Koninklijk Besluit van 27 mei 2014
gepubliceerd op 05 augustus 2014
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 december 1976 tot uitvoering van sommige bepalingen van artikel 59quater van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2014022368
pub.
05/08/2014
prom.
27/05/2014
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

27 MEI 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 december 1976 tot uitvoering van sommige bepalingen van artikel 59quater van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit dat we de eer hebben aan Uwe Majesteit voor te leggen, strekt ertoe, in de reglementering betreffende de arbeidsongevallen, de mogelijke aanpassing van de bijdrage voor ambtshalve aansluiting in specifieke verzachtende omstandigheden en onder toezicht van het beheerscomité, in te voeren.

De werkgever die nalaat een verzekeringscontract bij een erkende verzekeraar af te sluiten is het FAO immers een bijdrage voor ambtshalve aansluiting verschuldigd voor iedere werknemer die in dienst is of is geweest tijdens een kalendermaand. Omdat ze forfaitair is, kan de bijdrage veel meer bedragen dan een verzekeringspremie berekend op basis van het werkelijk risico dat moet worden gedekt.

Als antwoord op de opmerking van de Raad van State in zijn advies nr. 55.653/1 van 7 april 2014 "het is niet duidelijk wat wordt verstaan onder "dwingende redenen van federaal of regionaal economisch belang".

Ter wille van de rechtszekerheid verdient het aanbeveling om een verduidelijking van dat begrip op te nemen in het ontwerp." kan worden aangestipt dat het niet aanbevolen is dit begrip te definiëren.

Het gaat immers niet om een nieuw begrip, aangezien het reeds bestaat onder andere in artikel 55, § 3, 2° van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. Deze bepaling geeft het Beheerscomité van de RSZ de mogelijkheid af te zien van bijdrageopslagen en verwijlintresten wanneer de bijdragen te laat worden betaald om redenen van economisch belang. Het bestaat ook reeds in de arbeidsongevallenreglementering (artikel 1ter van het koninklijk besluit van 30 december 1976 tot uitvoering van de artikelen 45quinquies, 60 en 60bis van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971).

In het ontwerp van koninklijk besluit dat wij U ter ondertekening voorleggen zal dit begrip dus kunnen worden afgebakend in functie van de toepassingsgevallen, op grond van de rechtspraak van het Beheerscomité van het Fonds voor arbeidsongevallen.

We hebben de eer te zijn Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaren, De Minister van Sociale Zaken, Mevr. L. ONKELINX De Staatssecretaris voor Sociale Zaken, belast met Beroepsrisico's, Ph. COURARD

Raad van State afdeling wetgeving Advies 55.653/1 van 7 april 2014 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 december 1976 tot uitvoering van sommige bepalingen van artikel 59quater van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971' Op 6 maart 2014 is de Raad van State, afdeling wetgeving, door de Staatssecretaris voor Sociale Zaken, belast met beroepsrisico's verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 december 1976 tot uitvoering van sommige bepalingen van artikel 59quater van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971'.

Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 27 maart 2014. De kamer was samengesteld uit Marnix Van Damme, kamervoorzitter, Wilfried Van Vaerenbergh en Wouter Pas, staatsraden, Marc Rigaux en Michel Tison, assessoren, en Wim Geurts, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Wendy Depester, adjunct-auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Wilfried Van Vaerenbergh, staatsraad.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 7 april 2014. 1. Rechtsgrond voor het ontwerp wordt geboden door artikel 59quater, vierde lid, 2°, van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, zoals die bepaling werd vervangen bij de wet van 21 december 2013 `houdende dringende diverse bepalingen inzake sociale wetgeving'. Overeenkomstig artikel 19, eerste lid, van de wet van 21 december 2013 treedt het gewijzigde artikel 59quater, vierde lid, 2°, van de arbeidsongevallenwet in werking op 31 december 2015, tenzij de Koning, met toepassing van artikel 19, tweede lid, een vroegere datum van inwerkingtreding bepaalt.

Volgens de gemachtigde is het de bedoeling om met betrekking tot de voornoemde wetsbepaling een vroegere datum van inwerkingtreding te bepalen. Het ontwerp dient dan ook met een bepaling in die zin te worden aangevuld. Daarbij dient er over gewaakt te worden dat het voorliggende ontwerp niet vóór die datum in werking treedt. Bovendien moet in de aanhef een nieuw lid worden toegevoegd waarin wordt verwezen naar artikel 19, tweede lid, van de wet van 21 december 2013, dat immers rechtsgrond biedt voor de in te voegen bepaling van inwerkingtreding. 2.1. In het ontworpen artikel 8ter, eerste lid, 3°, van het koninklijk besluit van 30 december 1976 `tot uitvoering van sommige bepalingen van artikel 59quater van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971' is het niet duidelijk wat wordt verstaan onder "dwingende redenen van federaal of regionaal economisch belang". Ter wille van de rechtszekerheid verdient het aanbeveling om een verduidelijking van dat begrip op te nemen in het ontwerp. 2.2. In het ontworpen artikel 8ter, vierde lid, dient in de Nederlandse tekst te worden geschreven "De aanvraag om...". 3. Uit artikel 19, derde lid, van de wet van 21 december 2013 blijkt dat de Koning dient te bepalen welke schuldvorderingen, die door het Fonds voor Arbeidsongevallen werden betekend voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van artikel 59quater, vierde lid, 2°, van de arbeidsongevallenwet, zoals vervangen door artikel 9 van de wet van 21 december 2013, in aanmerking komen voor de vermindering of vrijstelling van de bijdrage bedoeld in artikel 59, 4°, van de arbeidsongevallenwet. Aan die bepaling wordt met het ontwerp geen uitvoering gegeven, wat alsnog zal moeten gebeuren.

De Griffier, Wim Geurts De Voorzitter, Marnix Van Damme

27 MEI 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 december 1976 tot uitvoering van sommige bepalingen van artikel 59quater van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, artikel 59quater, vierde lid, gewijzigd bij de wet van 21 december 2013;

Gelet op de wet van 21 december 2013 houdende dringende diverse bepalingen inzake sociale wetgeving, artikel 19, tweede en derde lid;

Gelet op het koninklijk besluit van 30 december 1976 tot uitvoering van sommige bepalingen van artikel 59quater van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971;

Gelet op het advies van het beheerscomité van het Fonds voor Arbeidsongevallen, gegeven op 21 september 2009;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 14 december 2009;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting d.d. 19 april 2010;

Gelet op advies 55.653/1 van de Raad van State, gegeven op 7 april 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en de Staatssecretaris voor Sociale Zaken, belast met Beroepsrisico's, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In het koninklijk besluit van 30 december 1976 tot uitvoering van sommige bepalingen van artikel 59quater van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 februari 2009, wordt een afdeling 3ter ingevoegd, luidende : " Afdeling 3ter - Invordering van de verschuldigde bijdragen voor ambtshalve aansluiting

Art. 8ter.Het beheerscomité van het Fonds kan in behartigenswaardige gevallen een vermindering toekennen van de bijdrage beoogd in artikel 59, enig lid, 4°, van de wet, wanneer het bij eenparige en gemotiveerde beslissing stelt dat : 1° de niet-verzekering niet te wijten is aan een fout of een nalatigheid van de werkgever of het gevolg is van uitzonderlijke omstandigheden;2° ofwel het in te vorderen bedrag buitenmaats is in vergelijking met de ernst van de inbreuk;3° ofwel de vermindering uitzonderlijk gerechtvaardigd kan worden om dwingende redenen van federaal of regionaal economisch belang. De werkgever moet evenwel op het ogenblik van de aanvraag om vermindering voldoen aan de bij artikel 49 van de wet bepaalde verzekeringsverplichting en minstens tien procent van de gevorderde bedragen betaald hebben.

De aanvraag om vermindering is slechts ontvankelijk indien ze gemotiveerd en gedocumenteerd wordt en door het Fonds wordt ontvangen binnen de drie maanden volgend op de betekening van de schuldvordering.

De aanvraag om vermindering schorst de betalingstermijn tot op de datum van kennisgeving van de beslissing van het beheerscomité aan de werkgever.

Art. 2.Op de eerste dag van de maand volgend op de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad treden in werking : 1° artikel 59quater, vierde lid, 2° van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971;2° dit besluit. Dit besluit is ook van toepassing : 1° op de schuldvorderingen die het Fonds betekend heeft gedurende de drie jaren vóór de inwerkingtreding van dit besluit;2° op de schuldvorderingen betekend door het Fonds waarvoor een aanvraag om vermindering werd ingediend voor de inwerkingtreding van dit besluit, op voorwaarde dat de aanvraag om vermindering bevestigd wordt binnen de drie maanden die volgen op de inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 3.De minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 27 mei 2014.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken, Mevr. L. ONKELINX De Staatssecretaris voor Sociale Zaken, belast met Beroepsrisico's, Ph. COURARD

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^