Koninklijk Besluit van 30 januari 2001
gepubliceerd op 06 februari 2001
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen

bron
ministerie van justitie
numac
2001009091
pub.
06/02/2001
prom.
30/01/2001
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

30 JANUARI 2001. - Koninklijk besluit tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen


VERSLAG AAN DE KONING Sire, In het besluit dat de Regering u ter ondertekening voorlegt, worden de verordeningsbepalingen van de verschillende koninklijke besluiten, waarvan de wettelijke grondslag voortaan uitsluitend wordt gevormd door het Wetboek van Vennootschappen, overgenomen in de volgorde waarin de bepalingen houdende machtiging in dat Wetboek voorkomen. Met uitzondering van de hierna vermelde noodzakelijke aanpassingen wordt de inhoud van die bepalingen niet gewijzigd.

Naar het voorbeeld van het Wetboek van Vennootschappen wordt voorgesteld al deze bepalingen in een enkel besluit op te nemen teneinde de raadpleging en bijgevolg ook de toepassing ervan te vergemakkelijken.

Zoals de wetgever uitdrukkelijk heeft bepaald (art. 26 van de wet van 7 mei 1999 houdende het Wetboek van Vennootschappen), beïnvloedt een dergelijke samenvoeging geenszins de respectieve bevoegdheden van de verschillende ministeriële departementen.

Overigens doet de integratie van de boekhoudreglementering in het besluit geen afbreuk aan de adviesbevoegdheid van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen en van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven zoals die is omschreven in de artikelen 12 en 13 van de wet 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen (Parl. St., Kamer, 1998-1999, nr. 1838/1, blz. 12, 17 en 18) (Wetboek van Vennootschappen, art. 124 en 125).

Het aan u voorgelegde besluit is samengesteld uit zes boeken, te weten "Oprichting en formaliteiten inzake openbaarmaking", "Jaarrekeningen, geconsolideerde jaarrekeningen en formaliteiten inzake openbaarmaking", "Voordracht door de ondernemingsraden van kandidaten voor de opdracht van commissaris of van bedrijfsrevisor", "Consignatieprocedure en bestemming van de activa in geval van gerechtelijke ontbinding", "De naamloze vennootschap en de commanditaire vennootschap op aandelen" en « Diverse bepalingen ». Die boeken zijn onderverdeeld in titels, hoofdstukken, afdelingen en onderafdelingen.

Boek I van het besluit is samengesteld uit de bepalingen van het koninklijk besluit van 25 november 1991 op de openbaarmaking van akten en stukken van vennootschappen en ondernemingen, met uitzondering van de bepalingen ervan die betrekking hebben op de openbaarmaking van jaarrekeningen en van geconsolideerde jaarrekeningen die in Boek II, Titel III, zijn opgenomen.

Boek II van dit besluit, dat de bepalingen van het boekhoudrecht omvat, is het meest omvangrijke gedeelte van dit besluit.

De wet van 7 mei 1999 houdende het Wetboek van Vennootschappen heeft in voornoemd Wetboek ten aanzien van de vennootschappen de verplichting ingevoerd om jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen op te maken en openbaar te maken.

De wettelijke grondslag van de verplichtingen van de vennootschappen inzake de boekhouding wordt daarentegen nog altijd gevormd door de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen, zoals gewijzigd door de wet van 7 mei 1999, op grond waarvan ook het opschrift ervan wordt gewijzigd in "wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen".

De inwerkingtreding van het Wetboek van Vennootschappen heeft derhalve tot gevolg dat de verplichtingen inzake de boekhouding van ondernemingen, daaronder begrepen de vennootschappen, net als thans het geval is, voortvloeien uit de wet van 17 juli 1975 terwijl de verplichtingen van de vennootschappen inzake opmaak, controle en openbaarmaking van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen voortvloeien uit het Wetboek van Vennootschappen, aangezien de vorm en de inhoud ervan, alsook de regels betreffende de openbaarmaking zijn bepaald in het besluit dat u ter ondertekening wordt voorgelegd.

Met betrekking tot ondernemingen die geen vennootschap zijn en bijgevolg niet onderworpen zijn aan de bepalingen van het Wetboek, vloeien de verplichtingen inzake opmaak, controle en openbaarmaking van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, net als thans het geval is, voort uit de wet van 17 juli 1975 waarvan de artikelen 10 en 11 aan ondernemingen die niet zijn onderworpen aan het Wetboek van Vennootschappen en aan zijn uitvoeringsbesluiten, niettemin de verplichting opleggen om met betrekking tot de vorm, de inhoud, de controle en de openbaarmaking van de jaarrekening en van de geconsolideerde jaarrekening, de bepalingen ervan in acht te nemen.

Bijgevolg blijven de bepalingen van de besluiten van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen, van 6 maart 1990 op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingen en van 25 november 1991 op de openbaarmaking van akten en stukken van vennootschappen en ondernemingen zoals omschreven in het besluit tot uitvoering van het Wetboek, van toepassing zowel op vennootschappen als op ondernemingen die geen vennootschap zijn.

Het toepassingsgebied van de boekhoudkundige regelgeving blijft dus ongewijzigd.

De integratie van de bepalingen van de koninklijke besluiten van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen en van 6 maart 1990 op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingen in het aan U voorgelegde uitvoeringsbesluit werd aangegrepen om die bepalingen anders te structureren en er de diverse hierna vermelde wijzigingen in aan te brengen.

Met betrekking tot de structuur van de verordeningsbepalingen die het boekhoudkundig gemeen recht vormen inzake statutaire rekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, is met het oog op de begrijpelijkheid en de leesbaarheid de volgorde van de bepalingen van de koninklijke besluiten van 8 oktober 1976 en van 6 maart 1990 parallel aangepast.

Zo begint de eerste titel van boek II van het besluit, dat betrekking heeft op de jaarrekening en waarin de bepalingen van het besluit van 8 oktober 1976 en van de bijlage zonder inhoudelijke wijzigingen zijn overgenomen, met een hoofdstuk I dat de algemene beginselen bevat.

In hoofdstuk II betreffende de waarderingsregels zijn de algemene beginselen terzake (vastlegging van de evaluatieregels, continuïteit en discontinuïteit, afzonderlijke waardering, voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw...), de regels inzake de vaststelling van de aanschaffingswaarde (beginselen en uitzonderingen), de bepalingen betreffende afschrijvingen en waardeverminderingen (afdeling III), inzake voorzieningen voor risico's en lasten (afdeling IV) en herwaarderingsmeerwaarden (afdeling V) in verschillende afdelingen gegroepeerd. Vervolgens zijn in verscheidene onderafdelingen van afdeling VI (bijzondere regels), de waarderingsregels opgenomen die kenmerkend zijn voor een aantal balansposten en voor een aantal bijzondere verrichtingen zoals fusie, splitsing, inbreng van bedrijfsafdelingen en van algemeenheden.

Overeenkomstig het voorstel dat de Commissie voor Boekhoudkundige Normen in haar bulletin nr. 45 heeft geformuleerd (blz. 11), zijn die bepalingen bij de integratie van de artikelen 36bis tot 36quinquies van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 in het uitvoeringsbesluit van het Wetboek van Vennootschappen aangepast zodat de artikelen 36bis tot 36quater niet langer toepasselijk zijn op fusies en splitsingen gerealiseerd overeenkomstig de bepalingen van het vennootschappenrecht, maar op fusies en splitsingen zoals gedefinieerd in het vennootschappenrecht, te weten in de artikelen 672 tot 675 van het Wetboek van Vennootschappen en artikel 36quinquies niet langer toepasselijk is op verrichtingen inzake inbreng van een bedrijfsafdeling of van een algemeenheid van goederen verwezenlijkt met toepassing van artikel 46, § 1, 2°, van W.I.B. 92, maar op verrichtingen inzake inbreng van een bedrijfsafdeling of van een algemeenheid van goederen zoals gedefinieerd in het vennootschappenrecht (art. 678 en 679 van het Wetboek van Vennootschappen).

Hoofdstuk III is gewijd aan de structuur van de jaarrekeningen. Het bevat de algemene beginselen inzake structuur, de volledige en verkorte schema's van jaarrekeningen en de inhoud van een aantal rubrieken (van de balans, van de resultatenrekening en van een aantal vermeldingen vereist voor de bijlage).

Aangezien voor de uitwerking van de bijlage een aantal vermeldingen betreffende de rechten en verplichtingen die niet in de balans zijn opgenomen, moet worden verstrekt, is bovendien geoordeeld dat in de onderafdeling betreffende de inhoud van een aantal vermeldingen vereist voor de bijlage, de definities moesten worden opgenomen die zijn geformuleerd in hoofdstuk II van de bijlage bij het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel.

In titel II van Boek II, gewijd aan de geconsolideerde jaarrekeningen, worden achtereenvolgens de regels van het besluit van 6 maart 1990 op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingen en betreffende de consolidatiekring, de algemene beginselen, de waarderingsregels, de consolidatiemethodes en de structuur van de geconsolideerde jaarrekening overgenomen.

Er is gezorgd voor een strikter parallellisme op het stuk van de formulering van de algemene beginselen inzake de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen door de formulering van die beginselen in de vierde en zevende richtlijnen als grondslag te nemen.

Zo wordt overeenkomstig voornoemde richtlijnen (art. 2 van de vierde richtlijn en art. 16 van de zevende richtlijn) voorgesteld voortaan het beginsel inzake de regelmatigheid van de rekeningen te vermelden vóór het beginsel inzake een getrouw beeld.

Het streven naar een meer logische groepering van de bepalingen heeft eveneens ertoe geleid dat het beginsel op grond waarvan de jaarrekening volledig moet zijn, is gescheiden van het beginsel van een getrouw beeld, alsook dat de vereisten inzake de volledigheid (beginsel inzake volledigheid, verbod van compensatie en vermelding van rechten en verplichtingen die niet in de balans zijn opgenomen) in een zelfde bepaling zijn samengebracht.

De Regering is er zich van bewust dat de tekst van een aantal bepalingen op bepaalde punten nog voor verbetering vatbaar is. Die bepalingen zullen later worden herschreven wanneer het besluit wordt aangepast, bijvoorbeeld ingevolge aanpassingen van de Europese richtlijnen die door het besluit in het Belgisch recht worden omgezet.

De regels inzake de openbaarmaking van de jaarrekening en van de geconsolideerde jaarrekening omschreven in het besluit van 25 november 1991 op de openbaarmaking van akten en stukken van vennootschappen en ondernemingen worden thans overgenomen in titel III van Boek II. Bij de integratie van die bepalingen in het besluit is de structuur ervan gewijzigd teneinde de leesbaarheid en de duidelijkheid ervan te vergroten door zo getrouw mogelijk de volgorde en de terminologie van de overeenkomstige artikelen van het Wetboek van Vennootschappen na te leven.

Op grond van de wet van 7 mei 1999 is in het Wetboek van Vennootschappen de opdracht bepaald van de revisor en van de commissaris in vennootschappen waarin overeenkomstig de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven een ondernemingsraad moet worden ingesteld.

De bepalingen van het koninklijk besluit van 17 maart 1986 betreffende de voordracht door de ondernemingsraden van kandidaten voor de opdracht van commissaris-revisor of van bedrijfsrevisor zijn daartoe overeenkomstig artikel 164, § 1, van het Wetboek, in het aan u voorgelegde besluit opgenomen en vormen boek III. Wanneer het evenwel gaat om ondernemingen die geen vennootschap zijn, wordt de wettelijke grondslag van die opdracht net zoals vroeger gevormd door artikel 15bis van de wet van 20 september 1948, waarin ingevolge de wijziging bij de wet van 7 mei 1999 (art. 4) het volgende wordt gesteld : "De opdracht van deze bedrijfsrevisoren ten aanzien van de ondernemingsraad, alsook de voordracht, benoeming, vernieuwing van het mandaat en ontslag van deze bedrijfsrevisoren, wordt beheerst door de artikelen 151 tot 164 van het Wetboek van vennootschappen, met betrekking tot de controle in vennootschappen waar een ondernemingsraad werd opgericht".

Bijgevolg moeten de bepalingen van het besluit van 17 maart 1986, die in boek III zijn opgenomen, net als thans het geval is, worden toegepast zowel op vennootschappen als op ondernemingen die geen vennootschap zijn.

Die beschouwingen hebben geleid tot een louter formele aanpassing van de bepalingen van het besluit van 17 maart 1986.

De boeken IV en V van het besluit zijn samengesteld uit de bepalingen van verschillende koninklijke besluiten die na de aanpassingen vereist door hun integratie in het besluit zijn opgenomen en behoeven derhalve geen bijzonder commentaar.

Het besluit stemt overeen met het advies van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.

Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, Uw zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN De Minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek, belast met het Grootstedenbeleid, Ch. PICQUE De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Landbouw en Middenstand, J. GABRIELS

30 JANUARI 2001. - Koninklijk besluit tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Wetboek van vennootschappen, inzonderheid op de artikelen 67, 73, 84, 88, 92, 93, 101, 102, 103, 106, 116, 117, 124, 164, 182, 438, 513, 549 en 620;

Gelet op het advies van de Commissie voor boekhoudkundige normen, gegeven op 19 september 2000;

Gelet op het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, gegeven op 7 december 2000;

Gelet op het advies van de Inspecteur van financiën, gegeven op 17 januari 2001;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat op 6 februari 2001 de wet van 7 mei 1999 houdende het Wetboek van vennootschappen in werking zal treden;

Overwegende dat op dezelfde datum de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935 (Boek I, Titel IX van het Wetboek van koophandel) worden opgeheven en een aantal wijzigingen aan de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding en de jaarrekening van ondernemingen in werking treden;

Overwegende dat de opheffing van de eerste en de wijzigingen aan de tweede wet tot gevolg heeft dat onzekerheid kan ontstaan over de rechtsgrond voor talrijke koninklijke besluiten en onduidelijkheid over de structurele samenhang ervan met de nieuwe wetgeving;

Overwegende dat ingevolge hun zeer ruime draagwijdte deze koninklijke besluiten van wezenlijk belang zijn voor het bedrijfsleven en, meer algemeen, voor de nationale economie;

Overwegende dat zij onder meer de verplichtingen voor vennootschappen met betrekking tot de openbaarmaking van hun akten, met betrekking tot de vorm en de inhoud van de jaarrekening en van de geconsolideerde jaarrekening, met betrekking tot een inkoop van eigen aandelen door genoteerde vennootschappen betreffen, of nog, met betrekking tot de procedure tot inschrijving van naamloze vennootschappen en commanditaire vennootschappen op aandelen die een publiek beroep op het spaarwezen doen;

Overwegende dat vanaf 6 februari 2001 de wettelijke machtiging aan de Koning voor het uitvaardigen van deze regelgeving in het Wetboek van vennootschappen gelegen is;

Overwegende dat gezien het belang ervan, het absoluut noodzakelijk is om onverwijld onderhavig koninklijk besluit uit te vaardigen, niet alleen teneinde de rechtszekerheid en de transparantie voor de rechtsonderhorigen te waarborgen, maar tevens omdat dit een loutere economische noodzaak is;

Overwegende dat bij gebreke aan deze nieuwe regelgeving zich immers talrijke vragen zouden kunnen stellen omtrent de (on)mogelijkheid om nieuw opgerichte vennootschappen in te schrijven op de bevoegde griffies, om wijzigende akten van vennootschappen neer te leggen en bekend te maken, of nog, omtrent de waarderingsregels voor jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen;

Overwegende deze absolute hoogdringendheid, ontbreekt thans de tijd om dit koninklijk besluit, zelfs binnen de verkorte termijn van drie dagen, ter advies voor te leggen aan de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek, belast met het Grootstedenbeleid, Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Landbouw en Middenstand en Landbouw en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : BOEK I. - Oprichting en formaliteiten inzake openbaarmaking

Artikel 1.Onverminderd de bepalingen van artikel 173, worden alle akten, uittreksels van akten, processen-verbaal en stukken waarvan de openbaarmaking door het Wetboek van vennootschappen en door de wet van 12 juli 1989 houdende verscheidene maatregelen tot toepassing van Verordening (EEG) nr. 2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden, in ontvangst genomen door de griffiers van de rechtbanken van koophandel.

Art. 2.De akten, uittreksels van akten, processen-verbaal en stukken, andere dan deze bedoeld in artikel 173, die van de handelsvennootschappen uitgaan, worden opgenomen in een bijzondere afdeling van het dossier dat ter uitvoering van de wetten betreffende het handelsregister, gecoördineerd op 20 juli 1964, voor elke vennootschap wordt bijgehouden ter griffie van de rechtbank van koophandel, binnen welker rechtsgebied de maatschappelijke zetel van de vennootschap is gelegen, of, indien het een buitenlandse vennootschap betreft, waarin een bijkantoor is gevestigd.

De bijzondere afdeling draagt hetzelfde nummer als het inschrijvingsdossier bij het handelsregister.

Dit nummer wordt vermeld op alle stukken die in de bijzondere afdeling worden opgenomen.

De griffier of zijn gemachtigde viseert al deze stukken, geeft ze een volgnummer en bergt ze in de bijzondere afdeling van het dossier.

De griffier houdt een inventaris bij, die bij de bijzondere afdeling van het dossier blijft gevoegd en waarin voor ieder neergelegd stuk het volgnummer, het onderwerp en de neerleggingsdatum worden vermeld.

De bijzondere afdeling kan eveneens uit een elektronisch deel bestaan.

In voorkomend geval wordt het bestaan van een elektronisch deel vermeld in het materieel deel van dit dossier.

De neergelegde stukken die in het elektronisch deel van het dossier worden opgenomen krijgen een volgnummer. Een inventaris van de stukken die dat elektronische deel bevat wordt automatisch bijgehouden. Deze inventaris vermeldt voor ieder neergelegd stuk het volgnummer, het onderwerp en de neerleggingsdatum.

Art. 3.Ter griffie van elke rechtbank van koophandel wordt een register bijgehouden van de burgerlijke vennootschappen die de vorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen.

Dit register bestaat uit de dossiers van de Belgische burgerlijke vennootschappen die de vorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen, waarvan de zetel in het rechtsgebied van de rechtbank is gelegen, en van de buitenlandse burgerlijke vennootschappen die de vorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen, waarvan een bijkantoor in het rechtsgebied van de rechtbank is gevestigd.

Het dossier kan eveneens uit een elektronisch deel bestaan. In voorkomend geval wordt het bestaan van een elektronisch deel vermeld in het materieel deel van dit dossier.

Art. 4.Ter griffie van elke rechtbank van koophandel wordt een register bijgehouden van de buitenlandse vennootschappen die niet vallen onder het voorschrift van de artikelen 81 en 82 van het Wetboek van vennootschappen.

Dit register bestaat uit de dossiers van de buitenlandse vennootschappen die geen bijkantoor in België hebben, en doen overgaan tot de bekendmakingen, voorgeschreven in artikel 88 van het Wetboek van vennootschappen.

Het dossier kan eveneens uit een elektronisch deel bestaan. In voorkomend geval wordt het bestaan van een elektronisch deel vermeld in het materieel deel van dit dossier.

Art. 5.Ter griffie van elke rechtbank van koophandel wordt een register bijgehouden van de Europese economische samenwerkingsverbanden.

Dit register bestaat uit de dossiers van de Europese economische samenwerkingsverbanden waarvan de zetel in het rechtsgebied van de rechtbank is gelegen, alsook van de Europese economische samenwerkingsverbanden waarvan de zetel in een andere Staat is gelegen en die een vestiging hebben in het rechtsgebied van die rechtbank.

Het dossier kan eveneens uit een elektronisch deel bestaan. In voorkomend geval wordt het bestaan van een elektronisch deel vermeld in het materieel deel van dit dossier.

Art. 6.Ter griffie van elke rechtbank van koophandel wordt een register bijgehouden van de economische samenwerkingsverbanden.

Dit register bestaat uit de dossiers van de Belgische economische samenwerkingsverbanden waarvan de zetel in het rechtsgebied van de rechtbank is gelegen, alsook van de buitenlandse economische samenwerkingsverbanden die in het rechtsgebied van de rechtbank een bijkantoor hebben.

Het dossier kan eveneens uit een elektronisch deel bestaan. In voorkomend geval wordt het bestaan van een elektronisch deel vermeld in het materieel deel van dit dossier.

Art. 7.Ter griffie van elke rechtbank van koophandel wordt een register bijgehouden van de openbare instellingen die een statutaire opdracht vervullen van commerciële, financiële of industriële aard, en bedoeld worden in artikel 1, eerste lid, 3°, van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen evenals een register van de ondernemingen waarop deze wet van toepassing is in uitvoering van haar artikel 1, eerste lid, 4°.

Deze registers bestaan uit de dossiers van de ondernemingen die hun zetel hebben gevestigd in het rechtsgebied van de rechtbank van koophandel.

Het dossier kan eveneens uit een elektronisch deel bestaan. In voorkomend geval wordt het bestaan van een elektronisch deel vermeld in het materiële deel van deze dossiers.

De griffier of zijn gevolmachtigde viseert al de stukken die in het materiële deel van het dossier moeten worden opgenomen, geeft ze een volgnummer en bergt ze er in op. De griffier houdt een inventaris bij van de stukken. Deze inventaris vermeldt voor ieder neergelegd stuk het volgnummer, het onderwerp en de neerleggingsdatum.

De neergelegde stukken die in het elektronische deel van het dossier worden opgenomen, krijgen een volgnummer. Een inventaris van de stukken die dat elektronische deel bevat wordt automatisch bijgehouden. Deze inventaris vermeldt voor ieder neergelegd stuk het volgnummer, het onderwerp en de neerleggingsdatum.

Art. 8.Ter griffie van elke rechtbank van koophandel wordt een register bijgehouden van de landbouwvennootschappen.

Dit register bestaat uit de dossiers van de landbouwvennootschappen die hun zetel hebben gevestigd in het rechtsgebied van de rechtbank van koophandel.

Het dossier kan eveneens uit een elektronisch deel bestaan. In voorkomend geval wordt het bestaan van een elektronisch deel vermeld in het materiële deel van dit dossier.

Art. 9.§ 1. Wanneer een vennootschap voor het eerst een bij het in de artikelen 3, 4 en 8, bedoelde dossier te voegen akte, uittreksel van een akte, proces-verbaal of document neerlegt, moet zij een opgaaf tot inschrijving indienen, gedagtekend en ondertekend door haar organen of door een bijzonder gemachtigde.

De opgaaf tot inschrijving vermeldt : 1° de naam van de vennootschap, en eventueel haar afgekorte benaming of letterwoord;2° de rechtsvorm van de vennootschap voluit geschreven;in geval van een coöperatieve vennootschap, moet worden verduidelijkt dat het een coöperatieve vennootschap met onbeperkte of met beperkte aansprakelijkheid betreft; 3° het adres van de maatschappelijke zetel;is die zetel niet in België gevestigd, het adres van de bijkantoren als er in België zijn; 4° het statutair doel van de vennootschap;5° de domiciliëring en het nummer van ten minste een rekening waarvan de vennootschap houdster is bij de Post of bij een kredietinstelling bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr.56 van 10 november 1967 tot bevordering van het gebruik van giraal geld. § 2. Wanneer een van de vermeldingen van de inschrijving niet meer in overeenstemming is met de werkelijke toestand, moet de vennootschap binnen een maand na wijziging van de toestand, de wijziging van haar inschrijving vragen.

De wijziging van de inschrijving wordt aan de griffier gevraagd in de vorm van een opgaaf, gedagtekend en ondertekend door de organen van de verzoekende vennootschap of door een bijzonder gemachtigde.

Die opgaaf vermeldt : 1° de naam en het inschrijvingsnummer van de verzoekende vennootschap;2° de wijziging die in een of meer vermeldingen van de inschrijving dient te worden aangebracht. § 3. Voor de opgaven tot inschrijving of tot wijziging van de inschrijving worden de formulieren I en II gebruikt, waarvan het model bij dit boek is gevoegd en die verkrijgbaar zijn ter griffie van de rechtbanken van koophandel.

De griffier vermeldt op de opgaaf tot inschrijving het nummer dat hij overeenkomstig § 5 aan de verzoekende vennootschap toekent.

Hij vermeldt dat nummer ook op de opgaaf tot wijziging van de inschrijving.

De griffier of zijn gemachtigde viseert die stukken en bergt ze in het dossier.

Hij overhandigt of zendt aan de betrokken vennootschap een kopie of een fotokopie van de aldus geviseerde opgaven tot inschrijving of tot wijziging van de inschrijving. § 4. In het dossier worden bovendien opgenomen de akten, uittreksels van akten, processen-verbaal en andere stukken, waarvan de openbaarmaking door het Wetboek van vennootschappen is voorgeschreven. § 5. In ieder register waarvan sprake is in artikelen 3, 4 en 8, worden de dossiers doorlopend genummerd.

Het nummer dat de griffier aan de verzoekende vennootschap toekent, wordt eveneens vermeld op alle in het dossier op te nemen stukken.

De griffier of zijn gevolmachtigde viseert al de stukken die in het materiële deel van de dossiers moeten worden opgenomen, geeft ze een volgnummer en bergt ze er in op. De griffier houdt een inventaris bij van de stukken. Deze inventaris vermeldt voor ieder neergelegd stuk het volgnummer, het onderwerp en de neerleggingsdatum.

De neergelegde stukken die in het elektronische deel van de dossiers worden opgenomen, krijgen een volgnummer. Een inventaris van de stukken die het elektronische deel bevat, wordt automatisch bijgehouden. Deze inventaris vermeldt voor ieder neergelegd stuk het volgnummer, het onderwerp en de neerleggingsdatum. § 6. De paragrafen 1 en 2, paragraaf 3, tweede tot vijfde lid, en de paragrafen 4 en 5 zijn van toepassing op de registers bedoeld in artikel 7.

Art. 10.§ 1. Wanneer een Europees economisch samenwerkingsverband of een economisch samenwerkingsverband voor het eerst een bij het in de artikelen 5 en 6 bedoelde dossier te voegen akte, uittreksel van een akte, proces-verbaal of document neerlegt, moet het een opgaaf tot inschrijving indienen.

In geval van inschrijving van een Europees economisch samenwerkingsverband moet de opgaaf ondertekend worden door de leden of door een bijzonder gemachtigde. In geval van inschrijving van een economisch samenwerkingsverband moet de opgaaf ondertekend worden door de organen of door een bijzonder gemachtigde.

De opgaaf tot inschrijving vermeldt : 1° de naam van het samenwerkingsverband, en eventueel zijn afgekorte benaming of letterwoord;2° het adres van de zetel van het samenwerkingsverband, nauwkeurig opgegeven;is die zetel niet in België gevestigd, het adres van de vestigingen of bijkantoren in België; 3° het doel van het samenwerkingsverband, nauwkeurig opgegeven;4° de domiciliëring en het nummer van ten minste een rekening waarvan het Europees economisch samenwerkingsverband of het samenwerkingsverband houder is bij de Post (Postchèque) of bij een kredietinstelling bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr.56 van 10 november 1967 tot bevordering van het gebruik van giraal geld. § 2. Wanneer een van de vermeldingen van de inschrijving niet meer in overeenstemming is met de werkelijke toestand, moet het Europees economisch samenwerkingsverband of het economisch samenwerkingsverband binnen een maand na wijziging van de toestand, de wijziging van de inschrijving vragen. De wijziging van de inschrijving wordt aan de griffier gevraagd in de vorm van een opgaaf, gedagtekend en ondertekend door de organen van het verzoekend samenwerkingsverband of door een bijzonder gemachtigde.

Die opgaaf vermeldt : 1° de naam en het inschrijvingsnummer van het verzoekend samenwerkingsverband;2° de wijziging die in een of meer vermeldingen van de inschrijving dient te worden aangebracht. § 3. Wanneer een Europees economisch samenwerkingsverband zijn zetel naar een andere lidstaat verplaatst, moet het om de doorhaling van zijn inschrijving verzoeken. Het verzoek wordt gedagtekend en ondertekend door de organen van het verzoekend samenwerkingsverband of door een bijzonder gemachtigde. § 4. Voor de opgaven tot inschrijving of tot wijziging van de inschrijving worden de formulieren I en II gebruikt, waarvan het model bij dit boek is gevoegd en die verkrijgbaar zijn ter griffie van de rechtbanken van koophandel.

Voor het verzoek om doorhaling bedoeld in § 3 wordt het formulier VI gebruikt, waarvan het model bij dit boek is gevoegd en dat verkrijgbaar is ter griffie van de rechtbanken van koophandel.

De doorhaling moet het voorwerp uitmaken van een in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad bekend te maken mededeling.

Het samenwerkingsverband dat, alhoewel het zijn zetel overbrengt naar een andere lidstaat, een bijkantoor behoudt in België, moet overgaan tot de inschrijving van dit bijkantoor. In voorkomend geval wordt het dossier van dit samenwerkingsverband overgezonden naar de plaats van de nieuwe inschrijving.

De griffier vermeldt op de opgaaf tot inschrijving het nummer dat hij overeenkomstig § 6 aan het verzoekend samenwerkingsverband toekent.

De griffier of zijn gemachtigde viseert die stukken en bergt ze in het dossier.

Hij overhandigt aan het betrokken samenwerkingsverband een kopie of een fotokopie van de aldus geviseerde opgaven tot inschrijving, tot wijziging van de inschrijving en verzoeken om doorhaling. § 5. In het dossier worden bovendien de akten opgenomen waarvan de openbaarmaking is voorgeschreven door de wet van 12 juli 1989 houdende verscheidene maatregelen tot toepassing van de Verordening (EEG) nr. 2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van een Europees economisch samenwerkingsverband. § 6. In ieder register waarvan sprake is in de artikelen 5 en 6, worden de dossiers doorlopend genummerd.

Het inschrijvingsnummer dat de griffier aan het verzoekend samenwerkingsverband toekent, wordt eveneens vermeld op alle in het dossier op te nemen stukken.

De griffier of zijn gevolmachtigde viseert al de stukken die in het materiële deel van de dossiers moeten worden opgenomen, geeft ze een volgnummer en bergt ze er in op. De griffier houdt een inventaris bij van de stukken. Deze inventaris vermeldt voor ieder neergelegd stuk het volgnummer, het onderwerp en de neerleggingsdatum.

De neergelegde stukken die in het elektronische deel van de dossiers worden opgenomen, krijgen een volgnummer. Een inventaris van de stukken die het elektronische deel bevat wordt automatisch bijgehouden. Deze inventaris vermeldt voor ieder neergelegd stuk het volgnummer, het onderwerp en de neerleggingsdatum.

Art. 11.§ 1. De akten, uittreksels van akten en stukken die in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt, worden neergelegd ter griffie samen met een afschrift. Indien een akte, een uittreksel van een akte of een stuk betrekking heeft op een verrichting die door verschillende vennootschappen of samenwerkingsverbanden moeten worden bekendgemaakt in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad, dan moeten er zoveel neerleggingen met bijgevoegd afschrift geschieden als er betrokken vennootschappen of samenwerkingsverbanden zijn.

De akten en stukken die in de vorm van een mededeling in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt, worden neergelegd in één exemplaar.

De tekst van de mededelingen wordt in één exemplaar neergelegd. § 2. Elk neergelegd papieren stuk moet aan de volgende voorwaarden beantwoorden : 1° op wit of ivoorkleurig papier van goede kwaliteit zijn opgesteld;2° 297 millimeter lang en 210 millimeter breed zijn;3° alleen op de voorzijde beschreven zijn;4° per neergelegd bescheid slechts eenzelfde taal gebruiken;5° getypt, gedrukt of gefotokopieerd zijn, uitsluitend in zwarte letters met een scherp contrast tussen tekst en papier en duidelijk leesbaar zijn;6° naargelang het geval, eigenhandig ondertekend zijn door de notaris die de akte opmaakt of door personen die bevoegd zijn om de vennootschap of de onderneming tegenover derden te vertegenwoordigen, waarbij de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaars dienen te worden vermeld;7° bovenaan elk blad een horizontale strook van ten minste 20 millimeter open laten. Het in 3° van vorig lid bedoelde vereiste geldt niet voor expedities van authentieke akten, evenmin als voor de toelichting gedrukt op de rugzijde van de standaardformulieren.

Het in 6° van het eerste lid bedoelde vereiste geldt niet voor de tekst van de mededelingen.

Bovenaan elk neergelegd papieren bescheid worden vermeld : 1° de naam van de vennootschap of van de onderneming zoals die in de statuten voorkomt;2° de rechtsvorm van de vennootschap of van de onderneming;in geval van een coöperatieve vennootschap, moet worden verduidelijkt dat het een coöperatieve vennootschap met onbeperkte of met beperkte aansprakelijkheid betreft; 3° de nauwkeurige aanwijzing van de zetel van de vennootschap of van de onderneming (postcode, gemeente, straat, nummer, eventueel busnummer);4° het nummer van inschrijving van de vennootschap of van de onderneming, naar gelang van het geval : - het handelsregister (afgekort : HR); - het register der burgerlijke vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen (afgekort : RBV); - het register der buitenlandse vennootschappen die niet onder het voorschrift vallen van artikelen 81 en 82 van het Wetboek van vennootschappen (afgekort : RVV); - het register van de Europese economische samenwerkingsverbanden (afgekort : REESV); - het register van de economische samenwerkingsverbanden (afgekort : RESV); - een der registers bedoeld in artikel 7 van dit besluit, of - het register van de landbouwvennootschappen (afgekort : RLV); 5° het registratienummer dat aan de vennootschap of aan de onderneming is toegekend voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde of, indien zij niet BTW-plichtig is, het nummer van inschrijving bij het Rijksregister van de rechtspersonen;6° het precies onderwerp van de bekendmaking, wanneer het stuk moet worden bekendgemaakt. De bepalingen in 4° en 5° zijn niet van toepassing op akten en uittreksels van akten met betrekking op de oprichting van vennootschappen of ondernemingen. § 3. In de afschriften bestemd voor het Belgisch Staatsblad, van akten, uittreksels van akten en stukken bedoeld in de artikelen 67, 68, 74, 173, 179, § 2, 195, § 2, 342, 513, § 4, en 644 van het Wetboek van vennootschappen, in de artikelen 6 en 7, § 1, van de wet van 12 juli 1989 houdende verscheidene maatregelen tot toepassing van de Verordening (EEG) nr. 2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden met niets zijn geschrapt noch verbeterd. Zo mogelijk wordt de tekst getypt of gedrukt in een lettertype dat optisch kan worden gelezen (O.C.R.).

De tekst van deze afschriften mag per blad slechts een breedte van ten hoogste 94 millimeter beslaan. Voor het eerste blad moet gebruik worden gemaakt van het formulier IV waarvan het model bij dit boek is gevoegd en dat verkrijgbaar is ter griffie van de rechtbanken van koophandel. Het gebruik van dit formulier is evenwel niet verplicht voor stukken die met een tekstverwerker worden opgemaakt, op voorwaarde dat de voorstelling van de voorzijde van het aldus opgemaakte stuk identiek is met het betrokken formulier; in geval van een coöperatieve vennootschap, moet op het formulier of in de stukken worden verduidelijkt dat het een coöperatieve vennootschap met onbeperkte of met beperkte aansprakelijkheid betreft.

De neerlegging ter griffie van akten, uittreksels van akten en stukken bedoeld in het eerste lid dient niet door mededeling in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad te worden bekendgemaakt wanneer die akten, uittreksels van akten en stukken zelf in deze bijlagen worden bekendgemaakt. § 4. In de tekst van de mededelingen mag niets zijn geschrapt noch verbeterd. Zo mogelijk wordt de tekst getypt of gedrukt in een lettertype dat optisch kan worden gelezen (O.C.R.).

Onverminderd het vierde en het vijfde lid moet de tekst worden opgemaakt op het formulier V waarvan het model bij dit boek is gevoegd en dat verkrijgbaar is ter griffie van de rechtbanken van koophandel.

Het gebruik van dit formulier is evenwel niet verplicht voor mededelingen die met een tekstverwerker worden opgemaakt, op voorwaarde dat de voorstelling van de voorzijde van het aldus opgemaakte stuk identiek is met het betrokken formulier; in geval van een coöperatieve vennootschap, moet op het formulier of in de stukken worden verduidelijkt dat het een coöperatieve vennootschap met onbeperkte of met beperkte aansprakelijkheid betreft.

Wanneer verschillende stukken waarvan de neerlegging door mededeling in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad dient te worden bekendgemaakt, tegelijk worden neergelegd, volstaat één enkele mededeling waarin het onderwerp van elk onderscheiden stuk nauwkeurig wordt vermeld.

De mededeling van de neerlegging ter griffie van een expeditie of van een dubbel van de akten bedoeld in de artikelen 67, § 1, en 74, 1°, van het Wetboek van vennootschappen, evenals van de authentieke of onderhandse volmachten, van het bankattest en van de verslagen die tegelijk met deze akten worden neergelegd in toepassing van de artikelen 68, 219, 307, 308, 311, 313, 444, 449, 582, 596, 602, 603, 657 en 783 van hetzelfde Wetboek, komt na de handtekeningen onderaan de akte of het uittreksel van een akte bestemd voor bekendmaking in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad.

Hetzelfde geldt voor de mededeling van de neerlegging van een expeditie of een dubbel van de akten bedoeld in de artikelen 6, § 1, tweede lid, en 7, § 1, 1°, van de wet van 12 juli 1989 houdende verscheidene maatregelen tot toepassing van de Verordening (EEG) nr. 2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden, alsmede van de authentieke of onderhandse volmachten die tegelijk met deze akten worden neergelegd overeenkomstig artikel 6, § 1, vierde lid, van dezelfde wet. § 5. Paragraaf 2, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4° en 7°, van dit artikel is niet van toepassing op de akten, uittreksels uit akten en stukken bedoeld in artikel 1, eerste lid, neergelegd door de buitenlandse vennootschappen, door de buitenlandse economische samenwerkingsverbanden of door de Europese economische samenwerkingsverbanden waarvan de zetel in het buitenland gevestigd is, behalve indien deze stukken betrekking hebben op de in België gevestigde bijkantoren van deze vennootschappen of samenwerkingsverbanden. § 6. De verbetering van een vergissing in een in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad bekendgemaakte akte, uittreksel van een akte of stuk wordt neergelegd en bekendgemaakt overeenkomstig de voorgaande paragrafen.

De verbetering van een vergissing in een stuk waarvan de neerlegging werd bekendgemaakt door mededeling in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad, gebeurt door neerlegging ter griffie, overeenkomstig de voorgaande paragrafen, van één of meer verbeterde of bijkomende bladen, waarop "verbetering" is vermeld. Zij worden gevoegd bij een blad waarop de gegevens bedoeld in paragraaf 2, vierde lid, van dit artikel zijn vermeld alsook de aanduiding van het stuk waarop de verbetering betrekking heeft. De verbeterde of bijkomende bladen worden in het dossier bewaard.

De neerlegging van verbeterde of bijkomende bladen wordt door mededeling in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

Art. 12.§ 1. Neerleggingen gebeuren door overlegging ter griffie.

Mogen evenwel per gewone of aangetekende brief aan de griffie worden toegezonden : 1° de akten en stukken waarvan de neerlegging door mededeling wordt bekendgemaakt;2° de tekst van de mededelingen;3° de akten, uittreksels van akten, verklaringen en stukken die in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt, op voorwaarde dat zij slechts één blad beslaan. § 2. De ter griffie neer te leggen stukken worden slechts in ontvangst genomen als de bepalingen van artikel 11, §§ 1 en 2, § 3, tweede lid, en § 4, tweede lid in acht werden genomen en als de kosten van bekendmaking betaald zijn op de in § 3 van dit artikel voorgeschreven wijze.

Bovendien worden de formaliteiten met betrekking tot de neerlegging van de oprichtingsakte en de inschrijving van een Europees economisch samenwerkingsverband slechts in ontvangst genomen indien zij gelijktijdig geschieden. § 3. De kosten voor de bekendmaking in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad van akten, uittreksels van akten, stukken en mededelingen worden betaald met een cheque op naam van het Belgisch Staatsblad, getrokken op een in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 56 van 10 november 1967 bedoelde kredietinstelling die de betaling ervan bij afzonderlijke akte waarborgt. Indien de bekendmakingskosten meer dan 200 EUR bedragen, moet de cheque gecertifieerd zijn door de kredietinstelling waarop hij is getrokken of geldig gemaakt zijn door de Post; de certificatie is niet vereist voor de door notarissen getrokken cheques. Bij de neerlegging ter griffie wordt de cheque of postassignatie gehecht aan het stuk dat voor het Belgisch Staatsblad is bestemd.

Art. 13.De bekendmaking in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad, van een akte, een uittreksel van een akte, een stuk of een mededeling, geldt voor de betrokken neergelegde stukken als ontvangstbewijs in de zin van artikel 67, § 3, van het Wetboek van vennootschappen.

Art. 14.Uiterlijk de tweede werkdag na de datum van de neerlegging zendt de griffier aan het bestuur van het Belgisch Staatsblad de afschriften van akten, uittreksels van akten en stukken, alsmede de tekst van de mededelingen, die hij heeft ontvangen en die in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt.

De zendingen bestaan uit de op dezelfde dag in ontvangst genomen afschriften en exemplaren en de daarop betrekking hebbende mededelingen; zij worden verzonden bij een ter post aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs overhandigd.

Art. 15.Het bestuur van het Belgisch Staatsblad houdt een staat bij waarin de datum van ontvangst wordt aangetekend van de stukken door de griffies toegezonden of overhandigd.

Art. 16.Wanneer bekendmaking vereist is, vindt zij plaats in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad binnen de termijnen door de wet bepaald.

Art. 17.Binnen een maand na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad zendt het bestuur van het Belgisch Staatsblad aan het Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen de gegevens betreffende de oprichting en de afsluiting van de vereffening van een Europees economisch samenwerkingsverband.

Art. 18.De Minister van Justitie stelt het tarief vast van de kosten van bekendmaking van de in artikel 1 bedoelde stukken.

Art. 19.Wanneer aan de griffie een integraal afschrift wordt gevraagd, worden de uittreksels uit de in de artikelen 3, 4, 5, 6 en 8, bedoelde registers afgegeven op de voor de opgaven bestemde formulieren of op een fotokopie : wanneer de vraag slechts bepaalde punten betreft, wordt het uittreksel afgegeven op het formulier III, waarvan het model bij dit boek gevoegd is en dat verkrijgbaar is ter griffie van de rechtbanken van koophandel.

Art. 20.De bepalingen hierboven vinden geen toepassing op de stukken die overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen niet moeten worden neergelegd ter griffie maar toch moeten worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Niettemin moeten zij worden opgemaakt overeenkomstig de bepalingen van artikel 11, § 2. Zij worden door de belanghebbenden rechtstreeks aan het Belgisch Staatsblad gezonden, en in de vorm van een aankondiging bekendgemaakt.

Art. 21.Wanneer hetzij de zetel, hetzij het bijkantoor dat bepalend is geweest voor de plaats waar het dossier moest worden neergelegd, van een rechtsgebied naar een ander wordt overgebracht, wordt de bijzondere afdeling van het dossier bedoeld in artikel 2, dan wel het dossier bedoeld in de artikelen 3, 5, 6 of 8, van de ene griffie naar de andere overgezonden binnen vijftien dagen te rekenen vanaf de wijziging van de inschrijving van de vennootschap of het Europees economisch samenwerkingsverband op de griffie van de rechtbank waar het register met die inschrijving zich bevindt. Deze overzending geschiedt door toedoen van de griffier van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waarbinnen hetzij de zetel, hetzij het bijkantoor dat bepalend is geweest voor de plaats waar het dossier moest worden neergelegd zich bevond.

Wanneer een vennootschap die in het krachtens artikel 4 gehouden register ingeschreven is, in België een bijkantoor vestigt in een ander rechtsgebied dan dat waarin zij is ingeschreven, wordt het dossier overgezonden aan de griffie van de rechtbank van koophandel in welker rechtsgebied het bijkantoor zich bevindt.

De griffier van de rechtbank van koophandel in wiens rechtsgebied de zetel of het bijkantoor bedoeld in het eerste lid zich vestigt, geeft zonder uitstel bericht aan de Nationale Bank van België van : - het definitief inschrijvingsnummer van deze zetel of van dit bijkantoor of centrum in een van de registers bedoeld in artikel 11, § 2, vierde lid, punt 4°, alsmede - in geval van overbrenging, van het adres van deze zetel of dit bijkantoor of centrum Bijlagen bij Boek I Formulieren I en II bedoeld in de artikelen 9, § 3, en 10, § 4, eerste lid.

Formulier III bedoeld in artikel 19.

Formulier IV bedoeld in artikel 11, § 3.

Formulier V bedoeld in artikel 11, § 4.

Formulier VI bedoeld in artikel 10, § 4, tweede lid.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld BOEK II. - Jaarrekening, geconsolideerde jaarrekening en formaliteiten inzake de openbaarmaking TITEL I. - Jaarrekening HOOFDSTUK I. - Algemene principes

Art. 22.De jaarrekening omvat de balans, de resultatenrekening en de toelichting.

Deze documenten vormen een geheel.

De posten van de jaarrekening worden in Belgische franken of in euro uitgedrukt.

Art. 23.De jaarrekening wordt opgesteld overeenkomstig de bepalingen van deze titel.

Art. 24.De jaarrekening moet een getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap.

Wanneer de toepassing van de bepalingen van deze titel niet volstaat om te voldoen aan dit voorschrift moeten aanvullende inlichtingen worden verstrekt in de toelichting.

Art. 25.§ 1. De jaarrekening moet duidelijk worden opgesteld en stelselmatig weergeven, enerzijds, de aard en het bedrag, op de dag waarop het boekjaar wordt afgesloten, van de bezittingen en rechten van de vennootschap, van haar schulden en verplichtingen evenals van haar eigen middelen, en anderzijds, voor het op die dag afgesloten boekjaar, de aard en het bedrag van haar kosten en haar opbrengsten. § 2. Compensatie tussen tegoeden en schulden, tussen rechten en verplichtingen en tussen kosten en opbrengsten is verboden, behalve in de gevallen voorzien door deze titel. § 3. In de toelichting worden per soort vermeld de rechten en verplichtingen die niet in de balans voorkomen en die het vermogen, de financiële positie of het resultaat van de vennootschap aanmerkelijk kunnen beïnvloeden.

Belangrijke rechten en verplichtingen die niet kunnen worden becijferd, worden op passende wijze vermeld in de toelichting.

Art. 26.§ 1. De balans wordt opgesteld na toewijzing, dit wil zeggen, rekening houdend met de beslissingen tot besteding van het saldo van de resultatenrekening en van het overgedragen resultaat.

Wanneer die toewijzing bij gebreke van een beslissing van het bevoegde orgaan niet definitief is, wordt de balans opgesteld onder de opschortende voorwaarde van die beslissing. § 2. De beginbalans van een boekjaar moet, onverminderd de toepassing van artikel 83, tweede lid, overeenstemmen met de eindbalans van het voorafgaande boekjaar.

Art. 27.Het rekeningenstelsel van de vennootschap moet zodanig worden opgevat of aangepast dat de balans en de resultatenrekening zonder toevoeging of weglating voortvloeien uit de balans van de desbetreffende rekeningen, opgemaakt na het in overeenstemming brengen bedoeld in artikel 10, § 1, van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen. HOOFDSTUK II. - Waarderingsregels Afdeling I. - Algemene beginselen

Art. 28.§ 1. Elke vennootschap bepaalt de regels die, met nakoming van de bepalingen van dit hoofdstuk, doch rekening gehouden met haar eigen kenmerken, gelden voor de waardering van de inventaris bedoeld in artikel 9, § 1, van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen, en, onder meer, voor de vorming en de aanpassing van afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico's en kosten evenals voor de herwaarderingen.

Deze regels worden bepaald door het bestuursorgaan van de vennootschap en vastgelegd in het boek bedoeld in artikel 9, § 1, van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen. Ze worden samengevat in de toelichting; overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 24, eerste lid, moet deze samenvatting voldoende nauwkeurig zijn zodat inzicht wordt verkregen in de toegepaste waarderingsmethoden.

Onverminderd § 2 wordt bij de vaststelling en toepassing van deze waarderingsregels ervan uitgegaan dat de vennootschap haar bedrijf zal voortzetten. § 2. De bepalingen van deze titel zijn van toepassing op de vennootschappen in vereffening.

Indien de vennootschap - al dan niet ingevolge een beslissing tot invereffeningstelling - besluit haar bedrijf stop te zetten of indien, in tegenstelling met het bepaalde in § 1, derde lid, er niet meer kan van worden uitgegaan dat de vennootschap haar bedrijf zal voortzetten, worden de waarderingsregels dienovereenkomstig aangepast en geldt in het bijzonder het volgende : a) de oprichtingskosten moeten volledig worden afgeschreven;b) voor de vaste en de vlottende activa moet zo nodig tot aanvullende afschrijvingen of waardeverminderingen worden overgegaan om de boekwaarde terug te brengen tot de vermoedelijke realisatiewaarde;c) een voorziening moet worden gevormd voor de kosten die verbonden zijn aan de beëindiging van de werkzaamheden, inzonderheid voor de aan het personeel uit te keren vergoedingen. Hetzelfde geldt, ingeval een bedrijfsonderdeel of een vestiging van de vennootschap wordt gesloten, dan is het tweede lid van toepassing op de activa, de passiva en de verplichtingen die betrekking hebben op dat bedrijfsonderdeel of die vestiging.

Art. 29.Indien in uitzonderingsgevallen blijkt dat de toepassing van een in dit hoofdstuk bedoelde waarderingsregel niet leidt tot nakoming van het bepaalde in artikel 24, eerste lid, moet daarvan worden afgeweken ten einde te voldoen aan de in het voornoemde artikel bedoelde verplichting.

Dergelijke afwijking wordt in de toelichting vermeld en verantwoord.

De geraamde invloed ervan op het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap wordt vermeld in de toelichting bij de jaarrekening over het boekjaar waarin de afwijkende waarderingsregel voor het eerst wordt toegepast.

Art. 30.De waarderingsregels bedoeld in artikel 28, § 1, eerste lid, moeten van het ene boekjaar op het andere identiek blijven en stelselmatig worden toegepast.

Ze worden evenwel gewijzigd wanneer, onder meer uit hoofde van belangrijke veranderingen in de activiteiten van de vennootschap, in de structuur van haar vermogen of in de economische dan wel technologische omstandigheden de vroeger gevolgde waarderingsregels niet langer aan het voorschrift van artikel 24, eerste lid, beantwoorden.

Het tweede en het derde lid van artikel 29 zijn van toepassing op deze wijzigingen.

Deze bepaling is niet van toepassing op de jaarrekening over het eerste boekjaar waarop voor een vennootschap de bepalingen van deze titel van toepassing zijn.

Art. 31.Elk bestanddeel van het vermogen wordt afzonderlijk gewaardeerd.

Art. 32.De waarderingen moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.

Art. 33.Er moet rekening worden gehouden met alle voorzienbare risico's, mogelijke verliezen en ontwaardingen, ontstaan tijdens het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft of tijdens voorgaande boekjaren, zelfs indien deze risico's, verliezen of ontwaardingen slechts gekend zijn tussen de balansdatum en het ogenblik waarop de jaarrekening door het bestuursorgaan van de vennootschap wordt opgesteld. In de gevallen waarin, bij gebreke aan objectieve beoordelingscriteria, de waardering van de voorzienbare risico's, de mogelijke verliezen en de ontwaardingen onvermijdelijk aleatoir is, wordt hiervan melding gemaakt in de toelichting, wanneer de betrokken bedragen rekening houdend met de doelstelling van artikel 24, eerste lid, belangrijk zijn.

Er moet rekening worden gehouden met de kosten en de opbrengsten die betrekking hebben op het boekjaar of op voorgaande boekjaren, ongeacht de dag waarop deze kosten en opbrengsten worden betaald of geïnd, behalve indien de effectieve inning van deze opbrengsten onzeker is.

Ten laste van het boekjaar moeten inzonderheid worden geboekt : het geraamde bedrag van de belastingen op het resultaat van het boekjaar of op het resultaat van vorige boekjaren, alsmede de bezoldigingen, uitkeringen en andere sociale voordelen die in de loop van een volgend boekjaar zullen worden betaald voor diensten die tijdens het boekjaar of tijdens vorige boekjaren zijn verricht. Wanneer de opbrengsten of de kosten in belangrijke mate worden beïnvloed door opbrengsten of kosten die aan een ander boekjaar moeten worden toegerekend, wordt daarvan melding gemaakt in de toelichting.

Art. 34.De methoden en grondslagen voor de omrekening van in vreemde valuta uitgedrukte bezittingen, schulden en verplichtingen, alsmede de methoden voor de omrekening van de financiële staten van bijkantoren of centra van werkzaamheden in het buitenland, worden in de toelichting vermeld bij de in artikel 28, § 1, bedoelde waarderingsregels. Afdeling II. - Aanschaffingswaarde - Beginselen en uitzonderingen

Art. 35.Onverminderd de toepassing van de artikelen 29, 57, 67, 69, 71, 73 en 77, wordt elk actiefbestanddeel gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde en voor dat bedrag in de balans opgenomen, onder aftrek van de desbetreffende afschrijvingen en waardeverminderingen.

Onder aanschaffingswaarde wordt verstaan : of de aanschaffingsprijs zoals bepaald in artikel 36, of de vervaardigingsprijs zoals bepaald in artikel 37, of de inbrengwaarde zoals bepaald in artikel 39.

Art. 36.De aanschaffingsprijs omvat, naast de aankoopprijs, de bijkomende kosten zoals niet terugbetaalbare belastingen en vervoerkosten.

De aanschaffingsprijs van een door ruil verkregen actiefbestanddeel is de marktwaarde van het (de) in ruil hiervoor overgedragen actiefbestanddeel (-delen); is deze waarde moeilijk vast te stellen, dan is de aanschaffingsprijs de marktwaarde van het door ruil verkregen actiefbestanddeel. Deze waarden worden geschat op de datum van de ruil.

Art. 37.De vervaardigingsprijs omvat naast de aanschaffingskosten der grondstoffen, verbruiksgoederen en hulpstoffen, de productiekosten die rechtstreeks aan het individuele product of aan de productengroep toerekenbaar zijn evenals het evenredig deel van de productiekosten die slechts onrechtstreeks aan het individuele product of aan de productengroep toerekenbaar zijn, voor zover deze kosten op de normale productieperiode betrekking hebben. Het staat de vennootschappen echter vrij deze onrechtstreekse produktiekosten niet geheel of gedeeltelijk in de vervaardigingsprijs op te nemen; in geval van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, wordt zulks in de toelichting vermeld.

Art. 38.In de aanschaffingswaarde van immateriële en materiële vaste activa mag de rente op vreemd vermogen dat wordt gebruikt voor hun financiering worden opgenomen, doch slechts voor zover zij betrekking heeft op de periode welke de bedrijfsklaarheid van deze vaste activa voorafgaat.

In de vervaardigingsprijs van voorraden en herstellingen in uitvoering mag de rente op vreemd vermogen dat wordt gebruikt voor hun financiering slechts worden opgenomen voor zover deze rente voorraden of bestellingen betreft waarvan de productie of uitvoering meer dan één jaar bestrijkt en zij op de normale productieperiode van deze voorraden of de normale uitvoeringstermijn van deze bestellingen betrekking heeft.

Het opnemen van de rente op vreemd vermogen in de aanschaffingswaarde van immateriële of materiële vaste activa of van voorraden of bestellingen in uitvoering, wordt bij de waarderingsregels in de toelichting vermeld.

Art. 39.De inbrengwaarde stemt overeen met de bedongen waarde van de inbreng.

In geval van bestemming voor of inbreng in een onderneming die geen vennootschap met eigen rechtspersoonlijkheid is, moet onder inbrengwaarde worden verstaan de waarde van de goederen bij de inbreng of de bestemming. De inbrengwaarde mag niet hoger zijn dan de prijs die op het ogenblik van de inbreng of de bestemming voor de aankoop van de betrokken goederen op de markt zou moeten worden betaald.

De belastingen en kosten met betrekking tot de inbreng zijn niet begrepen in de inbrengwaarde; indien zij niet volledig ten laste worden gebracht van de resultatenrekening van het boekjaar in de loop waarvan de inbreng is geschied, worden ze opgenomen in de rubriek "Oprichtingskosten".

Art. 40.Wat de goederen betreft die worden verkregen tegen betaling van een lijfrente : 1° wordt onder aanschaffingswaarde verstaan het kapitaal dat op het ogenblik van de aanschaffing nodig is om de rente te betalen, in voorkomend geval verhoogd met het bedrag dat bij de aanschaffing werd betaald en met de kosten;2° wordt een voorziening gevormd ten belope van het bedrag van het hiervoorgenoemde kapitaal;deze voorziening wordt jaarlijks aangepast.

Art. 41.§ 1. De aanschaffingswaarde van deelne mingen of aandelen ontvangen als vergoeding voor inbrengen die niet bestaan in contanten of die voortkomen uit de omzetting van vorderingen, stemt overeen met de conventionele waarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen. Als evenwel die conventionele waarde lager is dan de marktwaarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen, dan stemt de aanschaffingswaarde overeen met de hogere marktwaarde.

In afwijking van het eerste lid worden de deelnemingen en aandelen van een vennootschap die een vennootschap ontvangt bij fusie of splitsing als bedoeld in artikel 78, 79 of 80, in ruil voor de aandelen die zij in de overgenomen of gesplitste vennootschap bezat, bij die fusie of splitsing in haar boekhouding opgenomen tegen de waarde waarvoor de aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap hierin op die datum stonden geboekt. Ingeval bij fusie of splitsing een opleg in geld is verkregen, wordt het bedrag hiervan afgetrokken van de boekwaarde - en bij voorrang van de aanschaffingswaarde - van de aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap, inzover die opleg wordt onttrokken aan het kapitaal of de uitgiftepremie; in de overige gevallen wordt dat bedrag in resultaat genomen. Bij inbreng van een bedrijfsafdeling of een algemeenheid van goederen als bedoeld in artikel 81, worden de als tegenprestatie ontvangen deelnemingen of aandelen bij de inbreng in de boekhouding van de inbrenger opgenomen tegen de nettowaarde waarvoor de ingebrachte goederen hier op die datum voorkwamen. § 2. De bijkomende kosten met betrekking tot het aanschaffen van financiële vaste activa en van geldbeleggingen mogen ten laste worden genomen van de resultatenrekening van het boekjaar in de loop waarvan ze werden aangegaan.

Art. 42.In afwijking van de artikelen 31, 35, 47, 52, 56, 68, 69, 70, 71, 72 en 74 mogen het klein materieel evenals de grond- en hulpstoffen die bestendig worden hernieuwd en waarvan de aanschaffingswaarde te verwaarlozen is in verhouding tot het balanstotaal, op het actief worden opgenomen voor een vast bedrag indien de hoeveelheid, de waarde en de samenstelling ervan niet aanmerkelijk veranderen van het ene boekjaar tot het andere. In dit geval wordt de prijs voor de hernieuwing van deze bestanddelen opgenomen onder de bedrijfskosten.

Art. 43.De aanschaffingswaarde van activa met identieke technische of juridische kenmerken wordt bepaald hetzij door individualisering van de prijs van elk bestanddeel, hetzij volgens de methode van gewogen gemiddelde prijzen, volgens de methode "Fifo" (eerst in - eerst uit) of volgens de methode "Lifo" (laatst in - eerst uit).

Indien de methode wordt gewijzigd, mag de aanschaffingswaarde van de goederen die geacht worden eerst te zijn ingekomen, niet lager zijn dan de waarde waarvoor ze, voor toepassing van de desbetreffende waardeverminderingen, voorkwamen in de inventaris bij het afsluiten van het boekjaar tevoren.

Wanneer, inzonderheid bij toepassing van de Lifo-methode, de boekwaarde van de voorraden aanzienlijk verschilt van de waarde berekend op basis van de marktwaarde op balansdatum, moet het totale bedrag van dit verschil, per voorraadpost die in de balans voorkomt, in de toelichting worden vermeld. Dit verschil kan door de in artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen bedoelde kleine vennootschappen en door middel van een totaalbedrag voor het geheel van de betrokken posten worden opgegeven.

Art. 44.Indien, bij het begin van het eerste boekjaar waarin voor een vennootschap deze titel toepasselijk wordt de aanschaffingswaarde van bepaalde actiefbestanddelen niet kan worden wedersamengesteld, is de aanschaffingswaarde van elk van die bestanddelen gelijk aan de waarde waarvoor ze, vóór toepassing van de desbetreffende afschrijvingen en waardeverminderingen, in de inventaris van het boekjaar tevoren voorkwamen.

De in toepassing van het vorige lid bepaalde aanschaffingswaarde : 1° maakt in voorkomend geval, het voorwerp uit van afschrijvingen of waardeverminderingen overeenkomstig afdelingen III en VI van dit hoofdstuk;2° wordt, voor de toepassing van artikel 43, beschouwd als aanschaffingswaarde van de eerst ingekomen goederen. De herwaarderingsmeerwaarden die geboekt werden voor het eerste boekjaar waarop voor een vennootschap de bepalingen van deze titel van toepassing zijn evenals de uitgiftepremies die ontvangen en de kapitaalsubsidies die bekomen werden voor datzelfde boekjaar moeten in de jaarrekening slechts opgenomen worden voor zover ze nog als zodanig in de boekhouding van de vennootschap voorkwamen op het einde van het voorafgaande boekjaar.

Zijn door een vennootschap meerwaarden geboekt tijdens een boekjaar dat voorafgaat aan het boekjaar dat ingaat na 31 december 1983, dan mogen deze meerwaarden in rubriek III "Herwaarderingsmeerwaarden" behouden blijven. Afdeling III. - Afschrijvingen en waardeverminderingen

Art. 45.Onder "afschrijvingen" verstaat men de bedragen ten laste van de resultatenrekening genomen, met betrekking tot oprichtingskosten en tot immateriële en materiële vaste activa waarvan de gebruiksduur beperkt is, ten einde hetzij het bedrag van deze oprichtingskosten en van de eventueel geherwaardeerde aanschaffingskosten van deze vaste activa te spreiden over hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur, hetzij deze kosten ten laste te nemen op het ogenblik waarop zij worden aangegaan.

Onder "waardeverminderingen" verstaat men correcties op de aanschaffingswaarde van de actiefbestanddelen, andere dan die vermeld in het vorige lid, om rekening te houden met al dan niet als definitief aan te merken ontwaardingen bij het afsluiten van het boekjaar.

De gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen worden afgetrokken van de actiefposten waarop ze betrekking hebben.

Art. 46.De afschrijvingen en de waardeverminderingen moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.

Art. 47.De afschrijvingen en waardeverminderingen zijn specifiek voor de actiefbestanddelen waarop ze betrekking hebben. Voor actiefbestanddelen met volkomen identieke technische of juridische kenmerken mogen echter globale afschrijvingen of waardeverminderingen geacteerd worden.

Art. 48.De afschrijvingen en de waardeverminderingen moeten stelselmatig worden gevormd volgens de door de vennootschap overeenkomstig artikel 28, § 1, vastgelegde methoden. Ze mogen niet afhangen van het resultaat van het boekjaar.

Art. 49.De waardeverminderingen mogen niet worden gehandhaafd in die mate waarin ze op het einde van het boekjaar hoger zijn dan wat vereist is volgens een actuele beoordeling, conform de normen waarvan sprake in artikel 46, van de minderwaarden waarvoor ze werden gevormd. Afdeling IV. - Voorzieningen

Art. 50.De voorzieningen voor risico's en kosten beogen naar hun aard duidelijk omschreven verliezen of kosten te dekken die op de balansdatum waarschijnlijk of zeker zijn, doch waarvan het bedrag niet vaststaat.

Voorzieningen mogen niet worden gebruikt voor waardecorrecties op activa.

Art. 51.De voorzieningen voor risico's en kosten moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.

Art. 52.De voorzieningen voor risico's en kosten worden geïndividualiseerd naar gelang van de risico's en kosten met dezelfde aard die ze moeten dekken. Onder de risico's en kosten met dezelfde aard moeten de soorten van risico's en kosten worden verstaan die bij wijze van voorbeeld in artikel 54 zijn vermeld.

Art. 53.De voorzieningen voor risico's en kosten moeten stelselmatig worden gevormd volgens de door de vennootschap overeenkomstig artikel 28, § 1, vastgelegde methoden. Ze mogen niet afhangen van het resultaat van het boekjaar.

Art. 54.Voorzieningen moeten, onder meer, gevormd worden met het oog op : a) de verplichtingen die op de vennootschap rusten inzake rust- en overlevingspensioenen, brugpensioenen en andere gelijkaardige pensioenen of renten;b) de kosten van grote herstellings- of onderhoudswerken;c) de verlies- of kostenrisico's die voor de vennootschap voortvloeien uit persoonlijke of zakelijke zekerheden, verstrekt tot waarborg van schulden of verbintenissen van derden, uit verbintenissen tot aan- of verkoop van vaste activa, uit de uitvoering van gedane of ontvangen bestellingen, uit termijnposities of overeenkomsten in deviezen, termijnposities of overeenkomsten op goederen, uit technische waarborgen verbonden aan reeds door de vennootschap verrichte verkopen of diensten, uit hangende geschillen.

Art. 55.De voorzieningen voor risico's en kosten mogen niet worden gehandhaafd in die mate waarin ze op het einde van het boekjaar hoger zijn dan wat vereist is volgens een actuele beoordeling, conform de normen waarvan sprake in artikel 51, van de risico's en kosten waarvoor ze werden gevormd. Afdeling V. - Herwaarderingsmeerwaarden

Art. 56.De herwaarderingen zijn specifiek voor de actiefbestanddelen waarop ze betrekking hebben. Voor actiefbestanddelen met volkomen identieke technische of juridische kenmerken mogen echter herwaarderingen geacteerd worden.

Art. 57.§ 1. De vennootschappen mogen de materiële vaste activa, de deelnemingen en aandelen die onder de financiële vaste activa voorkomen of bepaalde soorten hiervoorgenoemde vaste activa herwaarderen, wanneer de waarde van deze activa, bepaald in functie van hun nut voor de vennootschap, op vaststaande en duurzame wijze uitstijgt boven hun boekwaarde. Wanneer de betrokken activa noodzakelijk zijn voor de voortzetting van het bedrijf van de vennootschap of van een onderdeel daarvan mogen zij slechts worden geherwaardeerd in de mate waarin de aldus uitgedrukte meerwaarde wordt verantwoord door de rentabiliteit van de vennootschap of van het betrokken bedrijfsonderdeel.

De geherwaardeerde waarde die voor deze vaste activa in aanmerking wordt genomen wordt verantwoord in de toelichting bij de jaarrekening waarin de herwaardering voor het eerst werd toegepast. § 2. Heeft de herwaardering betrekking op materiële vaste activa met een beperkte gebruiksduur, dan wordt op basis van de geherwaardeerde waarde afgeschreven volgens een overeenkomstig artikel 28, § 1, opgemaakt plan dat ertoe strekt de toerekening van de geherwaardeerde waarde te spreiden over de vermoedelijke residuele gebruiksduur van de betrokken activa. § 3. De geboekte meerwaarden worden rechtstreeks toegerekend aan rubriek III van het passief "Herwaarderingsmeerwaarden" en daar behouden zolang de goederen waarop zij betrekking hebben, niet werden gerealiseerd. Deze meerwaarden mogen nochtans : 1° worden overgebracht naar een reserve tot het beloop van de op de meerwaarde geboekte afschrijvingen;2° in kapitaal worden omgezet;3° bij latere minderwaarde worden afgeboekt tot het beloop van het nog niet afgeschreven gedeelte van de meerwaarde. Afdeling VI. - Bijzondere regels

Onderafdeling I. - Bijzondere regels betreffende de oprichtingskosten

Art. 58.De oprichtingskosten worden slechts op het actief geboekt voor zover ze niet ten laste worden genomen gedurende het boekjaar waarin ze werden besteed.

Kosten die worden gemaakt in het kader van een herstructurering worden alleen dan onder de activa opgenomen, wanneer het gaat om welbepaalde kosten die verband houden met een ingrijpende wijziging in de structuur of de organisatie van de vennootschap en die kosten ertoe strekken een gunstige en duurzame invloed te hebben op de rentabiliteit van de vennootschap. In de toelichting moet worden verantwoord dat aan deze voorwaarden is voldaan. De herstructureringskosten die het karakter hebben van bedrijfskosten of van uitzonderlijke kosten worden geactiveerd door ze op zichtbare wijze in mindering te brengen van het totaal bedrag respectievelijk van de bedrijfskosten en van de uitzonderlijke kosten.

Art. 59.Voor de oprichtingskosten worden passende afschrijvingen geboekt, per jaarlijkse tranches van ten minste twintig percent van de werkelijk uitgegeven bedragen. De afschrijving van de kosten bij uitgifte van leningen mag echter gespreid worden over de looptijd van de leningen.

Onderafdeling II. - Bijzondere regels betreffende immateriële vaste activa

Art. 60.Andere dan van derden verworven immateriële vaste activa worden slechts tegen vervaardigingsprijs op het actief geboekt voor zover die niet hoger is dan een voorzichtige raming van de gebruikswaarde of van het toekomstig rendement voor de vennootschap van deze vaste activa.

De kleine vennootschappen bedoeld in artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen vermelden in de toelichting het bedrag van de onder de immateriële vaste activa opgenomen kosten van onderzoek en ontwikkeling.

Art. 61.§ 1. Voor immateriële vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt overgegaan tot afschrijvingen volgens een overeenkomstig artikel 28, § 1, opgesteld plan. Er mag, overeenkomstig de fiscale bepalingen ter zake, een versneld afschrijvingsplan voor worden toegepast. Wanneer de toepassing van een plan voor versnelde afschrijving met zich brengt dat aanzienlijk vlugger wordt afgeschreven dan economisch verantwoord, wordt in de toelichting melding gemaakt van het verschil tussen het gecumuleerd bedrag van de geboekte afschrijvingen en dat van de economisch verantwoorde afschrijvingen. Tevens wordt de invloed aangegeven van de tijdens het boekjaar of tijdens vorige boekjaren geboekte versnelde afschrijvingen op het bedrag van de afschrijvingen in de resultatenrekening van het boekjaar.

Voor de in het vorige lid bedoelde vaste activa wordt overgegaan tot aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen wanneer, ingevolge hun technische ontwaarding of wegens de wijziging van economische of technologische omstandigheden, hun boekhoudkundige waarde hoger is dan hun gebruikswaarde voor de vennootschap.

De afschrijvingen met toepassing van het eerste lid op immateriële vaste activa met beperkte gebruiksduur mogen slechts worden teruggenomen, wanneer blijkt dat het daarvoor toegepaste afschrijvingsplan, wegens gewijzigde economische of technologische omstandigheden, een te snelle afschrijving tot gevolg heeft gehad. De afschrijvingen met toepassing van het tweede lid, die niet langer verantwoord blijken, moeten worden teruggenomen ten belope van het surplus ten opzichte van de overeenkomstig het eerste lid geplande afschrijvingen.

Wordt in uitzonderlijke gevallen de afschrijving van kosten voor onderzoek en ontwikkeling of van goodwill over meer dan vijf jaar gespreid dan moet dit worden verantwoord in de toelichting. § 2. Voor immateriële vaste activa waarvan de gebruiksduur niet is beperkt wordt slechts tot waardeverminderingen overgegaan in geval van duurzame minderwaarde of ontwaarding.

Onderafdeling III. - Bijzondere regels betreffende materiële vaste activa

Art. 62.De gebruiksrechten betreffende materiële vaste activa waarover de vennootschap beschikt op grond van leasing of gelijkaardige overeenkomsten zoals omschreven in hoofdstuk III, afdeling IV, III.D, worden onverminderd de toepassing van de artikelen 45 en 64, § 1, onder de activa opgenomen voor het gedeelte van de volgens de overeenkomst te storten termijnen, dat strekt tot de wedersamenstelling van de kapitaalwaarde van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft.

De overeenkomstige verplichtingen aan de passiefzijde worden ieder jaar gewaardeerd ten belope van het gedeelte der in de volgende boekjaren te storten termijnen, dat strekt tot de wedersamenstelling van de kapitaalwaarde van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft.

Art. 63.De meer- of minderwaarde die wordt vastgesteld bij de overdracht van een afschrijfbaar materieel vast actief met afsluiting door de cedent van een leasingovereenkomst die op dat zelfde goed slaat, wordt opgenomen in de overlopende rekeningen en wordt elk jaar in resultaat genomen naar verhouding van de afschrijving van dit geleaste vast actief voor het betrokken boekjaar.

Art. 64.§ 1. Voor materiële vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt overgegaan tot afschrijvingen volgens een overeenkomstig artikel 28, § 1, opgesteld plan. Er mag, overeenkomstig de fiscale bepalingen ter zake, een versneld afschrijvingsplan voor worden toegepast. Wanneer de toepassing van een plan voor versnelde afschrijving met zich brengt dat aanzienlijk vlugger wordt afgeschreven dan economisch verantwoord, wordt in de toelichting melding gemaakt van het verschil tussen het gecumuleerd bedrag van de geboekte afschrijvingen en dat van de economisch verantwoorde afschrijvingen. Tevens wordt de invloed aangegeven van de tijdens het boekjaar of tijdens vorige boekjaren geboekte versnelde afschrijvingen op het bedrag van de afschrijvingen in de resultatenrekening van het boekjaar.

Voor de in het vorige lid bedoelde vaste activa wordt overgegaan tot aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen wanneer, ingevolge hun technische ontwaarding of wegens de wijziging van economische of technologische omstandigheden, hun boekhoudkundige waarde hoger is dan hun gebruikswaarde voor de vennootschap.

De afschrijvingen met toepassing van het eerste lid op materiële vaste activa met beperkte gebruiksduur mogen slechts worden teruggenomen, wanneer blijkt dat het daarvoren toegepaste afschrijvingsplan, wegens gewijzigde economische of technologische omstandigheden, een te snelle afschrijving tot gevolg heeft gehad. De afschrijvingen met toepassing van het tweede lid, die niet langer verantwoord blijken, moeten worden teruggenomen ten belope van het surplus ten opzichte van de overeenkomstig het eerste lid geplande afschrijvingen. § 2. Voor materiële vaste activa waarvan de gebruiksduur niet is beperkt wordt slechts tot waardeverminderingen overgegaan in geval van duurzame minderwaarde of ontwaarding.

Art. 65.Voor de buiten gebruik gestelde of niet meer duurzaam tot de activiteit van de vennootschap bijdragende materiële vaste activa, wordt in voorkomend geval tot een uitzonderlijke afschrijving overgegaan om rekening te houden met de waarschijnlijke realisatiewaarde ervan.

Onderafdeling IV. - Bijzondere regels betreffende financiële vaste activa

Art. 66.§ 1. De niet opgevraagde bedragen op deelnemingen en aandelen worden vermeld in de toelichting per onderrubriek waarin de nog vol te storten deelnemingen en aandelen zijn opgenomen. § 2. Voor de deelnemingen en de aandelen die in de rubriek "Financiële vaste activa" zijn opgenomen wordt tot waardevermindering overgegaan ingeval van duurzame minderwaarde of ontwaarding, verantwoord door de toestand, de rentabiliteit of de vooruitzichten van de vennootschap waarin de deelnemingen of de aandelen worden aangehouden.

Op de vorderingen, inclusief de vastrentende effecten, die in de financiële vaste activa zijn opgenomen, worden waardeverminderingen toegepast, zo er voor het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling hiervan op de vervaldag.

Onderafdeling V. - Bijzondere regels betreffende vorderingen terugbetaalbaar op meer dan een jaar en op ten hoogste een jaar

Art. 67.§ 1. Vorderingen worden in de balans opgenomen voor hun nominale waarde, onverminderd de toepassing van § 2 van dit artikel en van de artikelen 68 en 73. § 2. Bij de boeking van een vordering in de balans voor haar nominale waarde worden in voorkomend geval in de overlopende rekeningen van het passief geboekt en pro rata temporis in resultaat genomen op grond van de samengestelde interesten : a) de rente die op basis van de overeenkomst tussen partijen in de nominale waarde van de vordering begrepen is;b) het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de nominale waarde van de vordering;c) het disconto op renteloze of abnormaal laag rentende vorderingen, wanneer deze vorderingen : 1° terugbetaalbaar zijn na meer dan één jaar te rekenen vanaf het ogenblik waarop zij in het vermogen van de vennootschap zijn opgenomen, en 2° betrekking hebben hetzij op als opbrengst geboekte bedragen in de resultatenrekening, hetzij op de prijs van de overdracht van vaste activa of van een activiteitsbranche. Het in sub c) bedoelde disconto wordt berekend op basis van de voor dergelijke vorderingen geldende marktrente op het ogenblik waarop de vordering werd opgenomen in het vermogen van de vennootschap.

Bij vorderingen die in termijnen worden betaald of afbetaald en waarvan de rente of het lastenpercentage gedurende de gehele contractduur wordt toegepast op het oorspronkelijke bedrag van de financiering of van de lening, worden de respectieve bedragen van de gelopen rente en het lastenpercentage die in resultaat moeten worden genomen en van de niet gelopen rente en het lastenpercentage die moeten worden overgedragen naar een volgend boekjaar bepaald door toepassing van de reële rente op het bij het begin van elke periode uitstaande saldo; deze reële rente wordt berekend met inachtneming van de spreiding en de periodiciteit van de betalingen. Een andere methode mag slechts worden toegepast op voorwaarde dat zij, per boekjaar, een gelijkwaardig resultaat oplevert.

Het bedrag van de rente of het lastenpercentage mag niet worden gecompenseerd met de kosten en provisies in verband met deze verrichtingen.

Art. 68.Op de vorderingen terugbetaalbaar op meer dan een jaar en op ten hoogste een jaar worden waardeverminderingen toegepast, zo er voor het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling hiervan op de vervaldag. Op deze vorderingen mogen eveneens waardeverminderingen worden toegepast wanneer hun realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan hun boekwaarde vastgesteld overeenkomstig artikel 67.

Onderafdeling VI. - Bijzondere regels betreffende voorraden

Art. 69.§ 1. De grond- en hulpstoffen, het gereed produkt, de handelsgoederen en de voor verkoop bestemde gebouwen worden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde of tegen de marktwaarde op balansdatum als die lager is.

De waardering tegen de lagere marktwaarde, met toepassing van het eerste lid, mag niet worden gehandhaafd indien achteraf de marktwaarde hoger is dan de lagere waarde waartegen de voorraad werd gewaardeerd. § 2. De goederen in bewerking worden, onverminderd de toepassing van artikel 70, gewaardeerd tegen vervaardigingsprijs.

Art. 70.Ten aanzien van de goederen in bewerking worden waardeverminderingen toegepast, indien hun vervaardigingsprijs, vermeerderd met het geraamde bedrag van de nog te maken kosten hoger is dan de nettoverkoopprijs op de datum van de jaarafsluiting.

Er worden aanvullende waardeverminderingen geboekt op de activa bedoeld in artikel 69 en in het eerste lid van dit artikel, om rekening te houden hetzij met de evolutie van hun realisatie- of marktwaarde, hetzij met de risico's inherent aan de aard van de betrokken producten of van de gevoerde activiteit.

Onderafdeling VII. - Bijzondere regels betreffende bestellingen in uitvoering

Art. 71.De bestellingen in uitvoering worden gewaardeerd tegen vervaardigingsprijs vermeerderd, naarmate de produktie of de werkzaamheden vorderen, met het verschil tussen de in de overeenkomst bepaalde prijs en de vervaardigingsprijs, wanneer dit verschil met voldoende zekerheid als verworven mag worden beschouwd; een vennootschap kan echter ook als regel aannemen de bestellingen in uitvoering of bepaalde soorten daarvan op de balans te blijven boeken tegen hun vervaardigingsprijs.

In de toelichting worden onder de waarderingsregels de methoden en criteria vermeld die voor de waardering van bestellingen in uitvoering zijn toegepast.

Voor de risico's en kosten verbonden aan de verdere uitvoering van deze bestellingen worden, overeenkomstig de artikelen 33, 51, 53, 54 en 55 voorzieningen gevormd, voor zover deze risico's niet zijn gedekt door waardeverminderingen, geboekt met toepassing van artikel 72.

Art. 72.Ten aanzien van de bestellingen in uitvoering worden waardeverminderingen toegepast, indien hun vervaardigingsprijs, vermeerderd met het geraamde bedrag van de nog te maken kosten, hoger is dan de in de overeenkomst bedongen prijs.

Er worden aanvullende waardeverminderingen geboekt op de bestellingen in uitvoering, om rekening te houden hetzij met de evolutie van hun realisatie- of marktwaarde, hetzij met de risico's inherent aan de aard van de betrokken producten of van de gevoerde activiteit.

Onderafdeling VIII. - Bijzondere regels betreffende geldbeleggingen en liquide middelen

Art. 73.De vastrentende effecten worden gewaardeerd op grond van hun aanschaffingswaarde. Wanneer evenwel hun actuariële rendement berekend bij de aankoop, met inachtneming van hun terugbetalingswaarde op vervaldag, verschilt van hun nominale rendement, wordt het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de terugbetalingswaarde pro rata temporis voor de resterende looptijd van de effecten in resultaat genomen als bestanddeel van de renteopbrengst van deze effecten en, naar gelang van het geval, toegevoegd aan of afgetrokken van de aanschaffingswaarde van de effecten.

De inresultaatneming van dit verschil geschiedt op geactualiseerde basis, uitgaande van het actuariële rendement bij aankoop.

De vennootschappen hebben echter de mogelijkheid om : 1° het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de terugbetalingswaarde op lineaire basis pro rata temporis in resultaat te nemen;2° de vastrentende effecten voor hun aanschaffingswaarde in de balans te behouden wanneer de weerslag van de inresultaatneming van het actuariële rendement van de effecten ten opzichte van de inresultaatsneming van het louter nominale rendement, te verwaarlozen zou zijn. Het eerste en het tweede lid zijn van toepassing op effecten met een rendement dat, volgens de uitgiftevoorwaarden, uitsluitend voortkomt uit het verschil tussen de uitgifteprijs en de terugbetalingswaarde.

Art. 74.Op geldbeleggingen en liquide middelen worden waardeverminderingen toegepast wanneer de realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan de aanschaffingswaarde.

Art. 75.Er worden aanvullende waardeverminderingen geboekt op de geldbeleggingen en liquide middelen om rekening te houden hetzij met de evolutie van hun realisatie- of marktwaarde, hetzij met de risico's inherent aan de aard van de betrokken producten of van de gevoerde activiteit.

Onderafdeling IX - Bijzondere regels betreffende uitgestelde belastingen

Art. 76.§ 1. De uitgestelde belastingen op kapitaalsubsidies en gerealiseerde meerwaarden worden oorspronkelijk gewaardeerd tegen het normale bedrag van de belasting die erop zou zijn geheven indien die subsidies en meerwaarden zouden zijn belast ten laste van het boekjaar waarin zij werden geboekt. Zij worden evenwel gewaardeerd na aftrek van de weerslag van de belastingverminderingen en vrijstellingen waarvan op het ogenblik dat deze subsidies en meerwaarden worden geboekt kan worden vermoed dat zij, in een nabije toekomst, zullen leiden tot een lagere belasting op deze subsidies en meerwaarden. § 2. De uitgestelde belastingen op ontvangen kapitaalsubsidies worden geleidelijk afgeboekt via overboeking naar de post "Onttrekkingen aan de uitgestelde belastingen" van de resultatenrekening, gelijkmatig met de afboeking van de kapitaalsubsidies in passiefpost VI waarop zij betrekking hebben.

De uitgestelde belastingen op gerealiseerde meerwaarden worden geleidelijk afgeboekt via overboeking naar de post "Onttrekkingen aan de uitgestelde belastingen" van de resultatenrekening, gelijkmatig met de opneming van de betrokken meerwaarden in het belastbaar resultaat. § 3. Behoudens toepassing van § 2 mag het gepassiveerde bedrag van de uitgestelde belastingen slechts worden aangepast in zover, ingevolge een wijziging in de fiscale toestand van de vennootschap, het effectieve bedrag van de geraamde belasting die in een nabije toekomst op deze subsidies en meerwaarden zal zijn verschuldigd, waarschijnlijk sterk zal verschillen van het bedrag aan passiefzijde.

Onderafdeling X. - Bijzondere regels betreffende schulden

Art. 77.De artikelen 67 en 73 zijn van overeenkomstige toepassing op de schulden van overeenstemmende aard en looptijd.

Onderafdeling XI. - Bijzondere regels betreffende bestanddelen verworven in het kader van een fusie

Art. 78.§ 1. Fusie door overneming, zoals gedefinieerd in artikel 671 van het Wetboek van vennootschappen, en de door artikel 676 van hetzelfde wetboek hiermee gelijkgestelde verrichtingen, worden in de boekhouding verwerkt volgens de bepalingen van §§ 2 tot 7. § 2. Alle actief- en passiefbestanddelen van de overgenomen vennootschap, inclusief de verschillende bestanddelen van haar eigen vermogen, de afschrijvingen, waardeverminderingen en door haar gevormde voorzieningen, haar rechten en verplichtingen alsook haar opbrengsten en kosten van het boekjaar, worden, onverminderd §§ 3 tot 7, opgenomen in de boekhouding van de overnemende vennootschap tegen de waarde waarvoor zij in de boekhouding van de overgenomen vennootschap voorkwamen op het tijdstip als bedoeld in artikel 693, 5° van het Wetboek van vennootschappen. § 3. Bij de fusie vervallen : 1° de eigen aandelen die de overgenomen vennootschap bezit en die krachtens artikel 703, § 2, 2°, van het Wetboek van vennootschappen niet mogen worden omgewisseld tegen aandelen van de overnemende vennootschap;2° ten belope van de boekwaarde van deze eigen aandelen, de onbeschikbare reserve voor eigen aandelen die door de overgenomen vennootschap daartoe is gevormd;wanneer er geen reserve voor eigen aandelen werd gevormd, is artikel 623, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen van toepassing. § 4. Indien, rekening houdend met de ruilverhouding en de nominale of fractiewaarde van de als vergoeding toegekende aandelen, het bedrag, waarmee het kapitaal van de overnemende vennootschap wordt verhoogd groter is dan het kapitaal van de overgenomen vennootschap, wordt het verschil onttrokken aan de andere bestanddelen van het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap, volgens de regels vastgesteld door de algemene vergadering die tot fusie besluit; in het tegenovergestelde geval wordt het verschil geboekt als een uitgiftepremie. § 5. Als de vennoten van de overgenomen vennootschap een opleg in geld verkrijgen, wordt die geacht te zijn onttrokken aan het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap.

Deze onttrekking aan het eigen vermogen gebeurt op de wijze vastgesteld door de algemene vergadering die tot fusie besluit met naleving van de wettelijke en statutaire bepalingen.

Indien de algemene vergadering die tot fusie besluit, niet heeft beslist aan welke post van het eigen vermogen die opleg moet worden onttrokken, gebeurt dit in deze volgorde : aan de overgedragen winst, aan de beschikbare reserves en aan de andere reserves die volgens de wet of de statuten mogen worden uitgekeerd. § 6. Indien de overnemende vennootschap of een andere gelijktijdig overgenomen vennootschap aandelen bezat van de overgenomen vennootschap, worden deze aandelen bij de fusie ingetrokken en worden de verschillende bestanddelen van het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap in de boekhouding van de overnemende vennootschap slechts opgenomen ten belope van de fractie die overeenstemt met de aandelen van de overgenomen vennootschap die omgewisseld werden tegen aandelen van de overnemende vennootschap. In voorkomend geval wordt evenwel rekening gehouden met de ten gevolge van de fusie gewijzigde fiscale kwalificatie van de reserves bij de overgenomen vennootschap. § 7. Indien de aandelen van de overgenomen vennootschap, die met toepassing van artikel 703, § 2, 2°, van het Wetboek van vennootschappen niet werden omgewisseld tegen aandelen van de overnemende vennootschap, in de boekhouding van de vennootschap die ze bezat waren opgenomen tegen een waarde die niet overeenstemt met de fractie die zij vertegenwoordigen in het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap, dan wordt het verschil verwerkt volgens zijn aard of zijn oorsprong : a) Wanneer de boekwaarde van de betrokken aandelen groter is dan de fractie die zij vertegenwoordigen in het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap, wordt dit verschil voor zover mogelijk toegerekend aan de actiefbestanddelen, inclusief de immateriële activa, met een grotere waarde dan het bedrag waarvoor zij in de boekhouding van de overgenomen vennootschap voorkwamen.Voor zover dit verschil voortvloeit uit een overwaardering van de schulden of uit afschrijvingen, waardeverminderingen of voorzieningen die door de overgenomen vennootschap in resultaat waren genomen maar die niet langer dienstig dan wel overtollig zijn, dan worden die bij de fusie via de resultatenrekening teruggenomen dan wel gecorrigeerd ten belope van dit overschot.

Het verschil dat overblijft na deze toerekeningen wordt, naargelang van het geval, opgenomen in de post "Goodwill" of in resultaat genomen. b) In het tegenovergestelde geval wordt het verschil als volgt verwerkt : voor zover dit voortvloeit uit een overwaardering van activa of een onderwaardering van passiva door de overgenomen vennootschap, worden op het tijdstip van de fusie voor het desbetreffende bedrag in de resultatenrekening afschrijvingen, waardeverminderingen, voorzieningen en correcties geboekt. Het verschil dat overblijft na deze correctieboekingen wordt in resultaat genomen.

Art. 79.Fusie door oprichting van een nieuwe vennootschap zoals gedefinieerd in artikel 672 van het Wetboek van vennootschappen, wordt in de boekhouding van de fuserende vennootschappen verwerkt overeenkomstig artikel 78.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt elke fuserende vennootschap beschouwd als overgenomen vennootschap en wordt de nieuw opgerichte vennootschap beschouwd als overnemende vennootschap.

Onderafdeling XII. - Bijzondere regels betreffende bestanddelen verworven in het kader van een splitsing

Art. 80.Splitsing door overneming, door oprichting van nieuwe vennootschappen of gemengde splitsing zoals gedefinieerd in de artikelen 673, 674 en 675 van het Wetboek van vennootschappen, wordt in de boekhouding van de gesplitste vennootschap en van de vennootschappen waarin de inbreng ten gevolge van de splitsing gebeurt, naar gelang van het geval, verwerkt zoals bepaald in artikel 78 of in artikel 79.

Voor elke vennootschap waarin een inbreng gebeurt, is artikel 78 evenwel van toepassing op de ingebrachte activa en passiva, rechten en verplichtingen en op het ingebrachte deel van het eigen vermogen van de gesplitste vennootschap.

Onderafdeling XIII. - Bijzondere regels betreffende bestanddelen verworven in het kader van een inbreng van een bedrijfsafdeling of van een algemeenheid van goederen

Art. 81.Bij inbreng van een bedrijfsafdeling of een algemeenheid van goederen zoals gedefinieerd in de artikelen 678 en 679 van het Wetboek van vennootschappen, worden de ingebrachte activa, passiva, rechten en verplichtingen opgenomen in de boekhouding van de vennootschap waarin de inbreng gebeurt, tegen de waarde waarvoor zij op het tijdstip van de inbreng in de boekhouding van de inbrengende vennootschap voorkwamen. HOOFDSTUK III. - Structuur van de jaarrekening Afdeling I. - Algemene beginselen

Art. 82.§ 1. De balans en de resultatenrekening worden, onverminderd de toepassing van artikel 85, tweede lid, opgesteld overeenkomstig de schema's opgenomen in afdeling II van dit hoofdstuk.

De resultatenrekening wordt, naar keuze van de vennootschap, opgesteld in scontrovorm of in staffelvorm.

De toelichting bevat de aanvullende gegevens bedoeld in punt A van onderafdeling III van voornoemde afdeling II en de in punt B van onderafdeling III van voornoemde afdeling II bepaalde gegevens betreffende de sociale balans.

De handelaars - natuurlijke personen moeten de in punt B van onderafdeling III van voornoemde afdeling II bepaalde gegevens betreffende de sociale balans niet meedelen. § 2. De kleine vennootschappen bedoeld in artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen kunnen evenwel hun balans en hun resultatenrekening opstellen volgens de verkorte schema's opgenomen in afdeling III van dit hoofdstuk met een verkorte toelichting waarin de in punt A van onderafdeling III van voornoemde afdeling III bepaalde aanvullende gegevens zijn opgenomen, alsook de in punt B van onderafdeling III van voornoemde afdeling III bepaalde gegevens betreffende de sociale balans.

De handelaars - natuurlijke personen moeten de in punt B van onderafdeling III van voornoemde afdeling III bepaalde gegevens betreffende de sociale balans niet meedelen. § 3. De posten van de in §§ 1 en 2 bedoelde balans en resultatenrekening, alsmede de vermeldingen in de in deze paragrafen bedoelde toelichting mogen worden weggelaten wanneer zij niet dienstig zijn voor het betrokken boekjaar; wanneer voor deze posten en vermeldingen het bedrag van het voorafgaande boekjaar moet worden vermeld, dan mogen ze slechts worden weggelaten wanneer zij ook voor dat boekjaar niet dienstig zijn. § 4. De inhoud van de posten in de jaarrekening wordt, waar nodig, nader bepaald in afdeling IV van dit hoofdstuk.

Voor de toepassing van deze titel zijn rubrieken de posten van de balans en de resultatenrekening aangeduid met een Romeins cijfer of een hoofdletter en onderrubrieken de posten aangeduid met een Arabisch cijfer.

Art. 83.Bij elke rubriek en onderrubriek van de balans en van de resultatenrekening wordt het bedrag van de overeenkomstige post van het voorafgaande boekjaar vermeld; wanneer evenwel een vennootschap die haar jaarrekening over het voorafgaande boekjaar heeft opgesteld overeenkomstig artikel 82, § 2, haar jaarrekening over het nieuwe boekjaar moet opstellen overeenkomstig artikel 82, § 1, volstaat het dat zij als vergelijkende cijfers voor het voorafgaande boekjaar de bedragen vermeldt die als zodanig voorkwamen in de jaarrekening over dat boekjaar.

Wanneer de bedragen van het boekjaar niet vergelijkbaar zijn met die van het voorafgaande boekjaar, mogen de bedragen van het voorafgaande boekjaar worden aangepast met het oog op hun vergelijkbaarheid; in dat geval worden deze aanpassingen, behalve indien zij onbelangrijk zijn, in de toelichting vermeld en onder verwijzing naar de betrokken rubrieken, toegelicht. Worden de bedragen van het voorafgaande boekjaar niet aangepast, dan moet de toelichting de nodige gegevens bevatten om een vergelijking mogelijk te maken.

Deze bepaling is niet van toepassing op de jaarrekening over het eerste boekjaar waarop voor een vennootschap de bepalingen van deze titel van toepassing zijn.

Art. 84.Kunnen actief- of passiefbestanddelen tot meer dan één rubriek of onderrubriek van de balans behoren, of opbrengsten dan wel kosten tot meer dan één rubriek of onderrubriek van de resultatenrekening, dan worden ze ingeschreven onder die post welke ten opzichte van het voorschrift van artikel 24, eerste lid, het meest is aangewezen.

Art. 85.De vennootschappen mogen in de toelichting de rubrieken en onderrubrieken die verplicht moeten worden vermeld verder indelen.

De omschrijving van de in de schema's door een hoofdletter aangegeven rubrieken en van de onderrubrieken moet, wanneer de naleving van het voorschrift van artikel 24, eerste lid, dit vereist, aangepast worden aan de bijzondere aard van de werkzaamheden, van het vermogen en van de opbrengsten en kosten van de vennootschap.

Art. 86.De voorstelling van de jaarrekening moet identiek zijn van het ene jaar tot het andere.

Ze wordt echter gewijzigd wanneer, onder meer ingevolge een belangrijke wijziging in de structuur van het vermogen, van de opbrengsten en van de kosten van de vennootschap ze niet meer beantwoordt aan het voorschrift van artikel 24, eerste lid. Deze wijzigingen worden vermeld en verantwoord in de toelichting die behoort tot het boekjaar waarin ze werden ingevoerd.

De huidige bepaling is niet van toepassing op de jaarrekening over het eerste boekjaar waarop voor een vennootschap de bepalingen van deze titel van toepassing zijn.

Art. 87.De toelichting bij de eerste balans en resultatenrekening opgesteld overeenkomstig de schema's opgenomen in afdeling II van dit hoofdstuk, hoeft geen vergelijkende cijfers te bevatten over het vorige boekjaar met betrekking tot vermeldingen die voor de eerste maal moeten worden opgenomen in de jaarrekening over het boekjaar dat ingaat na 31 december 1983. Afdeling II. - Volledige jaarrekening : schema van de balans,

schema's van de resultatenrekening en inhoud van de toelichting Onderafdeling I. - Schema van de balans

Art. 88.De balans moet worden opgesteld volgens onderstaand schema : ACTIVA Vaste activa : I.Oprichtingskosten II. Immateriële vaste activa III. Materiële vaste activa A. Terreinen en gebouwen B. Installaties, machines en uitrusting C. Meubilair en rollend materieel D. Leasing en soortgelijke rechten E. Overige materiële vaste activa F. Activa in aanbouw en vooruitbetalingen IV. Financiële vaste activa A. Verbonden ondernemingen 1. Deelnemingen 2.Vorderingen B. Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat 1. Deelnemingen 2.Vorderingen C. Andere financiële vaste activa 1. Aandelen 2.Vorderingen en borgtochten in contanten Vlottende activa V. Vorderingen op meer dan een jaar A. Handelsvorderingen B. Overige vorderingen VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering A. Voorraden 1. Grond- en hulpstoffen 2.Goederen in bewerking 3. Gereed produkt 4.Handelsgoederen 5. Onroerende goederen bestemd voor verkoop 6.Vooruitbetalingen B. Bestellingen in uitvoering VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar A. Handelsvorderingen B. Overige vorderingen VIII Geldbeleggingen A. Eigen aandelen B. Overige beleggingen IX Liquide middelen X Overlopende rekeningen Totaal der activa PASSIVA Eigen vermogen I. Kapitaal A. Geplaatst kapitaal B. Niet opgevraagd kapitaal (-) II. Uitgiftepremies III. Herwaarderingsmeerwaarden IV. Reserves A. Wettelijke reserve B. Onbeschikbare reserves 1. Voor eigen aandelen 2.Andere C. Belastingvrije reserves D. Beschikbare reserves V. Overgedragen winst (Overgedragen verlies) VI. Kapitaalsubsidies Voorzieningen en uitgestelde belastingen VII. A. Voorzieningen voor risico's en kosten 1. Pensioenen en soortgelijke verplichtingen 2.Belastingen 3. Grote herstellings- en onderhoudswerken 4.Overige risico's en kosten B. Uitgestelde belastingen Schulden VIII. Schulden op meer dan een jaar A. Financiële schulden 1. Achtergestelde leningen 2.Niet achtergestelde obligatieleningen 3. Leasingschulden en soortgelijke schulden 4.Kredietinstellingen 5. Overige leningen B.Handelsschulden 1. Leveranciers 2.Te betalen wissels C. Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen D. Overige schulden IX. Schulden op ten hoogste één jaar A. Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen B. Financiële schulden 1. Kredietinstellingen 2.Overige leningen C. Handelsschulden 1. Leveranciers 2.Te betalen wissels D. Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen E. Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten 1. Belastingen 2.Bezoldigingen en sociale lasten.

F. Overige schulden X. Overlopende rekeningen Totaal der passiva Onderafdeling II. - Schema van de resultatenrekening (voorstelling in staffelvorm)

Art. 89.Als de resultatenrekening wordt voorgesteld in staffelvorm, moet het volgende schema gebruikt worden : I. Bedrijfsopbrengsten A. Omzet B. Wijziging in de voorraad goederen in bewerking en gereed produkt en in de bestellingen in uitvoering (toename, + afname -) C. Geproduceerde vaste activa D. Andere bedrijfsopbrengsten II. Bedrijfskosten A. Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen 1. Inkopen 2.Wijziging in de voorraad (toename -; afname +) B. Diensten en diverse goederen C. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen D. Afschrijvingen en waarde- verminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa E. Waardeverminderingen op voorraden, bestellingen in uitvoering en handelsvorderingen (toevoegingen +; terugnemingen -) F. Voorzieningen voor risico's en kosten (toevoegingen +; bestedingen en terugnemingen -) G. Andere bedrijfskosten III. Bedrijfswinst (Bedrijfsverlies) IV. Financiële opbrengsten A. Opbrengsten uit financiële vaste activa B. Opbrengsten uit vlottende activa C. Andere financiële opbrengsten V. Financiële kosten A. Kosten van schulden B. Waardeverminderingen op vlottende activa andere dan bedoeld onder II, E. (toevoegingen +; terugnemingen -) C. Andere financiële kosten VI. Winst (Verlies) uit de gewone bedrijfsuitoefening, voor belasting VII. Uitzonderlijke opbrengsten A. Terugneming van afschrijvingen en van waardeverminderingen op immateriële en materiële vaste activa B. Terugneming van waardeverminderingen op financiële vaste activa C. Terugneming van voorzieningen voor uitzonderlijke risico's en kosten D. Meerwaarden bij de realisatie van vaste activa E. Andere uitzonderlijke opbrengsten VIII. Uitzonderlijke kosten A. Uitzonderlijke afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa B. Waardeverminderingen op financiële vaste activa C. Voorzieningen voor uitzonderlijke risico's en kosten D. Minderwaarden bij de realisatie van vaste activa E. Andere uitzonderlijke kosten IX. Winst (Verlies) van het boekjaar voor belasting IXbis. A. Overboeking naar de uitgestelde belastingen B. Onttrekkingen aan de uitgestelde belastingen X. Belastingen op het resultaat A. Belastingen B. Regularisering van belastingen en terugneming van voorzieningen voor belastingen XI. Winst (Verlies) van het boekjaar XII. (Overboeking naar (Onttrekking aan) de belastingvrije reserves) XIII. Te bestemmen winst (Te verwerken verlies) van het boekjaar Resultaatverwerking A. Te bestemmen winstsaldo (te verwerken verliessaldo) 1. Te bestemmen winst (te verwerken verlies) van het boekjaar 2.Overgedragen winst (overgedragen verlies) van het vorige boekjaar B. Onttrekking aan de eigen middelen (+) 1. Aan het kapitaal en aan de uitgiftepremies 2.Aan de reserves C. Toevoeging aan het eigen vermogen 1. aan het kapitaal en de uitgiftepremie 2.aan de wettelijke reserve 3. aan de overige reserves D.Over te dragen resultaat 1. Over te dragen winst (-) 2.Over te dragen verlies (+) E. Tussenkomst van de vennoten in het verlies (+) F. Uit te keren winst (-) 1. Vergoeding van het kapitaal (a) 2.Bestuurders of zaakvoerders (a) 3. Andere rechthebbenden (a) (a) Alleen voor vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid naar Belgisch recht Onderafdeling IIbis.- Schema van de resultatenrekening (voorstelling in scontrovorm)

Art. 90.Als de resultatenrekening wordt voorgesteld in scontrovorm, moet het volgende schema gebruikt worden : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Onderafdeling III. - Inhoud van de toelichting

Art. 91.De toelichting bevat de hierna vermelde aanvullende gegevens en gegevens m.b.t. de sociale balans : A. Aanvullende gegevens Naast de samenvatting van de waarderingsregels krachtens artikel 28, § 1, tweede lid, en naast de vermeldingen die in voorkomend geval moeten worden opgenomen krachtens de artikelen 24, tweede lid, 25, § 3, tweede lid, 29, tweede en derde lid, 30, derde lid, 33, 34, 37, 38, 43, derde lid, 57, § 1, tweede lid, 58, tweede lid, 61, § 1, eerste en vierde lid, 64, § 1, eerste lid, 66, § 1, 71, tweede lid, 83, tweede lid, 86, tweede lid en 102, § 1, worden in de toelichting de hierna volgende gegevens opgenomen : I. Een staat van de oprichtingskosten (post I van de activa) met de vermelding van hun nettoboekwaarde per einde van het vorige boekjaar, de mutaties tijdens het (nieuwe kosten van het boekjaar, afschrijvingen, andere) alsmede de nettoboekwaarde per einde van het boekjaar. Deze laatste wordt uitgesplitst in : - Kosten van oprichting of kapitaalverhoging, kosten bij uitgifte van leningen, en andere oprichtingskosten; - Herstructureringskosten.

II. Een staat van de immateriële vaste activa (post II van de activa) die een uitsplitsing bevat in : - Kosten van onderzoek en ontwikkeling; - Concessies, octrooien, licenties, know-how, merken en soortgelijke rechten; - Goodwill; - Vooruitbetalingen, en voor elk van deze posten de gegevens vermeldt bedoeld onder de punten a), c) en d) van de hieronder vermelde staat III. De meerwaarden die werden geboekt vóór het begin van het boekjaar dat ingaat na 31 december 1983 worden onder punt a) vermeld samen met de aanschaffingswaarde bij het begin van dat boekjaar.

III. Een staat van de materiële vaste activa (post III van de activa) die een uitsplitsing bevat in : - Terreinen en gebouwen (III.A); - Installaties, machines en uitrusting (III.B); - Meubilair en rollend materieel (III.C); - Leasing en soortgelijke rechten (III.D); - Overige materiële vaste activa (III.E); - Activa in aanbouw en vooruitbetalingen (III.F), en voor elk van deze posten de volgende gegevens vermeldt : a) het bedrag van de aanschaffingswaarde per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (aanschaffingen, met inbegrip van de geproduceerde vaste activa, overdrachten en buitengebruikstellingen, overboekingen van een post naar een andere), en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;b) het bedrag van de meerwaarden per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekte meerwaarden, meerwaarden verworven van derden, afgeboekte meerwaarden, overboekingen van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;c) het bedrag van de afschrijvingen en de waardeverminderingen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekt of teruggenomen via de resultatenrekening, verworven van derden, afgeboekt, overgeboekt van een post naar een andere) en het bedrag van deze afschrijvingen en waardeverminderingen per einde van het boekjaar;d) het bedrag van de nettoboekwaarde per einde van het boekjaar. Voor de rechten waarover de vennootschap beschikt op grond van leasing of een gelijkaardige overeenkomst wordt de netto-boekwaarde op het einde van het boekjaar uitgesplitst in : terreinen en gebouwen; installaties, machines en uitrusting; meubilair en rollend materieel.

IV. Een staat van de financiële vaste activa (post IV van de activa) die een uitsplitsing bevat in : A. eensdeels : - Deelnemingen in verbonden ondernemingen (IV.A.1); - Andere deelnemingen (IV.B.1); - Andere aandelen (IV.C.1), met vermelding voor elk van deze posten van de gegevens bedoeld onder de punten a), b), c) en d) van de hierboven vermelde staat III evenals van de niet opgevraagde bedragen per einde van het vorig boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;

B. anderdeels : - Vorderingen op verbonden ondernemingen (IV.A.2) - Vorderingen op ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat (IV.B.2); - Andere vorderingen (IV.C.2), met vermelding voor elk van deze posten van de nettoboekwaarde per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (toevoegingen, terugbetalingen, geboekte en teruggenomen waardeverminderingen, wisselkoersverschillen, overige), de boekwaarde per einde van het boekjaar en het gecumuleerde bedrag van de waardeverminderingen per einde van het boekjaar.

V. A. De lijst van de ondernemingen waarin de vennootschap een deelneming bezit in de zin van deze titel, alsmede van de andere ondernemingen waarin de vennootschap maatschappelijke rechten bezit ten belope van ten minste tien procent van het geplaatste kapitaal.

Voor elk van deze ondernemingen moeten de volgende gegevens worden verstrekt : de naam, de zetel en zo het een onderneming naar Belgisch recht betreft, het BTW-nummer of het nationale identificatienummer; het aantal maatschappelijke rechten dat rechtstreeks door de vennootschap wordt gehouden en het percentage vertegenwoordigd door dit bezit, evenals het percentage maatschappelijke rechten gehouden door dochtervennootschappen van de vennootschap; het bedrag van het eigen vermogen en het netto-resultaat over het laatste boekjaar waarvoor de jaarrekening beschikbaar is. Het aantal gehouden maatschappelijke rechten en het percentage dat ze vertegenwoordigen worden in voorkomend geval vermeld per soort van uitgegeven maatschappelijke rechten. Dezelfde gegevens worden verstrekt over de rechtstreeks en onrechtstreeks gehouden conversie- en intekenrechten.

Het bedrag van het eigen vermogen en het nettoresultaat over het laatste boekjaar waarvoor de jaarrekening beschikbaar is, mogen worden weggelaten : 1° indien de onderneming waarin wordt deelgenomen of waarvan maatschappelijke rechten worden gehouden door consolidatie wordt opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap, opgemaakt en openbaar gemaakt overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen en titel II van dit boek, of 2° indien de betrokken onderneming deze gegevens niet openbaar moet maken;deze uitzondering geldt evenwel niet voor dochtervennootschappen.

Het bedrag van het eigen vermogen en van het nettoresultaat van de buitenlandse ondernemingen wordt uitgedrukt in vreemde munt; deze munt wordt vermeld.

B. De lijst van de ondernemingen waarvoor de vennootschap onbeperkt aansprakelijk is in haar hoedanigheid van onbeperkt aansprakelijke vennoot of lid.

Voor elk van de ondernemingen waarvoor de vennootschap onbeperkt aansprakelijk is worden volgende gegevens verstrekt : de naam, de zetel, de rechtsvorm en zo het een onderneming naar Belgisch recht betreft, het B.T.W.-nummer of het nationale identificatienummer.

De jaarrekening van elk van de ondernemingen waarvoor de vennootschap onbeperkt aansprakelijk is, wordt bij de jaarrekening van de vennootschap gevoegd en samen hiermee openbaar gemaakt. Op voorwaarde dat zulks in deze staat V. B wordt vermeld, is dit voorschrift echter niet van toepassing : 1° wanneer de jaarrekening van deze onderneming wordt openbaar gemaakt op een wijze die strookt met artikel 98 van het Wetboek van vennootschappen of daadwerkelijk wordt openbaar gemaakt in een andere Lid-Staat van de EEG, zoals voorgeschreven door artikel 3 van de richtlijn 68/151/EEG of 2° wanneer de jaarrekening van deze onderneming door integrale of evenredige consolidatie wordt opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap die is opgesteld, gecontroleerd en openbaar gemaakt overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen en titel II van dit Boek. VI. Wat de geldbeleggingen betreft, worden de "overige beleggingen" (post VIII.B. van de activa) uitgesplitst in : - aandelen, met uitdrukkelijke vermelding van het niet opgevraagde bedrag; - vastrentende effecten, met afzonderlijke vermelding van de effecten uitgegeven door kredietinstellingen; - termijnrekeningen op kredietinstellingen, uitgesplitst naar gelang de resterende looptijd of de opzegtermijn hoogstens één maand, meer dan één maand en hoogstens één jaar, of meer dan één jaar bedraagt.

De vergelijkende bedragen over het vorige boekjaar worden vermeld.

VII. Wat de overlopende rekeningen betreft (post X van de activa), een uitsplitsing van deze post indien daaronder een belangrijk bedrag voorkomt.

VIII. Een staat met betrekking tot het kapitaal, die vermeldt : A. - het bedrag van het geplaatste kapitaal, evenals de aard en het bedrag van de verschillende wijzigingen daarvan tijdens het boekjaar en het aantal daarbij betrokken aandelen; - de samenstelling van het kapitaal bij de jaarafsluiting; indien er verschillende soorten aandelen bestaan die het kapitaal vertegenwoordigen, het aantal aandelen van elke soort en het kapitaalbedrag dat ze vertegenwoordigen; - de uitsplitsing van het kapitaal in aandelen op naam en aan toonder;

B. het bedrag van het niet opgevraagde kapitaal en van het opgevraagde, niet gestorte kapitaal naast de lijst bedoeld in artikel 479 van het Wetboek van vennootschappen, indien dit artikel op de vennootschap toepasselijk is;

C. het aantal eigen aandelen dat respectievelijk door de vennootschap zelf en door haar dochters wordt gehouden, evenals het kapitaalbedrag vertegenwoordigd door deze aandelen;

D. de verplichtingen tot uitgifte van aandelen als gevolg van de uitoefening van conversie- of inschrijvingsrechten, met vermelding van het bedrag van de lopende converteerbare leningen, van het aantal inschrijvingsrechten in omloop, van het maximum aantal uit te geven aandelen en van het overeenstemmende bedrag te plaatsen kapitaal;

E. het bedrag van het toegestane, niet geplaatste kapitaal;

F. het aantal uitgegeven aandelen buiten kapitaal, het daaraan verbonden stemrecht, alsmede, in voorkomend geval, het aantal van deze aandelen dat respectievelijk door de vennootschap zelf en door haar dochters wordt gehouden.

IX. Wat de voorzieningen voor risico's en kosten (post VII van de passiva) betreft, een uitsplitsing van post "VII.D. Overige risico's en kosten" wanneer onder deze post een belangrijk bedrag voorkomt.

X. Een staat van de schulden, die vermeldt : A. een uitsplitsing, per post van post VIII van de passiva, van de schulden met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar, naar gelang hun resterende looptijd hoogstens één jaar, meer dan één jaar doch hoogstens vijf jaar, of meer dan vijf jaar bedraagt;

B. het bedrag van de schulden (posten VIII en IX van de passiva) of van het gedeelte van de schulden die gewaarborgd zijn door : 1° Belgische overheidsinstellingen;2° zakelijke zekerheden gesteld of onherroepelijk beloofd op activa van de vennootschap. De bevoorrechte schulden worden niet opgenomen onder de gewaarborgde schulden tenzij het gaat om het voorrecht van de verkoper. Het eigendomsvoorbehoud wordt gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid.

De bedragen bedoeld onder 1° en 2° worden uitgesplitst per post voorzien in de rubrieken VIII en IX van de passiva, maar zonder onderscheid naar gelang van hun termijn.

C. 1. Wat de schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten betreft (post IX. E. van de passiva), het bedrag van de vervallen schulden (ongeacht of uitstel van betaling is verkregen) ten aanzien van : a) het belastingbestuur;b) de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.2. Wat de belastingen betreft (post IX.E. 1. van de passiva), een uitsplitsing tussen de te betalen belastingen en de geschatte belastingschulden.

De inlichtingen bedoeld onder de punten A. en B., 1° en 2°, van deze staat alsmede de inlichtingen bedoeld onder punt A.2 van staat XVII mogen worden verstrekt in de vorm van een opsomming van de schulden op meer dan één jaar en van de gewaarborgde schulden met de vermelding voor elke schuld van haar aard overeenkomstig de balansposten, haar vervaldag en de verstrekte waarborgen.

XI. Wat de overlopende rekeningen betreft (post X van de passiva), een uitsplitsing van deze post indien daaronder een belangrijk bedrag voorkomt.

XII. De volgende gegevens met betrekking tot de bedrijfsresultaten over het boekjaar en over het vorige boekjaar : A. een uitsplitsing van de netto-omzet (post I.A.) naar categorie bedrijfsactiviteit en naar geografische markten, voor zover deze categorieën en markten, vanuit het oogpunt van de organisatie van de verkoop van goederen en de verlening van diensten in het kader van de normale bedrijfsuitoefening van de vennootschap, onderling aanzienlijke verschillen te zien geven;

B. wat de andere bedrijfsopbrengsten betreft (post I.D.), het totaal bedrag van de subsidies ( andere dan investeringssubsidies) en van de vanwege de overheid ontvangen compenserende bedragen;

C. wat personeel en personeelskosten betreft : 1° De volgende gegevens over het boekjaar en over het vorige boekjaar met betrekking tot de werknemers ingeschreven in het personeelsregister en verbonden met de vennootschap door een arbeidsovereenkomst of een stageovereenkomst zoals bedoeld in het koninklijk besluit nr.230 van 21 december 1983 : a) het totale aantal op afsluitingsdatum van het boekjaar;b) het gemiddelde personeelsbestand berekend in voltijdse equivalenten overeenkomstig artikel 15, § 4, van het Wetboek van vennootschappen;c) het aantal gepresteerde uren berekend overeenkomstig afdeling IV, onderafdeling III, B, 5° van dit hoofdstuk. 2° een uitsplitsing van de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (post II.C.) naar volgend schema : a) bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen;b) patronale bijdragen voor sociale verzekeringen;c) patronale premies voor buitenwettelijke verzekeringen;d) andere personeelskosten;e) pensioenen;3° de voorzieningen voor pensioenen (toevoegingen +;bestedingen en terugnemingen -);

D. wat betreft de waardeverminderingen op voorraden, bestellingen in uitvoering en handelsvorderingen (post II.E.) het respectievelijk bedrag van de geboekte waardeverminderingen eensdeels, en van de terugnemingen van waardeverminderingen anderdeels, uitgesplitst naar : 1° voorraden en bestellingen in uitvoering;2° handelsvorderingen; E. wat de voorzieningen voor risico's en kosten betreft (post II.F.), een uitsplitsing van het bedrag naar toevoegingen eensdeels en bestedingen en terugnemingen anderdeels;

F. wat de andere bedrijfskosten betreft (post II.G.) een uitsplitsing naar gelang het belastingen en taksen op de bedrijfsuitoefening zijn of andere kosten.

G. de volgende gegevens over het boekjaar en het vorige boekjaar met betrekking tot de uitzendkrachten en de ter beschikking van de vennootschap gestelde personen : 1° het totale aantal op afsluitingsdatum van het boekjaar;2° het gemiddelde aantal berekend in voltijdse equivalenten op dezelfde wijze als die gebruikt voor de werknemers ingeschreven in het personeelsregister; - het aantal gepresteerde uren; - de kosten voor de vennootschap.

XIII. De volgende gegevens betreffende de financiële resultatenvan het boekjaar en van het voorafgaande boekjaar : A. wat de andere financiële opbrengsten betreft (post IV.C.), het bedrag van de geboekte kapitaal- en interestsubsidies door de overheid toegekend en aangerekend op het resultaat van het boekjaar, alsmede een uitsplitsing van de overige financiële opbrengsten die onder deze post werden opgenomen, indien het belangrijke bedragen betreft;

B. wat de kosten van schulden betreft (post V.A.), het bedrag van de geactiveerde interesten.

C. wat betreft de waardeverminderingen op vlottende activa (post V.B.), het respectievelijk bedrag van de waardeverminderingen en van de terugnemingen van waardeverminderingen;

D. wat de andere financiële kosten betreft (post V.C.), het bedrag van het disconto ten laste van de vennootschap bij de verhandeling van vorderingen (handelseffecten, facturen en andere vorderingen), het bedrag van de gevormde, aangewende en teruggenomen voorzieningen met financieel karakter alsmede een uitsplitsing van de overige onder deze post opgenomen kosten, indien het om belangrijke bedragen gaat.

XIV. Wat de uitzonderlijke resultaten betreft, een uitsplitsing van de posten "andere uitzonderlijke opbrengsten" en "andere uitzonderlijke kosten", indien het om belangrijke bedragen gaat.

XV. Wat de belastingen op het resultaat betreft (post X), de volgende gegevens : A. een uitsplitsing van de belastingen op het resultaat in : 1° belastingen op het resultaat van het boekjaar, uitgesplitst naar : a) verschuldigde of betaalde belastingen en voorheffingen;b) geactiveerde overschotten van betaalde belastingen en voorheffingen (-); c) geraamde belastingsupplementen (opgenomen onder post IX.E.1. van de passiva); 2° belastingen op het resultaat van vorige boekjaren uitgesplitst naar : a) verschuldigde of betaalde belastingsupplementen; b) geraamde belastingsupplementen (opgenomen onder post IX.E.1. van de passiva) of belastingsupplementen waarvoor een voorziening werd gevormd (opgenomen onder post VII van de passiva);

B. in de mate waarin het resultaat van het boekjaar op belangrijke wijze werd beïnvloed op het stuk van de belastingen, door een verschil tussen de winst vóór belastingen, zoals deze blijkt uit de jaarrekening en de geraamde belastbare winst, worden de belangrijkste oorzaken van dit verschil aangeduid met bijzondere vermelding van deze die voortspruiten uit het tijdverschil tussen de vaststelling van de boekwinst en de fiscale winst;

C. aanduidingen over de invloed van de uitzonderlijke resultaten op de belastingen op het resultaat van het boekjaar;

D. in de mate waarin deze informatie belangrijk is om een inzicht te verkrijgen in de financiële positie van de vennootschap worden inlichtingen verstrekt over de bronnen, op het einde van het boekjaar, van belastinglatenties. In het bijzonder worden als bronnen van actieve belastinglatenties vermeld, de gecumuleerde fiscale verliezen die aftrekbaar zijn van latere belastbare winsten.

XVI. De vermelding van het bedrag, voor het boekjaar en voor het vorige boekjaar, van de andere taksen en belastingen ten laste van derden, waarbij worden onderscheiden : A. de belasting over de toegevoegde waarde, de egalisatiebelasting en de speciale taks in rekening gebracht tijdens het boekjaar : 1° aan de vennootschap (aftrekbaar);2° door de vennootschap; B. de ingehouden bedragen ten laste van derden bij wijze van : 1° bedrijfsvoorheffing;2° roerende voorheffing. XVII. De volgende gegevens met betrekking tot niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen : A. . Het bedrag van de persoonlijke zekerheden die door de vennootschap werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden of verplichtingen van derden, met afzonderlijke vermelding van de door de vennootschap geëndosseerde handelseffecten in omloop, van de door de vennootschap getrokken of voor aval getekende handelseffecten alsmede het maximumbedrag ten belope waarvan andere verplichtingen van derden door de vennootschap zijn gewaarborgd; 2. het bedrag van de zakelijke zekerheden die door de vennootschap werden gesteld of onherroepelijk beloofd op haar eigen activa als waarborg voor eigen schulden en verplichtingen eensdeels en voor schulden en verplichtingen van derden anderdeels, met volgende vermeldingen : - wat de hypotheken betreft, de boekwaarde van de bezwaarde activa en het bedrag van de hypothecaire inschrijving; - wat het pand op het handelsfonds betreft, het bedrag van de inschrijving; - wat het pand (met inbegrip van het eigendomsvoorbehoud) betreft op andere activa, de boekwaarde van de in pand gegeven activa; - wat de zekerheden betreft op nog door de onderneming te verwerven activa, het bedrag van de betrokken activa; 3. de goederen en waarden gehouden door derden in hun naam maar ten bate en op risico van de vennootschap, voorzover deze goederen en waarden niet in de balans zijn opgenomen;4. de belangrijke verplichtingen tot aan- of verkoop van vaste activa, uitgesplitst naar verplichtingen tot aankoop en verplichtingen tot verkoop;5. het bedrag van de termijnverrichtingen, met afzonderlijke vermelding van het bedrag der gekochte (te ontvangen) goederen, van de verkochte (te leveren) goederen, van de gekochte (te ontvangen) deviezen en van de verkochte (te leveren) deviezen; B. inlichtingen betreffende de technische waarborgen verbonden met reeds gepresteerde verkopen of diensten;

C. inlichtingen betreffende belangrijke hangende geschillen en andere belangrijke verplichtingen die hierboven niet zijn bedoeld;

D. indien ten behoeve van de personeels- of directieleden van de vennootschap is voorzien in een aanvullend rust- of overlevingspensioen, een beknopte beschrijving van de desbetreffende regeling met opgave van de maatregelen die de vennootschap heeft genomen om de daaruit voortvloeiende kosten te dekken. Wat de pensioenen betreft die door de vennootschap zelf worden gedragen wordt het bedrag geschat van de verplichtingen die voortvloeien uit reeds gepresteerd werk met een korte beschrijving van de wijze waarop dit bedrag wordt berekend.

XVIII. Een staat over de betrekkingen met verbonden ondernemingen die zowel voor het afgesloten boekjaar als voor het vorige boekjaar vermeldt : 1. het bedrag van de financiële vaste activa waarbij worden onderscheiden de deelnemingen, de achtergestelde vorderingen en de andere vorderingen;2. het bedrag van de vorderingen respectievelijk op meer dan één jaar en op hoogstens één jaar;3. de geldbeleggingen met een onderscheid tussen aandelen en vorderingen;4. het bedrag der schulden respectievelijk op meer dan één jaar en op hoogstens één jaar;5. het bedrag van de persoonlijke en zakelijke zekerheden die door de vennootschap werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden of verplichtingen van verbonden ondernemingen alsmede het bedrag van de persoonlijke en zakelijke zekerheden die door verbonden ondernemingen werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden of verplichtingen van de vennootschap.6. de andere betekenisvolle financiële verplichtingen;7. de financiële resultaten waarbij worden onderscheiden inzake de opbrengsten : - de opbrengsten uit financiële vaste activa, - de opbrengsten uit vlottende activa, - de andere financiële opbrengsten, en inzake de kosten : - de kosten van schulden, - de andere financiële kosten;8. de meer- en minderwaarden die werden verwezenlijkt bij de realisatie van vaste activa. De vermeldingen bedoeld onder 1., 2. en 4. moeten eveneens worden verstrekt voor de ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat.

Indien de vennootschap een moedervennootschap is in de zin van artikel 6 van het Wetboek van vennootschappen, vermeldt de staat of zij een geconsolideerde jaarrekening en een geconsolideerd jaarverslag opstelt en openbaar maakt. Wanneer zij met toepassing van de artikelen 112 en 113 van voornoemd Wetboek geen geconsolideerde jaarrekening noch een geconsolideerd jaarverslag opstelt, vermeldt de staat de reden waarom; bij toepassing van artikel 113 van voornoemd Wetboek worden de naam en de zetel, en als het een onderneming naar Belgisch recht betreft het BTW-nummer of het nationale identificatienummer, vermeld van de moederonderneming die de geconsolideerde jaarrekening opmaakt en openbaar maakt en wordt inzonderheid aangetoond dat aan de voorwaarden van artikel 113, paragrafen 2 en 3, van voornoemd Wetboek is voldaan.

Indien de vennootschap een dochteronderneming is van een andere onderneming of een gemeenschappelijke dochteronderneming van verschillende ondernemingen, vermeldt de staat de naam en de zetel, en zo het gaat om een onderneming naar Belgisch recht, het BTW-nummer of het nationale identificatienummer, van de onderneming(en) waarvan zij de dochteronderneming of de gemeenschappelijke dochteronderneming is en of deze moederondernemingen een geconsolideerde jaarrekening opstellen waarin de jaarrekening van de vennootschap door consolidatie wordt opgenomen. Als dat zo is, vermeldt de staat, tenzij het om een moederonderneming naar Belgisch recht gaat, de plaats waar deze geconsolideerde jaarrekening verkrijgbaar is. Wordt de jaarrekening van de vennootschap op verschillende niveaus geconsolideerd, dan worden de in dit lid bedoelde gegevens verstrekt, enerzijds, voor het grootste geheel en, anderzijds, voor het kleinste geheel van ondernemingen waarvan de vennootschap als dochter deel uitmaakt en waarvoor een geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld en openbaar gemaakt.

XIX. De volgende gegevens over bestuurders en zaakvoerders : - het bedrag per einde van het boekjaar van de vorderingen van de onderneming op bestuurders en zaakvoerders, alsmede de in hun voordeel toegestane waarborgen en de andere betekenisvolle verplichtingen aangegaan in hun voordeel, met vermelding van de belangrijkste voorwaarden inzake deze vorderingen, waarborgen en verplichtingen; - het bedrag van de rechtstreekse en onrechtstreekse bezoldigingen en van de ten laste van de resultatenrekening toegekende pensioenen, respectievelijk aan bestuurders en zaakvoerders en aan oud-bestuurders en zaakvoerders, voor zover deze vermelding niet uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op de toestand van een enkel identificeerbaar persoon.

De gegevens bedoeld achter het eerste streepje van het eerste lid moeten eveneens worden verstrekt voor de vorderingen, waarborgen en betekenisvolle verplichtingen die werden aangegaan in het voordeel van natuurlijke of rechtspersonen die de vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks controleren maar geen verbonden ondernemingen zijn in de zin van dit besluit, alsmede in het voordeel van de andere ondernemingen die hogergenoemde personen rechtstreeks of onrechtstreeks controleren. Deze gegevens mogen samen met de achter het eerste streepje van het eerste lid bedoelde gegevens worden verstrekt.

B. Sociale balans Volgende gegevens inzake het personeelsbestand dienen in deze afdeling vermeld te worden : I. Een staat van de tewerkgestelde personen met uitsplitsing tussen enerzijds de personen ingeschreven in het personeelsregister en anderzijds de uitzendkrachten en ter beschikking van de vennootschap gestelde personen.

Wat de werknemers ingeschreven in het personeelsregister betreft, vermeldt deze staat : 1° voor de betrokken periode : - het gemiddelde aantal voltijdse en deeltijdse werknemers van het boekjaar en het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten van het boekjaar en van het vorige boekjaar; - het aantal gepresteerde uren van de voltijdse en deeltijdse werknemers tijdens het boekjaar en het totale aantal gepresteerde uren van het boekjaar en van het vorige boekjaar; - de personeelskosten van de voltijdse en deeltijdse werknemers van het boekjaar en de totale personeelskosten van het boekjaar en het vorige boekjaar; - het totaal van de voordelen bovenop het loon van het boekjaar en het vorige boekjaar.

Deze laatste twee rubrieken moeten niet ingevuld worden wanneer het gaat om één enkele persoon. 2° op de afsluitingsdatum van het boekjaar : Het aantal voltijdse en deeltijdse werknemers en het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten.Dezelfde gegevens moeten worden verstrekt volgens de aard van de arbeidsovereenkomst, volgens het geslacht en volgens de beroepscategorie.

Wat de uitzendkrachten en de ter beschikking van de vennootschap gestelde personen betreft, vermeldt deze staat voor het betrokken boekjaar en voor beide categorieën afzonderlijk, het gemiddelde aantal, het aantal gepresteerde uren en de kosten voor de onderneming.

II. Een tabel van de personeelsbewegingen tijdens het boekjaar die volgende vermeldingen bevat : 1° het aantal voltijdse en deeltijdse werknemers en het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten die tijdens het boekjaar in het personeelsregister werden ingeschreven.Dezelfde gegevens moeten worden verstrekt volgens de aard van de arbeidsovereenkomst en volgens het geslacht en het studieniveau; 2° het aantal voltijdse en deeltijdse werknemers en het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten met een in het personeelsregister opgetekende datum waarop hun overeenkomst tijdens het boekjaar een einde nam.Dezelfde gegevens moeten worden verstrekt volgens de aard van de arbeidsovereenkomst, het geslacht, het studieniveau en één van de volgende redenen van beëindiging van de overeenkomst : pensioen, brugpensioen, afdanking of andere reden (met afzonderlijke vermelding van degenen die als zelfstandigen ten minste op halftijdse basis diensten blijven verlenen aan de vennootschap).

III. Een staat met maatregelen ten gunste van de tewerkstelling.

Deze staat maakt een onderscheid tussen de hierna opgesomde maatregelen waaraan al dan niet een financieel voordeel is verbonden en vermeldt : a) voor het boekjaar : voor elke maatregel het totale aantal betrokken werknemers, het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten en, wat de maatregelen met een financieel voordeel betreft, het financieel voordeel;b) voor het boekjaar en het vorige boekjaar : het door het geheel van deze maatregelen betrokken totale aantal werknemers en het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten. I. Maatregelen met financieel voordeel 1. bedrijfsplan 2.jongerenbanenplan 3. lage lonen 4.tewerkstellingsakkoorden 1995-1996 5.banenplan ter bevordering van de tewerkstelling van langdurig werklozen 6. Maribel 7.herinschakelingsjobs (ouder dan 50 jaar) 8. conventioneel halftijds brugpensioen 9.volledige loopbaanonderbreking 10. vermindering van de arbeidsprestaties (deeltijdse loopbaanonderbreking) De inlichtingen bedoeld in 1 en 4 moeten verstrekt worden volgens het geslacht. II. Andere maatregelen 1. eerste werkervaringscontract 2.ingroeibanen 3. jongerenstage 4.overeenkomsten werkopleiding 5. leerovereenkomst 6.opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor een bepaalde tijd 7. conventioneel brugpensioen IV.Een staat met inlichtingen over de opleidingen voor de werknemers.

Deze vermeldt, per geslacht, het aantal werknemers die een opleiding hebben gevolgd, het aantal gevolgde opleidingsuren en de kosten ervan voor de vennootschap. Afdeling III. - Jaarrekening in verkorte vorm : schema van de balans,

schema van de resultatenrekening en inhoud van de toelichting Onderafdeling I. - Schema van de balans

Art. 92.De balans moet worden opgesteld volgens onderstaand schema : ACTIVA Vaste activa I. Oprichtingskosten II. Immateriele vaste activa III. Materiele vaste activa A. Terreinen en gebouwen B. Installaties, machines en uitrusting C. Meubilair en rollend materieel D. Leasing en soortgelijke rechten E. Overige materiele vaste activa F. Activa in aanbouw en vooruitbetalingen IV. Financiele vaste activa Vlottende activa V. Vorderingen op meer dan een jaar A. Handelsvorderingen B. Overige vorderingen VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering A. Voorraden B. Bestellingen in uitvoering VII. Vorderingen op ten hoogste een jaar A. Handelsvorderingen B. Overige vorderingen VIII. Geldbeleggingen IX. Liquide middelen X. Overlopende rekeningen Totaal der activa PASSIVA Eigen vermogen I. Kapitaal A. Geplaatst kapitaal B. Niet opgevraagd kapitaal (-) II. Uitgiftepremies III. Herwaarderingsmeerwaarden IV. Reserves A. Wettelijke reserve B. Onbeschikbare reserves 1. Voor eigen aandelen 2.Andere C. Belastingvrije reserves D. Beschikbare reserves V. Overgedragen winst (Overgedragen verlies) VI. Kapitaalsubsidies Voorzieningen en uitgestelde belastingen VII. A. Voorzieningen voor risico's en kosten B. Uitgestelde belastingen Schulden VIII. Schulden op meer dan een jaar A. Financiële schulden 1. Kredietinstellingen, leasingschulden en soortgelijke 2.Overige leningen B. Handelsschulden C. Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen D. Overige schulden IX. Schulden op ten hoogste een jaar A. Schulden op meer dan een jaar die binnen het jaar vervallen B. Financiële schulden 1. Kredietinstellingen 2.Overige leningen C. Handelsschulden 1. Leveranciers 2.Te betalen wissels D. Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen E. Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten 1. Belastingen 2.Bezoldigingen en sociale lasten F. Overige schulden X. Overlopende rekeningen Totaal der passiva Onderafdeling II. - Schema van de resultatenrekening

Art. 93.De resultatenrekening moet worden opgesteld volgens onderstaand schema : I. A.B. Bruto-marge (+) (-) C. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (-) D. Afschrijvingen en waarde-verminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa (-) E. Waardeverminderingen op voorraden, op bestellingen in uitvoering en op handelsvorderingen (-) (+) F. Voorzieningen voor risico's en kosten (-) (+) G. Andere bedrijfskosten (-) Bedrijfswinst (Bedrijfsverlies) II. Financiele opbrengsten (+) Financiele kosten (-) Winst (Verlies) uit de gewone bedrijfsuitoefening, voor belasting III. Uitzonderlijke opbrengsten (+) Uitzonderlijke kosten (-) Winst (Verlies) van het boekjaar voor belasting IIIbis. Overboeking naar de uitgestelde belastingen (-) Onttrekkingen aan de uitgestelde belastingen (+) IV. Belastingen op het resultaat (-) (+) Winst (Verlies) van het boekjaar V. Overboeking naar de belastingvrije reserves (-) Onttrekking aan de belastingvrije reserves (+).

Te bestemmen winst (Te verwerken verlies) van het boekjaar Resultaatverwerking A. Te bestemmen winst (Te verwerken verlies) 1. Te bestemmen winst (Te verwerken verlies) van het boekjaar 2.Overgedragen winst (overgedragen verlies) van het vorige boekjaar B. Onttrekking aan de eigen middelen (+) C. Toevoeging aan het eigen vermogen 1. aan het kapitaal en de uitgiftepremie 2.aan de wettelijke reserve 3. aan de overige reserves D.Over te dragen resultaat 1. Over te dragen winst (-) 2.Over te dragen verlies (+) E. Tussenkomst van de vennoten (of van de eigenaar) in het verlies (-) F. Uit te keren winst (-) 1. Vergoeding van het kapitaal (a) 2.Beheerders of zaakvoerders (a) 3. Andere rechthebbenden (a) (a) Alleen voor de vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid naar Belgisch recht. Onderafdeling III. - Inhoud van de toelichting

Art. 94.De toelichting bevat de hierna vermelde aanvullende gegevens en gegevens m.b.t. de sociale balans : A. Aanvullende gegevens Naast de samenvatting van de waarderingsregels krachtens artikel 28, § 1, tweede lid, en naast de vermeldingen die in voorkomend geval moeten worden opgenomen krachtens de artikelen 24, tweede lid, 25, § 3, tweede lid, 29, tweede en derde lid, 30, derde lid, 33, 34, 37, 38, 43, derde lid, 57, § 1, tweede lid, 58, tweede lid, 61, § 1, eerste en vierde lid, 64, § 1, eerste lid, 71, tweede alinea, 83, tweede lid, 86, tweede lid en 102, § 1, worden in de toelichting de hierna volgende gegevens opgenomen : I. Een staat van de vaste activa (posten II, III en IV van de activa) die respectievelijk inzake de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa de volgende gegevens bevat : a) het bedrag van de aanschaffingswaarde per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (aanschaffingen, met inbegrip van de geproduceerde vaste activa, overdrachten en buitengebruikstellingen, overboekingen van een post naar een andere, evenals voor de financiële vaste activa de andere mutaties), en van het bedrag ervan per einde van het boekjaar;b) uitgezonderd voor de immateriële vaste activa, het bedrag van de meerwaarden per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekte meerwaarden, meerwaarden verworven van derden, afgeboekte meerwaarden, overboekingen van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;c) het bedrag van de afschrijvingen en de waardeverminderingen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar (geboekt of teruggenomen via de resultatenrekening, verworven van derden, afgeboekt, overgeboekt van een post naar een andere) en het bedrag ervan per einde van het boekjaar;d) wat de financiële vaste activa betreft, de niet opgevraagde bedragen per einde van het vorige boekjaar, de mutaties ervan tijdens het boekjaar, evenals het bedrag ervan per einde van het boekjaar;e) het bedrag van de nettoboekwaarde per einde van het boekjaar. II. A. De lijst van de ondernemingen waarin de vennootschap een deelneming bezit in de zin van deze titel, alsmede van de andere ondernemingen waarin de vennootschap maatschappelijke rechten bezit ten belope van ten minste tien procent van het geplaatste kapitaal.

Voor elk van deze ondernemingen moeten de volgende gegevens worden verstrekt : de naam, de zetel en zo het een onderneming naar Belgisch recht betreft, het BTW-nummer of het nationale identificatienummer; het aantal maatschappelijke rechten dat rechtstreeks door de vennootschap wordt gehouden en het percentage vertegenwoordigd door dit bezit, evenals het percentage maatschappelijke rechten gehouden door dochterondernemingen van de vennootschap; het bedrag van het eigen vermogen en het nettoresultaat over het laatste boekjaar waarvoor de jaarrekening beschikbaar is. Het aantal gehouden maatschappelijke rechten en het percentage dat ze vertegenwoordigen worden in voorkomend geval vermeld per soort van uitgegeven maatschappelijke rechten. Dezelfde gegevens worden verstrekt over de rechtstreeks of onrechtstreeks gehouden conversie- en intekenrechten.

Het bedrag van het eigen vermogen en het nettoresultaat over het laatste boekjaar waarvoor de jaarrekening beschikbaar is mogen worden weggelaten indien de betrokken onderneming deze gegevens niet moet openbaar maken; deze uitzondering geldt evenwel niet voor dochterondernemingen.

Het bedrag van het eigen vermogen en van het nettoresultaat van de buitenlandse ondernemingen wordt uitgedrukt in vreemde munt; deze munt wordt vermeld.

B. De lijst van de ondernemingen waarvoor de vennootschap onbeperkt aansprakelijk is in haar hoedanigheid van onbeperkt aansprakelijke vennoot of lid.

Voor elk van de ondernemingen waarvoor de vennootschap onbeperkt aansprakelijk is worden volgende gegevens verstrekt : de naam, de zetel, de rechtsvorm en zo het een onderneming naar Belgisch recht betreft, het BTW-nummer of het nationale identificatienummer.

De jaarrekening van elk van de ondernemingen waarvoor de vennootschap onbeperkt aansprakelijk is wordt bij de jaarrekening van de vennootschap gevoegd en samen hiermee openbaar gemaakt. Op voorwaarde dat zulks in deze staat II, B wordt vermeld, is dit voorschrift echter niet van toepassing wanneer de jaarrekening van deze onderneming zelf wordt openbaar gemaakt op een wijze die strookt met artikel 98 van het Wetboek van vennootschappen of daadwerkelijk wordt openbaar gemaakt in een andere Lid-Staat van de EEG, overeenkomstig artikel 3 van de richtlijn 68/151/EEG. III. Een staat met betrekking tot het kapitaal, die vermeldt : A. - het bedrag van het geplaatste kapitaal, evenals de aard en het bedrag van de verschillende wijzigingen daarvan tijdens het boekjaar en het aantal daarbij betrokken aandelen; - de samenstelling van het kapitaal bij de jaarafsluiting; indien er verschillende soorten aandelen bestaan die het kapitaal vertegenwoordigen, het aantal aandelen van elke soort en het kapitaalbedrag dat ze vertegenwoordigen;

B. het bedrag van het niet opgevraagde kapitaal en van het opgevraagde, niet gestorte kapitaal naast de lijst bedoeld in artikel 479 van het Wetboek van vennootschappen, indien dit artikel op de onderneming toepasselijk is;

C. het aantal eigen aandelen dat respectievelijk door de vennootschap zelf en door haar dochters wordt gehouden, evenals het kapitaalbedrag vertegenwoordigd door deze aandelen;

D. de verplichtingen tot uitgifte van aandelen als gevolg van de uitoefening van conversie- of inschrijvingsrechten, met vermelding van het bedrag van de lopende converteerbare leningen, van het aantal inschrijvingsrechten in omloop, van het maximum aantal uit te geven aandelen en van het overeenstemmende bedrag te plaatsen kapitaal;

E. het bedrag van het toegestane, niet geplaatste kapitaal;

F. het aantal uitgegeven aandelen buiten kapitaal, het daaraan verbonden stemrecht, alsmede, in voorkomend geval, het aantal van deze aandelen dat respectievelijk door de vennootschap zelf en door haar dochters wordt gehouden.

IV. Een uitsplitsing van de voorzieningen voor risico's en kosten indien deze voorzieningen betrekking hebben op belangrijke bedragen.

V. Een staat van de schulden, die vermeldt : A. een uitsplitsing van de schulden met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar, naar gelang hun resterende looptijd hoogstens één jaar, meer dan één jaar doch hoogstens vijf jaar, of meer dan vijf jaar bedraagt;

B. het bedrag van de schulden (posten VIII en IX van de passiva) of van het gedeelte van de schulden die gewaarborgd zijn door : 1° Belgische overheidsinstellingen;2° zakelijke zekerheden gesteld of onherroepelijk beloofd op activa van de vennootschap. De bevoorrechte schulden worden niet opgenomen onder de gewaarborgde schulden tenzij het gaat om het voorrecht van de verkoper. Het eigendomsvoorbehoud wordt gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid.

De bedragen bedoeld onder 1° en 2° worden uitgesplitst per post voorzien in de rubrieken VIII en IX van de passiva, maar zonder onderscheid naar gelang van hun termijn.

C. Wat de schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten betreft (post IX. E. van de passiva) het bedrag van de vervallen schulden (ongeacht of uitstel van betaling is verkregen) ten aanzien van : a) het belastingbestuur;b) de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. De inlichtingen bedoeld onder de punten A. en B,1° en 2°; van deze staat alsmede de inlichtingen bedoeld onder punt A. 2. Van staat VIII mogen worden verstrekt via een opsomming van de schulden op meer dan één jaar en van de gewaarborgde schulden, met vermelding voor elke schuld van haar aard (overeenkomstig de balansposten), haar vervaldag en de verstrekte waarborgen.

VI. De volgende gegevens met betrekking tot personeel en personeelskosten : 1° de volgende gegevens over het boekjaar en over het vorige boekjaar met betrekking tot de werknemers ingeschreven in het personeelsregister en verbonden met de vennootschap door een arbeidsovereenkomst of een stageovereenkomst bedoeld door het koninklijk besluit nr.230 van 21 december 1983 : a) het totale aantal op afsluitingsdatum van het boekjaar;b) het gemiddelde personeelsbestand, berekend in voltijdse equivalenten overeenkomstig artikel 15, § 4, van het Wetboek van vennootschappen;c) het aantal gepresteerde uren, berekend overeenkomstig afdeling IV, onderafdeling III, B, 5°, van dit hoofdstuk.2. een uitsplitsing van de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen naar volgend schema : a) bezoldigingen en andere rechtstreekse sociale voordelen;b) patronale bijdragen voor sociale verzekeringen;c) patronale premies voor buitenwettelijke verzekeringen;d) andere personeelskosten;e) pensioenen. VII. De volgende gegevens betreffende de financiële resultaten van het boekjaar en van het voorafgaande boekjaar : A. het bedrag van de kapitaal- en de interestsubsidies door de overheid toegekend en aangerekend op het resultaat van het boekjaar;

B. het bedrag van de geactiveerde interesten;

C. het bedrag van het disconto ten laste van de onderneming bij de verhandeling van vorderingen (handelseffecten, facturen en andere vorderingen) alsook het saldobedrag van de gevormde, aangewende en teruggenomen voorzieningen met financieel karakter.

VIII. De volgende gegevens met betrekking tot niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen : A. 1° het bedrag van de persoonlijke zekerheden die door de vennootschap werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden en verplichtingen van derden, met afzonderlijke vermelding van de door de vennootschap overgedragen en door haar geëndosseerde wissels; 2° het bedrag van de zakelijke zekerheden die door de vennootschap werden gesteld of onherroepelijk beloofd op haar eigen activa als waarborg voor eigen schulden en verplichtingen eensdeels, en voor schulden en verplichtingen van derden anderdeels, met volgende vermeldingen : - wat de hypotheken betreft, de boekwaarde van de bezwaarde activa en het bedrag van de hypothecaire inschrijving; - wat het pand op het handelsfonds betreft, het bedrag van de inschrijving; - wat het pand (met inbegrip van het eigendomsvoorbehoud) betreft op andere activa, de boekwaarde van de in pand gegeven activa; - wat de zekerheden betreft op nog door de onderneming te verwerven activa, het bedrag van de betrokken activa;

B. inlichtingen betreffende belangrijke hangende geschillen en andere belangrijke verplichtingen die hierboven niet zijn bedoeld.

IX. Wat verbonden ondernemingen betreft, het bedrag per einde van het boekjaar van de op hen uitstaande vorderingen, alsmede de in hun voordeel toegestane waarborgen en de andere betekenisvolle verplichtingen aangegaan in hun voordeel.

Indien de vennootschap een dochteronderneming is van een andere onderneming of een gemeenschappelijke dochter van verschillende ondernemingen, vermeldt de staat de naam en de zetel en zo het gaat om een onderneming naar Belgisch recht, het BTW-nummer of het nationale identificatienummer van de onderneming(en) waarvan zij de dochteronderneming of de gemeenschappelijke dochteronderneming is en of deze moederondernemingen een geconsolideerde jaarrekening opstellen waarin de jaarrekening van de vennootschap door consolidatie wordt opgenomen. Als dat zo is, vermeldt de staat, tenzij het om een moederonderneming naar Belgisch recht gaat, de plaats waar deze geconsolideerde jaarrekening verkrijgbaar is. Wordt de jaarrekening van de vennootschap op verschillende niveaus geconsolideerd, dan worden de in dit lid bedoelde gegevens verstrekt enerzijds voor het grootste geheel en anderzijds voor het kleinste geheel van ondernemingen waarvan de vennootschap als dochter deel uitmaakt en waarvoor een geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld en openbaar gemaakt.

X. Wat bestuurders en zaakvoerders betreft, het bedrag per einde van het boekjaar van de op hen uitstaande vorderingen, alsmede de in hun voordeel toegestane waarborgen en de andere betekenisvolle verplichtingen aangegaan in hun voordeel, met vermelding van de rente en de duur van deze vorderingen.

De gegevens bedoeld in het eerste lid moeten eveneens worden verstrekt voor de vorderingen, waarborgen en betekenisvolle verplichtingen die werden aangegaan in het voordeel van natuurlijke of rechtspersonen die de vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks controleren maar geen verbonden ondernemingen zijn in de zin van deze titel, alsmede in het voordeel van de andere ondernemingen die hogergenoemde personen rechtstreeks of onrechtstreeks controleren. Deze gegevens mogen samen met de in het eerste lid bedoelde gegevens worden verstrekt.

B. Sociale balans Volgende gegevens inzake het personeelsbestand dienen in deze afdeling verstrekt te worden : I. Een staat van de werknemers ingeschreven in het personeelsregister.

Deze staat vermeldt : a) voor de betrokken periode : - het gemiddelde aantal voltijdse en deeltijdse werknemers van het boekjaar en het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten van het boekjaar en van het vorige boekjaar - het aantal gepresteerde uren van de voltijdse en deeltijdse werknemers en het totale aantal gepresteerde uren van het boekjaar en van het vorige boekjaar - de personeelskosten van de voltijdse en deeltijdse werknemers van het boekjaar en de totale personeelskosten van het boekjaar en van het vorige boekjaar. Deze laatste rubriek moet niet ingevuld worden wanneer het gaat om één enkele persoon. b) op afsluitingsdatum van boekjaar : het aantal voltijdse en deeltijdse werknemers en het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten.Dezelfde gegevens moeten worden verstrekt volgens de aard van de arbeidsovereenkom st, volgens het geslacht en volgens de beroepscategorie.

II. Een tabel van de personeelsbewegingen tijdens het boekjaar die volgende vermeldingen bevat : 1° het aantal voltijdse en deeltijdse werknemers en het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten die tijdens het boekjaar in het personeelsregister werden ingeschreven.2° het aantal voltijdse en deeltijdse werknemers en het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten met een in het personeelsregister opgetekende datum waarop hun overeenkomst tijdens het boekjaar een einde nam. III. Een staat met maatregelen ten gunste van de tewerkstelling.

Deze staat maakt een onderscheid tussen de hierna opgesomde maatregelen waaraan al dan niet een financieel voordeel is verbonden en vermeldt : a) voor het boekjaar : voor elke maatregel het totale aantal betrokken werknemers, het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten en wat de maatregelen met een financieel voordeel betreft, het financieel voordeel;b) voor het boekjaar en het vorige boekjaar : het door het geheel van deze maatregelen betrokken totale aantal werknemers en het totale aantal werknemers in voltijdse equivalenten. I. Maatregelen met financieel voordeel : 1. bedrijfsplan 2.jongerenbanenplan 3. lage lonen 4.tewerkstellingsakkoorden 1995-1996 5. banenplan ter bevordering van de tewerkstelling van langdurig werklozen 6.Maribel 7. herinschakelingsjobs (ouder dan 50 jaar) II.Andere maatregelen : 1. eerste werkervaringscontract 2.ingroeibanen 3. jongerenstage 4.overeenkomsten werk-opleiding 5. leerovereenkomst 6.opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor een bepaalde tijd 7. conventioneel brugpensioen 8.conventioneel halftijds brugpensioen 9. conventioneel volledige loopbaanonderbreking 10.vermindering van de arbeidsprestaties (deeltijdse loopbaanonderbreking).

IV. Een staat met inlichtingen over de opleidingen voor de werknemers.

Deze vermeldt, volgens het geslacht, het aantal werknemers die een opleiding hebben gevolgd, het aantal gevolgde opleidingsuren en de kosten ervan voor de onderneming. Afdeling IV. - Inhoud van bepaalde rubrieken

Onderafdeling I. - Inhoud van bepaalde rubrieken van de balans

Art. 95.§ 1. De inhoud van bepaalde rubrieken van het actief wordt als volgt gedefinieerd : I. Oprichtingskosten Onder die post worden vermeld, voor zover zij niet op een andere wijze ten laste van de resultatenrekening van het lopende boekjaar worden gebracht, de kosten verbonden met de oprichting, de verdere ontwikkeling of de herstructurering van de vennootschap, in het bijzonder de kosten van oprichting of kapitaalverhoging, de kosten bij uitgifte van leningen, en de herstructureringskosten.

II. Immateriële vaste activa In die rubriek worden geboekt : a) de kosten van onderzoek en ontwikkeling;b) de concessies, octrooien, licenties, know-how, merken en andere gelijkaardige rechten;c) de goodwill;d) de vooruitbetalingen op immateriële vaste activa. Onder kosten van onderzoek en ontwikkeling moet worden verstaan de kosten van onderzoek, vervaardiging en ontwikkeling van prototypes en van producten, uitvindingen en know-how, die nuttig zijn voor de ontwikkeling van de toekomstige activiteiten van de vennootschap.

Onder concessies, octrooien, licenties, merken en andere gelijkaardige rechten moet worden verstaan enerzijds de octrooien, licenties, know-how, merken en andere gelijkaardige rechten waarvan de vennootschap eigenares is, anderzijds de rechten tot exploitatie van onroerende goederen, octrooien, licenties, merken en andere gelijkaardige rechten die eigendom zijn van derden, evenals de aanschaffingswaarde van het recht van de vennootschap om van derden dienstverleningen van know-how te verkrijgen, wanneer die rechten door de vennootschap ten bezwarende titel werden verworven.

Onder goodwill dient voor de toepassing van dit besluit de prijs te worden verstaan betaald voor de verwerving van een onderneming of van een bedrijfsafdeling voor zover die hoger is dan de nettowaarde van de actief minus passiefbestanddelen van de verworven onderneming of branche.

III. Materiële vaste activa III. A. Terreinen en gebouwen In die rubriek worden opgenomen de bebouwde en onbebouwde terreinen, de constructies daarop evenals de inrichting daarvan, waarvan de vennootschap eigenares is en die duurzaam voor bedrijfsuitoefening worden aangewend.

Worden eveneens onder die rubriek opgenomen, de andere zakelijke rechten die de vennootschap bezit op een onroerend goed dat zij bestemd heeft om duurzaam te worden gebruikt voor de bedrijfsuitoefening wanneer de vergoedingen bij aanvang van het contract werden vooruitbetaald.

III. D. Leasing en soortgelijke rechten Onder die post worden opgenomen : 1° de gebruiksrechten op lange termijn op bebouwde onroerende goederen waarover de vennootschap beschikt op grond van erfpacht, opstal, leasing of soortgelijke overeenkomsten, wanneer de contractueel te storten termijnen, naast de rente en de kosten van de verrichting, ook de integrale wedersamenstelling dekken van het kapitaal dat de gever in het gebouw heeft geïnvesteerd;2° de gebruiksrechten op roerende goederen waarover de vennootschap beschikt op grond van leasing of soortgelijke overeenkomsten, wanneer de contractueel te storten termijnen, verhoogd met het bedrag dat moet worden betaald bij optielichting indien de nemer een koopoptie bezit, naast de rente en de kosten van de verrichting ook de integrale wedersamenstelling dekken van het kapitaal dat de gever in het goed heeft geïnvesteerd.Het bedrag dat moet worden betaald om een koopoptie te lichten, komt evenwel enkel in aanmerking als het ten hoogste vijftien procent vertegenwoordigt van het kapitaal dat de gever in het goed heeft geïnvesteerd.

Met een prijs voor het lichten van de in het 2° bedoelde koopoptie, binnen de voormelde beperking van vijftien procent, wordt de kapitaalfractie gelijkgesteld van de contractueel bedongen vergoeding in geval van gebruik van een mogelijkheid om de verrichting te verlengen.

Met een in het 1° en 2° bedoelde termijn wordt het bedrag gelijkgesteld, voor zover bepaald : a) dat de nemer verschuldigd is voor de verwerving van de zakelijke rechten die de gever bezit op het betrokken onroerend of roerend goed wanneer de nemer er zich bij het afsluiten van de verrichting, eventueel ingevolge een verkoopoptie, toe verbonden heeft deze rechten te verwerven;b) dat de gever van een derde moet ontvangen voor de overdracht van de zakelijke rechten die hij bezit op het betrokken onroerend of roerend goed wanneer deze derde er zich bij het afsluiten van de verrichting, eventueel ingevolge een verkoopoptie, toe verbonden heeft deze rechten te verwerven. III. E. Overige materiële vaste activa In die rubriek worden de onroerende goederen opgenomen die worden aangehouden als onroerende reserve, de woongebouwen, de buiten gebruik of buiten de exploitatie gestelde materiële vaste activa, evenals de roerende en onroerende goederen die in erfpacht, opstal, huur, handelshuur of landpacht werden gegeven, behalve wanneer de uit deze contracten voortvloeiende vorderingen geboekt worden in de rubrieken V en VII. De onroerende goederen die werden aangekocht of gebouwd met het oog op herverkoop worden niet in deze rubriek opgenomen maar afzonderlijk onder de voorraden vermeld.

De kosten voor inrichting van gehuurde gebouwen worden eveneens in deze rubriek vermeld, voor zover ze niet ten laste werden genomen van de resultatenrekening van het lopende boekjaar.

IV. Financiële vaste activa IV. A. Verbonden ondernemingen. § 1. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder : Onderneming : 1° de vennootschap en het Europese samenwerkingsverband;2° de openbare instelling die een statutaire opdracht van commerciële, financiële of industriële aard uitvoert;3° de instelling die niet is bedoeld in de punten 1° en 2°, die al dan niet een eigen rechtspersoonlijkheid bezit en die met of zonder winstoogmerk een commerciële, financiële of industriële activiteit uitoefent; Onderneming verbonden met een vennootschap : de onderneming die met de vennootschap banden heeft zoals bedoeld in artikel 11 van het Wetboek van vennootschappen;

Moederonderneming : de vennootschap of onderneming die niet de rechtsvorm van een vennootschap heeft aangenomen en met een andere vennootschap of onderneming banden heeft zoals bedoeld in artikel 6, 1°, van het Wetboek van vennootschappen;

Dochteronderneming : de vennootschap of onderneming die niet de rechtsvorm van een vennootschap heeft aangenomen en met een andere vennootschap of onderneming banden heeft zoals bedoeld in artikel 6, 2°, van het Wetboek van vennootschappen;

Gemeenschappelijke dochteronderneming : de vennootschap of onderneming die niet de rechtsvorm van een vennootschap heeft aangenomen en met een andere vennootschap of onderneming banden heeft zoals bedoeld in artikel 9, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen. § 2. Voor de toepassing van deze titel is er sprake van een consortium wanneer tussen vennootschappen of ondernemingen die niet de rechtsvorm van een vennootschap hebben aangenomen, banden bestaan zoals bedoeld in artikel 10 van het Wetboek van vennootschappen. § 3. Voor de toepassing van deze titel is er sprake van deelneming wanneer een vennootschap vennootschapsrechten in een andere onderneming bezit in de zin van artikel 13 van het Wetboek van vennootschappen.

IV. B. Andere ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat Voor de toepassing van deze titel wordt onder onderneming waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, een niet verbonden onderneming verstaan waarmee een vennootschap banden heeft zoals bedoeld in artikel 14 van het Wetboek van vennootschappen.

IV. A. 2. Vorderingen op verbonden ondernemingen IV. B. 2. Vorderingen op ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat In die onderrubrieken worden geboekt de vorderingen op verbonden ondernemingen of op ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, ongeacht de contractuele looptijd, de oorsprong of de vorm ervan, wanneer die vorderingen tot doel hebben de activiteit van deze ondernemingen duurzaam te steunen.

IV. C. Andere financiële vaste activa IV. C. 1. Aandelen Deze post omvat de maatschappelijke rechten in andere ondernemingen die geen deelneming vormen en die ertoe strekken door het scheppen van een duurzame en specifieke band met die ondernemingen de eigen bedrijfsuitoefening van de vennootschap te bevorderen.

IV. C. 2. Vorderingen en borgtochten in contanten.

Onder die post worden opgenomen : a) de vorderingen, al dan niet belichaamd in effecten, bestemd voor een duurzame ondersteuning van de bedrijfsuitoefening van andere ondernemingen dan die bedoeld onder de posten IV.A. en IV. B.; b) de borgtochten in contanten gestort als doorlopende waarborg, onder meer aan openbare besturen of nutsbedrijven. V. Vorderingen op meer dan één jaar Onder die post worden opgenomen de vorderingen met een contractuele looptijd van meer dan één jaar. De vorderingen of het gedeelte van de vorderingen met een looptijd van meer dan één jaar, die binnen twaalf maanden vervallen, worden uit die post gelicht en, al naar het geval, onder post VII. A. of VII. B. opgenomen.

Naast de vorderingen waarvoor een titel bestaat, worden eveneens onder de overeenstemmende posten van deze rubriek opgenomen, de te ontvangen opbrengsten die tijdens het boekjaar of tijdens een vorig boekjaar zijn ontstaan en waarvoor nog geen rechtstitel bestaat, indien het bedrag daarvan vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat.

De pro rata van opbrengsten worden evenwel onder de overlopende rekeningen geboekt.

De vorderingen die voor de eigenaar of de verhuurder ontstaan uit de onder post III. D. van de activa bedoelde overeenkomsten worden onder post V. B. opgenomen.

VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering VI. A. 1. Grond- en hulpstoffen Onder die post worden opgenomen de toeleveringen van grond- en hulpstoffen.

VI. A. 2. Goederen in bewerking De kosten die moeten worden toegerekend aan bestellingen in uitvoering worden niet onder deze post opgenomen maar wel onder post VI. B. VI. A. 4. Handelsgoederen Die post omvat de goederen ingekocht om zonder bewerking of na een lichte bewerking te worden verkocht.

VI. B. Bestellingen in uitvoering Onder die post worden opgenomen : a) het onderhanden werk dat voor rekening van een derde op bestelling wordt uitgevoerd en waarvoor nog geen oplevering is geschied;b) de goederen in bewerking die voor rekening van een derde op bestelling worden gemaakt en die nog niet werden geleverd, tenzij het gaat om seriewerk;c) dienstprestaties die voor rekening van een derde op bestelling worden uitgevoerd en die nog niet werden geleverd, tenzij het gaat om een standaardtype van dienstprestaties. VII. Vorderingen op ten hoogste één jaar In deze rubriek worden de vorderingen opgenomen waarvan de oorspronkelijke looptijd ten hoogste één jaar bedraagt, evenals de vorderingen of de gedeelten van vorderingen die oorspronkelijk op langer dan één jaar luidden doch die binnen twaalf maanden vervallen.

Leden 2 en 3 van de omschrijving van rubriek "V. Vorderingen op meer dan één jaar" zijn van overeenkomstige toepassing op de vorderingen op ten hoogste één jaar.

Onder post "B. Overige vorderingen" worden onder meer de door belastingdiensten terug te betalen belastingen vermeld; de voorafbetalingen en de verrekenbare voorheffingen worden echter niet onder deze post opgenomen, maar onder post X van de resultatenrekening, behalve het gedeelte van die voorafbetalingen en voorheffingen dat uitgaat boven het geraamde bedrag van de verschuldigde belastingen.

VIII. B. Overige beleggingen Onder die post worden opgenomen de vorderingen op kredietinstellingen, uit termijndeposito's, alsmede de met beleggingsdoeleinden verkregen effecten die niet het kenmerk hebben van financiële vaste activa. De aandelen in verbonden ondernemingen of in ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat, mogen niet onder deze post worden opgenomen, tenzij het om effecten gaat die zijn verkregen of waarop is ingeschreven met het oog op de wederafstand daarvan, of tenzij ze, krachtens een beslissing van de vennootschap, bestemd zijn om binnen twaalf maanden te worden gerealiseerd.

IX. Liquide middelen De liquide middelen omvatten, behalve de kasmiddelen en de te incasseren vervallen waarden, alleen de tegoeden op zicht bij kredietinstellingen.

X. Overlopende rekeningen Naast de bedragen bedoeld in artikel 77 worden onder deze post opgenomen : a) de over te dragen kosten, dit wil zeggen de pro rata van kosten die werden gemaakt tijdens het boekjaar of tijdens een vorig boekjaar maar die ten laste van een of meerdere volgende boekjaren moeten worden gebracht;b) de verworven opbrengsten, dit wil zeggen de pro rata van opbrengsten die slechts in de loop van een volgend boekjaar zullen worden geïnd maar die betrekking hebben op een verstreken boekjaar. § 2. De inhoud van bepaalde rubrieken van het passief wordt als volgt gedefinieerd : I. A. Geplaatst kapitaal Onder geplaatst kapitaal wordt verstaan : a) wat de naamloze vennootschappen, de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en de commanditaire vennootschappen op aandelen betreft, het bedrag van het geplaatste maatschappelijk kapitaal;b) wat de coöperatieve vennootschappen betreft, het bedrag van het maatschappelijk kapitaal;c) wat de gewone commanditaire vennootschappen betreft, het bedrag van het bij de statuten vastgestelde commanditaire kapitaal of, bij ontstentenis daarvan, het bedongen bedrag van de in de vennootschap ingebrachte of nog in te brengen waarden;d) wat de vennootschappen onder firma betreft, het in de statuten bepaalde vennootschapsvermogen of, bij ontstentenis daarvan, de bedongen waarde van de inbreng;e) wat de natuurlijke personen betreft en de bijkantoren in België van ondernemingen naar buitenlands recht, de eigen middelen die door die natuurlijke personen aan de bedrijfsuitoefening van hun onderneming, of door de buitenlandse onderneming aan de bedrijfsuitoefening van hun bijkantoren in België, duurzaam worden besteed, voor zover deze middelen niet hun oorsprong vinden in gereserveerde of overgedragen winsten die zijn opgenomen onder de posten IV en V. In de onder c), d) en e) bedoelde gevallen wordt de benaming "Geplaatst kapitaal" dienovereenkomstig aangepast.

III. Herwaarderingsmeerwaarden Onder herwaarderingsmeerwaarden moeten worden verstaan de in de rekeningen bijgeschreven, niet gerealiseerde meerwaarden op vaste activa overeenkomstig artikel 57. Worden eveneens onder deze post opgenomen, de terugnemingen van waardeverminderingen overeenkomstig artikel 100 en de herwaarderingsmeerwaarden bedoeld in artikel 44, vierde lid.

IV. B. Onbeschikbare reserves : a) voor eigen aandelen : Onder die post worden de onbeschikbare reserves opgenomen, bedoeld bij artikel 623 van het Wetboek van vennootschappen.b) Andere : Onder die post worden de reserves opgenomen waarover de algemene vergadering volgens de statuten bij gewone meerderheid niet vrij kan beschikken of waarop de vennoten in geval van uittreding of uitsluiting geen recht hebben. IV. C. Belastingvrije reserves Deze post omvat de gerealiseerde meerwaarden en de winsten - na aftrek van de desbetreffende uitgestelde belastingen - waarvoor belastingvrijdom of -uitstel slechts geldt als zij in het vermogen van de vennootschap behouden blijven, met uitzondering van de meerwaarden die met toepassing van artikel 63 in de overlopende rekeningen zijn geboekt.

In deze rubriek worden ook de afschrijvingen opgenomen die geboekt werden op materiële en immateriële vaste activa, voor zover ze gevestigd zijn op een basis die hoger is dan de aanschaffingsprijs van die activa, wanneer de afschrijving op die verhoogde basis in fiscaal opzicht een aftrekbare last is.

V. [...] VI. Kapitaalsubsidies Deze post omvat de kapitaalsubsidies die van overheidswege werden verkregen voor investeringen in vaste activa, na aftrek van de uitgestelde belastingen op deze subsidies; deze uitgestelde belastingen worden opgenomen in de passiefpost "VII. B. Uitgestelde belastingen".

Deze subsidies worden geleidelijk afgeboekt via overboeking naar post "IV. C. Andere financiële opbrengsten", volgens hetzelfde ritme als de afschrijvingen op de vaste activa voor de verwerving waarvan ze werden verkregen of, in voorkomend geval, ten belope van het saldo, bij realisatie of buitengebruikstelling van de betrokken vaste activa.

De kapitaalsubsidies die niet afhankelijk zijn van een investering in vaste activa worden bij de verkrijging geboekt onder post "I.D. Andere bedrijfsopbrengsten" of onder post "IV. C. Andere financiële opbrengsten".

VII. A Voorzieningen voor risico's en kosten 1° Pensioenen en soortgelijke verplichtingen Onder die post worden opgenomen de voorzieningen die door de vennootschap werden gevormd om te voldoen aan de verplichtingen inzake rust- en overlevingspensioenen, brugpensioenen en andere pensioenen en renten die zij ten opzichte van haar actuele of gewezen personeels- of directieleden heeft aangegaan.2° Belastingen Onder die post worden opgenomen de voorzieningen die werden gevormd met het oog op belastingverplichtingen die uit een wijziging in de belastbare basis of in de berekening van de belasting kunnen voortvloeien. VII.B. Uitgestelde belastingen Deze post omvat uitsluitend : a) de naar latere boekjaren uitgestelde belastingen op kapitaalsubsidies die van overheidswege werden verkregen voor investeringen in vaste activa;b) de naar latere boekjaren uitgestelde belastingen op gerealiseerde meerwaarden op immateriële en materiële vaste activa en op effecten die zijn uitgegeven door de Belgische openbare sector ingeval de belasting op deze meerwaarden is uitgesteld;c) de naar latere boekjaren uitgestelde buitenlandse belastingen van dezelfde aard als de sub a) en b) bedoelde belastingen. VIII. Schulden op meer dan één jaar Onder die post worden de schulden opgenomen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar. De schulden of de gedeelten van de schulden op meer dan één jaar die binnen de twaalf maanden vervallen worden uit deze rubriek gelicht en overgebracht naar rubriek IX. A. Worden hier onder de overeenkomstige post geboekt de te betalen kosten die in de loop van het boekjaar of van een vorig boekjaar werden gemaakt en waarvoor nog geen titel bestaat maar waarvan het bedrag vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat. De pro rata van kosten worden evenwel onder de overlopende rekeningen geboekt.

De verplichtingen die voortvloeien uit achtergestelde leningen, obligatieleningen, leasing of soortgelijke overeenkomsten, worden vermeld onder de daarvoor bestemde posten, ook al zijn zij aangegaan jegens kredietinstellingen of leveranciers of worden zij door een handelseffect vertegenwoordigd.

Onder de schulden ten aanzien van kredietinstellingen worden onder meer opgenomen de orderbriefjes (promessen) die door de vennootschap werden onderschreven op naam of aan de order van een kredietinstelling, alsmede de schulden aan kredietinstellingen uit hoofde van bankaccepten die door de vennootschap in omloop werden gebracht, ook al vinden zij hun oorsprong in de aankoop van goederen en diensten.

De schulden vertegenwoordigd door een wissel of een orderbriefje worden slechts onder de post "B. 2. Te betalen wissels" opgenomen, wanneer zij hun oorsprong vinden in de aankoop van goederen of diensten.

IX. Schulden op ten hoogste één jaar De leden 2 tot 4 van de omschrijving van rubriek "VIII. Schulden op meer dan één jaar" zijn van overeenkomstige toepassing.

X. Overlopende rekeningen Naast de bedragen bedoeld in artikel 67, § 2, worden onder die post opgenomen : a) de toe te rekenen kosten, dit wil zeggen de pro rata van kosten die pas in een later boekjaar zullen worden betaald maar die betrekking hebben op een verstreken boekjaar;b) de over te dragen opbrengsten, dit wil zeggen de pro rata van opbrengsten die in de loop van het boekjaar of van een vorig boekjaar zijn geïnd, doch die betrekking hebben op een later boekjaar. Onderafdeling II. - Inhoud van bepaalde rubrieken van de resultatenrekening

Art. 96.De inhoud van bepaalde rubrieken van de resultatenrekening wordt als volgt gedefinieerd : I. A. Omzet Onder omzet wordt verstaan het bedrag van de verkoop van goederen en de levering van diensten aan derden, in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap, onder aftrek van de op de verkoopprijs in de handel toegestane kortingen (afslag, ristorno, rabat); dit bedrag omvat niet de belasting over de toegevoegde waarde, noch enige andere rechtstreeks met de omzet verbonden belasting.

Onder die post moeten eveneens worden opgenomen de tegemoetkomingen van de overheid in het kader van een tariferingspolitiek als compensatie voor lagere ontvangsten.

Voor de natuurlijke personen die koopman zijn, omvat de omzet ook de onttrekkingen in natura anders dan ten behoeve van hun bedrijf.

I. D. Andere bedrijfsopbrengsten Onder die post worden de van derden ontvangen en met de bedrijfsuitoefening verbonden opbrengsten opgenomen die : a) niet hun oorsprong vinden in een verkoop of een dienstverlening aan derden, binnen het kader van de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap, en b) niet als een financiële of uitzonderlijke opbrengst kunnen worden aangemerkt. In het bijzonder worden onder die post opgenomen de subsidies of compenserende bedragen bij in- of uitvoer alsmede de exploitatiesubsidies.

Onder die post worden eveneens opgenomen de meerwaarden die werden verwezenlijkt bij de realisatie van handelsvorderingen.

II. A. Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen Na aftrek van de in de handel toegestane kortingen en van de belasting over de toegevoegde waarde, voor zover deze aftrekbaar is, worden onder deze post opgenomen de inkopen van handelsgoederen, grond- en hulpstoffen.

Worden eveneens onder deze post geboekt, de ingekochte diensten, werken en studies, voor zover deze een rechtstreekse invloed hebben op de vervaardigingsprijs van de geproduceerde goederen, de algemene onderaannemingen en de inkopen van onroerende goederen bestemd voor verkoop.

II. B. Diensten en diverse goederen Na aftrek van de in de handel toegestane kortingen en van de belasting over de toegevoegde waarde, voor zover deze aftrekbaar is, worden onder die post opgenomen de kosten verbonden met de dienstverlening of de levering van goederen door derden in het kader van de bedrijfsuitoefening, tenzij deze kosten onder rubrieken A of C moeten worden geboekt.

Worden eveneens onder deze post opgenomen, de vergoedingen van uitzendkrachten en ter beschikking van de vennootschap gestelde personen evenals de rechtstreekse en onrechtstreekse bezoldigingen en pensioenen van bestuurders, zaakvoerders en werkende vennoten, die niet worden toegekend uit hoofde van een arbeidsovereenkomst.

II. D. Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten en op immateriële en materiële vaste activa Onder die post worden opgenomen de afschrijvingen en de waardeverminderingen die werden geboekt op oprichtingskosten - andere dan de kosten bij uitgifte van leningen en het disagio - en op immateriële en materiële vaste activa tenzij deze afschrijvingen en waardeverminderingen wegens hun uitzonderlijke aard als een uitzonderlijke kost moeten worden geboekt (post VIII. A.).

De terugnemingen van afschrijvingen of van waardeverminderingen worden niet onder deze post opgenomen maar worden geboekt onder de uitzonderlijke opbrengsten (post VII. A).

II. E. Waardeverminderingen op voorraden, op bestellingen in uitvoering en op handelsvorderingen (toevoegingen +, terugnemingen -).

Onder die post worden opgenomen de waardeverminderingen die werden geboekt op voorraden, op bestellingen in uitvoering of op handelsvorderingen bedoeld in de posten V. A. en VII. A. De terugnemingen van op voorraden of op handelsvorderingen geboekte waardeverminderingen worden op deze post aangerekend. Wat de voorraden betreft, moet deze aanrekening niet geschieden wanneer de toepassing van één der in artikel 43 bedoelde waarderingsmethoden ertoe leidt dat bij de waardebepaling van de uitgaande voorraden wordt rekening gehouden met tijdens vorige boekjaren geboekte waardeverminderingen.

II. F. Voorzieningen voor risico's en kosten (toevoegingen +, bestedingen en terugnemingen -).

Onder die post worden opgenomen : a) de voorzieningen gevormd voor bedrijfsrisico's en -verplichtingen;b) de bestedingen van voorzieningen voor risico's en kosten die vroeger werden gevormd, in zoverre deze risico's en verplichtingen tot bedrijfskosten aanleiding hebben gegeven;c) de terugnemingen van voorzieningen voor risico's en kosten die tijdens een vorig boekjaar werden gevormd voor gewone bedrijfsrisico's en -verplichtingen van de vennootschap en die overtollig zijn gebleken. II. G. Andere bedrijfskosten Onder die post worden de aan derden betaalde of verschuldigde met de bedrijfsuitoefening verbonden kosten opgenomen, die : a) niet hun oorsprong vinden in een dienstverlening of een levering door derden, binnen het kader van de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap en b) niet als een financiële of uitzonderlijke kost kunnen worden aangemerkt. In het bijzonder worden onder die post opgenomen, de belastingen die als een bedrijfskost moeten worden aangemerkt, zoals het gedeelte van de onroerende voorheffing dat niet effectief verrekenbaar is met de winstbelasting, de belasting op de voertuigen, de belasting op drijfkracht of op tewerkgesteld personeel, de accijnsrechten en de uitvoerheffingen.

Onder die post worden eveneens opgenomen de minderwaarden die werden geboekt bij de realisatie van handelsvorderingen, tenzij deze minderwaarden gelijk zijn aan het disconto; het disconto wordt geboekt onder post "V. C. Andere financiële kosten".

I. A. B. Brutomarge (+) (-) Deze post uit het verkort schema van de resultatenrekening bedoeld in artikel 82, § 2, beantwoordt aan de algebraïsche som van de volgende posten uit het volledig schema van de resultatenrekening : I. A. Omzet I. B. Wijziging in de voorraad goederen in bewerking en gereed product en in de bestellingen in uitvoering.

I. C. Geproduceerde vaste activa I. D. Andere bedrijfsopbrengsten II. A. Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen II. B. Diensten en diverse goederen IV. B. Opbrengsten uit vlottende activa Onder die post worden opgenomen de opbrengsten (interesten, dividenden, enz.) uit activa opgenomen onder posten V, VII, VIII, IX en X. IV. C. Andere financiële opbrengsten Worden onder die post opgenomen : 1° de meerwaarden verwezenlijkt bij de realisatie van vorderingen, andere dan handelsvorderingen, van geldbeleggingen en van liquide middelen;2° de als opbrengst geboekte kapitaal- en interestsubsidies;3° de wisselresultaten en de resultaten uit de omrekening van vreemde valuta tenzij deze specifiek verbonden zijn met een andere post van de resultatenrekening;in dit laatste geval mogen ze onder die post worden opgenomen; 4° alle opbrengsten van financiële aard die geen verband houden met welbepaalde activa. V. A. Kosten van schulden Worden onder die post opgenomen : 1° de interesten, de commissies en de kosten verbonden aan schulden;2° de afschrijving van de kosten bij uitgifte van leningen en van het disagio. De geactiveerde interesten worden afgetrokken van het bedrag van de onder deze post opgenomen kosten.

V. B. Waardeverminderingen op vlottende activa andere dan bedoeld onder II. E. (toevoegingen +, terugnemingen -).

Onder die post worden opgenomen de waardeverminderingen geboekt op vorderingen andere dan handelsvorderingen, op geldbeleggingen en op liquide middelen. De terugnemingen van waardeverminderingen op deze vlottende activa worden eveneens onder deze post geboekt.

V. C. Andere financiële kosten Onder die post worden opgenomen alle kosten van financiële aard die niet werden geboekt onder de posten V. A. of V. B. en in het bijzonder : 1° de minderwaarden verwezenlijkt bij de realisatie van vorderingen, andere dan handelsvorderingen, van geldbeleggingen en van liquide middelen; 2° het disconto ten laste van de vennootschap bij het verhandelen van vorderingen (een wissel, een warrant, een faktuur, enz....); 3° de wisselresultaten en de resultaten uit de omrekening van vreemde valuta tenzij deze specifiek verbonden zijn met een andere post van de resultatenrekening;in dit laatste geval mogen ze onder die post worden opgenomen; 4° de kosten betreffende posten van het eigen vermogen (kosten bij inbreng, kosten bij kapitaalverhoging, niet opgenomen onder de oprichtingskosten, de taks op ter beurze genoteerde effecten, enz.); 5° de commissies en financiële kosten. VII. Uitzonderlijke opbrengsten VIII. Uitzonderlijke kosten Onder deze posten worden respectievelijk de opbrengsten en de kosten opgenomen die geen verband houden met de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap.

VII. A. Terugneming van afschrijvingen en van waardeverminderingen op immateriële en materiële vaste activa.

Onder die post worden opgenomen : 1° de met toepassing van artikel 64, § 1, derde lid, verrichte terugnemingen van afschrijvingen die tijdens een vorig boekjaar werden geboekt;2° de terugnemingen van waardeverminderingen die tijdens een vorig boekjaar werden geboekt op immateriële en materiële vaste activa en die te hoog zijn gebleken. VII. C. Terugneming van voorzieningen voor uitzonderlijke risico's en kosten Onder die post worden de terugnemingen opgenomen van voorzieningen voor risico's en kosten die tijdens een vorig boekjaar werden gevormd en die te hoog zijn gebleken, tenzij het gaat om voorzieningen die werden gevormd voor risico's en kosten die verband houden met de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap.

VII. D. Meerwaarden bij de realisatie van vaste activa Onder die post worden de meerwaarden opgenomen die worden verwezenlijkt bij de realisering van vaste activa. Gaat het om materiële vaste activa dan mogen deze meerwaarden onder post "I. D. Andere bedrijfsopbrengsten" worden opgenomen wanneer de realisering kadert in de gewone bedrijfsuitoefening van de onderneming; dit laatste zal blijken uit de regelmaat waarmee dergelijke activa worden gerealiseerd en het normale karakter daarvan.

VIII. A. Uitzonderlijke afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa Voor zover ze van uitzonderlijke aard zijn, worden onder deze post opgenomen de afschrijvingen en waardeverminderingen bedoeld in artikel 28, § 2, 61, § 1, tweede lid, en § 2, en 64, § 1, tweede lid en § 2.

VIII. C. Voorzieningen voor uitzonderlijke risico's en kosten Onder die post worden de voorzieningen opgenomen die werden gevormd voor risico's en kosten die geen verband houden met het gewone bedrijf van de vennootschap.

VIII. D. Minderwaarden bij de realisatie van vaste activa Onder die post worden de minderwaarden opgenomen die worden geboekt bij de realisering van vaste activa. Gaat het om immateriële of materiële vaste activa dan mogen deze minderwaarden onder de post "II. G. Andere bedrijfskosten" worden opgenomen wanneer de realisering kadert in de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap; dit laatste zal blijken uit de regelmaat waarmee dergelijke activa worden gerealiseerd en het normale karakter daarvan.

X. Belastingen op het resultaat Onder die post worden opgenomen : 1° onder belastingen : a) op het resultaat van het boekjaar : - de voorafbetalingen en de werkelijke voorheffingen die met de belasting verrekenbaar zijn, voor zover het bedrag van deze voorafbetalingen en van deze voorheffingen niet hoger is dan het geraamde bedrag van de verschuldigde belastingen;dit overschot wordt geactiveerd; geactiveerd worden eveneens de voorafbetalingen van belastingen die naar het volgende boekjaar werden overgedragen of waarvan de terugbetaling werd gevraagd; - het verschil tussen het geraamde bedrag van de op het resultaat van het boekjaar verschuldigde belastingen en het bedrag van de voorafbetalingen en verrekenbare bestanddelen; - de belastingsupplementen waarvoor een voorziening werd gevormd; - de in het buitenland betaalde of verschuldigde winstbelastingen; b) op de winst van vorige boekjaren : de betaalde, verschuldigde of geraamde belastingsupplementen alsmede de belastingsupplementen waarvoor een voorziening werd gevormd;2° onder regularisering van belastingen en terugneming van voorzieningen voor belastingen : de verkregen, vastgestelde of geraamde regularisering van belastingen die tijdens een vorig boekjaar ten laste werden genomen. XII. Overboeking naar de belastingvrije reserves Deze post wordt gebruikt voor de overboeking van bepaalde opbrengsten of een gedeelte van de winst naar de belastingvrije reserves wanneer hun fiscale vrijstelling afhankelijk is van hun behoud in het vermogen van de vennootschap.

Onderafdeling III. - Inhoud van bepaalde verplichte vermeldingen in de toelichting

Art. 97.De inhoud van bepaalde verplichte vermeldingen in de toelichting wordt gedefinieerd als volgt : A. Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen 00. Zekerheden door derden gesteld voor rekening van de vennootschap Op deze rekening worden de zakelijke of persoonlijke zekerheden geboekt die door derden ten behoeve van de crediteuren van de vennootschap zijn gesteld, als waarborg voor de voldoening van actuele of potentiële schulden of verplichtingen die de vennootschap jegens hen heeft aangegaan.01. Persoonlijke zekerheden gesteld voor rekening van derden Op deze rekening worden de persoonlijke zekerheden geboekt die door de vennootschap ten behoeve van derden zijn gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor de voldoening van actuele of potentiële schulden en verplichtingen die deze derden hebben aangegaan jegens andere schuldeisers dan de vennootschap zelf. De wisselverplichtingen zijn die welke voor de vennootschap voortvloeien uit door haar getrokken, geëndosseerde of voor aval getekende wissels in omloop, met uitzondering van de door de vennootschap getrokken bankaccepten. 02. Zakelijke zekerheden gesteld op eigen activa Op deze rekening worden de zakelijke zekerheden geboekt waarmee de vennootschap haar eigen activa heeft bezwaard of die ze onherroepelijk heeft beloofd voor de voldoening van actuele of potentiële schulden en verplichtingen van zichzelf of van derden. In de rekeningen 021 en 023 betreffende de zekerheidstellingen moet in voorkomend geval een onderscheid worden gemaakt tussen de soorten van bezwaarde activa. 03. Ontvangen zekerheden Op deze rekening worden de zakelijke en persoonlijke zekerheden geboekt die de vennootschap heeft ontvangen voor de voldoening van actuele of potentiële schulden en verplichtingen die derden jegens haar hebben aangegaan, met uitzondering van zekerheidstellingen en borgtochten in contanten.04. Goederen en waarden gehouden door derden in hun naam, maar ten bate en op risico van de vennootschap. Op deze rekening worden de goederen en waarden geboekt die ten opzichte van derden aan een ander toebehoren en waarvan de vennootschap het risico draagt maar er tevens de opbrengsten uit int zoals de overeenkomsten tot het houden van een deelneming, indien deze goederen en waarden niet mogen worden opgenomen in de balans. 05. Verplichtingen tot aan- en verkoop van vaste activa Op die rekening worden als verplichtingen tot aankoop geboekt de geplaatste bestellingen en de verplichtingen met optie van derden, en als verplichtingen tot verkoop de ontvangen bestellingen en de opties die aan derden op bezittingen van de vennootschap zijn verleend. De verplichtingen tot aankoop evenals de verplichtingen tot verkoop die tot de gewone bedrijfsuitoefening van de vennootschap behoren en haar vermogen of resultaat niet aanmerkelijk beïnvloeden behoeven niet te worden geboekt. 06. Termijnovereenkomsten Op deze rekening worden in de daartoe aangelegde rekeningen geboekt de koop- en verkoopovereenkomsten op termijn betreffende goederen en vreemde deviezen, alsmede de daartegenoverstaande betalingsverplichtingen en vorderingen.07. Goederen en waarden van derden gehouden door de vennootschap Op deze rekening worden in afzonderlijke rekeningen geboekt : 1° de gebruiksrechten op lange termijn betreffende goederen die aan derden toebehoren en de daartegenoverstaande verplichtingen, voor zover deze rechten en verplichtingen niet in de balans worden vermeld;2° de goederen en waarden van derden die aan de vennootschap in bewaring, in consignatie of in bewerking zijn gegeven, alsmede de daartegenoverstaande verplichtingen jegens deponenten en committenten;3° de goederen en waarden die de vennootschap uit anderen hoofde voor rekening of ten bate en op risico van derden onder zich houdt, alsmede de daartegenoverstaande verplichtingen. B. De sociale balans Voor het opstellen van de sociale balans verstaat men onder : : 1° werknemers ingeschreven in het personeelsregister : de personen ingeschreven in het personeelsregister dat wordt gehouden krachtens het koninklijk besluit nr.5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten en verbonden met de vennootschap door een arbeidsovereenkomst of door een stageovereenkomst zoals bedoeld door het koninklijk besluit nr. 230 van 21 december 1983; 2° uitzendkrachten en personen ter beschikking gesteld van de vennootschap : de werknemers die zich door een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid verbinden om ter beschikking van de vennootschap te worden gesteld en de door een natuurlijke of rechtspersoon in dienst genomen werknemers die aan de vennootschap ter beschikking zijn gesteld in de zin van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers;3° gemiddeld aantal werknemers ingeschreven in het personeelsregister : het gemiddelde van het per einde van elke maand van het boekjaar in het personeelsregister ingeschreven aantal werknemers;4° aantal werknemers uitgedrukt in voltijdse equivalenten : het arbeidsvolume teruggebracht tot voltijds tewerkgestelde equivalenten, te berekenen voor de deeltijdse werknemers op basis van het conventioneel aantal te presteren uren, gerelateerd ten opzichte van de normale arbeidsduur (referentiewerknemer);5° gepresteerde uren : de gepresteerde uren stemmen overeen met de effectief gewerkte arbeidsuren, dus zonder vakantie, ziekteverzuim, kort verzuim en alle overige uren verloren door staking of om het even welke andere reden;6° soort overeenkomst : - de overeenkomst gesloten voor een onbepaalde tijd, - de overeenkomst gesloten voor een bepaalde tijd, - de overeenkomst gesloten voor een duidelijk omschreven werk, - de vervangingsovereenkomst;7° studieniveau : - lager onderwijs, - secundair onderwijs, - hoger niet universitair onderwijs, - universitair onderwijs;8° beroepscategorie : - directiepersoneel, - bedienden, - arbeiders, - andere. HOOFDSTUK IV. - Diverse bepalingen en overgangsbepalingen

Art. 98.§ 1. De verzekeringsondernemingen die niet worden bedoeld bij artikel 15, § 2, tweede lid, van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen, alsmede de herverzekeringsondernemingen maken hun jaarrekening op overeenkomstig het koninklijk besluit van 17 november 1994 betreffende de jaarrekening van de verzekeringsondernemingen. § 2. Het bedrag waarvan sprake in artikel 93, tweede lid van het Wetboek van vennootschappen is het bedrag dat is vastgesteld in de artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot uitvoering van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen.

Art. 99.De herwaardering van de nijverheids-, handels- of landbouwoutillering en van de daarmede gelijkgestelde nijverheidsgebouwen waartoe wordt overgegaan in toepassing van artikel 511, § 2, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, wordt in de jaarrekening behandeld overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit genomen ter uitvoering van dit artikel.

Art. 100.Onder post III van de passiefzijde "Herwaarderingsmeerwaarden" mogen rechtstreeks worden geboekt en gehandhaafd tot op het ogenblik waarop de betrokken goederen gerealiseerd zijn : 1° de terugneming van waardeverminderingen op deelnemingen, effecten en andere in portefeuille gehouden waardepapieren, voor zover deze waardeverminderingen werden geboekt vóór 1 januari 1976 of, indien de vennootschap het boekjaar anders dan per 31 december afsluit, vóór het begin van het boekjaar afgesloten in de loop van 1977;2° de terugneming van waardeverminderingen geboekt op immateriële vaste activa en op materiële vaste activa zonder beperkte gebruiksduur.

Art. 101.§ 1. De vennootschappen die, op 1 januari 1986, in het kader van een pensioenregeling voor hun personeelsleden, rust- of overlevingspensioenverplichtingen hadden aangegaan en waarvan het gedeelte van deze verplichtingen dat betrekking heeft op de arbeidsprestaties voor de jaren welke 1 januari 1986 voorafgaan, is overgenomen door een autonoom pensioenfonds, worden, ingeval de door het autonome pensioenfonds gevormde voorzieningen ontoereikend zijn, vrijgesteld van vorming van voorzieningen ter dekking van dit gedeelte van deze verplichtingen, voor zover het pensioenfonds daarvan is vrijgesteld krachtens artikel 63, §§ 1 en 2 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsinstellingen, zoals toepasselijk verklaard op de private voorzorgsinstellingen bij artikel 20 van het koninklijk besluit van 14 mei 1985, tot toepassing op de private voorzorgsinstellingen van voornoemde wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsinstellingen. § 2. De vennootschappen die op 1 januari 1986 in het kader van een pensioenregeling zonder bijdrage vanwege de deelnemers, voor hun personeelsleden, rust- of overlevingspensioenverplichtingen hadden aangegaan en geen voorziening hadden gevormd om die verplichtingen te dekken, worden vrijgesteld van de vorming van voorzieningen voor het gedeelte van de verplichtingen dat betrekking heeft op de prestaties van deelnemers die in dienst zijn gestreden voor die datum. § 3. Voor de vennootschappen bedoeld in artikel 63, § 5, van de wet van 9 juli 1975, zoals toepasselijk verklaard op de private voorzorgsinstellingen bij koninklijk besluit van 14 mei 1985, wordt de datum van 1 januari 1986 bedoeld in §§ 1 en 2, vervangen door 1 januari 1993.

Art. 102.§ 1. Wat de overeenkomsten betreft die de in artikel 62 bedoelde rechten verlenen en die betrekking hebben op onroerende goederen, afgesloten vóór 1 januari 1980 : 1° worden de gespreide vergoedingen en huurgelden die op het boekjaar betrekking hebben op de resultatenrekening geboekt in de rubriek "II.B. Diensten en diverse goederen"; hun bedrag wordt in de toelichting vermeld; 2° worden de gebruiksrechten elk jaar op het actief van de nemer geboekt voor het gedeelte van de gespreide stortingen der vergoedingen en huurgelden die op latere boekjaren betrekking hebben, dat de wedersamenstelling in kapitaal vertegenwoordigt van de waarde van het goed waarop het contract betrekking heeft;3° wordt in de staat van de vaste activa waarvan sprake is onder nummer 3 van de toelichting bij de jaarrekening, het deel van de vergoedingen en huurgelden die op afgesloten boekjaren betrekking hebben dat de wedersamenstelling in kapitaal vertegenwoordigt van de waarde van het goed waarop het contract betrekking heeft, vermeld in de rubriek "Afschrijvingen en waardeverminderingen";4° boekt de eigenaar het in leasing gegeven goed op de balans, onder de actiefpost "Andere materiële vaste activa", en de vergoedingen en huurgelden op de resultatenrekening, onder de bedrijfsopbrengsten. § 2. Wat de toepassing betreft van dit artikel, wordt voor de vennootschappen die tijdens het in 1983 afgesloten boekjaar als jaargemiddelde niet meer dan honderd werknemers in dienst hadden, waarvan de omzet, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, niet hoger was dan honderd miljoen frank en waarvan het balanstotaal aan het einde van dat boekjaar niet hoger was dan vijftig miljoen frank, de datum van 1 januari 1980 vervangen door de datum van 1 januari 1984.

Art. 103.§ 1. De bepalingen van deze titel die voorzien in de boeking van geactiveerde herstructureringskosten onder de post "Oprichtingskosten", gelden voor kosten gemaakt in het kader van een herstructurering die voor de eerste maal wordt verwerkt in de jaarrekening met betrekking tot een boekjaar dat ingaat na 31 december 1983. § 2. Artikel 67, § 2, eerste lid, c), en artikel 77 zijn van toepassing op de betrokken vorderingen en schulden die in het vermogen van de vennootschap zijn opgenomen na aanvang van het boekjaar dat loopt op 4 december 1987.

Voor de betrokken vorderingen en schulden die in het vermogen van de vennootschap worden opgenomen voor aanvang van het boekjaar dat loopt op 4 december 1987, blijven de bepalingen die van toepassing waren voor het koninklijk besluit van 6 november 1987 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen van toepassing.

Art. 104.De jaarrekeningen die worden afgesloten vanaf 1 januari 1999 tot 31 december 2001 mogen, naar keuze van de vennootschap, worden uitgedrukt in Belgische frank of in euro. De keuze om op de euro over te schakelen voor een jaarrekening houdt in dat alle daarop volgende jaarrekeningen ook in euro moeten opgesteld worden.

De jaarrekeningen die worden afgesloten na 31 december 2001, moeten in euro worden uitgedrukt.

Art. 105.Vanaf 1 januari 2002 worden de woorden "in Belgische franken of" geschrapt in artikel 22, tweede lid.

TITEL II. - Geconsolideerde jaarrekening HOOFDSTUK I. - Consolidatiekring

Art. 106.De consoliderende vennootschap en al haar dochterondernemingen worden in de consolidatie opgenomen.

Art. 107.Een dochteronderneming mag buiten de consolidatie worden gelaten : 1° indien zij slechts van te verwaarlozen betekenis is en haar opneming geen betekenis zou hebben voor de beoordeling van het geconsolideerd vermogen, de geconsolideerde financiële positie of het geconsolideerd resultaat;indien meer dochterondernemingen aan deze voorwaarde voldoen, mag van deze mogelijkheid slechts gebruik worden gemaakt indien zij te zamen aan de gestelde voorwaarde voldoen; 2° indien ingrijpende en duurzame beperkingen in wezenlijke mate de effectieve uitoefening van de controlebevoegdheid over de betrokken dochteronderneming dan wel de aanwending van het vermogen van laatstgenoemde bemoeilijken;3° indien de gegevens die nodig zijn om deze dochteronderneming in de consolidatie op te nemen, niet zonder onevenredige kosten of onverantwoorde vertraging kunnen worden verkregen;4° indien haar aandelen uitsluitend met het oog op latere vervreemding worden gehouden. Gebruik van dit artikel moet worden gemotiveerd in de toelichting.

Art. 108.§ 1. Een dochteronderneming waarover de consoliderende vennootschap een controle in feite bezit wordt buiten de consolidatie gelaten indien de opneming ervan in de consolidatie zou indruisen tegen het in artikel 115 verwoorde beginsel. § 2. Een dochteronderneming wordt buiten de consolidatie gelaten indien zij zodanig uiteenlopende werkzaamheden uitoefent dat haar opneming in de consolidatie zou indruisen tegen het in artikel 115 verwoorde beginsel.

Het loutere feit dat de consoliderende vennootschap en de in de consolidatie op te nemen dochterondernemingen deels in de industriële, deels in de commerciële en/of dienstverlenende sector werkzaam zijn, of dat de industriële of commerciële werkzaamheden van deze vennootschap en van haar dochterondernemingen uiteenlopende producten of diensten betreffen, is evenwel geen reden om ze niet in de consolidatie op te nemen. § 3. Gebruik van de eerste paragraaf en van de tweede paragraaf, eerste lid, moet worden vermeld en gemotiveerd in de toelichting.

Art. 109.De dochterondernemingen in vereffening alsmede de dochterondernemingen die hebben besloten hun bedrijf stop te zetten of waarvoor er niet meer kan van worden uitgegaan dat zij hun bedrijf zullen voortzetten, worden buiten de consolidatie gelaten.

Art. 110.De deelnemingen in de dochterondernemingen die met toepassing van de artikelen 108 en 109 buiten de consolidatie zijn gelaten, worden in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode.

Art. 111.Indien de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening van de dochterondernemingen die met toepassing van de artikelen 108 en 109 buiten de consolidatie zijn gelaten, niet in België openbaar worden gemaakt, moeten zij bij de geconsolideerde jaarrekening worden gevoegd of voor het publiek verkrijgbaar worden gesteld op de zetel van de consoliderendevennootchap; in dit laatste geval moeten zij op verzoek verkrijgbaar zijn, tegen een prijs die niet hoger mag liggen dan de kostprijs van de kopie.

Art. 112.Indien de samenstelling van het geconsolideerde geheel in de loop van het boekjaar een aanmerkelijke wijziging heeft ondergaan, dient de toelichting inlichtingen te bevatten die een zinvolle vergelijking van de achtereenvolgende geconsolideerde jaarrekeningen mogelijk maken. HOOFDSTUK II. - Algemene beginselen

Art. 113.De geconsolideerde jaarrekening bestaat uit de balans, de resultatenrekening en de toelichting. Deze stukken vormen één geheel.

De geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld in Belgische frank of in euro.

Art. 114.De geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld overeenkomstig de bepalingen van deze titel.

Art. 115.De geconsolideerde jaarrekening moet een getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van het geconsolideerde geheel.

Wanneer de toepassing van de bepalingen van deze titel niet volstaat om te voldoen aan dit voorschrift, moeten aanvullende inlichtingen worden verstrekt in de toelichting.

Art. 116.Indien in uitzonderingsgevallen blijkt dat de toepassing van een bepaling van de hoofdstukken II tot VI van deze titel strijdig zou zijn met het voorschrift van artikel 115, dient met toepassing van voornoemd artikel hiervan te worden afgeweken.

Zulke afwijking moet in de toelichting worden gemotiveerd.

De invloed ervan op het vermogen, de financiële positie en het resultaat van het geconsolideerde geheel wordt vermeld in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar waarin deze afwijking voor het eerst werd toegepast.

Art. 117.§ 1. De geconsolideerde jaarrekening moet duidelijk worden opgesteld en stelselmatig weergeven, enerzijds, op de dag waarop het boekjaar wordt afgesloten, de aard en het bedrag van de bezittingen en rechten van het geconsolideerde geheel, van zijn schulden en verplichtingen evenals van zijn eigen middelen, en anderzijds, voor het op die dag afgesloten boekjaar, de aard en het bedrag van zijn opbrengsten en zijn kosten. Zij moet zowel in de balans als in de resultatenrekening afzonderlijk de belangen van derden vermelden. § 2.Compensatie tussen tegoeden en schulden, tussen rechten en verplichtingen en tussen opbrengsten en kosten is verboden, behoudens in de gevallen bij deze titel bepaald.

Art. 118.De geconsolideerde balans en resultatenrekening moeten voortvloeien uit een samenhangend en controleerbaar boekhoudsysteem, zodanig dat de boekhoudkundige continuïteit van de geconsolideerde jaarrekening van het ene jaar op het andere is verzekerd.

Art. 119.De geconsolideerde jaarrekening wordt op dezelfde datum afgesloten als de jaarrekening van de consoliderende vennootschap.

De geconsolideerde jaarrekening kan evenwel op een ander tijdstip worden afgesloten om rekening te houden met de balansdatum van de meeste of van de belangrijkste van de in de consolidatie opgenomen ondernemingen.

Art. 120.Onverminderd de artikelen 137, 144, 147 en 148, bevat de geconsolideerde jaarrekening alle actief- en passiefbestanddelen en alle rechten en verplichtingen van de consoliderende vennootschap en van de dochterondernemingen die in de consolidatie zijn opgenomen, op de afsluitingsdatum van de geconsolideerde jaarrekening, alsmede alle opbrengsten en kosten van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, die betrekking hebben op de door de geconsolideerde resultatenrekening bestreken periode.

Indien het uiterst moeilijk zou blijken om actief- en passiefbestanddelen en rechten en verplichtingen van de consoliderende vennootschap of van een dochteronderneming, dan wel opbrengsten en kosten uit de door de geconsolideerde resultatenrekening bestreken periode in de geconsolideerde jaarrekening op te nemen op de afsluitingsdatum of zulks de opstelling en openbaarmaking van de geconsolideerde jaarrekening uitermate zou vertragen, dan mogen zij op een ander tijdstip in aanmerking worden genomen. Tussen beide data of de beschouwde periodes mag evenwel onder geen enkel beding meer dan drie maanden liggen.

Art. 121.Gebruik van de in artikel 119, tweede lid of artikel 120, tweede lid bedoelde mogelijkheid wordt gemotiveerd in de toelichting en in de geconsolideerde jaarrekening wordt rekening gehouden met of in de toelichting daarbij melding gemaakt van belangrijke gebeurtenissen die zich tussen de balansdatum waarop de jaarrekening in de geconsolideerde jaarrekening is opgenomen en de datum van afsluiting van de geconsolideerde jaarrekening hebben voorgedaan en betrekking hebben op het vermogen, de financiële positie of het resultaat van de consoliderende vennootschap of van de betrokken dochteronderneming, inzonderheid verrichtingen tussen haar en de consoliderende vennootschap of de dochterondernemingen die in de consolidatie zijn opgenomen.

Art. 122.Wanneer een vennootschap die er krachtens het Wetboek van vennootschappen niet toe verplicht is een geconsolideerde jaarrekening op te stellen en openbaar te maken, als gevolg van bijzondere bepalingen of op eigen initiatief een geconsolideerde jaarrekening openbaar maakt of mededeelt aan de werknemers of hun vertegenwoordigers, aan overheid of rechter, moet deze zijn opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van deze titel, tenzij de betrokken bijzondere bepalingen daarvan afwijken.

Art. 123.De consoliderende vennootschap moet haar controlebevoegdheid aanwenden om vanwege de in de consolidatie opgenomen of op te nemen dochterondernemingen te verkrijgen dat zij haar op haar verzoek tijdig de gegevens verstrekken die zij nodig heeft om de verplichtingen na te komen die voor haar uit deze titel voortvloeien.

Art. 124.Behalve wanneer artikel 119, tweede lid, wordt toegepast, wordt de geconsolideerde balans opgesteld na toewijzing, dit wil zeggen, na bestemming van het niet-geconsolideerde resultaat van de consoliderende vennootschap. Wanneer die bestemming bij gebreke van een beslissing van het bevoegde orgaan niet definitief is, wordt de geconsolideerde balans opgesteld onder de opschortende voorwaarde van die beslissing. HOOFDSTUK III. - Waarderingsregels

Art. 125.De in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen actief- en passiefbestanddelen en rechten en verplichtingen worden gewaardeerd overeenkomstig de artikelen 28 tot 77, met uitzondering van de artikelen 34, 44 en 76.

Zij worden gewaardeerd volgens uniforme regels. Indien in de financiële staten van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen actief- of passiefbestanddelen niet zijn gewaardeerd volgens de regels die voor de geconsolideerde jaarrekening zijn gehanteerd, moeten zij ten behoeve van de consolidatie opnieuw worden gewaardeerd, tenzij de uitkomst van deze nieuwe waardering slechts van een te verwaarlozen betekenis zou zijn, gelet op artikel 115.

Het tweede lid is niet van toepassing inzover principieel of qua toepassing afwijkende regels verantwoord zijn in het licht van de economische of juridische context waarin deze bestanddelen voorkomen.

In uitzonderingsgevallen mag van het tweede lid worden afgeweken.

De toelichting vermeldt in welke gevallen met toepassing van het derde en vierde lid verschillende waarderingsregels werden gehandhaafd en waarom.

Art. 126.De consoliderende vennootschap moet, onverminderd artikel 128, voor haar geconsolideerde jaarrekening dezelfde waarderingsregels toepassen als voor haar jaarrekening.

In uitzonderingsgevallen mag van dit beginsel worden afgeweken op voorwaarde dat de gehanteerde regels stroken met titel I van dit boek.

Eventuele afwijkingen worden in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening gemotiveerd.

Art. 127.De waarderingsregels moeten van het ene boekjaar op het andere identiek blijven en stelselmatig worden toegepast.

Zij worden evenwel aangepast wanneer, onder meer als gevolg van een belangrijke wijziging in het bedrijf van de consoliderende vennootschap, haar vermogensstructuur of in de economische dan wel technologische omstandigheden de voorheen gehanteerde waarderingsregels niet langer voldoen aan het voorschrift van artikel 115.

Het tweede en derde lid van artikel 116 zijn van toepassing op dergelijke aanpassingen.

Art. 128.Wanneer in de jaarrekening van de consoliderende vennootschap of van een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming, overeenkomstig de geldende fiscale voorschriften op de actiefbestanddelen grotere afschrijvingen of waardeverminderingen zijn toegepast dan economisch verantwoord, of wanneer in de jaarrekening van de consoliderende vennootschap of van een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming, overeenkomstig de geldende fiscale voorschriften passiva werden geboekt, gevormd of gewaardeerd voor een groter bedrag dan economisch verantwoord, kunnen deze bestanddelen pas in de geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen nadat deze distorsies ongedaan zijn gemaakt, tenzij indien het belang van betrokken bedragen verwaarloosbaar is, gelet op het doel van artikel 115.

De consoliderende vennootschappen hebben evenwel de mogelijkheid om deze distorsies niet ongedaan te maken, op voorwaarde dat de invloed ervan op de resultaten van het boekjaar wordt vermeld in de toelichting.

Art. 129.In de geconsolideerde balans en resultatenrekening wordt rekening gehouden met het verschil dat bij de consolidatie blijkt tussen de aan het boekjaar en de vorige boekjaren toe te rekenen belastingen en de met betrekking tot deze boekjaren betaalde of nog te betalen belastingen, voor zover mag worden aangenomen dat daaruit voor de consoliderende vennootschap of voor een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming in de afzienbare toekomst inderdaad kosten zullen voortvloeien.

Deze belastinglatenties worden aan passiefzijde van de geconsolideerde balans geboekt in een afzonderlijke post IX.B. " Uitgestelde belastingen en belastinglatenties".

Art. 130.Wanneer actief- of passiefbestanddelen voor hun opneming in de consolidatie worden aangepast of herberekend, worden de afschrijvingen, waardeverminderingen en resultaten uit overdracht in de geconsolideerde jaarrekening geboekt op grond van deze aangepaste of herberekende waarde.

Art. 131.De actief- en passiefbestanddelen, de rechten en verplichtingen alsmede de opbrengsten en kosten van geconsolideerde buitenlandse dochterondernemingen worden, vooraleer in de geconsolideerde jaarrekening te worden opgenomen, omgerekend in Belgische frank of in euro, hetzij volgens de monetaire/niet-monetaire methode, hetzij volgens de slotkoersmethode.

De keuze van de methode moet voldoen aan het vereiste van het getrouwe beeld bedoeld in artikel 115.

Voor verschillende buitenlandse dochterondernemingen die in de consolidatie worden opgenomen, mogen beide methoden tegelijkertijd worden gebruikt, inzover : 1° de keuze beantwoordt aan objectieve criteria en 2° deze criteria stelselmatig worden toegepast. In bijzondere gevallen en met naleving van artikel 115 en het 1° en 2° van voorgaand lid, kunnen de consoliderende vennootschappen andere omrekeningsmethoden toepassen.

Art. 132.§ 1. Volgens de monetaire/niet-monetaire methode worden niet-monetaire activa alsmede afschrijvingen, waardeverminderingen en regularisaties met betrekking tot dergelijke activa, omgerekend tegen de geldende koers op het ogenblik waarop deze activa in het vermogen van de consoliderende vennootschap of van de betrokken dochteronderneming zijn opgenomen, zoniet op de in artikel 139, tweede lid bedoelde datum, indien later. De monetaire activa en passiva, rechten en verplichtingen worden omgerekend tegen slotkoers; wanneer het wisselrisico met betrekking tot een monetaire post specifiek wordt gedekt, worden de monetaire post en de dekkingsverrichting samen omgerekend, hetzij tegen slotkoers, hetzij tegen de koers van de dekkingsverrichting.

Volgens de slotkoersmethode worden alle zowel monetaire als niet-monetaire actief- en passiefbestanddelen, rechten en verplichtingen - inclusief de verrichtingen ter dekking van het wisselrisico, met uitzondering van diegene die conform het eerste lid moeten worden behandeld - omgerekend tegen slotkoers.

Opbrengsten en kosten worden omgerekend tegen de geldende koers op de datum waarop zij zijn vastgesteld; zij mogen evenwel worden omgerekend tegen een gemiddelde periodekoers of een gemiddelde koers voor het boekjaar. § 2. 1° Bij toepassing van de monetaire/niet-monetaire methode worden de omrekeningsverschillen in de resultatenrekening geboekt; ze kunnen evenwel worden verwerkt volgens de methoden die de consoliderende vennootschap hanteert om omrekeningsverschillen in haar jaarrekening te verwerken. 2° Bij toepassing van de slotkoersmethode worden in de passiefpost "Omrekeningsverschillen" geboekt : a) de omrekeningsverschillen uit de omrekening van de netto-positie van de dochteronderneming bij het begin van de periode tegen een andere koers dan voorheen;b) de omrekeningsverschillen na toepassing van de slotkoers in de balans en van een andere koers in de resultatenrekening;c) de omrekeningsverschillen uit andere wijzigingen in het eigen vermogen van de dochteronderneming.3° Wanneer de omrekeningsverschillen aan passiefzijde in de post "Omrekeningsverschillen" worden geboekt, dan wordt het aan derden toe te rekenen gedeelte van deze omrekeningsverschillen aan passiefzijde in de post " Belangen van derden" geboekt;wanneer ze in resultaat worden genomen wordt het gedeelte van deze verschillen dat toerekenbaar is aan derden in de resultatenrekening in de post "Aandeel van derden in het resultaat" geboekt. 4° In bijzondere gevallen en met inachtneming van artikel 115 mogen de consoliderende vennootschappen andere methoden hanteren voor de verwerking van omrekeningsverschillen, inzover de voorwaarden bepaald bij artikel 131, tweede lid en derde lid, 1° en 2° worden nageleefd. HOOFDSTUK IV. - Consolidatiemethoden Afdeling 1. - Algemene beginselen

Art. 133.In de geconsolideerde jaarrekening worden het vermogen, de financiële positie en het resultaat van het geconsolideerde geheel opgenomen alsof het om één enkele vennootschap ging.

Art. 134.In de geconsolideerde jaarrekening : 1° worden de actief- en passiefbestanddelen, rechten en verplichtingen alsmede opbrengsten en kosten van de consoliderende vennootschap en van haar dochterondernemingen waarover zij de exclusieve controle bezit integraal in de consolidatie opgenomen;2° worden de actief- en passiefbestanddelen, rechten en verplichtingen alsmede opbrengsten en kosten van gemeenschappelijke dochterondernemingen naar evenredigheid in de consolidatie opgenomen;3° worden de deelnemingen in geassocieerde vennootschappen zoals gedefinieerd in artikel 12 van het Wetboek van vennootschappen, gewaardeerd en het aandeel in het resultaat van deze vennootschappen vastgesteld met toepassing van de vermogensmutatiemethode. De gemeenschappelijke dochterondernemingen mogen evenwel in de geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen volgens de vermogensmutatiemethode, wanneer hun bedrijf niet nauw geïntegreerd is in het bedrijf van de vennootschap die over de gezamenlijke controle beschikt.

Art. 135.De consolidatiebeginselen en -methoden mogen niet van het ene boekjaar tot het andere worden gewijzigd.

Met toepassing van artikel 115 mag van het eerste lid worden afgeweken. In dit geval zijn het tweede en derde lid van artikel 116 van toepassing. Afdeling II. - Integrale consolidatie

Onderafdeling 1. - De geconsolideerde balans

Art. 136.Onverminderd de artikelen 137 en 144, worden alle actief- en passiefbestanddelen van de consoliderende vennootschap en van de dochterondernemingen die in de consolidatie zijn opgenomen, in de geconsolideerde balans opgenomen.

Art. 137.In de geconsolideerde balans wordt het eigen vermogen van elke geconsolideerde dochteronderneming : a) ten belope van het deel van haar eigen vermogen dat de aandelen belichaamt in bezit van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochteronderneming, gecompenseerd met de boekwaarde van deze aandelen in de boekhouding van de consoliderende vennootschap en van de dochterondernemingen die ze bezitten, en b) ten belope van het deel van haar eigen vermogen dat de aandelen belichaamt in bezit van andere personen dan de consoliderende vennootschap en de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, aan passiefzijde van de geconsolideerde balans geboekt, in de post "Belangen van derden".

Art. 138.Het eigen vermogen van de dochteronderneming, dat in aanmerking wordt genomen voor de toepassing van artikel 137, vloeit voort uit de boekwaarde van de actiefbestanddelen, de voorzieningen en schulden van deze dochteronderneming, eventueel na aanpassing van de boekwaarde van deze bestanddelen, overeenkomstig de artikelen 125, 126, 128 en 129. Het eigen vermogen omvat het resultaat van het boekjaar op datum van verwerving, behalve inzover hierop vóór de verwerving een interimdividend zou zijn toegekend.

Art. 139.De vaststelling van de waarde van het eigen vermogen van de dochteronderneming en de in artikel 137, a) bedoelde compensatie geschieden voor elke dochteronderneming op de datum waarop de aandelen zijn verworven of op een nabijzijnde datum.

Wanneer evenwel : a) een vennootschap voor de eerste maal een geconsolideerde jaarrekening opstelt, mag deze compensatie, ten belope van de aandelen in haar bezit op die datum, geschieden op de aanvangsdatum van het boekjaar waarop deze eerste geconsolideerde jaarrekening betrekking heeft;b) een dochteronderneming die vroeger niet werd geconsolideerd, noch behandeld volgens de vermogensmutatiemethode, voor de eerste maal in de consolidatie wordt opgenomen, mag deze compensatie, ten belope van de aandelen in haar bezit op die datum, geschieden op de aanvangsdatum van het boekjaar waarop de geconsolideerde jaarrekening waarin de dochteronderneming voor de eerste maal wordt opgenomen, betrekking heeft.

Art. 140.Het verschil uit deze compensatie overeenkomstig artikel 137, a), wordt zoveel mogelijk toegerekend aan de actief- en passiefbestanddelen waarvan de waarde hoger of lager is dan hun boekwaarde in de boekhouding van de dochteronderneming.

Het verschil dat overblijft na toepassing van het eerste lid, wordt in de post "Consolidatieverschillen" van de geconsolideerde balans opgenomen, aan actiefzijde zo het verschil positief is, aan passiefzijde zo het verschil negatief is.

De in het tweede lid bedoelde positieve en negatieve consolidatieverschillen mogen niet met elkaar gecompenseerd worden, tenzij zij betrekking hebben op eenzelfde dochteronderneming; in dit laatste geval is compensatie verplicht.

Indien met toepassing van het eerste lid, actief- en passiefbestanddelen van de dochterondernemingen worden herberekend, dan wordt het aandeel van derden in deze herberekeningen geboekt in de post "Belangen van derden" aan passiefzijde van de geconsolideerde balans.

Art. 141.§ 1. De in artikel 140, tweede lid bedoelde positieve consolidatieverschillen worden afgeschreven ten laste van de geconsolideerde resultatenrekening, volgens een passend afschrijvingsplan dat overeenstemt met de vermoedelijke gebruiksduur van dit actief. Indien hun afschrijving wordt gespreid over meer dan vijf jaar, moet zulks worden gemotiveerd in de toelichting.

Op deze verschillen worden aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen toegepast wanneer het, ingevolge wijzigingen in de economische omstandigheden, niet langer economisch verantwoord is ze tegen die waarde te handhaven in de geconsolideerde balans.

Deze afschrijvingen worden in de resultatenrekening geboekt in een afzonderlijke post van de bedrijfskosten of van de financiële kosten in de in het eerste lid bedoelde gevallen; bij de uitzonderlijke resultaten in de in het tweede lid bedoelde gevallen. § 2. Negatieve consolidatieverschillen mogen niet in de geconsolideerde resultatenrekening worden opgenomen. Wanneer evenwel het negatieve consolidatieverschil te verklaren valt uit een op de overeenkomstig artikel 139 bepaalde datum verwachte ongunstige ontwikkeling van de resultaten van de betrokken dochteronderneming of uit kosten die deze dochteronderneming naar verwachting zal veroorzaken, wordt het in de geconsolideerde resultatenrekening opgenomen voor zover en op het ogenblik dat deze vooruitzichten werkelijkheid worden.

Art. 142.Ingeval de aandelen van een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming geheel of ten dele buiten de consolidatiekring worden gerealiseerd, wordt het overblijvende consolidatieverschil afgeboekt naar verhouding van de gerealiseerde aandelen.

Art. 143.Aandelen in het kapitaal van de consoliderende vennootschap, die worden gehouden door haarzelf of door een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming, worden in de geconsolideerde balans geboekt in actiefpost IX. De toelichting vermeldt hoeveel aandelen van de consoliderende vennootschap in bezit zijn van haarzelf en van haar in de consolidatie opgenomen dochteronderneming, alsook welk percentage van de uitgegeven aandelen ze vertegenwoordigen.

Art. 144.Worden uit de geconsolideerde balans weggelaten : 1° de onderlinge vorderingen en schulden van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen;2° de winsten en verliezen die zijn begrepen in de waarde van een actief in de geconsolideerde balans, verworven van de consoliderende vennootschap of van een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming, tenzij ingeval artikel 146, tweede en derde lid, wordt toegepast. Onderafdeling II. - De geconsolideerde resultatenrekening

Art. 145.Alle opbrengsten en kosten van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen worden onverminderd de artikelen 146, 153 en 155 in de geconsolideerde resultatenrekening opgenomen.

Ze bevat onder de kosten het gedeelte van het resultaat van de dochterondernemingen dat bij bestemming anderszins dan als dividend wordt toegekend.

De overboeking naar de belastingvrije reserves wordt uit de resultatenrekening gehaald en in de resultaatverwerking opgenomen. Dit geldt ook voor de onttrekkingen aan deze belastingvrije reserves.

Art. 146.Worden uit de geconsolideerde resultatenrekening weggelaten : 1° de onderlinge opbrengsten en kosten die verband houden met verrichtingen tussen de consoliderende vennootschap en de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen of tussen deze laatste;2° de winsten en verliezen die zijn begrepen in de waarde van een actief dat op de geconsolideerde balans voorkomt en is verworven van de consoliderende vennootschap of van een in de consolidatie opgenomen dochteronderneming;3° de gerealiseerde meer- en minderwaarden op deelnemingen in de consoliderende vennootschap of in de dochterondernemingen opgenomen in de consolidatie, hetzij behandeld volgens de vermogensmutatiemethode, die zijn overgedragen aan de consoliderende vennootschap of aan in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen;4° de dividenden toegekend door de consoliderende vennootschap of door in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen aan de consoliderende vennootschap of aan in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen;5° de waardeverminderingen op deelnemingen in de consoliderende vennootschap of in dochterondernemingen opgenomen in de consolidatie, hetzij behandeld volgens de vermogensmutatiemethode. In afwijking van het eerste lid, 2° en 3°, kunnen de winsten en verliezen naar verhouding van het deel van het kapitaal dat de consoliderende vennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks bezit in elk van de betrokken dochterondernemingen, buiten de consolidatie worden gelaten (procentueel belang).

In afwijking van het eerste lid, 2° kunnen de winsten en verliezen in de consolidatie worden behouden, indien bij de verrichting de normale marktvoorwaarden in acht zijn genomen en het weglaten van deze resultaten onevenredige kosten zou meebrengen. Deze afwijkingen worden vermeld in de toelichting; indien de invloed daarvan op het vermogen, de financiële positie of het resultaat van het geconsolideerde geheel niet onaanzienlijk is, dient zulks in de toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening te worden vermeld.

Art. 147.Het gedeelte van het resultaat van de volledig geconsolideerde dochterondernemingen dat kan worden toegerekend aan aandelen die worden gehouden door andere personen dan de consoliderende vennootschap of de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, wordt in de geconsolideerde resultatenrekening vermeld onder de post "Aandeel van derden in het resultaat".

Onderafdeling III. - De geconsolideerde toelichting

Art. 148.De inlichtingen met betrekking tot het geheel van de consoliderende vennootschap en de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen die krachtens dit besluit in de toelichting moeten worden opgenomen, slaan niet op de wederzijdse rechten en verplichtingen die worden weggelaten.

Onderafdeling IV. - Gemeenschappelijke bepaling

Art. 149.De in de artikelen 144, 146, eerste lid, 1° en 2°, en 148 bedoelde weglatingen mogen achterwege blijven wanneer de betrokken bedragen, gelet op het doel van artikel 115 slechts van te verwaarlozen betekenis zijn. Afdeling III. - Evenredige consolidatie

Art. 150.In geval van evenredig geconsolideerde gemeenschappelijke dochterondernemingen : a) zijn de artikelen 137, a) en 138 tot 143 van toepassing;b) worden de actief- en passiefbestanddelen, rechten en verplichtingen, opbrengsten en kosten van gemeenschappelijke dochterondernemingen in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen naar rato van de rechten in hun kapitaal die door de consoliderende vennootschap en door de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen worden gehouden;de artikelen 144, 146, 148 en 149 zijn van toepassing. HOOFDSTUK V. - De vermogensmutatie

Art. 151.Deelnemingen in vennootschappen waarop de vermogensmutatiemethode is toegepast, worden in de geconsolideerde balans opgenomen onder een afzonderlijke post van de financiële vaste activa, genoemd "Vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast".

Art. 152.§ 1. Wanneer op een deelneming de vermogensmutatiemethode wordt toegepast, wordt zij in de geconsolideerde balans opgenomen voor het bedrag dat overeenkomt met het deel van het eigen vermogen van de betrokken vennootschap, inclusief het resultaat over het boekjaar, dat deze deelneming belichaamt.

Artikel 139 is van overeenkomstige toepassing wat de datum betreft waarop deze deelneming wordt herberekend. § 2. Voor de toepassing van § 1 bestaat het eigen vermogen van de betrokken vennootschap uit het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de boekwaarde van de voorzieningen en schulden van deze vennootschap. Het eigen vermogen omvat het resultaat van het boekjaar op datum van verwerving, behalve inzover hierop vóór de verwerving een interimdividend is toegekend.

Wanneer geen uniforme regels werden gehanteerd voor de waardering van actief- of passiefbestanddelen van de geassocieerde vennootschap en voor de consolidatie, kunnen deze bestanddelen opnieuw worden gewaardeerd volgens de voor de consolidatie gehanteerde methoden.

Wanneer niet opnieuw wordt gewaardeerd, moet zulks in de toelichting onder de waarderingsregels worden vermeld. § 3. Voorzover het verschil tussen de boekwaarde van de deelneming en de hiermee overeenstemmende fractie van het eigen vermogen zoals vastgesteld overeenkomstig § 2, kan worden toegerekend aan identificeerbare actief- of passiefbestanddelen van de betrokken vennootschap met een grotere of kleinere waarde dan waartegen zij in de boekhouding van de betrokken vennootschap staan geboekt, dan wordt dit verschil toegerekend aan de waarde waartegen deze deelneming in de geconsolideerde jaarrekening wordt geboekt. § 4. Het verschil dat overblijft na toepassing van § 3 wordt in de post "Consolidatieverschillen" van de geconsolideerde balans opgenomen, aan actiefzijde bij een positief verschil, aan passiefzijde bij een negatief verschil. Positieve en negatieve verschillen mogen niet worden gecompenseerd, tenzij zij betrekking hebben op een zelfde geassocieerde vennootschap; in dit laatste geval is compensatie verplicht. § 5. De artikelen 141 en 142 zijn van toepassing op de verschillen na vermogensmutatie.

Art. 153.De waarde waartegen de deelneming in de geconsolideerde jaarrekening, overeenkomstig artikel 152, §§ 1 en 2, is opgenomen, wordt vervolgens, naar gelang van het geval, verhoogd of verminderd met het bedrag van de tijdens het boekjaar of het gedeelte van het boekjaar opgetreden verandering in het deel van het eigen vermogen van de betrokken vennootschap dat deze deelneming belichaamt. Dit eigen vermogen omvat het resultaat van het boekjaar, met uitsluiting evenwel van het gedeelte hiervan dat bij bestemming anderszins dan als dividend wordt toegekend.

Deze waarde wordt verminderd met het bedrag van de dividenden met betrekking tot deze deelneming.

Bij toepassing van artikel 152, § 3, wordt deze waarde zonodig aangepast om rekening te houden met de gevolgen van de waardeherberekeningen met toepassing van genoemd artikel 152, § 3.

Art. 154.De bepalingen over de omrekening in Belgische frank (of in euro), van tegoeden en verplichtingen in deviezen en van de financiële staten van dochterondernemingen in het buitenland, zijn van toepassing op de vennootschappen waarop de vermogensmutatie is toegepast.

Art. 155.§ 1. Het aandeel van het resultaat van de betrokken vennootschap dat aan deze deelneming kan worden toegerekend, wordt vermeld in de geconsolideerde resultatenrekening onder een afzonderlijke post "Aandeel in het resultaat van de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast". § 2. De resultaten van verrichtingen tussen de consoliderende vennootschap en de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen alsmede vennootschappen waarop de vermogensmutatiemethode wordt toegepast en die begrepen zijn in de boekwaarde van de activa van de consoliderende vennootschap of van een dochteronderneming opgenomen in de consolidatie, hetzij van een vennootschap waarop de vermogensmutatiemethode wordt toegepast, worden voor zover de daartoe noodzakelijke gegevens bekend of toegankelijk zijn, uit de geconsolideerde resultaten weggelaten.

Ten aanzien van voorgaand lid zijn de artikelen 146 en 149 van toepassing.

Art. 156.Wanneer een vennootschap waarop de vermogensmutatiemethode wordt toegepast, een geconsolideerde jaarrekening opstelt, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing onder verwijzing naar de geconsolideerde jaarrekening van deze vennootschap.

Art. 157.De vermogensmutatiemethode hoeft niet te worden toegepast wanneer de toepassing ervan slechts van te verwaarlozen betekenis zou zijn, gelet op het doel van artikel 115. HOOFDSTUK VI. - Structuur van de geconsolideerde jaarrekening Afdeling 1. - Algemene beginselen

Art. 158.§ 1. De geconsolideerde balans en resultatenrekening worden opgesteld overeenkomstig de schema's opgenomen in titel I, hoofdstuk III, afdeling II van dit boek, onverminderd de bepalingen van deze titel, samengevat in afdeling II van dit hoofdstuk en met inachtneming van de aanpassingen die noodzakelijk zijn wegens de eigen kenmerken van de geconsolideerde jaarrekening.

De onderscheiden voorraadposten kunnen in de geconsolideerde jaarrekening evenwel worden samengevoegd indien, met name omwille van interne leveringen, de herindeling van voorraden in de diverse posten, op grond van hun betekenis voor het geconsolideerd geheel, onevenredige kosten met zich zou brengen.

De omschrijving van de in de schema's door een hoofdletter aangegeven posten en van de subposten moet, wanneer de naleving van het voorschrift van artikel 115 dit vereist, worden aangepast aan de bijzondere aard van het bedrijf, het vermogen en de opbrengsten en kosten van het geconsolideerd geheel.

De omschrijving van de posten in de jaarrekeningschema's opgelegd bij titel I van dit boek zijn, onverminderd afdeling II van dit hoofdstuk, van toepassing op de overeenstemmende posten in de schema's van de geconsolideerde jaarrekening. § 2. De bedrijfsresultaten kunnen, in afwijking van § 1, in de geconsolideerde resultatenrekening worden gerangschikt naar hun bestemming, overeenkomstig afdeling II van dit hoofdstuk. § 3. Indien het bedrijf van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, als geheel beschouwd, voornamelijk bestaat uit een bankbedrijf, wordt de geconsolideerde jaarrekening opgesteld volgens de schema's en waarderingsregels die naar gelang van het geval, van toepassing zijn op de jaarrekening van de kredietinstellingen. De staten XIII en XV van artikel 163 zijn niet van toepassing.

Indien het bedrijf van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, als geheel beschouwd, voornamelijk bestaat uit een verzekerings- of herverzekeringsbedrijf, is de consoliderende vennootschap onderworpen aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 13 februari 1996 betreffende de geconsolideerde jaarrekening van verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen.

Art. 159.De posten van de geconsolideerde balans en resultatenrekening en de vermeldingen in de toelichting mogen worden weggelaten wanneer zij niet dienstig zijn voor het betrokken boekjaar en het voorafgaande boekjaar.

Art. 160.Kunnen actief- of passiefbestanddelen tot meer dan één post of subpost van de balans behoren, of opbrengsten dan wel kosten tot meer dan één post of subpost van de resultatenrekening, dan worden ze ingeschreven onder die post die ten opzichte van het voorschrift van artikel 115 het meest is aangewezen.

De consoliderende vennootschappen kunnen de posten en subposten die verplicht worden vermeld, verder indelen.

Er mag in bijkomende subposten worden voorzien voor zover hun inhoud niet door een andere subpost, vermeld in de schema's, wordt gedekt.

Art. 161.Bij elke post en subpost van de geconsolideerde balans en resultatenrekening wordt het bedrag van de overeenkomstige post van het voorafgaande boekjaar vermeld.

Wanneer de bedragen van het voorafgaande boekjaar niet vergelijkbaar zijn, moet de toelichting de nodige gegevens bevatten om een betekenisvolle vergelijking tussen de opeenvolgende geconsolideerde jaarrekeningen mogelijk te maken.

De verplichting om cijfers over het voorgaande boekjaar te vermelden, geldt niet voor de geconsolideerde jaarrekening over het eerste boekjaar waarin de bepalingen van deze titel van toepassing zijn.

Art. 162.De indeling van de geconsolideerde jaarrekening moet identiek zijn van het ene jaar tot het andere; ze wordt echter gewijzigd wanneer zij, onder meer ingevolge een belangrijke wijziging in de structuur van het vermogen, van de opbrengsten en van de kosten van het geconsolideerde geheel, niet meer beantwoordt aan het voorschrift van artikel 115. Deze wijzigingen worden gemotiveerd in de toelichting over het boekjaar waarin zij werden ingevoerd. Afdeling II. - Geconsolideerde jaarrekening :

schema van de balans, schema's van de resultatenrekening en inhoud van de toelichting Onderafdeling I. - Schema van de balans

Art. 163.De balans moet overeenkomstig het volgende schema worden opgesteld : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (1) De consoliderende vennootschappen kunnen hun geconsolideerde balans in staffelvorm voorstellen, in de volgorde van de posten zoals bedoeld in artikel 10 van de richtlijn 78 (660) EEG.(2) Uitgesplitst zoals bedoeld in titel I, hoofdstuk III, afdeling II, onderafdeling I van dit boek.(3) De consoliderende vennootschappen kunnen de posten « III.B. Installaties, machines en uitrusting » en « III. C. Meubilair en rollend materieel » zoals bedoeld in titel I van dit boek samenvoegen.

In dat geval mogen de gegevens in de geconsolideerde toelichting met betrekking tot de posten III. B. en III. C. eveneens worden samengevoegd. (4) Onverminderd de toepassing van artikel 158, § 1, tweede lid.(5) Inclusief het overgedragen resultaat. Onderafdeling II. - Schema's van de resultatenrekening

Art. 164.Naar gelang van de gekozen opsplitsing van de bedrijfsresultaten moet de resultatenrekening worden opgesteld volgens een van de volgende schema's. 1. Uitsplitsing in de geconsolideerde resultatenrekening van de bedrijfsresultaten naar hun aard (artikel 158, § 1) I.Bedrijfsopbrengsten (6) II. Bedrijfskosten (6) III. Bedrijfswinst (bedrijfsverlies) IV. Financiële opbrengsten (6) V. Financiële kosten (6) VI. Winst (verlies) uit gewone bedrijfsuitoefening vóór belasting van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen VII. Uitzonderlijke opbrengsten (6) VIII. Uitzonderlijke kosten (6) IX. Winst (verlies) van het boekjaar vóór belasting van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen X. A. Overboeking naar de uitgestelde belastingen en de belastinglatenties B. Onttrekkingen aan de uitgestelde belastingen en de belastinglatenties XI. Belastingen op het resultaat (6) XII. Winst (verlies) van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen XIII. Aandeel in het resultaat van de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast A. Winstresultaten B. Verliesresultaten XIV. Geconsolideerde winst (geconsolideerd verlies) XV. Aandeel van derden in het resultaat XVI. Aandeel van de groep in het resultaat 2. Uitsplitsing in de geconsolideerde resultatenrekening van de bedrijfsresultaten naar hun bestemming (artikel 158, § 2) I.Omzet II. Kosten van verkopen III. Marge van de omzet IV. Commerciële kosten V. Administratieve kosten VI. Kosten van onderzoek en ontwikkeling VII. Andere bedrijfsopbrengsten VIII. Andere bedrijfskosten (7) IX. Bedrijfswinst (verlies) X. Financiële opbrengsten (8) XI. Financiële kosten (8) XII. Winst (verlies) uit de gewone bedrijfsuitoefening vóór belasting van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen XIII. Uitzonderlijke opbrengsten (8) XIV. Uitzonderlijke kosten (8) XV. Winst (verlies) van het boekjaar vóór belasting van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen XVI. A. Overboeking naar de uitgestelde belastingen en de belastinglatenties B. Onttrekkingen aan de uitgestelde belastingen en de belastinglatenties XVII. Belastingen op het resultaat (8) XVIII. Winst (verlies) van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen XIX. Aandeel in het resultaat van de vennootschappen waarop vermogensmutatie is toegepast A. Winstresultaten B. Verliesresultaten XX. Geconsolideerde winst (geconsolideerd verlies) XXI. Aandeel van derden in het resultaat XXII. Aandeel van de groep in het resultaat (6) Uitgesplitst zoals bedoeld in titel I, hoofdstuk III, afdeling II, onderafdeling II van dit boek, onverminderd de artikelen 141, § 1, derde lid, en 152, § 5.(7) Kosten die niet zijn opgenomen onder II, IV, V en VI.(8) Uitgesplitst zoals bedoeld in titel I, hoofdstuk III, afdeling II, onderafdeling II van dit boek, onverminderd de artikelen 141, § 1, derde lid, en 152, § 5. Onderafdeling III. - Inhoud van de toelichting

Art. 165.In de toelichting moeten, naast de door andere bepalingen van deze titel voorgeschreven vermeldingen, de volgende gegevens worden opgenomen : I. De criteria die worden gehanteerd, respectievelijk voor de integrale consolidatie, voor de evenredige consolidatie en voor de opneming volgens de vermogensmutatiemethode, alsmede de gevallen waarin van deze criteria wordt afgeweken, met motivering ervan.

II. a) Naam en zetel - en zo het gaat om een dochteronderneming naar Belgisch recht, het BTW-nummer of het nationale identificatienummer - van de volledig in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, alsmede het deel van het kapitaal van deze dochterondernemingen, dat wordt gehouden door de consoliderende vennootschap en de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, alsmede door personen die in eigen naam optreden maar voor rekening van de consoliderende vennootschap of van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen. b) Dezelfde gegevens moeten worden verstrekt met betrekking tot de dochterondernemingen die, met toepassing van artikel 107 niet volledig worden geconsolideerd, alsmede de reden van die uitsluiting. III. a) Naam en zetel - en zo het gaat om een dochteronderneming naar Belgisch recht, het BTW-nummer of het nationale identificatienummer - van de gemeenschappelijke dochterondernemingen waarop, met toepassing van artikel 134, eerste lid, 2°, een evenredige consolidatie is toegepast, de gegevens waaruit het gezamenlijke bestuur blijkt, alsmede het deel van het kapitaal van deze gemeenschappelijke dochterondernemingen dat wordt gehouden door de consoliderende vennootschap en door de volledig in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, alsmede door personen die in eigen naam optreden maar voor rekening van de consoliderende vennootschap of van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen. b) Dezelfde gegevens worden verstrekt met betrekking tot de gemeenschappelijke dochterondernemingen waarop, met toepassing van artikel 107, geen evenredige consolidatie wordt toegepast, alsmede de reden van deze uitsluiting. IV. a) Naam en zetel - en zo het gaat om een vennootschap naar Belgisch recht, het BTW-nummer of het nationale identificatienummer - van de vennootschappen waarop, met toepassing van de artikelen 110 en 134, eerste lid, 3°, de vermogensmutatiemethode wordt toegepast, met opgave van het deel van hun kapitaal dat wordt gehouden door de consoliderende vennootschap en door de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, alsmede door personen die optreden in eigen naam maar voor rekening van de consoliderende vennootschap of van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen. b) Dezelfde gegevens moeten worden verstrekt met betrekking tot de geassocieerde vennootschappen waarop, met toepassing van artikel 157, geen vermogensmutatiemethode wordt toegepast. V. Naam en zetel - en zo het gaat om een vennootschap naar Belgisch recht, het BTW-nummer of het nationale identificatienummer - van de niet in de nummers II tot IV bedoelde vennootschappen, waarin de consoliderende vennootschap en de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen en de op grond van de artikelen 107 of 108, buiten de consolidatie gelaten dochterondernemingen, hetzij zelf, hetzij via een persoon die in eigen naam, maar voor hun rekening optreedt, ten minste 10 % van het kapitaal bezitten, met opgave van hun deel in het kapitaal, alsmede van het bedrag van het eigen vermogen en van het resultaat van de betrokken vennootschap over het laatste boekjaar waarvoor een jaarrekening is opgesteld. Deze gegevens mogen achterwege worden gelaten, indien zij, gelet op het doel van artikel 115, van te verwaarlozen betekenis zijn. De vermelding van het eigen vermogen en van het resultaat mag eveneens achterwege blijven, wanneer de betrokken vennootschap niet verplicht is deze gegevens openbaar te maken.

VI. De gehanteerde criteria voor de waardering van de verschillende posten van de geconsolideerde jaarrekening, en inzonderheid : a) voor de vorming en aanpassing van afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico's en kosten, alsmede voor de herwaarderingen;b) voor de omrekeningsgrondslagen die worden toegepast om in de geconsolideerde jaarrekening bedragen te boeken die in een andere munt zijn of oorspronkelijk waren uitgedrukt, dan de munt waarin de geconsolideerde jaarrekening is gesteld, en voor de omrekening van de boekhoudstaten van dochterondernemingen en van geassocieerde vennootschappen naar buitenlands recht in de geconsolideerde jaarrekening. VII. Een staat van de oprichtingskosten (actiefpost I), met opgave van hun netto-boekwaarde aan het einde van het voorafgaande boekjaar, de wijzigingen tijdens het boekjaar (nieuwe kosten, afschrijvingen, omrekeningsverschillen, overige), alsmede van hun nettoboekwaarde aan het einde van het boekjaar, uitgesplitst in : - kosten van oprichting of kapitaalverhoging, kosten bij uitgifte van leningen, disagio en andere oprichtingskosten; - herstructureringskosten.

VIII. Een staat van de immateriële vaste activa (actiefpost II) uitgesplitst in : - kosten van onderzoek en ontwikkeling, - concessies, octrooien, licenties, know-how, merken en soortgelijke rechten, - goodwill, - vooruitbetalingen, en die voor elk van deze posten de gegevens vermeldt bedoeld in de punten a), c) en d) van staat IX hieronder.

IX. Een staat van de materiële vaste activa (actiefpost IV) uitgesplitst in : - Gebouwen en terreinen (IV.A), - Installaties, machines en uitrusting (IV.B), - Meubilair en rollend materieel (IV.C), - Leasing en soortgelijke rechten (IV.D), - Andere materiële vaste activa (IV.E), - Vaste activa in aanbouw en vooruitbetalingen (IV.F), en die voor elk van deze posten volgende gegevens vermeldt : a) het bedrag van de aanschaffingswaarde aan het einde van het voorgaande boekjaar, de wijzigingen ervan tijdens het boekjaar (aanschaffingen, met inbegrip van de geproduceerde vaste activa, overboekingen van één post naar een andere, overdrachten en buitengebruikstellingen, omrekeningsverschillen (andere wijzigingen) en het bedrag ervan aan het einde van het boekjaar;b) het bedrag van de meerwaarden aan het einde van het voorafgaande boekjaar, de wijzigingen ervan tijdens het boekjaar (geboekte meerwaarden, meerwaarden verworven van derden, afgeboekte meerwaarden, overboekingen van één post naar een andere, omrekeningsverschillen (andere wijzigingen) en het bedrag ervan aan het einde van het boekjaar;c) het bedrag van de afschrijvingen en de waardeverminderingen aan het einde van het voorafgaande boekjaar, de wijzigingen ervan tijdens het boekjaar (geboekt of teruggenomen via de resultatenrekening, verworven van derden, afgeboekt of overgeboekt, van één post naar een andere, omrekeningsverschillen, andere wijzigingen), en het bedrag van deze afschrijvingen en waardeverminderingen aan het einde van het boekjaar;d) het bedrag van de nettoboekwaarde aan het einde van het boekjaar. Voor de rechten voortvloeiend uit leasing of een gelijkaardige overeenkomst wordt de nettoboekwaarde aan het einde van het boekjaar uitgesplitst in : terreinen en gebouwen; installaties, machines en uitrusting; meubilair en rollend materieel.

X. Een staat van de financiële vaste activa (actiefpost V) met volgende afzonderlijke vermeldingen : A. Voor de posten V. A. 1. en V. B. 1. : 1° de gegevens bedoeld in de punten a), b), c) en d) van voornoemde staat nr.IX, evenals de verhogingen of verminderingen na toepassing van artikel 153; 2° het bedrag aan het einde van het voorafgaande boekjaar, de wijzigingen ervan tijdens het boekjaar en het bedrag ervan aan het einde van het boekjaar, van de niet-opgevraagde bedragen. B. Voor de posten V. A. 2. en V. B. 2., de nettoboekwaarde aan het einde van het voorafgaande boekjaar, de wijzigingen ervan tijdens het boekjaar (toevoegingen, terugbetalingen, geboekte en teruggenomen waardeverminderingen, omrekeningsver-schillen, overige), de boekwaarde aan het einde van het boekjaar en het gecumuleerde bedrag van de waardevermin deringen aan het einde van het boekjaar.

XI. Een staat van de reserves en het overgedragen resultaat (passiefpost IV) met vermelding van de oorzaak van de schommelingen van het bedrag van deze reserves van het ene boekjaar tot het andere.

XII. Een staat van de consolidatieverschillen en de verschillen na toepassing van de vermogensmutatiemethode, uitgesplitst naar positieve of negatieve consolidatieverschillen dan wel naar positieve of negatieve verschillen na toepassing van de vermogensmutatiemethode, met vermelding van : - de netto-boekwaarde aan het einde van het voorafgaande boekjaar; - de wijzigingen tijdens het boekjaar : - ingevolge een stijging van het deelnemingspercentage; - ingevolge een daling van het deelnemingspercentage; - afschrijvingen; - in resultaat genomen verschillen (artikel 141, § 2); - andere wijzigingen; - de netto-boekwaarde aan het einde van het boekjaar.

XIII. Een staat van de schulden, met : A. een uitsplitsing, per post van passiefpost X, van de schulden met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar, naargelang hun resterende looptijd ten hoogste één jaar, meer dan één jaar doch ten hoogste vijf jaar, of meer dan vijf jaar bedraagt;

B. het bedrag van de schulden (passiefposten X en XI) of van het gedeelte van de schulden die gewaarborgd zijn door zakelijke zekerheden die zijn gesteld of onherroepelijk beloofd op de activa van de consoliderende vennootschap of van de in de consolidatie opgenomen dochtervennootschappen.

Bevoorrechte schulden worden niet opgenomen onder de gewaarborgde schulden, tenzij het gaat om het voorrecht van de verkoper. Het eigendomsvoorbehoud wordt gelijkgesteld met een zakelijke zekerheid.

De onder B bedoelde bedragen worden uitgesplitst per post onder de passiefposten X en XI, zonder onderscheid naar gelang van hun termijn.

XIV. De volgende gegevens met betrekking tot het resultaat over het boekjaar en over het voorafgaande boekjaar : A. Een uitsplitsing van de netto-omzet (post I.A.) naar categorie van bedrijfsactiviteit en naar geografische markten, voor zover deze categorieën en markten, vanuit het oogpunt van de organisatie van de verkoop van goederen en de verlening van diensten in het kader van de normale bedrijfsuitoefening van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, onderling aanzienlijk verschillen.

B. 1° Het gemiddeld personeelsbestand bij de consoliderende vennootschap en bij de volledig geconsolideerde dochterondernemingen, uitgesplitst naar categorie, alsook de personeels- en pensioenkosten die betrekking hebben op het boekjaar, indien niet afzonderlijk vermeld in de geconsolideerde resultatenrekening; 2° verhoudingsgewijs dezelfde gegevens voor het personeelsbestand bij de dochterondernemingen waarop een evenredige consolidatie is toegepast. C. Wat de uitzonderlijke resultaten betreft, een uitsplitsing van de posten "Andere uitzonderlijke opbrengsten" en "Andere uitzonderlijke kosten", wanneer in deze posten belangrijke bedragen voorkomen.

D. Wat de belastingen op het resultaat betreft (post X) : 1° het verschil tussen de aan de geconsolideerde resultatenrekening van het boekjaar en de vorige boekjaren toegerekende belastingen en de voor die boekjaren reeds betaalde of nog te betalen belastingen, voor zover dit verschil van belang is met het oog op de in de toekomst te betalen belastingen;2° gegevens omtrent de invloed van de uitzonderlijke resultaten op de belastingen op het resultaat van het boekjaar. XV. De volgende gegevens met betrekking tot de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen : A. 1° Het bedrag van de persoonlijke zekerheden die door de consoliderende vennootschap of door de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden of verplichtingen van derden; 2° het bedrag van de zakelijke zekerheden die door de consoliderende vennootschap en door de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen werden gesteld of onherroepelijk beloofd op hun eigen activa als waarborg voor schulden en verplichtingen van de consoliderende vennootschap of van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, enerzijds, en van derden anderzijds;3° de goederen en waarden gehouden door derden in hun naam maar ten bate en op het risico van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, voor zover deze goederen en waarden niet op de balans voorkomen;4° de verplichtingen tot aan- of verkoop van vaste activa, uitgesplitst naar verplichtingen tot aankoop en verplichtingen tot verkoop;5° de rechten en verplichtingen uit verrichtingen op rentestanden, wisselkoersen, prijzen van grondstoffen of handelsgoederen en andere gelijkaardige verrichtingen. B. Inlichtingen betreffende de technische waarborgen verbonden aan reeds gepresteerde verkopen of diensten.

C. Inlichtingen betreffende belangrijke hangende geschillen en andere belangrijke verplichtingen die hierboven niet zijn bedoeld.

D. Rust- en overlevingspensioenverplichtingen ten gunste van personeelsleden of ondernemingsleiders, ten laste van de consoliderende vennootschap en van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen.

XVI. A. Een staat over de betrekkingen met verbonden, niet in de consolidatie opgenomen ondernemingen, die zowel voor het afgesloten boekjaar als voor het voorafgaande boekjaar volgende gegevens vermeldt : 1° het bedrag van de deelnemingen en aandelen;2° het bedrag van de vorderingen op respectievelijk meer dan één jaar en hoogstens één jaar;3° de geldbeleggingen, met een onderscheid tussen de aandelen en de vorderingen;4° het bedrag van de schulden op respectievelijk meer dan één jaar en hoogstens één jaar;5° het bedrag van de persoonlijke en zakelijke zekerheden die werden gesteld of onherroepelijk beloofd als waarborg voor schulden of verplichtingen van verbonden ondernemingen;6° de andere betekenisvolle financiële verplichtingen;7° de financiële resultaten, met een onderscheid : a) inzake opbrengsten, naar : - opbrengsten uit financiële vaste activa; - opbrengsten uit vlottende activa; - andere financiële opbrengsten. b) inzake kosten, naar : - kosten van schulden; - andere financiële kosten.

B. De vermeldingen bedoeld in A, 1°, 2° en 4°, worden ook verstrekt voor de niet in de consolidatie opgenomen ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat.

XVII. A. Het totaal bedrag van de ten laste van het boekjaar toegekende bezoldigingen aan de bestuurders of zaakvoerders van de consoliderende vennootschap uit hoofde van hun werkzaamheden in de consoliderende vennootschap, haar dochterondernemingen en geassocieerde vennootschappen, inclusief het bedrag van aan de gewezen bestuurders of zaakvoerders uit dien hoofde toegekende rustpensioenen.

B. Het totaalbedrag van de voorschotten en kredieten toegekend aan de bestuurders of zaakvoerders van de consoliderende vennootschap, door deze laatste, door een dochteronderneming of een geassocieerde vennootschap.

Art. 166.De gegevens die krachtens dit besluit in de toelichting moeten worden vermeld, mogen achterwege blijven wanneer hun belang verwaarloosbaar is, gelet op artikel 115.

Het eerste lid is niet van toepassing op de krachtens artikel 165, I tot VI, voorgeschreven vermeldingen. Afdeling III. - Inhoud van sommige posten van de geconsolideerde

jaarrekening

Art. 167.Kapitaal : Deze rubriek bevat uitsluitend het kapitaal van de consoliderende vennootschap.

Uitgiftepremie : deze post bevat uitsluitend de uitgiftepremie van de consoliderende vennootschap.

Herwaarderingsmeerwaarden : deze rubriek bevat de herwaarderingsmeerwaarden van de consoliderende vennootschap en de herwaarderingsmeerwaarden op materiële en financiële vaste activa van de in de consolidatie opgenomen dochterondernemingen, die sinds hun opneming in de consolidatie zijn geboekt.

Reserves : deze rubriek bevat de reserves (daaronder begrepen het overgedragen resultaat) van de consoliderende vennootschap vóór de eerste consolidatie, vermeerderd met het aandeel van de groep in de geconsolideerde resultaten na aftrek van de uitkeringen verricht door de consoliderende vennootschap. De reserves mogen slechts worden gestijfd door bestemming van het geconsolideerde resultaat.

Kosten van verkopen : de kosten van verkopen omvatten alle productiekosten, inclusief de afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico's en kosten die slaan op de verkopen van de periode.

Commerciële en administratieve kosten : de commerciële en administratieve kosten omvatten alle kosten, daaronder begrepen de afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico's en kosten, die verband houden met respectievelijk de handelsfunctie en de administratieve functie. HOOFDSTUK VII. - Overgangsbepalingen

Art. 168.De geconsolideerde jaarrekeningen die worden afgesloten vanaf 31 december 1998 en tot 31 december 2001 mogen, naar keuze van de consoliderende vennootschap, worden uitgedrukt in Belgische frank of in euro. De keuze om op de euro over te schakelen voor de geconsolideerde jaarrekening houdt in dat alle daarop volgende geconsolideerde jaarrekeningen ook in euro moeten opgesteld worden.

Het tijdstip waarop op de euro wordt overgeschakeld voor de geconsolideerde jaarrekening hoeft niet samen te vallen met het tijdstip waarop dat gebeurt voor de jaarrekening bedoeld in titel I van dit boek.

De geconsolideerde jaarrekeningen die worden afgesloten na 31 december 2001 moeten in euro worden uitgedrukt.

Art. 169.Op 1 januari 2002 worden in deze titel geschrapt : 1° in artikel 113, tweede lid, de woorden "in Belgische frank of";2° in de artikelen 131 en 154 de woorden "in Belgische frank of". TITEL III. - Openbaarmaking van de jaarrekening en van de geconsolideerde jaarrekening HOOFDSTUK I. - Voorstelling van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening waarvan de neerlegging bij het Wetboek van vennootschappen is voorgeschreven Afdeling I. - Opmaak van de jaarrekening waarvan de neerlegging bij

het Wetboek van vennootschappen is voorgeschreven

Art. 170.§ 1. De jaarrekening waarvan de neerlegging bij het Wetboek van vennootschappen is voorgeschreven, wordt opgesteld overeenkomstig de bepalingen van titel I van dit boek.

In de jaarrekening worden de bedragen uitgedrukt in franken of in euro, zonder decimalen, wanneer de vennootschap haar jaarrekening opstelt volgens het verkorte schema zoals vastgesteld in titel I, hoofdstuk III, afdeling III van dit boek.

Ze worden uitgedrukt in duizenden franken of in duizenden euro, zonder decimalen, wanneer de vennootschap haar jaarrekening opstelt volgens het volledige schema zoals vastgesteld in titel I, hoofdstuk III, afdeling II van dit boek.

In de jaarrekening wordt uitdrukkelijk vermeld dat de bedragen in franken of euro dan wel in duizenden franken of in duizenden euro zijn uitgedrukt. § 2. De jaarrekening kan, naast de openbaarmaking als voorgeschreven door § 1, in de munt waarin zij overeenkomstig artikel 22, tweede lid is opgesteld, ook openbaar gemaakt worden in de munt van een Lid-Staat van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, zulks met gebruikmaking van de omrekeningskoers op de balansdatum.

Deze koers wordt in de toelichting aangegeven. Afdeling II. - Opmaak van geconsolideerde jaarrekening waarvan de

neerlegging bij het Wetboek van vennootschappen is voorgeschreven

Art. 171.De geconsolideerde jaarrekening wordt uitgedrukt in duizenden of miljoenen franken of in duizenden euro; de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschappen waarvan het geconsolideerd balanstotaal meer dan één miljard euro bedraagt, mag evenwel in miljoenen euro worden uitgedrukt; zij vermeldt dit uitdrukkelijk.

De geconsolideerde jaarrekening mag worden opgesteld in de munt van een Lid-Staat van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling wanneer deze munt de meest relevante munteenheid is voor de verrichtingen, voor de activa en de passiva en voor de resultaten van het geconsolideerde geheel. Afdeling III. - Overgangsbepalingen

Art. 172.Vanaf 1 januari 2002 worden de volgende woorden geschrapt : 1° in artikel 170, § 1, de woorden "in franken of" en « in duizenden franken of »;2° in artikel 171, eerste lid, de woorden "in duizenden of miljoenen franken of". HOOFDSTUK II. - Openbaarmaking van de jaarrekening en van de geconsolideerde jaarrekening

Art. 173.De Nationale Bank van België ontvangt de neerlegging van : - de jaarrekeningen en de stukken die tegelijk met de jaarrekeningen moeten worden neergelegd in toepassing van de artikelen 98 en 100 van het Wetboek van vennootschappen of in toepassing van andere wettelijke of reglementaire bepalingen, alsook - de geconsolideerde jaarrekeningen en de stukken die tegelijk met de geconsolideerde jaarrekeningen moeten worden neergelegd in toepassing van de artikelen 120 en 121 van het Wetboek van vennootschappen of in toepassing van andere wettelijke of reglementaire bepalingen.

Deze stukken worden in één enkel exemplaar neergelegd.

Art. 174.Op de eerste bladzijde van de neergelegde jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening worden vermeld : 1° de naam van de vennootschap of van de onderneming zoals die in de statuten voorkomt;2° de rechtsvorm van de vennootschap of van de onderneming;in geval van een coöperatieve vennootschap, moet worden verduidelijkt dat het een coöperatieve vennootschap met onbeperkte of met beperkte aansprakelijkheid betreft; 3° de nauwkeurige aanwijzing van de zetel van de vennootschap of van de onderneming (straat, nummer, eventueel busnummer, postcode, gemeente); 4° het nummer van inschrijving van de vennootschap of van de onderneming in, naargelang van het geval : - het handelsregister (afgekort : H.R.), - het register der burgerlijke vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen (afgekort : R.B.V.), - het register der buitenlandse vennootschappen die niet onder het voorschrift vallen van artikels 81 en 82 van het Wetboek van vennootschappen (afgekort : R.V.V.), - het register van de Europese economische samenwerkings-verbanden (afgekort : R.E.E.S.V.), - het register van de economische samenwerkingsverbanden (afgekort : R.E.S.V.), of - één der registers bedoeld in artikel 7 van dit besluit; 5° het registratienummer dat aan de vennootschap of aan de onderneming is toegekend voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde of, indien zij niet BTW-plichtig is, het nummer van inschrijving bij het Rijksregister van de rechtspersonen;6° het precies onderwerp van de bekendmaking;7° de begindatum en de afsluitingsdatum van het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft. Het eerste lid, 5°, artikel 175, § 1, en artikel 176, eerste lid, 8° zijn niet van toepassing op de jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening neergelegd door buitenlandse vennootschappen, door buitenlandse economische samenwerkingsverbanden of door Europese economische samenwerkingsverbanden waarvan de zetel in het buitenland gevestigd is, behalve indien deze stukken betrekking hebben op de in België gevestigde bijkantoren van deze vennootschappen of samenwerkingsverbanden.

Art. 175.§ 1. Onverminderd de bepalingen van het artikel 177, zijn de vennootschappen en de ondernemingen die hun jaarrekening moeten opmaken overeenkomstig de schema's bepaald bij titel I, hoofdstuk III, afdelingen II en III van dit boek, verplicht voor de neerlegging van hun jaarrekening en van de tegelijk hiermee neer te leggen stukken, een door de Nationale Bank van België uitgegeven standaardformulier te gebruiken. Dit standaardformulier wordt door de Nationale Bank van België aan de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen aangepast, na overleg met de Commissie voor Boekhoudkundige Normen.

Het bestaan van een nieuwe uitgave wordt in het Belgisch Staatsblad meegedeeld.

Het standaardformulier genoemd "Volledig schema" wordt gebruikt door de vennootschappen en de ondernemingen bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van die welke de mogelijkheid bepaald door artikel 82, § 2, van dit besluit benutten om het standaardformulier genoemd "Verkort schema" te gebruiken.

Het gebruik van dit standaardformulier is evenwel niet verplicht voor jaarrekeningen waarvan alle of een aantal gestandaardiseerde bladen zijn opgemaakt met een computerprogramma. Deze mogelijkheid mag slechts worden gebruikt indien de aldus opgemaakte bladen dezelfde voorstelling hebben en dezelfde rubrieken en codecijfers vermelden als het standaardformulier en afgedrukt zijn met een inkjet- of laserdrukker.

Niet dienstige bladen van het standaardformulier worden niet neergelegd. Op het eerste blad wordt het nummer vermeld van de niet dienstige bladen die niet werden neergelegd. § 2. De vennootschappen en de ondernemingen die hun jaarrekening niet moeten opmaken overeenkomstig de schema's bepaald door titel I, hoofdstuk III, afdelingen II en III van dit boek, moeten voor de neerlegging van hun jaarrekening en van de stukken die tegelijk hiermee moeten worden neergelegd, gebruik maken van het eerste blad van het in het § 1 bedoelde en "Volledig schema" genoemde standaardformulier, met weglating van de vermeldingen met betrekking tot het aantal neergelegde gestandaardiseerde bladen en het nummer van de niet neergelegde gestandaardiseerde bladen.

Hetzelfde geldt voor de neerlegging van de geconsolideerde jaarrekening en van de tegelijk hiermee neer te leggen stukken.

Het eerste blad van het in § 1 bedoelde en "Verkort schema" genoemde standaardformulier wordt evenwel gebruikt door de vennootschappen en de ondernemingen die in aanmerking komen voor het verlaagde openbaarmakingstarief, overeenkomstig artikel 178, § 3, van dit besluit.

Art. 176.Elk op papier neergelegd stuk bedoeld in artikel 173 moet aan de volgende voorwaarden beantwoorden : 1° op wit of ivoorkleurig papier van goede kwaliteit zijn opgesteld;2° 297 millimeter lang en 210 millimeter breed zijn;3° alleen op de voorzijde beschreven zijn;4° slechts eenzelfde taal gebruiken voor het geheel van de tegelijk neergelegde stukken;5° getypt of gedrukt zijn, uitsluitend in zwarte letters met een scherp contrast tussen tekst en papier en duidelijk leesbaar zijn;6° eigenhandig ondertekend zijn door personen die bevoegd zijn om de vennootschap of de onderneming tegenover derden te vertegenwoordigen, waarbij de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaars dienen te worden vermeld;7° bovenaan elk blad een horizontale strook van tenminste 20 millimeter open laten.8° bovenaan elk blad het nummer van inschrijving van de vennootschap of van de onderneming voor de belasting over de toegevoegde waarde vermelden of, indien zij niet BTW-plichtig is, het nummer van de inschrijving bij het Rijksregister van de rechtspersonen. De stukken bedoeld in het eerste lid worden zo mogelijk getypt of gedrukt in een lettertype dat optisch kan worden gelezen (O.C.R.).

Art. 177.§ 1. De jaarrekeningen opgesteld, zonder afwijkingen, volgens één van de schema's bepaald door titel I, hoofdstuk III, afdelingen II en III van dit boek mogen, naar keuze van de neerlegger, worden neergelegd in de vorm bepaald in artikel 175 of op informatiedrager volgens de voorwaarden van dit artikel. § 2. De neerlegging op informatiedrager wordt uitgevoerd hetzij door afgifte of verzending van een diskette, overeenkomstig artikel 179, hetzij door teletransmissie.

De neerlegging door teletransmissie is echter onderworpen aan de voorafgaande toestemming van de Nationale Bank van België.

De neerlegging op informatiedrager moet voldoen aan de technische voorwaarden die de Nationale Bank van België vaststelt voor respectievelijk het "Volledig schema" en het "Verkort schema". Deze technische voorwaarden worden door de Nationale Bank van België medegedeeld aan eenieder die ze schriftelijk aanvraagt.

Vanaf 1 april 2003 kunnen alleen in euro opgestelde jaarrekeningen op informatiedrager worden neergelegd.

Iedere jaarrekening moet het voorwerp uitmaken van een afzonderlijke diskette of een afzonderlijk geïnformatiseerd bericht.

Op de diskette dient een etiket te worden aangebracht met de vermelding van : 1°. het nummer van inschrijving van de vennootschap of van de onderneming voor de belasting over de toegevoegde waarde of, indien zij niet BTW-plichtig is, het nummer van de inschrijving bij het Rijksregister van de rechtspersonen; 2°. de afsluitingsdatum van de jaarrekening; 3°. het type van het gebruikte standaardschema; 4°. de vermelding "verbetering", in het geval bedoeld in artikel 181 van dit besluit. § 3. De rekenkundige en logische controles bedoeld in artikel 102, vierde lid, van het Wetboek van vennootschappen moeten uitgevoerd zijn en de naleving van de voorwaarden van § 4 moet nagegaan zijn. § 4. Wanneer de neerlegging op een informatiedrager geschiedt, moet deze de volgende gegevens bevatten : 1° de vermeldingen bedoeld in artikel 174, eerste lid;2° het type van het gebruikte standaardschema;3° de taal waarin de jaarrekening zal worden openbaar gemaakt;4° de vermelding dat de controles bedoeld in § 3 geen enkele fout hebben aangetoond.

Art. 178.§ 1. De Minister van Justitie stelt het tarief vast van de kosten van bekendmaking in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad van de mededeling bedoeld in artikel 180, § 2, die door de Nationale Bank van België voor rekening van het Bestuur van het Belgisch Staatsblad worden geïnd. § 2. De kosten voor openbaarmaking van de in artikel 173 bedoelde stukken, worden vastgesteld, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, op : - 291 EUR wanneer de stukken op papier worden neergelegd - 271 EUR wanneer de stukken op informatiedrager worden neergelegd.

Indien de jaarrekening van het Belgische bijkantoor van een buitenlandse vennootschap, van een Europese economische samenwerkingsverband of van een economische samenwerkingsverband naar vreemd recht, tegelijkertijd met de jaarrekening van de betrokken vennootschap of samenwerkingsverband wordt neergelegd, dan dekt het in het vorig lid bedoelde bedrag de kosten voor de openbaarmaking van beide jaarrekeningen. § 3. De kosten van openbaarmaking worden evenwel vastgesteld op 105 EUR en op 85 EUR, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, naargelang de in artikel 173 bedoelde stukken op papier dan wel op informatiedrager worden neergelegd, voor : 1° de jaarrekening opgesteld volgens het verkort schema en voorgesteld volgens het standaardformulier genoemd "Verkort schema";2° de jaarrekening van instellingen bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4°, van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen; 3° de jaarrekening van de kredietinstellingen bedoeld in artikel 15, § 1 van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen, op voorwaarde dat hun balanstotaal voor het betrokken boekjaar 5.000.000 EUR niet overschrijdt, evenals de jaarrekening van de verzekering- en herverzekeringondernemingen die voldoen aan de criteria vermeld in artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen. § 4. De kosten bedoeld in de voorgaande paragrafen worden betaald : 1° hetzij met een cheque op naam van de Nationale Bank van België, getrokken op haarzelf of op een in artikel 1 van het koninklijk besluit nr.56 van 10 november 1967 bedoelde kredietinstelling die de betaling ervan bij afzonderlijke akte waarborgt of hem certifieert, of geldig gemaakt door de Post. De cheque wordt aan de stukken bedoeld in artikel 173 gehecht wanneer zij bij de Nationale Bank van België worden neergelegd. Wanneer verschillende jaarrekeningen of geconsolideerde jaarrekeningen tegelijkertijd worden toegezonden of aangeboden, moet elke jaarrekening vergezeld zijn van een cheque opgesteld voor het bedrag van de kosten die op haar van toepassing is; 2° hetzij in contanten, ingeval voornoemde stukken aan de loketten van de Nationale Bank van België worden aangeboden;3° hetzij door welke andere girale betalingswijze ook, met de voorafgaande toestemming van de Nationale Bank van België en volgens de regels die zij bepaalt.

Art. 179.§ 1. Onverminderd de technische voorwaarden die de Nationale Bank van België voor de neerlegging door teletransmissie vaststelt, gebeurt de neerlegging van de stukken bedoeld in artikel 179 door gewone of aangetekende verzending of door afgifte aan de loketten.

Bij toezending met de post, wordt op de omslag vermeld : "Nationale Bank van België - Neerlegging van jaarrekeningen", gevolgd door het adres van de zetel waar de neerlegging gebeurt.

De Nationale Bank van België houdt een staat bij waarin de datum van ontvangst van voormelde stukken wordt aangetekend. § 2. De neerlegging van de hierboven bedoelde stukken wordt slechts door de Nationale Bank van België aanvaard krachtens artikel 102 van het Wetboek van vennootschappen, als de bepalingen van artikel 174, eerste lid, van artikel 175, § 1, eerste, tweede en derde lid, en § 2, van artikel 176, eerste lid en van artikel 177 in acht werden genomen en als de kosten van openbaarmaking en van bekendmaking betaald zijn op de in artikel 178, § 4 voorgeschreven wijze.

In voorkomend geval brengt de Nationale Bank van België de niet-aanvaarding van de neerlegging van de stukken, binnen acht werkdagen na de datum van ontvangst van deze stukken, ter kennis van de vennootschap of de onderneming, met aanduiding van die in het voorgaande lid bedoelde bepalingen welke niet werden nageleefd.

Art. 180.§ 1. Wanneer de neerlegging van de stukken bedoeld in artikel 173, aanvaard wordt krachtens artikel 102, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen, neemt de Nationale Bank van België deze op in de in haar informaticasysteem aangelegde "verzameling der mededelingen". § 2. Binnen de elf werkdagen die volgen op de datum van de aanvaarding van de neerlegging van de stukken, maakt de Nationale Bank van België de mededeling van deze neerlegging over aan het bestuur van het Belgisch Staatsblad.

Het bestuur van het Belgisch Staatsblad maakt deze mededeling bekend overeenkomstig artikel 73 van het Wetboek van de vennootschappen. § 3. Binnen de vijftien werkdagen die volgen op de datum van de aanvaarding van de neerlegging van de stukken, stuurt de Nationale Bank van België de tekst van de mededeling van de neerlegging aan de griffie van de rechtbank van koophandel waar het dossier wordt bijgehouden dat bedoeld is, naargelang het geval, in : - artikel 67, § 2, van het Wetboek van vennootschappen - artikel 6, § 2, van de wet van 12 juli 1989 houdende verscheidene maatregelen tot toepassing van de Verordening (EEG) nr. 2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden, of - artikel 7 van dit besluit De tekst van deze mededeling wordt aan het elektronische deel van dat dossier toegevoegd.

De Nationale Bank van België zendt een afschrift van die mededeling per gewone brief aan de neerleggende vennootschap of onderneming.

Art. 181.De verbetering van een vergissing in de stukken bedoeld in artikel 173, gebeurt : - voor de neerleggingen uitgevoerd op papier, door de neerlegging bij de Nationale Bank van België, van één of meer verbeterde of bijkomende bladen, voorafgegaan door het eerste blad van het in artikel 175, § 1, bedoelde standaardformulier; - voor de neerleggingen uitgevoerd op informatiedrager, door de neerlegging, overeenkomstig de voorwaarden voorzien in artikel 177, van het geheel van de behoorlijk verbeterde jaarrekening.

De vermelding "verbetering" wordt, naargelang het geval, opgenomen in het geïnformatiseerd bericht of op ieder verbeterd of bijkomend blad.

De verbetering van een eerder openbaar gemaakte jaarrekening luidt in dezelfde valuta als de betrokken jaarrekening.

De artikelen 179 en 180 zijn van toepassing op de hierboven vermelde verbeterde neerlegging.

Art. 182.§ 1. De Nationale Bank van België onderwerpt de jaarrekening, neergelegd volgens de schema's bepaald in titel I, hoofdstuk III, afdelingen II en III van dit boek, aan rekenkundige en logische controles, met uitsluiting van de stukken neergelegd ter verbetering van deze jaarrekening, overeenkomstig artikel 181 en van de jaarrekeningen met betrekking tot boekjaren die het laatste boekjaar waarvoor een jaarrekening werd neergelegd, voorafgaan.

Deze rekenkundige en logische controles beogen de samenhang van de bedragen van het recentste boekjaar, voor de rubrieken die voorzien zijn van een mecanografisch nummer, na te gaan. Ze zijn opgenomen in een lijst opgesteld door de Nationale Bank van België na overleg met de Commissie voor Boekhoudkundige Normen. Deze lijst wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. § 2. De Nationale Bank van België zendt aan de betrokken vennootschap of onderneming en, in voorkomend geval, aan haar commissaris, de lijst van de fouten die ze zou hebben vastgesteld, binnen vier maanden na de datum van aanvaarding van de neerlegging van de jaarrekening, wanneer deze jaarrekening binnen de wettelijke termijnen werd neergelegd.

Zij vermeldt het bedrag van de fouten en duidt die aan welke wezenlijk zijn, dit wil zeggen die welke niet kunnen rechtgezet worden op basis van de gegevens die in de jaarrekening voorkomen.

De rechtzetting van deze wezenlijke fouten zal aanleiding geven tot een verbeterde neerlegging volgens de in artikel 181 bepaalde modaliteiten, binnen een termijn van twee maanden na de datum van verzending van de lijst, overeenkomstig de bepalingen van artikel 102 van het Wetboek van vennootschappen.

Art. 183.§ 1. De Nationale Bank van België bezorgt aan allen die erom verzoeken, zelfs op schriftelijke aanvraag, een afschrift van de stukken die bij haar krachtens artikel 173 werden neergelegd, in de vorm van : 1° cd-roms, wanneer de aanvraag betrekking heeft op alle neergelegde stukken.De kopieën van de vóór 1 januari 2000 neergelegde stukken, worden evenwel op microfilms bezorgd; 2° op papier afgedrukte kopieën, op basis van de voormelde cd-roms, wanneer de aanvraag betrekking heeft op een of meer stukken met betrekking tot individueel aangeduide rechtspersonen. Bij neerlegging op informatiedrager wordt dit op de afgeleverde stukken vermeld.

Niet dienstige bladen van het standaardformulier worden niet opgenomen in de door de Nationale Bank van België verstrekte kopieën. § 2. De volgende bedragen zijn aan de Nationale Bank van België verschuldigd voor de afgifte van afschriften van de stukken bedoeld in artikel 173 : 1° voor het jaarabonnement op de cd-roms bedoeld in § 1, 1° : 60.510 BEF, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde. Dit abonnement omvat de levering van de cd-roms waarop de gezamenlijke stukken zijn gereproduceerd die bij de Nationale Bank van België zijn neergelegd gedurende het kalenderjaar waarvoor het abonnement is genomen; 2° voor kopieën op papier bedoeld in § 1, 2° : 0,25 EUR per blad, exclusief port, eventuele inningkosten en belasting over de toegevoegde waarde. § 3. De Nationale Bank van België bezorgt aan de griffies van de rechtbanken van koophandel, onverwijld en kosteloos, een kopie van de in § 1, 1°, bedoelde cd-roms.

De griffier is ervan vrijgesteld een kopie van de stukken bedoeld in artikel 173 toe te voegen aan het dossier bedoeld in artikel 180, § 3.

BOEK III. - Voordracht door de ondernemingsraden van kandidaten voor de opdracht van commissaris of van bedrijfsrevisor

Art. 184.§ 1. Dit boek is van toepassing op alle vennootschappen waarin een ondernemingsraad moet worden opgericht in uitvoering van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven tenzij er in de ondernemingsraad een andersluidend akkoord werd gesloten over de procedure tot voordracht van kandidaten voor de opdracht van commissaris of van bedrijfsrevisor, vastgesteld bij proces-verbaal ten minste drie maanden vóór de dag waarop de benoeming van de commissaris(sen) of de bedrijfsrevisor(en) plaats zal hebben in de schoot van de onderneming, door de algemene vergadering der vennoten of bij ontstentenis daarvan door het statutair orgaan dat bevoegd is voor het bestuur van de onderneming of door het ondernemingshoofd. § 2. Wanneer er in een vennootschap meerdere ondernemingsraden zijn en deze afzonderlijk vergaderen gelden de bepalingen van § 1 voor ieder van deze ondernemingsraden afzonderlijk.

Wanneer er in een vennootschap meerdere ondernemingsraden zijn en deze afzonderlijk vergaderen gelden de overige bepalingen van dit boek slechts voor die ondernemingsraden waarin binnen de in § 1 bepaalde termijn geen andersluidend akkoord werd gesloten over de procedure tot voordracht van kandidaten voor de opdracht van commissaris of van bedrijfsrevisor. § 3. Wanneer er in een onderneming een gemeenschappelijke vergadering van de ondernemingsraad wordt belegd overeenkomstig artikel 15 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 maart 1972 tot coördinatie van de in de Nationale Arbeidsraad gesloten akkoorden en de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de ondernemingsraden, overeenkomst die algemeen bindend werd verklaard bij koninklijk besluit van 12 september 1972, gelden de bepalingen van dit boek voor deze gemeenschappelijke vergadering. § 4. Wanneer er voor meerdere juridische entiteiten slechts één ondernemingsraad bestaat, wordt voor de toepassing van de termijn vermeld in § 1 de datum in aanmerking genomen waarop de eerste benoeming voor één van de juridische entiteiten zal plaats hebben.

Art. 185.Ten minste twee maanden vóór de dag waarop de benoeming van de commissaris(sen) of de bedrijfsrevisor(en) plaats zal hebben in de schoot van de vennootschap dient de ondernemingsraad ten minste éénmaal beraadslaagd en eventueel beslist te hebben over de kandidaturen voorgesteld door het orgaan dat statutair bevoegd is voor het bestuur van de vennootschap of door het ondernemingshoofd.

Art. 186.Indien op de in artikel 185 bedoelde vergadering van de ondernemingsraad geen overeenstemming kan worden bereikt over de voorgestelde kandidaat commissaris(sen) of bedrijfsrevisor(en) moet over de voordracht opnieuw beraadslaagd en beslist worden uiterlijk op de laatste vergadering van de ondernemingsraad vóór de datum waarop de benoeming in de schoot van de vennootschap zal plaats hebben.

Indien er voor die datum geen gewone vergadering van de ondernemingsraad meer wordt gehouden moet desgevallend een bijzondere vergadering van de ondernemingsraad worden bijeengeroepen.

Het orgaan dat statutair bevoegd is voor het bestuur van de vennootschap of het ondernemingshoofd kunnen desgevallend één of meer nieuwe kandidaat commissarissen of bedrijfsrevisoren voordragen.

Art. 187.Alle schriftelijke inlichtingen die de kandidaat commissaris(sen) of bedrijfsrevisor(en) hebben meegedeeld aan het statutair orgaan dat bevoegd is voor het bestuur van de vennootschap of aan het ondernemingshoofd met het oog op het voordragen van hun kandidatuur in de ondernemingsraad, moeten samen met de uitnodigingen tot in de in artikel 185 en 186 bedoelde vergaderingen van de ondernemingsraad vooraf worden meegedeeld aan de leden van de ondernemingsraad.

Buiten de in het eerste lid bedoelde inlichtingen moet aan de leden van de ondernemingsraad een "curriculum vitae" worden meegedeeld, alsmede, indien een meerderheid van werknemersafgevaardigden hierom verzoekt, een nota betreffende een raming van de omvang en de vergoeding van de uit te voeren prestaties en een beschrijving van hun inhoud.

Art. 188.Op verzoek van een meerderheid van werknemersafgevaardigden van de ondernemingsraad moet(en) de voorgestelde kandidaat-commissaris(sen) of bedrijfsrevisor(en) worden uitgenodigd om te verschijnen op de vergadering van de ondernemingsraad die over de voordracht beraadslaagt. De kandidaat-commissaris of bedrijfsrevisor moet aanwezig zijn op de vergadering van de ondernemingsraad waartoe hij wordt uitgenodigd ten einde zich voor te stellen.

Hij dient te antwoorden op de vragen die hem gesteld worden in verband met de aard en de omvang van zijn opdracht in de vennootschap evenals de uitoefening ervan.

Art. 189.Wanneer een vennootschap meerdere ondernemingsraden telt, worden, voor het bepalen van de meerderheid voorgeschreven door artikel 156, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen, die raden geacht een enkel kiescollege te vormen, ongeacht of zij zich afzonderlijk dan wel in gemeenschappelijke vergadering over de hun voorgestelde kandidaturen uitspreken.

Art. 190.Wanneer er voor meerdere juridische entiteiten slechts één ondernemingsraad bestaat, geldt de beraadslaging en de beslissing van de enige ondernemingsraad voor al die juridische entiteiten, waarvoor de ondernemingsraad eenzelfde beslissing wenst te nemen over de hem voorgelegde voordracht(en).

In dat geval wordt voor de toepassing van de termijnen vermeld in artikels 185 en 186 de datum in aanmerking genomen waarop de eerste benoeming voor één van deze juridische entiteiten zal plaats hebben.

Art. 191.Dit besluit is van toepassing op alle ondernemingen die geen vennootschappen zijn, bedoeld in artikel 15bis, van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven tenzij er in de ondernemingsraad een andersluidend akkoord werd gesloten over de procedure tot voordracht van kandidaten voor de opdracht van commissaris of van bedrijfsrevisor, vastgesteld bij proces-verbaal ten minste drie maanden vóór de dag waarop de benoeming van de commissaris(sen) of de bedrijfsrevisor(en) plaats zal hebben in de schoot van de onderneming, door de algemene vergadering der vennoten of bij ontstentenis daarvan door het statutair orgaan dat bevoegd is voor het bestuur van de onderneming of door het ondernemingshoofd.

BOEK IV. - Consignatieprocedure en bestemming van de activa in geval van gerechtelijke ontbinding

Art. 192.Het vonnis dat overeenkomstig artikel 182, § 3 van het Wetboek van vennootschappen, de afsluiting van de vereffening uitspreekt, beveelt het deposito in de Deposito- en Consignatiekas van de sommen en waarden die aan de schuldeisers of vennoten zijn toegekend en die hun niet bezorgd konden worden.

De consignatie geschiedt overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 december 1934 betreffende de toepassing der wetten op het onvrijwillig bezitsverlies van toonderpapier.

Art. 193.Wanneer overeenkomstig artikel 198 van het Wetboek van vennootschappen, een vordering wordt ingesteld tegen de door de rechtbank aangewezen vereffenaars of tegen de personen die overeenkomstig artikel 185 van hetzelfde Wetboek als vereffenaars worden beschouwd, kan de rechtbank een inhouding ten belope van het juiste bedrag bevelen op de activa die op de dag van het vonnis nog geconsigneerd zouden zijn ten bate van de vennoten, om ze te bestemmen voor de aflossing van de schuldvordering van de eiser.

BOEK V. - De naamloze vennootschap en de commanditaire venootschap op aandelen TITEL I. - Inschrijving op, schrapping en weglating uit de lijst van vennootschappen die een openbaar beroep op het spaarwezen doen of gedaan hebben

Art. 194.Voor de toepassing van dit boek wordt onder de Commissie, de Commissie voor het Bank- en Financiewezen verstaan.

Art. 195.Een naamloze vennootschap of commanditaire vennootschap op aandelen die zich krachtens artikel 438, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen bij de Commissie moet laten inschrijven op de lijst van de naamloze vennootschappen en de commanditaire vennootschappen op aandelen die een openbaar beroep op het spaarwezen doen of gedaan hebben, moet haar inschrijvingsaanvraag uiterlijk indienen bij de aanvang van de in artikel 438, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen bedoelde verrichting of bij het indienen van de aanvraag om opneming in de notering van een effectenbeurs.

De inschrijvingsaanvraag bevat : 1° een kopie van de beslissing van de vennootschap om één van de in artikel 438, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen bedoelde verrichtingen te doen;2° een kopie van de statuten, neergelegd overeenkomstig artikel 75, 2° van het Wetboek van vennootschappen en van de akte die de statuten wijzigt overeenkomstig artikel 438, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen;3° in voorkomend geval, de aan de bevoegde autoriteiten gerichte aanvraag om opneming in de notering van een effectenbeurs. De Commissie kan alle andere informatie opvragen die zij nodig acht voor de inschrijving van de vennootschap.

Art. 196.De Commissie schrijft de vennootschap in op de lijst van de naamloze vennootschappen en de commanditaire vennootschappen op aandelen die een beroep op het spaarwezen doen of gedaan hebben, uiterlijk bij de afsluiting van de verrichting bedoeld in artikel 438, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen of uiterlijk wanneer de bevoegde autoriteiten beslissen tot opneming in de notering van een effectenbeurs.

De Commissie brengt de inschrijving ter kennis van de vennootschap.

Art. 197.Wanneer een vennootschap die is ingeschreven op de lijst van de naamloze vennootschappen en de commanditaire vennootschappen op aandelen die een openbaar beroep op het spaarwezen doen of gedaan hebben, beslist om haar naam, dan wel haar zetel te veranderen, moet zij dit binnen vijftien dagen ter kennis brengen van de Commissie.

Art. 198.Wanneer een vennootschap wenst te worden geschrapt van de lijst van de naamloze vennootschappen en de commanditaire vennootschappen op aandelen die een openbaar beroep op het spaarwezen doen of gedaan hebben, moet zij bij de Commissie een aanvraag tot schrapping indienen waaruit blijkt : 1° dat er na afloop van het uitkoopaanbod, uitgebracht overeenkomstig artikel 513 van het Wetboek van vennootschappen, geen obligaties van de vennootschap meer onder het publiek zijn verspreid, of 2° dat er geen obligaties en effecten meer in het publiek zijn verspreid waarop één van de in artikel 438, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen bedoelde verrichtingen betrekking heeft. De Commissie kan alle informatie opvragen die zij nodig acht om de aanvraag tot schrapping te beoordelen.

De Commissie brengt haar beslissing over de aanvraag tot schrapping ter kennis van de vennootschap.

Art. 199.Onverminderd de toepassing van artikel 198, laat de Commissie een vennootschap weg uit de lijst als zij van oordeel is dat die vennootschap niet meer voldoet aan de voorwaarden om te zijn ingeschreven op de lijst van de naamloze vennootschappen en de commanditaire vennootschappen op aandelen die een openbaar beroep op het spaarwezen doen of gedaan hebben.

De Commissie brengt haar voornemen tot weglating uit de lijst ter kennis van de betrokken vennootschap om haar in de gelegenheid te stellen haar opmerkingen over die maatregel mee te delen aan de Commissie, binnen de door haar vastgestelde termijn.

De Commissie kan alle informatie opvragen die zij nodig acht om de vennootschap weg te laten uit de lijst.

De Commissie brengt haar beslissing ter kennis van de vennootschap.

Art. 200.In geval van schrapping of weglating uit de lijst, bezorgt de vennootschap de Commissie een kopie van haar statuten, aangepast overeenkomstig artikel 438, derde lid, van het Wetboek van vennootschappen.

Art. 201.De naamloze vennootschappen en de commanditaire vennootschappen op aandelen die, bij de inwerkingtreding van de wet van 13 april 1995 tot wijziging van de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935, in België of in het buitenland een openbaar beroep op het spaarwezen hebben gedaan via één van de in artikel 438, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen bedoelde verrichtingen en waarvan de effecten nog steeds onder het publiek zijn verspreid, dienen binnen de termijn voorgeschreven door artikel 111, vierde lid, van de voormelde wet van 13 april 1995 hun inschrijvingsaanvraag bij de Commissie in overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.

TITEL II. - Openbaar karakter van de verrichtingen bedoeld in de artikelen 438, 513, § 1, derde lid, en 549 van het Wetboek van vennootschappen

Art. 202.§ 1. Het openbaar karakter van een aanbod in België tot inschrijving, tot verkoop of tot omruiling in de zin van artikel 438, eerste lid van het Wetboek van vennootschappen wordt vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 7 juli 1999 over het openbaar karakter van financiële verrichtingen.

In afwijking van eerste lid, wordt een aanbod uitsluitend bestemd voor de huidige of vroegere personeelsleden van de vennootschap of van met haar verbonden ondernemingen geacht niet openbaar te zijn voor de toepassing van voormelde bepaling. § 2. Een aanbod in het buitenland tot inschrijving, tot verkoop of tot omruiling in de zin van voormeld artikel 438, eerste lid, wordt voor de toepassing van voormelde bepaling geacht openbaar te zijn, indien dat aanbod in het betrokken land onderworpen is aan een bijzondere regeling ter bescherming van het beleggerspubliek, zoals inzonderheid een prospectusverplichting of een andere gelijkaardige informatieverplichting.

Art. 203.Obligaties of effecten worden voor de toepassing van de artikelen 438, derde lid, en 513, § 1, derde lid, van het Wetboek van vennootschappen geacht niet meer onder het publiek verspreid te zijn, indien ze verspreid zijn onder minder dan 50 personen buiten de in artikel 3, 2°, van het koninklijk besluit van 7 juli 1999 over het openbaar karakter van financiële verrichtingen bedoelde beleggers.

Art. 204.Het openbaar karakter van een verzoek tot verlening van volmachten in de zin van artikel 549 van het Wetboek van vennootschappen staat vast zodra één van volgende omstandigheden zich voordoet : 1° het aanwenden door de verzoeker of in zijn opdracht van reclamemiddelen, van welke aard ook, die verzoeken of aanbevelen om bedoelde volmachten te verlenen;2° het beroep op of de tussenkomst van één of meer bemiddelaars;3° het solliciteren, door de verzoeker of voor zijn rekening, van meer dan 50 aandeelhouders. Voor de toepassing van deze bepaling wordt als reclamemiddel beschouwd : a) het verspreiden van informatie in de schrijvende pers of in al dan niet periodieke publikaties en het gebruik van radio, televisie of andere audiovisuele middelen;b) het verspreiden van circulaires of van andere gestandaardiseerde stukken met betrekking tot het verzoek, ook al worden ze aan de geadresseerde persoonlijk toegezonden;c) het verspreiden van informatie via telefonisch of elektronisch informatieverkeer;d) het gebruik van andere technieken om het verzoek bekend te maken. Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder bemiddelaar verstaan elke natuurlijke of rechtspersoon die, zelfs als tijdelijke of bijkomstige werkzaamheid, en in welke hoedanigheid ook, tegen vergoeding of voordeel van welke aard ook, bij een verzoek tot verlening van volmachten rechtstreeks of onrechtstreeks optreedt voor rekening van de verzoeker.

TITEL III. - Nadere regels betreffende de procedure tot verkrijging van eigen effecten door een genoteerde vennootschap

Art. 205.Genoteerde vennootschappen moeten alvorens de verrichtingen te doen die zij met toepassing van artikel 620, § 1, van het Wetboek van vennootschappen overwegen, kennis geven van dit voornemen aan de marktautoriteit en hieraan een kopie bezorgen van het besluit van de algemene vergadering of van de bepaling uit de statuten die de vennootschap tot die verrichtingen machtigt.

Art. 206.Uiterlijk aan het einde van de zevende werkdag van elke maand, meldt de vennootschap die effectief verrichtingen, beschreven in artikel 205, heeft uitgevoerd, aan de marktautoriteit het aantal en de prijs van de tijdens de afgelopen maand ingekochte effecten, de datum van uitvoering alsook het totale aantal eigen aandelen en winstbewijzen dat de vennootschap heeft ingekocht krachtens het besluit van de algemene vergadering in het kader waarvan de verrichtingen hebben plaatsgevonden.

Op verzoek van de marktautoriteit deelt de vennootschap onmiddellijk mee welke bemiddelaar de transacties, beschreven in artikel 205, heeft uitgevoerd.

Art. 207.De in de artikelen 205 en 206 vermelde mededelingen worden door de genoteerde vennootschappen gericht aan de marktautoriteiten van de effectenbeurzen waar de betreffende effecten genoteerd zijn.

In het geval dat de effecten enkel zijn opgenomen in de officiële notering van een effectenbeurs gelegen in een Lidstaat van de Europese Unie, wordt de mededeling gericht aan de marktautoriteit van de Effectenbeurs van Brussel.

Art. 208.De in deze titel voorgeschreven kennisgevingen geschieden schriftelijk of op elke wijze die door de marktautoriteit wordt goedgekeurd.

TITEL IV. - Uitkoopbod

Art. 209.§ 1. Voor de toepassing van deze titel, wordt verstaan onder : 1° "bieder" : de persoon die de voorwaarden van artikel 210 vervult en een uitkoopbod doet;2° "doelvennootschap" : de naamloze vennootschap of de commanditaire vennootschap op aandelen die geen openbaar beroep op het spaarwezen doet of gedaan heeft in de zin van artikel 438, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen en waarvan de effecten door het uitkoopbod worden beoogd;3° "kredietinstelling" : in België gevestigde kredietinstellingen in de zin van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;4° "effecten waarop het uitkoopbod slaat" : effecten die al dan niet het kapitaal vertegenwoordigen en stemrecht verlenen, alsook effecten die recht geven op inschrijving op of verwerving van dergelijke effecten of op omzetting in dergelijke effecten, met uitzondering van obligaties uitgegeven door de vennootschap die niet converteerbaar zijn of waaraan geen inschrijvingsrechten zijn verbonden;5° "personen die in onderling overleg optreden" : personen tussen wie een akkoord bestaat met voor de partijen als doel of gevolg een parallelle gedragslijn te volgen voor de verwerving of de overdracht van effecten van de doelvennootschap, van de bieder of van de vennootschap waarvan de effecten als tegenwaarde worden aangeboden;6° "verbonden personen" : vennootschappen die onderling zijn verbonden in de zin van de omschrijving die voorkomt in artikel 11 van het Wetboek van vennootschappen alsmede andere natuurlijke en rechtspersonen, wanneer tussen hen een affiliatieverband bestaat in de zin van hetzelfde artikel 11;7° "controle van een vennootschap" : de bevoegdheid omschreven in artikel 5 van het Wetboek van vennootschappen;8° "gezamenlijke controle" : de controle omschreven in artikel 9 van het Wetboek van vennootschappen; § 2. Worden behoudens tegenbewijs beschouwd als akkoorden met voor de partijen als doel of als gevolg een parallelle gedragslijn te volgen voor de verwerving of de overdracht van effecten van de betrokken vennootschap : 1° andere dan statutaire overeenkomsten die een blokkering van de effecten, een goedkeuring of een gelijkaardig mechanisme voor de verwerving of overdracht van effecten van de betrokken vennootschap inhouden;2° andere dan statutaire overeenkomsten waarin een recht van voorkoop dan wel opties of verplichtingen tot aankoop of verkoop van effecten van de betrokken vennootschap zijn bedongen;3° de gezamenlijke controle over een vennootschap die effecten bezit van de betrokken vennootschap. § 3. Worden behoudens tegenbewijs vermoed in onderling overleg op te treden : 1° de bieder, de leden van zijn bestuursorganen en de vennootschappen die hij controleert of die hem controleren, alsook andere personen met wie zij een akkoord als bepaald in de voorgaande paragraaf hebben gesloten;2° de doelvennootschap, de leden van haar bestuursorganen en de vennootschappen die zij controleert of die haar controleren alsook andere personen met wie zij een akkoord als bepaald in de voorgaande paragraaf hebben gesloten;3° andere personen die met de sub 1°, of 2° bedoelde personen een akkoord hebben gesloten om de verwerving van effecten van de doelvennootschap te financieren en die bij het resultaat van het bod een belang hebben dat niet uitsluitend een belang als schuldeiser is;4° onderling verbonden personen.

Art. 210.De bieder moet alleen, rechtstreeks of onrechtstreeks, dan wel in onderling overleg, 95 pct. van de stemrechtverlenende effecten van de doelvennootschap bezitten; om dit quotum van 95 pct. te berekenen worden de effecten in bezit van met de bieder verbonden personen en van personen die in overleg met hem handelen, bij de effecten in bezit van de bieder geteld.

Dit percentage wordt berekend op het ogenblik waarop het verslag van de bieder als bedoeld in artikel 212, § 2, is opgesteld.

Art. 211.De bieder moet zich, wat hem betreft, ertoe verbinden het bod ten einde te brengen en mag, zodra hij de in artikel 214 bepaalde kennisgeving heeft verricht, geen effecten waarop het bod betrekking heeft, verwerven tegen andere voorwaarden dan die van het bod, tenzij hij die uitbreidt tot alle begunstigden van het bod.

Alle voor de verwezenlijking van het uitkoopbod noodzakelijke middelen moeten beschikbaar zijn, hetzij op een rekening bij een kredietinstelling, hetzij in de vorm van een onherroepelijk en onvoorwaardelijk krediet dat een kredietinstelling voor de bieder heeft geopend; deze middelen moeten worden geblokkeerd om de betaling te waarborgen van de aankoopprijs van de effecten die in het kader van het uitkoopbod zijn verworven of uitsluitend daartoe worden aangewend.

Art. 212.§ 1. De bieder bepaalt de prijs voor het uitkoopbod, rekening houdend met de belangen van de eigenaars van effecten. § 2. De bieder moet een schriftelijk en omstandig verslag opstellen over de verrichting. Dit verslag moet alle noodzakelijke inlichtingen bevatten opdat de eigenaars van effecten van de doelvennootschap zich met kennis van zaken een oordeel zouden kunnen vormen over de verrichting. Dit moet tenminste de volgende elementen bevatten : 1° in verband met de bieder, of de bieders wanneer er meer dan een is : a) of hij alleen optreedt, rechtstreeks of onrechtstreeks, of in onderling overleg met anderen;b) op de dag waarop het verslag wordt opgesteld, hoeveel en welke categorieën stemrechtverlenende effecten rechtstreeks of onrechtstreeks in het bezit zijn van de bieder, van met de bieder verbonden personen en van personen die in overleg met hem handelen;c) de volledige identiteit van de bieder en van alle met hem verbonden personen en van personen die in overleg met hem handelen voor het uitkoopbod.2° in verband met het uitkoopbod : a) hoeveel en welke effecten de bieder voornemens is te verwerven;b) vermelding en verantwoording van de voorgestelde prijs voor de effecten waarop het uitkoopbod slaat.Als verschillende categorieën van effecten tegen verschillende prijzen zijn verworven, vermelding van deze prijzen en verantwoording van de prijsverschillen. Het verslag vermeldt volgens welke methodes de prijs is bepaald, het relatieve belang van elk van die methodes, de waarden die elke methode oplevert, de eventuele ondervonden problemen; c) vermelding van de voorziene aanvangs- en de slotdatum van de aanvaardingsperiode van het uitkoopbod;d) vermelding van de plaats waar de aanvaarding van het bod en de effecten waarop het bod slaat neergelegd moeten worden, alsmede de uiterste datum van de neerlegging;vermelding van de plaats waar de houders van de effecten schriftelijk hun weigering tot afstand kunnen betekenen, mits identificatie van hun effecten; e) vermelding van de datum en de wijze van betaling;f) vermelding dat de eventuele taksen en kosten ten laste zijn van de bieder;g) vermelding van de plaats waar en de wijze waarop de effecten die na afsluiting van het aldus heropende bod niet zijn aangeboden, worden geconsigneerd.3° in verband met de doelvennootschap : de naam van de vennootschap, de datum van oprichting ervan, het doel, het adres van de zetel van de vennootschap, de vermelding van de wijzigingen die in de loop van de laatste 10 jaar in de statuten zijn aangebracht, met verwijzing naar de bekendmakingen, de namen van de bestuurders met vermelding van hun bevoegdheid.

Art. 213.Bij het schriftelijke en omstandige verslag van de bieder wordt gevoegd : 1° een schriftelijk verslag van een bedrijfsrevisor, een accountant ingeschreven op het Tableau van de externe accountants van het Instituut van Accountants en de Belastingsconsulenten.In dit verslag spreekt de bedrijfsrevisor of de accountant zich uit over de relevantie, ten aanzien van de gebruikelijk gehanteerde waarderingscriteria, van de door de bieder gebruikte waarderingsmethode(s) om de vennootschap te waarderen en de prijs te rechtvaardigen; de bedrijfsrevisor of de accountant vermeldt ook of hij van oordeel is dat de prijs de belangen van de eigenaars van effecten veilig stelt. 2° het advies van de raad van bestuur van de doelvennootschap, waarin de raad stelt dat het door de bieder opgesteld verslag naar zijn oordeel geen leemten vertoont of geen gegevens bevat die de eigenaars van effecten van de doelvennootschap kunnen misleiden.Bovendien moet in dit advies het oordeel staan van de raad van bestuur over het verslag van de onder het 1° vermelde bedrijfsrevisor of accountant.

Tot slot moet het advies vermelden of hij vindt dat met de prijs de belangen van de effectenhouders al dan niet veilig komen worden gesteld.

Art. 214.Wanneer niet alle effecten op naam zijn, moet tweemaal, met een tussentijd van ten minste acht dagen, in een landelijk verspreid blad en in een blad uit de streek waar de vennootschap haar zetel heeft, een bericht worden bekendgemaakt waarin wordt vermeld waar de eigenaars van effecten de in de artikelen 212 en 213 bedoelde verslagen kunnen verkrijgen.

Wanneer alle effecten op naam zijn, moeten die verslagen met een aangetekende brief worden verzonden.

Elke eigenaar van effecten kan kosteloos en op verzoek een volledige kopie krijgen van de in de artikelen 212 en 213 bedoelde verslagen.

Art. 215.De eigenaars van effecten waarop het bod slaat, beschikken over een termijn van dertig dagen na bekendmaking van het tweede bericht als bedoeld in artikel 214, eerste lid, om schriftelijk de bieder hun bezwaren mede te delen tegen het bod en, meer in het bijzonder, tegen de waardering van de effecten van de doelvennootschap of de geboden prijs, inzonderheid uit het oogpunt van het veilig stellen van de belangen van de eigenaars van effecten.

Wanneer alle effecten op naam zijn, loopt de termijn vanaf de verzending van de aangetekende brieven als bedoeld in artikel 214, tweede lid.

Art. 216.Indien in de loop van de in artikel 215 genoemde termijn, bezwaren zijn gemaakt, kan de bieder hetzij zijn oorspronkelijke bod handhaven, hetzij het in gunstigere zin voor de effectenhouders wijzigen.

De bieder maakt de beslissing die hij heeft genomen met toepassing van het eerste lid, of, wanneer geen bezwaar werd medegedeeld, het behoud van het bod, bekend via een bericht dat binnen de vijftien dagen volgend op het eind van de in artikel 215 bepaalde termijn wordt bekendgemaakt in een landelijk verspreid blad en in een blad uit de streek waar de vennootschap haar zetel heeft. Dit bericht herhaalt de plaats waar de eigenaars van effecten de in de artikelen 212 en 213 bedoelde verslagen kunnen bekomen en geeft de er gebeurlijk aangebrachte wijzigingen alsmede de aanvangs- en slotdata van de aanvaardingsperiode van het uitkoopbod, aan.

Wanneer alle effecten op naam zijn, kan deze publicatie worden vervangen door de verzending van aangetekende brieven aan alle eigenaars van effecten binnen de vijftien dagen volgend op het eind van de in artikel 215 bepaalde termijn.

Art. 217.Vanaf de datum waarop het verslag van de bieder als bedoeld in artikel 212 werd opgesteld, mag het uitkoopbod enkel worden gewijzigd met toepassing van artikel 211, eerste lid of van artikel 216, eerste lid.

Art. 218.De periode voor de aanvaarding van het uitkoopbod bedraagt minimum tien en maximum twintig dagen, te rekenen vanaf de datum van de bekendmaking overeenkomstig artikel 216.

Art. 219.Met uitzondering van de effecten waarvan de eigenaars uitdrukkelijk en schriftelijk voor het sluiten van de aanvaardingsperiode van het bod hebben te kennen gegeven dat ze er geen afstand van willen doen, worden de effecten die na afsluiting van het bod niet zijn aangeboden, geacht van rechtswege op de bieder te zijn overgegaan. De betaling van de overgedragen effecten geschiedt ten laatste binnen één maand na afsluiting van het bod. De middelen die noodzakelijk zijn voor de betaling van de overgedragen effecten, worden geconsigneerd bij de Deposito- en Consignatiekas ten gunste van hun vroegere eigenaars.

BOEK VI. - Diverse bepalingen TITEL I. - Opheffingsbepalingen

Art. 220.Worden opgeheven : 1° de bepalingen van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen, met uitzondering van artikel 48bis;2° het koninklijk besluit van 6 maart 1990 op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingen;3° het koninklijk besluit van 25 november 1991 op de openbaarmaking van akten en stukken van vennootschappen en ondernemingen;4° de artikelen 10, 11 en 12 van het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot uitvoering van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen;5° het koninklijk besluit van 17 maart 1986 betreffende de voordracht door de ondernemingsraden van kandidaten voor de opdracht van commissaris of van bedrijfsrevisor;6° het koninklijk besluit van 14 oktober 1991 tot bepaling van de begrippen moedervennootschap en dochtervennootschap voor de toepassing van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen;7° de artikelen 10, 11 en 12 van het koninklijk besluit van 7 juli 1999 over het openbaar karakter van financiële verrichtingen;8° het koninklijk besluit van 4 maart 1997 tot uitvoering van artikel 26, vijfde lid, van de wetten op de handelsvennootschappen gecoördineerd op 30 november 1935;9° het koninklijk besluit van 4 maart 1997 tot uitvoering van artikel 52bis, § 6, van de wetten op de handelsvennootschappen gecoördineerd op 30 november 1935;10° de artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit van 14 maart 1997 tot uitvoering van artikel 177sexies, §4, van de wetten op de handelsvennootschappen gecoördineerd op 30 november 1935 en tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 december 1934 betreffende de toepassing der wetten op het onvrijwillig bezitsverlies van toonderpapier;11° het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot uitvoering van artikel 190quinquies, § 2, van de wetten op de handelsvennootschappen gecoördineerd op 30 november 1935; TITEL II. - Wijzigingsbepalingen

Art. 221.Artikel 2 van het koninklijk besluit van 16 juni 1994 tot vaststelling van de bijdrage van de ondernemingen in de werkingskosten van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen wordt gewijzigd als volgt : « De Nationale Bank van België neemt de in artikel 173 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 houdende uitvoering van het Wetboek van vennootschappen bedoelde stukken niet in ontvangst zolang de in artikel 1 bedoelde bijdrage niet is betaald overeenkomstig de nadere regels bepaald in artikel 178, § 4, van voornoemd koninklijk besluit van 30 januari 2001.

In voorkomend geval geeft de Nationale Bank van België binnen acht werkdagen te rekenen van de datum van ontvangst van de stukken de vennootschap of de onderneming ervan kennis dat de neerlegging van de stukken niet aanvaard wordt wegens niet-betaling van de bijdrage".

Art. 222.Artikel 8 van de wet van 12 juli 1989 houdende verscheidene maatregelen tot toepassing van de Verordening (EEG) nr. 2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden, zoals gewijzigd bij artikel 15, 2° van de wet van 29 juni 1993, wordt gewijzigd als volgt : - in § 4 worden de woorden "Artikel 80, derde tot negende lid, van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, gewijzigd bij de wetten van 24 maart 1978, 5 december 1984 en 18 juli 1991, is van toepassing" vervangen door de woorden "de artikelen 101 en 102 van het Wetboek van vennootschappen zijn van toepassing"; - in § 5 worden de woorden "de artikelen 177bis en 177ter, tweede lid, bij de wet van 24 maart 1978 ingevoegd in de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen" vervangen door de woorden "de artikelen 103 en 106, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen".

Art. 223.In het opschrift en in artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 september 1983 tot uitvoering van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen, worden de woorden « wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen » vervangen door de woorden « wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen ».

Art. 224.In artikel 10 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen worden de woorden "krachtens de artikelen 10, 11, 12 en 80 van Boek I, Titel IX van het Wetboek van Koophandel" vervangen door de woorden "krachtens de artikelen 58, 67, 68, 73, 74, 75, 76, 89, 98, 100, 101, 102, 173, 179, 195, 342, 513, 644 en 874 van het Wetboek van vennootschappen".

TITEL III. - Inwerkingtreding

Art. 225.Dit besluit treedt in werking op dezelfde dag als het Wetboek van vennootschappen.

Art. 226.Onze Minister van Justitie, onze Minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek, belast met het Grootstedenbeleid, onze Minister van Financiën en onze Minister van Landbouw en Middenstand zijn belast, ieder wat hem betreft, met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 30 januari 2001.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN De Minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek, belast met het Grootstedenbeleid, Ch. PICQUE De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Landbouw en Middenstand, J. GABRIELS

Koninklijk besluit tot uitvoering van het Vennootschappenwetboek - Concordantietabel I Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^