Koninklijk Besluit van 27 september 2015
gepubliceerd op 01 oktober 2015
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 betreffende de verzaking van de inning van roerende voorheffing

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2015003317
pub.
01/10/2015
prom.
27/09/2015
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2015003317

FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN


27 SEPTEMBER 2015. - Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 betreffende de verzaking van de inning van roerende voorheffing


VERSLAG AAN DE KONING Sire, De Commissie heeft op 27 juni 2008 een brief ter ingebrekestelling gericht aan het Koninkrijk België [SG(2008)D/204219] waardoor zij de aandacht van de Belgische autoriteiten vestigt op de mogelijke strijdigheid met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het akkoord betreffende de EER (Europese Economische Ruimte) van verschillende bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), zoals uitgelegd door het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 92 (KB/WIB 92).

Vrijstelling van de roerende voorheffing beperkt tot Belgische beleggingsvennootschappen Een Belgische beleggingsvennootschap verkrijgt, indien zij aan bepaalde wettelijke voorwaarden voldoet, automatisch een vrijstelling van de roerende voorheffing op de interesten van Belgische oorsprong die haar werden uitgekeerd of toegekend. Daarentegen kan een beleggingsvennootschap die dezelfde wettelijke voorwaarden vervult maar in het buitenland gevestigd is een dergelijke vrijstelling niet verkrijgen, zodat deze interesten in principe de roerende voorheffing voorzien door de Belgische fiscale wetgeving ondergaan.

Bovendien kunnen beleggingsvennootschappen gevestigd in een andere Staat in het algemeen de aan de bron ingehouden Belgische belasting niet verrekenen. De buitenlandse beleggingsvennootschappen ondergaan dus een zwaardere belasting dan een Belgische beleggingsvennootschap.

Het verschil in behandeling heeft als effect dat de beleggingen gerealiseerd door de beleggingsvennootschappen naar Belgisch recht worden bevoordeeld. Bovendien houdt deze discriminatie een belemmering in van de vrije financiering van de kredietnemers, doordat een financiering door tussenkomst van een buitenlandse beleggingsvennootschap fiscaal duurder is dan een financiering door tussenkomst van een Belgische beleggingsvennootschap.

Dit verschil in behandeling wordt geacht het vrij verkeer van kapitaal, gegarandeerd door artikel 56 EG, nu artikel 63 van het Verdrag WEU geworden en artikel 40 EER, te beperken.

Vrijstelling van de roerende voorheffing beperkt tot obligaties, kasbons of analoge effecten met Belgische oorsprong Enkel de interesten van obligaties, kasbons of andere analoge effecten van Belgische oorsprong worden vrijgesteld. Deze regel wordt geacht de beleggingsvennootschappen te ontraden te investeren in obligaties, kasbons of andere analoge effecten afkomstig van andere lidstaten van de EER. Daarenboven, omwille van dezelfde redenen, wordt deze regel geacht een belemmering in te houden voor de vrije financiering van kredietnemers. Zij wordt dan ook eveneens geacht het vrij verkeer van kapitaal te beperken, gegarandeerd door artikel 56 EU, nu artikel 63 van het Verdrag WEU geworden en artikel 40 EER. Vrijstelling van de roerende voorheffing beperkt tot effecten aan toonder die in open bewaring gegeven zijn bij een Belgische bank of ingeschreven zijn op een effectenrekening in België De beperking van de vrijstelling van de roerende voorheffing tot effecten aan toonder die in open bewaring gegeven zijn bij een Belgische bank of ingeschreven zijn op een effectenrekening in België wordt geacht de vrije dienstverlening van banken gevestigd in andere lidstaten van de EER, gegarandeerd door artikel 49 EU, nu artikel 56 geworden van het Verdrag WEU en artikel 36 EER, te beperken. Zij wordt eveneens geacht het vrij verkeer van kapitaal te beperken, gegarandeerd door artikel 56 EU, nu artikel 63 van het Verdrag WEU geworden, en artikel 40 EER, doordat beleggingsvennootschappen geacht worden weerhouden te zijn hun effecten te bewaren of in te schrijven bij financiële instellingen gevestigd in andere lidstaten van de EER. Tijdens de voortzetting van de procedure heeft de Commissie op 21 februari 2013 het gemotiveerd advies uitgebracht dat het Koninkrijk België, door : 1° wat betreft interesten van niet door effecten vertegenwoordigde schuldvorderingen, beleggingsvennootschappen die in een andere EU-lidstaat of een ander EER-land zijn gevestigd, aan de roerende voorheffing te onderwerpen terwijl beleggingsvennootschappen die in België zijn gevestigd, ter zake van diezelfde inkomsten van die voorheffing zijn vrijgesteld;2° wat betreft rentegevende effecten van Belgische oorsprong, de roerende voorheffing toe te passen op de interesten van effecten die in bewaring zijn gegeven of zijn ingeschreven op een rekening bij financiële instellingen die in een andere EU-lidstaat of een ander EER-land zijn gevestigd, terwijl de interesten van diezelfde effecten die in bewaring zijn gegeven of zijn ingeschreven in België, van de Belgische roerende voorheffing zijn vrijgesteld, de krachtens de artikelen 56 en 63 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en de artikelen 36 en 40 van de EER-Overeenkomst op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen. Dit ontwerp van koninklijk besluit heeft als doel aan deze discriminaties een einde te stellen Artikel 116 van het KB/WIB 92 beperkt de vrijstelling van de roerende voorheffing tot interesten effectief betaald aan Belgische beleggingsvennootschappen. De voorwaarden voor de toekenning van de vrijstelling worden hernomen in artikel 118, van het KB/WIB 92.

Terwijl als gevolg van de antwoorden vanwege België de door de Europese Commissie naar voor gebrachte discriminatie verminderd werd tot twee hiervoor vermelde punten, stelt dit ontwerp voor om artikel 116 van het KB/WIB 92 ruimer aan te passen zodat duidelijk blijkt dat het de wil van België is om de verzaking aan de inning van de roerende voorheffing voor de inkomsten verleend of toegekend aan beleggingsvennootschappen van de Europese Economische Ruimte op een gelijke manier te behandelen onafhankelijk van de Staat waar zij gevestigd zijn.

Teneinde een einde te stellen aan de in punt 2° hiervoor bedoelde discriminatie, tussen Belgische beleggingsvennootschappen en buitenlandse beleggingsvennootschappen op het vlak van de roerende voorheffing, breidt dit ontwerp de in artikel 118, § 1, 6°, derde streepje, c, van het KB/WIB 92 bedoelde voorwaarde van behoud, voor de vrijstelling van de roerende voorheffing opgenomen in artikel 116 van het KB/WIB 92, uit tot de Europese Economische Ruimte (en niet meer enkel tot België) (artikel 3 van het besluit).

En aangezien de opheffing van de effecten aan toonder in België effectief geworden is sinds 1 januari 2014, is de bepaling opgenomen in artikel 118, § 1, 6°, derde streepje, b, van het KB/WIB 92 achterhaald vandaar de opheffing ervan (artikel 2 van het besluit).

Het advies van de Raad van State werd gevolgd.

ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING Artikel 1 Dit artikel past de verwijzingen naar de beleggingsvennootschappen aan, om zodoende rekening te houden met de wijzigingen die de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/08/2012 pub. 18/02/2015 numac 2015000044 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen en de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/04/2014 pub. 17/06/2014 numac 2014003229 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders sluiten betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders hebben aangebracht.

Verder wordt het verzaken aan de inning van de roerende voorheffing uitgebreid tot beleggingsvennootschappen gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte om hen op dezelfde manier te behandelen als de Belgische beleggingsvennootschappen en een beperking van het vrij verkeer van kapitaal te vermijden. 1° De beleggingsvennootschappen bedoeld in 1° zijn de beleggingsvennootschappen naar Belgisch recht en naar buitenlands recht van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte bedoeld door de vernoemde wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/08/2012 pub. 18/02/2015 numac 2015000044 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten.2° De beleggingsvennootschappen bedoeld in 2° zijn de beleggingsvennootschappen naar Belgisch recht en naar buitenlands recht van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte beoogt door de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/04/2014 pub. 17/06/2014 numac 2014003229 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders sluiten.3° De beleggingsvennootschappen bedoeld in 3° zijn de beleggingsvennootschappen die beoogt worden door gelijkaardige bepalingen als 1° en 2°, die gevestigd zijn in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte maar die hun aandelen niet publiekelijk aanbieden in België. Artikel 2 Artikel 2 heft de bepaling opgenomen in artikel 118, § 1,6°, derde streepje, b, van het KB/WIB 92 die achterhaald is door de opheffing van effecten aan toonder in België sinds 1 januari 2014.

Artikel 3 Artikel 3 past de bepaling aan hernomen in artikel 118, § 1, 6°, derde streepje, eerste lid, c, van het KB/WIB 92 zodat de voorwaarden van behoud worden uitgebreid naar de lidstaten van de Europese Economische Ruimte, ander dan België.

Artikel 4 Ten gevolge van de afschaffing van de effecten aan toonder ten laatste op 31 december 2013, bedoeld door de wet van 14 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/12/2005 pub. 23/12/2005 numac 2005009962 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende afschaffing van de effecten aan toonder sluiten houdende afschaffing van de effecten aan toonder, is het tweede lid van ditzelfde artikel 118, § 1, 6°, derde streepje, KB/WIB 92 niet meer noodzakelijk en kan het worden opgeheven.

Artikel 5 Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de bepalingen van dit besluit.

Artikel 6 Dit artikel belast de minister van Financiën met de uitvoering van dit besluit.

Dit is, Sire, de draagwijdte van het besluit dat U wordt voorgelegd.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT

ADVIES 57.856/1/V VAN 25 AUGUSTUS 2015, VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING WETGEVING, OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT "TOT WIJZIGING VAN HET KB/WIB 92 BETREFFENDE DE VERZAKING VAN DE INNING VAN ROERENDE VOORHEFFING" Op 10 juli 2015 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Financiën verzocht binnen een termijn van dertig dagen, van rechtswege verlengd tot 26 augustus 2015 (*), een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het KB/WIB 92 betreffende de verzaking van de inning van roerende voorheffing'.

Het ontwerp is door de eerste vakantiekamer onderzocht op 18 augustus 2015 .

De kamer was samengesteld uit Jo Baert, kamervoorzitter, Koen Muylle en Patricia De Somere, staatsraden, Bruno Peeters, assessor, en Greet Verberckmoens, griffier Het verslag is uitgebracht door Tim Corthaut, auditeur .

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jan Smets, staatsraad Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 25 augustus 2015 . 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich beperkt tot het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan 2.Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt tot het aanpassen van de artikelen 116 en 118 van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 27/07/2015 numac 2015000371 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel I sluiten `tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992' (hierna: KB/WIB 92), nadat de Europese Commissie omwille van de strekking van die bepalingen een procedure voor het Hof van Justitie van de Europese Unie is gestart (1). Volgens de Commissie zijn de huidige artikelen 116 en 118 van het KB/WIB 92 strijdig met de vrijheid van vestiging en het vrij verkeer van diensten. 3. De rechtsgrond voor de ontworpen bepalingen wordt terecht gezocht in artikel 266 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (hierna: WIB 92).Het eerste lid van dat artikel machtigt de Koning om af te zien van de inning van de roerende voorheffing. In het eerste lid van de aanhef van het ontwerp zou dus meer bepaald naar het eerste lid van voormeld artikel 266 van het WIB 92 kunnen worden verwezen. 4. Voor het overige zijn bij het ontwerp, wat de onderzochte punten betreft, geen verdere opmerkingen te maken. De Griffier, G. Verberckmoens.

De Voorzitter, J. Baert. (*) Deze verlenging vloeit voort uit artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, in fine, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, waarin wordt bepaald dat deze termijn van rechtswege wordt verlengd met vijftien dagen wanneer hij begint te lopen tussen 15 juli en 31 juli of wanneer hij verstrijkt tussen 15 juli en 15 augustus. (1) HvJ C-589/14 Commissie v.België, Pb.C 2 maart 2015, afl. 73, 15.

27 SEPTEMBER 2015. - Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 betreffende de verzaking van de inning van roerende voorheffing (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 266, eerste lid, gewijzigd bij de wet van 4 april 1995, bij het koninklijk besluit van 7 december 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/12/2007 pub. 12/12/2007 numac 2007003546 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot aanpassing van de fiscale wetgeving en de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België aan de bepalingen van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aa type koninklijk besluit prom. 07/12/2007 pub. 18/12/2007 numac 2007003552 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit met betrekking tot institutionele instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die als uitsluitend doel hebben de collectieve belegging in de in artikel 7, eerste lid, 2° van de wet van 20 type koninklijk besluit prom. 07/12/2007 pub. 17/12/2007 numac 2007003544 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing en de Vlaamse forfaitaire vermindering van de bedrijfsvoorheffing sluiten en bij de wet van 13 december 2012;

Gelet op het KB/WIB 92;

Gelet op het advies van de Inspecteur van financiën, gegeven op 9 maart 2015;

Gelet op de akkoordbevinding van de minister van Begroting van 9 juli 2015;

Gelet op advies nr. 57.856/1/V van de Raad van State, gegeven op 25 augustus 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 116, KB/WIB 92, vervangen bij koninklijk besluit van 4 december 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/12/2000 pub. 23/12/2000 numac 2000003780 bron ministerie van financien Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 betreffende de roerende voorheffing op de inkomsten van leningen van aandelen sluiten en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 15 mei 2003 en 20 januari 2005, wordt vervangen als volgt : "

Art. 116.Van de inning van de roerende voorheffing wordt volledig afgezien met betrekking tot de in de artikelen 17 en 90, 6°, en 11°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde inkomsten, andere dan dividenden van Belgische oorsprong, die worden verleend of toegekend aan beleggingsvennootschappen : 1° als bedoeld in de artikelen 15, 148 en 271/10 van de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/08/2012 pub. 18/02/2015 numac 2015000044 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;2° als bedoeld in de artikelen 190, 195, 257 en 298 van de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/04/2014 pub. 17/06/2014 numac 2014003229 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders sluiten betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders; 3° als bedoeld in bepalingen van buitenlands recht gelijkaardig aan deze in 1° en 2° en - die zijn gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en - die hun rechten van deelneming niet openbaar aanbieden in België.".

Art. 2.Artikel 118, § 1, 6°, derde streepje, eerste lid, b, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 7 december 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/12/2007 pub. 12/12/2007 numac 2007003546 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot aanpassing van de fiscale wetgeving en de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België aan de bepalingen van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aa type koninklijk besluit prom. 07/12/2007 pub. 18/12/2007 numac 2007003552 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit met betrekking tot institutionele instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die als uitsluitend doel hebben de collectieve belegging in de in artikel 7, eerste lid, 2° van de wet van 20 type koninklijk besluit prom. 07/12/2007 pub. 17/12/2007 numac 2007003544 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing en de Vlaamse forfaitaire vermindering van de bedrijfsvoorheffing sluiten en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, wordt opgeheven.

Art. 3.In artikel 118, § 1, 6°, derde streepje, eerste lid, c, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 7 december 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/12/2007 pub. 12/12/2007 numac 2007003546 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot aanpassing van de fiscale wetgeving en de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België aan de bepalingen van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aa type koninklijk besluit prom. 07/12/2007 pub. 18/12/2007 numac 2007003552 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit met betrekking tot institutionele instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die als uitsluitend doel hebben de collectieve belegging in de in artikel 7, eerste lid, 2° van de wet van 20 type koninklijk besluit prom. 07/12/2007 pub. 17/12/2007 numac 2007003544 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing en de Vlaamse forfaitaire vermindering van de bedrijfsvoorheffing sluiten en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de woorden "of in een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte" ingevoegd tussen de woorden "in België" en de woorden "op naam van".

Art. 4.In artikel 118, § 1, 6°, derde streepje, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 7 december 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/12/2007 pub. 12/12/2007 numac 2007003546 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot aanpassing van de fiscale wetgeving en de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België aan de bepalingen van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aa type koninklijk besluit prom. 07/12/2007 pub. 18/12/2007 numac 2007003552 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit met betrekking tot institutionele instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die als uitsluitend doel hebben de collectieve belegging in de in artikel 7, eerste lid, 2° van de wet van 20 type koninklijk besluit prom. 07/12/2007 pub. 17/12/2007 numac 2007003544 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing en de Vlaamse forfaitaire vermindering van de bedrijfsvoorheffing sluiten en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, wordt het tweede lid opgeheven.

Art. 5.Dit besluit is van toepassing op de inkomsten die toegekend of toegewezen zijn vanaf de eerste dag van de tweede maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. 6.De minister die bevoegd is voor Financiën, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 27 september 2015.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 10 april 1992, Belgisch Staatsblad van 30 juli 1992. Wet van 4 april 1995, Belgisch Staatsblad van 23 mei 1995, err. 1 juli 1995.

Koninklijk besluit van 7 december 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/12/2007 pub. 12/12/2007 numac 2007003546 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot aanpassing van de fiscale wetgeving en de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België aan de bepalingen van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aa type koninklijk besluit prom. 07/12/2007 pub. 18/12/2007 numac 2007003552 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit met betrekking tot institutionele instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die als uitsluitend doel hebben de collectieve belegging in de in artikel 7, eerste lid, 2° van de wet van 20 type koninklijk besluit prom. 07/12/2007 pub. 17/12/2007 numac 2007003544 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing en de Vlaamse forfaitaire vermindering van de bedrijfsvoorheffing sluiten, Belgisch Staatsblad van 12 december 2007, ed. 2 - err. 11 april 2008.

Wet van 12 december 2012, Belgisch Staatsblad van 20 december 2012.

Koninklijk besluit van 27 augustus 1993Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 27/07/2015 numac 2015000371 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel I sluiten tot uitvoering van Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, Belgisch Staatsblad van 13 september 1993.

Wetten op de Raad van State, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 12 januari 1973, Belgisch Staatsblad van 21 maart 1973.


begin


Publicatie : 2015-10-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^