Koninklijk Besluit van 27 oktober 2000
gepubliceerd op 06 december 2000
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het tabaksbedrijf, betreffende de arbeidsvoorwaarden in de ondernemingen die rook-, pruim- en snuiftaba

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
2000012792
pub.
06/12/2000
prom.
27/10/2000
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

27 OKTOBER 2000. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het tabaksbedrijf, betreffende de arbeidsvoorwaarden in de ondernemingen die rook-, pruim- en snuiftabak vervaardigen voor de jaren 1999-2000 (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het tabaksbedrijf;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 4 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het tabaksbedrijf, betreffende de arbeidsvoorwaarden in de ondernemingen die rook-, pruim- en snuiftabak vervaardigen voor de jaren 1999-2000.

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 27 oktober 2000.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het tabaksbedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 4 mei 1999 Arbeidsvoorwaarden in de ondernemingen die rook-, pruim- en snuiftabak vervaardigen voor de jaren 1999-2000 (Overeenkomst geregistreerd op 20 december 1999 onder het nummer 53377/CO/133.02) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werknemers van de ondernemingen die hoofdzakelijk rook-, pruim- en snuiftabak vervaardigen en onder het Paritair Comité voor het tabaksbedrijf ressorteren.

Onder werknemers wordt verstaan : de arbeiders en de arbeidsters. HOOFDSTUK II. - Beschikkingen A. Koopkracht

Art. 2.Overeenkomstig de mogelijkheid voorzien in het interprofessioneel akkoord van 8 december 1998, is een maximale marge voor de loonkostenontwikkeling voor de jaren 1999-2000 bepaald die, indexaanpassingen inbegrepen, 5,5 pct. bedraagt.

Een eerste loonsverhoging begrepen in deze loonmarge is voorzien op 1 april 1999 en bedraagt 4 F per uur toe te passen na indexaanpassing op de bestaande conventionele lonen en effectief uitbetaalde lonen.

Een tweede verhoging van 4 F per uur is voorzien onder dezelfde voorwaarden op 1 april 2000.

Met dien verstande dat een eventuele laatste verhoging wordt toegepast op 1 oktober 2000, na berekening op die datum van de som over de twee jaar van de indexaanpassingen en de toegepaste loonsverhogingen en aan te rekenen op de beschikbare marge van 5,5 pct.

De basis voor de berekening van de 5,5 pct. is als volgt vastgesteld : het conventionele uurloon van de maand januari 1999 voor de 2de categorie, zijnde 339,55 F per uur tegenover het conventionele uurloon van de maand oktober 2000 van dezelfde categorie, vóór eventuele aanpassing.

B. Vervoersonkosten

Art. 3.Een werkgeverstussenkomst is voorzien in de vervoersonkosten. a) bij vervoer per fiets : vergoeding van 4 F per kilometer vanaf de 1ste kilometer toe te passen, ingaande op 1 april 1999;b) bij openbaar vervoer (trein, tram, bus) : vergoeding ten belope van 80 pct.van de reële kosten, evenwel begrensd tot 80 pct. van de maandtreinkaart voor de overeenstemmende afstand te berekenen op basis van het boek van de wettelijke afstanden; waardoor artikel 3 van de geldende collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 1975, de laatste maal gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 8 juli 1993, wordt gewijzigd; c) bij ander vervoer : behoud van bestaande regeling inzake de tussenkomst in de onkosten. C. Klein verlet

Art. 4.Overlijden van overgrootouders en achterkleinkinderen.

De bepalingen voorzien bij de punten 6 en 7 van artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 november 1974, de laatste maal gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 29 maart en 23 juni 1995, worden uitgebreid tot de overgrootouders en de achterkleinkinderen.

D. Syndicale premie

Art. 5.Verhoging van de premie toegekend aan de actieve werknemers en de werknemers in brugpensioen.

Het bedrag voorzien bij § 1, alinea 1 van artikel 5 van de geldende collectieve arbeidsovereenkomst van 20 januari 1989 omtrent het sociaal fonds der tabakverwerkende industrieën, de laatste maal gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 26 maart 1997, wordt opgetrokken tot 4 200 F voor het jaar 1999 en tot 4 500 F vanaf het jaar 2000; hierbij wordt het bedrag voorzien in § 6 van artikel 8 van voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst afgeschaft.

Tevens wordt het bedrag voorzien bij § 4 van artikel 5 van voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst opgetrokken tot 600 F. E. Syndicale vorming

Art. 6.Betalingsmodaliteiten. § 1. De betalingswijze zoals voorzien in § 3 van artikel 8 van voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst van 20 januari 1989 omtrent het Sociaal Fonds der tabakverwerkende industrieën waarvan sprake in artikel 5 van onderhavige overeenkomst, wordt gewijzigd in die zin dat de betaling gebeurt door de werkgever die de gelden terugvordert bij het genoemde Sociaal Fonds.

Deze bedragen worden aangerekend op de forfaitaire bedragen voorzien in de begroting van het fonds voor de syndicale vorming, zijnde 800 000 F per vakbondsorganisatie en opgenomen in de boekhouding. § 2. De Raad van Beheer van het Sociaal Fonds stelt de uitvoeringsmodaliteiten van de betalingswijze zoals voorzien in § 1 vast. § 3. Na 4 jaar, ingaande op 1 januari 1999, zal een evaluatie worden opgemaakt van de reële kosten van de syndicale vorming en indien nodig, zullen partijen hierover overleg plegen.

F. Stressbeleid in de onderneming

Art. 7.Aanbeveling.

In het raam van het voorkomingsbeleid te voeren door de werkgever met het oog op de gezondheid en veiligheid van de werknemers, voorzien bij artikel 28bis van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, teneinde problemen van collectieve aard te wijten onder meer aan de toegepaste technieken, de arbeidsorganisatie en/of omstandigheden, evenals de invloed van omgevingsfactoren op het werk te voorkomen of te verhelpen, wordt aan de werkgevers aanbevolen een inventaris op te maken in samenwerking met de arbeidsgeneesheer van de risico's die stressveroorzakend kunnen werken.

Op basis van die inventaris kan een analyse van de werksituatie worden opgemaakt met het oog op een evaluatie van die risico's.

Hiertoe kan de werkgever onder meer overgaan tot een bevraging van de werknemers.

Eenmaal de problemen van collectieve aard geïdentificeerd, en na advies van de arbeidsgeneeskundige dienst en de dienst voor preventie en bescherming kunnen passende maatregelen, waar nodig, worden genomen.

Indien de werkgever tot een dergelijk stressvoorkomingsbeleid overgaat zoals aanbevolen, zullen de betrokken werknemers naar vermogen, hun medewerking hieraan verlenen.

G. Vorming

Art. 8.In navolging van het interprofessioneel akkoord van 8 december 1998 gesloten voor de jaren 1999-2000 en in het raam van het recht op professionele vorming, worden maatregelen voorzien ter bevordering van de vorming van de werknemers namelijk : - enerzijds 0,20 pct. van de loonmassa te besteden door de ondernemingen aan opleidingen gericht op een individuele meerwaarde van de werknemers teneinde hun kansen te vergroten op de arbeidsmarkt.

Dit houdt in dat ook de opleidingen noodzakelijk voor de goede werking van de onderneming bovengenoemde meerwaarde voor de betrokkenen met zich kunnen brengen, hetgeen overigens zal moeten blijken uit het verslag van de ondernemingsraad.

Over deze besteding van 0,20 pct. wordt derhalve een verslag opgemaakt voor te leggen aan de ondernemingsraad met copie van het resultaat over te maken aan het Sociaal Fonds der tabakverwerkende industrieën.

Bij niet of niet volledige besteding zal het verschil worden doorgestort aan dit Sociaal Fonds. - en anderzijds 0,10 pct. van de loonmassa te besteden door de sector aan diegenen behorende tot de risicogroepen zoals bepaald bij collectieve arbeidsovereenkomst van 26 maart 1997 gesloten in toepassing van hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen.

De wijzen van financiering, beheer, controle en evaluatie zoals voorzien in voormelde collectieve arbeidsovereenkomst van 28 maart 1997 worden behouden en verlengd als dusdanig voor de jaren 1999-2000.

H. Europese ondernemingsraad

Art. 9.Aanbeveling De Federatie onderkent het belang van informatie terzake aan alle werknemers.

De werkgever wordt dan ook aanbevolen deze doorstroming van informatie te bewerkstelligen via de voor de onderneming meest geëigende weg.

Daarenboven is ieder lid van de Europese ondernemingsraad ertoe gerechtigd de lokale ondernemingsraad te raadplegen en te informeren.

I. Uitzendarbeid

Art. 10.Verlenging voor de jaren 1999-2000 Naast de vervanging van vaste werknemers, naast het zorgen voor de uitvoering van een uitzonderlijk werk, kan de werkgever tevens beroep doen op uitzendkrachten bij tijdelijke vermeerdering van het werk, mits eerbiediging van de wettelijke bepalingen terzake op ondernemingsvlak. HOOFDSTUK III. - Algemene bepaling

Art. 11.Waar ingevolge de beschikkingen van onderhavig protocol-akkoord beroep wordt gedaan op de ondernemingsraad of het comité voor preventie en bescherming zal, bij ontstentenis van die organen, overeenkomstig de bestaande reglementering beroep worden gedaan op de syndicale afvaardiging. HOOFDSTUK IV. - Bijzondere bepaling

Art. 12.Onderhavig akkoord sluit iedere eis met financiële weerslag in het vlak van de ondernemingen uit en verbindt de betrokken partijen tot het waarborgen van de sociale vrede. HOOFDSTUK V. - Duur - geldigheid

Art. 13.§ 1. Onderhavige arbeidsovereenkomst is gesloten voor de duur van twee jaar, ingaande op 1 januari 1999 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2000, met uitzondering van de loonsverhogingen voorzien in artikel 2 en de bepalingen voorzien in de artikelen 3, 4, 5 en 6. § 2. Ieder der contracterende partijen kan deze overeenkomst opzeggen, mits een opzeggingstermijn van drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het tabaksbedrijf en aan elk der contracterende partijen.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 27 oktober 2000.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^