Koninklijk Besluit van 27 juni 2001
gepubliceerd op 05 juli 2001

Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe

bron
ministerie van economische zaken
numac
2001011281
pub.
05/07/2001
prom.
27/06/2001
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

27 JUNI 2001. - Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de richtlijn 96/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996 betreffende de gemeenschappelijke regels voor de interne elektriciteitsmarkt, onder meer op artikel 7;

Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, onder meer op artikel 11;

Gelet op het overleg met de Gewesten, gehouden op 22 maart 2001;

Gelet op het advies van de commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas van 24 april 2000;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 8 mei 2001;

Gelet op het overleg met de netbeheerder;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Gelet op het feit dat de voornoemde wet van 29 april 1999 bedoeld is om de bepalingen van de richtlijn 96/92/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 19 december 1996 betreffende de gemeenschappelijke regels voor de interne elektriciteitsmarkt om te zetten in het Belgisch recht; dat de termijn voor de omzetting van deze richtlijn verstreken is op 19 februari 1999; dat de Belgische Regering haar voornemen had uitgedrukt om binnen deze termijn deze richtlijn om te zetten; dat de dringende noodzakelijkheid bijzonder voortvloeit uit de ingebrekestelling van 12 september 2000 van de Europese Commissie wegens nalating van omzetting van voornoemde richtlijn en het met redenen omkleed advies van 1 februari 2001 van de Europese Commissie die de Belgische regering uitnodigde om, binnen de twee maanden, de nationale maatregelen ter uitvoering mee te delen die deze richtlijn omzetten; dat de regering van oordeel is dat elke bijkomende vertraging in de omzetting de concurrentie van de Belgische industrie kan schaden, rekening houdend met de versnelling van het reeds ver gevorderde proces van omzetting van de richtlijn in de andere lidstaten van de Europese Unie en van de noodzaak om zo spoedig mogelijk de operationele regels te bepalen met betrekking tot de verbindingen met de andere lidstaten van de Europese Unie rekening houdende met de groeiende ontwikkeling van deze verbindingen; dat dit besluit bijgevolg zo spoedig mogelijk moet worden genomen teneinde de opening van de elektriciteitsmarkt tot de mededinging en de uitwisselingen van elektriciteit, zowel op Belgisch als op Europees niveau, niet te belemmeren;

Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer en Onze Staatssecretaris voor Energie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : TITEL I. - Algemeen HOOFDSTUK I. - Definities en toepassingsgebied

Artikel 1.§ 1. De definities vervat in artikel 2 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt zijn van toepassing op dit besluit. § 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « wet van 29 april 1999 » : de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;2° « afnemer » : elke eindafnemer, distributeur of tussenpersoon;3° « belasting » : elke installatie die elektrisch vermogen verbruikt, actief en/of reactief;4° « commissie » : de commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas, opgericht door artikel 23 van de wet van 29 april 1999;5° « dag D » : een kalenderdag;6° « dag D-1 » : de kalenderdag vóór dag D;7° « werkdag » : elke dag van de week, met uitzondering van zaterdag, zondag en wettelijke feestdagen;8° « kwaliteit » : het geheel van de karakteristieken van de elektriciteit die een invloed kunnen hebben op de aansluitingsinstallaties, installaties van één of meerdere netgebruikers en/of het net en die, onder meer, de continuïteit van de spanning en stroom en de elektrische karakteristieken van deze spanning en stroom (frequentie, amplitude, golfvorm, symmetrie) omvatten;9° « AREI » : Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties;10° « ARAB » : Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming;11° « IEC » : Internationale Elektrotechnische Commissie;12° « regelzone » : de zone waarbinnen de netbeheerder het permanent evenwicht tussen de vraag en het aanbod van elektriciteit controleert, rekening houdend met de uitwisselingen van actief vermogen tussen de regelzones;13° « actief vermogen » : het elektrisch vermogen dat kan worden omgezet naar andere vormen van vermogen, zoals mechanisch, thermisch, akoestisch;14° « actieve energie » : de integraal van het actief vermogen gedurende een bepaalde tijd;15° « reactief vermogen » : de waarde gelijk aan 3 U I sinus(phi) waarbij U en I de effectieve waarden zijn van de fundamentele componenten van de spanning en de stroom en waarbij phi het faseverschil voorstelt tussen de fundamentele componenten van de spanning en de stroom;16° « reactieve energie » : de integraal van het reactief vermogen gedurende een bepaalde tijd;17° « actieve verliezen in het net » : het verbruik van actief vermogen in het net dat veroorzaakt wordt door het gebruik van dat net;18° « Pnom » : het actief vermogen van een productie-eenheid bepaald in het aansluitingscontract dat het maximaal toegelaten continu leverbare vermogen in het net bepaalt;19° « elektrisch systeem » : het geheel van de uitrustingen dat alle gekoppelde netten, alle aansluitingsinstallaties en alle installaties van de op deze netten aangesloten netgebruikers omvat;20° « component van het elektrisch systeem » : elk uitrusting die deel uitmaakt van het elektrisch systeem;21° « installatie » : elke aansluitingsinstallatie tot het net, installatie van de netgebruiker of directe lijn;22° « railstel » : het driefasig geheel van drie metalen rails of geleiders die voor elke fase een gemeenschappelijk spanningspunt vormen en via dewelke de verschillende aangesloten toestellen, lijnen en kabels onderling verbonden zijn;23° « verbinding » : het geheel van verbindingspunten tussen een net en een verbonden elektriciteitsnet (inclusief de buitenlandse transmissienetten);24° « netgebruiker » : elke natuurlijke of rechtspersoon die als leverancier of afnemer op het transmissienet is aangesloten;25° « aansluitingsinstallatie » : uitrusting die tenminste het aansluitingsveld vanaf het net inhoudt en die nodig is om de aansluitingsinstallatie van de netgebruiker te verbinden met het net;26° « installatie van de netgebruiker » : elke uitrusting van de netgebruiker die door een aansluitingsinstallatie op het net is aangesloten door een ansluitingsinstallatie vanaf het punt van interface; 27°« aansluiting » : het geheel of een deel van een aansluitingsinstallatie ; 28° « aansluitingspunt » : de fysieke plaats en het spanningsniveau van het punt waar de aansluiting is verbonden met het net en die het deel van de aansluitingsinstallaties van het transmissienet scheidt van het deel van de aansluitingsinstallaties waarvan de uitschakeling van het transmissienet slechts gevolgen heeft voor de netgebruiker aangesloten op dat punt ;29° « punt van interface » : de fysieke plaats en het spanningsniveau van het punt waar de installatie van een netgebruiker verbonden is met de aansluitingsinstallaties en die zich noodzakelijk bevinden tussen het uiteinde van het aansluitingsveld vanaf het net enerzijds en, in geval van netgebruikers aangesloten tot het net via een railstel, het uiteinde van het aansluitingsveld verbonden tot de uitrusting van de netgebruiker, aan de zijde van de netgebruiker anderzijds;30° « aansluitingsveld » : het geheel van componenten van een aansluitingsinstallatie die in het bijzonder volgende functies waarborgen : - het onder spanning brengen van de installaties van een netgebruiker vanuit het net; - het uitschakelen en/of inschakelen van deze installaties; - het fysiek scheiden van de aansluitingsinstallaties ten opzichte van het net; 31°« aansluitingscontract » : het contract gesloten tussen een netgebruiker en de netbeheerder die de wederzijdse rechten en plichten bepaalt met betrekking tot een bepaalde aansluiting, met inbegrip van de relevante technische specificaties; 32° « contract voor toegangsverantwoordelijke » : het contract gesloten tussen de netbeheerder en de toegangs-verantwoordelijke overeenkomstig Hoofdstuk I van Titel IV van dit besluit; 33 « register van toegangsverantwoordelijke » : register door de netbeheerder bijgehouden overeenkomstig dit besluit; 34° « toegangsverantwoordelijke » : elke natuurlijke of rechtspersoon ingeschreven in het register van toegangsverantwoordelijken;35° « toegangsaanvrager » : elke natuurlijke of rechtspersoon die bij de netbeheerder een toegangsaanvraag heeft ingediend;36° « toegangscontract » : het contract tussen de netbeheerder en een netgebruiker overeenkomstig dit besluit;37° « injectiepunt » : de fysische plaats en het spanningsniveau van een punt waar het vermogen in het net wordt geïnjecteerd;38° « afnamepunt » : de fysische plaats en het spanningsniveau van een punt waar het vermogen vanuit het net wordt afgenomen;39° « meetpunt » : de fysieke plaats waar de meetuitrustingen aangesloten zijn aan de aansluitingsinstallatie of aan de installatie van de netgebruiker ; 40°« producent » : elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit produceert, met inbegrip van elke zelfopwekker; 41° « productie-eenheid » : een fysieke eenheid die een generator omvat die elektriciteit produceert;42° « productiegeheel » : het geheel van productie-eenheden die één of meerdere technische processen gemeenschappelijk hebben en waarvan de onbeschikbaarheid leidt tot de onbeschikbaarheid van de gedeeltelijke of gehele betrokken productie-eenheden;43° « lokale productie-eenheid » : productie-eenheid met injectiepunt identiek aan het afnamepunt van een of meerdere belastingen;44° « contract voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden » : het contract gesloten tussen de netbeheerder en de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie overeenkomstig dit besluit;45° « eilandbedrijf » : situatie waarin een productie-eenheid, na plotse uitschakeling van het net, kan blijven instaan voor de voeding van een deel of het geheel van het elektrische systeem.In dit geval moeten minstens de ondersteunende diensten van de betrokken productie-eenheid gevoed worden, zodat deze beschikbaar kan zijn voor de heropbouw van het net; 46° « injectie van actief vermogen » : de injectie van actief vermogen in het net; 47 « injectie van reactif vermogen » : de injectie van reactief vermogen in het net; 48° « opvolging van de injectie » : het verschil, per injectiepunt, tussen de injectie van actief vermogen en de som van de injecties, bepaald door de toegangsverantwoordelijken in hun dagelijkse toegangsprogramma's;49° « afname van vermogen » : de afname van vermogen vanaf het net;50° « noodafname » : de afname op een afnamepunt waar de toegang tot het net enkel plaatsvindt bij dysfunctie van het normale opnamepunt;51° « meting » : opname op een bepaald tijdstip van een fysieke grootheid met een meetuitrusting;52° « meetuitrusting » : elke uitrusting voor het uitvoeren van tellingen en/of metingen teneinde de netbeheerder toe te laten zijn taken uit te voeren, zoals tellers, meetapparaten, meettransformatoren of bijhorende telecommunicatie-uitrustingen; 53°« netto ontwikkelbaar vermogen » : het maximaal vermogen betreffende het enig actief vermogen dat doorlopend geproduceerd wordt gedurende een periode van verlengde werking, met dien verstande dat de gehele installatie verondersteld wordt volledig in werking te zijn en dat rekening wordt gehouden met de gemiddelde klimaatomstandigheden van de site; 54° « meetwaarde » : een gegeven bekomen door een telling of meting met een meetuitrusting;55° « telling » : opname met een meetuitrusting van de hoeveelheid actieve of reactieve energie die gedurende een tijdsperiode wordt geïnjecteerd in of wordt afgenomen van het net;56° « register der tellingen » : het register bijgehouden door de netbeheerder, overeenkomstig dit besluit;57° « significante fout » : een fout in een meetwaarde groter dan de totale bepaling van het geheel van de meetuitrustingen die deze meetwaarde bepalen en die het industrieel proces verbonden met deze meetwaarde, negatief kan beïnvloeden op de facturatie verbonden met deze meetwaarde kan verwarmen;58° « richtlijn 96/92 » : de richtlijn 96/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne elektriciteitsmarkt. HOOFDSTUK II. - Algemene werkingsbeginselen Afdeling I. - Basisbeginselen

Art. 2.De netbeheerder voert de taken en verplichtingen uit die hij dient uit te voeren krachtens de wet van 29 april 1999 teneinde de elektriciteitsuitwisselingen tussen de verschillende op het net aangesloten personen te behouden en te ontwikkelen en het behoud van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net te waarborgen.

Art. 3.§ 1. De netbeheerder organiseert het technisch beheer van de elektriciteitsstromen op het transmissienet teneinde een permanent evenwicht te waarborgen tussen de vraag en naar het aanbod van elektriciteit. overeenkomstig artikel 8 van de wet van 29 april 1999. § 2. Te dien einde ziet de netbeheerder toe op de beschikbaarheid van de onmisbare ondersteunende diensten en onder meer de hulpdiensten in geval van defect aan de productie-eenheden en heeft de mogelijkheid, conform dit besluit, om in te grijpen op de injecties en de afnamen. § 3. Hij waarborgt het beheer van het elektrische systeem, met name : a) het commercieel beheer van de contracten betreffende de toegang tot het transmissienet en de ondersteunende diensten, namelijk het beheer van de aanvragen tot toegang, van de toegangscontracten en van de aankoop en de levering van ondersteunende diensten ;b) de programmering van de energie-uitwisselingen, onder meer het beheer van de benoemingen, de voorbereiding van het exploitatieprogramma en de voorbereiding van het exploitatieprogramma dat in werking kan worden gesteld na een incident;c) het besturen van het transmissienet en het bewaken van de energie-uitwisselingen hoofdzakelijk bedoeld voor de exploitatie in reële tijd van het transmissienet,met norme : - het uitvoeren van de exploitatieprogramma's die aanvaard zijn bij de programmering van de energie-uitwisselingen; - het permanent verzekeren van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van de exploitatie van het transmissienet; - het coördineren en het uitvoeren of laten uitvoeren van de handelingen in het transmissienet die noodzakelijk zijn bij werken aan de installaties; d) het verzamelen en de behandeling van de metingen en tellingen door het verwerkingssysteem hetgeen de netbeheerder en de behandeling, wat het beheer van de uitrustingen en procédés inzake meting en telling omvat, alsook het verwerven, valideren en behandelen van de meet- en telgegevens;e) de controle op de kwaliteit van de bevoorrading en op de stabiliteit van het transmissienet, met norme : - het verzamelen van de gegevens betreffende de kwaliteit van de bevoorrading en betreffende de stabiliteit van het transmissienet; - het opvolgen van de kwaliteit van de bevoorrading en van de stabiliteit van het transmissienet.

Art. 4.§ 1. De netbeheerder waakt, na gezamenlijk overleg met de beheerders van distributienetten en van het plaatselijke vervoer over de kwaliteit en de zekerheid van de levering met een aangepast systeem. Dit systeem maakt het mogelijk om ten minste volgende kwaliteitsaanduidingen te bepalen : a. de frequentie van de onderbrekingen;b. de gemiddelde duur van de onderbrekingen;c. de jaarlijkse duur van de onderbrekingen. De netbeheerder bepaalt de bijkomende kwaliteitsaspecten die dienen te worden gecontroleerd. § 2. De netbeheerder stelt ten minste jaarlijks een verslag publiek beschikbaar betreffende de kwaliteit en de zekerheid van de levering in het net.

Art. 5.De operationele regels inzake het beheer van de elektriciteitsstromen waaraan de netbeheerder onderworpen is en die hij in werking stelt krachtens dit besluit, vervangen het geheel van toepasselijke regels in voornoemde materie op het moment van de inwerkingtreding van dit besluit, toeziende op het behoud van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net alsook de afwezigheid van discriminatie tussen de netgebruikers te waarborgen.

Art. 6.§ 1. De algemene voorwaarden van de contracten voorzien in dit besluit alsook alle wijzigingen hieraan aangebracht, worden zonder verwijl aan de commissie meegedeeld. In voorkomend geval geeft de commissie kennis van zijn opmerkingen aan de netbeheerder en geeft deze aan de minister door. § 2. De formulieren bedoeld in dit besluit worden zonder verwijl door de netbeheerder aan de commissie doorgegeven. In voorkomend geval geeft de commissie kennis van zijn opmerkingen aan de netbeheerder en deelt deze aan de minister mee. Dezelfde procedure geldt voor wijzigingen aan deze formulieren aangebracht.

Art. 7.De taken en verplichtingen van de netbeheerder kunnen beïnvloed worden in geval van noodsituaties zoals in Afdeling V van deze Titel wordt bepaald.

Art. 8.De netbeheerder onthoudt zich van elke discriminatie tussen netgebruikers, toegangsverantwoordelijken, leveranciers van ondersteunende diensten of tussen elk andere persoon die op een of andere manier met het net verbonden is in het kader van zijn taken en verplichtingen of uitgevoerde diensten.

Art. 9.De netbeheerder voert de taken en verplichtingen uit met betrekking tot de goederen, uitrustingen of installaties, waarvan hij eigenaar is, of, indien hij er geen eigenaar van is, waarvan hij het gebruik of een effectieve controle heeft in akkoord met de eigenaar, en de goederen, uitrustingen of installaties waartot hij toegang heeft overeenkomstig de bepalingen van dit besluit en de krachtens dit besluit gesloten contracten. Afdeling II. - Informatie

Art. 10.Bij afwezigheid van uitdrukkelijke bepaling daaromtrent, zetten de netbeheerder en de netgebruikers zich in om zo spoedig mogelijk de noodzakelijke informatie overeenkomstig dit besluit mee te delen.

Art. 11.De mededeling aan derden van vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie, die als zodanig beschouwd wordt krachtens dit besluit, is niet toegelaten, behoudens andersluidende bepaling in dit besluit en behoudens wanneer aan minstens een van volgende voorwaarden voldaan is : 1° indien de netbeheerder en/of de betrokken netgebruikers en/of de toegangsverantwoordelijken en/of hun respectievelijke personeelsleden zijn opgeroepen om in rechte te getuigen of in hun verhoudingen met de controle-autoriteiten ;2° in het geval van een voorafgaand schriftelijk akkoord van diegene van wie de vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie uitgaat;3° wat betreft de netbeheerder, in het geval van overleg met beheerders van andere netten of in het kader van contracten en/of regels met de buitenlandse netbeheerders en voor zover de bestemmeling van deze informatie er zich toe verbindt aan deze informatie dezelfde graad van vertrouwelijkheid te geven als deze gegeven door de netbeheerder;4° indien deze informatie gemakkelijk en gewoonlijk toegankelijk of voor het publiek beschikbaar is;5° wanneer de mededeling door de netbeheerder onmisbaar is voor technische of veiligheidsredenen of voor het netbeheer en voor zover de bestemmeling van deze informatie er zich toe verbindt aan deze informatie dezelfde graad van vertrouwelijkheid te geven als deze gegeven door de netbeheerder.

Art. 12.Wanneer een partij overeenkomstig dit besluit of de krachtens dit besluit gesloten contracten, informatie dient te geven aan een andere partij, neemt zij de nodige maatregelen om de bestemmeling te waarborgen dat haar inhoud behoorlijk is nagekeken. Afdeling III. - Toegang tot de installaties

Onderafdeling I Voorschriften betreffende de veiligheid van personen

Art. 13.De Belgische wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de veiligheid van personen en goederen, inbegrepen normatieve regels zoals onder meer het « ARAB » en het « AREI », alsook de norm « NBN-EN 50110-1 » en de norm « NBN-EN 50110-2 » en de eventuele latere wijzigingen, zijn van toepassing op iedere persoon die op het net tussenkomt, met inbegrip van de netbeheerder, de netgebruiker en hun respectievelijk personeel.

Onderafdeling II. - Toegang tot de installaties beheerd door de netbeheerder

Art. 14.§ 1. De toegang tot elk roerend of onroerend goed beheerd door de netbeheerder gebeurt ten allen tijde overeenkomstig de toegangs- en veiligheidsprocedures van de netbeheerder en met zijn voorafgaandelijk uitdrukkelijk akkoord. § 2. Elke toegang die niet overeenkomstig dit artikel en de door de netbeheerder vastgelegde procedures werd verleend, wordt, onverminderd ander verhaal, gesanctioneerd overeenkomstig de bepalingen voorzien in dit besluit.

Onderafdeling III Toegang tot de installaties van de netgebruiker

Art. 15.§ 1. De netbeheerder heeft toegang tot de installaties van de netgebruiker teneinde er inspecties en testen uit te voeren. § 2. In de omstandigheden bedoeld in § 1 dient de netbeheerder de voorschriften betreffende de veiligheid van personen en goederen, toegepast door de netgebruiker, na te leven. Te dien einde is de netgebruiker voorafgaand aan de uitvoering van de inspecties of testen gehouden de netbeheerder schriftelijk op de hoogte te stellen van deze toepasselijke voorschriften en geeft hij er hem een kopij van. § 3. Bij gebrek aan informatie bedoeld in § 2, past de netbeheerder bij de uitvoering van een inspectie en van testen op de installaties van de netgebruiker, zijn eigen voorschriften inzake de veiligheid van personen en goederen toe. § 4. Wanneer de veiligheid of de technische betrouwbaarheid van het net het vereisen, heeft de netbeheerder het recht om de netgebruiker in gebreke te stellen om, binnen de termijn vastgesteld in de geschreven ingebrekestelling, de noodzakelijke werken, welke zijn gepreciseerd in de ingebrekestelling, uit te voeren. In geval van niet-uitvoering door de netgebruiker van deze werken binnen de termijn vastgelegd in de ingebrekestelling, heeft de netbeheerder het recht de nodige werken uit te voeren voor rekening van de netgebruiker. In dit geval zijn de bepalingen in § 2 en § 3 van toepassing inzake veiligheid van personen en goederen. Afdeling IV. - Noodsituaties

Onderafdeling I. - Handelingen van de netbeheerder in geval van noodsituaties

Art. 16.§ 1. De netbeheerder is bevoegd alle handelingen te stellen die hij nodig acht teneinde aan de gevolgen voor de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net te verhelpen als gevolg van een noodsituatie waaraan de netbeheerder of het net het hoofd biedt of dat wordt ingeroepen door een netgebruiker, een toegangsverantwoordelijke, een andere netbeheerder of enige andere betrokken persoon. Deze handelingen worden gepreciseerd in de algemene voorwaarden van de contracten gesloten krachtens dit besluit. § 2. De handelingen die de netbeheerder stelt in het kader van § 1 verbinden alle betrokken personen. § 3. De § 1 en 2 zijn ook van toepassing wanneer de noodsituatie zich nog niet heeft voorgedaan maar wanneer de netbeheerder meent dat ze zich redelijkerwijs zou kunnen voordoen.

Onderafdeling II. - Opschorting van de verplichtingen

Art. 17.De uitvoering van de verplichtingen waarvoor de noodsituatie wordt ingeroepen en deze die een tussenkomst van de netbeheerder overeenkomstig artikel 16 vergen, wordt tijdelijk opgeschort voor de duur van de gebeurtenis die aanleiding geeft tot deze noodsituatie.

Art. 18.§ 1. De netbeheerder, de netgebruiker, de toegangsverantwoordelijke, een andere netbeheerder of elke belanghebbende persoon die de noodsituatie die aanleiding geeft tot een tussenkomst van de netbeheerder, inroept (deze persoon wordt in het kader van dit artikel « de in gebreke blijvende partij » genoemd) stelt niettemin alles in het werk om : 1° de gevolgen van de niet-uitvoering van zijn verplichtingen te beperken;2° zijn verplichtingen opnieuw te vervullen. § 2. De in gebreke blijvende partij brengt zo snel mogelijk de medecontractant en, in voorkomend geval, iedere andere betrokken persoon, op de hoogte van de redenen waarom zij haar verplichtingen geheel of gedeeltelijk niet kan uitvoeren en welke de redelijkerwijze voorzienbare termijn van de niet-uitvoering zal zijn.

Onderafdeling III. - Definitie van noodsituaties

Art. 19.De noodsituaties, die de tussenkomst van de netbeheerder rechtvaardigen, kunnen onder meer voorkomen in volgende onvoorziene of buitengewone situaties : 1° natuurrampen, voortvloeiende uit aardbevingen, overstroming, storm, cyclonen, of andere klimatologisch uitzonderlijke situaties ;2° een nucleaire of chemische explosie en zijn gevolgen;3° een computervirus, een computercrash om redenen andere dan ouderdom of het gebrek aan onderhoud van dit systeem;4° de periodieke of voortdurende technische onmogelijkheid voor het net om elektriciteit uit te wisselen omwille van storingen binnen de regelzone veroorzaakt door elektriciteitsstromen die het resultaat zijn van energie-uitwisselingen binnen een andere regelzone of tussen twee of meerdere andere regelzones en waarvan de identiteit van de marktdeelnemers betrokken bij deze energie-uitwisselingen niet gekend is en redelijkerwijze niet gekend kan zijn door de netbeheerder;5° de onmogelijkheid het net te gebruiken omwille van een collectief geschil dat aanleiding geeft tot een eenzijdige maatregel van de werknemers (of groepen van werknemers) of elk ander arbeidsgeschil;6° brand, explosie, sabotage, terroristische daden, daden van vandalisme, schade veroorzaakt door criminele daden, criminele dwang en bedreigingen van dezelfde aard;7° al dan niet verklaarde staat van oorlog, een oorlogsdreiging, een invasie, een gewapend conflict, blokkade, revolutie of opstand;8° een maatregel van hogerhand. Afdeling V. - Formaliteiten

Onderafdeling I. - Kennisgevingen, mededelingen en termijnen

Art. 20.§ 1. Elke kennisgeving of mededeling gedaan ter uitvoering van dit besluit dient schriftelijk te gebeuren overeenkomstig de formaliteiten en voorwaarden voorzien in artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek. § 2. De kennisgeving of mededeling is vervuld na ontvangst van de formaliteiten bedoeld in de eerste paragraaf.

Art. 21.In afwijking van artikel 20 dient elke indiening, mededeling of kennisgeving van informatie met betrekking tot de uitwisseling van elektriciteit in het kader van de dagelijkse programma's voor toegang, voor reserve, voor coördinatie van productie-eenheden voor de exploitatie van het net, uitgevoerd te worden via elektronische middelen voor de uitwisseling van gegevens bepaald door de netbeheerder.

Art. 22.De neerleggingen, de mededelingen of de kennisgevingen bedoeld in artikel 20 en 21 worden geldig uitgevoerd op het door de geadresseerde opgegeven laatste adres.

Art. 23.De termijnen vermeld in dit besluit lopen van middernacht tot middernacht. Zij beginnen te lopen op de werkdag volgend op de dag van de handeling of van de gebeurtenis die daartoe aanleiding geeft.

Art. 24.De termijnen omvatten de vervaldag.

Onderafdeling II. - Het houden van registers en publicatie

Art. 25.§ 1. De netbeheerder bepaalt de drager waarop hij de registers bijhoudt die in dit besluit voorzien zijn. § 2. Indien de registers op een geïnformatiseerde drager gehouden worden, neemt de netbeheerder de nodige maatregelen opdat tenminste één ongewijzigde kopij veilig op een identieke drager bewaard wordt. § 3. De netbeheerder waarborgt de publicatie van de registers voorzien in dit besluit, volgens de gebruikelijke modaliteiten en in overeenkomst met de toepasselijke wettelijke bepalingen.

Art. 26.§ 1. De netbeheerder is gehouden een kopij van het model van algemene voorwaarden, contracten en formulieren, voorzien krachtens dit besluit, te overhandigen aan elke geïnteresseerde persoon die er hem schriftelijk om verzoekt. § 2. Onverminderd de niet-publicatie van vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie gegevens waarvan hij kennis heeft krachtens dit besluit, ziet de netbeheerder toe op de publicatie van de algemene voorwaarden, formulieren en andere nuttige informatie op een server die via internet toegankelijk is en beschikbaar is voor de netgebruikers of elke andere geïnteresseerde persoon.

TITEL II. - Planningsgegevens van het net HOOFDSTUK I. - Algemeenheden

Art. 27.Teneinde zijn verplichtingen na te leven overeenkomstig artikel 13 van de wet van 29 april 1999 om een ontwikkelingsplan op te stellen, onder meer rekening houdende met een passende reservecapaciteit en projecten van algemeen belang aangeduid door de instellingen van de Europese Unie op het vlak van transeuropese netten, heeft de netbeheerder het recht om planningsgegevens voorzien in deze Titel van de netgebruikers te verkrijgen. HOOFDSTUK II. - Planningsgegevens Afdeling I. - Basisbeginselen

Art. 28.De netgebruiker geeft de planningsgegevens ter kennis aan de netbeheerder overeenkomstig dit Hoofdstuk en volgens beste inschatting.

Art. 29.De kennisgeving van de planningsgegevens aan de netbeheerder gebeurt volgens de in Titel VII van dit besluit voorziene vorm.

Art. 30.De netbeheerder kan niet aansprakelijk gesteld worden, op welke manier dan ook, voor de gevolgen van foutieve of ontbrekende gegevens in de door de netgebruiker ter kennis gegeven planningsgegevens of van laattijdige kennisgeving van deze gegevens voor de planning en het ontwikkelingsplan van het net. Afdeling II. - Jaarlijkse verplichting tot kennisgeving

van de planningsgegevens

Art. 31.§ 1. De netgebruiker geeft de beschikbare planningsgegevens voor de 7 jaren volgend op het lopende jaar ter kennis aan de netbeheerder. § 2. De kalender van de kennisgeving van de gegevens bedoeld in dit Hoofdstuk wordt bepaald door de minister, na voorstel van de netbeheerder, rekening houdend met de vervaldagen van het ontwikkelingsplan.

Art. 32.De ter kennis te geven planningsgegevens bevatten de gegevens bedoeld in Titel VII van dit besluit.

Art. 33.De netgebruiker kan, in voorkomend geval, alle andere nuttige informatie, die niet in de planningsgegevens bedoeld in Titel VII van dit besluit opgenomen is, aan de netbeheerder ter kennis geven.

Art. 34.§ 1. De netbeheerder kan, indien hij dit nodig acht om aan zijn verplichtingen te voldoen bijkomende gegevens, die niet vermeld zijn in Titel VII van dit besluit en in haar bijlage 3, opvragen bij de netgebruiker en hij motiveert deze aanvraag. § 2. Na raadpleging van de netgebruiker, bepaalt de netbeheerder de redelijke termijn waarbinnen deze bijkomende gegevens door de netgebruiker hem ter kennis moeten worden gegeven.

Art. 35.§ 1. In geval de kennisgeving van de planningsgegevens onvolledig, onnauwkeurig, foutief of duidelijk onredelijk is, maakt de betrokken netgebruiker op vraag van de netbeheerder alle verbeteringen of bijkomende gegevens over. § 2. Na raadpleging van de netgebruiker bepaalt de netbeheerder de redelijke termijn waarbinnen deze gegevens hem door de netgebruiker ter kennis worden gesteld.

Art. 36.De netgebruiker die niet in staat is om de gegevens overeenkomstig artikelen 31 en 34 ter kennis te geven, stelt de netbeheerder hiervan op de hoogte en motiveert de redenen van de onvolledige kennisgeving.

Art. 37.De jaarlijkse kennisgeving van de planningsgegevens bepaalt hun respectievelijke datum van inwerkingtreding. Afdeling III Verplichting tot kennisgeving van de planningsgegevens in

geval van ingebruikneming of buiten gebruikstelling van een productie-eenheid

Art. 38.De netgebruiker die het voornemen heeft een tot het net aangesloten productie-eenheid in gebruik te nemen of buiten gebruik te stellen, geeft ten laatste twaalf maanden vóór de effectieve verwezenlijking van deze ingebruikname of buiten gebruikstelling, de planningsgegevens gespecifieerd in artikel 398 ter kennis aan de netbeheerder.

Art. 39.De kennisgeving van de gegevens voorzien in artikel 38 houdt geen erkenning in van het akkoord of de weigering van de netbeheerder, noch op de beslissing van de netgebruiker in verband met zijn voornemen bedoeld in artikel 38.

Art. 40.In de kennisgeving van de planningsgegevens in geval van ingebruikneming, buiten gebruikstelling of wijziging, wordt hun respectievelijke datum van inwerkingtreding gepreciseerd.

TITEL III. - Aansluiting op het net HOOFDSTUK I. - Technische voorschriften voor aansluiting Afdeling I. - Algemeen

Art. 41.Titel III is van toepassing : 1° op de aansluitingsinstallaties;2° op de installaties van de netgebruiker die de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net of van de installaties van een andere netgebruiker of de spanningskwaliteit kunnen beïnvloeden;3° op de installaties aangesloten door een directe lijn en op installaties die deel uitmaken van een directe lijn;4° op de tussenverbindingen met andere netten.

Art. 42.De aansluitingsinstallaties worden op het net aangesloten op het aansluitingspunt.

Art. 43.§ 1. De aansluitingsinstallaties beheerd door de netbeheerder overeenkomstig artikel 9 van dit besluit bevatten tenminste het eerste aansluitingsveld vanaf het net. § 2. Wanneer de aansluitingsinstallaties geen eigendom zijn van de netbeheerder, is de netgebruiker, gehouden alle bepalingen van dit besluit en van de contracten gesloten overeenkomstig dit besluit met betrekking tot zijn aansluitingsinstallaties, na te leven of te laten naleven. § 3. Op aanvraag van de netgebruiker en volgens de modaliteiten te bepalen in het aansluitingscontract kan de netbeheerder het geheel of een gedeelte van de aansluitingsinstallaties van de netgebruiker beheren.

Art. 44.§ 1. Onverminderd de toepassing van artikel 43, § 1, is degene die het gebruik heeft van de aansluitingsinstallaties verantwoordelijk voor de exploitatie en het onderhoud van deze installaties overeenkomstig de procedures die door de netbeheerder opgesteld zijn en die zijn bijgevoegd aan het aansluitingscontract. § 2. De netbeheerder is bevoegd om, na raadpleging van de betrokken netgebruiker, de procedures bedoeld in § 1 op een transparante en niet discriminerende wijze aan te passen, rekening houdende met de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net. De netbeheerder deelt deze beslissingen mee aan de netgebruiker en motiveert ze. Afdeling II. - Voorschriften van toepassing op elke aansluiting

Onderafdeling I. - Normen

Art. 45.§ 1. De aansluitingsinstallaties en de installaties van de netgebruikers zijn conform met de normen en met de reglementering van toepassing op elektrische installaties. § 2. De netbeheerder bepaalt in het aansluitingscontract, op transparante en niet-discriminerende wijze, de van toepassing zijnde normen, technische verslagen en andere regels.

Art. 46.§ 1. Het toegelaten niveau van storingen op het net veroorzaakt door de aansluitingsinstallaties en de installaties van de netgebruikers wordt bepaald door de normen die algemeen worden toegepast door vergelijkbare sectoren op Europees niveau en, onder meer, door de technische rapporten CEI 6100-3-6 en CEI 6100-3-7. § 2. De netgebruiker stelt alle aangepaste middelen in het werk om te vermijden dat de installaties, waarvan hij het beheer heeft, op het net storende verschijnselen veroorzaken die de grenzen, gepreciseerd door de netbeheerder in het aansluitingscontract, overschrijden.

Art. 47.De netbeheerder levert aan de netgebruiker een spanning op het aansluitingspunt met een kwaliteit die ten minste voldoet aan de norm EN 50160. De norm EN 50160 dient als referentiepunt voor alle spanningsniveaus voorzien in dit besluit.

Art. 48.De wijzigingen aangebracht aan een norm voorzien in deze Afdeling zijn van toepassing op aansluitingsinstallaties en op

bestaande installaties van netgebruikers voor zover de norm of een wettelijke verplichting dit voorzien en geen wijziging noodzaken aan de contracten gesloten krachtens dit besluit.

Onderafdeling II. - Algemene technische voorschriften voor de aansluiting van een belasting of een productie-eenheid

Art. 49.De verplichte algemene technische kenmerken van een aansluitingsinstallatie en van een installatie van een netgebruiker zijn vermeld in bijlage 1 van dit besluit.

Art. 50.§ 1. De aansluitingsvelden van de aansluitingsinstallaties zijn uitgerust met beveiligingen, teneinde selectief een fout uit te schakelen binnen een maximum toegelaten tijdsinterval (waarin begrepen de tijd voor de werking van de vermogenschakelaar en het doven van de boog) zoals vermeld in bijlage 2 van dit besluit. § 2. De beveiligingen bedoeld in § 1 worden door de netbeheerder gepreciseerd in het aansluitingscontract.

Art. 51.§ 1. De netbeheerder bepaalt na raadpleging van de netgebruiker voor wat betreft de aspecten die niet geregeld worden in dit besluit, de technische minimumeisen en regelparameters die tot uitvoering moeten gebracht worden met betrekking tot de aansluiting tot het net, waaronder onder meer : 1° het eendraadsschema tot aan het aansluitingspunt, met inbegrip van de structuur van de post, de railstellen en het aansluitingsveld;2° de technische kenmerken van de aansluitingsinstallaties. § 2. De netbeheerder bepaalt, op niet discriminerende en transparante wijze en na raadpleging van de betrokken netgebruiker op het eendraadsschema, onder meer : 1° het aansluitingspunt;2° het punt van interface;3° het toegangspunt;4° het meetpunt. § 3. De technische minimumeisen, de regelparameters en andere bepalingen bedoeld in § 1 en § 2 worden opgenomen in het aansluitingscontract bedoeld in artikel 112.

Art. 52.§ 1. De netgebruiker en de netbeheerder komen minimale technische vereisten en regelparameters overeen die in werking worden gesteld voor de uitrustingen van de netgebruiker, en de technische aspecten die nodig worden geacht door de netbeheerder om de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net te waarborgen. Deze technische vereisten en regelparameters hebben betrekking tot : 1° het eendraadsschema vanaf het aansluitingspunt, met inbegrip van de structuur van het net van de netgebruiker, de opstelling van de verschillende installaties van de netgebruiker en de eventuele elektrische verbindingen tussen verschillende aansluitingen;2° de technische kenmerken van de installaties van de netgebruiker, waarvan onder meer : (a) het isolatieniveau;(b) de nominale kortsluitstroom;(c) het kortsluitvermogen bij één- en driefasige fout;(d) het onderbrekingsvermogen van de vermogenschakelaars;(e) de vermogentransformatoren (galvanische scheiding, isolatie, transformatieverhoudingen, keuze van de nominale spanning van de wikkelingen, regelschakelaar met/zonder belasting, regelbereik, klokgetal, soort van verbinding en aarding);(f) de soorten van beveiliging en van afstandbeveiliging);(g) nulpuntschakeling(aarding, aardingsimpedanties);(h) compensatietoestellen (condensatorbatterijen, harmonische filters, statische en dynamische compensatoren voor reactieve energie);(i) iedere apparatuur die een invloed kan hebben op de kwaliteit van de spanning of storingen in het net kan veroorzaken. § 2. De technische eisen, regelparameters en andere bepalingen bedoeld in § 1 worden in het aansluitingscontract bedoeld in artikel 112 opgenomen. § 3. De minister vervolledigt, na voorstel van de netbeheerder, de lijst van de technische eisen en de regelparameters bepaald in de eerste paragraaf van dit artikel.

Art. 53.In samenspraak met de netgebruiker bepaalt de netbeheerder voor de aspecten die niet geregeld worden in dit besluit en die rechtstreeks verbonden zijn met de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net : 1° het beveiligingsschema, waarvan onder meer : (a) de selectiviteit;(b) de coördinatie tussen de beveiliging van het net en de installaties van de netgebruiker;(c) de eventuele automatische wederinschakeling van luchtlijnen;2° de vergrendelingen;3° de wijze van exploitatie (hoofdaansluiting en noodaansluiting, automatismen);4° telecommunicatiemiddelen (richtlijnen).

Art. 54.In samenspraak met de netgebruiker, bepaalt de netbeheerder voor wat betreft de aspecten die niet geregeld worden in dit besluit en die rechtstreeks verbonden zijn met de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net, de technische oplossingen en de regelparameters die worden uitgevoerd in het kader van de reddingscode en de heropbouwcode.

Art. 55.De technische eisen en de regelparameters zoals beschreven in de artikelen 49 tot en met 54 hebben onder meer volgende doelstellingen : 1° er op niet-discriminerende wijze toe bijdragen dat de toepasselijke of geplande exploitatievoorwaarden voor het net op het aansluitingspunt volstaan om de aansluitingsinstallaties, de installaties van de netgebruikers en, in voorkomend geval, een uitbreiding van het net te aanvaarden zonder afbreuk te doen aan de goede werking van de installaties van andere gebruikers of van het net en zonder schadelijke retroactieve werking ( onder meer stabiliteit, harmonische, interharmonische, onevenwicht, flicker, snelle spanningswijzigingen, kortsluitstroom) aan de installaties van andere netgebruikers, of aan het net gebracht;2° er op niet-discriminerende wijze toe bijdragen de harmonieuze ontwikkeling van het net te bevorderen. Onderafdeling III. - Specifieke bepalingen met betrekking tot de aansluitingsinstallaties

Art. 56.§ 1. In het geval dat de aansluitingsinstallaties op een terrein staan, die niet het eigendom is van de netbeheerder en waarvan de netgebruiker het gebruik heeft, dient de netgebruiker : 1° erop toe te zien dat deze aansluitingsinstallaties op elk moment voor de netbeheerder toegankelijk zijn;2° alle maatregelen te nemen, die redelijkerwijs van hem verwacht kunnen worden om elke beschadiging aan het net, aan de aansluitingsinstallaties, en/of aan de installaties van een andere netgebruiker te voorkomen;3° indien dit technisch mogelijk is, erop toe te zien dat de netbeheerder het recht en de mogelijkheid heeft op elk moment aanvullende of bijkomende aansluitingsuitrustingen te plaatsen voor deze netgebruiker;4° erop toe te zien dat de netbeheerder het recht en de mogelijkheid heeft om op elk moment het geheel of een gedeelte van de aansluitingsuitrustingen, waarvan hij eigenaar is, te vervangen;5° erop toe te zien dat, op geen elk moment, de rechten van de netbeheerder met inbegrip van de eigendom of het gebruik, de toegang en de effectieve controle op het geheel of een gedeelte van de aansluitingsinstallaties worden aangetast. § 2. De uitvoeringsmodaliteiten voor het uitoefenen van de verplichtingen vermeld in § 1 worden bepaald in het aansluitingscontract.

Onderafdeling IV. - Identificatie van de uitrustingen

Art. 57.Elke uitrusting die van een aansluitingsinstallatie deel uitmaakt wordt geïdentificeerd overeenkomstig een code opgesteld door de netbeheerder.

Art. 58.Na raadpleging van de netgebruiker, bepaalt de netbeheerder tussen de uitrusting die deel uitmaakt van de installaties van de netgebruiker, deze die volgens de code opgesteld door de netbeheerder geïdentificeerd moeten worden.

Art. 59.De uitrustingen bedoeld in de artikelen 57 en 58 worden van een identificatieplaat voorzien die de code van de uitrusting duidelijk vermeldt. Afdeling III. - Bijkomende technische voorschriften

voor de aansluiting van belastingen

Art. 60.§ 1. De netbeheerder heeft het recht om, behoudens onmiddellijke rechtzetting door de betrokken netgebruiker, de technische middelen aan te wenden die nodig zijn voor de compensatie van reactieve energie, of, meer in het algemeen, voor de compensatie van ieder verstorend fenomeen, wanneer de belasting van een netgebruiker aangesloten aan het net : 1° aanleiding geeft tot een bijkomende afname van reactieve energie, zoals bepaald in artikel 228 van Titel IV van dit besluit, of 2° de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net verstoort. § 2. De netbeheerder motiveert zijn beslissing en deelt deze mede aan de betrokken netgebruiker. Afdeling IV. - Bijkomende technische voorschriften voor de aansluiting

van productie-eenheden Onderafdeling I. - Algemeen

Art. 61.§ 1. De netbeheerder bepaalt de technische voorschriften, aangepast aan de productie-eenheden die hernieuwbare energiebronnen en eenheden van warmtekrachtkoppeling gebruiken en deelt deze zonder verwijl aan de commissie mee. § 2. Wanneer meerdere productie-eenheden zijn aangesloten op eenzelfde aansluitingspunt, zijn de voorschriften van dit besluit van toepassing op elk van deze productie-eenheden afzonderlijk.

Onderafdeling II. - Werkingsvoorwaarden

Art. 62.§ 1. Een productie-eenheid moet synchroon met het net kunnen werken: 1° zonder beperking in tijd indien de netfrequentie begrepen is tussen 48.5 Hz en 51 Hz; en 2° tijdens een in gemeenschappelijk akkoord tussen de netgebruiker en netbeheerder bepaalde tijd indien de netfrequentie tussen 48 Hz en 48.5 Hz, alsook tussen 51 Hz en 52.5 Hz ligt. § 2. Het frequentierelais dat de overgang van een productie-eenheid naar een eilandbedrijf bewaakt, mag niet geactiveerd worden zolang de frequentie van het net groter of gelijk is aan 48 Hz, behoudens andersluidende bepaling in het aansluitingscontract.

Art. 63.Een productie-eenheid moet zonder beperking in tijd synchroon kunnen werken met het net, binnen het gearceerde gebied in onderstaande grafiek U-f, waarin U verwijst naar de spanningsafwijking aan de klemmen van de generator uitgedrukt in % van de nominale spanning.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 64.§ 1. Een productie-eenheid moet, behoudens andersluidende bepaling in het aansluitingscontract : 1° over haar gehele werkingsdomein synchroon met het net kunnen werken als de spanning op het aansluitingspunt, uitgedrukt in procent van de nominale spanning op het aansluitingspunt, gedurende een spanningsval met belangrijke amplitude, binnen het gearceerde gebied van de onderstaande grafiek blijft. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2° over haar gehele werkingsdomein synchroon met het net kunnen werken als de spanning op het aansluitingspunt, uitgedrukt in procent van de nominale spanning op het aansluitingspunt, gedurende een spanningsval met belangrijke amplitude, binnen het gearceerde gebied van de onderstaande grafiek blijft Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld § 2.In afwijking van wat voorzien is in§ 1, is de spanning, waarmee rekening dient gehouden te worden in lokale productie-eenheden, de spanning aan de uitgang van het lokale productie-eenheid. § 3. Specifieke voorschriften worden op objectieve, transparante en niet-discriminerende wijze bepaald door de netbeheerder voor asynchrone generatoren, onder meer bij eenheden die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen en warmtekrachtkoppeling.

Art. 65.Tijdens een plotse wijziging of een belangrijke afwijking van de frequentie mag geen enkel toestel van een productie-eenheid ingaan tegen de werking van de primaire frequentieregeling zoals die in dit besluit voorzien is.

Onderafdeling III. - Beveiligingen

Art. 66.De netbeheerder plaatst aan de hoogspanningszijde van de aansluiting een vermogenschakelaar waarvan het onderbrekingsvermogen groter dan of gelijk is aan de standaardwaarde (uitgedrukt in kA) opgesteld per spanningsplan in bijlage 1.

Art. 67.De eenfasige kortsluitingsstroom mag niet groter zijn dan de driefasige kortsluitingsstroom.

Onderafdeling IV Specificaties voor productie van reactieve energie

Art. 68.Elke productie-eenheid waarvan het nominaal actief vermogen Pnom groter dan of gelijk is aan 25 MVA is een regelende productie-eenheid onafhankelijk van het niveau van de spanning van het aansluitingspunt.

Art. 69.Onafhankelijk van de andere specificaties omschreven in dit besluit, moet elke regelende productie-eenheid in staat zijn haar levering van reactief vermogen automatisch en op vraag van de netbeheerder, zonder verwijl, aan te passen tijdens langzame (in orde van minuten) en plotse (in orde van een fractie van seconde) wijzigingen in de spanning.

Art. 70.Elke niet-regelende productie-eenheid moet in staat zijn haar levering van reactief vermogen aan te passen in functie van de noden van het net, ten minste door de productie van het reactieve vermogen te kunnen omschakelen tussen twee niveaus overeengekomen tussen de netbeheerder en de betrokken netgebruiker.

Art. 71.§ 1. Voor elke waarde van het actief vermogen dat op het net kan geïnjecteerd worden tussen het technisch minimum en het maximaal aansluitingsvermogen bij normale exploitatiespanning, moet de regelende productie-eenheid, in het aansluitingspunt een reactief vermogen respectievelijk kunnen absorberen of leveren tussen minimum -0.1 Pnom en 0.45 Pnom. § 2. Voor elke spanning op het aansluitingspunt tussen 0.9 en 1.05 maal de normale exploitatiespanning, moet de regelende productie-eenheid dezelfde mogelijkheden hebben, met uitzondering van een beperking veroorzaakt door spanningsbeperkingen van de generator of veroorzaakt door de statorstroom van de generator. Een eventuele statorstroom-beperking mag niet tussenkomen bij de snelle regeling van de spanning.

Art. 72.§ 1. De spanningsregelaar van een regelende productie-eenheid is voorzien van een over- en onderbekrachtigingsbegrenzer. Deze werken automatisch en enkel indien het reactief vermogen zich buiten het interval bevindt zoals bepaald bij toepassing van het artikel 71. § 2. Het resultaat van de werking tijdens over- of onderbekrachting is automatisch en laat de primaire regelaar van de spanning terug werken van zodra op zijn minst de spanning op het aansluitingspunt terug binnen het interval beschreven in het artikel 71 gekomen is.

Art. 73.Binnen het werkingsgebied dient elke regelende productie-eenheid bij trage spanningswijzigingen Unet op het aansluitingspunt, op automatische wijze haar reactieve productie Qnet aan te kunnen passen zodat de relatieve gevoeligheidscoëfficiënt eq begrepen is tussen 18 en 25, Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld waarbij : Qnet het reactief vermogen gemeten aan de hoogspanningszijde van de opvoertransformator;

Pnom het nominaal vermogen overeenkomstig artikel 1, 18° van Titel I van dit besluit;

Unet de spanning, gemeten aan de hoogspanningszijde van de opvoertransformator;

Unorm,exp de normale exploitatiespanning (de gemiddelde spanning waarrond het net geëxploiteerd wordt).

Art. 74.Indien een niet-regelende productie-eenheid uitgerust is met een regelaar bestemd om de referentiewaarde te volgen van het geproduceerd reactief vermogen, dient deze traag te zijn ten opzichte van de primaire spanningsregeling van de regelende eenheden (waarvan de werking ingrijpt op een schaal van seconden) en snel ten opzichte van de dynamica van de transformatoren met automatische regelschakelaars (inwerkende op een schaal van tientallen seconden tot minuten) om zodoende spanningsschommelingen in het elektrisch systeem te vermijden. De tijdsconstante van gesloten keten van deze regelaar moet minstens tussen 10 en 30 seconden kunnen ingesteld worden.

Onderafdeling V. - Andere bepalingen

Art. 75.De netgebruiker en de netbeheerder bepalen, voor wat betreft de aspecten die niet geregeld worden in dit besluit en die rechstreeks verbonden zijn met de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net, de aan te wenden technische oplossingen en regelparameters met betrekking tot de installaties van de netgebruiker, waaronder : 1° het werkingsgebied van de generator in het actief-reactief diagram in functie van de exploitatiespanning;2° de aanpassing van de turbineregelaar aan het eilandbedrijf van de productie-eenheid (mogelijkheid en moment van eilandbedrijf);3° het regelbereik van de versterking van de snelheidsregelaar;4° het reactief statisme;5° de statische en dynamische stabiliteit;6° de weerstand aan een spanningsdip van de generator en van de ondersteunende diensten;7° het bekrachtigingsplafond;8° de synchronisatie met het net bij normale en buitengewone exploitatie;9° de mogelijkheid van de productie-eenheid tot het leveren van ondersteunende diensten;10° de mogelijkheid van gemeenschappelijke storingen (inbegrepen de controle en bediening) van productiegroepen die meerdere productie-eenheden met gemeenschappelijke ondersteunende diensten en productie-eenheden met gecombineerde cyclus omvatten;11° de Power System Stabiliser (PSS); 12°de opvoertransformator (vermogen, wikkelverhouding, kortsluitingspanning, aarding van het nulpunt, beperking van de eenfasige kortsluitstroom). § 2. De technische minimumeisen, de regelparameters en andere bepalingen bedoeld in § 1 worden opgenomen in het aansluitingscontract. Afdeling V. - Specificaties voor levering van een ondersteunende

dienst

Art. 76.De netbeheerder bepaalt, in het aansluitingscontract bijkomende technische specificaties, ten opzichte van de technische specificaties verwoord in Afdeling IV van dit Hoofdstuk, opdat een productie-eenheid het recht heeft om een ondersteunende dienst aan het net te leveren.

Art. 77.Om de ondersteunende dienst van primaire regeling van de frequentie te kunnen leveren, moet een productie-eenheid met een automatische snelheidsregelaar uitgerust zijn.

Art. 78.Om de ondersteunende dienst van regeling van reactief vermogen en van regeling van de spanning te kunnen leveren, moet een productie-eenheid regelend of niet regelend zijn. HOOFDSTUK II. - Aanvraag voor een oriëntatiestudie voor een aansluiting op het net Afdeling I. - Indiening van de studieaanvraag

Art. 79.§ 1. Elke geïnteresseerde persoon, inbegrepen elke netgebruiker, kan een oriëntatiestudieaanvraag bij de netbeheerder indienen, respectievelijk met betrekking tot : 1° een nieuwe aansluiting;2° een aanpassing van een bestaande aansluiting, van de installatie die ermee verbonden zijn of van hun exploitatiewijzen. § 2. Bij de behandeling van de oriëntatiestudieaanvraag verleent de netbeheerder in de mate van het mogelijke en rekening houdende met de noodzakelijke continuïteit van de voorziening, voorrang aan de aanvragen voor een oriëntatiestudie die betrekking hebben op productie-eenheden die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen en warmtekrachtkoppeling waarvan het nominale vermogen lager of gelijk is aan 25 MW.

Art. 80.De aanvraag voor een oriëntatiestudie bevat volgende gegevens : 1° de identiteit en de gegevens van de studieaanvrager en, indien het een vennootschap betreft, het maatschappelijk doel en de benaming, de rechtsvorm en de maatschappelijke zetel evenals de documenten die de bevoegdheden van de ondertekenaars van de aanvraag aantonen;2° de geografische ligging en het vermogen van de voorgenomen aansluiting;3° de algemene technische gegevens en de technologische parameters vervat in het studieformulier dat behoorlijk is ingevuld;en 4° zijn verbintenis om het tarief voor een oriëntatiestudie vastgelegd in de wet van 29 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten te betalen.

Art. 81.De netbeheerder stelt op schriftelijke aanvraag aan elke geïnteresseerde persoon het oriëntatiestudieformulier, zoals bedoeld in artikel 80, 3°, ter beschikking.

Art. 82.§ 1. De studieaanvrager duidt in zijn informatieaanvraag de commercieel gevoelige gegevens aan die hij, in voorkomend geval, als vertrouwelijk beschouwt. § 2. De studieaanvrager doet hetzelfde voor de bijkomende gegevens gevraagd door de netbeheerder.

Art. 83.§ 1. Binnen een termijn van tien werkdagen volgend op het indienen van de oriëntatiestudieaanvraag, ziet de netbeheerder na of de aanvraag volledig is. In geval van onvolledigheid, meldt de netbeheerder aan de studieaanvrager welke informatie of documenten ontbreken en staat hem een termijn toe om zijn aanvraag te vervolledigen. § 2. Indien de netbeheerder oordeelt dat de aanvraag voor een oriëntatiestudie duidelijk onredelijk is voor wat betreft de zekerheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net, meldt hij dit aan de aanvrager met vermelding van de motieven binnen dezelfde termijn. Afdeling II. - Onderzoek van de oriëntatiestudieaanvraag

Art. 84.§ 1. De netbeheerder onderzoekt de oriëntatiestudieaanvraag en beoordeelt deze op niet discriminerende wijze onder meer in het licht van : 1° het behoud van de integriteit, de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net;2° de goede werking ten opzichte van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van de installaties van andere netgebruikers;3° de harmonieuze ontwikkeling van het net;4° de reeds bestaande aansluitingen en bestaande capaciteitsreserveringen;5° de naleving van de bepalingen van de wet van 29 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten;6° de naleving van het milieurecht en het recht van ruimtelijke ordening;7° het behoud van een vereiste capaciteit voor de bevoorrading van toekomstige behoeften, betreffende openbare dienstverplichtingen, overeenkomstig de wettelijke bepalingen. § 2. De evaluatie kan betrekking hebben op andere punten die bepaald zijn in een gemeenschappelijk akkoord van de netbeheerder en de oriëntatiestudieaanvrager.

Art. 85.De netbeheerder kan, op elk ogenblik, aan de oriëntatiestudieaanvrager vragen om hem binnen een termijn van tien werkdagen, bijkomende noodzakelijke gegevens over te maken om te dien einde de oriëntatiestudieaanvraag te onderzoeken.

Art. 86.De indiening van een oriëntatiestudieaanvraag geeft geen aanleiding tot enige verplichting in hoofde van de netbeheerder om een capaciteitsreservering te bepalen of toe te kennen. Afdeling III Oriëntatiestudie

Art. 87.§ 1. Zo spoedig mogelijk, maar ten laatste binnen de 40 werkdagen volgend op de indiening van de oriëntatiestudieaanvraag onder voorbehoud van de verlenging van deze termijn als gevolg van de eventuele toepassing van artikel 83, bezorgt de netbeheerder aan de oriëntatiestudieaanvrager het resultaat van zijn studie ter kennis betreffende de technische gegevens hierna beschreven in artikel 88 of andere overeen te komen. § 2. De oriëntatiestudie houdt geen oordeel in over de definitieve opties die in het eventueel aansluitingscontract zullen genomen worden.

Art. 88.De technische gegevens bevatten ten minste de volgende elementen: 1° een schema van de voorgenomen aansluiting of aanpassing;2° in voorkomend geval, de specifieke beperkingen (technische, wettelijke of andere) verbonden aan de ligging van de voorgenomen aansluiting of aanpassing;3° in voorkomend geval, de noodzakelijke elementen voor het in conformiteit brengen van de aansluitingsinstallaties en de installaties van de netgebruiker of de voorgenomen aanpassingen aan de wet van 29 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten;4° in voorkomend geval, de aanwijzing van de noodzaak om over te gaan tot een studie van filters en/of compensatietoestellen en/of een studie betreffende de invloed op de stabiliteit van het net;5° in voorkomend geval, een indicatieve evaluatie van eventuele versterkingen die aan het net moeten worden aangebracht voor de voorgenomen aansluitingen of aanpassingen en een indicatieve evaluatie van de hiervoor normaal vereiste duur;6° een indicatieve evaluatie van termijnen voor de verwezenlijking van de aansluitingswerken of voorgenomen aanpassingswerken;7° een indicatieve schatting van de uitvoeringskosten van aansluiting- of voorgenomen aanpassingswerken.

Art. 89.De netbeheerder kan geheel of gedeeltelijk de aanvraag weigeren om geheel of gedeeltelijke technische informatie bedoeld in artikel 88 te bezorgen wanneer de oriëntatiestudieaanvrager niet binnen een redelijke termijn, de bijkomende gegevens heeft verstrekt die door de netbeheerder worden gevraagd om de studie tot een goed einde te brengen.

Art. 90.In het geval zoals in artikel 88 bedoeld, geeft de netbeheerder aan de oriëntatiestudieaanvrager kennis van zijn gemotiveerde weigering. HOOFDSTUK III. - Geringe wijziging

Art. 91.Bij een beoogde wijziging van een aansluitingsinstallatie, een installatie van een netgebruiker en/of van hun respectievelijke exploitatiewijzen brengt de netgebruiker de voorgenomen wijzigingen aan de netbeheerder ter kennis.

Art. 92.De netbeheerder onderzoekt de kennisgeving bedoeld in het artikel 91, beoordeelt en motiveert de geringe aard van de wijziging.

Art. 93.§ 1. Volgend op het onderzoek, bedoeld in artikel 92 kan de netbeheerder : 1° de voorgenomen wijzigingen zonder andere formaliteiten goedkeuren;2° het afsluiten van een addendum bij het aansluitingscontract voorstellen;3° voorstellen dat hij de wijziging niet als gering beschouwt en de wijziging met inachtneming van de procedure voorzien in Hoofdstuk IV van deze Titel dient te gebeuren. § 2. Het sluiten van een addendum zoals bedoeld in § 1, 2° stelt de aansluitingsaanvrager niet vrij van het verkrijgen van een kennisgeving van conformiteit met de aansluiting overeenkomstig Hoofdstuk V van deze Titel. HOOFDSTUK IV. - Aansluitingsaanvraag Afdeling I. - Indiening van de aansluitingsaanvraag

Art. 94.§ 1. Elke geïnteresseerde persoon, inbegrepen elke netgebruiker, kan een aansluitingsaanvraag bij de netbeheerder indienen, respectievelijk met betrekking tot : 1° een nieuwe voorgenomen aansluiting;2° een voorgenomen wijziging van een bestaande aansluiting;3° een voorgenomen wijziging van de uitrustingen van de netgebruiker en/of hun exploitatiewijze die een invloed zou kunnen hebben op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net. § 2. In het onderzoek van de aansluitingsaanvraag, verleent de netbeheerder, in de mate van het mogelijke rekening houdend met de noodzakelijke continuïteit van de voorziening, de voorrang aan aansluitingsaanvragen die betrekking hebben tot productie-installaties die hernieuwbare energiebronnen en warmtekrachtkoppeling gebruiken waarvan het nominaal vermogen lager of gelijk is aan 25 MW.

Art. 95.De aansluitingsaanvraag bevat volgende gegevens : 1° de identiteit en de gegevens van de aansluitingsaanvrager en, indien het een vennootschap betreft, haar maatschappelijk doel en de benaming, de rechtsvorm, de maatschappelijke zetel en de kopij van hun statuten, alsmede de documenten die de bevoegdheid van de ondertekenaars van de aanvraag aantonen;2° de geografische ligging, het vermogen en de gedetailleerde technische kenmerken van de voorgenomen aansluiting en/of van de aan het net aan te sluiten installaties;3° het behoorlijk ingevuld formulier « aansluitformulier » genoemd,;4° zijn verbintenis om het tarief, voorzien in de wet van 29 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten en verbonden met het detailonderzoek betreffende nieuwe aansluitingssystemen of de aanpassing van reeds bestaande aansluitingsystemen, te betalen.

Art. 96.De aansluitingsaanvrager identificeert in zijn aansluitingsaanvraag de commercieel gevoelige gegevens die hij als vertrouwelijk beschouwt. De aansluitingsaanvrager doet hetzelfde voor de bijkomende gegevens, in voorkomend geval, gevraagd door de netbeheerder.

Art. 97.Binnen een termijn van tien werkdagen volgend op het indienen van de aansluitingsaanvraag, ziet de netbeheerder na of de aanvraag volledig is. In geval van onvolledigheid, meldt de netbeheerder aan de aansluitingsaanvrager dat informatie of documenten ontbreken en staat hem een termijn toe om zijn aanvraag te vervolledigen.

Art. 98.Als de aansluitingsaanvraag volledig is kent de netbeheerder aan de aansluitingsaanvrager, onverminderd artikel 99, een capaciteitsreservering toe, hierbij rekening houdend met de gevraagde capaciteit en de ligging van de aansluiting.

Art. 99.In afwijking van artikel 98 geschiedt de toekenning van een capaciteit in het kader van een aansluitingsaanvraag, gedaan voor een productie-eenheid en tot aan de kennisgeving van het aansluitingsvoorstel bedoeld in artikel 107, door de levering door de aansluitingsaanvrager van het bewijs van een voorafgaandelijke verklaring of vergunning overeenkomstig artikel 4 van de wet van 29 april 1999. Afdeling II. - Onderzoek van de aansluitingsaanvraag

Art. 100.§ 1. De netbeheerder onderzoekt de aansluitingsaanvraag en beoordeelt deze op niet discriminerende wijze, onder meer in het licht van : 1° het behoud van de integriteit, de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net;2° de goede werking van het net ten aanzien van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van de installaties van de andere netgebruikers;3° de noodzaak tot het bevorderen van een harmonieuze ontwikkeling van het net op niet discriminerende wijze;4° de reeds bestaande aansluitingen en bestaande capaciteitsreserveringen voor injectie of afname;5° de naleving van de bepalingen van de wet van 29 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten;6° naleving van het milieurecht en het recht van ruimtelijke ordening;7° het behoud van noodzakelijke capaciteit voor de bevoorrading van toekomstige behoeften in verband met openbare dienstverplichtingen volgens de wettelijke bepalingen;8° de voorrang in de mate van het mogelijke en rekening houdende met de noodzakelijke continuiteit van de voorziening, aan productie-installaties die hernieuwbare energiebronnen of warmtekrachtkoppeling gebruiken. § 2. De netbeheerder deelt het resultaat van de evaluatie van zijn aansluitingsaanvraag aan de netgebruiker mee.

Art. 101.De netbeheerder kan, op elk ogenblik, aan de aansluitingsaanvrager vragen om binnen een redelijke termijn bijkomende gegevens die nodig zijn om de aansluitingsaanvraag te onderzoeken, mee te delen. Afdeling III. - Capaciteitsoverdracht

Art. 102.Een aansluitingsaanvrager kan van bestaande aansluitingsinstallaties gebruik maken waarvan de capaciteit niet volledig gebruikt wordt, voor zover de reeds op het net aangesloten netgebruiker aanvaardt dat het geheel of het gedeelte van de capaciteit waarop hij rechten bezit, aan de aansluitingsaanvrager of aan de netbeheerder wordt overgedragen.

Art. 103.Teneinde de zekerheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntievan het net te waarborgen, dient de reeds op het net aangesloten netgebruiker bij het ontvangen van een aanvraag van een aansluitingsaanvrager of van de netbeheerder bedoeld in artikel 102, bij voorrang de beschikbare capaciteit aan de netbeheerder aan te bieden overeenkomstig dezelfde bepalingen en commerciële voorwaarden als diegene die aan de aansluitingsaanvrager aangeboden worden.

Art. 104.De netbeheerder beschikt over twintig werkdagen om het in artikel 103 gepreciseerde aanbod van capaciteit te aanvaarden of te weigeren. Hij deelt zijn beslissing aan de netgebruiker mede ten laatste bij het verstrijken van voornoemde termijn. Afdeling IV. - Technische fase

Art. 105.§ 1. Zo spoedig mogelijk, maar ten laatste binnen veertig werkdagen volgend op het ontvangst van de naar behoren ingevulde aanvraag, onderzoeken de netbeheerder en de aanvrager gezamenlijk de technische informatie verstrekt door de aanvrager in zijn aanvraag. § 2. Binnen de kortste tijd maar ten laatste binnen de zestig werkdagen volgend op het ontvangst van de naar behoren ingevulde aanvraag, sluiten de netbeheerder en de aansluitingsaanvrager een akkoord over de technische oplossingen voor de aansluiting. § 3. De termijnen voorzien in huidige afdeling kunnen met gezamenlijk akkoord tussen de netbeheerder en de aansluitingsaanvrager verlengd worden wanneer de complexiteit van de aansluiting het vereist.

Art. 106.Bij ontstentenis van technische oplossingen die conform zijn aan de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net binnen de termijn voorzien in artikel 105, § 2, neemt de aansluitingsprocedure een einde zonder het afsluiten van een aansluitingscontract en brengt de annulatie van de capaciteitsreservering zoals bedoeld in artikel 98 met zich mee. Afdeling V. - Voorstel van aansluiting

Art. 107.Uiterlijk binnen de 30 werkdagen volgend op het afsluiten van het akkoord in verband met technische oplossingen aangaande de aansluiting brengt de netbeheerder aan de aansluitingsaanvrager een voorstel van aansluiting ter kennis dat als basis dient voor het afsluiten van een aansluitingscontract.

Art. 108.De termijn voorzien in artikel 107 mag in samenspraak tussen de netbeheerder en de aansluitingsingsaanvrager worden verlengd indien de complexiteit van de aansluitingsaanvraag en/of het aantal te bestuderen wijzigingen dit vergen. Afdeling VI. - Aansluitingscontract

Art. 109.Ten laatste binnen de 30 werkdagen volgend op de kennisgeving van het aansluitingsproject bedoeld in artikel 107 sluiten de netbeheerder en de aansluitingsaanvrager een aansluitingscontract volgens de modaliteiten bedoeld in deze Afdeling.

Art. 110.Bij ontstentenis van een aansluitingscontract, binnen de termijn bedoeld in artikel 109, neemt de aansluitingsprocedure een einde.

Art. 111.Het niet aangaan van een aansluitingscontract binnen de termijn bedoeld in artikel 109, geeft aanleiding tot de annulatie van de capaciteitsreservering, bedoeld in artikel 98 en geeft geen recht op terugbetaling van het tarief, zoals voorzien in artikel 95, 4°.

Art. 112.§ 1. Het aansluitingscontract bevat tenminste de volgende elementen : 1° de algemene bepalingen onder meer : a) de identiteit en de gegevens van de partijen, alsook deze van hun respectievelijke vertegenwoordigers;b) de financiële waarborgen geleverd door de aansluitingsaanvrager;c) de bepalingen met betrekking tot de vertrouwelijkheid;d) de regeling van geschillenbeslechting, met inbegrip van, in voorkomend geval, de bepalingen inzake bemiddeling en arbitrage;e) de bepalingen die in geval van noodsituatie van kracht zijn;f) de bepalingen over de verantwoordelijkheden van de partijen.2° de identificatie van de aansluiting en onder meer zijn geografische ligging en zijn nominale spanning;3° het schijnbaar maximum vermogen van de aansluiting;4° een aansluitingsschema;5° de identificatie van de aansluitingsinstallaties en van de installaties van de netgebruiker;6° de modaliteiten met betrekking tot de conformiteit van de aansluitingsinstallaties en de installaties van de netgebruiker;7° de bepalingen met betrekking tot de eigendoms- en gebruiksrechten;8° de bepalingen en de specificaties door de aansluitingssaanvrager en/of zijn installaties minimaal na te leven, onder meer inzake de technische eigenschappen, de parameters voor de regeling, de metingen en tellingen, de wijze van exploitatie, het onderhoud, de beveiligingen, de veiligheid van personen en goederen;9° bepalingen betreffende de toegankelijkheid van de aansluitingsinstallaties en de installaties van de aansluitingsaanvrager;10° de mogelijkheden om de energiestromen in het (de) aansluitingspunt(en) te onderbreken;11° in voorkomend geval de specifieke maatregelen te nemen door de aansluitingsaanvrager om zijn installaties ongevoelig voor spanningsdips te maken;12° in voorkomend geval, de specifieke bepalingen betreffende de kwaliteit;13° in voorkomend geval, de specifieke bepalingen betreffende de levering van ondersteunende diensten door de aansluitingsaanvrager;14° de betalingsmodaliteiten;15° de opschortende voorwaarde bedoeld in artikel 116;16° de modaliteiten en de uitvoeringstermijnen voor de verwezenlijking van de aansluiting. § 2. Het sluiten van het aansluitingscontract verhindert de netbeheerder niet om, bij gemotiveerde kennisgeving, de voor de aansluiting uitgevoerde minimale technische vereisten en parameters voor de regeling van het beveiligingsschema te herzien, dit om redenen van veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net. HOOFDSTUK V. - Uitvoering en conformiteit van de aansluiting Afdeling I. - Uitvoering van de aansluiting

Art. 113.De netbeheerder en de aansluitingsaanvrager staan, elk respectievelijk voor hun aansluitingsintallies, in voor het indienen van hun noodzakelijke aanvragen tot het verkrijgen van de vereiste toelatingen en vergunningen voor een aansluiting. Ten dien einde zullen de aansluitingsaanvrager en de netbeheerder elkaar alle noodzakelijke hulp verschaffen.

Art. 114.Noch de netbeheerder, noch de aanvrager van de aansluiting zijn op welke manier ook verantwoordelijk voor elk gevolg van afwezigheid van vergunning of toelating met inbegrip van een eventuele weigering of een eventuele vertraging door de bevoegde overheid in het afleveren van de toelatingen en/of vergunningen bedoeld in artikel 113. Afdeling II. - Conformiteit van de aansluiting

Onderafdeling I. - Algemeen

Art. 115.§ 1. De testen van conformiteit worden door de netbeheerder of door een onafhankelijk organisme uitgevoerd, of in voorkomend geval door de netbeheerder en in zijn aanwezigheid indien hij dit vraagt. § 2. De werkelijke algemene technische gegevens vervat in bijlage 3 van dit besluit worden door de netgebruiker aan de netbeheerder ter kennis gegeven.

Art. 116.§ 1. De opschortende voorwaarde met betrekking tot de conformiteit van de aansluitingsinstallaties en van de installaties van de netgebruiker, wordt verwezenlijkt wanneer deze conformiteit door afdoende verwezenlijking van de testen bedoeld in artikel 115 en wanneer de algemene technische gegevens bedoeld in artikel 115 door de netgebruiker aan de netbeheerder ter kennis worden gebracht. § 2. De netbeheerder brengt de netgebruiker de resultaten van de testen, zoals bedoeld in artikel 115 en, in voorkomend geval, de verwezenlijking van deze opschortende voorwaarde, ter kennis.

Art. 117.Voor gestandardiseerde en gedecentraliseerde productie-eenheden, die hernieuwbare energiebronnen of warmtekrachtkoppeling van een vermogen lager of gelijk aan 25 MW gebruiken, wordt een vereenvoudigde procedure voor het onderzoek naar de conformiteit uitgewerkt.

Art. 118.Indien de aansluiting niet langer conform is, kan de verbinding met het net verbroken worden volgens de bepalingen van dit besluit en/of van de contracten gesloten met de netbeheerder. De gemotiveerde beslissing van de netbeheerder duidt aan dat zij voorwerp van verhaal kan uitmaken.

Onderafdeling II. - Conformiteit voor de levering van één of meerdere ondersteunende diensten

Art. 119.In het geval dat de aansluitingsinstallaties en de installaties van de netgebruiker conform zijn met de bepalingen van dit besluit en van het aansluitingscontract, en onder meer met de specificaties voor de levering van ondersteunende diensten zoals bedoeld in Afdeling V van Hoofdstuk I van Titel I, mag de netgebruiker zich bij de netbeheerder voorstellen als leverancier van ondersteunende diensten.

Art. 120.§ 1. De netbeheerder deelt na de definitieve uitvoering van geslaagde testen aan de netgebruiker, bedoeld in artikel 119, mee dat hij zich mag voorstellen bij de netbeheerder als leverancier van ondersteunende diensten. § 2. De testen bedoeld in § 1 worden uitgevoerd door de netbeheerder, of door een onafhankelijk organisme dat, in voorkomend geval, door de netbeheerder wordt aangewezen en in diens aanwezigheid indien deze dit vraagt.

Art. 121.De eerste toelatingstesten alsook de periodieke testen die in het aansluitingscontract en/of zijn aanhangsels bepaald zijn, zijn voor rekening van de netgebruiker of van de netbeheerder naargelang de toepasselijke bepalingen. Afdeling III. - Intern register van conformiteit van de aansluitingen

Art. 122.De netbeheerder houdt een intern register van conformiteit van de aansluitingen bij.

Art. 123.Voor elke conforme aansluiting identificeert de netbeheerder de betrokken aansluiting en de netgebruiker die op het net door deze aansluiting is aangesloten. HOOFDSTUK VI. - Controle van de aansluitingen en van de installaties van de netgebruikers Afdeling I. - Testen uitgevoerd door een netgebruiker

Art. 124.Elke netgebruiker die testen wenst uit te voeren op zijn installaties of aansluitingsinstallaties waarop hij is aangesloten en die mogelijkerwijze een invloed kunnen uitoefenen op het net, op aansluitingsinstallaties of op installaties van een andere netgebruiker, moet de voorafgaande schriftelijke toestemming bekomen van de netbeheerder.

Art. 125.§ 1. De aanvraag tot toestemming bedoeld in artikel 124 dient aan de netbeheerder ter kennis gegeven te worden. De aanvraag dient : 1° gemotiveerd te zijn door de netgebruiker;2° minstens de technische gegevens te bevatten met betrekking tot de gevraagde testen, hun aard, de procedure, hun programmering en de installatie of de installaties waarop de testen betrekking hebben. § 2. De netbeheerder onderzoekt het voorwerp van de aanvraag rekening houdend de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net en van de installaties van de netgebruikers. § 3. Bij gebrek aan toelating voor de testen bedoeld in § 1, weigert de netbeheerder de testen bij gemotiveerde beslissing of vraagt hij aan de netgebruiker bijkomende gegevens. § 4. In voorkomend geval laat hij de gevraagde testen, alsook hun procedure en programmering, toe. Hij meldt dit aan de netgebruiker, die de testen wenst uit te voeren en de desbetreffende netgebruikers, voor zover deze identificeerbaar zijn. § 5. De netgebruiker informeert de netbeheerder over de stand van zaken met betrekking tot de testen alsook over iedere wijziging met betrekking tot het programma van de werken. § 6. De netgebruiker die testen wenst uit te voeren, met inbegrip van de netbeheerder, dient de geleverde diensten te betalen, inclusief de uitrustingen en andere materialen die gebruikt worden in het kader van deze testen. Elke partij draagt de volledige en gehele verantwoordelijkheid van de testen gehouden onder zijn verantwoordelijkheid. In het geval van testen die uitgevoerd worden door de netbeheerder ofwel door een onafhankelijk organisme, aangeduid door de netbeheerder, waarborgt de netbeheerder de verwezenlijking van deze testen met zo weinig mogelijk kosten.

Art. 126.Onverminderd de toelating die door de netbeheerder gegeven wordt, overeenkomstig artikel 125, blijft de netgebruiker gehouden aan zijn verplichtingen voorzien door en/of krachtens dit besluit en de contracten afgesloten krachtens dit besluit. Afdeling II. - Testen uitgevoerd door de netbeheerder op aanvraag van

een netgebruiker in geval van elektrische storing

Art. 127.Onverminderd de conformiteitscontrole bedoeld in Afdeling II van Hoofdstuk V van deze Titel, is de netgebruiker gehouden zo snel mogelijk de netbeheerder te verwittigen van storingen die hij op zijn op het net aangesloten installaties vermoedt of vaststelt.

Art. 128.§ 1. In het geval zoals bedoeld in artikel 127, komen de netbeheerder en de netgebruiker, de uit te voeren testen op de aan het net aangesloten installaties van de netgebruiker overeen en/of op elke andere installatie voor dewelke de netbeheerder het nodig acht om testen uit te voeren. § 2. Bij ontstentenis van akkoord, beslist de netbeheerder die ertoe gehouden is om op een redelijke en niet discriminerende manier te handelen. § 3. De netbeheerder maakt aan de desbetreffende netgebruiker een rapport over met betrekking tot de uitvoering van de testen.

Art. 129.§ 1. De netgebruiker, bedoeld in artikel 127, is gehouden de geleverde diensten, met inbegrip van de uitrustingen of andere materialen gebruikt in het kader van deze testen te betalen, indien het rapport zoals bedoeld in artikel 128, § 3 aantoont dat geen enkel gebrek ten laste van de netbeheerder, van een andere netgebruiker of van elke andere persoon is. § 2. Wanneer het rapport een gebrek aantoont ten laste van een persoon verschillend van een netgebruiker zoals bedoeld in artikel 127 dient deze persoon de geleverde diensten te betalen, met inbegrip van de uitrustingen of andere materialen die in het kader van deze testen gebruikt zijn.

Art. 130.De persoon bedoeld in artikel 129, § 2, brengt zonder verwijl de nodige aanpassingen aan zijn installaties aan indien het rapport, zoals bedoeld in artikel 128, § 3, aantoont dat de installatie niet beantwoordt aan de eisen gesteld in dit besluit of in de contracten die afgesloten zijn op grond van dit besluit. Afdeling III

Conformiteitstesten uitgevoerd door de netbeheerder

Art. 131.Voor redenen verbonden met de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net, kan de netbeheerder op elk ogenblik de conformiteit met de aansluiting en met de installaties van een netgebruiker voor wat betreft de bepalingen van dit besluit en/of het aansluitingscontract nagaan. Daarvoor kan de netbeheerder onder meer : 1° zonder uitstel de hiervoor noodzakelijke gegevens van de netgebruiker verkrijgen;2° de aansluiting en de installaties van de netgebruiker ter plaatse en/of door middel van meting en/of telling zoals voorzien in Titel V van dit besluit controleren;3° de technische bekwaamheid van het personeel dat door de netgebruiker beschikbaar gesteld is voor het onderhoud, voor de werking en voor de verrichtingen op zijn installaties met betrekking tot de desbetreffende aansluiting(en) controleren;4° testen op zijn installaties uitvoeren of laten uitvoeren.

Art. 132.§ 1. Na overleg, komen de netbeheerder en de betrokken netgebruiker een procedure, een programmering en de middelen te gebruiken voor de uitvoering van de testen bedoeld in artikel 131 overeen. § 2. Bij gebrek aan een akkoord, beslist de netbeheerder die ertoe gehouden is om op een redelijke en niet-discriminerende manier te handelen. Hij geeft kennis van zijn beslissing aan de betrokken netgebruiker en motiveert deze beslissing.

Art. 133.§ 1. De testen zoals bedoeld in artikel 131 worden op kosten van de netgebruiker uitgevoerd. § 2. Het resultaat van deze testen wordt zonder verwijl aan de betrokken netgebruiker doorgegeven. Indien het resultaat van deze testen een conforme werking uitwijst, worden de kosten van de netgebruiker door de netbeheerder terugbetaald.

Art. 134.§ 1. In geval de aansluitingsinstallaties en/of de installaties van een netgebruiker niet conform zijn aan dit besluit en/of met het aansluitingscontract of bij gebrek aan technische bekwaamheid van het personeel van de netgebruiker, kan de netbeheerder, na raadpleging van de netgebruiker en mits motivering, de conformiteit van de aansluiting van deze netgebruiker intrekken. De algemene voorwaarden van het aansluitingscontract bepalen de modaliteiten van tijdelijke intrekking van conformiteit en de maximale duur van de intrekking. § 2. De conformiteit van de aansluiting zal slechts opnieuw kunnen afgeleverd worden nadat ze opnieuw in conformiteit is gebracht en na het doorslaggevend resultaat van de testen, zoals voorzien in artikel 116.

Art. 135.§ 1. In het geval dat bij de meting van de performantie bij courante exploitatie blijkt dat de werking van een productie-eenheid niet conform is met de bepalingen van dit besluit of van het contract van ondersteunende dienst, is de netgebruiker niet meer gerechtigd om de betrokken ondersteunende dienst te leveren. § 2. De netbeheerder brengt de netgebruiker met gemotiveerde beslissing ter kennis dat hij niet meer gerechtigd is om, overeenkomstig § 1, de betrokken ondersteunende diensten te leveren. § 3. De netgebruiker kan slechts opnieuw gerechtigd worden om de betrokken ondersteunende diensten te leveren mits voorafgaandelijke uitvoering en welslagen van nieuwe testen.

Art. 136.De kosten opgelopen door de netbeheerder ter gelegenheid van de controles voorzien onder meer in artikel 131 en deze noodzakelijk voor de toepassing van artikel 134, § 2 zijn opgesteld overeenkomstig de wet van 29 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten.

Art. 137.De algemene voorwaarden van het aansluitingscontract bepalen onder meer : - de toepasselijke procedure en de bepalingen die door de netbeheerder kunnen genomen worden ingeval een aansluitingsinstallatie of een aangesloten installatie van die aard is dat ze schade kan toebrengen aan de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net en/of van een installatie van een andere netgebruiker; - de modaliteiten voor het op zich nemen van de kosten opgelopen door de netbeheerder en/of de netgebruiker inzake controle op aansluitingen en op installaties van de netgebruiker, overeenkomstig Hoofdstukken V en VI van deze Titel. HOOFDSTUK VII Informatie met betrekking tot bestaande aansluitingen

Art. 138.Tijdens een periode van maximaal 5 jaar volgend op de inwerkingtreding van dit besluit, kan de netbeheerder aan de netgebruikers die reeds aangesloten waren vóór de voornoemde inwerkingtreding, vragen om hem alle nodige gegevens te verstrekken die hem toelaten de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net en de installaties van andere netgebruikers te waarborgen en onder meer alle informatie met betrekking tot : 1° de eigendom van de aansluiting;2° het onderhoud daarvan;3° het stelsel van de verantwoordelijkheden;4° het exploitatiestelsel;5° de technische kenmerken bedoeld in dit besluit. HOOFDSTUK VIII. - Overgangsbepalingen

Art. 139.Een aansluitingsinstallatie en/of een installatie van een netgebruiker die reeds vóór de inwerkingtreding van dit besluit bestond en die niet conform is met de voorschriften van dit besluit, kan in deze toestand worden gebruikt, zolang het feit dat deze niet conform is, geen schade berokkent of zou kunnen berokkenen aan het net, aan de netbeheerder, aan een andere netgebruiker of aan elke andere persoon.

Art. 140.Een aansluitingsinstallatie en/of een installatie van een netgebruiker die reeds bestond vóór de inwerkingtreding van dit besluit en die schade berokkent of zou kunnen berokkenen aan het net, aan de netbeheerder, aan een ander gebruiker of aan elke andere persoon, moet zo snel mogelijk in conformiteit worden gebracht, in voorkomend geval, na ingebrekestelling van de netbeheerder, door degene die ervoor verantwoordelijk is.

Art. 141.Elke netgebruiker die op het moment van de inwerkingtreding van dit besluit niet beschikt over een aansluitingscontract afgesloten overeenkomstig dit besluit, dient volgende maatregelen te nemen: 1° zich ervan verzekeren dat zijn installaties conform met dit besluit zijn;2° zich ervan verzekeren dat zijn installaties geen schade berokkenen of kunnen berokkenen aan het net, aan de netbeheerder, aan een andere netgebruiker of aan ieder andere persoon;3° contact opnemen met de netbeheerder om elke nodige informatie te verkrijgen en om onderhandelingen te starten om aansluitingscontracten overeenkomstig deze Titel uit te werken;4° een plaatsbeschrijving van de installaties voorzien onder de punten 1° en 2° voorgenomen maatregelen voorstellen om eventueel aan de niet conformiteit en de indicatieve termijnen te verhelpen. § 2. Indien de netbeheerder de plaatsbeschrijving en de maatregelen voorzien in § 1, niet binnen afzienbare tijd ontvangen heeft, neemt hij het initiatief om de betrokken netgebruiker te contacteren en nodigt hem uit om op korte termijn deze elementen over te maken.

TITEL IV. - Toegang tot het net HOOFDSTUK I. - Voorwaarden voor de toegangsverantwoordelijke Afdeling I. - Toegangsregister

Art. 142.§ 1. De producent, tussenpersoon of in aanmerking komende afnemer die recht tot toegang tot het net heeft krachtens artikel 15, §§ 1 of 2 van de wet van 29 april 1999, kan, onder de voorwaarden van dit besluit, zich als « toegangsverantwoordelijke » in het toegangsregister laten inschrijven. § 2. Hetzelfde geldt voor de producenten of voor elke andere persoon die afnemers bevoorraden die niet de hoedanigheid hebben van in aanmerking komende afnemers. Zij hebben eveneens toegang tot het net overeenkomstig de wet van 29 april 1999. § 3. Iedere persoon, met inbegrip van een tussenpersoon, die vermogensuitwisselingen wenst te verwezenlijken in de regelzone, dient toegangsverantwoordelijke te zijn overeenkomstig deze Titel.

Deze vermogensuitwisselingen zijn uitsluitend beheerst door het contract van toegangsverantwoordelijke en vereisen geen toegangscontract, zoals bedoeld in Hoofdstuk III van deze Titel.

Indien deze vermogensuitwisselingen importen of exporten bevatten, dienen deze laatsten conform te zijn met de bepalingen van Hoofdstuk V van deze Titel.

Art. 143.De netbeheerder houdt het toegangsregister bij dat voor elke toegangsverantwoordelijke, onder meer, de volgende gegevens vermeldt : 1° de identiteit en de persoonlijke gegevens van de toegangsverantwoordelijke;2° de datum van de inschrijving van de toegangsverantwoordelijke in het toegangsregister overeenkomstig artikel 146;3° de datum van inwerkingtreding van het recht tot toegang tot het net van de toegangsverantwoordelijke.

Art. 144.§ 1. De inschrijving in het toegangsregister waarborgt, volgens de modaliteiten voorzien in § 2, de bekendmaking van het statuut van toegangsverantwoordelijke bij andere netbeheerders van de regelzone en bij de commissie. § 2 De netbeheerder bepaalt de modaliteiten die hij voor de bekendmaking van het toegangsregister zoals bedoeld in § 1 aanwendt.

Hij geeft deze modaliteiten aan de commissie.

Art. 145.De inschrijving als « toegangsverantwoordelijke » in het toegangsregister vereist voorafgaandelijk en opeenvolgend : 1° de aanvaarding door de netbeheerder van een aanvraag tot inschrijving overeenkomstig Afdeling II van dit Hoofdstuk;2° het sluiten van een contract van toegangsverantwoordelijke overeenkomstig Afdeling III van dit Hoofdstuk;3° de verwezenlijking van alle opschortende voorwaarden voorzien in het contract van toegangsverantwoordelijke.

Art. 146.De inschrijving in het toegangsregister gaat in op de eerste werkdag na de verwezenlijking van alle opschortende voorwaarden voorzien in het contract van toegangsverantwoordelijke. Deze opschortende voorwaarden zijn bepaald in de algemene voorwaarden van het contract van toegangsverantwoordelijke.

Art. 147.De inschrijving in het toegangsregister volgt het lot van het toegangscontract en meer in het bijzonder de duur ervan. Afdeling II. - Indiening en behandeling van de aanvraag

voor het statuut van toegangsverantwoordelijke

Art. 148.§ 1. De aanvrager van het statuut van toegangsverantwoordelijke dient zijn aanvraag voor het statuut van toegangsverantwoordelijke bij de netbeheerder in. § 2. De aanvraag voor het statuut van toegangsverantwoordelijke bevat de volgende gegevens : 1° de identiteit en de persoonlijke gegevens van de aanvrager van het statuut van toegangsverantwoordelijke en, indien het een rechtspersoon betreft, kopij van zijn statuten en zijn machtiging tot ondertekenen;2° het bewijs dat de aanvrager van het statuut van toegangsverantwoordelijke de voorwaarden vervat in artikel 15, §§ 1 of 2 van de wet van 29 april 1999 en, in voorkomend geval, in artikel 16 van voornoemde wet, vervult;3° in voorkomend geval, het bewijs dat de aanvrager van het statuut van toegangsverantwoordelijke kan voldoen aan zijn openbare dienstverplichtingen zoals voorzien in artikel 21 van de wet van 29 april 1999;4° in voorkomend geval, het bewijs dat de producent of elke andere persoon die afnemers bevoorraadt die niet de hoedanigheid hebben van een in aanmerking komende afnemer, toegang heeft tot het net krachtens de wet van 29 april 1999;5° in voorkomend geval, het bewijs dat de aanvrager van het statuut van toegangsverantwoordelijke de voorwaarden, vervat in artikel 18 van de wet van 29 april 1999, vervult;6° de verbintenis om de tarieven te betalen met betrekking tot het gebruik van het transmissienet, de tarieven van de ondersteunende diensten en andere tarieven bedoeld in de wet van 29 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten;7° een verklaring op eer van de aanvrager van het statuut van toegangsverantwoordelijke, waarbij hij verzekert dat de gegevens die hij verschaft juist zijn.

Art. 149.§ 1. De netbeheerder kijkt na of de aanvraag volledig is.

Indien de aanvraag onvolledig is, meldt de netbeheerder aan de aanvrager voor het statuut van toegangsverantwoordelijke dat informatie of documenten nog ontbreken en staat hem een termijn toe om zijn aanvraag te vervolledigen. § 2. Binnen ten laatste vijftien werkdagen volgend op de indiening van de aanvraag voor het statuut van toegangsverantwoordelijke of, in voorkomend geval, de ontvangst van gevraagde aanvullende informatie en documenten, spreekt de netbeheerder zich met gemotiveerde beslissing uit, en brengt deze beslissing aan de aanvrager van het statuut van toegangsverantwoordelijke ter kennis. Deze beslissing vermeldt dat zij het voorwerp van een verhaal kan uitmaken. § 3. De aanvraag tot het bekomen van het statuut van toegangsverantwoordelijke wordt geacht aanvaard te zijn door de netbeheerder bij gebreke aan kennisgeving van de beslissing binnen de termijn bedoeld in § 2 of in geval van laattijdige kennisgeving. Afdeling III. - Contract van toegangsverantwoordelijke

Onderafdeling I. - Afsluiting en gevolgen van het contract van toegangsverantwoordelijke

Art. 150.Wanneer de aanvraag voor het bekomen van het statuut van toegangsverantwoordelijke aanvaard is, deelt de netbeheerder binnen zeven werkdagen volgend op zijn beslissing aan de aanvrager van het statuut van toegangsverantwoordelijke een ontwerp van contract van toegangsverantwoordelijke mee.

Art. 151.§ 1. De algemene voorwaarden van het contract van toegangsverantwoordelijke houden onder meer in : - de rechten en de plichten van de partijen krachtens dit besluit ; - de betalingsmodaliteiten; - de duur van het contract van toegangsverantwoordelijke; - de procedures toepasselijk in gevallen van opzegging of opschorting van het contract van toegangsverantwoordelijke voorzien in dit besluit; - de modaliteiten van de netbeheerder om de opschortende voorwaarden, toepasselijk op de toegangsverantwoordelijke, na te gaan; - de geschillenbeslechting, met inbegrip van, in voorkomend geval, de bepalingen inzake bemiddeling en arbitrage; - de voorwaarden betreffende het evenwicht van de toegangsverantwoordelijke. § 2. Het contract van toegangs-verantwoordelijke bevat de volgende opschortende voorwaarden : 1° het bewijs van voldoende financiële waarborgen voor de goede uitvoering van zijn verplichtingen;2° de ter beschikkingstelling en het behouden van voldoende en noodzakelijke middelen door de toegangsverantwoordelijke, of eigen middelen of op elke andere manier, om overeenkomstig dit besluit zijn werking 24 uur op 24 te waarborgen, alsmede het bewijs hiervan;

Art. 152.Het contract van toegangsverantwoordelijke is met stilzwijgende verlenging hernieuwbaar voor éénzelfde periode. Deze stilzwijgende verlenging vereist geen nieuwe inschrijving in het toegangsregister, maar maakt het voorwerp uit van een vermelding in het toegangsregister.

Art. 153.De toegangsverantwoordelijke kan zijn rechten uitoefenen op de derde werkdag volgend op de inschrijving in het toegangsregister.

Onderafdeling II. - Tekortkoming aan verplichtingen Gevolgen op het contract van toegangsverantwoordelijke

Art. 154.§ 1. In geval van grove tekortkoming van de toegangsverantwoordelijke aan de verplichtingen bedoeld in dit besluit en/of in het contract van toegangsverantwoordelijke, kan de netbeheerder na ingebrekestelling indien de veiligheid van het net in het gedrang is, de uitvoering van het contract van toegangsverantwoordelijke opschorten bij gemotiveerde beslissing, onverminderd zijn ontbinding overeenkomstig het gemeenrecht of de sancties voorzien in dit besluit. § 2. In geval van opschorting of ontbinding van het contract van toegangsverantwoordelijke geeft de netbeheerder dit ter kennis aan de andere netbeheerders die rechtstreeks betrokken zijn bij deze beslissing alsook aan de commissie.

Art. 155.De opschorting of de ontbinding van het contract van toegangsverantwoordelijke leidt tot weigering van toegang tot het net en de tijdelijke of definitieve intrekking van de inschrijving in het toegangsregister. HOOFDSTUK II. - Rechten en plichten van de toegangsverantwoordelijke en van de netbeheerder Afdeling I. - Basisbeginselen

Art. 156.De toegangsverantwoordelijke verplicht zich voor het geheel van zijn toegangen tot het net, tot : 1° het evenwicht zoals bedoeld in Afdeling II van dit Hoofdstuk;2° de compensatie van de actieve verliezen in het net overeenkomstig Afdeling III van dit Hoofdstuk;3° de indiening van de dagelijkse toegangsprogramma's overeenkomstig

Hoofdstuk XI van deze Titel;4° in voorkomend geval, de indiening van de dagelijkse coördinatieprogramma's overeenkomstig Hoofdstuk XII van deze Titel;5° in voorkomend geval, de inschakeling van de productie-eenheden waarvoor hij belast is met de injectie overeenkomstig Hoofdstuk VII van deze Titel;6° in voorkomend geval, de afname, voor de afnamepunten waarvoor hij belast is met de opvolging van de afname overeenkomstig Hoofdstuk VI van deze Titel;7° de uitvoering, tijdens de dag D, van zijn injecties en afnames in het kader van zijn toegangscontracten;8° het waarborgen, met zijn eigen middelen of op elke andere manier, van een voortdurende 24 uur op 24 operationele dienst;9° elke andere procedure tijdens de exploitatie overeenkomstig dit besluit en de afgesloten contracten overeenkomstig dit besluit. Afdeling II. - Evenwichtsverantwoordelijkheden

Onderafdeling I. - Voor wat betreft de toegangsverantwoordelijke en de netbeheerder

Art. 157.§ 1. Voor wat betreft het geheel van zijn toegangen tot het net in de regelzone, streeft de toegangsverantwoordelijke naar een evenwicht op kwartierbasis tussen enerzijds de injecties van actief vermogen en anderzijds de afnames van actief vermogen verhoogd met de actieve verliezen in het net die hij zelf compenseert overeenkomstig Afdeling III van dit Hoofdstuk.

§ 2. Teneinde toe te zien op de compensatie van het onevenwicht veroorzaakt in de regelzone door de eventuele individuele onevenwichten van de verschillende toegangsverantwoordelijken, stelt de netbeheerder onder meer in werking : 1° de ondersteunende dienst van de primaire regeling van de frequentie overeenkomstig de bepalingen bedoeld in Hoofdstuk XIII van Titel IV; en 2° de ondersteunende dienst van de secundaire regeling voor het evenwicht overeenkomstig de bepalingen bedoeld in Hoofdstuk XIII van Titel IV;en 3° de ondersteunende dienst van de reserve van kwartier-onevenwicht en van de tertiaire reserve overeenkomstig de bepalingen bedoeld in Hoofdstuk XIII van Titel IV. § 3. Indien de modaliteiten, bedoeld in § 2, niet volstaan om een permanent evenwicht te waarborgen tussen de vraag en het aanbod van actief vermogen, roept de netbeheerder een noodsituatie in overeenkomstig Onderafdeling V van Afdeling I van Hoofdstuk XV. In dit geval neemt de netbeheerder indien de noodsituatie het toelaat in volgorde, de volgende maatregelen : 1° hij onderbreekt het geheel of geen deel van de geprogrammeerde exporten;2° hij verzoekt de producenten om het regel- en reservevermogen dat tot hun beschikking staat en dat niet aan de netbeheerder is aangeboden, te activeren;3° hij wijzigt of onderbreekt de afnames op de injectie en/of de afnamepunten waar netgebruikers zijn aangesloten aan het net;4° hij neemt de andere maatregelen die van toepassing zijn in een noodsituatie bedoeld in artikel 303.

Art. 158.§ 1. Het tertiair reservevermogen bedoeld in artikel 157, bestaat uit : 1° de aanpassingen aan de dagelijkse toegangsprogramma's van de productie-eenheden overeenkomstig Afdeling VII van Hoofdstuk XIV van deze Titel;en 2° de aanpassingen aan de dagelijkse toegangsprogramma's van belastingen die door de betrokken toegangsverantwoordelijken aan de netbeheerder worden aangeboden. Onderafdeling II. - Voor wat betreft de netbeheerder

Art. 159.De netbeheerder activeert het tertiair regel- en reservevermogen overeenkomstig artikel 157, § 2, 3° volgens het criterium van de laagste kostprijs.

Art. 160.§ 1. Zonder afbreuk te doen aan hun respectievelijke evenwichtsverantwoordelijkheid kunnen twee of meerdere toegangsverantwoordelijken één van hen aanduiden om het geheel van de onevenwichten op kwartierbasis van de betrokken toegangsverantwoordelijken ten laste te nemen overeenkomstig het tarief voorzien krachtens de wet van 29 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten. § 2. Onverminderd § 4, maakt de aanwijzing, bedoeld in § 1, het voorwerp uit van een gezamenlijke kennisgeving, ondertekend door elke toegangsverantwoordelijke, één onder hen belastend met de ten laste neming bedoeld in § 1. § 3. De netbeheerder bezorgt de overeenkomstig § 1 aangeduide toegangsverantwoordelijke de informatie betreffende inzonderheid : 1° het geheel van de onevenwichten op kwartierbasis van de betrokken toegangsverantwoordelijken;2° het onevenwicht op kwartierbasis van elke toegangsverantwoordelijke afzonderlijk. § 4. De netbeheerder bepaalt op transparante en niet discriminerende wijze de uitvoeringsmodaliteiten van §§ 1 en 3. Afdeling III. -Compensatie van de actieve verliezen in het net

Art. 161.Elke toegangsverantwoordelijke compenseert de actieve verliezen in het net voor het geheel van zijn toegangen tot het net.

Art. 162.§ 1. De te compenseren actieve verliezen in het net worden bepaald door de netbeheerder onder meer volgens duidelijk vastgestelde objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria. Deze worden ter beschikking gesteld van de netgebruikers en de toegangsverantwoordelijken. § 2. De netbeheerder stelt een jaarlijks verslag op met betrekking tot de gecomptabiliseerde actieve verliezen in het net volgens critera bepaald in § 1 en de actieve verliezen effectief gemeten in het net.

Hij brengt dit verslag ter kennis van de commissie en publiceert deze overeenkomstig artikel 26 van dit besluit. HOOFDSTUK III. - Toegangsprocedure Afdeling I. - Indiening van de toegangsaanvraag

Art. 163.Teneinde het net te gebruiken voor één of meerdere injectie- en/of afnamepunten, dient de netgebruiker die over een aansluiting beschikt, bij de netbeheerder een toegangsaanvraag in te dienen, overeenkomstig de modaliteiten voorzien in dit Hoofdstuk.

Art. 164.De netgebruiker wordt in dit Hoofdstuk « toegangsaanvrager » genoemd.

Art. 165.§ 1. De behoorlijk gedateerde en ondertekende toegangsaanvraag vermeldt : 1° de identiteit en de persoonlijke gegevens van de toegangsaanvrager;2° in voorkomend geval, het bewijs dat hij de voorwaarden vervat in artikel 16 van de wet van 29 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten vervult;3° de identificatie van de injectie- en/of afnamepunten op het net, die het voorwerp uitmaken van de toegangsaanvraag, met aanduiding voor elk punt of het gaat om een injectie en/of een afname;4° de identificatie van de aansluiting(en) aangesloten zijn op het net overeenkomstig Titel III;5° de periode waarvoor de toegang wordt aangevraagd;6° het maximaal actief vermogen voor deze periode op ieder injectie- en/of afnamepunt aangevraagd;7° in voorkomend geval, de verantwoordelijkheid van de toegangsaanvrager per injectie- en/of afnamepunt waarvoor hij belast is met de opvolging van de afname;8° in voorkomend geval, de verantwoordelijkheid van de toegangsaanvrager voor elke productie-eenheid per injectiepunt waarvoor hij belast is met de injectie;9° in voorkomend geval, de mogelijkheid en de modaliteiten om het vermogen op de injectie- en/of afnamepunten te wijzigen of te onderbreken;10° de identiteit en de gegevens van de aangeduide toegangsverantwoordelijke, tenzij hij zelf toegangsverantwoordelijke is, alsook het bewijs van deze aanduiding. § 2. De toegangsaanvrager kan aan een toegangsverantwoordelijke mandaat verlenen om zijn toegangsaanvraag in te dienen alsook de verbonden formaliteiten te vervullen.

Art. 166.§ 1. De toegangsaanvrager geeft in zijn toegangsaanvraag de commercieel gevoelige gegevens aan die hij als vertrouwelijk beschouwt. § 2. Hetzelfde doet hij voor de bijkomende gegevens die, in voorkomend geval, door de netbeheerder worden opgevraagd.

Art. 167.Ten laatste, binnen een termijn van vijf werkdagen volgend op de indiening van de toegangsaanvraag, ziet de netbeheerder na of de aanvraag volledig is. Indien de aanvraag onvolledig is, meldt de netbeheerder aan de toegangsaanvrager de gegevens of documenten die ontbreken en staat hem een termijn toe om zijn aanvraag te vervolledigen. Afdeling II. - Onderzoek van de toegangsaanvraag

Art. 168.Indien de aanvraag volledig is, onderzoekt de netbeheerder de toegangsaanvraag en evalueert deze op niet-discriminerende wijze onder meer rekening houdend met: 1° het behoud van de integriteit, de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net;2° de beschikbare capaciteiten van het net voor de energie-uitwisselingen;3° de naleving van de bepalingen van dit besluit;4° het maximaal actief vermogen op elk toegangspunt te injecteren of af te nemen;5° het behoud van een vereist vermogen voor de energie-uitwisselingen noodzakelijk voor de bevoorrading van behoeften, betreffende openbare dienstverplichtingen volgens de wettelijke bepalingen.

Art. 169.De netbeheerder heeft het recht om aan de toegangsaanvrager bijkomende gegevens te vragen die noodzakelijk zijn om de toegangsaanvraag te onderzoeken.

Art. 170.§ 1. De netbeheerder beslist binnen de twaalf werkdagen na ontvangst van de volledige aanvraag. Hij weigert, overeenkomstig artikel 15, § 1 van de wet van 29 april 1999 de toegangsaanvraag in geval van niet-naleving van één of meerdere van de voorwaarden die betrekkking hebben tot de toegangsaanvraag. § 2. De gemotiveerde weigering wordt aan de toegangsaanvrager ter kennis gegeven en geeft aan dat hij het voorwerp van verhaal kan uitmaken. Afdeling III. - Toegangscontract

Art. 171.De netbeheerder geeft aan de toegangsaanvrager binnen de vijftien werkdagen een ontwerp van toegangscontract ter kennis.

Art. 172.Het toegangscontract bepaalt onder meer : 1° de algemene beginselen betreffende : a) de identificatie van partijen;b) de rechten en plichten met betrekking tot commercieel gevoelig vertrouwelijke gegevens die als dusdanig door de partijen geïdentificeerd zijn;c) de financiële waarborgen die de toegangsverantwoordelijke moet leveren;d) de geschillenregeling;e) de betalingsmodaliteiten en waarborgen voor de tarieven voorzien krachtens de wet van 29 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten ;2° de contractuele onderschrijvingsformule(s) overeengekomen voor elk van de injectie- en/of de afnamepunten;3° in voorkomend geval, de verantwoordelijkheid van de toegangsverantwoordelijke per injectie en/of afnamepunt waarvoor hij belast is met de opvolging van de afname;4° in voorkomend geval, de verantwoordelijkheid van de toegangsverantwoordelijke per productie-eenheid waarvoor hij belast is met de opvolging van de injectie ;5° de bepalingen met betrekking tot de compensatie van de actieve verliezen in het net, overeenkomstig met Afdeling III van Hoofdstuk II van deze Titel ;6° de bepalingen met betrekking tot de toegang tot verbindingen met buitenlandse netten overeenkomstig Hoofdstuk VII van deze Titel. Afdeling IV. - Aanvullende bepalingen

Art. 173.Het toegangscontract bepaalt eveneens op objectieve en niet discriminerende wijze de regels die de netbeheerder toelaten om de toegang tot het net geheel of gedeeltelijk te onderbreken, voor een tijdelijke periode die hij bepaalt, in geval van overbelasting van het net of in geval van een mogelijke overbelasting van het net, hierin begrepen het geval van de onbeschikbaarheid van het geheel of een deel van de capaciteit om redenen van veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net. HOOFDSTUK IV. - Vermogensonderschrijving

Art. 174.§ 1. De netbeheerder waakt over de transmissie van het actief vermogen voor zover dit actief vermogen lager is dan of gelijk aan het onderschreven vermogen door de netgebruiker in elk van de injectie- en afnamepunten. § 2. Teneinde deze transmissie uit te voeren, stelt de netbeheerder aan de netgebruiker alle middelen waarover hij beschikt, vanuit een technisch en economisch oogpunt gezien, ter beschikking.

Art. 175.De bepalingen van dit Hoofdstuk zijn niet toepasselijk voor de toegang tot een verbinding met een buitenlands net zoals bedoeld in Hoofdstuk V van deze Titel. HOOFDSTUK V. - Verbindingen met buitenlandse netten

Art. 176.§ 1. De netbeheerder bepaalt de methodes die hij toepast tijdens de evaluatie van de transmissiecapaciteit die hij aan de toegangsverantwoordelijken voor hun energie-uitwisselingen met de buitenlandse netten ter beschikking kan stellen. § 2. De methodes bedoeld in § 1 worden door de netbeheerder gepubliceerd overeenkomstig artikel 26 van dit besluit en ter kennis van de commissie gebracht.

Art. 177.§ 1. De methodes, bedoeld in artikel 176, hebben tot doel, een zo groot mogelijke capaciteit van verbindingen ter beschikking te stellen en dit op een transparante en niet discriminerende wijze, en waarbij de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net wordt gewaarborgd. § 2. Deze methodes zijn onder meer gebaseerd op de regels en de aanbevelingen die de wisselwerking van de Europese verbindingsnetten en de energie-uitwisselingen tussen de regelzones beheersen. § 3. Deze methodes houden zoveel mogelijk rekening met de invloeden van de elektriciteitsstromen die, in voorkomend geval, ontstaan door energie-uitwisselingen tussen de regelzones. § 4. Deze methodes houden zoveel mogelijk rekening met de invloeden van de elektriciteitsstromen op de buitenlandse netten die, in voorkomend geval, ontstaan door de energie-uitwisselingen tussen de regelzone en deze netten.

Art. 178.§ 1. De netbeheerder stelt de aangepaste mechanismen voor uitwisseling van gegevens in werking, alsook voor de coördinatie met de buitenlandse netbeheerders teneinde de veiligheid van het net te waarborgen. Hij deelt deze mechanismen aan de commissie mee. § 2. De netbeheerder informeert periodiek bij de buitenlandse netbeheerders onder meer naar : 1° de topologie van hun netten;2° de balans tussen de productie en het verbruik in elk van de punten die de elektriciteitsstromen in de regelzone kunnen beïnvloeden. § 3. De goede uitvoering van de taken door de netbeheerder bedoeld in dit Hoofdstuk wordt onder meer bepaald door de kwaliteit et de betrouwbaarheid van de ontvangen gegevens en door het naleven van de toegekende termijn voor hun ontvangst door de netbeheerder.

Art. 179.De netbeheerder evalueert de haalbaarheid van de energie-uitwisselingen, onder meer op basis van : 1° de informatie bedoeld in artikel 178;2° de dagelijkse toegangsprogramma's medegedeeld door de toegangsverantwoordelijken;3° de topologie van het net in de regelzone voor de beschouwde termijn;4° de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden bedoeld in Hoofdstuk XIV in deze Titel.

Art. 180.§ 1. De netbeheerder bepaalt op niet discriminerende en transparante wijze de methodes voor het beheer van congestie die door hem zijn toegepast. § 2. Deze methodes voor congestiebeheer, alsook de veiligheidsregels, worden aan de commissie ter goedkeuring ter kennis gebracht en worden gepubliceerd overeenkomstig artikel 26 van dit besluit. § 3. Bij de uitvaardiging en de inwerkingstelling van deze methodes, ziet de netbeheerder er inzonderheid op toe om : 1° zoveel mogelijk rekening te houden met de richting van de elektriciteitsstromen en in het bijzonder wanneer de energie-uitwisselingen effectief de congestie doen verminderen;2° zoveel mogelijk betekenisvolle invloeden te vermijden op de elektriciteitsstromen in andere netten;3° problemen van congestie op het net op te lossen bij voorkeur met methodes die geen selectie tussen de energie-uitwisselingen van de verschillende toegangsverantwoordelijken inhouden;4° geschikte economische signalen te geven aan de betrokken netgebruikers. § 4. Met het oog hierop kunnen deze methodes van congestiebeheer gebaseerd zijn op onder meer : 1° de veilingen van de beschikbare capaciteit;2° de coördinatie van de inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de regelzone en/of, middels akkoord met de buitenlandse netbeheerder(s), door de gecoördineerde inschakeling van productie-eenheden aangesloten op de betrokken buitenlandse regelzone(s).

Art. 181.§ 1. De methodes voor congestiebeheer voorzien in artikel 180 hebben onder meer als doel om : 1° elke beschikbare capaciteit aan de markt ter beschikking te stellen volgens transparante en niet discriminerende methodes via, in voorkomend geval, veilingen waarin de capaciteiten kunnen worden verkocht met verschillende duurtijden en met verschillende karakteristieken (bijvoorbeeld wat betreft de verwachte betrouwbaarheid van de betreffende beschikbare capaciteit);2° de beschikbare capaciteit in een serie verkopen aan te bieden die op verschillend tijdstip gehouden kunnen worden;3° bij elke van deze veilingen een bepaald gedeelte van de beschikbare capaciteit aan te bieden, met inbegrip van alle overblijvende capaciteiten die niet toegekend werden bij de vorige verkopen;4° de commercialisering van de aangeboden capaciteit toe te laten. § 2. De methodes voor congestiebeheer kunnen, in noodgevallen, beroep doen op de onderbreking van grensoverschrijdende energie-uitwisselingen, overeenkomstig op voorhand vastgestelde prioriteitsregels. Deze prioriteitsregels worden ter kennis gegeven aan de commissie en gepubliceerd overeenkomstig artikel 26 van dit besluit.

Art. 182.§ 1. De netbeheerder stelt aan de toegangsverantwoordelijken de vooruitzichten van de uitwisselingscapaciteit bedoeld in artikel 180 ter beschikking : 1° elke dag op een uur door de netbeheerder bepaald voor de daaropvolgende dag;en 2° elke week voor de daaropvolgende week;en 3° elke maand voor de daaropvolgende maand. § 2. De netbeheerder bepaalt de middelen die hij voor deze mededeling zal benutten.

Art. 183.§ 1. De netbeheerder waakt over de uitvoering van één of meerdere methodes voor de toekenning van de beschikbare capaciteit aan de toegangsverantwoordelijken van energie-uitwisselingen met de buitenlandse netten. § 2. Deze methodes zijn transparant en niet-discriminerend. Zij worden aan de commissie ter goedkeuring ter kennis gebracht en gepubliceerd overeenkomstig artikel 26 van dit besluit. § 3. Zij beogen het gebruik van de capaciteit van het net te optimaliseren, overeenkomstig artikel 179.

Art. 184.De methodes van toekenning van capaciteit beogen onder meer : 1° in alle mate van het mogelijk elk verschil in behandeling te minimaliseren bij het beheer van een congestie, tussen de verschillende soorten van grensoverschrijdende energie-uitwisselingen door fysieke wederkerige overeenkomsten of aanbiedingen op georganiseerde buitenlandse markten;2° elke ongebruikte capaciteit aan andere marktdeelnemers ter beschikking te stellen;3° de precieze voorwaarden van betrouwbaarheid van de aan de marktdeelnemers ter beschikking gestelde capaciteit te bepalen. HOOFDSTUK VI. - Afname Afdeling I. - Toegangsverantwoordelijke belast met de afname

Art. 185.§ 1. De afname moet op ieder injectie en/of afnamepunt waar een netgebruiker is aangesloten, worden gewaarborgd door één enkele toegangsverantwoordelijke. Deze toegangsverantwoordelijke wordt « toegangsverantwoordelijke belast met de afname » genoemd. § 2. De toegangsverantwoordelijke belast met de afname leeft de rechten en plichten bedoeld in Hoofdstuk II van deze Titel alsook in dit Hoofdstuk na. Afdeling II. - Gezamenlijke kennisgeving

Art. 186.§ 1. De netgebruiker en de door hem aangeduide toegangsverantwoordelijke belast met de afname geven gezamenlijk, met tenminste vijf werkdagen vooropzeg, aan de netbeheerder kennis van de identiteit van deze toegangsverantwoordelijke en van de datum waarop deze toegangsverantwoordelijke met de afname belast wordt. § 2. Indien een andere toegangsverantwoordelijke reeds met de afname door een netgebruiker op het betreffende injectie en/of afnamepunt belast is, dient de netgebruiker hem, gelijktijdig met de gezamelijke kennisgeving bedoeld in § 1, kennis te geven van het einde van zijn aanduiding als toegangsverantwoordelijke belast met de afname. § 3. De netgebruiker geeft de netbeheerder een kopij van de bekendmaking bedoeld in § 2 ter kennis. Deze kennisgeving aan de netbeheerder gebeurt gelijktijdig met de gezamenlijke kennisgeving bedoeld in § 1.

Art. 187.§ 1. Elke aanduiding door een netgebruiker van een toegangsverantwoordelijke belast met de afname voor een injectie en/of een afnamepunt doet enkel rechten ontstaan ten opzichte van de netbeheerder, mits de voorafgaande naleving van de formaliteiten en kennisgevingen voorzien in artikel 186. § 2. De gezamelijke kennisgeving bepaalt de duur van de aanduiding van de toegangsverantwoordelijke belast met de afname.

Art. 188.De kennisgevingen bedoeld in deze Afdeling worden verricht door middel van formulieren opgesteld door de netbeheerder overeenkomstig dit besluit en de krachtens dit besluit gesloten contracten. Afdeling III. - Specifieke bepalingen in het toegangscontract

Art. 189.§ 1. De algemene voorwaarden van het toegangscontract bepalen onder meer : - de rechten en plichten van de partijen krachtens dit besluit; - de betalingsmodaliteiten; - de duur van het toegangscontract; - de geschillenbeslechting, met inbegrip van, in voorkomend geval, de bepaling inzake bemiddeling en arbitrage; - de modaliteiten van het vervallen van de rechten en plichten van de toegangsverantwoordelijke belast met de afname voor een injectie en/of een afnamepunt. Afdeling IV. - Specifieke maatregelen

Art. 190.De netbeheerder wijst de afname en het geheel van de hieruit resulterende plichten toe aan de netgebruiker, indien : 1° geen enkele toegangsverantwoordelijke door de netgebruiker voor de afname op het betrokken injectie en/of afnamepunt overeenkomstig dit Hoofdstuk aangeduid is;2° de toegangsverantwoordelijke, aangeduid voor de afname op het betrokken injectie en/of afnamepunt overeenkomstig dit Hoofdstuk, geen geldig toegangscontract voor dit injectie en/of afnamepunt heeft afgesloten. § 2. Indien in de omstandigheden van § 1, de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net niet meer gewaarborgd kunnen worden, heeft de netbeheerder het recht om na ingebrekestelling de toegang tot het net op het desbetreffende injectie en/of afnamepunt te weigeren. Hij geeft kennis van en motiveert zijn beslissing aan de betrokken gebruiker en meldt hem dat deze het voorwerp van een verhaal kan uitmaken. Afdeling V. - Overgangsbepalingen

Art. 191.§ 1. Vanaf de inwerkingtreding van dit besluit en voor zolang er per injectie en/of afnamepunt slechts één toegangsverantwoordelijke bestaat krachtens een toegangscontract gesloten vóór de inwerkingtreding van dit besluit, wordt die toegangsverantwoordelijke verondersteld de toegangsverantwoordelijke belast met de afname te zijn tot het tegengestelde wordt bewezen. Deze toegangsverantwoordelijke brengt de netbeheerder ter kennis, op verzoek van deze laatste, van de duur van zijn rechten en plichten als toegangsverantwoordelijke belast met de afname voor dit injectie en/of afnamepunt. § 2. Vanaf de inwerkingtreding van dit besluit, en onder alle andere omstandigheden dan deze waarnaar verwezen in § 1, geeft de netbeheerder aan de netgebruiker de informatie en formulieren door met het oog op de regularisatie van de situatie overeenkomstig deze Titel.

De netbeheerder eist een redelijke termijn voor het verkrijgen van de kennisgeving van de netgebruiker en eist van de netgebruiker een gezamenlijke kennisgeving overeenkomstig Afdeling II van dit Hoofdstuk. HOOFDSTUK VII. - Toegang tot het net van een productie-eenheid en opvolging van de injectie Afdeling I. - Toegangsverantwoordelijke belast met de injectie

Art. 192.§ 1. De injectie van actief vermogen valt onder de verantwoordelijkheid van één enkele toegangsverantwoordelijke. Deze toegangsverantwoordelijke wordt « toegangsverantwoordelijke belast met de injectie » genoemd.

Art. 193.De toegangsverantwoordelijke belast met de injectie van een productie-eenheid is in het bijzonder verantwoordelijk voor : 1° de injectie van actief vermogen;2° de inschakeling van de betrokken productie-eenheid overeenkomstig Hoofdstuk XIV van deze Titel;3° het naleven van de specifieke procedures voor de productie-eenheden overeenkomstig dit besluit.

Art. 194.§ 1. De injectie van actief vermogen van een productie-eenheid wordt door de netbeheerder toegewezen aan een of meerdere toegangsverantwoordelijken, van wie één verplicht de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie is. § 2. De gezamenlijke kennisgeving, bedoeld in § 1, bepaalt de duur en het toe te passen vaste percentage door de netbeheerder voor de toekenning bedoeld in § 1. § 3. De netbeheerder bepaalt volgens transparante en niet discriminerende modaliteiten de uitvoeringsmodaliteiten voor de toekenning hierboven bedoeld in §§ 1 en 2. § 4. In de omstandigheden, bedoeld in § 1, blijft de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie van een productie-eenheid, gehouden aan het geheel van zijn plichten ten opzichte van de netbeheerder. Afdeling II. - Gezamenlijke kennisgeving

Art. 195.§ 1. De netgebruiker en de door hem aangeduide toegangsverantwoordelijke belast met de injectie van een productie-eenheid geven gezamenlijk en met twintig dagen vooropzeg aan de netbeheerder kennis van de identiteit van deze toegangsverantwoordelijke en van de datum waarop deze toegangsverantwoordelijke wordt belast met de injectie voor deze productie-eenheid. § 2. Indien een andere toegangsverantwoordelijke reeds belast is met de injectie door een netgebruiker voor een betrokken productie-eenheid, is deze netgebruiker gehouden hem, gelijktijdig met de gezamenlijke kennisgeving bedoeld in § 1, kennis te geven van het einde van zijn aanduiding als toegangsverantwoordelijke belast met de injectie. § 3. De netgebruiker geeft de netbeheerder kennis van een kopij van de kennisgeving bedoeld in § 2. Deze kennisgeving aan de netbeheerder gebeurt gelijktijdig met de gezamenlijke kennisgeving bedoeld in § 1.

Art. 196.Elke aanduiding door een netgebruiker van een toegangsverantwoordelijke belast met de injectie voor een productie-eenheid doet enkel rechten ontstaan ten opzichte van de netbeheerder mits de voorafgaandelijke naleving van de formaliteiten en kennisgevingen voorzien in het artikel 195.

Art. 197.De kennisgevingen bedoeld in deze Afdeling worden, aan de hand van formulieren door de netbeheerder overeenkomstig dit besluit opgesteld en de krachtens dit besluit gesloten contracten uitgevoerd. Afdeling III. - Contract voor de coördinatie van de inschakeling van

productie-eenheden

Art. 198.§ 1. Een contract voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden wordt tussen de netbeheerder en de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie van een productie-eenheid afgesloten. § 2. Dit contract regelt de rechten en plichten van de partijen bedoeld in dit besluit en in het bijzonder : 1° de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden overeenkomstig Hoofdstuk XIV en de betreffende financiële voorwaarden;2° de modaliteiten met betrekking tot het dagelijks toegangsprogramma overeenkomstig Afdeling III van Hoofdstuk XI;3° de modaliteiten met betrekking tot het dagelijks coördinatieprogramma overeenkomstig Hoofdstuk XII.

Art. 199.De netgebruiker staat ten opzichte van de netbeheerder, krachtens dit besluit en zonder andere formaliteit, samen met de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie hoofdelijk borg voor het geheel van de plichten van deze toegangsverantwoordelijke bedoeld in deze Afdeling.

Art. 200.In het geval dat een nieuwe toegangsverantwoordelijke, overeenkomstig § 2 van artikel 195 van dit besluit, belast wordt met de injectie, staat deze nieuwe toegangsverantwoordelijke belast met de injectie, krachtens dit besluit en zonder andere formaliteit, hoofdelijk borg ten opzichte van de netbeheerder voor de verplichtingen bedoeld in artikel 199 samen met de toegangsverantwoordelijke, bedoeld in deze Afdeling. Afdeling IV. - Specifieke maatregelen

Art. 201.§ 1. De netbeheerder neemt de maatregelen waarover hij beschikt, met het oog op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net. § 2. De afwezigheid van een aanduiding van een toegangsverantwoordelijke belast met de injectie en/of het afsluiten van het contract bedoeld in artikel 198, brengt de weigering van de toegang tot het net van de desbetreffende productie-eenheid overeenkomstig artikel 15, § 1 van de wet van 29 april 1999 met zich mee, onverminderd de mogelijkheid van beroep van de netbeheerder ten opzichte van betrokken netgebruiker. HOOFDSTUK VIII. - Lokale productie-eenheid Afdeling I. - Toegangsverantwoordelijke belast met de injectie

Art. 202.§ 1. Wanneer een belasting geheel of gedeeltelijk gevoed wordt door een lokale productie en wanneer deze lokale productie-eenheid, in voorkomend geval, actief vermogen in het net kan injecteren, waarborgt één enkele toegangsverantwoordelijke op elk moment de injectie van actief vermogen met inbegrip van de opvolging van de injectie, van deze lokale productie-eenheid overeenkomstig Hoofdstuk VII van deze Titel. Deze toegangsverantwoordelijke wordt « de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie » genoemd. § 2. Wanneer de installaties van deze netgebruiker vermogen van het net afnemen, is Afdeling I van Hoofdstuk VI van toepassing en is de toegangsverantwoordelijke, aangeduid overeenkomstig § 1, de toegangsverantwoordelijke belast met de afname voor die afname.

Art. 203.§ 1. In de mate dat de netgebruiker en de toegangsverantwoordelijke, belast met de injectie, de beschikkingen van dit Hoofdstuk niet naleven, neemt de netbeheerder de maatregelen waarover hij beschikt met het oog op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net, onverminderd het verhaal van de netbeheerder ten opzichte van de netgebruiker en de desbetreffende toegangsverantwoordelijke. § 2. De afwezigheid van aanduiding van een toegangsverantwoordelijke belast met de injectie en/of het afsluiten van het betrokken contract binnen een redelijke termijn volgend op de inwerkingtreding van dit besluit, brengt de weigering van toegang tot het net mee van de desbetreffende lokale productie-eenheid overeenkomstig artikel 15 van de wet van 29 april 1999. Afdeling II. - Specifieke bepalingen in het toegangscontract

Art. 204.§ 1. In uitvoering van artikel 11, 3° van de wet van 29 april 1999 voorziet het toegangscontract tot het net voor een afname, geheel of gedeeltelijke gevoed door één of meerdere lokale productie-eenheden, na raadpleging van de betrokken netgebruikers, specifieke bepalingen betreffende de levering van voor kwartieronevenwicht en tertiaire reserve bestemd om het gebeurlijke tekort van de lokale productie te dekken. § 2. De netbeheerder legt deze bepalingen vast binnen ten laatste de twee maanden na de inwerkingtreding van dit besluit en deelt deze zonder verwijl mee aan de commissie. HOOFDSTUK IX. - Hulpafname

Art. 205.De toegangsverantwoordelijke die in aanmerking wenst te komen voor toegang tot het net voor een hulpafname, doet hiervoor een aanvraag bij de netbeheerder. De netbeheerder onderzoekt deze aanvraag op objectieve, transparante en niet discriminerende wijze.

Art. 206.In het geval dat de aanvraag bedoeld in Art. 205 technisch mogelijk is, bepaalt de netbeheerder in het toegangscontract de voorwaarden voor de hulpafname op transparante en niet discriminerende wijze. HOOFDSTUK X. - Afname van reactieve energie

Art. 207.De netbeheerder kent aan elke toegangsverantwoordelijke per tijdsinterval een hoeveelheid reactieve energie toe voor elk van zijn injectie en/of afnamepunten waarop een netgebruiker is aangesloten. De toegekende hoeveelheid voor elk van de injectie en/of afnamepunten is evenredig aan de afname van actieve energie door de betrokken toegangsverantwoordelijke voor dat punt.

Art. 208.De hoeveelheden met betrekking tot de werking in inductief en capacitief regime worden afzonderlijk opgemeten en worden onderling niet gecompenseerd.

Art. 209.§ 1. De toegangsverantwoordelijke geniet per tijdsinterval over een afnamerecht voor elk van zijn injectie en/of afnamepunten van een forfaitaire hoeveelheid reactieve energie, in inductief en capacitiefregime. § 2. Onder voorbehoud van de bepalingen van § 3, is deze forfaitaire hoeveelheid reactieve energie per tijdsinterval gelijk aan 32,90 % van de hoeveelheid actieve energie afgenomen door de toegangsverantwoordelijk tijdens dit tijdsinterval. § 3 Deze forfaitaire hoeveelheid reactieve energie per tijdsinterval mag niet lager zijn dan 3,29 % van de hoeveelheid actieve energie die conform is met de duurtijd van de tijdsinterval vermenigvuldigd met het door de toegangsverantwoordelijke op het betrokken injectie en/of afnamepunt onderschreven vermogen. § 4. Het positieve verschil tussen de hoeveelheid in inductief regime en de forfaitaire hoeveelheid, toegewezen aan de toegangsverantwoordelijke overeenkomstig deze Afdeling, wordt ten laste gelegd van de toegangsverantwoordelijke volgens een tarief dat beantwoordt aan de voorwaarden van artikel 12 van de wet van 29 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten. § 5. Het positieve verschil tussen de hoeveelheid in capacitief stelsel en de forfaitaire hoeveelheid, toegewezen aan de toegangsverantwoordelijke overeenkomstig deze Afdeling, wordt ten laste gelegd van de toegangsverantwoordelijke volgens een tarief dat beantwoordt aan de voorwaarden van artikel 12 van de wet van 29 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten. § 6. Voor de toepassing van dit Hoofdstuk is het desbetreffende tijdsinterval een kwartier. HOOFDSTUK XI. - Dagelijks toegangsprogramma Afdeling I. - Basisbeginselen

Art. 210.Elke toegang tot het net vereist de voorafgaandelijke indiening van een dagelijks toegangsprogramma door de toegangsverantwoordelijke bij de netbeheerder.

Art. 211.Het dagelijks toegangsprogramma bepaalt voor dag « D » de voorziene per tijdseenheid te injecteren of af te nemen actieve vermogens.

Art. 212.De minister bepaalt, op voorstel van de netbeheerder, de tijdseenheid bedoeld in het artikel 212.

Art. 213.Het dagelijks toegangsprogramma met betrekking tot dag « D » wordt ten laatste op dag « D-1 » op een bepaald uur ingediend volgens een procedure en volgens transparante en niet discriminerende ontvankelijkheidsvoorwaarden die in elk contract van toegangsverantwoordelijke wordenbepaald.

Art. 215.Het dagelijks toegangsprogramma kan door de toegangsverantwoordelijke tot op dag « D-1 » vóór het in het artikel 214 vastgestelde uur aangepast worden volgens een procedure en ontvankelijkheidsvoorwaarden en dit op transparente en niet discriminerende wijze, voorzien in elk contract van toegangsverantwoordelijke.

Art. 216.§ 1. De netbeheerder informeert de toegangsverant-woordelijke(n) over de maatregelen die hij beoogt te nemen krachtens deze Afdeling wanneer hij van oordeel is, op basis van de ingediende dagelijkse toegangsprogramma's, dat dagelijkse toegangsprogramma's het evenwicht van de regelzone of de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net in gevaar kunnen brengen. § 2. Deze verplichting tot het verlenen van informatie bedoeld in § 1 geldt indien de omstandigheden het toelaten. In tegengestelde geval, motiveert de netbeheerder zo spoedig mogelijk de reden ervan aan de betrokken toegangsverantwoordelijken. § 3. De toegangsverantwoordelijken voeren, in voorkomend geval, de noodzakelijke aanpassingen uit die door de netbeheerder overeenkomstig § 1 medegedeeld werden.

Art. 217.§ 1. In het geval bedoeld in artikel 216 kan, niettegenstaande de door de betrokken toegangsverantwoordelijken voorgestelde aanpassingen, de netbeheerder onder meer : 1° op dag « D-1 » aan de betrokken toegangsverantwoordelijken geheel of gedeeltelijk de uitvoering van een of meerdere dagelijkse toegangsprogramma's weigeren voor dag « D »;en/of 2° op dag « D » geheel of gedeeltelijk de uitvoering van één of meer van de toegangsprogramma's door de betrokken toegangsverantwoordelijken opschorten. § 2. De door de netbeheerder genomen beslissing bedoeld in § 1 moet gemotiveerd worden en zo spoedig mogelijk aan de betrokken toegangsverantwoordelijken ter kennis gebracht. § 3. De toepassingsmodaliteiten van de artikelen 216 en 217 worden door de netbeheerder in het contract van toegangsverantwoordelijke bepaald. Afdeling II. - Dagelijks toegangsprogramma voor een belasting

Art. 218.§ 1. Gelijklopend met de neerlegging bedoeld in vorige Afdeling, legt de aangesloten netgebruiker tevens de dagelijkse toegangsprogramma's neer, behoudens neerlegging van het dagelijks toegangsprogramma van de toegangsverantwoordelijke belast met de afname op zijn injectie en/of afnamepunt. § 2. Voor de toepassing van § 1, geeft de netbeheerder aan de netgebruiker kennis van de procedure van neerlegging van het in Afdeling I van dit Hoofdstuk bedoelde dagelijkse toegangsprogramma.

Art. 219.§ 1. In het geval dat de dagelijkse toegangsprogramma's, neergelegd door respectievelijk deze netgebruiker en de toegangsverantwoordelijke, verschillen, is de netbeheerder enkel gehouden het door de aangesloten netgebruiker neergelegd dagelijks toegangsprogramma in overweging te nemen. De netbeheerder brengt de betrokken toegangsverantwoordelijke daarvan op de hoogte. § 2. De netbeheerder is gehouden het dagelijks toegangsprogramma, dat hij overeenkomstig § 1 in overweging dient te nemen, aan de betrokken toegangsverantwoordelijke toe te wijzen, voor wat betreft : 1° de toegang tot het net op het injectie en/of afnamepunt;en 2° de evenwichtsverantwoordelijkheid van de desbetreffende toegangsverantwoordelijke zoals gedefinieerd in artikel 157. § 3. In de omstandigheden bedoeld in § 1 en ingeval van toepassing van § 2 van dit artikel, zijn de netgebruiker en de betrokken toegangsverantwoordelijke, op grond van dit besluit en zonder andere formaliteiten, hoofdelijk gehouden voor het geheel van hun respectievelijke verplichtingen ten opzichte van de netbeheerder. Afdeling III. - Dagelijks toegangsprogramma voor een productie-eenheid

Art. 220.De toegangsverantwoordelijke belast met de injectie voor een productie-eenheid legt het dagelijks toegangsprogramma voor deze productie-eenheid bij de netbeheerder neer.

Art. 221.In afwijking van Afdeling I kan de netbeheerder, voor de toegang van een productie-eenheid, in het contract voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden specifieke procedures bepalen die afwijken van de procedures voorzien in de eerste Afdeling van dit Hoofdstuk, betreffende de productie-eenheden die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen en warmtekrachtkoppeling.

Art. 222.§ 1. De netbeheerder past de procedures voor coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden voorzien in Hoofdstuk XV van deze Titel toe, op de dagelijkse programma's bedoeld in deze Afdeling. § 2. De netbeheerder geeft aan de betrokken toegangsverantwoordelijke op dag « D-1 » op het uur bepaald overeenkomstig het contract voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden, kennis van elk dagelijks toegangsprogramma, in voorkomend geval, aangepast in functie van § 1 en uit te voeren door de toegangsverantwoordelijke.

Art. 223.Gedurende dag « D » kan de netbeheerder het dagelijks toegangsprogramma van elke productie-eenheid aanpassen overeenkomstig zijn coördinatieprogramma zoals bedoeld in Afdeling VI van Hoofdstuk VII van deze Titel. Afdeling IV. - Dagelijkse toegangsprogramma's met betrekking tot de

vermogenuitwisselingen op het net

Art. 224.Voor elke vermogensuitwisseling op het net alsook voor import en export van vermogen, dient de toegangsverantwoordelijke een dagelijks toegangsprogramma bij de netbeheerder in.

Art. 225.§ 1. De netbeheerder behandelt de dagelijkse toegangsprogramma's met betrekking tot de vermogensuitwisselingen op het net overeenkomstig de afstemmingsregels. § 2. De netbeheerder bepaalt de afstemmingsregels bedoeld in § 1 in het contract van toegangsverantwoordelijke en onder meer, de bepalingen met betrekking tot het evenwicht tussen de uitwisselingen op het net. § 3. De netbeheerder kan de uitvoering van een dagelijks toegangsprogramma voor de toegang tot verbinding met de buitenlandse netten geheel of gedeeltelijk weigeren, onder meer wanneer dit toegangsprogramma geheel of gedeeltelijk niet conform is aan het dagelijks toegangsprogramma dat bij een buitenlandse netbeheerder neergelegd werd.

Art. 226.In afwijking van Afdeling I kan de netbeheerder in het contract van netbeheerder en na raadpleging van de commissie de toegang tot de verbindingen met de buitenlandse netten bepalen rekening houdend met de regels en aanbevelingen die de interoperabiliteit van de Europese verbindingsnetten en de energie-uitwisselingen binnen de regelzones regelen, : 1° een andere tijdseenheid dan die voorzien in de eerste Afdeling van dit Hoofdstuk;2° specifieke procedures die afwijken van de procedures voorzien in de eerste Afdeling van dit Hoofdstuk. HOOFDSTUK XII. - Dagelijkse coördinatieprogramma's

Art. 227.De toegangsverantwoordelijke belast met de injectie dient een dagelijks coördinatieprogramma in bij de netbeheerder voorafgaandelijk aan elke toegang tot het net.

Art. 228.De toegangsverantwoordelijke belast met de injectie bepaalt in het dagelijks coördinatieprogramma de aanpassingen van actief vermogen, ter verhoging of verlaging, beschikbaar voor de productie-eenheden, betreffende dag « D » overeenkomstig bepalingen voorzien in dit besluit met betrekking tot de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden.

Art. 229.Het dagelijks coördinatieprogramma met betrekking tot dag « D » wordt ten laatste op dag « D-1 » op een bepaald uur ingediend, volgens een procedure op transparante en niet discriminerende wijze bepaald door de netbeheerder in het contract van toegangsverantwoordelijke.

Art. 230.Het dagelijks coördinatieprogramma kan door de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie op dag « D-1 » voor het in het artikel 229 vastgesteld uur aangepast worden, volgens een bepaalde procedure en voorwaarden. HOOFDSTUK XIII. - Ondersteunende diensten Afdeling I. - Definitie

Art. 231.§ 1. De « ondersteunende diensten » omvatten het geheel van de volgende diensten : - de primaire regeling van de frequentie; - de secundaire regeling van het evenwicht in de Belgische regelzone; - de compensatie van de kwartieronevenwichten; - de tertiaire reserve; - de regeling van de spanning en van het reactief vermogen; - het congestiebeheer. - de black-start dienst ; Afdeling II. - Vermogensreserves in de regelzone

Onderafdeling I. - Definitie en evaluatie van de reserve

Art. 232.De netbeheerder ziet toe op de beschikbaarheid van de primaire, secundaire en tertiaire regel en reservevermogen en, in voorkomend geval, op de inwerkingstelling van de ondersteunende diensten : - volgens objectieve, transparante en niet discriminerende procedures, die berusten op de marktregels en; - overeenkomstig de operationele regels voorzien in dit besluit.

Art. 233.De netbeheerder evalueert en bepaalt het primair, secundair en tertiair reservevermogen dat onontbeerlijk is voor het waarborgen van de zekerheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net in de regelzone. Hij deelt zijn evaluatiemethode en het resultaat aan de commissie mee.

Onderafdeling II. - Maatregelen in geval van onbeschikbaarheid van reserves

Art. 234.§ 1. In het geval dat de netbeheerder veronderstelt of vaststelt dat het onmogelijk wordt om op de beschikbaarheid toe te zien en, in voorkomend geval, één of meerdere van de ondersteunende diensten aan een redelijke prijs in werking te stellen, inzonderheid wanneer de aan de netbeheeder ter beschikking gestelde regel- of reservevermogen onvoldoende is voor het behoud van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van de regelzone of wanneer de prijsaanbiedingen voor het geheel of een deel van deze diensten duidelijk onredelijk zijn, kan hij tijdelijk de volgende handelingen ondernemen : 1° aan de producenten en aan andere netgebruikers die door hem werden aangeduid, de terbeschikkingstelling aan kostprijs van één of meerdere van deze diensten in de regelzone aan kostprijs opleggen;2° in voorkomend geval, de hoeveelheid van één of meerdere van deze diensten die één of meerdere producenten moet leveren of ter beschikking stellen aan de netbeheerder op individuele basis bepalen en op basis van transparante technische criteria en deze aan de commissie meedelen.Indien de situatie in voorafgaand artikel aanhoudt, brengt de netbeheerder de commissie daarvan in kennis. § 2. Indien hij dit noodzakelijk acht, stelt de netbeheerder een verslag op betreffende de situatie bedoeld in § 1 en deelt deze mee aan de minister. De minister kan, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 21 van de wet van 29 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten : - prijs- en leveringsvoorwaarden van het geheel of een deel van deze diensten aan bepaalde categorieën van producenten in de regelzone opleggen en/of; - transparante en niet discriminerende regels vastleggen die aan de netgebruikers een permanente toegang tot deze diensten waarborgen om aan hun noden te voorzien.

Onderafdeling III Controle van de beschikbaarheid van deze reserves

Art. 235.De netbeheerder controleert de effectieve terbeschikkingstelling van het regel- en reservevermogen en de levering volgens modaliteiten die hij bepaalt en aan de commissie ter kennis geeft. Afdeling III. - Primaire regeling van de frequentie

Art. 236.§ 1. De netbeheerder bepaalt de technische specificaties betreffende de beschikbaarheid en de levering van het primaire reservevermogen voor de primaire regeling van de frequentie en geeft hiervan kennis aan de commissie. § 2. Voor het bepalen van die specificaties houdt hij onder meer rekening met de aanbevelingen en regels die de interoperabiliteit van de Europese netten regelen.

Art. 237.§ 1. De netbeheerder koopt het reservevermogen voor primaire regeling via een mededingingsprocedure en/of een aanbesteding. § 2. De leverancier van deze dienst waarborgt de automatische activering van het primair reservevermogen.

Art. 238.De modaliteiten met betrekking tot de beschikbaarheid en de levering van het primair reservevermogen bedoeld in artikel 237 worden door de netbeheerder bepaald en in één of meerdere contracten voor ondersteunende diensten gepreciseerd.

Art. 239.§ 1. In het geval dat het in artikel 245 bedoelde primair reservevermogen dat aan de netbeheerder ter beschikking gesteld wordt, niet voldoende is voor het behoud van de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net, zijn de op het net aangesloten producenten gehouden, op verzoek van de netbeheerder, het primair reservevermogen, aan kostprijs, ter beschikking te stellen aan de netbeheerder, met naleving van de technische specificaties bedoeld in artikel 244. § 2. In dit geval bepaalt de netbeheerder op individuele basis en op basis van technische en transparante criteria, de hoeveelheid die elke producent ter beschikking stelt en, in voorkomend geval, levert aan de netbeheerder.

Art. 240.Elke producent, overeenkomstig specificaties en modaliteiten van het contract voor ondersteunende diensten, verdeelt de primaire reserve waartoe hij zich verbonden heeft ter beschikking te stellen, over een voldoend aantal op het net aangesloten productie-eenheden teneinde de netbeheerder toe te laten de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net te waarborgen. Dit aantal productie-eenheden wordt op transparante en niet discriminerende wijze door de netbeheerder bepaald.

Art. 241.Het primair reservevermogen moet voor elke snelle of trage afwijking van frequentie ten opzichte van de instelfrequentie van het synchroon net kunnen geactiveerd worden.

Art. 242.§ 1. Voor een onmiddellijke frequentieafwijking wordt het primair reservevermogen, samengesteld door elk van de leveranciers van de primaire regeling van de frequentie, als volgt geactiveerd : 1° wanneer maximaal 50 %van het primaire reservevermogen aan het net dient geleverd te worden, moet deze levering binnen 15 seconden na het begin van de frequentiestoring uitgevoerd zijn;2° wanneer, tussen 50 % en 100 % van het primaire reservevermogen moet geleverd worden : a) moet 50 % van het primair reservevermogen binnen de 15 seconden na het begin van de frequentiestoring worden geleverd;en b) moet de rest binnen een tijd tussen de 15 en de 30 seconden na het begin van de frequentiestoring en evenredig met de resterende hoeveelheid geleverd worden.3° wanneer 100 % van het reservevermogen aan het net geleverd moet worden, moet deze levering binnen de 30 seconden na het begin van de frequentiestoring verwezenlijkt worden.4° het primair reservevermogen moet na zijn activering gedurende minstens 15 minuten in zijn geheel ononderbroken gehandhaafd kunnen worden. Afdeling IV. - Secundaire regeling voor het evenwicht van de regelzone

Art. 243.§ 1. De netbeheerder koopt het reservevermogen voor de secundaire regeling via een mededingingsprocedure en/of aanbesteding.

De netbeheerder bepaalt de technische specificaties betreffende de terbeschikkingstelling en de levering van dit vermogen. § 2. De leverancier van deze dienst activeert het secundaire reservevermogen op aanvraag van de netbeheerder.

Art. 244.§ 1. De netbeheerder bepaalt en publiceert, overeenkomstig artikel 26, de benodigde hoeveelheden alsmede de technische specificaties betreffende de beschikbaarheid en levering van actief vermogen aan het net voor de secundaire regeling, hierna het « secundair reservevermogen » genoemd. § 2. Om de in § 1 bedoelde specificaties te bepalen houdt de netbeheerder, indien hij dit noodzakelijk acht, onder meer rekening met de regels en aanbevelingen die de interoperabiliteit van de Europese verbindingsnetten regelen.

Art. 245.De modaliteiten met betrekking tot de beschikbaarheid en de levering van secundair reservevermogen, zoals bedoeld in artikel 244, worden door de netbeheerder bepaald en in één of meerdere contracten voor ondersteunende diensten gepreciseerd.

Art. 246.§ 1. In het geval dat het secundair reservevermogen, bedoeld in artikel 277 en ter beschikking gesteld aan de netbeheerder, niet volstaat om de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net te handhaven, zijn de producenten die op het net zijn aangesloten gehouden, op verzoek van de netbeheerder, het secundair reservevermogen aan deze laatste aan kostprijs ter beschikking te stellen en te leveren met naleving van de technische criteria bedoeld in artikel 244. § 2. De beheerder van het transmissienet bepaalt, op individuele basis en op basis van technische en transparante criteria, de hoeveelheid die elke producent ter beschikking stelt en, in voorkomend geval, levert aan de netbeheerder.

Art. 247.Het secundair reservevermogen moet door de leverancier van deze ondersteunende dienst op elk moment opgestart kunnen worden overeenkomstig de modaliteiten bedoeld in artikel 245. Afdeling V. - Compensatie van de kwartieronevenwichten

Art. 248.De compensatie van de kwartieronevenwichten is de dienst die de residuele onevenwichten op basis van kwartieren per toegangsverantwoordelijke compenseert, met name verschillen op basis van kwartieren tussen de injecties en de afnamen van de betrokken toegangsverantwoordelijke.

Art. 249.§ 1. De netbeheerder bepaalt de technische specificaties betreffende de beschikbaarheid en de levering van het vermogen voor de compensatie van kwartieronevenwichten en geeft deze ter kennis aan de commissie. § 2. De netbeheerder bepaalt en publiceert, in samenspraak met de commissie, de werkingsregels van de markt bestemd voor de compensatie van de kwartieronevenwichten. Hij verzekert de organisatie van deze markt en brengt deze in werking ten laatste op 1 november 2001.

Art. 250.Dit vermogen wordt ingevoerd teneinde onder meer : - de functie van de permanente regeling van het geïnjecteerde en van het afgenomen vermogen te ondersteunen; - de compensatie van kwartieronevenwichten te waarborgen die uit de verschillen van injecties en afnames door de toegangsverantwoordelijken voortkomen en; - in voorkomend geval, het defect van een productie-eenheid waarvan een toegangsverantwoordelijke de opvolging van de injectie waarborgt, te verhelpen.

Art. 251.§ 1. Alle producenten van de regelzone waarvan het nominale vermogen voor de toegang tot het net hoger of gelijk is aan 75 MW zijn gehouden tot de terbeschikkingstelling van hun beschikbare kwartiervermogen. Deze inschrijving voor dit reservevermogen gaat vergezeld met een prijsofferte. De producenten waarvan het nominale vermogen voor de toegang tot het net lager is dan 75 MW, alsook de producenten actief in een andere regelzone voor zover de operationele regels tussen de betrokken regelzones het toelaten, kunnen eveneens overeenkomstig door de netbeheerder bepaalde objectieve en transparante modaliteiten, hun beschikbaar kwartiervermogen ter beschikking stellen. De netbeheerder bepaalt de modaliteiten volgens dewelke de netgebruikers eveneens capaciteit tot productie van belastingsvermindering kunnen inschrijven voor de samenstelling van deze reservevermogen voor kwartieronevenwichten. § 2. De netbeheerder publiceert, ten minste elke dag, de prijzen voor de onevenwichten van de voorgaande dag. § 3. De netbeheerder coördineert de overhandiging van offertes betreffende het reservevermogen en bepaalt de technische leveringsvoorwaarden voor deze reserve alsook de activatiemodaliteiten. Hij geeft hierbij voorrang aan het reservevermogen dat op de laagste prijs werd voorgesteld. Afdeling VI. - Tertiaire reserve

Art. 252.§ 1. De netbeheerder sluit, op de markt door aanbesteding en+/of mededingingsprocedures, de tertiaire reserve af, bestemd om het behoud van het permanent evenwicht tussen vraag en aanbod op het net te waarborgen : 1° in het geval van een noodsituatie, en 2° in het geval waar hij dient tussen te komen om het herstel van het onevenwicht van een toegangsverantwoordelijke die niet over voldoende reserves beschikt, te verzekeren. § 2. Hij bepaalt op objectieve, transparante et niet discriminerende wijze de hoeveelheid van deze reserve.

Art. 253.§ 1. Elke toegangsverantwoordelijke deelt aan de netbeheerder de oorsprong, en de voornaamste karakteristieken en de hoeveelheid van tertiaire reservevermogen waarover hij beschikt of dat hij op de markt heeft afgesloten, mee om het gebrek aan zijn voorziening in de regelzone te verhelpen. § 2. In geval van gedeeltelijk of geheel gebrek van een productie-eenheid in de regelzone, licht de betrokken toegangsverantwoordelijke zonder verwijl de netbeheerder in, overeenkomstig de termijnen en procedures, bepaald bij dit besluit en wijst de maatregelen aan die hij genomen heeft om dit gebrek te verhelpen. § 3. Ten gevolge van deze maatregelen activeert de netbeheerder het nodige vermogen voor kwartieronevenwichten waarover hij beschikt. § 4. In geval van onvoldoende reservevermogen, kan de netbeheerder : - het tertiaire reservevermogen dat hij afgesloten heeft, activeren; - de gehele of gedeeltelijke geprogrammeerde uitvoering annuleren; - de middelen van beschikbare reserve bij andere netgebruikers activeren; - één of meerdere lasten die aan het net verbonden zijn onderbreken.

Art. 254.De terbeschikkingstelling van het derde reservevermogen door de netbeheerder maakt het voorwerp uit aan een tarief bepaald overeenkomstig artikel 12 van de wet van 29 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten. Afdeling VII. - Verbinding met buitenlandse regelzones

Art. 255.§ 1. De netbeheerder waakt over de afwijking tussen het daadwerkelijk uitgewisseld actief vermogen en het geprogrammeerd actief vermogen met de buitenlandse regelzones. § 2. Het met de buitenlandse regelzones geprogrammeerd actief vermogen wordt op basis van dagelijkse toegangsprogramma's bedoeld in Hoofdstuk XI van deze Titel bepaald. § 3. De netbeheerder identificeert het met de buitenlandse regelzones daadwerkelijk uitgewisseld actief vermogen, onder meer op basis van metingen van het actief vermogen op de verbindingen van de regelzone met de buitenlandse regelzones.

Art. 256.Teneinde de afwijkingen bedoeld in artikel 251, § 1 te beperken, wendt de netbeheerder de hulpmiddelen waarover hij beschikt aan overeenkomstig dit besluit. Afdeling VIII

Regeling van de spanning en van het reactief vermogen

Art. 257.§ 1. De netbeheerder bepaalt de specificaties inzake de beschikbaarheid en de levering van de regeling van de spanning en van het reactief vermogen. § 2. De beschikbaarheid en de levering van de regeling van de spanning en van het reactief vermogen bedoeld in artikel 281 worden aangekocht via een mededingingsprocedure en/of door aanbesteding. § 3. De modaliteiten met betrekking tot de beschikbaarheid en de levering van de regeling van de spanning en van het reactief vermogen bedoeld in artikel 281, worden door de netbeheerder, op transparante en niet discriminerende wijze, bepaald en in één of meerdere contracten voor ondersteunende diensten gepreciseerd. § 4. In het geval dat de regeling van de spanning en van het reactief vermogen dat aan de netbeheerder ter beschikking wordt gesteld, niet volstaat om de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net te handhaven, zijn de op het net aangesloten producenten gehouden, op verzoek van de netbeheerder, de regeling van de spanning en van het reactief vermogen aan deze laatste aan kostprijs ter beschikking te stellen en te leveren, met naleving van de technische criteria bedoeld in dit besluit. § 5. De netbeheerder bepaalt op individuele basis en op basis van technische en transparante criteria de hoeveelheid die elke producent ter beschikking stelt en, in voorkomend geval, aan de netbeheerder levert.

Art. 258.De producent die de regeling van de spanning en van het reactief vermogen levert, moet voor elke regelende eenheid die actief vermogen injecteert : 1° over een reactief vermogen binnen de grenzen voorzien in het hierboven vermelde contract beschikken;2° de vrije werking van de primaire spanningsregelaar binnen de hierboven voorziene grenzen niet belemmeren;en 3° zich naar de door de netbeheerder meegedeelde richtlijnen voor de productie van reactief vermogen schikken.

Art. 259.De producent die de regeling van de spanning en van het reactief vermogen levert, moet voor elke niet regelende eenheid die actief vermogen in het net injecteert, zich onverwijld naar de door de netbeheerder meegedeelde richtlijnen voor de productie van reactief vermogen schikken.

Art. 260.De richtlijnen bedoeld in artikel 259 komen overeen met de tussen de netbeheerder en de leverancier van deze ondersteunende dienst bepaalde niveaus. Afdeling IX. - Black-start

Art. 261.Men verstaat onder de heropbouw van een net of « black-start dienst », de dienst die de beschikbaarheid van de productiemiddelen waarborgt, geschikt om te starten en om actief vermogen te leveren zonder over energie te beschikken dat van een net komt, om zodoende het herstarten van het systeem na ineenstorting toe te laten.

Art. 262.Zonder afbreuk te doen aan de herstelcode, bepaalt de netbeheerder de technische vereisten en de middelen bestemd om het net na een spanningsinstorting herop te bouwen.

Art. 263.§ 1. De terbeschikkingstelling van middelen bestemd voor de heropbouw van het net worden op basis van een mededingingsprocedure en/of aanbesteding aangekocht. § 2. De modaliteiten met betrekking tot de terbeschikkingstelling van de middelen bestemd voor de heropbouw van het net worden door de netbeheerder bepaald en in één of meerdere contracten voor ondersteunende diensten gepreciseerd.

Art. 264.De contracten voor ondersteunende diensten bepalen de procedures met betrekking tot : 1° de controle van de beschikbaarheid en de geschiktheid van deze middelen bestemd voor de heropbouw van het net;en 2° de activering van deze middelen na een spanningsinstorting. Afdeling X. - Congestiebeheer

Art. 265.§ 1. Toeziende op het recht van voorrang aan de productie-installaties die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen of warmtekrachtkoppeling, neemt de netbeheerder de maatregelen waarover hij beschikt om op een veilige, betrouwbare en efficiënte wijze de elektriciteitsstromen op het net te beheren. § 2. Bij het voorbereiden van de exploitatie laten de maatregelen, bedoeld in § 1 onder meer, toe : 1° de inschakeling van de productie-eenheden overeenkomstig Hoofdstuk XIV te coördineren;2° de onderbreking van de afname door een netgebruiker te voorzien in geval deze deelneemt aan het congestiebeheer;3° een noodsituatie in te roepen overeenkomstig de onderafdeling V van Afdeling I van Hoofdstuk XV. § 3. Bij de exploitatie van het net door de netbeheerder, laten de

maatregelen bedoeld in § 1 onder meer toe : 1° de inschakeling van de productie-eenheden te coördineren overeenkomstig Afdeling I van Hoofdstuk XIV;2° indien noodzakelijk, de afname van een netgebruiker te onderbreken wanneer deze aan het congestiebeheer deelneemt;3° een noodsituatie in te roepen overeenkomstig onderafdeling V van Afdeling I van Hoofdstuk XV.

Art. 266.§ 1. De modaliteiten voor de onderbreking van de afname

voorzien in artikel 265 worden overeengekomen tussen de netbeheerder en : 1° de netgebruiker in het aansluitingscontract;of 2° de toegangsverantwoordelijke in het toegangscontract. § 2. In het in § 1, 2° voorziene geval, levert de toegangsverantwoordelijke het bewijs aan de netbeheerder dat hij deze vermogensonderbreking op het injectie en/of afnamepunt kan mobiliseren. De netbeheerder beoordeelt de geldigheid van deze mobilisatie op transparante en niet discriminerende basis. HOOFDSTUK XIV Coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden Afdeling I. - Basisbeginselen

Art. 267.§ 1. De netbeheerder en de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie, bepalen, na raadpleging van de commissie in het contract voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden, onder meer de modaliteiten betreffende deze coördinatie overeenkomstig dit besluit. Het voorstel van het contract voor de coördinatie van de inschakeling van productie-eenheden wordt door de netbeheerder aan de commissie voor goedkeuring onderworpen. § 2. Het contract voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden voorziet onder meer de volgende procedures : 1° het opstellen van de kalender voor « de indienstname en het buiten gebruik stellen van productie-eenheden » bedoeld in Afdeling II van dit Hoofdstuk;2° het opstellen van het « revisieplan » bedoeld in Afdeling II van dit Hoofdstuk;3° het opstellen van het programma voor het « ter beschikking stellen van productie-eenheden » bedoeld in afdeling IV van dit Hoofdstuk;4° het opstellen van het « productieplan van de productie-eenheden » bedoeld in Afdeling V van dit Hoofdstuk;5° het neerleggen en het aanpassen van de « dagelijkse toegangsprogramma's » bedoeld in Afdeling VI van dit Hoofdstuk. Afdeling II. - Specifieke bepalingen voor

warmtekrachtkoppelingseenheden en hernieuwbare energie

Art. 268.§ 1. Bij de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden geeft de netbeheerder overeenkomstig artikel 7, 1° en artikel 11, 3° van de wet van 29 april 1999, voorrang aan de productie-installaties die hernieuwbare energiebronnen gebruiken of warmtekrachtkoppeling rekening houdend met de veiligheid van de bevoorrading. § 2. Te dien einde en in de mate van het mogelijke rekening houdend met de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net, doet de netbeheerder beroep op de productie-eenheden bedoeld in § 1 op verzoek van de toegangsverantwoordelijken belast met de injectie van deze productie-eenheden. § 3. De inschakeling van de productie-eenheden bedoeld in § 2 maakt het voorwerp uit van een tarief dat beantwoordt aan de voorwaarden van artikel 12 van de wet van 29 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten. Afdeling III. - Kalender voor de « indienstname en de sluiting van

productie-eenheden » Onderafdeling I. - Kennisgeving van de kalender

Art. 269.De toegangsverantwoordelijke belast met de injectie geeft jaarlijks aan de netbeheerder kennis van de kalender voor de « indienstname en sluiting van productie-eenheden » voor de productie-eenheden waarvoor hij belast is met de injectie.

Art. 270.De datum van kennisgeving van de kalender bedoeld in artikel 269 en de volledige en exclusieve beschrijving van de voornoemde kalender en de uitvoeringsperiode worden door de netbeheerder, op transparante en niet discriminerende wijze, in het contract voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden bepaald.

Onderafdeling II. - Wijziging van de kalender

Art. 271.Na raadpleging van de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie, heeft de netbeheerder het recht om de kalender bedoeld in deze Afdeling tijdens de uitvoeringsperiode van de kalender te wijzigen.

Art. 272.§ 1. De toegangsverantwoordelijke belast met de injectie kan tijdens de uitvoeringsperiode van de kalender aan de netbeheerder vragen om de kalender te wijzigen. § 2. In het geval bedoeld in § 1, kan de netbeheerder ofwel de kalender binnen een redelijke termijn wijzigen ofwel de wijziging, mits motivering, weigeren.

Art. 273.De toegangsverantwoordelijke belast met de injectie draagt alle kosten die door de netbeheerder ten gevolge van een wijziging aan de kalender opgelopen zijn.

Art. 274.§ 1. De netbeheerder heeft het recht om, indien noodzakelijk onder meer voor de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net, de ter kennis gebrachte kalender te weigeren. § 2. De netbeheerder geeft de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie kennis van zijn weigering, mits motivering.

Onderafdeling III. - Behoud van de plichten

Art. 275.Niettegenstaande de wijziging en/of de weigering door de netbeheerder van een deel of het geheel van de kalender, blijft de toegangsverantwoordelijke die belast is met de injectie gehouden aan zijn plichten voorzien door en/of krachtens dit besluit ten opzichte van de netbeheerder en elke andere persoon. Afdeling IV. - Revisieplan

Onderafdeling I. - Kennisgeving van het revisieplan

Art. 276.De toegangsverantwoordelijke belast met de injectie geeft de netbeheerder jaarlijks kennis van een « revisieplan » voor de productie-eenheden waarvoor hij met de injectie belast is.

Art. 277.De datum van kennisgeving van het plan bedoeld in artikel 276, de volledige en exclusieve beschrijving van zijn inhoud en de uitvoeringsperiode worden door de netbeheerder, op transparante en niet discriminerende wijze, in het contract voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden bepaald.

Onderafdeling II. - Uitvoering van het revisieplan

Art. 278.Het aldus ter kennis gebrachte revisieplan mag de netbeheerder niet in een gehele of gedeeltelijke, tijdelijke of blijvende onmogelijkheid stellen om de in dit besluit bepaalde doeleinden te waarborgen, onder meer rekening houdend met de door de netbeheerder op het net geplande en reeds voorziene tussenkomsten.

Onderafdeling III. - Wijzigingen van het revisieplan

Art. 279.§ 1. De toegangsverantwoordelijke belast met de afnamekan tijdens de periode van uitvoering van het revisieplan aan de netbeheerder vragen om het revisieplan te wijzigen. § 2. In het geval bedoeld in § 1 heeft de netbeheerder het recht om, ofwel het plan binnen een redelijke termijn te wijzigen ofwel de wijziging, mits motivering, te weigeren.

Art. 280.De toegangsverantwoordelijke belast met de injectie is gehouden alle kosten, opgelopen door de netbeheerder ten gevolge van de wijziging aan het plan te dragen.

Onderafdeling IV. - Behoud van plichten

Art. 281.Niettegenstaande de wijziging en/of weigering door de netbeheerder van het geheel of gedeelte van het ter kennis gebrachte plan, blijft de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie, gehouden aan zijn plichten voorzien door en/of krachtens dit besluit ten opzichte van de netbeheerder en elke andere persoon. Afdeling V. - Programma voor het ter beschikking stellen van

productie-eenheden Onderafdeling I. - Kennisgeving van het programma voor het ter beschikking stellen van productie-eenheden

Art. 282.De toegangsverantwoordelijke belast met de injectie geeft elke week kennis aan de netbeheerder van een programma genoemd « programma voor het ter beschikking stellen van productie-eenheden », voor de productie-eenheden waarvoor hij belast is met de injectie.

Art. 283.De datum van kennisgeving van het programma bedoeld in vorig artikel 282, de volledige en exclusieve beschrijving van zijn inhoud en zijn uitvoeringsperiode worden door de netbeheerder, op transparante en niet discriminerende wijze, bepaald in het contract voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden.

Onderafdeling II. - Wijziging van het programma voor het ter beschikking stellen van productie-eenheden

Art. 284.§ 1. Na raadpleging van de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie, kan de netbeheerder het programma bedoeld in artikel 282 wijzigen. In dat geval en op verzoek van de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie, motiveert de netbeheerder deze wijziging. § 2. De wijziging bedoeld in § 1 kan onder meer slaan op een terbeschikkingstelling van één of meerdere productie-eenheden die als dusdanig niet in het programma bedoeld in artikel 282, ter kennis wordt gegeven en die niet in herziening zijn.

Art. 285.§ 1. De netbeheerder heeft het recht om, wanneer hij dat onder meer voor de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net nodig acht, het ter beschikking stellen van één of meerdere productie-eenheden te weigeren, die als beschikbaar waren aangegeven. § 2. De netbeheerder geeft kennis van zijn weigering aan de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie en motiveert zijn weigering.

Onderafdeling III. - Behoud van plichten

Art. 286.Niettegenstaande de wijziging en/of weigering door de netbeheerder, geheel of gedeeltelijk, van het ter kennis gebrachte programma, blijft de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie gehouden aan zijn plichten voorzien door en/of krachtens dit besluit ten opzichte van de netbeheerder en elke andere persoon. Afdeling VI. - Productieplan van de productie-eenheden

Onderafdeling I. - Kennisgeving van het productieplan van de productie-eenheden

Art. 287.De toegangsverantwoordelijke belast met de injectie geeft elke week aan de netbeheerder kennis van een plan, « productieplan van de productie-eenheden » genaamd, voor de productie-eenheden waarvoor hij belast is met de injectie.

Art. 288.De datum van kennisgeving van het plan bedoeld in artikel 287, de volledige en exclusieve beschrijving van zijn inhoud en zijn uitvoeringsperiode worden door de netbeheerder, op transparante en niet discriminerende wijze, bepaald in het contract voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden.

Onderafdeling II. - Wijziging van het productieplan van de productie-eenheden

Art. 289.§ 1. Na raadpleging van de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie heeft de netbeheerder het recht om het plan bedoeld in artikel 287 te wijzigen. In dat geval en op verzoek van de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie, motiveert de netbeheerder deze wijziging. § 2. De wijziging bedoeld in § 1 kan onder meer invloed hebben op de verplichting van injectie in het net vanuit één of meerdere productie-eenheden die geen deel uitmaken van het programma bedoeld in artikel 287 en die niet in herziening zijn.

Art. 290.§ 1. De netbeheerder heeft het recht om, wanneer hij dat, noodzakelijk acht onder meer voor de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net, de injectie van de gehele of gedeeltelijke productie van één of meerdere productie-eenheden die van hoger vermeld plan deel uitmaakten, te weigeren. § 2. De netbeheerder geeft kennis van zijn weigering aan de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie en motiveert zijn weigering.

Onderafdeling III. - Behoud van plichten

Art. 291.Niettegenstaande de wijziging en/of weigering door de netbeheerder, geheel of gedeeltelijk, van het ter kennis gebracht programma, blijft de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie, gehouden aan zijn plichten voorzien door en/of krachtens dit besluit ten opzichte van de netbeheerder en elke andere persoon. Afdeling VII. - Neerlegging van het dagelijks toegangsprogramma en van

het dagelijks coördinatieprogramma Onderafdeling I. - Neerlegging van de programma's

Art. 292.De toegangsverantwoordelijke belast met de injectie dient bij de netbeheerder het dagelijks toegangsprogramma en het dagelijks coördinatieprogramma in, voor de productie-eenheden waarvoor hij belast is met de injectie.

Onderafdeling II. - Aanpassing van het dagelijks toegangsprogramma

Art. 293.§ 1. De netbeheerder heeft het recht om de dagelijkse toegangsprogramma's aan te passen op basis van de beschikbare aanpassingen, opgesomd in het dagelijks coördinatieprogramma voorzien in Hoofdstuk XII van deze Titel. § 2. De toegangsverantwoordelijke is door de netbeheerder gehouden de aangevraagde aanpassingen uit te voeren overeenkomstig § 1 en overeenkomstig het contract voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden. § 3. De aanpassingen bedoeld in § 2 maken het voorwerp uit van een afrekening tussen de betrokken toegangsverantwoordelijke en de netbeheerder op basis van een mededingingsprocedure en/of een aanbesteding.

Art. 294.In het geval dat de beschikbare aanpassingen op de productie-eenheden bedoeld in artikel 228, niet voldoende zijn om de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net te handhaven, zijn de door de netbeheerder op objectieve, transparante en niet discrimenerende wijze aangeduide producenten gehouden de door hem bepaalde aanpassingen tegen redelijke en aan kostprijs ter beschikking te stellen aan de netbeheerder.

Onderafdeling III Behoud van plichten

Art. 295.Niettegenstaande de aanpassing door de netbeheerder van een geheel of gedeelte van de dagelijkse programma's bedoeld in artikel 292, blijft de toegangsverantwoordelijke, belast met de injectie, gehouden aan zijn plichten voorzien door en/of krachtens dit besluit ten opzichte van de netbeheerder.

Onderafdeling VIII Controle

Art. 296.§ 1. De netbeheerder controleert of de vermogens die door de toegangsverantwoordelijke ter kennis gegeven werden groter of gelijk zijn aan de afnamen op kwartierbasis met betrekking tot deze toegangsverantwoordelijke voor wat betreft : 1° de kalender voor de indienstname en sluiting van productie-eenheden;2° het revisieplan;3° het programma voor het ter beschikking stellen van productie-eenheden;en 4° het productieplan. § 2. De netbeheerder voert de controle van de in § 1 bedoelde vermogens uit, hierbij onder meer rekening houdend met de toewijzing bedoeld in artikel 194. HOOFDSTUK XV. - Exploitatie van het net Afdeling I. - Algemene beginselen

Onderafdeling I. - Inzet van middelen

Art. 297.De netbeheerder zet alle middelen in waarover hij beschikt om de elektriciteitsstromen op het net op een veilige, betrouwbare en efficiënte wijze te beheren, overeenkomstig de algemene voorwaarden van de Titel I van dit besluit.

Onderafdeling II. - Tussenkomsten handelingen van de netgebruiker

Art. 298.§ 1. De tussenkomsten en de handelingen van de netgebruiker die de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net beïnvloeden, kunnen enkel uitgevoerd worden mits het voorafgaandelijk akkoord van de netbeheerder. § 2. In geval de netbeheerder weigert zijn akkoord te geven, geeft hij kennis van zijn gemotiveerde weigering aan de netgebruiker.

Onderafdeling III. - Gegevensuitwisseling

Art. 299.Een uitwisseling in reële tijd van gegevens met betrekking tot de standen van de schakelaars en de metingen van het actief en het reactief vermogen heeft continu plaats tussen de netbeheerder en de netgebruiker volgens de in het aansluitingscontract bepaalde modaliteiten.

Onderafdeling IV. - Abnormale werking

Art. 300.De netgebruiker deelt aan de netbeheerder onverwijld alle informatie mee betreffende de abnormale werking van zijn installaties die onmiddellijk of op termijn de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net kan beïnvloeden. Hij verstrekt onverwijld iedere door de netbeheerder gevraagde bijkomende informatie.

Art. 301.De netbeheerder deelt onverwijld en onder voorbehoud van vertrouwelijkheid overeenkomstig Titel I, aan de betrokken netgebruikers de relevante informatie mee waarover hij beschikt met betrekking tot een abnormale werking van het net rekening houdend met de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net.

Art. 302.§ 1. De door de netbeheerder genomen maatregelen, die noodzakelijk zijn om de uitbreiding van een storing, om een abnormale werking of om een kritische situatie met betrekking tot de installaties van de netgebruiker te vermijden, hebben de voorkeur. § 2. Niettegenstaande de uitvoering van de in § 1 bedoelde maatregelen, blijft de netgebruiker gehouden zijn rechten en plichten voorzien door dit besluit en/of krachtens de contracten met de netbeheerder afgesloten, na te leven.

Onderafdeling V. - Interventiemaatregelen in geval van een noodsituatie

Art. 303.§ 1. In geval van een noodsituatie zoals bepaald in artikel 19 van dit besluit, ongeacht of deze door de netbeheerder zelf, een netgebruiker, een toegangsverantwoordelijke, een andere netbeheerder of elke andere betrokken persoon wordt ingeroepen, beoordeelt de netbeheerder deze situatie en kan hij, alle nodige handelingen ondernemen rekening houdend met dit besluit, en in het bijzonder: 1° de levering van actief vermogen van de productie-eenheden wijzigen;2° de levering van reactief vermogen van de productie-eenheden wijzigen;3° afnamen wijzigen;4° de verbindingen met andere netten in de regelzone onderbreken;5° de verbindingen met buitenlandse netten onderbreken;6° indien hij het nodig acht, de reddingscode in werking stellen overeenkomstig Afdeling I van Hoofdstuk XVI.

Art. 304.§ 1. De maatregelen genomen krachtens artikel 303 : 1° zijn tijdelijk ;2° zijn prioritair en kunnen door de netbeheerder op elk moment en zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden zolang de noodsituatie aanhoudt;3° worden zonder verwijl ter kennis gebracht van de commissie en maken het voorwerp uit van een specifiek verslag van de netbeheerder dat aan de commissie en de Minister wordt meegedeeld. Afdeling II

Richtlijnen voor de exploitatie van productie-eenheden

Art. 305.§ 1. De toegangsverantwoordelijke belast met de injectie is verplicht beroep te doen op productie-eenheden overeenkomstig dit besluit. § 2. Hij deelt onverwijld aan de netbeheerder alle informatie mee die de procedures voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden kan beïnvloeden.

Art. 306.Iedere toegangsverantwoordelijke belast met de injectie maakt aan de productie-eenheden waarvoor hij belast is met de injectie, de richtlijnen over. Hij geeft er gelijktijdig een kopij van aan de netbeheerder.

Art. 307.§ 1. Indien de netbeheerder oordeelt dat alle of een gedeelte van de richtlijnen bedoeld in het artikel 306 de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net in het gedrang kunnen brengen, deelt hij aan de toegangsverantwoordelijke belast met de injectie de wijzigingen van de richtlijnen mee die deze laatste onverwijld door de betrokken productie-eenheden moet laten toepassen, overeenkomstig het contract voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden. § 2. De toepassing van § 1 ontslaat de netgebruikers niet van hun plichten voorzien in dit besluit en/of krachtens de met de netbeheerder afgesloten contracten. § 3. De toegangsverantwoordelijke belast met de injectie is gehouden de kosten, opgelopen door de netbeheerder, te dragen in het geval deze richtlijnen afwijken van het dagelijkse toegangsprogramma van deze toegangsverantwoordelijke. Afdeling III. - Reserve

Art. 308.De toegangsverantwoordelijke belast met de injectie brengt de netbeheerder binnen de drie minuten na het uitvallen van de productie-eenheid waarvoor hij belast is met de injectie, op de hoogte van het niet-geprogrammeerd, individueel, volledig of gedeeltelijk uitvallen van deze productie-eenheid waarbij hij de reden en zijn beste vooruitzichten over de duur van de uitval meedeelt.

Art. 309.De reserve beschikbaar door een toegang op één of meerdere verbindingen met de buitenlandse netten wordt volgens de procedure voorzien in het toegangscontract opgestart. Afdeling VI

Regeling van de spanning en van het reactief vermogen

Art. 310.§ 1. De netbeheerder deelt aan de betrokken productie-eenheden de richtlijnen mee bestemd voor de regeling van de spanning en van het te injecteren of af te nemen reactief vermogen voor de regelende en niet regelende eenheden. § 2. De technische middelen aangewend voor de mededeling bedoeld in § 1 worden door de netbeheerder in het contract voor ondersteunende diensten bepaald.

Art. 311.Deze richtlijnen kunnen niet worden gewijzigd zonder voorafgaandelijk akkoord van de netbeheerder. HOOFDSTUK XVI. - Reddings- en heropbouwcodes Afdeling I. - Reddingscode

Art. 312.§ 1. De netbeheerder stelt de reddingscode op die, in voorkomend geval, in het aansluitingscontract, het toegangscontract, het contract voor ondersteunende diensten of het contract voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden wordt opgenomen. Hij deelt de reddingscode aan de commissie mee. § 2. De reddingscode bepaalt onder meer de operationele procedures die toepasselijk zijn voor de toegangsverantwoordelijken, de netgebruikers en de andere netbeheerders in het geval bedoeld in artikel 303 en dit met het oog op, het waarborgen in de mate van het mogelijke, van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net. § 3. De reddingscode stelt onder meer dat op het eerste verzoek van de netbeheerder, alle beschikbare productie-eenheden op elk moment door de toegangsverantwoordelijke moeten geactiveerd kunnen worden teneinde : 1° de levering van reactief vermogen te wijzigen;2° de levering van actief vermogen te wijzigen. § 4. Indien, op basis van informatie waarover hij beschikt, de bepalingen voorzien in de § 3 de netbeheerder niet toelaten om de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net te behouden, beslist deze over de toe te passen beleidslijn en heeft deze het recht om onder meer : 1° de afnamen geheel of gedeeltelijk te onderbreken;2° de verbindingen met buitenlandse netten te onderbreken;3° de verbindingen met andere netten van de regelzone te onderbreken;4° in voorkomend geval, de onverwijlde toepassing van artikel 32 van de wet van 29 april 1999 te eisen. § 5. De beslissingen van de netbeheerder genomen in uitvoering van § 4 binden alle betrokken partijen.

Art. 313.De reddingscode kan op elk moment door de netbeheerder worden gewijzigd. De aldus aangebrachte wijzigingen hebben slechts uitwerking op het ogenblik van de kennisgeving van deze wijzigingen door de netbeheerder aan de partijen met wie hij een contract heeft afgesloten, zoals bedoeld in artikel 312, § 1. Afdeling II. - Heropbouwcode

Art. 314.§ 1. De netbeheerder stelt de heropbouwcode op, na raadpleging met de commissie, die, in voorkomend geval, in de contracten bedoeld in artikel 312, § 1 opgenomen wordt. De heropbouwcode wordt aan de commissie meegedeeld. § 2. De heropbouwcode legt onder meer de operationele procedures vast die toepasselijk zijn op de toegangsverantwoordelijken, op de netgebruikers en op de andere netbeheerders, wanneer het geheel of een deel van het elektrisch systeem heropgebouwd moet worden. § 3. De heropbouwcode stelt onder meer dat, op het eerste verzoek van de netbeheerder, alle beschikbare productie-eenheden op elk moment door de toegangsverantwoordelijke opgestart moeten kunnen worden teneinde : 1° een toevoer van reactief vermogen te leveren;2° een toevoer van actief vermogen te leveren. § 4. Op basis van informatie waarover hij beschikt, heeft de netbeheerder het recht om op elk moment geheel of gedeeltelijk één of meerdere afnamen te herstellen en/of te onderbreken met het oog op het zo snel mogelijk heropbouwen van de integriteit van het elektrisch systeem die de bepalingen voorzien in artikel 312 niet toelaten te redden en, in voorkomend geval, zonder uitstel de toepassing van artikel 32 van de wet van 29 april 1999 te vragen.

Art. 315.De heropbouwcode kan op elk moment door de netbeheerder worden gewijzigd. De aldus aangebrachte wijzigingen hebben slechts invloed op het ogenblik van de kennisgeving van deze wijzigingen door de netbeheerder aan de partijen met wie hij een contract heeft afgesloten zoals bedoeld in artikel 312, § 1. Afdeling III. - Simulatie en periodieke test

Art. 316.De netbeheerder heeft het recht om, in overleg met alle betrokken partijen en op kosten van de netbeheerder door simulatie en testprocedures, de efficiëntie te controleren van : 1° de procedures vervat in de reddingscode;en 2° de procedures vervat in de heropbouwcode. HOOFDSTUK XVII. - Warmtekrachtkoppelingseenheden en productie-installaties die hernieuwbare energiebronnen gebruiken

Art. 317.§ 1. In afwijking van de bepalingen van het artikel 157, genieten de productie-eenheden die hernieuwbare energiebronnen en warmtekrachtkoppelingseenheden gebruiken, teneinde bij te dragen aan hun bevordering, van een tolerantiemarge met betrekking tot het evenwicht, geplaatst tussen het maximum en minimum niveau, dat afhangt van : 1° het soort van productie-eenheid;en 2° de injectie van actief vermogen in het net;en 3° van Pnom van de productie-eenheid en van de plaats. § 2. Voor het overige gedraagt de toegangsverantwoordelijke zich conform aan de bepalingen voorzien in dit besluit en/of in gesloten contracten die op deze van toepassing zijn en, in voorkomend geval, met elke richtlijn van de netbeheerder, die in gezamenlijk overleg met de betrokken netgebruikers wordt bepaald.

Art. 318.Elke compensatie van een eventueel onevenwicht buiten het kader van de tolerantiemarge bedoeld in artikel 317, op schaal van kwartieren, is voor rekening van de betrokken toegangsverantwoordelijke, op basis van een tarief dat aan de voorwaarden in artikel 12 van de wet van 29 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten beantwoordt. § 2. De tolerantiemarge is volgens de voorziene procedure vastgelegd bij artikel 12, § 1 van de wet van 29 april 1999.

Art. 319.De netbeheerder geeft, overeenkomstig artikel 11, 3° van de wet van 29 april 1999, voorrang aan productie-installaties die hernieuwbare energiebronnen en warmtekrachtkoppelingseenheden gebruiken, rekening houdend met zekerheid van bevoorrading.

TITEL V. - Tellingen en metingen HOOFDSTUK I. - Meetuitrustingen Afdeling I. - Algemene beginselen

Art. 320.§ 1. De meetuitrustingen bedoeld in deze Titels zijn de uitrustingen waarop de netbeheerder een controle dient uit te oefenen teneinde de exploitatie van het transmissienet te verzekeren, alsook de facturatie in het kader van zijn taken. § 2. De meetuitrustingen moeten conform zijn met de technische criteria, met de regels die betrekking hebben op de inwerkingstelling, het gebruik, het doorgeven van meetgegevens en met de toegang tot installaties, voorzien in deze Titel. § 3. Het aansluitingscontract regelt de manier waarop de telling wordt uitgevoerd.

Art. 321.De netgebruiker dient, overeenkomstig de wet van 29 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten, de gepresteerde diensten te betalen, inbegrepen de toebehoren en algemene kosten, gepresteerd overeenkomstig de bepalingen van deze Titel en de contracten afgesloten krachtens dit besluit.

Art. 322.§ 1. De contracten, afgesloten overeenkomstig dit besluit bepalen, ondermeer, de regels betreffende de meetuitrustingen, zoals de technische conformiteitscriteria en de regels betreffende de indienstname en het gebruik van de meetuitrustingen, de transmissie en de terbeschikkingstelling van de meetgegevens, de toegang tot de installaties en de betalingsmodaliteiten. Afdeling II. - Lokalisatie

Art. 323.De netbeheerder bepaalt in het aansluitingscontract de lokalisatie van de meetuitrustingen die worden geïnstalleerd onder meer : 1° op elke aansluiting, koppeling of productie-eenheid zodra een meetuitrusting nodig is om de hoeveelheid geïnjecteerde en/of afgenomen actieve en/of reactieve energie op de betreffende installatie te bepalen ten opzichte van het net en/of elke andere aansluiting of koppeling;2° op de aansluiting of installatie van een netgebruiker zodra deze installatie een ondersteunende dienst aan het net levert;3° op elke aansluiting of installatie van een netgebruiker zodra de netbeheerder van mening is dat deze installatie of de wijze van exploitatie ervan de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net kan verstoren. Afdeling III. - Meetpunt

Art. 324.De meetuitrustingen worden op de installatie van de aansluiting of de installatie van een netgebruiker aangesloten op een punt, « meetpunt » genoemd in deze Titel.

Art. 325.Tellingen en metingen betreffende een aansluiting worden uitgevoerd op het meetpunt bepaald door deze Afdeling.

Art. 326.§ 1. Voor de tellingen bedoeld in artikel 323, 1°, valt het meetpunt samen met het aansluitingspunt, behoudens andersluidende bepaling in het aansluitingscontract. § 2. Wanneer het in het aansluitingscontract bepaalde aansluitingspunt niet toelaat om de tellingen bedoeld in artikel 323, 1° overeenkomstig dit besluit uit te voeren, bepaalt de netbeheerder met de netgebruiker een ander meetpunt.

Art. 327.§ 1. De netbeheerder en de netgebruiker bepalen het meetpunt voor de metingen bedoeld in de artikelen 323, 2° en 323, 3°. § 2. Bij ontstentenis van akkoord bepaalt de netbeheerder het meetpunt. Afdeling IV. - Eigendom

Art. 328.Wanneer de netbeheerder geen eigenaar van de meetuitrustingen is, is de netgebruiker gehouden alle bepalingen van dit besluit en van de contracten afgesloten op grond van dit besluit in verband met de meetuitrustingen na te leven of te laten naleven. De netgebruiker waarborgt aan de netbeheerder op elk ogenblik de toegang tot de meetuitrustingen en tot de meetgegevens. Afdeling V. - Installatie

Art. 329.De installatie van de meetuitrustingen wordt verwezenlijkt overeenkomstig dit besluit en de contracten afgesloten krachtens dit besluit.

Art. 330.De netbeheerder en de netgebruiker bepalen de verantwoordelijke voor de installatie van de meetuitrustingen. Afdeling VI. - Verzegeling

Art. 331.§ 1. De netbeheerder bepaalt de meetuitrustingen die verzegeld moeten worden en voert de plaatsing van de verzegeling uit of laat die uitvoeren. § 2. De verzegeling bedoeld in § 1 mag niet verbroken worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming van de netbeheerder. Afdeling VII. - Registratie van de meetuitrustingen in het register

der tellingen

Art. 332.§ 1. De netbeheerder schrijft deze meetuitrustingen en hun technische karakteristieken in het « register der tellingen » in, wanneer de meetuitrustingen, gebruikt voor de metingen bedoeld in dit Hoofdstuk, conform zijn met dit besluit. § 2. Deze inschrijving bevestigt, tot bewijs van het tegendeel, de conformiteit van de meetuitrustingen met dit besluit op het ogenblik van de inschrijving. § 3. De netbeheerder verwijdert uit het register de meetuitrustingen die niet meer conform zijn met dit besluit. HOOFDSTUK II. - Technische criteria en algemene voorwaarden met betrekking tot de meetuitrustingen Afdeling I. - Technische criteria

Art. 333.§ 1. De netbeheerder bepaalt de technische criteria waaraan de meetuitrustingen conform dienen te zijn onder meer : 1° de toepasselijke normen;2° de te meten grootheden en de gebruikte eenheden;3° de periodiciteit van de metingen;4° de nauwkeurigheid van de metingen;5° in voorkomend geval, de ontdubbeling van de meetuitrustingen. § 2. De criteria worden in het aansluitingscontract of, in voorkomend geval, in het contract voor ondersteunende diensten gepreciseerd.

Art. 334.De meetuitrustingen moeten beantwoorden aan de IEC-normen.

Deze normen omvatten onder meer : 1° EN-IEC 60687 en EN-IEC 61036 (statische tellers van actieve energie voor wisselstroom);2° EN-IEC 61268 (statische tellers van reactieve energie voor wisselstroom);3° EN-IEC 60044-1 (meettransformatoren;Hoofdstuk 1 : stroomtransformatoren); 4° EN-IEC 60044-2 (meettransformatoren;Hoofdstuk 2 : inductieve spanningstransformatoren). Afdeling II. - Algemene procedures

Art. 335.De netbeheerder bepaalt op objectieve, transparante en niet discriminerende wijze, de procedures met betrekking tot de meetuitrustingen die de netbeheerder en de netgebruiker in gebruik nemen en brengt deze onverwijld aan de commissie ter kennis. HOOFDSTUK III. - Toegang tot de meetuitrustingen en de meetgegevens Afdeling I. - Toegang tot de meetuitrustingen

en meetgegevens

Art. 336.§ 1. Elke persoon, inbegrepen de netgebruiker, die de installaties waar zich de meetuitrustingen bevinden, betreedt, is onder meer verantwoordelijk voor de naleving van de vertrouwelijkheid van de meetgegevens waartoe deze netgebruiker of deze andere personen toegang kunnen hebben. § 2. De toegang tot de meetinstrumenten mag niet tot gevolg hebben dat de veiligheid van het net verstoord wordt, noch dat schade aan personen of goederen wordt toegebracht. Afdeling II. - Toegang tot de meetuitrustingen en meetgegevens door de

netbeheerder

Art. 337.De netgebruiker waarborgt dat de netbeheerder op elk ogenblik toegang heeft tot de meetuitrustingen, die zich in de installaties van een netgebruiker bevinden.

Art. 338.Overeenkomstig de bepalingen van Afdeling VI van Hoofdstuk II van Titel I, respecteert de netbeheerder bij het betreden van de meetuitrustingen die zich bevinden in de installaties van de netgebruiker, de voorschriften aangaande de veiligheid van personen en goederen, die door de betrokken netgebruiker worden toegepast. HOOFDSTUK IV. - Controle van de meetuitrustingen door de netbeheerder Afdeling I. - Nakijken van de conformiteit van de meetuitrustingen

Art. 339.De netbeheerder heeft het recht om de meetuitrustingen te controleren of te laten controleren op hun conformiteit met dit besluit en met de contracten afgesloten krachtens dit besluit.

Art. 340.Wanneer de controles, bedoeld in artikel 339, aantonen dat meetuitrustingen waarvan de netbeheerder geen eigenaar is, niet conform zijn met dit besluit of met de contracten afgesloten krachtens dit besluit, brengt of laat de netgebruiker deze meetuitrustingen in conformiteit brengen uiterlijk binnen de dertig dagen na de kennisgeving ervan door de netbeheerder. Afdeling II. - Controle van meetuitrustingen

Art. 341.§ 1. Iedere betrokken persoon die met gemotiveerde reden meent dat een significante fout een meetgegeven die door de netbeheerder overeenkomstig artikel 363 werd gecommuniceerd ongunstig heeft beïnvloed, brengt dit zonder verwijl aan de netbeheerder ter kennis. § 2. De persoon, bedoeld in § 1, vraagt, in voorkomend geval, schriftelijk aan de netbeheerder dat controles op de betrokken meetuitrustingen worden uitgevoerd en verbindt zich ertoe het geheel van de kosten, die daarop betrekking hebben, op zich te nemen niettegenstaande het artikel 346.

Art. 342.§ 1. De persoon, bedoeld in artikel 341, § 2 en de netbeheerder bepalen in onderling akkoord welke controles uitgevoerd moeten worden en welke meetuitrustingen moeten worden gecontroleerd. § 2. Bij gebrek aan akkoord bepaalt, in voorkomend geval, de netbeheerder de vereiste controles. § 3. Wanneer de netbeheerder geen eigenaar is van de betrokken meetuitrustingen, brengt hij de aanvraag tot controle ervan aan de betrokken netgebruiker ter kennis.

Art. 343.§ 1. Wanneer de netbeheerder geen eigenaar van de betrokken meetuitrustingen is, voert de netgebruiker de controles bedoeld in deze Afdeling uit of laat hij ze uitvoeren uiterlijk tien werkdagen na kennisgeving door de netbeheerder van de aanvraag tot controle, zoals bedoeld in het artikel 342. § 2. De netbeheerder heeft het recht de controles uitgevoerd door de netgebruiker bedoeld in § 1 bij te wonen en/of eraan deel te nemen. § 3. De netgebruiker bedoeld in § 1, brengt het resultaat van de controles bedoeld in deze Afdeling uiterlijk tien werkdagen volgend op de controles aan de netbeheerder ter kennis.

Art. 344.Wanneer de netbeheerder eigenaar van de betrokken meetuitrustingen is, voert de netbeheerder de controles bedoeld in deze Afdeling uit of laat hij ze uitvoeren binnen de tien werkdagen volgend op het akkoord of op de beslissing van de netbeheerder bedoeld in artikel 342.

Art. 345.De netbeheerder bezorgt binnen de tien werkdagen volgend op de ontvangst van het resultaat van de controles, het resultaat aan de persoon die de controles heeft aangevraagd.

Art. 346.Wanneer de controles bedoeld in artikel 342 een significante fout aantonen : 1° worden de betrokken meetuitrustingen geacht niet conform te zijn aan dit besluit;2° brengt de netbeheerder, indien hij eigenaar van de betreffende meetuitrustingen is, deze uiterlijk binnen de dertig dagen volgend op de kennisgeving bedoeld in artikel 345, in conformiteit, neemt de controlekosten ten laste en gaat, in voorkomend geval, over tot de verbetering van de facturatie die volgt uit de niet-conformiteit van de meetuitrustingen;3° wanneer de netbeheerder geen eigenaar van de betrokken meetuitrustingen is, zorgt de betrokken netgebruiker ervoor dat zijn instrumenten in orde zijn uiterlijk binnen de dertig dagen na kennisgeving bedoeld in het artikel 345.De netgebruiker is gehouden tot de betaling van de gepresteerde diensten (inbegrepen de levering en algemene kosten) in het kader van de uitgevoerde controles en van het in conformiteit brengen van de meetuitrustingen inclusief de gepresteerde diensten in het kader van de verbetering van de meetgegevens en van het rechtzetten van de facturatie door de netbeheerder als gevolg van het niet conform zijn van de meetuitrustingen.

Art. 347.Bij afwezigheid van een significante fout dient de persoon die de controle vraagt de gepresteerde diensten in het kader van de controles te betalen. HOOFDSTUK V. - Ijking van de meetuitrustingen Afdeling I. - Algemeen

Art. 348.§ 1. De ijking van de meetuitrustingen wordt uitgevoerd door een organisme dat de « Beltest » of een daaraan gelijkwaardige kwalificatie bezit op basis van een door de netbeheerder opgesteld lastenboek. § 2. Elke geïnteresseerde persoon kan een exemplaar van dit lastenboek bekomen mits betekening van een geschreven verzoek aan de netbeheerder.

Art. 349.De ijking van meetuitrustingen wordt uitgevoerd tijdens de indienstname van de meetuitrustingen en daarna periodiek, overeenkomstig de voorschriften, bepaald door de netbeheerder in de contracten afgesloten krachtens dit besluit. Afdeling II. - IJking door de netgebruiker

Art. 350.§ 1. Wanneer de netbeheerder geen eigenaar van de meetuitrustingen is, voert de netgebruiker op eigen kosten de ijking van deze meetuitrustingen uit of laat ze op eigen kosten uitvoeren. § 2. De netgebruiker bedoeld in § 1 laat binnen de twee weken volgend op elke ijking een verslag van de uitgevoerde ijkingen aan de netbeheerder bezorgen. Afdeling III. - IJking door de netbeheerder

Art. 351.§ 1. De netbeheerder voert de ijking van meetuitrustingen, met betrekking tot de aansluiting van de betrokken netgebruiker waarvan de netbeheerder eigenaar is, uit of laat ze uitvoeren. § 2. Op vraag van de netgebruiker verschaft de netbeheerder aan de netgebruiker, binnen de vijftien dagen volgend op deze vraag, een verslag over de ijkingen. HOOFDSTUK VI. - Meetgegevens Afdeling I. - Periodiciteit van de metingen

Art. 352.§ 1. De tellingen van actieve energie bedoeld in artikel 323, 1° worden per tijdsinterval uitgevoerd. § 2. In voorkomend geval wordt een onderscheid gemaakt tussen de actieve energie die de netgebruiker afneemt en de reactieve energie die de netgebruiker injecteert.

Art. 353.§ 1. De tellingen van reactieve energie bedoeld in artikel 323, 1° worden per tijdsinterval uitgevoerd. § 2. In voorkomend geval wordt een onderscheid gemaakt tussen de reactieve energie die de netgebruiker afneemt en de reactieve energie die de netgebruiker injecteert.

Art. 354.De tellingen bedoeld in artikel 323, 1° worden uitgevoerd om ten minste te beantwoorden aan de tijdsintervallen bepaald door de netbeheerder in het aansluitingscontract. Afdeling II. - Inzameling van de meetgegevens

Art. 355.De netbeheerder verzamelt de meetgegevens op elektronische wijze in zijn centrale inzamelingsystemen voor meetgegevens, zoals bedoeld in artikel 323.

Art. 356.§ 1. Wanneer de netbeheerder geen eigenaar van de meetuitrusting is, is de netgebruiker verantwoordelijk voor de transmissie van de meetgegevens naar de centrale inzamelingsystemen bedoeld in artikel 355 tot het inzamelingspunt, bepaald door de netbeheerder in de contracten afgesloten krachtens dit besluit. § 2. De netbeheerder mag voor de inzameling van de toegang tot de meetgegevens geen beroep doen op personen die producenten, toegangsverantwoordelijken, houders van een leveringsvergunning tussenpersonen of bedrijven verbonden aan een van deze personen zijn.

Art. 357.De netbeheerder bepaalt de protocollen, formaten, coderingen en frequenties van de transmissie van meetgegevens bedoeld in de artikels 355 en 356 in de contracten afgesloten krachtens dit besluit.

Art. 358.Wanneer de netbeheerder geen eigenaar van de meetuitrustingen is en de inzameling overeenkomstig de artikelen 355, 356 en 357 onmogelijk is ten gevolge van een storing of van een defect van de meetuitrusting, inclusief de transmissie naar het inzamelingspunt, of ten gevolge van iedere andere oorzaak, heeft de netbeheerder ten allen tijde het recht, om op kosten van de netgebruiker, de meetgegevens of ieder ander gegeven ter plaatse op de betrokken meetuitrustingen te verzamelen met naleving van de voorschriften die betrekking hebben op de toegang tot deze uitrustingen. Afdeling III. - Validatie van meetgegevens

Art. 359.De meetgegevens worden als gevalideerd beschouwd door de netbeheerder na de toepassing van de methodes bedoeld in deze Afdeling.

Art. 360.Wanneer de netbeheerder bepaalde meetgegevens niet ontvangen heeft of wanneer hij meent dat de meetgegevens in zijn bezit verkeerd, onleesbaar, onvolledig of niet aannemelijk zijn in functie van de validatiemethodes bepaald door de contracten gesloten krachtens dit besluit, bepaalt hij op redelijke wijze de waarde in functie van de gegevens waartoe hij redelijkerwijs toegang heeft.

Art. 361.§ 1. Indien het meetpunt niet met het aansluitingspunt samenvalt, verbetert de netbeheerder de meetgegevens bedoeld in artikel 323, 1° om rekening te houden met de verliezen en iedere andere fout veroorzaakt door het niet samenvallen van de twee punten.

Het geheel van deze verliezen en fouten wordt in deze Titel gezamenlijk als « systematische afwijking » omschreven. § 2. De netbeheerder bepaalt de berekeningsmethode voor de systematische afwijking die onder meer en in voorkomend geval gebaseerd is, ofwel : 1° op een berekening die rekening houdt met de kenmerken van de installaties tussen het meetpunt en het aansluitingspunt;2° op de resultaten van de uitgevoerde controles op de betrokken installaties. § 3.De berekeningsmethode bedoeld in § 2 wordt in het aansluitingscontract bepaald. Afdeling IV. - Terbeschikkingstelling van toegangsgegevens met

betrekking tot een injectie en/of afnamepunt

Art. 362.De netbeheerder bepaalt de toegangsgegevens met betrekking tot de injecties en afnames voor elk injectie- en/of afnamepunt, op basis van de overeenkomstig Afdeling III van deze Titel gevalideerde gegevens.

Art. 363.De netbeheerder stelt de toegangsgegevens van iedere toegangsverantwoordelijke ter beschikking. De aldus gevalideerde gegevens worden ten minste op maandelijkse basis en voor de voorbije maand aan deze geleverd.

Art. 364.De netbeheerder bepaalt in de contracten vastgelegd krachtens dit besluit de modaliteiten die voor deze terbeschikkingstelling van toepassing zijn.

Art. 365.De toegangsverantwoordelijke is aansprakelijk tegenover derden voor het gebruik dat hij maakt van de meetgegevens die door de netbeheerder meegedeeld worden en omgekeerd. Afdeling V. - Archieven

Art. 366.§ 1. Alle meetgegevens die aanleiding geven tot facturatie worden door de netbeheerder voor een periode van vijf jaar bewaard. § 2. Voor de gegevens bedoeld in § 1 bewaart de netbeheerder de gevalideerde meetgegevens. HOOFDSTUK VII. - Diverse bepalingen

Art. 367.§ 1. De meetuitrustingen die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit in gebruik zijn maar die niet conform zijn met dit besluit en met de contracten gesloten krachtens dit besluit, mogen in gebruik blijven voor zover zij een netgebruiker, een toegangsverantwoordelijke, een netbeheerder of iedere andere persoon niet kunnen benadelen. § 2. De eigenaar van deze meetuitrustingen neemt de volledige verantwoordelijkheid op zich die voorvloeit uit het niet conform zijn met het besluit of aan de contracten gesloten krachtens dit besluit.

Art. 368.De meetuitrustingen die in dienst zijn op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit en die niet conform zijn met dit besluit en de toepasselijke contractuele bepalingen, worden in conformiteit gebracht met dit besluit en de toepasselijke contractuele bepalingen en dit uiterlijk binnen de drie maanden na kennisgeving hiervan door de netbeheerder wanneer deze uitrustingen aan eender welke netgebruiker, toegangsverantwoordelijke, netbeheerder of aan elke andere persoon nadeel kunnen berokkenen.

TITEL VI. - Specifieke bepalingen tussen de beheerders van het transmissienet en de beheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet in de regelzone HOOFDSTUK I. - Basisregels Afdeling I. - Verhouding van Titel VI tot andere Titels van dit

Besluit

Art. 369.De verhoudingen tussen de netbeheerders en de beheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet in het kader van dit besluit zijn geregeld door de bepalingen van deze Titel en de bepalingen van de andere Titels voor zover dat deze laatsten niet strijdig zijn met de bepalingen van deze Titel. Afdeling II. - Activiteiten van de netbeheerder

Onderafdeling I. - Verhouding met de andere netbeheerders en beheerders van het distributienet en van het plaatselijk transmissienet

Art. 370.Indien de netbeheerder het beheer of de exploitatie van een distributienet of van een plaatselijk transmissienet zou waarborgen, ziet hij erop toe zich van elk discriminerend gedrag ten aanzien van de andere beheerders van een distributienet of van een plaatselijk transmissienet te onthouden, onder meer voor wat betreft de gegevens en informatie waarvan hij de inzameling of de behandeling in zijn hoedanigheid van netbeheerder waarborgt.

Onderafdeling II. - Interne organisatie van de netbeheerder

Art. 371.In het geval voorzien in het artikel 370 en zonder voorbehoud van de bepalingen die erin zijn voorzien, kan de netbeheerder alle gepaste maatregelen nemen betreffende de structuur van technisch en operationeel beheer, teneinde onder meer de beste efficiëntie te waarborgen van de activiteiten die hij uitoefent. Afdeling III. - Overleg en exploitatie

Art. 372.§ 1. In het algemeen plegen de netbeheerder en de de beheerders van distributienetten en van het plaatselijk transmissienet overleg betreffende : 1° de onderling noodzakelijke samenwerking bij de uitvoering van hun taken tot dewelke ze wettelijk of contractueel ten opzichte van de toegangsverantwoordelijken gehouden zijn;2° alle aspecten van het contract van de toegangsverantwoordelijke die rechtstreekse of onrechtstreekse gevolgen voor de netbeheerder of voor de betrokken beheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet kunnen doen ontstaan;3° alle aspecten die rechtstreekse of onrechtstreekse gevolgen op de netbeheerder en op de beheerders van distributienetten en plaatselijk transmissienetten kunnen hebben, en in het bijzonder voor wat betreft : a) de ontwikkeling, het onderhoud en de exploitatie van hun respectievelijke netten;b) de ondersteunende diensten die de netbeheerder ter beschikking stelt aan de toegangsverantwoordelijken en de netgebruikers;c) het evenwicht tussen de vraag naar en het aanbod van elektriciteit in de Belgische regelzone;d) het technisch beheer van de elektriciteitsstromen op hun respectievelijke netten;e) de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden aangesloten op hun respectievelijke netten;f) de toegang tot hun respectievelijke netten door de toegangs-verantwoordelijken;g) de vertrouwelijkheid van de uitgewisselde gegevens.

Art. 373.§ 1. De netbeheerder en de beheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet komen het sluiten van een exploitatiecontract overeen dat, onder andere, de rechten, de verplichtingen, alsook de procedures bepaalt met betrekking tot alle aspecten van de exploitatie die een rechstreekse of onrechtstreekse invloed kunnen hebben op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van de betrokken netten, aansluitingen, of installaties van netgebruikers. Ze komen in hetzelfde exploitatiecontract de toepassingsmodaliteiten voor de reddings- en herstelcode overeen. § 2. De netbeheerder stelt de lijst op van de gegevens en informatie die hem ter beschikking moeten worden gesteld door de beheerders van distributienetten en van plaatselijk vervoer en die onontbeerlijk zijn om de taken voorzien in artikel 8 van de wet van 29 april 1999 te verzekeren. Hij deelt deze aan de commissie mee. Hij overlegt met de beheerder van deze netten teneinde de uitwisselingsmodaliteiten van deze gegevens en informatie overeen te komen. HOOFDSTUK II. - Uitwisseling van gegevens tussen de netbeheerder en de beheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet Afdeling I. - Jaarlijkse uitwisseling van gegevens

Art. 374.De uitwisseling van gegevens en informatie, bepaald in dit Hoofdstuk, moeten onder meer dienen om elke netbeheerder toe te laten het onderhoud, het technisch beheer, de elektriciteitsstromen en de planning van de netten te waarborgen.

Art. 375.§ 1. Een keer per jaar, voor 31 oktober, en met het oog op het komende jaar, stellen de netbeheerder en elke beheerder van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet de volgende gegevens op : - het jaarlijks ramingdiagram van het lastenpunt per post, de groeicoëfficiënt inbegrepen; - de groeicoëfficiënt per post; - het in werking stellen, de buitenwerkingstelling of de wijzigingen in lasten van de netgebruikers (afnames/injecties) hoger dan 5 MW; - de datum van het industrieel inwerkingstellen en/of het stoppen van condensatorbatterijen die rechtstreeks met de post verbonden; - de permanente overschakeling van de belasting van het net van de netbeheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet als deze 10 % hoger zijn dan het gewaarborgd vermogen van een HS/MS post. § 2. Deze gegevens zijn door de netbeheerder in het lastendiagram geanalyseerd en opgenomen en hebben, onder meer, tot doel om de beheerder toe te laten, in samenspraak met de betrokken beheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet, de perioden waarin verschillende alimentatie-transformatoren van het distributienet voor het komende jaar worden onderhouden, te plannen. § 3. Het resultaat en de conclusies van deze analyse worden aan de betrokken beheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet doorgegeven. Afdeling II. - Levering van gegevens in de week W-10

Art. 376.§ 1. In de week W-10, donderdag, en wat betreft de komende week W, vullen de beheerders van het distributienet en van het plaatselijk transmissienet, in voorkomend geval en met het doel om bij te werken, de jaarlijkse gegevens aan, die aan de netbeheerder van het transmissienet doorgegeven zijn : - het volledig wekelijks lastendiagram per post, met vermelding van de herziene groeicoëfficiënt; - de groeicoëfficiënt herzien per post met aanduiding van de reden van het verschil ten opzichte van de voorgaande vooruitzichten; - de bevestiging of de wijziging van de inwerkingstelling, buitenwerkingstelling of de wijziging van lasten van de netgebruikers (afnames, injecties) hoger dan 5 MW; - de bevestiging of de wijziging van de datum van de inwerkingstelling en/of het stoppen van de condensatorbatterijen die rechtstreeks met de post verbonden zijn; - de bevestiging of de wijziging van de datum van het eventueel veranderen van uurmarges met betrekking tot het voedingstarief voor particuliere distributieklanten; - de bevestiging van de permanente overschakeling van belastingen waarvan hij kennis heeft; - het tijdelijk voorzien overschakelen van de belastingen en de duurtijd van die overschakelingen (waarde op punt); - de gekende en voorziene aanvragen voor parallelopnames MS. § 2. In samenspraak met de beheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet dienen deze gegevens onder meer om het onderhoudsplan van de komende week W vast te leggen en om het gebruik in het kader van de procedure van congestiebeheer en het beheer van de stromen voor te bereiden, onder voorbehoud van de aangepaste rechten op de nodige productie-eenheden. Het lastendiagram per HS/MS post, bijgewerkt door de netbeheerder, wordt aan de betrokken beheerder van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet doorgegeven. § 3. De planning wordt meegedeeld aan de betrokken beheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet. Afdeling III. - Levering van gegevens in week W-1

Art. 377.§ 1. In de week W-1, voor dinsdag 12 uur en voor wat betreft de komende week W, overleggen de netbeheerder en elke beheerder van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet teneinde de jaarlijkse gegevens/W-10 bij te werken door aan de netbeheerder de volgende gegevens te geven : - het volledig wekelijks lastendiagram per post met de herziene groeicoëfficiënt ingevoegd; - de groeicoëfficiënt herzien per post, met aanduiding van de reden van het verschil ten opzichte van de voorgaande vooruitzichten (inclusief de klimaatwijzigingen door de werking van de verwarming en van het airconditioningsysteem); - de bevestiging of de wijziging van de datum van inwerkingstelling, buiten werkingstelling of wijziging van lasten van de netgebruiker (opname of injectie) hoger dan 5 MW; - de bevestiging of de wijziging van de datum van de inwerkingstelling en/of het stoppen van de condensatorbatterijen die rechtstreeks met de post verbonden zijn; - de bevestiging of de wijziging van de datum van eventuele wijziging van uurmarges met betrekking tot de alimentatietarieven voor particuliere distributieafnemers; - de bevestiging van de permanente overschakeling hoger dan 10 % van het gewaarborgd belastingsvermogen van een HS/MS post; - de tijdelijke voorziene overschakelingen (waarde op punt) van de belastingen en de duur van deze overschakeling; - de gekende en voorziene aanvragen voor parallelopnames MS. § 2. In samenspraak met de beheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet, dienen deze gegevens onder meer om de onderhoudsplanning van de komende week W op te stellen en om het exploitatiegebruik in het kader van de procedure van congestiebeheer voor te bereiden, rekening houdend met of door wijziging van de adequate rechten op de nodige productie-eenheden. § 3. De planning wordt meegedeeld aan de betrokken beheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet. Afdeling IV. - Levering van gegevens in « D-1 »

Art. 378.§ 1. In D-1, voormiddag en voor wat betreft de volgende dag, werken de netbeheerder en elke beheerder van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet in samenspraak en in voorkomend geval, de jaarlijkse gegevens/ W-10/ W-1 bij : - het volledig lastendiagram aangepast per post met vermelding van de herziene groeicoëfficiënt; - het voorziene uur van de inwerkingstelling en/of het eventueel stoppen van de afnemers; - het uur voorzien voor de industriële inwerkingstelling en/of het stoppen van condensatorbatterijen die rechtstreeks zijn verbonden met de post; - het voorziene uur voor de permanente uitschakeling van belastingen; - het voorziene uur voor het tijdelijk uitschakelen van tijdelijke belastingen en van de duur van de uitschakeling; - het voorziene uur voor de aanvraag van parallelopnames MS. § 2. Deze gegevens dienen, onder andere, om het diagram met wijzigingen van de volgende dag voor te bereiden en om de ploegen die verantwoordelijk zijn voor het gebruik, te verwittigen rekening houdende met het congestiebeheer. HOOFDSTUK III. - Netaansluiting Afdeling I. - Functiemodaliteiten

Art. 379.De netbeheerder en de beheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet bepalen, in gemeenschappelijk akkoord, de modaliteiten van de bestelling, de monitoring en het onderhoud van de aansluitingsinstallaties op het net. Afdeling II. - Nieuwe aansluiting en aanpassing van oude aansluiting

Art. 380.§ 1. De netbeheerder en de beheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet komen, minstens één keer per jaar, een jaarlijkse planning voor nieuwe aansluitingen of voor de aanpassing van oude aansluitingen overeen. De beheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet geven hun nieuwe aansluitingsaanvragen door aan de netbeheerder teneinde aan de evolutie van hun afnemers te beantwoorden. § 2. De netbeheerder is, ten laatste binnen de twee maanden na het indienen van de aanvragen door de beheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet, gehouden de mogelijke oplossingen voor te stellen betreffende de aansluiting en de versterking van het net teneinde aan zijn aanvragen te beantwoorden. De netbeheerder en de beheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet komen in samenspraak tot de weerhouden oplossing.

Art. 381.De netbeheerder sluit met de beheerders van de distributienetten of het plaatselijk transmissienet een aansluitingscontract af dat, onder andere, het vermogen bepaalt dat de netbeheerder ter beschikking stelt aan de betrokken beheerder van het distributienet of het plaatselijk transmissienet van elke verbinding tussen de respectievelijke netten en, in voorkomend geval, de evolutie van dit vermogen. HOOFDSTUK IV. - Toegang tot het net Afdeling I. - Kwaliteit

Art. 382.§ 1. De netbeheerder waarborgt ten minste de norm voor kwaliteit EN50160 aan de beheerder van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet. § 2. De netbeheerder en de beheerders van distributienetten of van plaatselijk transmissienetten bepalen, na gezamenlijk akkoord, een aangepast toezichtssysteem over de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de bevoorrading. Afdeling II. - Ondersteunende diensten en reddingscodes

Art. 383.De netbeheerder en de beheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet leggen met een gezamelijk akkoord de modaliteiten vast voor de wisselwerking tussen verschillende ondersteunende diensten en specifiek voor wat betreft de beveiligingsscenario's van onderbrekingen van belasting. Afdeling III. - Werken en onderhoud van de netten

Art. 384.De netbeheerder en de beheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet bepalen, na gezamenlijk akkoord, de planning en modaliteiten van de werken en onderhoud van hun respectievelijke netten teneinde de zekerheid, de betrouwbaarheid en efficiëntie van hun netten te blijven waarborgen. Afdeling IV. - Productie-eenheden verbonden aan de distributienetten

Art. 385.§ 1. Wanneer het wenselijk lijkt, bepalen de netbeheerder en de betrokken beheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet een overeenkomst met betrekking tot de specifieke modaliteiten om beroep te doen op productie-eenheden verbonden aan de distributienetten. § 2. Deze modaliteiten kunnen ondermeer betrekking hebben op de coördinatie van de oproep tot deze productie-eenheden verbonden aan de netten, het beheer van de congesties en de voorrang te geven aan de productie-eenheden die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen en warmtekrachtkoppeling. Afdeling V. - Opschorting van toegang voor een

toegangsverantwoordelijke

Art. 386.Wanneer de netbeheerder kennis geeft van de opschorting van toegang of van de ontbinding van het toegangscontract overeenkomstig de modaliteiten voorzien in dit besluit, deelt de netbeheerder dit onmiddelijk mee aan de betrokken netbeheerder of netbeheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet. HOOFDSTUK V. - Metingen en telling

Art. 387.De netbeheerder en de beheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet komen de bepalingen en de uitwisselingsmodaliteiten van maatregelen en boekhoudkundige tellingen overeen.

Art. 388.Teneinde zo goed mogelijk, onder meer, de elektriciteitsstromen, de verliezen en de spanningskwaliteit te kunnen beoordelen, worden bidirectionele meetuitrustingen en kwaliteitsopname-uitrustingen geïnstalleerd in samenspraak met de betrokken beheerders van het distributienet of van het plaatselijk transmissienet.

TITEL VII. - Registratie van gegevens HOOFDSTUK I. - Algemeen

Art. 389.§ 1. De tabel in bijlage 3 bij dit besluit bevat een lijst van gegevens die de netgebruiker, op eigen kosten, aan de netbeheerder dient over te maken overeenkomstig dit besluit. § 2. De netbeheerder kan op ieder ogenblik bijkomende gegevens aan de netgebruiker vragen die hij nodig acht om zijn taken tot een goed einde te brengen. § 3. Indien de netgebruiker van oordeel is dat bepaalde gegevens op hem niet van toepassing zijn, kan hij deze gegevens weglaten zonder afbreuk te doen aan de beslissing van de netbeheerder. Het weglaten van deze gegevens aan de netbeheerder dient gemotiveerd en meegedeeld te worden.

Art. 390.§ 1. De eerste kolom van de tabel in bijlage 3 onderscheidt twee soorten aansluitingen : de aansluitingen van productie-eenheden (« Pr ») en de aansluitingen van belastingen (« Ch »). § 2. De netbeheerder kan op elk ogenblik, alle of een gedeelte van de technische gegevens of informatie van het soort « Pr » aansluitingen (productie-eenheden) aanvragen voor de aansluiting van een belasting geheel of gedeeltelijk gevoed door een lokale productie. § 3. De netbeheerder kan op elk ogenblik, alle of een gedeelte van de technische gegevens of informatie van het soort « Ch » aansluitingen (belastingen) aanvragen voor de aansluiting van een productie-eenheid die het geheel of een deel van een lokale belasting voedt.

Art. 391.De tweede kolom van de tabel in bijlage 3 is getiteld « Fase » en duidt de betrokken Titel van dit besluit aan en, in voorkomend geval, de fase van een procedure. De afkortingen « I » en « R » komen respectievelijk overeen met de fasen « Aanvraag voor een oriëntatiestudie » en « Aansluitingsaanvraag » bedoeld in Titel III; de afkorting « P » betreft de planning bedoeld in Titel II.

Art. 392.De derde kolom van de tabel in bijlage 3 is getiteld « Definitie » en beschrijft de technische gegevens of informatie voor het aansluitingstype en de conformiteitsfase. Wanneer een teken (*) in deze kolom voorkomt, duidt dit aan dat het conformiteitsgegeven kan weggelaten worden, op voorwaarde dat het merk en het type van de uitrustingen waarop het van toepassing is, gespecificeerd wordt.

Art. 393.De vierde kolom van de tabel in bijlage 3 is getiteld « Afkorting » en geeft de symbolische voorstelling van het gegeven of de informatie.

Art. 394.De vijfde kolom van de tabel in bijlage 3 is getiteld « Eenheid » en geeft de meeteenheid weer.

Art. 395.De zesde kolom van de tabel in bijlage 3 is getiteld « Periode » en geeft het aantal jaren van geldigheid weer waarvoor het gegeven of de informatie aan de netbeheerder is doorgegeven.

Art. 396.In geval van afwijking tussen de beschrijving van een gegeven of een informatie meegedeeld in de tabel in bijlage 3 en een andere beschrijving in een andere Titel van dit besluit geldt de beschrijving gegeven in de andere Titel.

Art. 397.De planningsgegevens in Titel II zijn deze die in bijlage 3 geïdentificeerd worden door het teken « P » in de kolom « Fase » en waarvoor in de kolom « Aansluitingstype » het teken « Ch » of « Pr » naargelang de aansluiting respectievelijk een belasting of een productie-eenheid betreft.

Art. 398.De planningsgegevens waarvan sprake in artikel 38 in het geval van inwerkingstelling of vermindering van het nominaal vermogen van productie-eenheid zijn deze die in bijlage 3 geïdentificeerd worden door het teken « R » in de kolom « Fase » en waarvoor in de kolom « Aansluitingstype » het teken « Ch » of « Pr » wordt gebruikt, naargelang de aansluiting een belasting of een productie-eenheid betreft.

Art. 399.De algemene technische gegevens of informatie waarvan sprake in de aanvraag voor een oriëntatiestudie voor een netaansluiting zijn deze die in bijlage 3 geïdentificeerd worden door het teken « I » in de kolom « Fase » en waarvoor in de kolom « Aansluitingstype » het teken « Ch » of « Pr » wordt gebruikt, naargelang de aansluiting een belasting of een productie-eenheid betreft.

Art. 400.De gedetailleerde technische gegevens of informatie waarvan sprake is in de aansluitingsaanvraag zijn deze die in bijlage 3 geïdentificeerd worden door het teken « R » in de kolom « Fase » en waarvoor in de kolom « Aansluitingstype » het teken « Ch » of « Pr » wordt gebruikt, naargelang de aansluiting een belasting of een productie-eenheid betreft. HOOFDSTUK II Vorm van communicatie van gegevens of informatie

Art. 401.De gegevens of informatie bedoeld in dit besluit worden ter kennis gebracht via elektronische post die het bewijs van verzending en van ontvangst toelaat te leveren of, uitzonderlijk, via aangetekende zending met bewijs van ontvangst volgens een protocol gedefinieerd door de netbeheerder. HOOFDSTUK III Beginselen van opstelling van elektrische schema's

Art. 402.§ 1. De elektrische schema's zijn van het ééndraads op een A4 of A3 formaat. § 2. Alle uitrustingen en hoogspanningsinstallaties zijn aangeduid op de elektrische schema's via het gebruik van de symboliek IEC serie 617 of volgens elke andere symboliek meegedeeld door de netbeheerder. § 3. Een schema geeft de normale exploitatiesituatie van een site weer. In het normale exploitatieschema wordt de stand van de schakelapparatuur aangeduid.

Art. 403.§ 1. De volgende uitrustingen dienen in het normale exploitatieschema opgenomen te zijn : 1° de railstellen;2° de vermogenschakelaars;3° de rail-, lijn-, kabel-, aardscheiders;4° de toestellen voor het openen onder belasting;5° de generatoren;6° de vermogentransformatoren, met inbegrip van hun eventuele aardingswijze, en de aansluiting van de hulpwikkelingen;7° de condensatorbatterijen;8° de inductiespoelen;9° de statische compensatoren (SVC);10° de stroomtransformatoren (TI);11° de spanningstransformatoren (TP);en 12° de overspanningsbegrenzers. § 2. Bij de opstelling van de eenvormige schema's wordt rekening gehouden met de geografische situatie van de toestellen. Toch wordt hun werkelijke schikking in de velden gerespecteerd. § 3. Het patroon omvat onder meer een gereserveerde plaats voor de nummers van het schema, voor de index van herziening en voor de datum.

TITEL VIII. - Slotbepalingen HOOFDSTUK I. - Strafbepalingen

Art. 404.De niet-naleving van de bepalingen voorzien bij artikels 148 en 165 met betrekking tot de mededeling van informatie aan de netbeheerder wordt bestraft met een gevangenisstraf van acht dagen en een geldboete van vijftig tot twintig duizend frank of met één van deze straffen alleen.

Art. 405.De bepalingen van het eerste Boek van het Strafwetboek zijn van toepassing op de inbreuken bedoeld in artikel 404. De vennootschappen zijn burgerrechtelijk verantwoordelijk voor de boetes waartoe hun bestuurders, zaakvoerders of lasthebbers voor dergelijke inbreuken zijn veroordeeld. HOOFDSTUK II. - Permanente dialoog met de marktoperatoren

Art. 406.§ 1. De netbeheerder organiseert een permanente dialoog met de netgebruikers die op de Belgische elektriciteitsmarkt actief zijn en die met specifieke problemen verbonden met de invoering van dit besluit begaan zijn. Te dien einde ziet hij er onder meer op toe dat specifieke werkgroepen worden opgericht, dat de betrokken netgebruikers worden uitgenodigd en dat de waarnemingen en aanbevelingen die uit deze werkgroepen voortvloeien aan de minister worden doorgegeven. Deze aanbevelingen kunnen onder geen beding een of meerdere bepalingen van dit besluit wijzigen of vervangen. § 2. De minister kan, in samenspraak met de netbeheerder en de commissie, deze laatste verzoeken om de werkingsregels van deze werkgroepen te bepalen of één of meerdere punten ter discussie in hun midden aan te brengen. Indien nodig, zal de minister deze werkingsregels vastleggen na overleg met de netbeheerder en met de commissie. HOOFDSTUK III. - Inwerkingtreding

Art. 407.De Koning bepaalt de inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 408.Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer en Onze Staatssecretaris voor Energie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 27 juni 2001.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister, Minister van Mobiliteit en Vervoer, Mevr. I. DURANT De Staatssecretaris voor Energie en Duurzame Ontwikkeling, O. DELEUZE

Bijlagen Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^