Koninklijk Besluit van 30 april 2020
gepubliceerd op 11 mei 2020
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 178 en 178/1 van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met het oog op de wijziging van bepaalde bepalingen met betrekking tot de vrijst

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2020041177
pub.
11/05/2020
prom.
30/04/2020
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2020041177

FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN


30 APRIL 2020. - Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 178 en 178/1 van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 27/07/2015 numac 2015000371 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel I type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 19/11/2015 numac 2015000628 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 04/03/2016 numac 2016000121 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel III sluiten tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met het oog op de wijziging van bepaalde bepalingen met betrekking tot de vrijstelling van de aangifteplicht in de personenbelasting


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit waarvan wij de eer hebben het ter ondertekening aan Uwe Majesteit voor te leggen beoogt het uitbreiden van de categorieën van belastingplichtigen die in aanmerking komen om te genieten van de procedure van de vereenvoudigde aangifte in de personenbelasting evenals de opheffing van een andere bepaling die ter zake achterhaald is geworden.

Overeenkomstig artikel 305 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), is elke belastingplichtige immers gehouden om jaarlijks een aangifteformulier in de personenbelasting in te dienen waarvan het model is vastgesteld door de Koning overeenkomstig artikel 307, § 1, WIB 92, en die daartoe afgeleverd wordt door de aangeduide dienst.

Evenwel machtigt artikel 306, § 1, WIB 92, Uwe Majesteit om bepaalde belastingplichtigen vrij te stellen van deze verplichting tot aangifte van de personenbelasting, door een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad. Krachtens § 2, eerste lid van dit artikel, is er vastgelegd dat er aan de in § 1 bedoelde belastingplichtigen een voorstel van vereenvoudigde aangifte zal worden toegezonden.

In uitvoering van deze bepaling, bepaalt artikel 178, § 2, KB/WIB 92 dat de belastingplichtigen die geen andere belastbare inkomsten en elementen moeten aangeven dan die welke er zijn opgesomd, vrijgesteld zijn van de aangifteverplichting en een voorstel van vereenvoudigde aangifte ontvangen. Deze criteria worden gecontroleerd op basis van gekende gegevens met betrekking tot het vorige aanslagjaar.

Het voornaamste doel van dit besluit bestaat erin een groot deel van de belastingplichtigen die uitgaven doen die betrekking hebben op een belastingvermindering voor de eigen woning in het kader van een hypothecaire lening, of die betrekking hebben op een belastingvermindering voor het langetermijnsparen in het kader van een individueel levensverzekeringscontract, of die beschikken over inkomsten uit onroerende goederen gelegen in België, voortaan toe te laten eveneens een voorstel van vereenvoudigde aangifte in de personenbelasting te ontvangen.

Deze uitbreiding is inderdaad mogelijk geworden voor zover de FOD Financiën in principe momenteel elektronisch over de betrokken gegevens beschikt die haar vooraf zijn overgemaakt.

Het advies 67.107/3 van de Raad van State van 14 april 2020 is gevolgd. Desalniettemin zal het, in het licht van de op handen zijnde verzending van de eerste voorstellen van vereenvoudigde aangifte betreffende het aanslagjaar 2020, niet mogelijk zijn om voor deze over te gaan tot de door de Raad van State gesuggereerde aanpassingen aan de artikelen 306 en 308 WIB 92 teneinde de wet in overeenstemming te brengen met de administratieve praktijk. Deze wijzigingen zullen uitgevoerd worden voor het aanslagjaar 2021.

Bespreking van de artikelen

Artikel 1.Zoals hierboven uitgelegd, heeft deze bepaling als essentieel doel om aan de lijst van belastbare inkomsten en andere elementen voorzien in artikel 178, § 2, KB/WIB 92 enerzijds de uitgaven toe te voegen die betrekking hebben op ofwel een belastingvermindering voor de eigen woning in het kader van een hypothecaire lening, ofwel een belastingvermindering voor het langetermijnsparen in het kader van een individueel levensverzekeringscontract ofwel een belastingvermindering in het kader van een contract voor rechtsbijstandverzekering, en anderzijds bepaalde inkomsten uit onroerende goederen gelegen in België. Deze wijziging zal een gevoelige uitbreiding van het aantal belastingplichtigen die een voorstel van vereenvoudigde aangifte krijgen tot gevolg hebben. Deze wijziging betekent in dat opzicht een aanzienlijke vooruitgang inzake de administratieve vereenvoudiging.

Desalniettemin, gelet op de veelheid aan fiscale regimes van toepassing op de hypothecaire lening omwille van de regionalisering van de personenbelasting en de inherente complexiteit van de materie, kan de FOD Financiën niet in alle gevallen de voorinvulling van de gegevens met betrekking tot elk type van hypothecaire lening of individuele levensverzekering en dus de verzending van een voorstel van vereenvoudigde aangifte verzekeren.

Dit is het geval wanneer de FOD Financiën niet langs elektronische weg beschikt over de gegevens van de hypothecaire leningsovereenkomst of de levensverzekering, met name wanneer deze afgesloten is met een buitenlandse bank of verzekeringsonderneming.

Het blijkt ook onmogelijk om de gegevens met betrekking tot de hypothecaire leningen en/of de individuele levensverzekeringen correct voor in te vullen in heel diverse omstandigheden, zoals bijvoorbeeld: - Ingeval van verhuis van de belastingplichtige tijdens het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar in kwestie; - Ingeval van een wijziging in de huwelijkssituatie van de belastingplichtige (huwelijk, echtscheiding ...) tijdens het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar in kwestie; - Als de belastingplichtige tijdens het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar in kwestie verschillende onroerende goederen had; - Als de belastingplichtige tijdens het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar in kwestie een lening heeft afgesloten om een woning te verwerven; - Ingeval van een contract van een individuele levensverzekering waarvoor de FOD Financiën meerdere attesten ontvangt, enz..

Aangezien de doelstelling van het voorstel voor een vereenvoudigde aangifte is om de belastingplichtige een correct en zo volledig mogelijk overzicht te geven van zijn fiscale inkomsten en uitgaven, kiest de administratie ervoor dit voorstel niet te verzenden als de gegevens in haar bezit niet voldoende zeker zijn.

Deze diverse uiteengezette niet limitatieve omstandigheden die het verzenden van een voorstel van vereenvoudigde aangifte beletten, hebben echter een relatief bijzonder karakter die niet verhinderen dat een meerderheid van de betrokken belastingplichtigen kan genieten van de uitbreiding van deze procedure.

De hypothecaire leningen en de levensverzekeringen opgenomen in het voorstel van vereenvoudigde aangifte zullen daarom de klassieke gevallen zijn die verband houden met de geïntegreerde woonbonus, met de "Chèque Habitat", een gewestelijke woonbonus of een federale belastingvermindering voor de betaling van premies voor een individuele levensverzekering.

Dit ontwerp beoogt eveneens de toevoeging van een ten 17° aan artikel 178, § 2, KB/WIB 92 opdat de belastingplichtigen die inkomsten uit onroerende goederen gelegen in België, die moeten worden opgenomen in code 106 van de aangifte, moeten aangeven, eveneens kunnen genieten van een voorstel van vereenvoudigde aangifte. Dit betreft zowel de niet verhuurde onroerende goederen (art. 7, § 1, 1 °, a), tweede streepje, WIB 92) als de verhuurde onroerende goederen aan natuurlijke personen die ze noch geheel noch gedeeltelijk gebruiken voor het uitoefenen van hun beroepswerkzaamheid (art. 7, § 1, 2 °, a), tweede streepje, WIB 92) alsook gebouwen verhuurd aan rechtspersonen andere dan vennootschappen, met het oog op het ter beschikking stelling ervan aan natuurlijke personen om uitsluitend als woning te worden gebruikt (art. 7, § 1, 2 °, bbis, WIB 92).

Specifieke omstandigheden, gelijkaardig aan deze hierboven beschreven voor de hypothecaire leningen en de individuele levensverzekeringen, kunnen er nochtans toe leiden dat de administratie niet over voldoende betrouwbare informatie beschikt om een correcte voorafgaandelijke invulling van de gegevens met betrekking tot de onroerende inkomsten te garanderen. Meer bepaald als uit de gegevens in het bezit van de administratie blijkt dat de belastingplichtige ook uitgaven doet verbonden met een belastingvermindering voor eigen woningen in het kader van een hypothecaire lening, kan het voorstel voor een vereenvoudigde aangifte niet met voldoende zekerheid worden gerealiseerd. In deze gevallen zal er dan geen verzending zijn.

Door toevoeging van een 18 ° aan artikel 178, § 2, KB/WIB 92, zullen de belastingplichtigen die uitgaven doen in verband met een belastingvermindering voor premies voor een rechtsbijstandverzekering, in overeenstemming met artikel 14549, § 1, WIB 92, ingevoegd bij de wet van 22 april 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/04/2019 pub. 08/05/2019 numac 2019041139 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot het toegankelijker maken van de rechtsbijstandsverzekering sluiten tot het toegankelijker maken van de rechtsbijstandsverzekering, ook worden opgenomen in de doelgroep van belastingplichtigen die een voorstel van vereenvoudigd aangifte ontvangen

Art. 2.Artikel 178/1, § 2, KB/WIB 92 geeft de mogelijkheid aan de belastingplichtigen vrijgesteld van de aangifteplicht krachtens artikel 178 KB/WIB 92, maar die geen voorstel van vereenvoudigde aangifte meer wensen te ontvangen, om dit ofwel in de elektronische aangifte voor het aanslagjaar dat voorafgaat ofwel via Myminfin te melden.

Gezien de aanzienlijke evolutie die het voorstel van vereenvoudigde aangifte de laatste jaren heeft doorgemaakt, heeft deze mogelijkheid zijn relevantie volledig verloren.

De huidige perfectionering van het voorstel van vereenvoudigde aangifte resulteert erin dat ongeveer 90 % van de voorstellen niet gecorrigeerd worden door de belastingplichtigen.

Als een correctie noodzakelijk blijkt, kan de belastingplichtige dit altijd uitvoeren ofwel door de verzending van het antwoordformulier van het voorstel van vereenvoudigde aangifte ofwel rechtstreeks via Tax-on-web.

Bovendien is het aan de betrokken belastingplichtige die ondanks alles een klassieke aangifte zou wensen in te vullen, toegestaan om een papieren aangifte te bekomen of zich te verbinden met Tax-on-web. In dit laatste geval, zal de belastingplichtige niet alleen toegang hebben tot het elektronisch voorstel van vereenvoudigde aangifte, maar eveneens tot het geheel van zijn aangifte waar alle gegevens gekend door de administratie vooringevuld zullen zijn en die hij kan toesturen aan de administratie.

Gelet op de vele mogelijkheden die automatisch aangeboden worden aan de belastingplichtige en de administratieve vereenvoudiging die het voorstel van vereenvoudigde aangifte betekent, heeft artikel 178/1, § 2, KB/WIB 92 daarom zijn bestaansreden verloren en kan het worden opgeheven.

Art. 3.Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de wijzigingen in dit ontwerp, met name de uitbreiding van de doelgroep van belastingplichtigen beoogd door het voorstel van vereenvoudigde aangifte, vanaf aanslagjaar 2020.

Art. 4.Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.

Dit is, Sire, de draagwijdte van het besluit dat U wordt voorgelegd, Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, A. DE CROO

ADVIES 67.107/3 VAN 14 APRIL 2020 OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT "TOT WIJZIGING VAN DE ARTIKELEN 178 EN 178/1, VAN HET KONINKLIJK BESLUIT TOT UITVOERING VAN HET WETBOEK VAN DE INKOMSTENBELASTINGEN 1992 MET HET OOG OP DE WIJZIGING VAN BEPAALDE BEPALINGEN MET BETREKKING TOT DE VRIJSTELLING VAN DE AANGIFTEPLICHT IN DE PERSONENBELASTING" Op 13 maart 2020 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Financiën verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit "tot wijziging van de artikelen 178 en 178/1, van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met het oog op de wijziging van bepaalde bepalingen met betrekking tot de vrijstelling van de aangifteplicht in de personenbelasting".

Het ontwerp is door de derde kamer onderzocht op 31 maart 2020. De kamer was samengesteld uit Jo Baert, kamervoorzitter, Jeroen Van Nieuwenhove en Koen Muylle, staatsraden, Jan Velaers en Bruno Peeters, assessoren, en Annemie Gooossens, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Frédéric Vanneste, eerste auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jo Baert, kamervoorzitter.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 14 april 2020.

Strekking van het ontwerp 1. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe twee wijzigingen aan te brengen in het koninklijk besluit van 27 augustus 1993Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 27/07/2015 numac 2015000371 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel I type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 19/11/2015 numac 2015000628 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 04/03/2016 numac 2016000121 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel III sluiten "tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992" (hierna: KB/WIB 92) in verband met de vrijstelling van de aangifteplicht in de personenbelasting. 1.1. In de eerste plaats wordt artikel 178, § 2, van het KB/WIB aangevuld met vier nieuwe rubrieken van belastbare inkomsten en elementen. Belastingplichtigen die in een bepaald kalenderjaar geen andere belastbare inkomsten en elementen moeten aangeven dan de in het voormelde artikel 178, § 2, opgenomen rubrieken, zijn vanaf het aanslagjaar verbonden met het belastbaar tijdperk dat volgt op dat kalenderjaar vrijgesteld van de aangifteplicht in de personenbelasting. Ze ontvangen een voorstel van vereenvoudigde aangifte voor dat aanslagjaar.

De nieuwe rubrieken betreffen uitgaven gedaan in uitvoering van een hypothecaire leningsovereenkomst die betrekking hebben op een belastingvermindering voor de eigen woning (ontworpen 15° ), premies gestort in uitvoering van een contract van een individuele levensverzekering die betrekking hebben op een belastingvermindering voor het langetermijnsparen (ontworpen 16° ), bepaalde inkomsten van in België gelegen onroerende goederen (ontworpen 17° ) en premies betaald ter uitvoering van een contract van rechtsbijstandverzekering (ontworpen 18° ) (artikel 1 van het ontwerp). 1.2. In de tweede plaats wordt artikel 178/1, § 2, van het KB/WIB 92 opgeheven (artikel 2). Die bepaling biedt belastingplichtigen die zijn vrijgesteld van de aangifteplicht de mogelijkheid om aan de belastingdienst te laten weten dat zij geen voorstel van vereenvoudigde aangifte meer wensen te ontvangen. 2. Het te nemen besluit krijgt uitwerking vanaf het aanslagjaar 2020 (artikel 3). Rechtsgrond 3. Voor het ontworpen besluit wordt rechtsgrond geboden door artikel 306, § 1, eerste lid, en § 2, tweede lid, van het WIB 92. Op grond van artikel 306, § 1, eerste lid, kan de Koning, volgens de regels en onder de voorwaarden die hij bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad categorieën van belastingplichtigen vrijstellen van de aangifteplicht.

Krachtens artikel 306, § 2, tweede lid, kan de Koning, volgens de regels en onder de voorwaarden die hij vaststelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de gevallen bepalen waarin de belastingadministratie geen voorstel van vereenvoudigde aangifte moet toesturen.

Algemene Bespreking 4. Belastingplichtigen zijn in principe onderworpen aan de aangifteplicht in de personenbelasting (artikel 305 van het WIB 92). Daartoe ontvangen zij van de belastingdienst normaal een formulier aan de hand waarvan zij hun aangifte moeten doen binnen de op het formulier aangegeven termijn die niet korter mag zijn dan één maand te rekenen vanaf de verzending ervan (artikel 308, § 1, van het WIB 92).

Belastingplichtigen die geen aangifteformulier hebben ontvangen, moeten uiterlijk op 1 juni van het aanslagjaar een aangifteformulier aanvragen (artikel 308, § 3, van het WIB 92).

De Koning kan bepaalde categorieën van belastingplichtigen vrijstellen van de aangifteplicht in de personenbelasting (artikel 306, § 1, eerste lid, van het WIB 92). Aan hen wordt een voorstel van vereenvoudigde aangifte toegestuurd (artikel 306, § 2, van het WIB 92). Ingeval de belastingadministratie dit uitdrukkelijk vraagt, zijn deze belastingplichtigen echter toch verplicht om een (gewone) aangifte te doen (artikel 306, § 1, tweede lid, van het WIB 92).

Indien een belastingplichtige niet akkoord gaat met het voorstel van vereenvoudigde aangifte, dient hij de belastingadministratie daarvan binnen de maand na de datum van de verzending van dat voorstel in kennis te stellen met vermelding van zijn motieven. Iedere onjuistheid of onvolledigheid van het voorstel van vereenvoudigde aangifte moet eveneens binnen de maand aan de belastingadministratie worden medegedeeld (artikel 306, § 3, van het WIB 92). 5. De verplichting bedoeld in artikel 308, § 3, van het WIB 92 om uiterlijk op 1 juni van het aanslagjaar een aangifteformulier aan te vragen indien men er geen heeft ontvangen, geldt niet voor belastingplichtigen die vrijgesteld zijn van aangifteplicht krachtens artikel 306, § 1, van het WIB 92 (zie artikel 308, § 3, tweede lid, eerste streepje, van het WIB 92).(1) Het is voor de belastingplichtige dus van belang te weten of hij al of niet is vrijgesteld.

Belastingplichtigen die in het kalenderjaar dat voorafgaat aan het belastbaar tijdperk verbonden met het aanslagjaar geen andere belastbare inkomsten en elementen hebben aangegeven dan die welke zijn opgelijst in artikel 178, § 2, van het KB/WIB 92 en niet behoren tot een van de categorieën van belastingplichtigen vermeld in artikel 178, § 3, van het KB/WIB 92, zijn vrijgesteld van aangifteplicht voor het betrokken aanslagjaar.

Artikel 178, § 2, van het KB/WIB 92 bevat thans vijftien rubrieken die duidelijk zijn voor de burger. De nieuwe rubrieken 15° tot 17° die bij artikel 1 van het te nemen besluit worden toegevoegd, bevatten echter beperkingen waarover alleen de belastingadministratie kan oordelen: in 15° gaat het bijvoorbeeld om de toevoeging "tenzij de gegevens die erop betrekking hebben, niet op elektronische wijze in het bezit zijn van de administratie of indien deze gegevens niet geschikt zijn om adequaat te worden verwerkt met het oog op de correcte opstelling van het voorstel van vereenvoudigde aangifte".Dat betekent dat de burger op basis ervan niet kan weten of er al of niet sprake is van een vrijstelling van aangifteplicht. Dat strookt niet met het rechtszekerheidsbeginsel.

Dat euvel kan worden verholpen door de verplichting bedoeld in artikel 308, § 3, van het WIB 92 om uiterlijk op 1 juni een aangifteformulier aan te vragen indien geen aangifteformulier werd ontvangen, uit te breiden tot het geval dat niet enkel geen aangifteformulier werd ontvangen, maar ook tot het geval de belastingplichtige geen voorstel van vereenvoudigde aangifte heeft ontvangen en hij krachtens artikel 306, § 1, tweede lid, van het WIB 92 door de belastingadministratie niet is verplicht om een (gewone) aangifte te doen. (2) 6. Als gevolg van de opheffing van artikel 178/1, § 2, van het KB/WIB 92 bij artikel 2 van het te nemen besluit zullen de van aangifteplicht in de personenbelasting vrijgestelde belastingplichtigen er niet meer voor kunnen opteren om voortaan geen voorstel van vereenvoudigde aangifte meer te ontvangen en dus om weer toepassing te maken van de (gewone) aangifteplicht.De belastingadministratie zal hen dus - behalve indien ze voldoen aan de voorwaarden van artikel 178/1, § 1, van het KB/WIB 92 - vanaf het aanslagjaar 2020 een voorstel van vereenvoudigde aangifte moeten sturen.

Krachtens artikel 306, § 3, van het WIB 92 beschikt de belastingplichtige in dat geval over een vaste termijn van één maand om de belastingadministratie ervan in kennis te stellen dat hij niet akkoord gaat met het voorstel met vermelding van zijn motieven; binnen dezelfde termijn dient hij aan de belastingadministratie iedere onjuistheid of onvolledigheid van het voorstel mede te delen. (3) De mogelijkheid om ervoor te opteren om geen voorstel van vereenvoudigde aangifte meer te ontvangen, stelt de belastingplichtigen die moeite hebben om binnen die termijn van een maand de nodige gegevens en documenten te verzamelen in staat om de belastingadministratie te laten weten dat ze in de toekomst geen dergelijk voorstel meer willen ontvangen zodat ze in het vervolg gepast kunnen reageren op het voorstel van vereenvoudigde aangifte.

De gemachtigde heeft echter te kennen gegeven dat de belastingadministratie zich in de praktijk soepeler opstelt ten aanzien van deze belastingplichtigen: "L'administration applique aux contribuables qui ont reçu une proposition de déclaration simplifiée les délais des déclarations classiques, à savoir la fin juin pour les propositions de déclaration simplifiée papier et la mi-juillet pour les propositions de déclaration simplifiée électroniques. Comme le précise d'ailleurs le formulaire de proposition de déclaration simplifiée lui-même, les contribuables pourront, dans les délais précités, corriger par la suite cette déclaration. (4). Les délais de correction sont par conséquent identiques qu'il s'agisse d'une déclaration normale ou d'une proposition de déclaration simplifiée, nonobstant l'article 306, § 3, CIR 92".

Op de vraag of wie een vereenvoudigde aangifte ontvangt, ervoor kan kiezen om een beroep te doen op een boekhouder en zo een verlengde termijn kan genieten, antwoordde de gemachtigde het volgende: "Le délai de Tax-on-web sera toujours applicable pour toutes les personnes qui désirent rentrer leur déclaration de façon électronique.

Ainsi, un contribuable qui reçoit une proposition de déclaration simplifiée pourra la modifier jusqu'à la mi-juillet sur Tax-on-web. Il lui sera également possible de passer par un mandataire s'il le souhaite. Cependant, dans ce cas, le délai `mandataire' ne sera pas applicable.

Celui-ci devra modifier la proposition de déclaration simplifiée dans le délai de Tax-on-web, à savoir au plus tard à la mi-juillet, et cela pour 2 raisons.

Les propositions de déclaration simplifiée sont envoyées aux citoyens qui ont un profil fiscal relativement simple et stable. Une différence de traitement selon la personne qui corrige la proposition de déclaration simplifiée (le contribuable lui-même ou un mandataire) ne se justifie donc pas pour ces types de déclarations peu complexes. Par ailleurs, le principe est que les propositions de déclaration simplifiée sont enrôlées en premier lieu, avant les autres déclarations, de sorte qu'il est nécessaire qu'elles soient rentrées rapidement." Omdat belastingplichtigen die een voorstel van vereenvoudigde aangifte ontvangen volgens de administratieve praktijk over dezelfde termijn en mogelijkheden als de andere belastingplichtigen beschikken - behalve wat de indieningstermijn voor mandatarissen betreft, om de redenen uiteengezet door de gemachtigde - om zich in regel te stellen en er dus geen probleem van ongelijkheid kan rijzen, is het aanvaardbaar dat artikel 178/1, § 2, van het KB/WIB 92 wordt opgeheven.

Uit wat voorafgaat blijkt echter dat de administratieve praktijk afwijkt van wat bepaald wordt in artikel 306, § 3, van het WIB 92.

Omdat de belastingadministratie verplicht is zich te schikken naar de wet, is het dus noodzakelijk eerst artikel 306, § 3, van het WIB 92 bij te stellen. Aan de Kamer van volksvertegenwoordigers zal een ontwerp van wet moeten worden voorgelegd waarin wordt gevraagd om die wetsbepaling af te stemmen op de administratieve praktijk.

Onderzoek van de tekst Opschrift 7. In het opschrift moet de datum van het te wijzigen koninklijk besluit worden toegevoegd, namelijk 27 augustus 1993. Artikel 1 8. Ook in de inleidende zin van artikel 1 dient de datum van het te wijzigen besluit te worden toegevoegd. 9. Aan het einde van de Nederlandse tekst van het ontworpen artikel 178, § 2, 17°, van het WIB 92 is de vermelding "als ." te vervangen door een kommapunt.

De griffier, A. Goossens De voorzitter, Jo Baert _______ Nota's (1) De gemachtigde verstrekte in dit verband nog de volgende toelichting: "L'obligation pour le contribuable de réclamer une déclaration s'il n'en a pas reçu une au 1er juin (art.308, § 3, CIR 92) est liée au fait que le contribuable a l'obligation d'introduire une déclaration.

Le même principe ne s'applique pas à la proposition de déclaration simplifiée (PDS) puisque dans ce cas, l'administration communique au contribuable les données dont elle a connaissance, celui-ci devant alors les vérifier et, si nécessaire, les corriger/compléter.

En pratique, si un contribuable ne reçoit pas de PDS papier, c'est vraisemblablement parce qu'il fait partie du groupe-cible PDS électronique. En effet, les contribuables qui ont pris l'habitude d'utiliser Tax-on-web pour rentrer leur déclaration restent dans ce même canal électronique lorsqu'ils reçoivent une PDS. Si le contribuable est censé recevoir sa PDS en version papier, mais que celle-ci est, par exemple, perdue par la poste, il pourra quand même venir la consulter sur Tax-on-web. En effet, toutes les PDS existent sous format électronique sur Tax-on-web, même pour les contribuables qui font partie du groupe-cible "PDS papier".

S'ils n'ont pas accès à internet, les contribuables peuvent toujours s'adresser aux services du SPF Finances, durant les séances de remplissage, pour obtenir toute l'aide nécessaire afin de vérifier leur PDS et si nécessaire la corriger.

Enfin, il convient de préciser que le contribuable bénéficiant d'une PDS qui, par exemple, ne parviendrait pas à la consulter et ne ferait pas de démarches particulières auprès des services fiscaux, ne serait pas sanctionné pour déclaration tardive ou absence de déclaration dès lors que l'enrôlement serait automatiquement effectué sur base des données qui lui auront été communiquées." (2) Artikel 308, § 3, eerste lid, van het WIB 92 zou bijvoorbeeld kunnen worden gesteld als volgt: "De in paragraaf 1 bedoelde belastingplichtigen die geen aangifteformulier hebben ontvangen en de in artikel 306 bedoelde belastingplichtigen die geen voorstel van vereenvoudigde aangifte hebben ontvangen, moeten ...".

Bovendien dient ook het tweede lid, eerste streepje, van dat artikel 308, § 3, te worden aangepast. Het zou bijvoorbeeld als volgt kunnen luiden: "- belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 306 van aangifteplicht zijn vrijgesteld en een voorstel van vereenvoudigde aangifte hebben ontvangen;". (3) Gebeurt de aangifte niet of niet tijdig, dan riskeert de belastingplichtige onder meer een administratieve geldboete (artikel 445 van het WIB 92) en een aanslag van ambtswege (artikel 351, eerste lid, eerste streepje, van het WIB 92), met omkering van de bewijslast (artikel 352 van het WIB 92).(4) De gemachtigde stelde in dit verband nog het volgende: "Il est effectivement possible de corriger une fois une déclaration électronique soumise préalablement.Cependant, cette correction doit être effectuée dans le délai normal de rentrée des déclarations électroniques, à savoir au plus tard à la mi-juillet. Aucune correction n'est possible à l'expiration de ce délai."

30 APRIL 2020. - Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 178 en 178/1, van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 27/07/2015 numac 2015000371 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel I type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 19/11/2015 numac 2015000628 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 04/03/2016 numac 2016000121 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel III sluiten tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met het oog op de wijziging van bepaalde bepalingen met betrekking tot de vrijstelling van de aangifteplicht in de personenbelasting FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikelen 306, § 1, eerste lid en 306, § 2, tweede lid;

Gelet op het koninklijk besluit van 27 augustus 1993Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 27/07/2015 numac 2015000371 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel I type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 19/11/2015 numac 2015000628 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 04/03/2016 numac 2016000121 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel III sluiten tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 24 februari 2020;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 9 maart 2020;

Gelet op het advies 67.107/3 van de Raad van State, gegeven op 14 april 2020, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Gelet op de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd overeenkomstig artikel 6, § 1, van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;

Op de voordracht van de Vice-Eersteminister en Minister van Financiën, en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 178, § 2, van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd door het koninklijk besluit van 6 maart 2018Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/03/2018 pub. 20/03/2018 numac 2018011360 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de attesten die ter beschikking dienen te worden gehouden voor de toepassing van bepaalde belastingverminderingen voor hypothecaire leningen en individuele levensverzekeringen type koninklijk besluit prom. 06/03/2018 pub. 20/03/2018 numac 2018011339 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 178, § 2, 13°, van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met het oog op het afschaffen van de voorwaarde van het maximum bedrag van bezoldigingen van de c sluiten, wordt aangevuld als volgt: "15° uitgaven gedaan in uitvoering van een hypothecaire leningsovereenkomst, die betrekking hebben op een belastingvermindering voor de eigen woning, tenzij de gegevens die erop betrekking hebben, niet op elektronische wijze in het bezit zijn van de administratie of indien deze gegevens niet geschikt zijn om adequaat te worden verwerkt met het oog op de correcte opstelling van het voorstel van vereenvoudigde aangifte. 16° premies gestort in uitvoering van een contract van een individuele levensverzekering, die betrekking hebben op een belastingvermindering voor het langetermijnsparen, tenzij de gegevens, die erop betrekking hebben, niet op elektronische wijze in het bezit zijn van de administratie of indien deze gegevens niet geschikt zijn om adequaat te worden verwerkt met het oog op de correcte opstelling van het voorstel van vereenvoudigde aangifte.17° de inkomsten van onroerende goederen gelegen in België zoals bepaald in artikel 7, § 1, 1°, a) tweede streepje;2°, a), tweede streepje en 2°, bbis), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, behoudens indien deze gegevens niet geschikt zijn om adequaat te worden verwerkt met het oog op de correcte opstelling van het voorstel van vereenvoudigde aangifte of als de belastingplichtige eveneens de kosten aangeeft die zijn gemaakt bij de uitvoering van een hypothecaire leningsovereenkomst bedoeld in 15° ; 18° de premies betaald ter uitvoering van een contract van rechtsbijstandverzekering.".

Art. 2.Artikel 178/1, § 2, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd door het koninklijk besluit van 19 april 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/04/2013 pub. 04/07/2013 numac 2013012155 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 augustus 2012, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf van de groeven van niet uit te houwen kalksteen en van de kalkovens, van de bitter type koninklijk besluit prom. 19/04/2013 pub. 05/09/2013 numac 2012200246 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2011, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen, betreffende de wijziging en coördinatie van de statuten van het soci type koninklijk besluit prom. 19/04/2013 pub. 05/09/2013 numac 2012200857 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 november 2010, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, betreffende de invoering van een sectoraal pensioenstelsel in de sub sluiten, wordt opgeheven.

Art. 3.Dit besluit treedt in werking vanaf aanslagjaar 2020.

Art. 4.De minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 30 april 2020.

FILIP Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, A. DE CROO


begin


Publicatie : 2020-05-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^