Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 26 januari 2007
gepubliceerd op 09 februari 2007

Koninklijk besluit tot vaststelling van het bijzonder reglement voor het hof van beroep te Gent

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2007009154
pub.
09/02/2007
prom.
26/01/2007
ELI
eli/besluit/2007/01/26/2007009154/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

26 JANUARI 2007. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het bijzonder reglement voor het hof van beroep te Gent


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid op artikel 101, gewijzigd bij de wetten van 19 juli 1985 en 22 december 1998, artikel 102, ingevoegd bij de wet van 9 juli 1997, artikel 105, artikel 106, gewijzigd bij de wetten van 19 juli 1985, 1 december 1994 en 22 december 1998, artikel 106bis, ingevoegd bij de wet van 9 juli 1997 en gewijzigd bij de wet van 22 december 1998, artikel 107, vervangen bij de wet van 17 februari 1997, artikel 108, gewijzigd bij de wet van 19 juli 1985, artikel 109, gewijzigd bij de wetten van 19 juli 1985 en 22 december 1998, artikel 109bis, ingevoegd bij de wet van 19 juli 1985 en gewijzigd bij de wetten van 3 augustus 1992 en 9 juli 1997, artikel 109ter, ingevoegd bij de wet van 9 juli 1997, de artikelen 110 en 111, artikel 112, vervangen bij de wet van 22 december 1998 en artikel 113;

Gelet op het koninklijk besluit van 19 juni 1992 tot vaststelling van het bijzonder reglement voor het Hof van Beroep te Gent;

Gelet op het advies van de eerste voorzitter van het Hof van Beroep te Gent, van de eerste voorzitter van het Arbeidshof te Gent, van de procureur-generaal te Gent, van de hoofdgriffier van het Hof van Beroep te Gent en van de stafhouders van de balies van het rechtsgebied van het Hof van Beroep te Gent;

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.§ 1. Het Hof van Beroep te Gent bestaat uit achtentwintig kamers, zijnde : 1° veertien kamers met drie raadsheren, namelijk de eerste kamer, de tweede kamer, de tweede bis kamer, de derde tot en met de twaalfde kamer en de veertiende kamer;2° veertien kamers met één raadsheer, namelijk de eerste bis kamer, de vijfde bis kamer, de zevende bis kamer, de zevende ter kamer, de negende bis kamer, de elfde bis kamer, de elfde ter kamer, de twaalfde bis kamer, de twaalfde ter kamer, de dertiende kamer, de veertiende bis kamer, de vijftiende kamer, zijnde de jeugdkamer, de zestiende kamer en de zeventiende kamer. Het omvat ook een bureau voor rechtsbijstand. § 2. Behoudens wettelijk bepaalde uitzonderingen, kunnen alle kamervoorzitters en raadsheren van het Hof van Beroep zowel in burgerlijke en correctionele kamers, de jeugdkamer en de kamer van inbeschuldigingstelling zitting houden en kunnen zij tevens als plaatsvervanger in deze kamers zitting houden.

Art. 2.De kamers met één raadsheer houden zitting in de zaken bedoeld in artikel 109bis, §§ 1 en 2, van het Gerechtelijk Wetboek.

De kamers met drie raadsheren houden zitting in de andere zaken.

Art. 3.De eerste kamer houdt zitting in burgerlijke en handelszaken, in tuchtzaken en in de zaken bedoeld in artikelen 479 en 483 van het Wetboek van Strafvordering op donderdagvoormiddag en donderdagnamiddag.

De eerste bis kamer houdt zitting in de zaken bedoeld in artikel 109bis, § 2, 1° en 2°, van het Gerechtelijk Wetboek op donderdagvoormiddag en donderdagnamiddag.

De tweede kamer houdt zitting in correctionele zaken op dinsdagvoormiddag en als kamer van inbeschuldigingstelling op dinsdag en donderdag en, naargelang van de behoeften, eveneens op andere dagen.

De tweede bis kamer houdt zitting in correctionele zaken op maandagvoormiddag en als kamer van inbeschuldigingstelling op maandag en woensdag en, naargelang van de behoeften, eveneens op andere dagen.

De derde kamer houdt zitting in correctionele zaken op woensdagvoormiddag, donderdagvoormiddag en donderdagnamiddag; zij houdt zitting in correctionele zaken die tot de bevoegdheid van het arbeidsauditoriaat-generaal behoren, op de derde donderdagnamiddag van de maand.

De vierde kamer houdt zitting in correctionele zaken op maandagvoormiddag, dinsdagvoormiddag en dinsdagnamiddag.

De vijfde kamer houdt zitting in fiscale zaken op dinsdagvoormiddag en dinsdagnamiddag.

De vijfde bis kamer houdt zitting in de zaken bedoeld in artikel 109bis, § 2, 1° en 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid de geschillen met betrekking tot de toepassing van een belastingswet, op dinsdagvoormiddag.

De zesde kamer houdt zitting in correctionele zaken op maandagvoormiddag, maandagnamiddag en dinsdagvoormiddag.

De zevende kamer houdt zitting in burgerlijke en handelszaken op maandagvoormiddag en maandagnamiddag.

De zevende bis kamer houdt zitting in de zaken bedoeld in artikel 109bis, § 1, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek, voor wat betreft de vorderingen gegrond op artikel 606, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek en in artikel 109bis, § 2, 1°, 1°bis en 2° van het Gerechtelijk Wetboek, op maandagvoormiddag en maandagnamiddag.

De zevende ter kamer houdt zitting in de zaken bedoeld in artikel 109bis, § 1, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek, voor wat betreft de vorderingen gegrond op artikel 606, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek en in artikel 109bis, § 2, 1°, 1°bis en 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, op maandagnamiddag.

De achtste kamer houdt zitting in correctionele zaken, op dinsdagnamiddag woensdagvoormiddag en woensdagnamiddag.

De negende kamer houdt zitting in burgerlijke en handelszaken op vrijdagvoormiddag en vrijdagnamiddag.

De negende bis kamer houdt zitting in de zaken bedoeld in artikel 109bis, § 2, 1° en 2°, van het Gerechtelijk Wetboek op vrijdagvoormiddag en vrijdagnamiddag.

De tiende kamer houdt zitting in correctionele zaken op donderdagnamiddag, vrijdagvoormiddag en vrijdagnamiddag.

De elfde kamer houdt zitting in burgerlijke zaken op donderdagvoormiddag en donderdagnamiddag.

De elfde bis kamer houdt zitting in de zaken bedoeld in artikel 109bis, § 2, 1° en 2°, van het Gerechtelijk Wetboek op donderdagvoormiddag en donderdagnamiddag.

De elfde ter kamer houdt zitting in de zaken bedoeld in artikel 109bis, § 2, 1° en 2°, van het Gerechtelijk Wetboek op donderdagnamiddag.

De twaalfde kamer houdt zitting in burgerlijke en handelszaken op woensdagvoormiddag en woensdagnamiddag.

De twaalfde bis kamer houdt zitting in de zaken bedoeld in artikel 109bis, § 2, 1°, 1°bis en 2°, van het Gerechtelijk Wetboek op woensdagvoormiddag en woensdagnamiddag.

De twaalfde ter kamer houdt zitting in de zaken bedoeld in artikel 109bis, § 2, 1°, 1°bis en 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, op woensdagnamiddag.

De dertiende kamer houdt zitting in burgerlijke en handelszaken en in de zaken bedoeld in artikel 109bis, § 1, 2°, en § 2, 1° en 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, op woensdagvoormiddag en woensdagnamiddag.

De veertiende kamer houdt zitting in burgerlijke en handelszaken, op dinsdagvoormiddag.

De veertiende bis kamer houdt zitting in de zaken bedoeld in artikel 109bis, § 1, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek, voor wat betreft de vorderingen gegrond op de artikelen 606, 1°, en 1718 van het Gerechtelijk Wetboek en in artikel 109bis, § 2, 1° en 2°, van het Gerechtelijk Wetboek op dinsdagvoormiddag en dinsdagnamiddag.

De vijftiende kamer, zijnde de jeugdkamer, houdt zitting in de zaken bedoeld in artikel 109bis, § 1, 1°, en § 2, 1° en 2°, van het Gerechtelijk Wetboek op maandagvoormiddag en maandagnamiddag.

De zestiende kamer houdt zitting in de zaken bedoeld in artikel 109bis, § 2, 1° en 2°, van het Gerechtelijk Wetboek op vrijdagvoormiddag en vrijdagnamiddag.

De zeventiende kamer houdt zitting in de zaken bedoeld in artikel 109bis, § 2, 1° en 2°, van het Gerechtelijk Wetboek op vrijdagvoormiddag en vrijdagnamiddag.

Het bureau voor rechtsbijstand houdt zitting op maandagvoormiddag, naargelang er zaken zijn.

Art. 4.De zittingen in de voormiddag vangen aan om 9 uur, die in de namiddag vangen aan om 14 uur. Elke zitting duurt ten minste drie en een half uur.

Art. 5.Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan de eerste voorzitter hetzij van ambtswege of op verzoek van een kamervoorzitter, na het advies van de procureur-generaal en van de hoofdgriffier te hebben ingewonnen, hetzij op verzoek van de procureur-generaal en na het advies van de hoofdgriffier te hebben ingewonnen, beslissen dat een of meer kamers buitengewone zittingen houden, waarvan hij dag en uur vaststelt.

Art. 6.Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan de eerste voorzitter hetzij van ambtswege of op verzoek van een kamervoorzitter, na het advies van de procureur-generaal en van de hoofdgriffier te hebben ingewonnen, hetzij op verzoek van de procureur-generaal en na het advies van de hoofdgriffier te hebben ingewonnen, beslissen het aantal kamers, hun bevoegdheid en het aantal zittingen voorlopig te wijzigen.

Art. 7.Wanneer het hof geroepen wordt om zaken, die na cassatie verwezen zijn, met uitzondering van strafzaken, met verenigde kamers te berechten, bestaat het uit twee kamers elk bestaande uit drie raadsheren, aangewezen en voorgezeten door de eerste voorzitter of door de kamervoorzitter of de raadsheer die hem vervangt.

De eerste voorzitter wijst de kamers, de raadsheren en de raadsheren-assessoren aan.

Art. 8.§ 1. De inleiding van de zaken voor de kamers met drie raadsheren geschiedt : 1° op donderdag om 9 uur voor de eerste kamer in burgerlijke en handelszaken, behoudens hoger beroep in zaken in eerste aanleg behorende tot de bevoegdheid van de beslagrechter;2° op dinsdag om 9 uur voor de vijfde kamer in fiscale zaken;3° op maandag om 9 uur voor de zevende kamer in burgerlijke en handelszaken;4° op dinsdag om 11 uur voor de veertiende kamer, in zaken in eerste aanleg behorende tot de bevoegdheid van de beslagrechter. § 2. De inleiding van de zaken bedoeld in artikel 109bis, §§ 1 en 2 van het Gerechtelijk Wetboek, waarvan geen toewijzing aan een kamer met drie raadsheren wordt gevraagd, geschiedt : 1° op donderdag om 9 uur voor de eerste bis kamer, in burgerlijke en handelszaken, behoudens hoger beroep in zaken die in eerste aanleg behoren tot de bevoegdheid van de beslagrechter;2° op dinsdag om 11 uur voor de vijfde bis kamer, in fiscale zaken;3° op maandag om 9 uur voor de zevende bis kamer, in burgerlijke en handelszaken; 4° op iedere 2e dinsdag van de maand om 10 u.30 m., voor de veertiende bis kamer, in de zaken die in eerste aanleg behoren tot de bevoegdheid van de beslagrechter; 5° op maandag om 9 uur voor de vijftiende kamer, in de zaken bedoeld in artikel 109bis, § 1, 1° van het Gerechtelijk Wetboek;6° op maandag om 9 uur voor het bureau voor rechtsbijstand, naargelang er zaken zijn.

Art. 9.De eerste voorzitter wijst de burgerlijke, de handelszaken en de fiscale zaken toe. Op voorstel van de procureur-generaal wijst de eerste voorzitter eveneens de strafzaken toe.

De eerste voorzitter kan één of meer kamervoorzitters aanwijzen om hem daartoe bij te staan.

Art. 10.Na advies van de procureur-generaal te hebben ingewonnen, stelt de eerste voorzitter dag en uur van de vakantiezittingen vast in overeenstemming met de artikelen 334 en 339 van het Gerechtelijk Wetboek.

Hij maakt een lijst op van de magistraten die zitting houden.

De eerste voorzitter mag te allen tijde, naargelang de behoeften van de dienst, de lijst van de zittingen wijzigen.

Art. 11.De beschikkingen die de eerste voorzitter van het Hof van Beroep neemt op grond van de artikelen 89 en 90 van het Gerechtelijk Wetboek of op grond van dit reglement, worden ter griffie van het Hof aangeplakt. Deze beschikkingen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van de procureur-generaal en van de hoofdgriffier.

Art. 12.Het koninklijk besluit van 19 juni 1992 tot vaststelling van het bijzonder reglement voor het Hof van Beroep te Gent, wordt opgeheven.

Art. 13.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2006.

Art. 14.Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 26 januari 2007.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX

^