Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 27 januari 2004
gepubliceerd op 12 maart 2004

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 maart 2003, gesloten in het Paritair Subcomité voor de pelslooierijen, betreffende de toekenning van een syndicale premie

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2004200171
pub.
12/03/2004
prom.
27/01/2004
ELI
eli/besluit/2004/01/27/2004200171/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

27 JANUARI 2004. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 maart 2003, gesloten in het Paritair Subcomité voor de pelslooierijen, betreffende de toekenning van een syndicale premie (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de pelslooierijen;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 18 maart 2003, gesloten in het Paritair Subcomité voor de pelslooierijen, betreffende de toekenning van een syndicale premie.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 27 januari 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de pelslooierijen Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 maart 2003 Toekenning van een syndicale premie (Overeenkomst geregistreerd op 19 juni 2003 onder het nummer 66553/CO/148.05) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en werknemers van de ondernemingen die zich bezighouden met het bereiden en/of verven van pelterijen andere dan konijnenvellen, zowel die welke tegen maakloon werken of die welke werken voor eigen rekening en die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de pelslooierijen.

Onder "werknemers" worden de werklieden en werksters bedoeld. HOOFDSTUK II. - Toepassingsmodaliteiten

Art. 2.De werknemers die in dienst van een onder artikel 1 genoemde werkgever ten minste vijfentwintig effectief gewerkte of ermee gelijkgestelde dagen bereiken gedurende het dienstjaar, kunnen aanspraak maken op een jaarlijkse premie waarop het bedrag bij artikel 3 wordt bepaald.

Worden met effectief gewerkte dagen gelijkgesteld : a) de periodes van schorsing van de arbeidsovereenkomst overeenkomstig artikel 28quater van de wet op de arbeidsovereenkomsten;b) de dagen van arbeidsonderbreking, die voor de berekening van de duur van de jaarlijkse vakantie met effectief gewerkte dagen gelijkgesteld zijn ingevolge artikel 36 van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie der loonarbeiders (Belgisch Staatsblad van 6 april 1967).

Art. 3.De syndicale premie bedraagt 60 EUR per jaar.

Het bedrag van de premie wordt berekend in verhouding tot het aantal kalenderdagen dat de werknemers gedurende het dienstjaar in dienst waren van een bij artikel 1 bedoelde werkgever.

Iedere begonnen maand dient als volledig gewerkte maand te worden beschouwd.

De werknemers die de onderneming verlaten wegens pensioengerechtigde leeftijd, vervroegd pensioen en brugpensioen inbegrepen, hebben recht op de volledige premie.

Art. 4.Het dienstjaar vangt aan op 1 december en sluit op 30 november.

Art. 5.Na het sluiten van het dienstjaar maakt de werkgever, bij aangetekend schrijven, aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de pelslooierijen de lijst over, in vijf exemplaren, van de rechthebbende werklieden.

De lijst moet vermelden : 1. de naam en de maatschappelijk zetel van de onderneming;2. de volgende aanduidingen betreffende iedere werknemer : a) de naam en voornamen;b) de geboortedatum;c) de datum van indienstneming en eventueel ontslag;d) het aantal effectief gewerkte dagen gedurende het dienstjaar;e) het aantal dagen die met effectief gewerkte dagen zijn gelijkgesteld;f) het bedrag van de premie berekend overeenkomstig artikel 3.

Art. 6.Uiterlijk op 15 december volgend op het dienstjaar, stort de werkgever de bedragen berekend overeenkomst artikel 3, aan de "Belgische Bontfederatie".

Art. 7.De lijsten opgemaakt overeenkomstig artikel 5 worden in bijzijn van de voorzitter of de ondervoorzitter van het paritair subcomité en van een werkgeversvertegenwoordiger ter controle voorgelegd aan de afgevaardigden van de vakorganisaties met het oog op het controleren van de hoedanigheid van de georganiseerde werknemers.

De controle gebeurt aan de hand van de lidmaatschapboekjes van de belanghebbenden.

Art. 8.De afgevaardigden van de vakorganisaties ondertekenen, na controle, de lijsten die door de voorzitter nog gedurende drie maanden, na beëindiging van de controle worden bewaard.

De voorzitter of de ondervoorzitter van het paritair subcomité stelt een proces-verbaal op van de controleverrichtingen.

Art. 9.De bij artikel 3 vastgestelde premie wordt slechts betaald aan de werknemers die lid zijn van één van de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in het Paritair Subcomité voor de pelslooierijen, voorzover zij in regel zijn met hun lidmaatschapsbijdrage en in verhouding tot het aantal maanden dat zij lid zijn van de organisatie.

Art. 10.De overeenkomstig artikel 9 te betalen premies worden per organisatie en per werkgever getotaliseerd. De "Belgische Bontfederatie" stelt het bedrag van de te betalen premies ter beschikking van de vakorganisaties.

De werkgeversvertegenwoordiger stelt de werkgever in kennis van het globaal bedrag dat na toepassing van artikel 9, aan de door deze laatste tewerkgestelde werknemers wordt betaald.

Art. 11.Uiterlijk 31 januari volgend op het dienstjaar betalen de afgevaardigden van de vakorganisaties aan de werknemers, leden van hun organisaties, de jaarlijkse premies uit. Indien de rechthebbende werknemer op het ogenblik van de betaling overleden is, wordt de premie aan de overlevende echtgeno(o)t(e) betaald.

Art. 12.Uiterlijk bij het verstrijken van de bij artikel 8 bepaalde termijn van drie maanden wordt met deelneming van de personen voor de eerste controle bepaald, een tweede controle verricht, teneinde de betaling van de verschuldigde premies na te gaan en aan de werkgeversfederatie en aan de afgevaardigden van de vakorganisaties ontlasting te verlenen.

Art. 13.Het eventueel overschot, na vereffening van de verschuldigde premies, blijft eigendom van de werkgevers. HOOFDSTUK III. - Geldigheid en opheffingsbepaling

Art. 14.De collectieve arbeidsovereenkomst van 24 februari 1977, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bereiden en verven van pelterijen andere dan konijnenvellen, betreffende de toekenning van een syndicale premie, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 20 juli 1977, wordt opgeheven.

Art. 15.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2003 en is gesloten voor een onbepaalde tijd.

Zij kan door één van de partijen worden opgezegd mits een opzegging van drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het paritair subcomité.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 27 januari 2004.

De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE

^