Koninklijk Besluit van 28 april 2014
gepubliceerd op 21 augustus 2014

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 augustus 2013, gesloten in het Nationaal Paritair Comité voor de sport, betreffende de aanwending van de bijdrage voor de risicogroepen

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2014202545
pub.
21/08/2014
prom.
28/04/2014
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

28 APRIL 2014. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 augustus 2013, gesloten in het Nationaal Paritair Comité voor de sport, betreffende de aanwending van de bijdrage voor de risicogroepen (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Nationaal Paritair Comité voor de sport;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 27 augustus 2013, gesloten in het Nationaal Paritair Comité voor de sport, betreffende de aanwending van de bijdrage voor de risicogroepen.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 28 april 2014.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, Mevr. M. DE CONINCK _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Nationaal Paritair Comité voor de sport Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 augustus 2013 Aanwending van de bijdrage voor de risicogroepen (Overeenkomst geregistreerd op 11 oktober 2013 onder het nummer 117347/CO/223)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in toepassing van hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen en het koninklijk besluit van 19 februari 2013 tot uitvoering van artikel 189, 4de lid van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen en strekt ertoe initiatieven te ontwikkelen ter bevordering van de vorming en de tewerkstelling van risicogroepen onder de werknemers.

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op alle werkgevers en werknemers die onder de bevoegdheid vallen van het Nationaal Paritair Comité voor de sport.

Onder "werknemers" verstaat men : het mannelijk en vrouwelijk personeel.

Art. 3.Overeenkomstig artikel 10 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 maart 2004 tot oprichting van een "Sociaal Fonds voor de sport" en tot vaststelling van de statuten ervan worden de bijdragen als volgt vastgesteld : Voor de periode vanaf 1 januari 2013 zal elke werkgever een bijdrage storten aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, ten belope van 0,10 pct. van de bruto loonmassa van elk kwartaal zoals aangegeven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

Het "Sociaal Fonds voor de sport", met als zetel Boechoutlaan 9, te 1020 Brussel (BOIC), is gemachtigd om deze gelden in ontvangst te nemen.

Art. 4.Deze bijdrage zal worden aangewend voor initiatieven ter bevordering van de vorming en tewerkstelling van de risicogroepen, zoals bepaald in artikel 5 van deze overeenkomst, alsook voor initiatieven die kaderen in het gelijke kansenbeleid.

Art. 5.Onder "risicogroepen" wordt onder meer verstaan : - de laaggeschoolde werklozen en de langdurige werklozen, de deeltijds leerplichtigen, de herintreders, de laaggeschoolde werknemers, de werknemers die geconfronteerd worden met collectief ontslag, herstructurering of de introductie van nieuwe technologieën; - de risicogroepen voorzien in het koninklijk besluit van 19 februari 2013 tot uitvoering van artikel 189, 4de lid van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (Belgisch Staatsblad van 8 april 2013), gespecifieerd in artikel 5 van deze collectieve arbeidsovereenkomst; - alle werknemers, ongeacht hun opleidingsniveau, van wie de functie bedreigd wordt zonder bijkomende vorming in de sector; - de werknemers waarvoor het fonds bijzondere maatregelen nodig acht; - speciale aandacht gaat uit naar de jeugd, de arbeidsongeschikte werknemers, naar diegenen die tijdelijk hun sportieve activiteiten onderbreken en diegenen die zich op het einde van hun loopbaan bevinden.

Art. 6.Tenminste 0,05 pct. van de loonmassa dient te worden voorbehouden aan één of meerdere van volgende risicogroepen : 1° de werknemers van minstens 50 jaar oud die in de sector werken;2° de werknemers van minstens 40 jaar oud die in de sector werken en bedreigd zijn met ontslag : a) hetzij doordat hun arbeidsovereenkomst werd opgezegd en de opzeggingstermijn loopt;b) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming die erkend is als ondememing in moeilijkheden of in herstructurering;c) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming waar een collectief ontslag werd aangekondigd;3° de niet-werkenden en de personen die sinds minder dan een jaar werken en niet-werkend waren op het ogenblik van hun indiensttreding. Onder "niet-werkenden" wordt verstaan : a) de langdurig werkzoekenden, zijnde de personen in het bezit zijn van een werkkaart, bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 19 december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig werkzoekenden;b) de uitkeringsgerechtigde werklozen;c) de werkzoekenden die laaggeschoold of erglaaggeschoold zijn in de zin van artikel 24 van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de tewerkstelling;d) de herintreders, zijnde de personen die zich na een onderbreking van minstens één jaar terug op de arbeidsmarkt begeven;e) de personen die gerechtigd zijn op maatschappelijke integratie in toepassing van de wet van 26 mei 2002 betreffende het redit op maatschappelijke integratie en personen die gerechtigd zijn op maatschappelijke hulp in toepassing van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;f) de werknemers die in het bezit zijn van een verminderingskaart herstructureringen in de zin van het koninklijk besluit van 9 maart 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen;g) de werkzoekenden die niet de nationaliteit van een lidstaat van de Europese Unie bezitten, of van wie minstens één van de ouders deze nationaliteit niet bezit of niet bezat bij overlijden, of van wie minstens twee van de grootouders deze nationaliteit niet bezitten of niet bezaten bij overlijden;4° de personen met een verminderde arbeidsgeschiktheid, namelijk : - de personen die voldoen aan de voorwaarden om ingeschreven te worden in een regionaal agentschap voor personen met een handicap; - de personen met een definitieve arbeidsongeschiktheid van minstens 33 pct.; - de personen die voldoen aan de medische voorwaarden om recht te hebben op een inkomensvervangende of een integratietegemoetkoming ingevolge de wet van 27 februari 1987 op de tegemoetkomingen aan personen met een handicap; - de personen die als doelgroepwerknemer tewerkgesteld zijn of waren bij een werkgever die valt onder het toepassingsgebied van het Paritair Comité voor de beschutte en de sociale werkplaatsen; - de gehandicapte die het recht op verhoogde kinderbijslag opent op basis van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66 pct.; - de personen die in het bezit zijn van een attest afgeleverd door de Algemene Directie Personen met een Handicap van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid voor het verstrekken van sociale en fiscale voordelen; - de persoon met een invaliditeitsuitkering of een uitkering voor arbeidsongevallen of beroepsziekten in het kader van programma's tot werkhervatting; 5° de jongeren die nog geen 26 jaar oud zijn en opgeleid worden, hetzij in een stelsel van alternerend leren, hetzij in het kader van een individuele beroepsopleiding in een onderneming, bedoeld in artikel 27, 6° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, hetzij in het kader van een instapstage, bedoeld in artikel 36quater van hetzelfde koninklijk besluit van 25 november 1991.

Art. 7.bold Van de in artikel 6 bedoelde inspanning moet minstens de helft besteed worden aan initiatieven ten voordele van één of meerdere van de volgende groepen : a) de in artikel 6, 5°, bedoelde jongeren b) de in artikel 6, 3° en 4°, bedoelde personen die nog geen 26 jaar zijn.

Art. 8.Het "Sociaal Fonds voor de sport" wordt paritair beheerd conform de statuten van het fonds.

Art. 9.De raad van bestuur van het in artikel 3 genoemde sociaal fonds zal de nodige schikkingen treffen om de bijdragen in ontvangst te nemen.

Art. 10.De raad van bestuur van het in artikel 3 genoemde sociaal fonds zal de nodige initiatieven ontwikkelen om deze bijdrage te besteden zoals bepaald in de artikelen 4, 5 et 6 van deze overeenkomst.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2013 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2014.

Zij wordt echter afgesloten onder opschortende voorwaarde van publicatie van een koninklijk besluit die de inning van de bijdrage voor de risicogroepen bepaalt voor 2013 en 2014.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 april 2014.

De Minister van Werk, Mevr. M. DE CONINCK

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^