Koninklijk Besluit van 29 september 2013
gepubliceerd op 04 oktober 2013
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 september 2006, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 april 2008, waarbij aan de NV Fluxys Belgium, Kunstlaan 31, 1040 Brussel, een verlenging van de vergunningen verleend wordt voor

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2013011504
pub.
04/10/2013
prom.
29/09/2013
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

29 SEPTEMBER 2013. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 september 2006, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 april 2008, waarbij aan de NV Fluxys Belgium, Kunstlaan 31, 1040 Brussel, een verlenging van de vergunningen verleend wordt voor het opsporen en exploiteren van een ondergrondse bergruimte in situ bestemd voor het opslaan van gas, in de streek van Loenhout


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 18 juli 1975 betreffende het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ bestemd voor het opslaan van gas;

Gelet op het koninklijk besluit van 29 december 1975 tot bepaling van de voorschriften en de wijze waarop een vergunning voor het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ bestemd voor het opslaan van gas wordt verleend;

Gelet op het koninklijk besluit van 29 december 1975 betreffende de verklaring van openbaar nut voor het oprichten van gebouwen en bovengrondse installaties die nodig zijn voor het opsporen of exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ bestemd voor het opslaan van gas;

Gelet op het koninklijk besluit van 28 september 2006 waarbij aan de NV Fluxys Belgium, Kunstlaan 31, 1040 Brussel, een verlenging van de vergunningen verleend wordt voor het opsporen en exploiteren van een ondergrondse bergruimte in situ bestemd voor het opslaan van gas, in de streek van Loenhout;

Gelet op de aanvraag nr. P40862/420210/AWI van 5 oktober 2012 met bijhorende plannen en documenten, gericht aan de Minister van Economie, waarbij de NV Fluxys Belgium, Kunstlaan 31, 1040 Brussel, een wijziging vraagt van het koninklijk besluit van 28 september 2006 waarbij aan de NV Fluxys Belgium, Kunstlaan 31, 1040 Brussel, een verlenging van de vergunningen verleend wordt voor het opsporen en exploiteren van een ondergrondse bergruimte in situ bestemd voor het opslaan van gas, in de streek van Loenhout;

Gelet op de aangetekende brief van 29 oktober 2012 waarmee de Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid aan de NV Fluxys Belgium een ontvangstbewijs en de bevestiging van de volledigheid van de aanvraag verleende;

Gelet op de aangetekende brieven van 29 oktober 2012 waarmee de Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid een exemplaar van de aanvraag van 5 oktober 2012, ter kennisgeving zond aan de burgemeesters van de gemeente Beerse, de gemeente Brecht, de stad Hoogstraten, de gemeente Lille, de gemeente Malle, de gemeente Merksplas, de gemeente Rijkevorsel en de gemeente Wuustwezel;

Gelet op de aangetekende brief van 30 oktober 2012 waarmee de Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid de NV Fluxys Belgium verzocht om de tekst van de aanvraag van 5 oktober 2012 en de lijst van de betrokken gemeenten op haar kosten in twee dagbladen van de streek van Loenhout te laten publiceren;

Gelet op de brief van 30 oktober 2012 waarmee de Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid een exemplaar van het dossier van de hierboven vermelde aanvraag naar de bevoegde dienst van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap zond en deze dienst verzocht om binnen de voorziene wettelijke termijn van 6 weken een advies te geven;

Gezien de bevoegde dienst van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap zijn advies niet heeft meegedeeld ;

Gelet op de publicatie in twee dagbladen van de streek van Loenhout, met name in Het Laatste Nieuws op 8 november 2012 en in de Gazet van Antwerpen op 8 november 2012, van de tekst van de aanvraag van 5 oktober 2012 en de lijst van de betrokken gemeenten;

Overwegende dat het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ voor het opslaan van gas om redenen van openbaar nut geschiedt;

Overwegende dat de streek van Loenhout tot op heden de enige plaats in België is die geologisch geschikt is om als ondergrondse opslagplaats voor zeer grote hoeveelheden gas te worden gebruikt;

Overwegende dat de NV Fluxys Belgium over de technische en financiële middelen beschikt die nodig zijn voor het opsporen en exploiteren van een ondergrondse bergruimte in situ bestemd voor het opslaan van gas;

Op de voordracht van de Minister van Economie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 2 van het koninklijk besluit van 28 september 2006 waarbij aan de NV Fluxys Belgium, Kunstlaan 31, 1040 Brussel, een verlenging van de vergunningen verleend wordt voor het opsporen en exploiteren van een ondergrondse bergruimte in situ bestemd voor het opslaan van gas, in de streek van Loenhout wordt vervangen als volgt : «

Art. 2.Aan de NV Fluxys Belgium, Kunstlaan 31, 1040 Brussel, wordt vergunning verleend voor het opsporen van ondergrondse bergruimten in situ bestemd voor het opslaan van gas in een gebied gelegen op het grondgebied van de gemeente Beerse, de gemeente Brecht, de stad Hoogstraten, de gemeente Lille, de gemeente Malle, de gemeente Merksplas, de gemeente Rijkevorsel en de gemeente Wuustwezel en afgebakend door de veelhoek waarvan de hoekpunten de volgende Lambertcoördinaten hebben : - hoekpunt 1 : X = 169.700 m en Y = 231.470 m; - hoekpunt 2 : X = 170.990 m en Y = 232.538 m; - hoekpunt 3 : X = 173.260 m en Y = 233.260 m; - hoekpunt 4 : X = 176.740 m en Y = 231.330 m; - hoekpunt 5 : X = 183.807 m en Y = 227.373 m; - hoekpunt 6 : X = 182.325 m en Y = 221.545 m; - hoekpunt 7 : X = 181.525 m en Y = 217.985 m; - hoekpunt 8 : X = 180.355 m en Y = 217.240 m; - hoekpunt 9 : X = 176.400 m en Y = 217.150 m; - hoekpunt 10 : X = 170.370 m en Y = 227.190 m.

De opsporingen in de ondergrond moeten worden beperkt tot een diepte van 2000 meter ten opzichte van de zeespiegel. ».

Art. 2.Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : «

Art. 5.De beveiligingsomtrek wordt bepaald door een curve, bestaande uit punten waarvan de kleinste afstand tot de stockeeromtrek 10 km bedraagt.- De veiligheidszone van de ondergrondse bergruimte in situ wordt bepaald als de oppervlakte gelegen tussen de opsporings- en beveiligingsomtrek, met dien verstande dat deze laatste in het noorden door de Belgisch-Nederlandse grens vervangen wordt. ».

Art. 3.Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : «

Art. 6.Binnen de opsporingsomtrek zijn geen werken dieper dan 400 m onder de zeespiegel toegelaten, behalve deze die worden uitgevoerd in het kader van de exploitatie van de ondergrondse bergruimte.

Elk inzicht tot de uitvoering van werken binnen de opsporingsomtrek op een diepte tussen 100 m en 400 m moet aan de vergunninghouder worden gemeld. Indien de vergunninghouder na een grondige studie kan aantonen dat de goede werking van de opslag verstoord zou kunnen worden, dan zullen deze werken verboden worden.

Elk inzicht tot de uitvoering van werken buiten de opsporingsomtrek maar in de veiligheidszone dieper dan 400 m onder de zeespiegel moet aan de vergunninghouder worden gemeld. Indien de vergunninghouder na een grondige studie kan aantonen dat de goede werking van de opslag verstoord zou kunnen worden, dan zullen deze werken verboden worden. ».

Art. 4.Punt 2.5.1.1 van de bijlage bij hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 29 april 2008, wordt vervangen als volgt : « 2.5.1.1. Twaalf uitbatingsputten, met name DZH101, DZH102, DZH103, DZH104, DZH105, DZH106, DZH108, DZH109, DZH3, DZH9, DZH110 en DZH111, die open zijn in het Dinantiaan. In deze putten moet continu de druk van het gas worden gemeten. Voor minstens één put per platform gebeurt de meting met een zelfregistrerende drukmeter die de resultaten onmiddellijk doorzendt aan de controlezaal. ».

Art. 5.Het eerste lid van punt 2.5.1.2 van de bijlage bij hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 29 april 2008, wordt vervangen als volgt : « 2.5.1.2. Vijftien grensvlakbewakingsputten, met name DZH1, DZH2, DZH4, DZH5, DZH6, DZH7, DZH10, DZH14, DZH15, DZH19, DZH24, DZH25, DZH34, DZH107 en He1bis, die open zijn in het Dinantiaan. Al deze putten worden gebruikt voor de controle van de ligging van het grensvlak gas-water. In deze putten moet de druk van het gas continu worden gemeten. In de putten die nog niet onder gas zijn moet alleen wekelijks gecontroleerd worden of er gas aanwezig is. ».

Art. 6.Punt 2.5.1.4 van de bijlage bij hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende : « Twee putten, met name DZH28 en DZH33, laten toe het gas aanwezig in het Namuriaan te exploiteren. ».

Art. 7.Het tweede lid van punt 2.5.1.5 van de bijlage bij hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt : « Tenminste eenmaal per twee jaar en ook in het geval van anomalieën in het Krijt, Eoceen en Plio-Mioceen moet de aanwezigheid van vrij gas in de bovenliggende watervoerende lagen worden nagegaan in één van de bewakingsputten in het Krijt. ».

Art. 8.Punt 2.5.1.7 van de bijlage bij hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt : « 2.5.1.7. Achttien bewakingsputten in het Plio-Mioceen, met name MP1, MP2, MP3, MP4, MP5, MP6, MP7, MP8bis, MP21, MP22, MP23, MP24, MP25bis, MP26, MP27, MP28, MP29 en MP30.

In 8 putten, namelijk MP1, MP2, MP3, MP4, MP5, MP6, MP7 en MP8bis, moet wekelijks worden nagegaan of er gas aanwezig is. Om de 2 maanden moet in een laboratorium een analyse op sporen van gas worden uitgevoerd op monsters die door middel van een representatieve bemonsteringsmethode werden genomen in het water van de Plio-Mioceenlaag. Deze bemonstering moet beurtelings gebeuren in één van die putten. ».

Art. 9.Punt 2.5.1.9 van de bijlage bij hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 10.Punt 2.6.8 van de bijlage bij hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 11.Punt 2.8.4 van de bijlage bij hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende : « Deze verplichting tot schriftelijke toestemming kan vervallen voor welbepaalde werken door eigen personeel indien er operationele instructies voorhanden zijn die duidelijk omschrijven hoe de installatie moet worden veiliggesteld en hoe het werk op een veilige manier moet worden uitgevoerd. ».

Art. 12.Inbreuken op voorgaande bepalingen worden opgespoord, vastgesteld en gestraft overeenkomstig de wet van 18 juni 1975 betreffende het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ bestemd voor het opslaan van gas.

Art. 13.Een eensluidend afschrift van dit besluit en van de bijlage zal worden toegezonden : 1° in één exemplaar aan de NV Fluxys Belgium, Kunstlaan 31, 1040 Brussel;2° in vier exemplaren aan de Directeur-generaal van de Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid;3° in één exemplaar aan het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;4° in één exemplaar aan de burgemeesters van de gemeente Beerse, de gemeente Brecht, de stad Hoogstraten, de gemeente Lille, de gemeente Malle, de gemeente Merksplas, de gemeente Rijkevorsel en de gemeente Wuustwezel.

Art. 14.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt

Art. 15.De minister bevoegd voor Economie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 29 september 2013.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Economie, J. VANDE LANOTTE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^