Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 29 april 2001
gepubliceerd op 16 mei 2001

Koninklijk besluit tot vaststelling voor de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de ijzernijverheid ressorteren, van de opzeggingstermijnen voor de ontslagen bejaarde werklieden die onder de toepassing vallen van de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
2001012330
pub.
16/05/2001
prom.
29/04/2001
ELI
eli/besluit/2001/04/29/2001012330/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

29 APRIL 2001. - Koninklijk besluit tot vaststelling voor de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de ijzernijverheid ressorteren, van de opzeggingstermijnen voor de ontslagen bejaarde werklieden die onder de toepassing vallen van de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, inzonderheid op artikel 61, § 1, gewijzigd bij de wet van 20 juli 1991;

Gelet op het koninklijk besluit van 18 juli 1973 tot vaststelling van de opzeggingstermijnen voor de ondernemingen die onder het Nationaal Paritair Comité voor de ijzernijverheid ressorteren;

Gelet op het voorstel van het Paritair Comité voor de ijzernijverheid;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat er, om economische en sociale redenen en in het belang van de werklieden van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de ijzernijverheid ressorteren, aanleiding toe bestaat de afwijking op de opzeggingstermijnen, zoals ze door het koninklijk besluit van 18 juli 1973 zijn vastgesteld, dringend te verlengen, teneinde de ontslagen bejaarde werklieden vlugger te laten genieten van de aanvullende vergoeding voor sommige bejaarde werknemers;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de ijzernijverheid ressorteren en op de bejaarde werklieden die zij tewerkstellen en die onder de toepassing vallen van de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen.

Art. 2.In afwijking van de bepalingen van artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 juli 1973 tot vaststelling van de opzeggingstermijnen voor de ondernemingen die onder het Nationaal Paritair Comité voor de ijzernijverheid ressorteren, wordt de opzeggingstermijn op achtentwintig dagen vastgesteld, ongeacht de anciënniteit van de werkman, wanneer de opzegging wordt gegeven door de werkgever aan bij artikel 1 bedoelde werklieden die afgedankt zijn om een overschot aan personeel in een onderneming weg te werken.

Art. 3.De opzeggingen, betekend voor de inwerkingtreding van dit besluit, blijven hun gevolgen behouden.

Art. 4.Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2001 en treedt buiten werking op 1 juli 2003.

Art. 5.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 29 april 2001.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 3 juli 1978, Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978. Wet van 20 juli 1991,Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1991.

^