Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken;3° de administrateur-generaal van de Veiligheid van de Staat van de Federale Overheidsdienst Justitie;4° de directeur-generaal van de Administratie der Douane en Accijnzen van de Federale Overheidsdienst Financiën;5° de directeur-generaal van de Bestuurlijke Politie van de Federale Politie;6° de onderstafchef Inlichtingen en Veiligheid van het Ministerie van Landsverdediging;7° een vertegenwoordiger van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken;8° de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Leefmilieu van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;9° een vertegenwoordiger van de NMBS Holding;10° de voorzitter van de expertencommissie. Voor elke vertegenwoordiger wordt een plaatsvervanger aangesteld.

Het lid vermeld onder 9° heeft geen stemrecht voor de beslissingen betreffende 1° en 2° van artikel 3, § 2.

Het voorzitterschap van het Federaal Comité wordt opgedragen aan de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Vervoer te Land van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.

Het secretariaat van het Federaal Comité wordt waargenomen door een ambtenaar van het Directoraat-generaal Vervoer te Land van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.

Art. 5.Het Federaal Comité wordt in zijn opdracht bijgestaan door een expertencommissie, samengesteld uit onder andere vertegenwoordigers van de beheerder van de spoorweginfrastructuur, van de spoorvervoerondernemingen die de Belgische spoorweginfrastructuur gebruiken, van de ondernemingen die op het spoornet zijn aangesloten en van de uitbaters van multimodale terminals die door de spoorwegen worden bediend.

De leden van de expertencommissie worden aangesteld door het Federaal Comité, die er ook de voorzitter van aanstelt.

Art. 6.Op gemotiveerd voorstel van het Federaal Comité kan de Minister van Mobiliteit subcomités voor de Beveiliging van het Spoorwegvervoer oprichten, hierna « de subcomités » genoemd. Dezelfde Minister bepaalt voor welk spoorwegmaterieel en voor welke spoorweginstallaties of -infrastructuur deze subcomités worden ingezet.

Het Federaal Comité stelt volgens de behoeften er de werkende leden en hun plaatsvervangers van aan. De subcomités tellen ten minste onder hun leden vertegenwoordigers van de Lokale Politie, van de Spoorwegpolitie van de Federale Politie, van de Veiligheid van de Staat en van de Administratie der Douane en Accijnzen.

De voorzitters van de subcomités worden aangesteld door het Federaal Comité.

Art. 7.De hiertoe opgerichte subcomités voeren de beveiligingsmaatregelen die door de Minister van Mobiliteit werden aangenomen, op basis van artikel 3, § 2, 3°, uit ter voorkoming en ontmoediging van daden van terrorisme gericht tegen spoorwegmaterieel, -installaties en -infrastructuur, evenals tegen het personeel, de gebruikers of de vracht.

Wanneer zij hiermee belast zijn door het Federaal Comité, stellen zij de in artikel 3, § 2, 1°, bedoelde beveiligingsplannen voor het spoorwegmaterieel, en voor de spoorweginstallaties of -infrastructuur op een zorgen voor de opvolging ervan.

Periodiek brengen zij bij het Federaal Comité verslag uit over hun werkzaamheden.

Art. 8.Het Federaal Comité en de subcomités vergaderen op bijeenroeping door hun voorzitter, op diens initiatief of op verzoek van één van hun leden. Het Federaal Comité kan een voorzitter van een subcomité verzoeken om dit bijeen te roepen.

De oproepingsbrief vermeldt tevens de door de voorzitter vastgelegde agenda.

Ieder lid kan een punt op de agenda doen plaatsen.

Het Federaal Comité mag de voorzitters van de subcomités en de voorzitter van de expertencommissie, of hun plaatsvervangers, uitnodigen om, zonder stemrecht, aan zijn vergaderingen deel te nemen.

Het Federaal Comité en de subcomités mogen iedere persoon of een vertegenwoordiger van iedere instantie, waarvan ze de medewerking nodig achten, uitnodigen om, zonder stemrecht, aan hun vergaderingen deel te nemen.

Het Federaal Comité en ieder subcomité stellen een huishoudelijk reglement op. Het huishoudelijk reglement van ieder subcomité wordt ter goedkeuring aan het Federaal Comité voorgelegd.

De expertencommissie komt bijeen op verzoek van het Federaal Comité.

Zij brengt verslag uit aan het Federaal Comité over elke kwestie die haar door dit comité wordt voorgelegd. HOOFDSTUK III. - Intermodaal overleg voor de beveiligingsvraagstukken

Art. 9.Het Nationaal Comité voor de veiligheid der burgerlijke luchtvaart, het Federaal comité voor de beveiliging van de havenfaciliteiten, het Federaal Comité voor de beveiliging van het spoorvervoer en een vertegenwoordigen van elk Gewest komen gezamenlijk bijeen onder het voorzitterschap van de Voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, om te overleggen over de vragen die betrekking hebben op de beveiliging van de intermodale aspecten van het vervoer.

Deze gezamenlijke vergaderingen worden ten minste eenmaal per jaar bijeengeroepen door de Voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, op zijn initiatief, of op verzoek van de voorzitter van één van de drie federale Comités of van de vertegenwoordiger van elk Gewest.

De oproepingsbrief vermeldt tevens de agenda die door de Voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer werd vastgesteld.

De voorzitters van elk federaal Comité kunnen een punt op de agenda doen plaatsen. HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen

Art. 10.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 11.Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie, Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting, Onze Staatssecretaris voor Overheidsbedrijven, Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Buitenlandse Zaken, Onze Minister van Landsverdediging, Onze Minister van Volksgezondheid en Onze Minister van Mobiliteit, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 26 januari 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting, Mevr. F. VANDEN BOSCHE De Staatssecretaris voor Overheidsbedrijven, B. TUYBENS De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnelandse Zaken, P. DEWAEL De Minister van Buitenlandse Zaken, K. DE GUCHT De Minister van Landsverdediging, A. FLAHAUT De Minister van Volksgezondheid, R. DEMOTTE De Minister van Mobiliteit, R. LANDUYT

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^