Koninklijk Besluit van 28 juni 2019
gepubliceerd op 03 juli 2019
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot reglementering van de wielerwedstrijden en van de alle-terreinwedstrijden

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer, federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2019013153
pub.
03/07/2019
prom.
28/06/2019
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2019013153

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN, FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER, FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE


28 JUNI 2019. - Koninklijk besluit tot reglementering van de wielerwedstrijden en van de alle-terreinwedstrijden


VERSLAG AAN DE KONING Het koninklijk besluit van 21 augustus 1967 tot reglementering van de wielerwedstrijden en van de veldritten, gewijzigd door de koninklijk besluiten van 6 februari 1970, 14 februari 1974, 17 juni 1981 en 12 december 1983, voldoet op sommige punten niet aan de huidige omstandigheden om een wielerwedstrijd te organiseren. Ook zijn er bepaalde aspecten overgegaan naar de deelstaten en dienen deze niet meer in de federale reglementering opgenomen te worden.

In hoofdzaak dient de federale reglementering te waken over de veiligheid van al diegenen die met wielerwedstrijden te maken hebben.

Dit zijn niet alleen de deelnemende renners en de omkadering, maar zeker ook de toeschouwers, de omwonenden en andere betrokkenen.

Onderhavig koninklijk besluit is een uitvloeisel van artikel 9 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer dat bepaalt dat de inrichting van en de deelneming aan sportwedstrijden of sportcompetities die geheel of ten dele op de openbare weg plaatshebben, verboden zijn, behoudens voorafgaand en schriftelijk verlof van de burgemeesters van de gemeenten op wiens grondgebied die wedstrijden of competities plaatshebben.

Wielerwedstrijden hebben in België altijd al een zekere aantrekkingskracht gehad met een grote aantrek van toeschouwers.

Het verkeer is toegenomen wat een grote impact heeft op en rond de organisatie van een wielerwedstrijd. Tevens is de weginfrastructuur de laatste jaren sterk gewijzigd waardoor er meer obstakels aanwezig zijn op de openbare weg.

Teneinde te streven naar een optimale inzet van de politiediensten daar waar het noodzakelijk is, dient er maximaal gebruik gemaakt te worden van signaalgevers. Ook leden van de private veiligheid kunnen binnen de grenzen van de wet van 2 oktober 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/10/2017 pub. 31/10/2017 numac 2017031388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid type wet prom. 02/10/2017 pub. 18/12/2017 numac 2017031910 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid. - Duitse vertaling sluiten tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, hierin een rol spelen.

Met dit koninklijk besluit wensen we ook een kader te scheppen voor de alle-terrein wedstrijden, zoals de cyclocrossen, mountainbike wedstrijden en voor de wedstrijden waar een gedeelte met de fiets gereden wordt, zoals de dua- en triathlons. Deze vallen ook onder dit koninklijk besluit, zelfs indien de wedstrijden niet plaatsvinden op de openbare weg.

In dit koninklijk besluit is een tijdschema bepaald voor het vergunningstraject, gaande van minimum veertien weken voor de wedstrijd tot vier weken voor de wedstrijd.

Hierbij volgt een schema waarbij D staat voor de dag van de wielerwedstrijd: - D-14 weken: aanvraag organisator - D-12 weken: aanvraag toelating aan wegbeheerder door burgemeester voor gebruik gewestwegen en advies provinciale commissie voor dringende geneeskundige hulpverlening - D-8 weken: antwoord van de betrokken wegbeheerder tot gebruik van gewestwegen en advies provinciale commissie voor dringende geneeskundige hulpverlening - D-8 weken: bewijs van verzekering door organisator - D-6 weken: definitief akkoord burgemeester eventueel onder voorwaarden - D-4 weken: coördinatievergadering (indien nodig) In artikel 20 van dit koninklijk besluit wordt de vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie (Cass. 8 december 1967, Pas., 1968, I, 477 & Hof van beroep Luik, 5 maart 1996, verkeersrecht 1996, 246) bevestigd in die zin dat de wegcode te allen tijde van kracht is tijdens een wielerwedstrijd, behoudens de verkeersregels die indruisen tegen de aard van dergelijke wielerwedstrijd. Daarnaast worden enkele zaken zoals de regeling van de plaats op de rijweg (art. 10) en op overwegen in de verf gezet, opdat hier geen twijfel zou kunnen bestaan.

In alle gevallen dient het rijgedrag van alle leden van de wedstrijdkaravaan en de publiciteitskaravaan zodanig aangepast te zijn aan de concrete omstandigheden, dat zij te allen tijde binnen hun mogelijkheden kunnen voorkomen dat de veiligheid van de leden van die karavanen en de toeschouwers bedreigd kan worden.

De artikelen 2, derde lid, 10 tot 13quater en 21 van het koninklijk besluit van 21 augustus 1967 blijven bestaan tot de regionale overheden hun eigen invulling aan deze bepalingen hebben verleend.

De afdeling Wetgeving van de Raad van State gaf op 27 maart 2019 advies over voorliggend ontwerp van koninklijk besluit. Het ontwerp werd aangepast aan haar opmerkingen, met uitzondering van de volgende.

De Raad van State stelde dat het toekennen van vergunningen voor het privatieve gebruik van het openbaar wegendomein krachtens artikel 6, § 1, X, 2° bis van de bijzondere wet `tot hervorming der instellingen' van 8 augustus 1980 tot de bevoegdheid van de gewesten inzake het juridisch stelsel van de landwegenis behoort, en dat het bijgevolg niet aan de steller van het ontwerp is om vast te stellen dat de beheerder van de desbetreffende weg het gebruik van het desbetreffende weggedeelte kan weigeren of om de beheerder ertoe te verplichten die weigering binnen een bepaalde termijn ter kennis te brengen van de betrokken burgemeester. Om die reden zou het tweede lid van artikel 5 moeten worden weggelaten, ofwel op dat punt worden herzien.

Deze opmerking van de Raad van State werd niet gevolgd, omdat de gewesten in hun adviesverstrekking niet expliciet weergegeven hebben dat ze hiermee een probleem hebben.

Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Werk, Economie en Consumenten, K. PEETERS De Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, P. DE CREM De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, M. DE BLOCK De Minister van Mobiliteit, Fr. BELLOT

Raad van State, afdeling Wetgeving, advies 65.560/4 van 27 maart 2019, over een ontwerp van koninklijk besluit `tot reglementering van de wielerwedstrijden en van de alle-terreinwedstrijden' Op 28 februari 2019 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot reglementering van de wielerwedstrijden en van de alle-terreinwedstrijden'.

Het ontwerp is door de vierde kamer onderzocht op 27 maart 2019. De kamer was samengesteld uit Martine BAGUET, kamervoorzitter, Bernard BLERO en Wanda VOGEL, staatsraden, Sébastien VAN DROOGHENBROECK en Jacques ENGLEBERT, assessoren, en Anne Catherine VAN GEERSDAELE, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Yves CHAUFFOUREAUX, eerste auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Wanda VOGEL. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 27 maart 2019.

Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of het ontwerp onder die beperkte bevoegdheid valt, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van alle feitelijke gegevens die de regering in aanmerking kan nemen als zij moet beoordelen of het nodig is een verordening vast te stellen of te wijzigen.

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

ONDERZOEK VAN HET ONTWERP Aanhef 1. In het eerste lid dient als rechtsgrond van het ontwerp meer bepaald te worden verwezen naar artikel 1, derde lid, van de wet van 8 juli 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1964 pub. 14/11/2006 numac 2006000610 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening Duitse vertaling sluiten `betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening'.2. Aangezien het koninklijk besluit van 21 augustus 1967 `tot reglementering van de wielerwedstrijden en van de veldritten' gedeeltelijk wordt opgeheven bij artikel 21 van het ontwerp, moet een nieuw lid worden ingevoegd waarin naar dat besluit wordt verwezen.3. Er is daarentegen geen reden om te verwijzen naar het koninklijk besluit van 1 december 1975 `houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg' en het koninklijk besluit van 16 februari 2006 `betreffende de nood- en interventieplannen' die niet worden gewijzigd bij het ontwerp.4. Er moet ook een nieuw lid worden ingevoegd waarin wordt verwezen naar de vervulling van het voorafgaande vormvereiste volgens hetwelk de gewestregeringen moeten worden betrokken bij het uitwerken van het ontwerp. 5. Het zesde lid, waarin naar het advies van de Raad van State wordt verwezen, moet als volgt worden gesteld: "Gelet op advies 65.560/4 van de Raad van State, gegeven op 26 maart 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;" (1).

Dispositief Artikel 5 1. In de Franse tekst van paragraaf 1, eerste lid, moet het woord "avis", naar het voorbeeld van de Nederlandse tekst, worden vervangen door het woord "autorisation" dat een meer algemene strekking heeft.2. Krachtens artikel 6, § 1, X, 2° bis, van de bijzondere wet `tot hervorming der instellingen' van 8 augustus 1980 behoort het toekennen van vergunningen voor het privatieve gebruik van het openbaar wegendomein tot de bevoegdheid van de gewesten inzake het juridisch stelsel van de landwegenis. Het is bijgevolg niet aan de steller van het ontwerp om vast te stellen dat de beheerder van de desbetreffende weg het gebruik van het desbetreffende weggedeelte kan weigeren of om de beheerder ertoe te verplichten die weigering binnen een bepaalde termijn ter kennis te brengen van de betrokken burgemeester.

Het tweede lid moet ofwel worden weggelaten, ofwel op dat punt worden herzien. 3. Paragraaf 2, eerste lid, dat handelt over het advies van de provinciale Commissie voor dringende geneeskundige hulpverlening, moet worden aangevuld teneinde bij het bepalen van de bevoegde commissie rekening te houden met de gevallen waarin de plaats van aankomst van de wedstrijd zich niet op het Belgische grondgebied bevindt.4. In paragraaf 3 vloeit de noodzaak om de geschreven weigering te motiveren reeds voort uit de wet van 29 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten `betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen'.Het komt niet aan de Koning toe om een dergelijke regel over te nemen. De woorden "op een gemotiveerde wijze" moeten worden weggelaten.

Artikel 15 In tegenstelling tot wat wordt vermeld in paragraaf 1, zijn de modellen van het volgbewijs en het doorgangsbewijs, waarin respectievelijk het tweede en het derde lid van deze bepaling voorzien, niet bij het ontworpen besluit gevoegd. Dit besluit moet op dat punt worden gecorrigeerd.

Artikel 17 Paragraaf 4, eerste en tweede lid, luidt als volgt: "Alle hulpverleners dienen een opleidingsniveau te hebben zoals bepaald door de FOD Volksgezondheid en opgenomen in de gecoördineerde wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009276 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009275 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009277 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.

Voor de hulpverleners die instaan voor het ziekenvervoer dient in het bijzonder voldaan te worden aan de voorwaarden zoals opgenomen in hoofdstuk 6, artikelen 65 tot en met 67 van voornoemde wet." De voorwaarden die zijn bepaald in de artikelen 65 tot 67 van hoofdstuk 6 van de wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009276 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009275 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009277 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten, hebben betrekking op de uitoefening van het beroep van hulpverlener-ambulancier. Paragraaf 4, eerste lid, moet worden herzien teneinde duidelijker aan te geven of de andere hulpverleners moeten voldoen aan dezelfde of slechts aan een aantal van die voorwaarden, dan wel aan andere voorwaarden die dan nader moeten worden bepaald.

Artikel 21 In artikel 21 wordt vermeld welke bepalingen van het koninklijk besluit van 21 augustus 1967 niet bij het ontwerp worden opgeheven.

Ook artikel 2, derde lid, en artikel 21, die niet meer onder de uitsluitende bevoegdheid van de federale overheid vallen, moeten daarin worden opgenomen. Wat dat laatste artikel betreft, wordt eveneens verwezen naar de opmerking die bij artikel 5, § 1, van het ontwerp is gemaakt.

De griffier, Anne-Catherine Van Geersdaele De voorzitter, Martine Baguet _______ Nota (1) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab "Wetgevingstechniek", aanbeveling 36.1 en formule F 3-5-2.

28 JUNI 2019. - Koninklijk besluit tot reglementering van de wielerwedstrijden en van de alle-terreinwedstrijden FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 8 juli 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1964 pub. 14/11/2006 numac 2006000610 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening Duitse vertaling sluiten betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening, inzonderheid artikel 1, derde lid;

Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, inzonderheid op artikel 9, hierna de wegverkeerswet genoemd;

Gelet op het koninklijk besluit van 21 augustus 1967 tot reglementering van de wielerwedstrijden en de veldritten;

Gelet op de adviezen van de Inspecteurs van Financiën, gegeven op 14 mei 2018, 24 mei 2018, 30 mei 2018 en 31 mei 2018;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 11 maart 2019;

Gelet op de betrokkenheid van de Gewestregeringen ;

Gelet op advies 65.560/4 van de Raad van State, gegeven op 27 maart 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende de wet van 2 oktober 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/10/2017 pub. 31/10/2017 numac 2017031388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid type wet prom. 02/10/2017 pub. 18/12/2017 numac 2017031910 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid. - Duitse vertaling sluiten tot regeling van de private en bijzondere veiligheid;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Economie en Consumenten, Onze Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en Onze Minister van Mobiliteit, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op elke wielerwedstrijd, geheel of gedeeltelijk georganiseerd op het Belgische grondgebied.

Manifestaties waarvan een onderdeel voldoet aan de definitie van een wielerwedstrijd, vallen ook onder dit koninklijk besluit.

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° Een wielerwedstrijd: een vergunde manifestatie met rijwielen in competitief verband met meerdere deelnemers, een tijdsopname en/of een klassement. 2 ° Een alle terrein wedstrijd: een wielerwedstrijd die hoofzakelijk georganiseerd wordt op onverharde wegen en die slechts deels of niet op de openbare weg plaatsvindt. 3° Een wielerwedstrijd op gesloten omloop: een wielerwedstrijd waarbij het parcours volledig afgesloten is voor het verkeer.Alle wielerwedstrijden uitsluitend verreden op omlopen van minder dan 3 kilometer zijn wielerwedstrijden op een gesloten omloop.

Een burgemeester kan, rekening houdend met de plaatselijke omstandigheden, een wielerwedstrijd uitsluitend verreden op omlopen van meer dan 3 km vergunnen als wielerwedstrijd op gesloten omloop. 4° Een wielerwedstrijd op open omloop: een wielerwedstrijd waarbij het parcours afgesloten is voor het verkeer vanaf het naderen van het openingsvoertuig van de wedstrijdkaravaan tot na de passage van het sluitingsvoertuig van de wedstrijdkaravaan.5° Een wielerwedstrijd in lijn: een wielerwedstrijd op open omloop waarbij één of meerdere trajecten van minimum twintig kilometer worden afgelegd.6° De referentieburgemeester: a) de burgemeester van de gemeente van de aankomst van de wielerwedstrijd;b) de burgemeester van de gemeente van start wanneer de aankomst van de wielerwedstrijd in het buitenland ligt;c) de burgemeester van de gemeente waar de wielerwedstrijd het Belgisch grondgebied binnenkomt, indien noch de start noch de aankomst plaatsvinden in België.7° Een signaalgever: de persoon zoals bepaald in het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, hierna "de wegcode" genoemd.8° Een mobiele signaalgever : een signaalgever die ingezet kan worden op verschillende plaatsen op het parcours en die hiervoor ten dele het wedstrijdtraject gebruikt tussen het openingsvoertuig van de wedstrijdkaravaan en het sluitingsvoertuig van de wedstrijdkaravaan.9° Een openingsvoertuig: een voertuig dat op een voldoende veilige afstand voor de wedstrijdkaravaan of voor de publiciteitskaravaan uitrijdt en dat beantwoordt aan de voorwaarden voorzien in artikel 13, § 1 en 14, § 1.10° Het sluitingsvoertuig: een voertuig dat het einde van de wedstrijdkaravaan of de publiciteitskaravaan aanduidt en dat beantwoordt aan de voorwaarden voorzien in artikel 13, § 2 en 14, § 2 11° De wedstrijdkaravaan: de deelnemende renners en de voertuigen, voorzien van een volgbewijs, tussen het openingsvoertuig en het sluitingsvoertuig van de wedstijdkaravaan, met inbegrip van beide voertuigen.12° De publiciteitskaravaan: de met een volgbewijs voorziene voertuigen tussen het openingsvoertuig en het sluitingsvoertuig van de publiciteitskaravaan, met inbegrip van beide voertuigen.13° De koersdirecteur: de persoon die de algemene organisatorische leiding heeft, zowel vóór de wedstrijd als op de dag van de wedstrijd en moet verplicht aangesteld worden voor iedere wielerwedstrijd.14° De veiligheidscoördinator: de persoon die in voorbereiding en tijdens de wedstrijd instaat voor de maximale beveiliging van het wedstrijdtraject. HOOFDSTUK 2. - Bepalingen voorafgaand aan de wedstrijddag

Art. 3.§ 1. De organisator dient tenminste veertien weken vóór de datum van de wedstrijd bij iedere bevoegde burgemeester een aanvraag tot vergunning, bij voorkeur digitaal, in te dienen zoals bedoeld in artikel 9 van de wegverkeerswet. Bij wedstrijden in lijn dient de aanvraag digitaal ingediend te worden. Zijn niet ontvankelijk de vergunningsaanvragen die niet binnen die termijn ingediend zijn.

Indien, ingevolge een weigering van doortocht van een wedstrijd, een nieuwe vergunningsaanvraag tot doortocht dient ingediend te worden, is hogervermelde termijn van veertien weken niet van toepassing.

Voor de wielerwedstrijden in lijn dient bijkomend een afschrift van de aanvraag ingediend te worden bij de federale politie. § 2. De aanvraag voor de wedstrijden die geen alle-terrein wedstrijden zijn, dient minstens volgende gegevens te bevatten: 1. de identiteit van de organisator, de koersdirecteur en/of de veiligheidscoördinator;2. de aard van de wedstrijd;3. de categorie van deelnemende renners voor wie de wedstrijd is voorbehouden;4. het maximaal aantal deelnemers aan de wedstrijd;5. het volledig parcours van de wedstrijd, met inbegrip van de in artikel 11 bedoelde zones en een lijst van de kruispunten;6. de kenmerken van het parcours;7. het tijdschema voor het verloop van de wedstrijd;8. de toelating tot gebruik van de terreinen van het niet openbaar domein;9. de eventuele aanwezigheid van een publiciteitskaravaan en de omvang ervan;10. het aantal voertuigen waarvoor de koersdirecteur voornemens is volg- en doorgangsbewijzen af te leveren. § 3. Voor wat een alle-terrein wedstrijd betreft, dient de aanvraag minstens volgende gegevens te bevatten: 1. de identiteit van de organisator, de koersdirecteur en/of veiligheidscoördinator;2. de aard van de wedstrijd;3. de categorie van deelnemende renners voor wie de wedstrijd is voorbehouden;4. het maximaal aantal deelnemers aan de wedstrijd;5. het volledig parcours van de wedstrijd, met inbegrip van de in artikel 11 bedoelde zones;6. de kenmerken van het parcours;7. het tijdschema voor het verloop van de wedstrijd;8. de toelating tot gebruik van de terreinen van het niet openbaar domein. § 4. Indien de wedstrijd verspreid is over verschillende ritten, dient voor elke rit een afzonderlijke vergunningsaanvraag ingediend te worden.

Art. 4.§ 1. De koersdirecteur moet meerderjarig zijn en handelt in naam van de organisator. Hij zorgt voor het goede verloop van de wielerwedstrijd. Hij staat in contact met de veiligheidscoördinator en ziet erop toe dat de wedstrijdkaravaan en de publiciteitskaravaan de hen opgelegde voorwaarden naleven. § 2. De veiligheidscoördinator moet meerderjarig zijn en staat in voor de risicoanalyse van het parcours, de mogelijke interactie tussen het publiek en de karavanen, en de daaraan gekoppelde maatregelen teneinde de risico's te beperken. Hij is verantwoordelijk voor de aanduiding en briefing van de signaalgevers volgens de richtlijnen van de bestuurlijke overheden en dient ervoor te zorgen dat de interactie tussen de voertuigen, de deelnemende renners en de toeschouwers op een veilige manier verloopt.

Tijdens de wielerwedstrijd zal hij in het bezit zijn van een nominatieve lijst van de ingezette signaalgevers. § 3. De inzet van de veiligheidscoördinator naast een koersdirecteur is verplicht voor de wedstrijden in lijn. In de andere wielerwedstrijden kan de functie van koersdirecteur en veiligheidscoördinator door eenzelfde persoon uitgeoefend worden.

Art. 5.§ 1. Wanneer de wedstrijd een gewestweg gebruikt of voorbijkomt aan een kruispunt met een gewestweg vraagt de referentieburgemeester, voor het volledige parcours, uiterlijk twee weken na ontvangst van de aanvraag, de nodige toelatingen voor het gebruik van de gewestwegen aan elke betrokken wegbeheerder.

De betrokken wegbeheerder kan het gebruik van het betrokken weggedeelte weigeren en dient dit uiterlijk acht weken voor de wedstrijd ter kennis te brengen aan de betrokken burgemeester. Indien er geen kennisgeving is binnen die termijn, wordt het gebruik ervan geacht toegelaten te zijn. § 2. De referentieburgemeester vraagt uiterlijk twee weken na ontvangst van de aanvraag, het nodige advies aan de provinciale commissie voor dringende geneeskundige hulpverlening - van de gemeente van aankomst wanneer deze in België ligt, - van de gemeente van vertrek wanneer de aankomst in het buitenland ligt, - van de gemeente waar de wielerwedstrijd het Belgisch grondgebied binnenkomt, indien noch de start noch de aankomst plaatsvinden in België.

Deze adviezen dienen door de betrokken provinciale commissie voor dringende geneeskundige hulpverlening uiterlijk acht weken voor de wedstrijd ter kennis gebracht te worden aan de referentieburgemeester en aan de burgemeester van de gemeente van de start, met afschrift aan de organisator. § 3. Uiterlijk zes weken voor de wedstrijd verleent de burgemeester op schriftelijke wijze een definitieve vergunning tot organisatie van de wedstrijd eventueel onder voorwaarden of verstrekt hij een geschreven weigering.

De burgemeester, in samenspraak met de korpschef, bepaalt in de vergunning onder meer hoeveel signaalgevers er nodig zijn voor het verzekeren van de veiligheid op de kruispunten, welke hij aanwijst op het parcours van de wedstrijd op het grondgebied van zijn gemeente.

Aangaande de kruispunten, dient een onderscheid gemaakt te worden tussen: 1. punten die bezet dienen te worden door een lid van het operationeel kader van de politie dertig minuten voor de vroegst voorziene doortocht van het openingsvoertuig van de wedstrijdkaravaan tot en met de passage van het sluitingsvoertuig van de wedstrijdkaravaan (categorie 1);2. punten die dienen bezet te zijn door een signaalgever dertig minuten voor de vroegst voorziene doortocht van het openingsvoertuig van de wedstrijdkaravaan tot en met de doortocht van het sluitingsvoertuig van de wedstrijdkaravaan (categorie 2);3. punten die bezet dienen te worden door een signaalgever vanaf de doortocht van het openingsvoertuig van de wedstrijdkaravaan tot en met de passage van het sluitingsvoertuig van de wedstrijdkaravaan (categorie 3);4. punten zonder signaalgever, al dan niet voorzien van een verkeersbord.Het type verkeersbord kan gespecificeerd worden naargelang de lokale situatie (plaatsgesteldheid) (categorie 4).

De lijst van deze punten dient in de vergunning opgenomen te worden.

Art. 6.§ 1. De vergunning wordt geweigerd wanneer de wedstrijd de reeds gevolgde weg in tegenovergestelde richting neemt of deze kruist, behalve indien er geen gevaar bestaat voor het veilig verloop van de wedstrijd.

Wanneer een wedstrijd dezelfde weg volgt als een andere wedstrijd of opnieuw op een reeds eerder gevolgde weg uitkomt moet de veiligheidscoördinator bijzondere voorzorgsmaatregelen nemen om mogelijke ongevallen te voorkomen. § 2. De vergunning wordt eveneens geweigerd wanneer de wielerwedstrijd een weg kruist, of in dezelfde of in de tegenovergestelde richting een weg volgt, waar gelijktijdig of bijna gelijktijdig een andere sportwedstrijd of enige andere vergunde manifestatie plaatsvindt, die een veilig verloop van deze wielerwedstrijd kan beïnvloeden.

Art. 7.§ 1. Voor wedstrijden in lijn moet bovenlokaal een multidisciplinaire coördinatievergadering gehouden worden ten laatste 4 weken voor de wedstrijd. § 2. De referentieburgemeester roept de multidisciplinaire vergadering bijeen, die plaatsvindt in aanwezigheid van de koersdirecteur, de veiligheidscoördinator en de betrokken disciplines teneinde het geheel van de veiligheidsvoorzieningen te coördineren. De burgemeesters van de andere betrokken gemeenten worden eveneens uitgenodigd op deze vergadering.

De referentieburgemeester vergewist er zich van dat elke partij duidelijk zijn verantwoordelijkheid kent en alle organisatorische en materiële maatregelen neemt. § 3. De organisator dient de noodzakelijke briefings te organiseren, zodat eenieder die een functie met betrekking tot de wedstrijd vervult op de hoogte is van de veiligheidsafspraken.

Art. 8.§ 1. De organisatoren moeten voor iedere wedstrijd het bewijs leveren dat een verzekering afgesloten is om, bij ongeval naar aanleiding van of gedurende de wedstrijd, de geldelijke gevolgen van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid te waarborgen : 1. van de organisatoren zelf 2.van de signaalgevers 3. van de deelnemende renners 4.van hen die gemachtigd zijn de wedstrijd te vergezellen of die een functie met betrekking tot de wedstrijd vervullen. § 2. De in § 1, bedoelde verzekering dient afgesloten te worden bij een verzekeraar die gemachtigd is verzekeringsactiviteiten uit te oefenen onder tak 13 van bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/02/1991 pub. 08/09/2005 numac 2005000468 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling sluiten houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen. § 3. De verzekering moet een waarborg qua stoffelijke en lichamelijke schade verlenen die voorzien is in het koninklijk besluit van 12 januari 1984Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/01/1984 pub. 14/05/2007 numac 2007000313 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de minimumgarantievoorwaarden van de verzekeringsovereenkomsten tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst met betrekking tot het privé-leven. - Duitse vertaling sluiten tot vaststelling van de minimum garantievoorwaarden van de verzekeringsovereenkomsten tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten de overeenkomst met betrekking tot het privéleven, met name artikel 5. § 4. Ten laatste acht weken voor de wedstrijd levert de organisator het bewijs van verzekering aan elke burgemeester.

Art. 9.Indien niet aan de voorwaarden van de vergunning werd voldaan kan de betrokken burgemeester deze te allen tijde intrekken.

Hij informeert de organisator schriftelijk van deze intrekking, met afschrift aan de referentieburgemeester en in voorkomend geval aan de burgemeester van vertrek van de wedstrijd. HOOFDSTUK 3. - Bepalingen tijdens de wielerwedstrijd

Art. 10.De deelnemende renners aan een wielerwedstrijd dienen de rijbaan of het gemarkeerd fietspad zoals bedoeld in artikel 74 van de wegcode te volgen. De motorvoertuigen van de wedstrijdkaravaan en de publiciteitskaravaan mogen alleen de rijbaan volgen voorzien voor motorvoertuigen.

Deze bepalingen gelden niet voor een alle-terrein wedstrijd.

Art. 11.§ 1. Binnen een wielerwedstrijd kunnen er bepaalde zones onderscheiden worden.

De vertrekzone en de aankomstzone zijn geografische omschrijvingen bepaald door de bevoegde bestuurlijke overheid waarbinnen specifieke maatregelen van toepassing zijn. Deze geografische omschrijvingen kunnen meerdere straten omvatten.

Het afleidingstraject is een traject waarop geaccrediteerde motorvoertuigen, in voorkomend geval, moeten afwijken van het voorziene parcours, dat de deelnemende renners zelf wel blijven volgen.

De bevoorradingszone is een geografische zone, langs de rand van het parcours, waar specifieke maatregelen van toepassing kunnen zijn, zoals een parkeerverbod, de aanwezigheid van medewerkers op de rijbaan of verboden toegang voor het publiek.

De wegwerpzone is een geografische zone, langs de rand van het parcours, waar specifieke maatregelen van toepassing kunnen zijn.

Enkel in deze zone mag door de deelnemende renners afval weggeworpen worden. In deze zone is de organisator verantwoordelijk voor het inzamelen van dit afval. § 2. Behalve wanneer de aankomst plaats heeft op een wielerbaan en bij uitsluiting van alle-terreinwedstrijden, moet de aankomst gelegen zijn op een rijbaan in rechte lijn van tenminste vijf meter breedte en tweehonderd meter lengte, waarvan ten minste honderdvijftig meter voor en vijftig meter achter de aankomstlijn. Aan weerszijden van de rijbaan dient over deze minimale lengte een afsluiting voorzien te worden. Deze afstand dient gevrijwaard te zijn van hindernissen en obstakels.

Niemand mag zich vóór de afsluitingen bevinden in de zone vóór de aankomstlijn.

Art. 12.Vanaf het naderen van het openingsvoertuig tot en met de doortocht van het sluitingsvoertuig, zowel voor de wedstrijdkaravaan als de publiciteitskaravaan, oefent de signaalgever de bevoegdheden uit zoals voorzien in de wegcode.

Een signaalgever kan gevaarlijke punten aanduiden op het parcours door middel van een gele gelijkbenige driehoekige vlag, met een basis van vijfentwintig centimeter en een hoogte van veertig centimeter.

Art. 13.§ 1. Bij een wielerwedstrijd op open omloop dient het openingsvoertuig van de wedstrijdkaravaan op een voldoende veilige afstand vóór de eerste renner uit te rijden en uitgerust te zijn met: 1. een daksignalisatie bestaande uit een voor de tegenliggers goed zichtbaar waarschuwingsbord zoals het in de wegcode voorziene gevaarsbord A51.De zijde van dit waarschuwingsbord moet minstens zeventig centimeter bedragen en het moet worden aangebracht boven een rechthoekig blauw bord waarop, in witte letters van ten minste twintig centimeter hoogte en ten minste twee centimeter breedte, de vermelding "WEDSTRIJD" in de geldende bestuurstaal is aangebracht; 2. een rode vlag van ten minste vijftig centimeter breed en zestig centimeter lang die vooraan links op het voertuig moet worden aangebracht;3. een oranjegeel knipperlicht dat zodanig geplaatst wordt dat het in alle richtingen zichtbaar is. § 2. Bij een wielerwedstrijd op open omloop wordt de wedstrijdkaravaan gesloten door een sluitingsvoertuig dat uitgerust dient te zijn met: 1. een daksignalisatie bestaande uit een voor het achteropkomend verkeer goed zichtbaar waarschuwingsbord zoals het in de wegcode voorziene gevaarsbord A51.De zijde van dit waarschuwingsbord moet minstens zeventig centimeter bedragen en het moet worden aangebracht boven een rechthoekig blauw bord waarop, in witte letters van ten minste twintig centimeter hoogte en ten minste twee centimeter breedte, de vermelding "EINDE WEDSTRIJD" in de geldende bestuurstaal is aangebracht; 2. een groene vlag van ten minste vijftig centimeter breed en zestig centimeter lang die vooraan links op het voertuig moet worden aangebracht;3. een oranjegeel knipperlicht dat zodanig geplaatst wordt dat het in alle richtingen zichtbaar is. § 3. Bij een wielerwedstrijd op een gesloten omloop volstaat het openingsvoertuig van de wedstrijdkaravaan om de wedstrijd aan te kondigen. § 4. Een voertuig zoals voorzien in § 1, § 2 en § 3 is niet nodig voor alle-terreinwedstrijden. § 5. Indien het door de plaatsgesteldheid niet mogelijk is aan de verplichting van § 1 en § 2 te voldoen, kan het voertuig tijdelijk vervangen worden door een aan het terrein aangepast motorvoertuig dat enkel voorzien is met een rode vlag voor het openingsvoertuig of groene vlag voor het sluitingsvoertuig.

Art. 14.§ 1. Bij wielerwedstrijden op open omloop voorafgegaan door een publiciteitskaravaan, dient de publiciteitskaravaan aangekondigd te worden door een openingsvoertuig, uitgerust met: 1. een daksignalisatie bestaande uit een voor de tegenliggers goed zichtbaar waarschuwingsbord zoals het in de wegcode voorziene gevaarsbord A51.De zijde van dit waarschuwingsbord moet minstens zeventig centimeter bedragen en het moet worden aangebracht boven een rechthoekig blauw bord waarop, in witte letters van ten minste twintig centimeter hoogte en ten minste twee centimeter breedte, de vermelding "PUBLICITEIT" in de geldende bestuurstaal is aangebracht; 2. een rode vlag van ten minste vijftig centimeter breed en zestig centimeter lang die vooraan links op het voertuig moet worden aangebracht;3. een oranjegeel knipperlicht dat zodanig geplaatst wordt dat het in alle richtingen zichtbaar is. § 2. Bij wielerwedstrijden op open omloop voorafgegaan door een publiciteitskaravaan, dient de publiciteitskaravaan gesloten te worden door een sluitingsvoertuig dat uitgerust dient te zijn met: 1. een daksignalisatie bestaande uit een voor het achteropkomend verkeer goed zichtbaar waarschuwingsbord zoals het in de wegcode voorziene gevaarsbord A51.De zijde van dit waarschuwingsbord moet minstens zeventig centimeter bedragen en het moet worden aangebracht boven een rechthoekig blauw bord waarop, in witte letters van ten minste twintig centimeter hoogte en ten minste twee centimeter breedte, de vermelding "EINDE PUBLICITEIT" in de geldende bestuurstaal is aangebracht; 2. een groene vlag van ten minste vijftig centimeter breed en zestig centimeter lang die vooraan links op het voertuig moet worden aangebracht;3. een oranjegeel knipperlicht dat zodanig geplaatst wordt dat het in alle richtingen zichtbaar is. § 3. Tussen het sluitingsvoertuig van de publiciteitskaravaan en het openingsvoertuig van de wedstrijdkarvaan moet er minstens een tijdspanne van vijftien minuten zijn. § 4. De leden van de publiciteitskaravaan mogen enkel voorwerpen overhandigen vanuit niet-rijdende voertuigen en voor zover het geen gevaar oplevert voor de andere voertuigen en het publiek.

Art. 15.§ 1. Elk motorvoertuig waarvan de bestuurder zich op het parcours van een wielerwedstrijd wenst te begeven op een tijdstip dat het parcours gereserveerd is voor de wedstrijd, dient over een volgbewijs of een doorgangsbewijs te beschikken dat afgeleverd en ondertekend wordt door de koersdirecteur.

Een volgbewijs laat een bestuurder toe om zijn motorvoertuig te bewegen tussen het openings- en sluitingsvoertuig. Het volgbewijs, in witte kleur en voorzien van een volgnummer, wordt opgemaakt naar het bij dit besluit gevoegde model. Het wordt duidelijk zichtbaar vooraan op het voertuig aangebracht. De volgbewijzen dienen de stempel van de gemeente van de referentieburgemeester te dragen.

Een doorgangsbewijs laat een bestuurder toe om met zijn motorvoertuig een bepaalde afgesloten zone te betreden. Deze voertuigen mogen zich niet bewegen tussen de openings- en sluitingsvoertuigen. Het doorgangsbewijs, in gele kleur wordt opgemaakt naar het bij dit besluit gevoegde model. Het wordt duidelijk zichtbaar vooraan op het voertuig aangebracht. § 2. Deze bepaling is niet van toepassing op de voertuigen van politie- en hulpdiensten.

Art. 16.De start van de wedstrijd moet uitgesteld worden of de wedstrijd moet zo snel mogelijk stilgelegd of geneutraliseerd worden, wanneer er zich een noodsituatie voordoet of wanneer het veilige verloop niet meer gegarandeerd kan worden. De koersdirecteur, de bevoegde overheden of de persoon die volgens de wet de hoedanigheid van officier van bestuurlijke politie bezit, zijn gerechtigd tot het nemen van de beslissing om de start van de wedstrijd uit te stellen, de wedstrijd stil te leggen of te neutraliseren.

De wedstrijd kan slechts starten of hernomen worden wanneer het veilige verloop opnieuw gegarandeerd kan worden.

Art. 17.§ 1. Tijdens alle wielerwedstrijden dient er in de aankomstzone minstens een adequaat uitgeruste hulppost ingericht te worden, met minimaal twee hulpverleners. § 2. Tijdens wielerwedstrijden verreden op omlopen van minder dan 8 km, dient langs het parcours een ziekenwagen voorzien te worden.

De burgemeester kan beslissen na advies van de bevoegde provinciale commissie voor dringende geneeskundige hulpverlening via de federale gezondheidsinspecteur, dat er geen ziekenwagen nodig is.

Wanneer de ziekenwagen de wedstrijd niet volgt en met uitzondering van alle terrein wedstrijden, dient minstens één hulpverlener in een voertuig van de wedstrijdkaravaan de wedstrijd te volgen. Hij zal rechtstreeks in contact staan met de ziekenwagen die langs het parcours staat en met de noodcentrale 112. § 3. Tijdens de wedstrijden op open omloop, verreden op omlopen van meer dan 8 km, dient één ziekenwagen de wedstrijd te volgen. Tijdens de wedstrijden in lijn volgen minimum twee ziekenwagens de wedstrijd.

Wanneer deze ziekenwagens ingezet worden voor het transport van één of meerdere gewonden dient de situatie zo snel mogelijk genormaliseerd te worden. § 4. Alle hulpverleners dienen een opleidingsniveau te hebben zoals bepaald door de FOD Volksgezondheid.

Voor de hulpverleners die instaan voor het ziekenvervoer dient in het bijzonder voldaan te worden aan de voorwaarden zoals opgenomen in de gecoördineerde wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009276 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009275 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009277 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, hoofdstuk 6, artikelen 65 tot en met 67.

De andere hulpverleners dienen minstens over een EHBO-certificaat en -vaardigheden te beschikken.

De ziekenwagens dienen te voldoen aan de geldende normen voor een ziekenwagen ingezet in het kader van de dringende geneeskundige hulpverlening.

Art. 18.Op plaatsen waar er afsluitingen zijn voorzien, nemen de toeschouwers hierachter plaats en mogen ze deze niet verplaatsen, noch overschrijden.

Vanaf het naderen van het openingsvoertuig tot na de doortocht van het sluitingsvoertuig mogen toeschouwers het parcours slechts dwarsen op plaatsen waar zulks veilig kan en ze moeten daarbij steeds voorzichtig zijn.

De toeschouwers dienen de richtlijnen van de signaalgevers op te volgen.

Toeschouwers mogen de leden van een karavaan niet hinderen.

Art. 19.In de wedstrijdkaravaan mogen de motorvoertuigen niets slepen.

Art. 20.§ 1 Bij een wielerwedstrijd dienen alle leden van de wedstrijdkaravaan en de publiciteitskaravaan zich te houden aan de bepalingen van de wegcode met uitzondering van de verkeersregels die onverenigbaar zijn met gedragingen die eigen zijn aan wielerwedstrijden. § 2 Alle leden van de wedstrijdkaravaan moeten te allen tijde de regels naleven met betrekking tot het verkeer op de spoorwegen alsook met betrekking tot bewaakte en onbewaakte overwegen zoals bepaald in de wegcode. HOOFDSTUK 4. - Opheffings- en overgangsbepalingbepaling

Art. 21.Het koninklijk besluit van 21 augustus 1967 tot reglementering van de wielerwedstrijden en de veldritten wordt opgeheven, met uitzondering van de artikelen 2, derde lid, 10 tot 13quater en 21.

Art. 22.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2020, met uitzondering van de bepalingen in verband met de alle terrein wedstrijden, die in werking treden op 1 september 2019.

Art. 23.De minister tot wiens bevoegdheid Werk behoort, de minister tot wiens Binnenlandse Zaken behoort, de minister tot wiens Volksgezondheid behoort en de minister tot wiens Mobiliteit behoort zijn belast met de uitvoering van dit besluit, eenieder voor de aspecten die onder hun bevoegdheden vallen.

Brussel, 28 juni 2019.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, Economie en Consumenten, K. PEETERS De Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, P. DE CREM De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, M. DE BLOCK De Minister van Mobiliteit, Fr. BELLOT

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld


begin


Publicatie : 2019-07-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^