Koninklijk Besluit van 26 september 2011
gepubliceerd op 04 oktober 2011
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot aanvulling van artikel 133 van het KB/WIB 92 betreffende de onroerende goederen die in onverdeeldheid toebehoren aan meerdere eigenaars

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2011003320
pub.
04/10/2011
prom.
26/09/2011
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

26 SEPTEMBER 2011. - Koninklijk besluit tot aanvulling van artikel 133 van het KB/WIB 92 betreffende de onroerende goederen die in onverdeeldheid toebehoren aan meerdere eigenaars


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat ter ondertekening aan Uwe Majesteit wordt voorgelegd, strekt ertoe een specifieke regeling uit te werken voor de opmaak en kennisgeving van de kohieren inzake de onroerende voorheffing betreffende de onroerende goederen die in onverdeeldheid toebehoren aan meerdere eigenaars.

Het advies van de Raad van State werd gegeven op 28 april 2011. Er werd rekening gehouden met dit advies.

Artikel 251 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) bepaalt dat de onroerende voorheffing verschuldigd is door de eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker van de belastbare goederen, volgens de regels bepaald door de Koning.

In de administratieve commentaar bij dit artikel wordt verduidelijkt dat de eigenaar degene is aan wie het goed toebehoort. Verscheidene personen kunnen gezamenlijk eigenaar van hetzelfde onroerend goed zijn; zij zijn dan eigenaars in onverdeeldheid, of nog onverdeelde eigenaars of mede-eigenaars.

Artikel 300, § 1, 1°, WIB 92 machtigt de Koning "de wijze waarop men dient te handelen voor de aangiften, de opmaking en de kennisgeving der kohieren, (...)", te regelen.

In uitvoering van artikel 300, § 1, 1°, WIB 92, bepaalt artikel 133, eerste lid, KB/WIB 92 dat de aanslagen op naam van de betrokken belastingschuldigen worden ten kohiere gebracht. Hierop wordt alleen een uitzondering gemaakt in geval van overlijden van de belastingschuldige (artikel 133, tweede tot vierde lid, KB/WIB 92).

Wat onroerende goederen betreft die in onverdeeldheid toebehoren aan meerdere mede-eigenaars, bestaat de administratieve praktijk er evenwel in om op het kohier een beperkt aantal mede-eigenaars te vermelden, gevolgd door de woorden "in onverdeeldheid".

Reeds in de jaren zeventig heeft het Hof van Cassatie (Cass. 8 september 1970, Cass. 13 juni 1975 en Cass. 20 oktober 1976) gesteld dat :" "Ontstaat de belastingschuld rechtstreeks ten laste van de mede-eigenaars van een onroerend goed, dan is, behoudens andersluidende wetsbepalingen, elke mede-eigenaar slechts gehouden voor een aandeel per hoofd, dat ten name van elke mede-eigenaar ten kohiere moet worden gebracht." Gegeven dat het computertechnisch onmogelijk is om een opsplitsing van de aanslagbiljetten over de verschillende mede-eigenaars te maken, werd ervoor gekozen om artikel 133 KB/WIB 92 aan te passen door een specifieke regeling uit te werken voor de onroerende goederen die in onverdeeldheid toebehoren aan meerdere eigenaars. Deze regeling luidt als volgt : "Als een onroerend goed in onverdeeldheid toebehoort aan meerdere eigenaars, wordt de aanslag in de onroerende voorheffing ten kohiere gebracht op naam van één of meer mede-eigenaars, gevolgd door de woorden "in onverdeeldheid"." Hierbij dient de aandacht gevestigd te worden op artikel 393, WIB 92.

De programmawet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 27/04/2007 pub. 08/05/2007 numac 2007201505 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten (Belgisch Staatsblad 8 mei 2007) heeft artikel 393, WIB 92 aangevuld met een tweede paragraaf waarin uitdrukkelijk is opgenomen dat het kohier uitvoerbaar is "tegen de personen die er niet zijn in opgenomen in de mate dat zij gehouden zijn tot de betaling van de belastingschuld op grond van het gemeen recht of op grond van de bepalingen van dit wetboek".

Deze paragraaf werd ingevoegd om een einde te maken aan de discussie of de ontvanger der directe belastingen op grond van een kohier gevestigd op naam van een persoon, al dan niet vervolgingen kan instellen ten laste van een andere persoon die niet met naam wordt aangeduid, voor zover deze gehouden is tot de betaling van de belastingschuld op grond van een bepaling van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 of op grond van het gemeen recht.

Artikel 133, KB/WIB 92 tezamen gelezen met de artikelen 251 en 393, § 2, WIB 92 laten aldus toe de aanslagen in de onroerende voorheffing ten laste van de niet in het kohier opgenomen mede-eigenaars in hunnen hoofde in te vorderen.

Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS

ADVIES 49.495/1 VAN 28 APRIL 2011 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling Wetgeving, eerste kamer, op 8 april 2011 door de Minister van Financiën verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "tot aanvulling van artikel 133 van het KB/WIB 92 betreffende de onroerende goederen die in onverdeeldheid toebehoren aan meerdere eigenaars", heeft het volgende advies gegeven : Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als ze te oordelen heeft of het vaststellen of het wijzigen van een verordening noodzakelijk is.

Strekking en rechtsgrond van het ontwerp 1. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe een specifieke regeling vast te stellen voor het inkohieren van de aanslag in de onroerende voorheffing met betrekking tot een onroerend goed dat in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende eigenaars.Die aanslag kan ten kohiere worden gebracht op naam van één of meer mede-eigenaars, gevolgd door de vermelding "in onverdeeldheid". Met de ontworpen wijziging van artikel 133 KB/WIB 92 wordt een administratieve praktijk bevestigd, die afwijkt van het principe opgenomen in het huidige eerste lid van dat artikel ("De aanslagen worden op naam van de betrokken belastingschuldigen ten kohiere gebracht"). 2. Voor het ontwerp wordt rechtsgrond gezocht in de artikelen 251 en 300 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna : WIB 92). Artikel 251 WIB 92 bepaalt dat de onroerende voorheffing verschuldigd is door de eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker van de belastbare goederen, volgens de regels bepaald door de Koning. Aangezien de ontworpen regeling niet het verschuldigd zijn van de belasting betreft, kan die bepaling geen rechtsgrond bieden.

Artikel 300, § 1, 1° WIB 92 daarentegen biedt wel rechtsgrond voor het ontwerp. Die bepaling belast de Koning onder meer met het regelen van « de wijze waarop men dient te handelen voor [...] de opmaking [...] der kohieren ». Ze moet worden gelezen in het licht van artikel 393, § 2 WIB 92, waaruit blijkt dat het kohier ook uitvoerbaar is tegen de personen die er niet zijn in opgenomen, in de mate zij gehouden zijn tot de betaling van de belastingschuld op grond van het gemeen recht of op grond van de bepalingen van het WIB 92 (1).

Bevoegdheid en vormvereisten Krachtens artikel 5, § 3, eerste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten en tenzij het gewest er anders over beslist, zorgt de Staat, met inachtneming van de door hem vastgestelde procedureregels, kosteloos voor de dienst van de gewestelijke belastingen voor rekening van en "in overleg met" het betrokken gewest. De federale Staat is derhalve bevoegd gebleven om de administratieve procedureregels met betrekking tot de onroerende voorheffing te wijzigen, wat de gewesten betreft waarvoor hij nog steeds zorgt voor de dienst van die belasting.

Uit artikel 5, § 3, eerste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten vloeit voort dat over de ontworpen wijziging overleg dient te worden gepleegd met de betrokken gewesten. De overlegverplichting moet immers worden geacht niet alleen betrekking te hebben op de correcte uitoefening van de "dienst der belastingen", maar ook op de regelgeving betreffende die dienst, nu die regelgeving een rechtstreekse weerslag kan hebben op de correcte inning van de belastingen en op de omvang van de belastingontvangsten zelf.

Noch uit de bij de adviesaanvraag gevoegde stukken, noch uit de aanhef van het ontwerp blijkt dat dit overleg heeft plaatsgehad.

Aan dat vormvereiste zal derhalve alsnog dienen te worden voldaan.

Indien de aan de Raad van State voorgelegde tekst ten gevolge van het overleg nog wijzigingen zou ondergaan, moeten de gewijzigde bepalingen, ter inachtneming van het voorschrift van artikel 3, § 1, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, voor een nieuw onderzoek aan de afdeling Wetgeving worden voorgelegd.

Onderzoek van de tekst Aanhef Gelet op wat over de rechtsgrond is opgemerkt, dient in het eerste lid van de aanhef niet te worden verwezen naar artikel 251 WIB 92.

Aangezien de rechtsgrond te situeren is in artikel 300 WIB 92, gelezen in het licht van artikel 393, § 2 WIB 92, kan eventueel in de betrokken aanhefverwijzing ook melding worden gemaakt van die laatste bepaling.

Artikel 1 In de Nederlandse tekst dient in de inleidende zin van artikel 1 te worden geschreven : "...waarvan het bestaande eerste lid paragraaf 1 zal vormen en de bestaande volgende leden paragraaf 2...".

In de ontworpen bepaling vervange men "het woord" door "de woorden". (1) Uit artikel 251 WIB 92 volgt dat in het geval van een onroerend goed dat in onverdeeldheid toebehoort aan meerdere eigenaars, zij als "de eigenaar" de onroerende voorheffing verschuldigd zijn. De kamer was samengesteld uit : De heren : M. Van Damme, kamervoorzitter;

J. Baert en W. Van Vaerenbergh, staatsraden;

M. Tison en L. Denys, assessoren van de afdeling Wetgeving;

Mevr. G. Verberckmoes, griffier.

Het verslag werd uitgebracht door de heer F. Vanneste, auditeur. (...) De griffier, G. Verberckmoes.

De voorzitter, M. Van Damme.

26 SEPTEMBER 2011. - Koninklijk besluit tot aanvulling van artikel 133 van het KB/WIB 92 betreffende de onroerende goederen die in onverdeeldheid toebehoren aan meerdere eigenaars (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 300;

Gelet op het KB/WIB 92;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 21 februari 2011;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting van 7 april 2011;

Gelet op het overleg met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op 9 juni 2011 en het Waals Gewest op 10 juni 2011;

Gelet op het advies 49.495/1 van de Raad van State, gegeven op 28 april 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Art. 1.Artikel 133, KB/WIB 92, waarvan het bestaande eerste lid paragraaf 1 zal vormen en de bestaande volgende leden paragraaf 2 zullen vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende : "§ 3. Als een onroerend goed in onverdeeldheid toebehoort aan meerdere eigenaars, wordt de aanslag in de onroerende voorheffing ten kohiere gebracht op naam van één of meer mede-eigenaars, gevolgd door de woorden "in onverdeeldheid"."

Art. 2.De Minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 26 september 2011.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 10 april 1992, Belgisch Staatsblad van 30 juli 1992. Wetten op de Raad van State, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 12 januari 1973, Belgisch Staatsblad van 21 maart 1973.

Koninklijk besluit van 27 augustus 1993Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 27/07/2015 numac 2015000371 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel I sluiten tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, Belgisch Staatblad van 13 september 1993.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^