Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 28 januari 2004
gepubliceerd op 02 maart 2004

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 maart 2003 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2004003083
pub.
02/03/2004
prom.
28/01/2004
ELI
eli/besluit/2004/01/28/2004003083/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

28 JANUARI 2004. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 maart 2003 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, brengt wijzigingen aan in het koninklijk besluit van 31 maart 2003 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt, inzake het toepassingsgebied van dat koninklijk besluit en inzake de modaliteiten van mededeling en bekendmaking van informatie.

Allereerst wordt het toepassingsgebied beter in overeenstemming gebracht met het toepassingsgebied van de richtlijn 2001/34, door de uitsluiting van futures en opties. Dit zijn immers contracten die tussen partijen worden gesloten, wat betekent dat - voor zover men hier technisch van emittenten kan spreken - er zeer vele emittenten kunnen zijn en dat deze emittenten ook particulieren kunnen zijn. Het strookt niet met het door het koninklijk besluit nagestreefde doel om deze personen informatieverplichtingen op te leggen.

Daarnaast wordt één van de informatieverplichtingen, opgenomen in artikel 5, geherformuleerd om te verduidelijken dat voor de emittenten naar Belgisch recht deze bepaling dezelfde financiële instrumenten wil vatten als diegene die geviseerd worden in de transparantiewetgeving van 2 maart 1989.

Tenslotte worden de modaliteiten van mededeling en bekendmaking van informatie gepreciseerd en verfijnd.

Een eerste precisering betreft de wijze van bekendmaking van kwartaalinformatie. De actuele tekst van het besluit is terzake ambigu, in de zin dat het niet geheel duidelijk is of een kwartaalcommuniqué, waarvan de publicatie niet verplicht is, al dan niet beschouwd dient te worden als « informatie die de emittenten moeten bekendmaken krachtens het besluit » en derhalve conform de algemene regel gepubliceerd moet worden door opneming in één of meer dagbladen. Om alle ambiguïteit terzake weg te nemen wordt in een expliciete uitzondering op de algemene regel voorzien. Het zou immers niet gepast zijn om voor informatie die op vrijwillige basis wordt verstrekt, de opneming in één of meer dagbladen voor te schrijven.

Een tweede precisering beoogt te verduidelijken dat de publicatie van het bericht waarin wordt aangegeven hoe het publiek de jaarrekening, het jaarverslag en het verslag van de commissaris kan verkrijgen (zie artikel 10, derde lid), onder de algemene regel valt, m.n. bekendmaking door opneming in één of meer dagbladen.

Een eerste verfijning betreft het toepassingsgebied van artikel 14, waar « de informatie die de emittenten moeten bekendmaken krachtens dit besluit », vervangen wordt door « de informatie die de emittenten moeten bekendmaken krachtens de hoofdstukken III en IV van dit besluit ». De informatieverplichtingen die opgesomd worden in hoofdstuk II worden immers geconcretiseerd in de informatieverplichtingen waarvan sprake in de hoofdstukken III en IV. Een tweede verfijning betreft de publicatie van de aanduiding van een financiële instelling als mandataris bij wie de houders van financiële instrumenten hun financiële rechten kunnen uitoefenen. Net als voor de informatie bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, is voor deze informatie niet zozeer de wijde verspreiding op één bepaald ogenblik belangrijk, maar wel het feit dat zij te allen tijde beschikbaar is.

Opname op een website lijkt dan ook de meest aangewezen wijze van bekendmaking ervan.

Een laatste verfijning betreft de overmaking van informatie aan minstens één persagentschap en aan de marktonderneming. De huidige tekst voorziet in de overmaking van een kopie van alle informatie die bekendgemaakt wordt aan minstens één persagentschap en aan de marktonderneming. Voor bepaalde informatie is het evenwel niet aangewezen dat deze als dusdanig aan een persagentschap of aan de marktonderneming wordt overgemaakt en is het integendeel meer aangewezen dat aan een persagentschap en aan de marktonderneming gemeld wordt dat de informatie verkrijgbaar is en waar zij dat is.

De tekst van het besluit houdt rekening met het advies van de Raad van State.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit De zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Financiën, D. REYNDERS

ADVIES 36.357/2 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, tweede kamer, op 23 december 2003 door de Minister van Financiën verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 maart 2003 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt", heeft op 19 januari 2004 het volgende advies gegeven : Aangezien de adviesaanvraag is ingediend op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003, beperkt de afdeling wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

Het begrip "beleggingsinstellingen die niet van het besloten type zijn", waarmee in het ontworpen lid van artikel 2, 2°, wordt gewerkt, is een begrip uit het gemeenschapsrecht dat wordt omschreven in artikel 3, a), van richtlijn 89/298/EEG van de Raad van 17 april 1989 tot coördinatie van de eisen gesteld aan de opstelling van, het toezicht op en de verspreiding van het prospectus dat moet worden gepubliceerd bij een openbare aanbieding van effecten, alsmede in artikel 1, b), van richtlijn 2001/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 mei 2001 betreffende de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd.

Artikel 7 van de wet van 22 april 2003 betreffende de openbare aanbiedingen van effecten transponeert deze definitie in het Belgische recht, zodat de in artikel 2, 2°, ontworpen bepaling dient te worden gepreciseerd als volgt : « Het eerste lid, 2°, is niet van toepassing op instellingen voor collectieve belegging die niet van het closed-end type zijn, bedoeld in artikel 7 van de wet van 22 april 2003 betreffende de openbare aanbiedingen van effecten, noch op emittenten waarvan alleen... (voorts zoals in het ontwerp) ».

De kamer was samengesteld uit : de Heren Y. Kreins, kamervoorzitter, J. Jaumotte, Mevr. M. Baguet, staatsraden, de Heren J. van Compernolle, B. Glansdorff, assessoren van de afdeling wetgeving, Mevr. B. Vigneron, griffier.

Het verslag werd uitgebracht door de H. J.-L. Paquet, eerste auditeur.

De griffier, B. Vigneron.

De voorzitter, Y. Kreins.

28 JANUARI 2004. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 maart 2003 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op richtlijn 2001/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 mei 2001 betreffende de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd;

Gelet op de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, inzonderheid op artikel 10, § 1, 1° tot 5°;

Gelet op het koninklijk besluit van 31 maart 2003 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt;

Gelet op het advies van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen;

Gelet op advies nr. 36.357/2 van de Raad van State, gegeven op 19 januari 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 1 van het koninklijk besluit van 31 maart 2003 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt wordt aangevuld met het volgende lid : « Deze bepalingen zijn evenwel niet van toepassing op de emittenten van financiële instrumenten bedoeld in artikel 2, 1°, f) tot i), van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. »

Art. 2.In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid, 2°, wordt vervangen als volgt : « 2° het aantal stemrechtverlenende effecten die al dan niet het kapitaal vertegenwoordigen en de daarmee gelijkgestelde rechten, en ten minste elke wijziging daarvan die 1 % of meer van die effecten of rechten vertegenwoordigt;voor de emittenten naar Belgisch recht wordt het begrip stemrechtverlenende effecten die al dan niet het kapitaal vertegenwoordigen verstaan in de zin van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen en wordt het begrip daarmee gelijkgestelde rechten verstaan in de zin van het koninklijk besluit van 10 mei 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen; »; 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : « Het eerste lid, 2°, is niet van toepassing op instellingen voor collectieve belegging die niet van het closed-end type zijn, bedoeld in artikel 7 van de wet van 22 april 2003 betreffende de openbare aanbiedingen van effecten, noch op emittenten waarvan enkel andere dan stemrechtverlenende effecten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt zijn toegelaten.»

Art. 3.In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2, eerste lid, eerste zin, wordt vervangen als volgt : « Behalve wanneer de regels inzake openbaarmaking zijn vastgesteld door of krachtens het Wetboek van vennootschappen, wordt de informatie die de emittenten bekendmaken krachtens de hoofdstukken III en IV van dit besluit, met uitzondering van die bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2° en 4°, in artikel 6, § 1, 1°, in artikel 9, in artikel 10, eerste lid en in artikel 11, gepubliceerd door opneming in één of meer dagbladen die landelijk of in grote oplage in België worden verspreid. »; 2° in § 3, eerste lid, wordt het woord « 2° » vervangen door de woorden « 2° en 4° »;3° in § 3, tweede lid, worden de woorden « en artikel 9 » ingelast tussen de woorden « artikel 6, § 1, 1° » en het woord « , mag »;4° § 5 wordt vervangen als volgt : « Wanneer de emittenten de informatie bedoeld in artikel 5, eerste lid, 1° en 3°, en in de artikelen 6, 8, 9 en 10 bekendmaken conform §§ 2 tot 4, bezorgen zij hiervan tegelijkertijd een kopie aan één van de in België gevestigde persagentschappen waarbij de meeste dagbladen bedoeld in § 2, eerste lid, zich contractueel geabonneerd hebben, alsook aan de marktonderneming die de betrokken markt organiseert. Wanneer de emittenten de informatie bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2° en 4°, en in artikel 11 bekendmaken conform §§ 2 tot 4, bezorgen zij tegelijkertijd aan één van de in België gevestigde persagentschappen waarbij de meeste dagbladen bedoeld in § 2, eerste lid, zich contractueel geabonneerd hebben, alsook aan de marktonderneming die de betrokken markt organiseert een bericht waarin zij meedelen op welke plaatsen de desbetreffende informatie verkrijgbaar is.»

Art. 4.Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 28 januari 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, D. REYNDERS

^