Koninklijk Besluit van 28 augustus 2011
gepubliceerd op 14 september 2011
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit houdende wijziging van het koninklijk besluit van 9 mei 2008 houdende erkenning van de leden, titularis van een mandaat in het Executief van de Moslims van België, gewijzigd bij koninklijke besluiten van 30 maart 2009 en 22 december 20

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2011009631
pub.
14/09/2011
prom.
28/08/2011
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

28 AUGUSTUS 2011. - Koninklijk besluit houdende wijziging van het koninklijk besluit van 9 mei 2008 houdende erkenning van de leden, titularis van een mandaat in het Executief van de Moslims van België, gewijzigd bij koninklijke besluiten van 30 maart 2009 en 22 december 2010


VERSLAG AAN DE KONING Sire, De leden, titularis van een mandaat in het Executief van de Moslims van België, beschikken, overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit van 9 mei 2008 houdende erkenning van de leden, titularis van een mandaat in het Executief van de Moslims van België, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 december 2010, over een mandaat dat op 31 maart 2011 verstreken is.

Ik verwijs naar het Verslag aan de Koning van het koninklijk besluit van 16 juli 2010 wat het vernieuwingsproces betreft.

Tijdens de ontmoetingen met het Executief van de Moslims van België, op 1 en 31 maart 2011 werd mij toelichting verschaft bij het proces.

Ik heb moeten vaststellen dat, in tegenstelling tot de vraag naar een gezamenlijk project, er twee projecten werden voorgesteld door de leden van het uittredend Executief, het ene door elf leden en het andere door vier leden. De twee projecten hebben verschillende gevolgen.

Op een vergadering gehouden op 22 juni 2011, heb ik moeten vaststellen dat er nog steeds nog geen fundamentele vooruitgang is naar een eensgezind project, wel werd het eerste project reeds verder uitgewerkt.

Men kan echter niet tot een juridisch vacuüm komen en een minimaal functionerende representatief orgaan van de islamitische eredienst is noodzakelijk, gelet op de werking op het terrein.

Bij brief van 4 juli 2011 heeft het Executief mij meegedeeld dat zij de arbeidsovereenkomsten van het administratief personeel zullen moeten beëindigen bij gebreke aan financiële middelen.

Op dit ogenblik zijn moskeeën erkend, worden imams ten laste van de begroting van de FOD Justitie worden uitbetaald, zijn islamitische consulenten in de strafinrichtingen werkzaam en zijn islamleerkrachten in het onderwijs aangesteld, dus hebben de administratieve overheden en de lokale erkende gemeenschappen in alle geval de noodzaak om over een contactpunt met de organen van de islamitische eredienst te beschikken. Het is inderdaad onmogelijk dat de administratieve overheden rechtstreeks met de verschillende correspondenten contacten zouden onderhouden en zij dienen ook inmenging in de interne aangelegenheden van de islamitische eredienst te vermijden.

Ik zie mij dan ook verplicht, in het kader van de continuïteit van de dienstverlening, maar ook zonder dat ik zonder meer kan overgaan tot een verlenging van het mandaat van de individuele leden van het Executief van de Moslims van België, aangezien zij er niet in geslaagd zijn om na drie jaar een eenduidig voorstel voor de hernieuwing te produceren, om te voorzien in een een overgangsstructuur.

Daarbij dient rekening te worden gehouden om de principes te verzoenen van enerzijds niet-inmenging van de overheid en anderzijds de noodzaak voor de overheid om de nodige voorwaarden te scheppen opdat een erkende eredienst op een efficiënte wijze zou kunnen functioneren en de hem toekomende financiële tussenkomsten zou kunnen ontvangen.

De overheid heeft ook de plicht om actief de vrijheid van eredienst te ondersteunen.

Eensgezindheid in het besluitvormingsproces is nu niet onmiddellijk mogelijk, zelfs niet over overganssgstructuren, maar het vernieuwingsproces moet tenminste begeleid blijven en eventueel verder worden ontwikkeld.

Zoals reeds hierboven aangehaald is het onmogelijk om al de huidige leden van het Executief, waarvan het mandaat verstreek op 31 maart 2011 en aan wiens verlenging concrete voorwaarden waren gekoppeld, die niet werden vervuld, te verlengen.

In afwachting van oplossingen op de lange termijn, had ik derhalve op een vergadering van 18 mei 2011 voorgesteld om een ad hoc structuur te weerhouden, waarbij de vier leden van het Bureau de opdrachten van het Executief in het kader van de lopende zaken zouden waarnemen.

De brief van 6 juni 2011 waarbij toch wordt gevraagd om alle leden van het Executief nogmaals een mandaat te geven, kan ik om de hierboven uiteengezette redenen niet aanvaarden.

Teneinde een juridisch vacuüm te vermijden, verdient het aanbeveling dat het Bureau van het Executief samengesteld door de heer UGURLU Semsettin, voorzitter, de heer ÜSTÜN Mehmet, ondervoorzitter, Mevr.

PRAILE Isabelle, ondervoorzitter en de heer ADAHCHOUR Mohammed, ondervoorzitter, de opdracht in lopende zaken kan verderzetten en de continuïteit van het vernieuwingsproces verzekeren.

Met het oog daarop stel ik dan ook voor dat het mandaat van de leden van het Bureau van het Executief zou worden verlengd vanaf 1 april tot 31 december 2011.

Deze termijn wordt ingegeven door een bezorgdheid om zo snel als mogelijk een representatief orgaan te hebben, dat over voldoende slagkracht beschikt om het beheer van de dossiers van de islamitische eredienst binnen het Belgische kader te verzekeren en met het oog op de verdere dialoog over de vernieuwing.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, De zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Justitie, S. DE CLERCK

28 AUGUSTUS 2011. - Koninklijk besluit houdende wijziging van het koninklijk besluit van 9 mei 2008 houdende erkenning van de leden, titularis van een mandaat in het Executief van de Moslims van België, gewijzigd bij koninklijke besluiten van 30 maart 2009 en 22 december 2010 ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 4 maart 1870 op de temporaliën van de erediensten, inzonderheid op artikel 19bis, ingevoegd bij de wet van 19 juli 1974 en gewijzigd bij de wetten van 17 april 1985, 18 juli 1991 en 10 maart 1999;

Gelet op het koninklijk besluit van 3 mei 1999 houdende erkenning van het Executief van de Moslims van België;

Gelet op het koninklijk besluit van 27 maart 2008 houdende schorsing van de artikelen 4 tot en met 9 van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 houdende erkenning van het Executief van de Moslims van België;

Gelet op het koninklijk besluit van 9 mei 2008 houdende erkenning van de leden, titularis van een mandaat in het Executief van de Moslims van België, inzonderheid op artikel 1, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 maart 2009, en op artikel 3, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 december 2010;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 23 juni 2011;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat het mandaat van de leden van het Executief van de Moslims sedert 31 maart 2011 is verstreken en dat zoals blijkt uit de brief van 6 mei 2011, de vergadering van 18 mei 2011, de vergadering van 22 juni en de brief van 27 juni 2011 het onmogelijk is om een consensueel voorstel te bekomen inzake de overgangstructuren en dat de overheid derhalve de vrijheid van eredienst en de financiering die gekoppeld is aan de erkenning als eredienst dient te ondersteunen met actieve maatregelen indien de betrokken eredienst niet in staat is om zelf werkzame oplossingen aan te reiken;

Overwegende dat in een aantal dossiers zoals de islamconsulenten in de strafinrichtingen, de erkende moskeeën, de imams en de leerkrachten islam in het onderwijs, men dient te blijven beschikken over een aanspreekpunt dat de continuïteit van de dossiers waarborgt en dat eveneens kan optreden als representatief orgaan naar de verschillende burgerlijke administratieve overheden toe;

Overwegende dat er op dit ogenblik geen alternatief voorhanden is;

Overwegende dat de niet-verlenging van de leden, titularis van een mandaat in het Executief van de Moslims van België, een juridisch vacuüm doet ontstaan en het vernieuwingsproces dat gaande is in vraag kan stellen;

Overwegende dat het Executief van de Moslims van België bij brief van 4 juli 2011 heeft meegedeeld dat zij een einde dient te stellen aan de arbeidsovereenkomsten van het administratief personeel omwille van een gebrek aan financiële middelen;

Overwegende dat het Bureau van het Executief samengesteld door de heer UGURLU Semsettin, voorzitter, de heer ÜSTÜN Mehmet, ondervoorzitter, Mevr. PRAILE Isabelle, ondervoorzitster en de heer ADAHCHOUR Mohammed, ondervoorzitter, zich moet beperken tot het beheer van de lopende zaken in afwachting dat er klaarheid komt in het vernieuwingsproces;

Overwegende dat het mandaat van de leden van het Executief van de Moslims van België niet werd verlengd na 31 maart 2011, omwille van het feit dat op dat ogenblik geen voldoende project met het oog op de hernieuwing van dit orgaan werd voorgelegd;

Overwegende dat op dit ogenblik het noodzakelijk is een voorlopige structuur in afwachting van een oplossing op lange termijn te voorzien;

Overwegende dat een aantal dossiers (inzonderheid, de werking van de moskeeën, de administratieve voogdij van de erkende lokale gemeenschappen of al in ingediende procedure tot erkenning, de benoeming van de imams en de instelling van de islamconsulenten in de gevangenissen, de leerkrachten godsdienst in het onderwijs) in alle geval verdere opvolging dient te bekomen en dat een administratieve ondersteuning noodzakelijk is op dat vlak en dat uit hoofde van de principes van de continuïteit de opdracht van algemeen belang dient te worden verzekerd;

Overwegende dat de betaling van de verplaatsingkosten van de leden van het Executief die met het Bureau kunnen medewerken, noodzakelijk is zonder dat er enige verdere erkenning aan de leden- titularis van een mandaat in het Executief van de Moslims van België wordt verleend;

Op de voordracht van de Minister van Justitie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 1 van het koninklijk besluit van 9 mei 2008 houdende erkenning van de leden, titularis van een mandaat in het Executief van de Moslims van België, wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Artikel 1.De volgende, aan de Minister van Justitie door de uit de algemene verkiezingen van 20 maart 2005 ontstane algemene vergadering van de Moslims van België, voorgedragen personen worden erkend als leden, titularis van een mandaat in het Executief van de Moslims van België : 1. ADAHCHOUR Mohamed, 2.PRAILE Isabelle, 3. UGURLU Semsettin, 4.ÜSTÜN Mehmet.

Deze personen zijn belast met de behandeling van de dossiers betreffende de werking van de moskeeën, de administratieve voogdij van de erkende lokale gemeenschappen of al in de ingediende procedure tot erkenning van lokale gemeenschappen, de benoeming van de imams, de aanstelling van de islamconsulenten in de gevangenissen, de leerkrachten godsdienst in het onderwijs, in erkende plaatsen, het afgeven van alle noodzakelijke administratieve attesten in het kader van de verschillende bestaande procedures.

Deze personen kunnen medewerken met de personen die volgen : 1. ACHAIBI Mohamed, 2.DIBBIH Mohamed, 3. FATHA-ALLAH Mohamed, 4.GÜNAYDIN Zehra, 5. KALAAI Mouloud, 6.KAYA Iihan, 7. ONAT Ömer Faruk, 8.QURESHI Iqbal Ahmed, 9. RADI El Hassan, 10.SABBANI Abdellah, 11. TIRYAKI Ibrahim, 12.YILMAZ Ismail. » De verplaatsingkosten van deze personen zijn op de subsidie betaald.

Art. 2.Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 3.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2011 en houdt op uitwerking te hebben op 31 december 2011. »

Art. 3.De minister bevoegd voor Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel op 28 augustus 2011.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^