Koninklijk Besluit van 26 juni 2020
gepubliceerd op 01 oktober 2020
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit betreffende de invoering van meerdere veiligheidsmaatregelen voor de visserij

bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
numac
2020042496
pub.
01/10/2020
prom.
26/06/2020
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2020042496

FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER


26 JUNI 2020. - Koninklijk besluit betreffende de invoering van meerdere veiligheidsmaatregelen voor de visserij


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Belgisch Scheepvaartwetboek, artikelen 2.2.3.9 en 2.5.1.2.;

Gelet op het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement;

Gelet op koninklijk besluit van 4 augustus 1981 houdende politie- en scheepvaartreglement voor de Belgische territoriale zee, de havens en de stranden van de Belgische kust;

Gelet op het koninklijk van 13 november 2009 besluit inzake vaarbevoegdheidsbewijzen voor de zeevisserijvaart;

Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen;

Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 12 november 2019;

Gelet op advies nr. 67.193/4 van de Raad van State, gegeven op 4 mei 2020, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Noordzee, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectie-reglement wordt een artikel 13bis ingevoegd, luidende: "

Art. 13bis.Hellingproef en stabiliteitsgegevens vissersvaartuigen § 1. In afwijking van artikel 13 moet elk vissersvaartuig na voltooiing en voor het in dienst wordt gesteld een hellingproef ondergaan en het werkelijke gewicht en ligging van het zwaartepunt moeten worden bepaald voor de toestand van het bedrijfsklare ledige vissersvaartuig.

De hellingproef en de vaststelling van de voorwaarden als vereist door het vorige lid moet worden herhaald om de 10 jaar.

Een vissersvaartuig dat onder Belgische vlag wenst te komen, dient een nieuwe hellingproef te ondergaan overeenkomstig de voorwaarden in dit artikel. § 2. De stabiliteit van een vissersvaartuig dient in alle voorkomende bedrijfstoestanden ten minste te voldoen aan de door de met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe aangesteld is vastgestelde criteria.

De resultaten van de hellingproef, voldoende gegevens betreffende de stabiliteit en de berekening van de stabiliteit in de gebruikstoestanden, zoals vastgelegd door de met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe is aangesteld, moeten aan de met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe aangesteld is ter goedkeuring worden voorgelegd. § 3. Indien een vissersvaartuig wijzigingen heeft ondergaan die van invloed zijn op de toestand van het lege, bedrijfsklare vaartuig en/of de ligging van het zwaartepunt, moet de eigenaar van het vissersvaartuig de met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe is aangesteld verwittigen. Afhankelijk van het oordeel van de met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe is aangesteld, rekening houdend met de stabiliteitsmarges van het vissersvaartuig, dient het vaartuig opnieuw aan een hellingproef worden onderworpen en moeten de stabiliteitsgegevens worden herzien. Indien echter de toestand van het gewijzigde lege vissersvaartuig meer dan 2 % afwijkt van de toestand van het oorspronkelijke lege vissersvaartuig en door berekening niet kan worden aangetoond dat het vaartuig nog steeds aan de stabiliteitscriteria voldoet, moet het opnieuw aan een hellingproef worden onderworpen.

De door de met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe is aangesteld mag vrijstelling geven van het nemen van een hellingproef met een vissersvaartuig, indien hellingproefresultaten beschikbaar zijn van een zusterschip en wordt aangetoond dat voor het vrij te stellen vissersvaartuig betrouwbare stabiliteitsgegevens aan die resultaten kunnen worden ontleend. § 4. Passende stabiliteitsgegevens moeten door de maatschappij ter beschikking worden gesteld ten einde de schipper in staat te stellen de stabiliteit van het vissersvaartuig onder uiteenlopende bedrijfsomstandigheden gemakkelijk en met zekerheid vast te stellen.

Deze gegevens moeten bijzondere instructies voor de schipper omvatten die hem inlichtingen verschaffen omtrent zodanige bedrijfsomstandigheden, die een ongunstige invloed zouden kunnen hebben op de stabiliteit of de trimligging van het vissersvaartuig.

De goedgekeurde stabiliteitsgegevens moeten aan boord aanwezig zijn, te allen tijde gemakkelijk toegankelijk zijn en tijdens de periodieke onderzoeken van het vissersvaartuig aan een inspectie worden onderworpen, ten einde zeker te stellen dat het vissersvaartuig is goedgekeurd met betrekking tot de feitelijke bedrijfsomstandigheden.".

Art. 2.In artikel 61, punt 1, van het hetzelfde besluit worden de woorden " aan elke zijde" ingevoegd tussen de woorden "automatisch opblaasbare reddingsvlotten" en de woorden "groot genoeg om" .

Art. 3.In hetzelfde besluit wordt een artikel 70bis ingevoegd, luidende: "

Art. 70bis.Elk vissersvaartuig moet uitgerust zijn met een brugwachtalarmsysteem goedgekeurd door de met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe is aangesteld in overeenstemming met internationale technische vereisten van de Internationale Maritieme Organisatie zoals bekendgemaakt op de website van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.".

Art. 4.In artikel 94 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 november 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/11/2009 pub. 18/12/2009 numac 2009014303 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit inzake vaarbevoegdheidsbewijzen voor de zeevisserijvaart sluiten, worden de volgende wijziging aangebracht: 1° in punt 5 worden de woorden "van minder dan 221 kW" vervangen door de woorden " tot en met 221 kW";2° in punt 6 worden de woorden "gelijk aan of" vervangen door het woord "van".

Art. 5.In hetzelfde besluit wordt een artikel 94bis ingevoegd, luidende: "

Art. 94bis.De eigenaar of schipper van een vissersvaartuig meldt ten laatste bij afvaart elke zeereis en de bemanning voor die zeereis aan de met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe is aangesteld.".

Art. 6.In hetzelfde besluit wordt een artikel 117bis ingevoegd, luidende: "

Art. 117bis.Elk vissersvaartuig dat de Belgische vlag voert, ongeacht zijn lengte moet in de volgende gevallen zijn uitgerust met een automatisch identificatiesysteem (AIS) (klasse A) dat voldoet aan de door de IMO ontwikkelde prestatienormen: Vissersvaartuigen houden dit systeem te allen tijde operationeel. In uitzonderlijke omstandigheden mag het AIS worden uitgeschakeld, wanneer dat volgens de schipper noodzakelijk is voor de veiligheid of de beveiliging van zijn vaartuig.".

Art. 7.In artikel 152, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 29 februari 2009 wordt de zin "Dit boek wordt door de met de scheepvaartcontrole belaste dienst genummerd en geparafeerd." opgeheven.

Art. 8.In artikel 3, punt 5, van bijlage XII bij hetzelfde besluit, vervangen door het koninklijk besluit van 23 oktober 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/10/2001 pub. 18/12/2001 numac 2001014206 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de invoering van een geharmoniseerde veiligheidsregeling voor vissersvaartuigen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement sluiten, worden de woorden "een satellietnoodradiobaken met plaatsbepaling der rampen (satelliet-EPIRB) dat:" vervangen door de woorden "één of meer satellietnoodradiobaken aan elke zijde met plaatsbepaling der rampen(satelliet-EPIRB) tenzij de met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe is aangesteld hiervan afwijkt als ze besluiten dat dit redelijk en praktisch niet uitvoerbaar is:".

Art. 9.Artikel 7octies van koninklijk besluit van 4 augustus 1981 houdende politie- en scheepvaartreglement voor de Belgische territoriale zee, de havens en de stranden van de Belgische kust, ingevoegd door het koninklijk besluit van 10 september 2010, wordt vervangen als volgt: "

Art. 7octies.Elk vissersvaartuig, ongeacht zijn lengte moet in de volgende gevallen zijn uitgerust met een automatisch identificatiesysteem (AIS) (klasse A) dat voldoet aan de door de IMO ntwikkelde prestatienormen: 1° dienstdoet in de Belgische territoriale wateren of de exclusieve economisch zone van België;of 2° zijn vangst aan land brengt in een Belgische haven. Vissersvaartuigen houden dit systeem te allen tijde operationeel. In uitzonderlijke omstandigheden mag het AIS worden uitgeschakeld, wanneer dat volgens de schipper noodzakelijk is voor de veiligheid of de beveiliging van zijn vaartuig.".

Art. 10.In artikel 5 van het koninklijk besluit van 13 november 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/11/2009 pub. 18/12/2009 numac 2009014303 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit inzake vaarbevoegdheidsbewijzen voor de zeevisserijvaart sluiten inzake vaarbevoegdheidsbewijzen voor de zeevisserijvaart worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2 worden de woorden "en roergangers" vervangen door de woorden ", roergangers of matrozen";2° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt: " § 4.De officiële verklaringen worden opgenomen in het model van het vaarbevoegdheidsbewijs dat wordt bepaald door de met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe is aangesteld in overeenstemming met het Internationaal Verdrag van 1995 betreffende de normen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van personeel van vissersvaartuigen, opgemaakt te Londen op 7 juli 1995."; 3° in paragraaf 5 wordt de zin "Het model van de gebruikte officiële verklaring komt overeen met het model dat is beschreven in bijlage II." vervangen als volgt: "Het model van de gebruikte officiële verklaring wordt bepaald door de met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe is aangesteld in overeenstemming met het Internationaal Verdrag van 1995 betreffende de normen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van personeel van vissersvaartuigen, opgemaakt te Londen op 7 juli 1995.".

Art. 11.In artikel 7, § 1, van het hetzelfde besluit worden de woorden " norm ISO 9001:2008" twee keer vervangen door de woorden "norm ISO 9001".

Art. 12.In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden de woorden "of roerganger" vervangen door de woorden ", roerganger of matroos";2° een paragraaf 1/1 wordt ingevoegd, luidende: " 1/1.Elk bemanningslid moet de basisopleiding in veiligheid voorgeschreven in voorschrift 7 van bijlage I om de vijf jaar herhalen.".

Art. 13.In hetzelfde besluit wordt een artikel 10/1 ingevoegd, luidende: " Art. 10/1. Als er voor opleidingen in bijlage I gebruik gemaakt wordt van een simulator moet deze worden goedgekeurd door de met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe is aangesteld".

Art. 14.In artikel 11 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt de zin "De Minister erkent al dan niet de getuigschriften die door de in het eerste lid aangewezen instanties worden afgeleverd." opgeheven; 2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord "Minister" vervangen door het woord "de met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe is aangesteld";3° in paragraaf 3 worden de worden "aangetekende brief" twee keer vervangen door de woorden "aangetekende zending".

Art. 15.In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 1/1 ingevoegd, luidende : " HOOFDSTUK 2. - Intoxicatie

Art. 12/1.Vaststellingsbevoegdheid De officieren van gerechtelijke politie die hulpofficier zijn van de procureur des Konings, het personeel van het operationeel kader van de federale en lokale politie kunnen een ademtest of een ademanalyse, zoals gedefinieerd in artikel 12/2, § 1, een speekseltest, zoals gedefinieerd in artikel 12/3, § 1, een speekselanalyse zoals gedefinieerd in artikel 12/4 en een bloedanalyse, zoals gedefinieerd in artikel 12/5 opleggen aan zeevarenden aan boord van vissersvaartuigen ongeacht de vlag die ze varen die opereren in de Belgische exclusieve economisch zone en de Belgische territoriale wateren in overeenstemming met de bepalingen van dit besluit.

Art. 12/2.Alcoholopname: ademtest, ademanalyse en tijdelijk verbod § 1. De overheidsagenten bedoeld in artikel 12/1 kunnen een ademtest opleggen die erin bestaat te blazen in een toestel dat het niveau van de alcoholopname in de uitgeademde alveolaire lucht aangeeft. De overheidsagenten kunnen in dezelfde omstandigheden, zonder voorafgaande ademtest, een ademanalyse opleggen, die erin bestaat te blazen in een toestel dat de alcoholconcentratie in de uitgeademde alveolaire lucht meet. § 2. Op verzoek van de in artikel 12/1 bedoelde personen aan wie een ademanalyse werd opgelegd, wordt onmiddellijk een tweede analyse uitgevoerd en, indien het verschil tussen deze twee resultaten meer bedraagt dan de door de Koning vastgestelde nauwkeurigheidsvoorschriften, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 21 april 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 21/04/2007 pub. 02/05/2007 numac 2007014149 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen sluiten betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen, een derde analyse.

Indien het eventuele verschil tussen twee van deze resultaten niet meer bedraagt dan de hierboven bepaalde nauwkeurigheidsvoorschriften, wordt het laagste resultaat in aanmerking genomen.

Indien het verschil groter is, wordt de ademanalyse als niet uitgevoerd beschouwd. § 3. De toestellen gebruikt voor de ademtest en voor de ademanalyse moeten gehomologeerd zijn, op kosten van de fabrikanten, invoerders of verdelers die de homologatie aanvragen, overeenkomstig de bepalingen uit het koninklijk besluit van 21 april 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 21/04/2007 pub. 02/05/2007 numac 2007014149 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen sluiten betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen. § 4. Er wordt een ademanalyse verricht wanneer de ademtest een alcoholconcentratie van ten minste 0,22 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht aangeeft. § 5. Het actief dienst doen op vissersvaartuigen, is verboden aan iedere persoon voor de duur van drie uren te rekenen vanaf de vaststelling: a) wanneer de ademanalyse een alcoholconcentratie meet van ten minste 0,22 milligram en minder dan 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht;b) wanneer de ademanalyse niet uitgevoerd kan worden en de ademtest een alcoholconcentratie van ten minste 0,22 milligram en minder dan 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht aangeeft. § 6. Het actief dienst doen op vissersvaartuigen is verboden voor de duur van zes uren te rekenen vanaf de vaststelling: a) wanneer de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet;b) wanneer de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet;c) in geval van weigering van de ademtest of van de ademanalyse. § 7. Wanneer, wegens een andere reden dan de weigering, noch de ademtest noch de ademanalyse kunnen worden uitgevoerd en de persoon die actief dienst deed op een vissersvaartuig duidelijk tekenen van alcoholopname vertoont, dan is het hem verboden voor de duur van zes uren, te rekenen vanaf de vaststelling, om actief dienst te doen op een vissersvaartuig.

Wanneer wegens een andere reden dan de weigering noch de ademtest noch de ademanalyse kunnen worden uitgevoerd en de persoon die actief dienst deed op een vissersvaartuig, zich blijkbaar bevindt in staat van intoxicatie, dan is het hem verboden voor de duur van twaalf uren, te rekenen vanaf de vaststelling, om actief dienst te doen op een vissersvaartuig. § 8. Vooraleer aan de persoon wordt toegestaan opnieuw actief dienst te doen op een vissersvaartuig, wordt hem, in de gevallen bedoeld in de paragrafen 6 en 7, een nieuwe ademanalyse of ademtest opgelegd.

In het geval deze ademanalyse of ademtest een alcoholconcentratie meet van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht of in geval van weigering zich hieraan te onderwerpen, wordt het verbod om actief dienst te doen op een vissersvaartuig verlengd met een periode van zes uren, te rekenen vanaf de nieuwe ademanalyse of de ademtest of de weigering.

In het geval evenwel deze ademanalyse of ademtest een alcoholconcentratie meet van ten minste 0,22 milligram en minder dan 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht wordt het verbod om actief dienst te doen vissersvaartuig verlengd met een periode van drie uren, te rekenen vanaf de nieuwe ademanalyse of ademtest.

Wanneer noch de ademtest noch de ademanalyse kunnen worden uitgevoerd zoals bepaald in de gevallen bedoeld in paragraaf 7, wordt het verbod om actief dienst te doen op een vissersvaartuig, naargelang het geval, met dezelfde periode verlengd.

De bepalingen van paragraaf 2 en artikel 12/5 zijn hierbij niet van toepassing.

Art. 12/3.Andere stoffen die de uitvoering van opdrachten aan boord beïnvloeden: speekseltest en tijdelijk verbod § 1. De test voor het detecteren van stoffen die de uitvoering van opdrachten aan boord beïnvloeden bestaat uit: a) eerst het vaststellen van indicaties van tekenen van recent gebruik van één van volgende stoffen: - Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC) - Amfetamine - Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA) - Morfine of 6-acetylmorfin - Cocaïne of benzoylecgonine aan de hand van een gestandaardiseerde checklist, waarvan de nadere toepassingsregels en het model door de Koning zijn bepaald in het koninklijk besluit van 17 september 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 17/09/2010 pub. 27/09/2010 numac 2010014215 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende het model en de toepassingsregels van de gestandaardiseerde checklist tot vaststelling van indicaties van tekenen van recent druggebruik in het verkeer type koninklijk besluit prom. 17/09/2010 pub. 24/12/2013 numac 2013014702 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit betreffende het model en de toepassingsregels van de gestandaardiseerde checklist tot vaststelling van indicaties van tekenen van recent druggebruik in het verkeer. - Duitse vertaling sluiten betreffende het model en de toepassingsregels van de gestandaardiseerde checklist tot vaststelling van indicaties van tekenen van recent druggebruik in het verkeer;b) vervolgens, indien de gestandaardiseerde checklist bedoeld in a), een indicatie geeft van tekenen van recent gebruik van een van de stoffen bedoeld in a), het afnemen van een speekseltest. Onder de hieronder vermelde gehaltes wordt het resultaat van de speekseltest niet in aanmerking genomen:

Stof

Gehalte (ng/ml)

Substance

Taux (ng/ml)

Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC)

25

Delta-9-tétrahydrocannabinol (THC)

25

Amfetamine

50

Amphétamine

50

Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA)

50

Méthylènedioxyméthylamphétamine (MDMA)

50

Morfine (vrij) of 6-acetylmorfine

10

Morphine (libre) ou 6-acétylmorphine

10

Cocaïne of Benzoylecgonine

20

Cocaïne ou Benzoylecgonine

20


§ 2. Het verzamelen van de gegevens die nodig zijn voor het invullen van de gestandaardiseerde checklist en voor het afnemen van de speekseltest moet zich beperken tot de gegevens die strikt noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de overtredingen uit dit hoofdstuk. Deze gegevens mogen slechts worden gebruikt voor gerechtelijke doeleinden in verband met de bestraffing van deze overtredingen.

De kosten van de speekseltest zijn ten laste van de onderzochte persoon indien bewezen is dat het gehalte van de stoffen aangegeven in paragraaf 1, b), bewezen is. § 3. Het actief dienst doen op vissersvaartuigen is verboden aan iedere persoon gedurende twaalf uur vanaf de vaststelling: a) wanneer de speekseltest de aanwezigheid in het organisme aantoont van minstens één van de stoffen bepaald in paragraaf 1, b) in een gehalte dat gelijk is aan of hoger dan het gehalte bepaald in dezelfde paragraaf;b) in geval van weigering van de speekseltest of speekselanalyse zonder wettige reden;c) in geval van een weigering van de speekseltest omwille van een wettige reden of omwille van een praktische onmogelijkheid voldoende speeksel te collecteren, noch een speekseltest noch een speekselanalyse kon worden uitgevoerd en de gestandaardiseerde checklist bedoeld in paragraaf 1, a), een indicatie geeft van tekenen van recent gebruik van één van de stoffen bedoeld in paragraaf 1, b);d) in geval het resultaat van de speekseltest negatief is en betrokkene zich blijkbaar bevindt in staat van intoxicatie. § 4. Vooraleer aan de persoon wordt toegestaan opnieuw actief dienst te doen op een vissersvaartuig, wordt hem een nieuwe speekseltest, bedoeld in paragraaf 1, b), opgelegd, zonder de gestandaardiseerde checklist bedoeld in paragraaf 1, a), te overlopen.

Het verbod bedoeld in paragraaf 3, wordt telkens hernieuwd voor een periode van twaalf uur: a) wanneer de speekseltest de aanwezigheid in het organisme aantoont van één van de stoffen bepaald in paragraaf 1, b), in een gehalte dat gelijk is aan of hoger dan het gehalte bepaald in hetzelfde artikel;b) in geval van weigering van deze speekseltest;c) in geval van weigering van de speekseltest omwille van een wettige reden of ingeval van een praktische onmogelijkheid voldoende speeksel te collecteren, en de gestandaardiseerde checklist, bedoeld in paragraaf 1, a), die in dit geval wordt overlopen, een indicatie geeft van tekenen van recent gebruik van een van de stoffen bedoeld in paragraaf 1, b);d) in geval het resultaat van de speekseltest negatief is en betrokkene zich blijkbaar bevindt in staat van intoxicatie. § 5. Wanneer de persoon een wettige reden inroept voor het weigeren van de speekseltest of de speekselanalyse, vorderen de in artikel 12/1 bedoelde overheidsagenten een geneesheer om het ingeroepen motief te beoordelen.

De inhoud van de wettige reden mag door de geneesheer niet worden onthuld als ze door het medisch geheim wordt gedekt.

De kosten voor de tussenkomst van de geneesheer zijn ten laste van de onderzochte persoon indien de in het eerste lid bedoelde weigering niet gegrond was.

De praktische onmogelijkheid voldoende speeksel te collecteren om de speekseltest of de speekselanalyse uit te voeren wordt niet beschouwd als een vorm van weigering. De kosten van de speekseltest zijn ten laste van de onderzochte persoon indien de overtreding bepaald in artikel 16/4, § 1, door middel van een bloedanalyse bewezen is.

Art. 12/4.Speekselanalyse § 1. De in artikel 12/1 bedoelde overheidsagenten leggen een speekselanalyse voor het detecteren van de stoffen die de uitvoering van de opdrachten aan boord beïnvloeden op wanneer de speekseltest bedoeld artikel 12/3, § 1, de aanwezigheid aantoont van één van de stoffen bedoeld in artikel 12/3, § 1, b).

Onder de hieronder vermelde gehaltes wordt het resultaat van de speekselanalyse niet in aanmerking genomen:

Stof

Gehalte (ng/ml)

Substance

Taux (ng/ml)

Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC)

10

Delta-9-tétrahydrocannabinol (THC)

10

Amfetamine

25

Amphétamine

25

Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA)

25

Méthylènedioxyméthylamphétamine (MDMA)

25

Morfine (vrij) of 6-acetylmorfine

5

Morphine (libre) ou 6-acétylmorphine

5

Cocaïne of Benzoylecgonine

10

Cocaïne ou Benzoylecgonine

10


§ 2. De kosten van de speekselanalyse zijn ten laste van de onderzochte persoon indien de overtreding bepaald in artikel 12/3, § 1, b), bewezen is. § 3. De analyse van het speekselstaal geschiedt in een van de laboratoria die daartoe door de Koning erkend zijn in uitvoering van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer.

De persoon van wie het speekselstaal is afgenomen, kan op eigen kosten een tweede speekselanalyse laten verrichten in het laboratorium waar het eerste heeft plaatsgehad, of in een ander door de Koning erkend laboratorium. In het eerste geval kan hij op de tweede analyse toezicht laten houden door een technisch raadsman van zijn keuze.

De bepalingen tot nadere regeling van de speekselanalyse voor het wegverkeer zijn eveneens van toepassing bij de uitvoering van dit reglement.

Art. 12/5.Bloedanalyse § 1. De in artikel 12/1 bedoelde overheidsagenten laten de in dat artikel bedoelde personen, een bloedproef ondergaan door een daartoe opgevorderde geneesheer: a) in het geval de ademtest een alcoholgehalte van ten minste 0,22 milligram aangeeft per liter uitgeademde alveolaire lucht en een ademanalyse niet uitgevoerd kan worden;b) in het geval noch de ademtest noch de ademanalyse uitgevoerd konden worden en betrokkene duidelijke tekenen van alcoholopname vertoont of zich blijkbaar bevindt in de toestand bedoeld in artikel 12/2, § 7;c) in het geval noch de ademtest noch de ademanalyse uitgevoerd konden worden bij de personen bedoeld in artikel 12/1 en het onmogelijk is na te gaan of er tekenen van alcoholopname zijn;d) indien de speekseltest minstens één van de stoffen detecteert bedoeld in artikel 12/3, § 1, a) in een gehalte dat gelijk is aan of hoger dan het gehalte bepaald in de tabel van dezelfde paragraaf, en een speekselanalyse niet uitgevoerd kan worden;e) in het geval noch een speekseltest noch een speekselanalyse kon worden uitgevoerd. § 2. In het geval van paragraaf 1, d) en e), bestaat de bloedanalyse uit een kwantitatieve bepaling op plasma door middel van gas- of vloeistofchromatografie-massaspectrometrie met gebruik van gedeutereerde interne standaarden voor een of meerdere van de navolgende stoffen.

Onder het overeenstemmende gehalte wordt de analyse niet in aanmerking genomen:

Stof

Gehalte (ng/ml)

Substance

Taux (ng/ml)

Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC)

1

Delta-9-tétrahydrocannabinol (THC)

1

Amfetamine

25

Amphétamine

25

Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA)

25

Méthylènedioxyméthylamphétamine (MDMA)

25

Morfine (vrij)

10

Morphine (libre)

10

Cocaïne of Benzoylecgonine

25

Cocaïne ou Benzoylecgonine

25


§ 3. De in artikel 12/1 bedoelde overheidsagenten moeten op verzoek van de personen van hetzelfde artikel, en bij wijze van tegenexpertise, deze personen een bloedproef laten ondergaan door een daartoe opgevorderde geneesheer indien de ademanalyse, bekomen na toepassing van artikel 12/2, een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet. § 4. De kosten van het nemen van het bloedstaal en van de bloedanalyse komen ten laste van de onderzochte persoon: a) indien de overtreding bepaald in artikel 12/2, § 6, a), bewezen is; of b) indien de overtreding bepaald in artikel 12/3, § 1, b), bewezen is. § 5. Het inzamelen van de gegevens van de bloedproef bedoeld in paragraaf 1, d) en e), beperkt zich tot deze die strikt noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de overtredingen van dit hoofdstuk. Deze gegevens mogen slechts worden gebruikt voor gerechtelijke doeleinden in verband met de bestraffing van deze overtredingen.".

Art. 16.In bijlage I van hetzelfde besluit wordt er een voorschrift 6bis ingevoegd, luidende: "Voorschrift 6bis Eisen inzake vaarbevoegdheidsverlening voor matroos 1. Elke matroos dienst doend op een vissersvaartuig is in het bezit van een passend vaarbevoegdheidsbewijs. 2. Ieder die een passend vaarbevoegdheidsbewijs overeenkomstig lid 1 wenst te verkrijgen, moet: 2.1. niet jonger zijn dan 16 jaar, tenzij anders is bepaald in de Belgisch wet- of regelgeving; 2.2. voldoen aan voorschrift 7.".

Art. 17.Het voorschrift 8 van bijlage I bij hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: "Voorschrift 8. Eisen om de voortduring van de beroepsbekwaamheid bedoeld in artikel 9, § 1, b te waarborgen.

Om de voortduring van de beroepsbekwaamheid bedoeld in artikel 9, § 1, b, te waarborgen, moet elke matroos een goedgekeurde periodieke scholing zeevisserij overeenkomstig de eisen van bijlage III, hebben ontvangen tijdens de geldigheidsduur van hun vaarbevoegdheidsbewijs en geslaagd zijn voor de goedgekeurde bijbehorende test.

Om de voortduring van de beroepsbekwaamheid bedoeld in artikel 9, § 1, b, te waarborgen, voldoet elke schipper, stuurman, motorist of roerganger aan de volgende eisen: 1. een goedgekeurde diensttijd van ten minste twaalf maanden aan boord van vissersvaartuigen hebben volbracht, een goedgekeurde periodieke scholing zeevisserij overeenkomstig de eisen van bijlage III, hebben ontvangen tijdens de geldigheidsduur van hun vaarbevoegdheidsbewijs en geslaagd zijn voor de goedgekeurde bijbehorende test; 2. een cursus in de zin van artikel 9, § 2, hebben gevolgd en een goedgekeurde diensttijd van ten minste drie maanden hebben volbracht als bemanningslid aan boord van een vissersvaartuig onmiddellijk voor het dienst doen op zee in de functie waarvoor het vaarbevoegdheidsbewijs geldig is.".

Art. 18.Het punt 1 van bijlage III van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: "1. module I Voor schippers, stuurmannen en roergangers: 1.1. stabiliteit, veiligheid en gebruik van de gieken en lieren, vastslaan, noodsystemen aan boord, procedures veilig werken aan boord; 1.2. COLREG; 1.3. persoonlijke veiligheid; 1.4. arbeidsveiligheid; 1.5. Milieu;

Voor motoristen: 1.1. stabiliteit, veiligheid en gebruik van de gieken en lieren, vastslaan, noodsystemen aan boord, procedures veilig werken aan boord; 1.2. persoonlijke veiligheid; 1.3. arbeidsveiligheid; 1.4. Milieu;

Voor matrozen: 1.1. procedures veilig werken aan boord, noodsystemen aan boord; 1.2. persoonlijke veiligheid; 1.3. arbeidsveiligheid;".

Art. 19.Bijlage 2 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 20.Uiterlijk binnen de 5 jaar na de inwerkingtreding van dit besluit moet elke bestaand bemanningslid de basisopleiding in veiligheid, bedoeld in artikel 12, 2°, opnieuw volgen. De met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe is aangesteld zal, op basis van een risicoanalyse, een uitnodiging versturen met een termijn van 6 maanden om zich in regel te stellen. Bij het maken van de risicoanalyse houden de met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe is aangesteld rekening met de geldigheidstermijn van het betrokken vaarbevoegdheidsbewijs, de geldigheidstermijn van het certificaat basisopleiding veiligheid van het bemanningslid en de beschikbare capaciteit van de basisopleiding in veiligheid.

Uiterlijk binnen de 5 jaar na de inwerkingtreding van dit besluit moet elk bestaand vissersvaartuig dat vaart onder Belgische vlag de hellingproef, bedoeld in artikel 1, ondergaan. De met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe is aangesteld zal, op basis van een risicoanalyse, een uitnodiging versturen met een termijn van 6 maanden om zich in regel te stellen. Bij het maken van de risicoanalyse houdt de met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe is aangesteld rekening met het type vissersvaartuig, de lengte van het vissersvaartuig, de bestaande stabiliteitsgegevens en de beschikbare capaciteit tot het uitvoeren van een hellingproef.

Uiterlijk binnen de 5 jaar na de inwerkingtreding van dit besluit moet elke matroos beschikken over een vaarbevoegdheidsbewijs matroos. Het certificaat basisopleiding veiligheid wordt aanvaard tot de betrokken matroos zich in regel moet stellen overeenkomstig het eerste lid.

Art. 21.Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2020.

Art. 22.De minister bevoegd voor de maritieme mobiliteit is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 26 juni 2020.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Noordzee, Ph. DE BACKER


begin


Publicatie : 2020-10-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^