Koninklijk Besluit van 30 januari 1998
gepubliceerd op 27 mei 1998
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot regeling van de toegang tot de informatiegegevens en van het gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen voor de Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management van het Minis

bron
ministerie van binnenlandse zaken
numac
1998000208
pub.
27/05/1998
prom.
30/01/1998
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

30 JANUARI 1998. - Koninklijk besluit tot regeling van de toegang tot de informatiegegevens en van het gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen voor de Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit, waarvan wij de eer hebben het aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, strekt ertoe de Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap toegang tot de informatiegegevens en gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen te verlenen.

De rechtsgrond van het besluit wordt gevormd door de artikelen 5, eerste lid, en 8 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.

Bij koninklijk besluit van 29 juni 1993 werd reeds toegang verleend tot de informatiegegevens aan de Administratie Financiën en Begroting van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Dit koninklijk besluit dient thans vervangen te worden, omwille van volgende redenen: - de toenmalige Administratie Financiën en Begroting en haar diensten werden omgevormd tot de huidige Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management; - de Gemeenschappen zullen voortaan zelf instaan voor de inning van het kijk- en luistergeld, inning die voorheen door de N.V. Belgacom ("dienst Kijk- en Luistergeld") gebeurde.

In het besluit dat thans aan Zijne Majesteit ter ondertekening wordt voorgelegd, wordt zowel de toegang tot de informatiegegevens als het gebruik van het identificatienummer door de vermelde administratie geregeld.

De toegang tot de informatiegegevens van het Rijksregister is noodzakelijk om de berekening en de uitvoering van betalingen en inningen efficiënter te laten verlopen. De toegang wordt gevraagd voor de in artikel 3, eerste lid, 1° tot en met 9°, en tweede lid bedoelde gegevens. Daarbij kan gepreciseerd worden dat de gegevens vermeld in artikel 3, eerste lid, 1° (naam en voornamen), 2° (geboorteplaats en-datum), 3° (geslacht), 4° (nationaliteit), 5° (hoofdverblijfplaats) en 6° (plaats en datum van overlijden) basisgegevens zijn, minimaal noodzakelijk om een dossier betreffende een natuurlijk persoon samen te stellen. Verder kan gesteld worden dat de toegang tot het informatiegegeven betreffende het beroep (7 °) eveneens noodzakelijk is (bv. in fiscale aangelegenheden, waar het beroep een indicatie kan geven betreffende de solvabiliteit van de belastingplichtige). Ook de toegang tot de informatiegegevens betreffende de burgerlijke staat (8°) en de samenstelling van het gezin (9°) is noodzakelijk (bv. voor de correcte uitvoering van de vonnissen met betrekking tot onderhoudsschulden of invordering van belastingsschulden bij rechtsopvolgers ingeval de belastingsplichtige overleden is).

Wat betreft de toegang tot de opeenvolgende wijzigingen aangebracht aan de informatiegegevens, (historiek van de gegevens bedoeld in artikel 3, tweede lid) is het nodig de opeenvolgende verblijfplaatsen van de belastingplichtige te kennen en de evolutie in de gezinssamenstelling.

De toegang tot de opeenvolgende wijzigingen in de tijd, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de voormelde wet van 8 augustus 1983, wordt, voor wat de taken in artikel 1 betreft, beperkt tot dertig jaar. Gezien de diverse aard van de betalingen en inningen verricht door de in dat artikel vermelde afdelingen van de Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management, werd gekozen voor de gemeenrechtelijke verjaringstermijn van dertig jaar, vastgelegd in artikel 2262 van het Burgerlijk Wetboek.

De stelling van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer om deze termijn tot zes jaar te beperken werd derhalve niet gevolgd.

Voor wat echter de in artikel 2 vermelde taken betreft, wordt de toegang tot de opeenvolgende wijzigingen beperkt tot zes jaar. Artikel 28 van de wet van 13 juli 1987 betreffende het kijk- en luistergeld bepaalt dat alle strafvorderingen inzake kijk- en luistergeld en alle vorderingen tot inning ervan verjaren na drie jaar. Ingevolge stuiting van de verjaring kan de termijn van drie jaar opnieuw met een nieuwe termijn van drie jaar worden verlengd zodat een consultatie van gegevens over een periode die zich verder uitstrekt dan drie jaar nodig kan blijken. Ook ingevolge schorsing van de verjaring kan een consultatie over een langere periode nodig blijken. Daarom wordt voorgesteld de toegang tot de opeenvolgende wijzigingen op zes jaar te stellen.

Het gebruik van het unieke identificatienummer is nuttig omdat het toelaat vergissingen en dubbeltellingen rond personen met dezelfde naam te voorkomen, en de opzoekingen van gegevens in het Rijksregister efficiënter laat verlopen. Bovendien vergemakkelijkt het de uitwisseling van informatie met andere overheden en instellingen die eveneens gemachtigd zijn dit nummer te gebruiken.

Wat de inning van het kijk- en luistergeld betreft werd deze taak door de Vlaamse Gemeenschap in onderaanneming toevertrouwd aan de c.v. "Centrum voor Informatica Provincies Antwerpen en Limburg", afgekort "CIPAL". "CIPAL" zal deze taak uitvoeren onder de verantwoordelijkheid en het toezicht van de Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management van het Ministerie van Vlaamse Gemeenschap.

Ten gevolge van een opmerking gemaakt door de Commissie van de bescherming van de levenssfeer in haar advies van 11 juni 1997 zal de erkenning van het informaticacentrum CIPAL bij afzonderlijk besluit worden uitgebreid tot het geheel van de Vlaamse Gemeenschap voor wat betreft de inning van het kijk-en luistergeld.

De N.V. Belgacom die thans belast is met de inning van het kijk- en luistergeld wenst deze taak niet meer uit te voeren vanaf 1 april 1997. De uitwerking van een nieuwe regeling voor de inning was dus hoogdringend. De Commissie van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer verleende een advies op 11 juni 1997.

Dit advies is gunstig, behoudens enkele opmerkingen waarmee werd rekening gehouden.

Aangezien de voorgestelde regeling in de plaats treedt van de vroegere regeling kunnen enkele bestaande koninklijke besluiten, tenminste wat de Vlaamse Gemeenschap betreft, worden opgeheven. Het betreft de koninklijke besluiten van 17 december 1984 en 16 september 1986, waarbij aan de dienst Kijk- en Luistergeld respectievelijk toegang tot de informatiegegevens en gebruik van het identificatienummer werd verleend, en het koninklijk besluit van 29 juni 1993 tot regeling van de toegang tot de informatiegegevens voor de Administratie Financiën en Begroting van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

Wij hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Binnenlandse Zaken, J. VANDE LANOTTE De Minister van Justitie, S. DE CLERCK

Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer. - Advies nr. 14/97 van 11 juni 1997 : Ontwerp van koninklijk besluit tot regeling van de toegang tot de informatiegegevens en van het gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen voor de Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, Gelet op de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, inzonderheid artikel 5, lid 1 gewijzigd bij de wet van 30 maart 1995, en artikel 8, gewijzigd bij de wet van 15 januari 1990, Gelet op de adviesaanvraag vanwege de Minister van Binnenlandse Zaken d.d. 17 april 1997;

Gelet op het verslag van de heer Asscherickx;

Brengt op 11 juni 1997 het volgende advies uit: I. Voorwerp van de adviesaanvraag De adviesaanvraag betreft een ontwerp van koninklijk besluit dat aan de Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management (nieuwe benaming van de vroegere Administratie Financiën en Begroting) alsook aan het informaticacentrum CIPAL C.V. (Centrum voor Informatica Provincies Antwerpen en Limburg C.V.) toegang verleent tot de informatiegegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen en bovendien machtiging om gebruik te maken van het identificatienummer van het Rijksregister.

II. Onderzoek van het ontwerp 1. Verantwoording van de toegang tot de informatiegegevens en van het gebruik van het identificatienummer. De inning van het kijk-en luistergeld werd tot nog toe verzorgd door de N.V. Belgacom voor rekening van de Gemeenschappen.

De N.V. Belgacom wenst deze taak na 31 december 1996 niet meer uit te voeren maar is bereid ze nog te vervullen tijdens een overgangsperiode die eindigt op 31 maart 1997.

Vanaf dan moeten de Gemeenschappen zelf instaan voor de inning van het kijk- en luistergeld.

Deze taak valt onder de bevoegdheid van de Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management, voorheen genoemd Administratie Financiën en Begroting van het departement Algemene Zaken en Financiën van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (aan dewelke bij koninklijk besluit van 29 juni 1993 toegang verleend was tot de informatiegegevens van het Rijksregister).

Voorheen was bij koninklijk besluit van 17 december 1984 aan de directeur van de dienst "Kijk- en luistergeld" toegang verleend tot het Rijksregister van de natuurlijke personen en bij koninklijk besluit van 16 september 1986 was het gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen geregeld voor wat betreft de dienst "Kijk- en luistergeld".

Deze besluiten zouden, wat de Vlaamse Gemeenschap betreft, worden opgeheven door het nieuwe besluit.

Gezien het de bedoeling is de taken i.v.m. de inning van het kijk- en luistergeld toe te vertrouwen in onderaanneming aan het informaticacentrum CIPAL, in opdracht en onder de verantwoordelijkheid van de Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, wordt de toegang en de machtiging tot gebruik eveneens voor dit informaticacentrum gevraagd.

Het informaticacentrum CIPAL C.V. werd bij koninklijk besluit van 27 oktober 1986 erkend voor het uitvoeren van opdrachten bij het Rijksregister van de natuurlijke personen. 2. Toegang tot de informatiegegevens. Artikel 1 van het ontwerp verleent toegang aan de Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap tot de informatiegegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° tot en met 9°, en tweede lid van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.

In het artikel wordt uitdrukkelijk bepaald aan welke personen de toegang wordt toegestaan (directeur-generaal, afdelingshoofden, centrale rekenplichtigen en directeur van de centrale invorderingscel alsook ambtenaren die binnen respectievelijke diensten bij name en schriftelijk worden aangewezen wegens hun functies en binnen de perken van hun respectieve bevoegdheden).

Artikel 2 verleent dezelfde toegang voor wat betreft het informatiecentrum CIPAL aan de persoon die belast is met de leiding ervan en aan de personeelsleden die onder deze persoon binnen zijn diensten bij name en schriftelijk worden aangewezen, wegens hun functies en binnen de perken van respectievelijke bevoegdheden.

Met deze duidelijke omschrijving voor wat betreft personen die toegang krijgen kan de Commissie instemmen.

De noodzakelijkheid toegang te hebben tot alle gevraagde informatiegegevens wordt in het verslag aan de Koning verantwoord (gegevens 1° t/m 6°, (zijnde naam en voornaam, geboorteplaats en datum, geslacht, nationaliteit, hoofdverblijfplaats en plaats en datum van overlijden) als noodzakelijke basisgegevens; de gegevens 7, 8 en 9 (beroep, burgerlijke staat en gezinssamenstelling) als noodzakelijk om de inning te vergemakkelijken door betere kennis van solvabiliteit.

In verband met de noodzakelijkheid om de historiek te kennen van de gegevens wordt in het ontwerp van koninklijk besluit, waar het de Administratie betreft, voorgesteld dat de toegang tot de opeenvolgende wijzigingen beperkt zou worden tot een periode van 30 jaar die aan de datum van opvraging van de gegevens voorafgaat, en voor wat betreft CIPAL tot een periode van 6 jaar.

De eerste termijn wordt verantwoord door te verwijzen naar de gemeenrechtelijke verjaringstermijn, de tweede termijn (6 jaar) door te verwijzen naar het feit dat alle strafvorderingen inzake kijk- en luistergeld en alle vorderingen tot inning verjaren na 3 jaar, termijn die één keer verlengd kan worden.

Rekening houdend met dit gegeven ziet de Commissie er de noodzaak niet van in de toegang tot de opeenvolgende wijzigingen in de tijd, voor wat betreft het verlenen van toegang tot de Administratie zelf, voor een periode langer dan 6 jaar te voorzien.

Voor wat betreft het verlenen van toegang aan CIPAL komt het de Commissie voor dat het opdragen van de in het vooruitzicht gestelde taken niet in overeenstemming is met het erkenningsbesluit van CIPAL. Overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit van 27 oktober 1986 preciseert immers uitdrukkelijk dat de erkenning beperkt blijft tot de provincies Antwerpen en Limburg: desgevallend zal een wijziging in de regeling inzake de erkenning van het genoemd informaticacentrum moeten bekomen worden, uiteraard mits naleving van het voorschrift bepaald in artikel 4 van het koninklijk besluit van 16 oktober 1984 (o.m. voorafgaand advies van de Commissie).

Artikel 3 van het ontwerp beperkt het gebruik van de verkregen informatiegegevens tot de doeleinden vermeld in de aanvraag en verbiedt de mededeling aan derden waarbij niet als derden worden beschouwd de natuurlijke personen waarop de gegevens betrekking hebben alsook hun wettelijke vertegenwoordigers, evenals de openbare overheden en instellingen aangewezen krachtens artikel 5 van de wet van 8 augustus 1983 in het kader van de betrekkingen die zij voor de doelstellingen vermeld in het ontwerp van koninklijk besluit met de Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap onderhouden.

Met deze bepalingen kan de Commissie instemmen. 3. Gebruik van het identificatienummer. Artikel 4 van het ontwerp machtigt de in artikel 1, 3e lid vermelde ambtenaren van de Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, alsook de in artikel 2, 3e lid vermelde personeelsleden van het informaticacentrum CIPAL, het identificatienummer van de personen die ingeschreven zijn in het Rijksregister van de natuurlijke personen te gebruiken, machtiging die beperkt wordt voor het vervullen van de taken vermeld in het ontwerp van besluit.

Volgens artikel 5 mag voor interne beheersdoeleinden het identificatienummer uitsluitend gebruikt worden als identificatiemiddel voor de bewuste taken, en bij extern gebruik mag het identificatienummer enkel gebruikt worden voor het vervullen van dezelfde taken in de betrekkingen die noodzakelijk zijn met de houder van het nummer of zijn wettelijke vertegenwoordiger en met de overheden die ingevolge artikel 8 van de wet van 8 augustus 1983 zelf machtiging hebben verkregen om het identificatienummer te gebruiken en die optreden tot uitoefening van hun wettelijke en reglementaire bevoegdheden.

De Commissie heeft geen opmerkingen betreffende deze bepalingen. 4. Opheffings- en slotbepalingen. Volgens artikel 6 worden de koninklijke besluiten van 17 december 1984 (toegang voor de directeur van de dienst Kijk- en Luistergeld), 16 september 1986 (regeling gebruik van het identificatienummer voor de dienst Kijk- en Luistergeld) en 29 juni 1993 (regeling van de toegang tot de informatiegegevens voor de Administratie Financiën en Begroting) opgeheven voor wat betreft de Vlaamse Gemeenschap.

Dienaangaande heeft de Commissie geen opmerkingen. 5. Mededeling lijst aangewezen personen. Artikel 7 van het ontwerp voorziet dat de lijst van de aangewezen ambtenaren en personeelsleden, gemachtigd voor de toegang en het gebruik jaarlijks zal worden opgesteld, met vermelding van hun ambt of functie en volgens dezelfde periodiciteit aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer zal worden toegezonden.

Met deze regeling kan de Commissie instemmen. 6. Ondertekening door de aangewezen ambtenaren en personeelsleden van een document waarin een veiligheids- en een vertrouwelijkheidplicht vervat is. De Commissie acht het raadzaam dat de personen waarvan sprake onder 5 gevraagd wordt een document te ondertekenen waarin de nadruk gelegd wordt op de plicht de veiligheid en de vertrouwelijkheid van de van het Rijkregister ontvangen gegevens te verzekeren (zie in die zin het advies nr. 06/94 d.d. 2 maart 1994 van de Commissie).

Om deze redenen: Geeft de Commissie een gunstig advies onder voorbehoud van wat hierboven werd vermeld : - voor wat betreft de toegang tot de opeenvolgende wijzigingen van de informatiegegevens voor de Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management, die eveneens tot een periode van 6 jaar zou dienen te worden beperkt (artikel 1, laatste lid van het ontwerp). - voor wat betreft de omvang van de erkenning van CIPAL C.V.; - voor wat betreft de verplichting in hoofde van de aangewezen ambtenaren en personeelsleden om een veiligheids- en vertrouwelijkheidsdocument te ondertekenen die in het ontwerp zou moeten opgenomen worden.

De secretaris, J. Paul.

De voorzitter, P. Thomas.

30 JANUARI 1998. - Koninklijk besluit tot regeling van de toegang tot de informatiegegevens en van het gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen voor de Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, inzonderheid op artikel 5, eerste lid, gewijzigd bij de wet van 30 maart 1995, en artikel 8, gewijzigd bij de wet van 15 januari 1990;

Gelet op de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, inzonderheid op artikel 5;

Gelet op de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en Gewesten, inzonderheid op de artikelen 11 en 52;

Gelet op het koninklijk besluit van 6 augustus 1990 houdende bepaling van de modaliteiten van de organisatie van de thesaurie van de Gemeenschappen, van de Gewesten en van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;

Gelet op het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit;

Gelet op de wet van 13 juli 1987 betreffende het kijk- en luistergeld;

Gelet op het advies nr. 14/97 van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, uitgebracht op 11 juni 1997;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, eerste lid, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de Gemeenschappen sinds 1 april 1997 zelf instaan voor de inning van het kijk- en luistergeld;

Overwegende dat het bijgevolg noodzakelijk is binnen de kortst mogelijke tijd een efficiënte regeling uit te werken voor deze inning;

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en van Onze Minister van Justitie en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Toegang tot de informatiegegevens

Artikel 1.Aan de Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap wordt toegang verleend tot de informatiegegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° tot en met 9°, en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen. De toegang tot de informatiegegevens geldt uitsluitend voor het doelmatiger berekenen en uitvoeren van betalingen en inningen, binnen het kader van de opdrachten van de bovenvermelde Administratie.

De toegang tot de informatiegegevens is toegestaan: 1° aan de directeur-generaal van de Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management;2° aan de afdelingshoofden van de afdeling Budgettering, de afdeling Accounting en de afdeling Financieel Management;3° aan de centrale rekenplichtigen der Uitgaven, der Ontvangsten, der Liggende Gelden en der Geschillen;4° aan de directeur van de Centrale Invorderingscel;5° aan de ambtenaren die de onder 1° tot 4° vermelde personen daartoe binnen hun dienst bij name en schriftelijk aanwijzen, wegens hun functies en binnen de perken van hun respectieve bevoegdheden. De toegang tot de opeenvolgende wijzigingen in de in het eerste lid bedoelde informatiegegevens wordt beperkt tot een periode van dertig jaar die aan de datum van opvraging van de gegevens voorafgaat.

Art. 2.Voor de inning van het kijk- en luistergeld wordt ook toegang verleend tot de informatiegegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° tot en met 9°, en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, aan het informaticacentrum "Centrum voor Informatica Provincies Antwerpen en Limburg" c.v., afgekort "CIPAL".

De taken in verband met de inning van het kijk- en luistergeld worden door "CIPAL" c.v. uitgevoerd voor het geheel van de Vlaamse Gemeenschap, in opdracht en in onderaanneming en onder de verantwoordelijkheid van de Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

De toegang tot de informatiegegevens is toegestaan : 1° aan de persoon die belast is met de leiding van het in het eerste lid vermelde informaticacentrum "CIPAL";2° aan de personeelsleden van "CIPAL" die de onder 1° vermelde persoon binnen zijn diensten bij name en schriftelijk aanwijst, wegens hun functies en binnen de perken van hun respectieve bevoegdheden. De toegang tot de opeenvolgende wijzigingen van de in het eerste lid bedoelde informatiegegevens wordt beperkt tot een periode van zes jaar die aan de datum van opvraging van de gegevens voorafgaat.

Art. 3.De met toepassing van artikel 1, eerste lid, en artikel 2, eerste lid, verkregen informatiegegegevens mogen slechts worden gebruikt voor de in artikel 1, tweede lid, en artikel 2, eerste en tweede lid, vermelde doeleinden. Zij mogen niet worden medegedeeld aan derden.

Worden niet als derden beschouwd voor de toepassing van het eerste lid : 1° de natuurlijke personen waarop die informatiegegevens betrekking hebben, of hun wettelijke vertegenwoordigers;2° de openbare overheden en de instellingen aangewezen krachtens artikel 5 van de voormelde wet van 8 augustus 1983, voor de informatiegegevens die hun kunnen medegedeeld worden in het kader van de betrekkingen die zij, uit hoofde van hun aanstelling, in het kader van de in artikel 1, tweede lid, en artikel 2, eerste en tweede lid, vermelde doeleinden met de Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap onderhouden. HOOFDSTUK II. - Gebruik van het identificatienummer

Art. 4.Aan de onder artikel 1, derde lid, vermelde ambtenaren van de Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, en aan de onder artikel 2, derde lid, vermelde personeelsleden van het informaticacentrum "CIPAL" wordt machtiging verleend om het identificatienummer van de personen die ingeschreven zijn in het Rijksregister van de natuurlijke personen te gebruiken.

De machtiging tot het gebruik van het identificatienummer is beperkt tot het vervullen van de in artikel 1, tweede lid, en artikel 2, eerste en tweede lid, vermelde taken.

Art. 5.Voor interne beheersdoeleinden mag het identificatienummer van het Rijksregister uitsluitend gebruikt worden als identificatiemiddel in de dossiers, bestanden en repertoria die door de Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en door het informaticacentrum "CIPAL" worden bijgehouden, voor het vervullen van de in artikel 1, tweede lid, en de in artikel 2, eerste en tweede lid, bedoelde taken.

Bij extern gebruik mag het identificatienummer enkel gebruikt worden in de betrekkingen die voor het vervullen van de in artikel 1, tweede lid, en de in artikel 2, eerste en tweede lid, bedoelde taken noodzakelijk zijn, met : 1° de houder van het nummer of zijn wettelijke vertegenwoordiger;2° de openbare overheden die ingevolge artikel 8 van de wet van 8 augustus 1983 zelf machtiging hebben verkregen om het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken en die optreden tot uitoefening van hun wettelijke en reglementaire bevoegdheden. HOOFDSTUK III. - Opheffings- en slotbepalingen

Art. 6.Worden opgeheven : 1° voor wat de Vlaamse Gemeenschap betreft, het koninklijk besluit van 17 december 1984 waarbij aan de directeur van de dienst "Kijk- en Luistergeld" toegang wordt verleend tot het Rijksregister van de natuurlijke personen;2° voor wat de Vlaamse Gemeenschap betreft, het koninklijk besluit van 16 september 1986 tot regeling van het gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen wat de dienst "Kijk- en Luistergeld" betreft;3° het koninklijk besluit van 29 juni 1993 tot regeling van de toegang tot de informatiegegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen voor de Administratie Financiën en Begroting van het departement Algemene Zaken en Financiën van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 7.De ambtenaren en personeelsleden bedoeld in artikel 1, derde lid, en artikel 2, derde lid, ondertekenen een verklaring waarin zij zich ertoe verbinden de veiligheid en de vertrouwelijkheid van de uit het Rijksregister verkregen informatiegegevens te eerbiedigen.

Art. 8.De lijst van de overeenkomstig artikel 1, derde lid, en artikel 2, derde lid, aangewezen ambtenaren en personeelsleden wordt, met vermelding van hun ambt of functie, jaarlijks opgesteld en volgens dezelfde periodiciteit aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer toegezonden.

Art. 9.Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 30 januari 1998.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, J. VANDE LANOTTE De Minister van Justitie, S. DE CLERCK

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^