Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 29 april 1999
gepubliceerd op 21 december 1999

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 1998, gesloten in het Paritair Comité voor de socio-culturele sector, betreffende de oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid genaamd « Fonds Social Maribel social du secteur socio-culturel des Communautés française et germanophone » en vaststelling van zijn statuten

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
1999012297
pub.
21/12/1999
prom.
29/04/1999
ELI
eli/besluit/1999/04/29/1999012297/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

29 APRIL 1999. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 1998, gesloten in het Paritair Comité voor de socio-culturele sector, betreffende de oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid genaamd « Fonds Social Maribel social du secteur socio-culturel des Communautés française et germanophone » en vaststelling van zijn statuten (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de socio-culturele sector;

Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 1998, gesloten in het Paritair Comité voor de socio-culturele sector, betreffende de oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid genaamd « Fonds Social Maribel social du secteur socio-culturel des Communautés française et germanophone » en vaststelling van zijn statuten.

Art. 2.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 29 april 1999.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1959. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage Paritair Comité voor de socio-culturele sector Collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 1998 Oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid genaamd « Fonds Social Maribel social du secteur socio-culturel des Communautés française et germanophone » en vaststelling van zijn statuten (Overeenkomst geregistreerd op 6 augustus 1998 onder het nummer 48810/CO/329) Oprichting

Artikel 1.Bij deze collectieve arbeidsovereenkomst en bij toepassing van artikel 1, eerste lid, 1° van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid richt het Paritair Comité voor de socio-culturele sector een fonds voor bestaanszekerheid op, waarvan de statuten hierna worden vastgesteld.

Art. 2.Deze overeenkomst is van toepassing op de werkgevers en hun werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité voor de socio-culturele sector die aan één van de volgende voorwaarden voldoen : - een vereniging zijn waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is in het Waals Gewest; - een vereniging zijn waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en die ingeschreven is bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid op de Franse taalrol.

De aanvragen tot inschrijving op een taalrol worden gezonden naar de Rijksdienst voor sociale zekerheid, evenals naar de beheersorganen van beide sociale fondsen « Sociale Maribel » opgericht binnen het Paritair Comité voor de socio-culturele sector.

Wanneer een vereniging haar aansluiting aan het « Fonds social Maribel social du secteur socio-culturel des Communautés française et germanophone » of aan het « Sociaal Fonds Sociale Maribel voor de socio-culturele sector van de Vlaamse Gemeenschap » opgericht in de schoot van het Paritair Comité voor de socio-culturele sector zou betwisten, onderwerpt zij haar betwisting aan een commissie die paritair wordt samengesteld, zoals beschreven in artikel 20 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, opdat deze een advies zou uitbrengen.

Deze commissie is ook belast met het onderzoeken van de situatie van de federale en bi-communautaire organisaties die wensen bij te dragen aan de beide fondsen in verhouding tot het aantal werknemers per taalrol.

Onder "werkgever" wordt verstaan de werkgevers die hun voornaamste activiteit uitoefenen in één of meerdere activiteiten omschreven in artikel 1, 1° van het koninklijk besluit van 5 februari 1997 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 5 mei 1997, 6 juli 1997 en 16 april 1998, waarvan de statuten bepalen dat de vennoten geen vermogensvoordeel nastreven.

Onder « werknemers » wordt verstaan de mannelijke en vrouwelijke arbeiders en bedienden, onder welk statuut ook tewerkgesteld.

Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang vanaf 1 juli 1998 en is voor onbepaalde duur gesloten.

Zij kan door elke van de partijen worden opgezegd voor 1 januari van ieder jaar met uitwerking op 1 juli van het daaropvolgend jaar.

De opzegging dient betekend te worden bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de socio-culturele sector.

De voorzitter laat een kopie van de opzegging aan elk der ondertekenende partijen geworden alsook aan de Minister van Tewerkstelling en Arbeid alsook aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid.

Statuten HOOFDSTUK I. - Benaming en maatschappelijke zetel

Art. 4.Met ingang vanaf 1 juli 1998 wordt een fonds voor bestaanszekerheid opgericht, genaamd « Fonds Social Maribel social du secteur socio-culturel des Communautés française et germanophone ».

De maatschappelijke zetel van het fonds is gevestigd op het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid Dienst van de collectieve arbeidsbetrekkingen te 1040 Brussel, Belliardstraat, 51.

De administratieve zetel van het fonds is gevestigd te VESOFO, Handelskaai 48, te 1000 Brussel.

Deze zetel kan bij unanieme beslissing van de raad van bestuur van het fonds, voorzien bij artikel 12, elders overgeplaatst worden. De raad van bestuur betekent zijn beslissing aan de voorzitter van het paritair comité en aan de Minister van Tewerkstelling en Arbeid. HOOFDSTUK II. - Doel

Art. 5.Het fonds opgericht door deze overeenkomst heeft als enig doel het beheer van de gemutualiseerde som van de bijdragevermindering bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 5 februari 1997 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector.

Het fonds is belast, overeenkomstig de bepalingen van het ministerieel besluit van 20 mei 1998 bepalend de modaliteiten bedoeld in artikel 2, derde lid van het voormeld koninklijk besluit van 5 februari 1997, met : - het ontvangen van de som van de bijdrageverminderingen vermeld in het eerste lid; - het toekennen van de som van de bijdrageverminderingen aan de werkgevers die zich ertoe verbinden om een extra inspanning te leveren voor de tewerkstelling volgens de modaliteiten voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juni 1998 betreffende maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling in de socio-culturele sector krachtens het koninklijk besluit van 5 februari 1997.

Art. 6.In het kader van het doel omschreven in artikel 5 kan het fonds de toelating vragen om een gedeelte van de som van de bijdrageverminderingen bedoeld in artikel 5, eerste lid van deze overeenkomst te gebruiken ter dekking van de personeels- en administratiekosten.

Art. 7.In het kader van het doel omschreven in artikel 5 vervult het fonds alle opdrachten toevertrouwd aan de sectorale fondsen door en/of krachtens het voormeld koninklijk besluit van 5 februari 1997.

Art. 8.Het fonds wordt de toelating verleend een beheersovereenkomst te sluiten met de Minister van Tewerkstelling en Arbeid. HOOFDSTUK III. - Financiering

Art. 9.De geldmiddelen van het fonds bestaan uit : - de som van de bijdrageverminderingen vermeld in artikel 5, eerste lid van deze overeenkomst, met inbegrip van de renten; - de andere geldmiddelen die zouden toegekend worden door of krachtens een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst om de in artikel 10 bedoelde administratiekosten te dekken.

Art. 10.De administratiekosten van het fonds worden elk jaar vastgesteld door de raad van bestuur bepaald in artikel 12.

Deze kosten worden uitsluitend gedekt door : - de tussenkomsten bedoeld in artikel 6; - de eventueel middelen die ter beschikking worden gesteld door of krachtens een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst.

In afwijking op de bepalingen van het tweede lid van dit artikel, gezien het feit dat de revisor aangeduid bij toepassing van artikel 21 een bedrijfsrevisor is, voor zover het fonds een beheersovereenkomst sluit met de Minister van Tewerkstelling en Arbeid, kunnen de kosten met betrekking tot de tussenkomst van de revisor worden aangerekend op de renten waarvan sprake in artikel 9. HOOFDSTUK IV. - Rechthebbenden, toekenning en betaling van de bijdrageverminderingen

Art. 11.De werkgevers ontvangen de tegemoetkomingen van het fonds volgens de modaliteiten voorzien door en/of krachtens het voormeld koninklijk besluit van 5 februari 1997 alsook door en/of krachtens de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juni 1998 betreffende maatregelen ter bevordering van tewerkstelling in de organisaties van de socio-culturele sector. HOOFDSTUK V. - Beheer

Art. 12.Het fonds wordt beheerd door een paritaire raad van bestuur samengesteld uit 10 effectieve leden en 10 plaatsvervangende leden.

Deze leden worden aangeduid door en onder de effectieve en plaatsvervangende leden van het paritair comité, voor de helft op voordracht van de representatieve werkgeversorganisaties en voor de andere helft op voordracht van de representatieve werknemersorganisaties.

Art. 13.De leden van de raad van bestuur worden aangesteld voor dezelfde periode als deze van hun mandaat als lid van het paritair comité.

Het mandaat van lid van de raad van bestuur vervalt door ontslagneming of door overlijden of wanneer het mandaat als lid van het paritair comité een einde neemt of wanneer de duur van het mandaat is verstreken of wanneer de organisatie die het lid heeft voorgedragen om zijn vervanging verzoekt of wanneer de betrokkene geen deel meer uitmaakt van de organisatie die hem voorgedragen heeft.

Het plaatsvervangende lid of het nieuw lid voltooit desgevallend het mandaat van zijn voorganger.

De mandaten van de leden van de raad van bestuur zijn hernieuwbaar.

Art. 14.De leden van de raad van bestuur gaan geen enkele persoonlijke verplichting aan in verband met de verbintenissen aangegaan door het fonds.

Hun verantwoordelijkheid beperkt zich tot de uitvoering van hun mandaat.

Art. 15.De raad van bestuur kiest om de twee jaar een voorzitter en een ondervoorzitter onder zijn leden, beurtelings uit de werknemersafvaardiging en uit de werkgeversafvaardiging.

Het duidt eveneens de persoon aan die met het secretariaat wordt belast.

Art. 16.De raad van bestuur beschikt over de meest uitgebreide bevoegdheden voor het beheer en de administratie van het fonds, binnen de limieten gesteld door en/of krachtens de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid, deze statuten en het voormeld koninklijk besluit van 5 februari 1997.

Tenzij andersluidende beslissing van de raad van bestuur treedt deze laatste in al zijn handelingen op en handelt hij in rechte via de voorzitter en de ondervoorzitter gezamenlijk, elk desgevallend vervangen door een lid van de raad daartoe door de raad aangesteld.

De raad van bestuur heeft meer bepaald als opdrachten : - het toekennen van de som van de bijdrageverminderingen overeenkomstig de bepalingen bedoeld in artikel 5, tweede lid en het opvolgen van deze toekenning; - alle nodige maatregelen te treffen voor de uitvoering van de bepalingen van het voormeld koninklijk besluit van 5 februari 1997 en van zijn uitvoeringsbesluiten; - over te gaan tot de eventuele aanwerving en afdanking van het personeel van het fonds; - controle uit te oefenen en alle nodige maatregelen te treffen voor de uitvoering van deze statuten; - de administratiekosten vast te stellen; - tijdens de maand juni van elk jaar schriftelijk verslag over te maken aan het paritair comité over de vervulling van zijn opdrachten; - aan de bevoegde instanties de verslagen voorzien door en/of krachtens het voormeld koninklijk besluit van 5 februari 1997 over te maken; - het opstellen van een huishoudelijk reglement; - zijn vertegenwoordigers in het beheerscomité benoemen.

Art. 17.De raad van bestuur vergadert minstens éénmaal per semester.

De raad vergadert hetzij op uitnodiging van de voorzitter ambtshalve handelend, hetzij op vraag van tenminste de helft van zijn leden hetzij op vraag van één der in zijn schoot vertegenwoordigde organisaties.

De uitnodigingen moeten de dagorde bevatten.

De notulen worden opgemaakt door de secretaris aangewezen door de raad van bestuur en ondertekend door degene die de vergadering heeft voorgezeten. Uittreksels uit deze notulen worden door de voorzitter en de ondervoorzitter ondertekend.

Art. 18.De raad van bestuur kan slechts geldig vergaderen en beslissen indien minstens de helft zowel van de leden van de werknemersafvaardiging als van de leden van de werkgeversafvaardiging aanwezig of vertegenwoordigd is.

Art. 19.Behoudens andersluidende bepalingen in het huishoudelijk reglement opgesteld door de raad van bestuur worden zijn beslissingen getroffen bij eenparigheid van stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders.

Art. 20.De commissie waarvan sprake in artikel 2 wordt paritair samengesteld uit de leden van de raad van bestuur van de beide fondsen « Sociale Maribel », opgericht binnen het Paritair Comité voor de socio-culturele sector.

De commissie is samengesteld uit twee leden van de Raad van bestuur van het « Fonds social Maribel social du secteur socio-culturel des Communautés française et germanophone » en van twee leden van de Raad van bestuur van het « Sociaal Fonds Sociale Maribel voor de socio-culturele sector van de Vlaamse Gemeenschap ».

De adviezen worden met eenparigheid uitgebracht door de commissie.

Zij worden meegedeeld aan het paritair comité en aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid. HOOFDSTUK VI. - Controle

Art. 21.Overeenkomstig artikel 12 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid duidt het paritair comité in hoedanigheid een bedrijfsrevisor aan ter controle van het beheer van het fonds.

Deze moet minstens éénmaal per jaar verslag uitbrengen bij het paritair comité.

Bovendien licht hij de raad van bestuur van het fonds regelmatig in over de resultaten van zijn onderzoeken en doet de aanbevelingen die hij nodig acht. HOOFDSTUK VII. - Balans en rekeningen

Art. 22.Elk jaar worden op 31 december de balans en rekeningen van het verlopen dienstjaar afgesloten en voor de eerste keer op 31 december 1999. HOOFDSTUK VIII. - Ontbinding en vereffening Art. 23 Het fonds is opgericht voor een onbepaalde duur.

Art. 24.Het wordt ontbonden door het paritair comité ingevolge een gebeurlijke vooropzeg zoals voorzien in artikel 3.

Art. 25.Na betaling van het passief, worden de goederen en waarden van het Fonds overgeheveld naar het non-profit tewerkstellingsfonds bedoeld in artikel 7 van het ministerieel besluit van 20 mei 1998 bepalend de modaliteiten bedoeld in artikel 2, derde lid van het koninklijk besluit van 5 februari 1997.

Het paritair comité duidt de vereffenaars aan onder de leden van de raad van bestuur van het fonds.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 29 april 1999.

De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET

^