Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 30 juli 2008
gepubliceerd op 14 oktober 2008

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 november 2007, gesloten in het Paritair Subcomité voor het faience- en het porseleinbedrijf, de sanitaire artikelen en de schuurproducten en het ceramisch aardewerk, betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2008013115
pub.
14/10/2008
prom.
30/07/2008
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

30 JULI 2008. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 november 2007, gesloten in het Paritair Subcomité voor het faience- en het porseleinbedrijf, de sanitaire artikelen en de schuurproducten en het ceramisch aardewerk, betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor het faience- en het porseleinbedrijf, de sanitaire artikelen en de schuurproducten en het ceramisch aardewerk;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 29 november 2007, gesloten in het Paritair Subcomité voor het faience- en het porseleinbedrijf, de sanitaire artikelen en de schuurproducten en het ceramisch aardewerk, betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden.

Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 30 juli 2008.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en van Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor het faience- en het porseleinbedrijf, de sanitaire artikelen en de schuurproducten en het ceramisch aardewerk Collectieve arbeidsovereenkomst van 29 november 2007 Loon- en arbeidsvoorwaarden (Overeenkomst geregistreerd op 8 januari 2008 onder het nummer 86218/CO/113.01) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de werklieden van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor het faience- en het porseleinbedrijf, de sanitaire artikelen en de schuurproducten en het ceramisch aardewerk (PSC 113.01).

Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt onder "werklieden" verstaan : de werklieden en de werksters. HOOFDSTUK II. - Indeling van de taken

Art. 2.De taken van de in het artikel 1 bedoelde werklieden worden gerangschikt in vijf categorieën voor het personeel tewerkgesteld in de fabricage en in de verschillende diensten en in drie categorieën voor het geschoold onderhoudspersoneel.

Deze categorieën worden door de volgende algemene criteria bepaald : A. Fabricage en verschillende diensten Categorie 1 : Leertijd van minder dan drie maanden - licht lichamelijk werk.

Categorie 2 : a) leertijd van drie tot zes maanden - licht lichamelijk werk - of b) leertijd van minder dan drie maanden - normaal lichamelijk werk. Categorie 3 : a) opleiding van minder dan drie maanden - zwaar lichamelijk werk - of b) opleiding van drie tot zes maanden - normaal lichamelijk werk - of c) opleiding van meer dan zes maanden - licht lichamelijk werk. Categorie 4 : a) opleiding van meer dan zes maanden - normaal lichamelijk werk - of b) opleiding van drie tot zes maanden - zwaar lichamelijk werk. Categorie 5 : a) opleiding van meer dan zes maanden - zwaar lichamelijk werk - of b) beroepsarbeid waarvoor de vereiste leertijd moet zijn volbracht. B. Onderhoud Categorie 1 : Halfgeshoolde onderhoudswerkman Werkman met een praktische ervaring en met voldoende kennis om eenvoudige of gespecialiseerde taken uit te voeren.

Categorie 2 : Geschoolde onderhoudswerkman Werkman met een algemene en technische vorming die overeenstemt met het volledige leerplan van de dagvakscholen en door een beroepsopleiding in het bedrijf wordt aangevuld. Hij is houder van een einddiploma van technische beroepsopleiding A4, A3, B2 of heeft een beroepsbekwaamheid verworven die met deze opleiding overeenkomt.

Categorie 3 : Bijzonder geschoolde onderhoudswerkman Werkman die bekwaam is om zeer moeilijke taken, zeer gevarieerd en eventueel heel nieuwe opdrachten volgens planen, schetsen of onderrichtingen alleen uit te voeren. De perfecte uitvoering van deze taken vereist een grondige beroepskennis welke tenminste overeenstemt met de technische beroepsopleiding van het niveau A3 of B2, aangevuld door een beroepservaring van verschillende jaren. HOOFDSTUK III. - Minimumlonen

Art. 3.De minimumuurlonen van de werklieden van 18 jaar en ouder worden vanaf 1 februari 2005 in een arbeidstijdregeling van achtendertig uur per week als volgt vastgesteld, tegen indexcijfer 114,41, spil van de stabilisatieschijf 112,17 tot 116,70.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld De minimumuurlonen van de werklieden worden op 1 oktober 2005 met 0,10 EUR verhoogd.

De minimumuurlonen van de werklieden worden op 1 oktober 2006 met 0,10 EUR verhoogd.

Op het niveau van de ondernemingen van de sector moet voormelde gemiddeld minimum maandinkomen worden bereikt dat is vastgesteld, zowel in de interprofessionele akkoorden als in de collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten in de Nationale Arbeidsraad.

Art. 4.Voor de per stuk betaalde werklieden zijn de in artikel 7 vastgestelde lonen de minima van de gemiddelde uurlonen berekend over een periode van één maand. Nochtans moeten de werklieden die verschillende taken uitoefenen in de loop van dezelfde maand, voor elk van de taken, minstens worden beloond tegen het minimumloon van elke overeenstemmende categorie, zonder enige vorm van compensatie. HOOFDSTUK IV. - Koppeling van de lonen aan het gezondheidsindexcijfer van de consumptieprijzen

Art. 5.De bij de artikelen 3 en 4 vastgestelde minimumuurlonen worden gekoppeld aan het gezondheidsindexcijfer van de consumptieprijzen, maandelijks, voor het Rijk, door de Federale Overheidsdienst Economie vastgesteld en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

Art. 6.De in de artikelen 3 en 4 bedoelde lonen stemmen op 1 februari 2005 overeen met het referentie-indexcijfer 114,41, spil van de stabilisatieschijf 112,17 tot 116,70.

Art. 7.De in artikel 5 bedoelde lonen worden gestabiliseerd per schijven van het referentie-indexcijfer, zodanig dat de hoogste of laagste grens van elke stabilisatieschijf gelijk is aan het spilindexcijfer vermenigvuldigd met of gedeeld door de constante coëfficiënt 1,02.

Indien de derde decimaal van deze bewerking gelijk is of hoger dan vijf wordt de tweede decimaal van de grens tot een hogere eenheid afgerond.

Indien zij minder dan vijf bedraagt, wordt zij weggelaten.

Art. 8.Indien het rekenkundig gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van de laatste vier maanden de grens van een stabilisatieschijf overschrijdt, wordt deze grens de spil van een nieuwe stabilisatieschijf waarvan de grenzen worden berekend zoals in artikel 5 is aangegeven.

Art. 9.Het overschrijden van de grens van een stabilisatieschijf brengt de aanpassing mede van de laatste minimumuurlonen. Deze aanpassing geschiedt bij stijging door ze te vermenigvuldigen met de coëfficiënt 1,02; bij daling door ze te delen door de coëfficiënt 1,02.

Art. 10.De loonaanpassingen treden in werking de eerste dag van de maand die volgt op deze waarvan het rekenkundig gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen van de laatste vier maanden de grens van de stabilisatieschijf overschrijdt.

Art. 11.Bij toepassing van de bepalingen van de artikelen 5 tot en met 9, wordt de volgende tabel opgemaakt vanaf 1 februari 2005 : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 12.De lonen van de werklieden, die geheel of gedeeltelijk per stuk, met premies of per productie worden betaald, worden aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.

Hetzelfde geldt voor de uurlonen die de minimumuurlonen werkelijk overschrijden. HOOFDSTUK V. - Premies voor arbeid in opeenvolgende ploegen

Art. 13.Het totaal van de premies die worden toegekend voor werk in twee ploegen bereikt tenminste 0,7258 EUR per uur sinds 1 februari 2005.

Voor werk in drie ploegen bereikt dit totaal tenminste 1,8854 EUR per uur sinds 1 februari 2005.

Deze premies worden vrij verdeeld over de ploegen volgens op het vlak van de ondernemingen vast te stellen regels.

De uitdrukking "opeenvolgende" houdt niet in dat het gaat om ploegen met beurtwisseling.

Vanaf 1 januari 2005 worden de ploegenpremies aangepast als volgt : 5 pct. van het loon voor de voormiddag, 5 pct. van het loon voor de namiddag en 15 pct. van het loon voor de nacht, met behoud van de bestaande minima zoals hierboven vastgesteld.

De premies worden gekoppeld aan het gezondheidsindexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk VIII van deze collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK VI. - Bijkomende vergoeding bij het dubbel vakantiegeld (assimilatie als eindejaarspremie)

Art. 14.Aan de werklieden wordt een bijkomende vergoeding bij het dubbel vakantiegeld toegekend.

Het bedrag van deze bijkomende vergoeding wordt als volgt berekend, op basis van hun individueel uurloon van oktober 2005 en in functie van hun anciënniteit : voor een anciënniteit van minder dan één jaar, bedraagt de eindejaarspremie 85 maal het uurloon vermenigvuldigd met het aantal maanden prestatieactiviteit en gedeeld door het aantal prestatiemaanden (12 maanden).

Elke maand die werd aangevangen wordt beschouwd als een volledige maand. één jaar : 85 maal hun uurloon; twee jaar : 95 maal hun uurloon; drie jaar : 105 maal hun uurloon; vier jaar : 115 maal hun uurloon; vijf jaar en meer : 130 maal hun uurloon.

De toekenningsvoorwaarden, de referteperiode en de betalingsdatum worden bepaald, in het vlak van de onderneming, in gemeen overleg met de vertegenwoordigers van de werklieden.

Boeten voor ongewettigde afwezigheden kunnen worden voorzien voor zover de vermindering die eruit voortvloeit de helft van de bijkomende vergoeding bij het dubbel vakantiegeld van de betrokken werkman niet overschrijdt.

De bepalingen van dit artikel mogen geen afbreuk doen aan de reeds, op het vlak van de ondernemingen, gesloten gunstiger overeenkomsten.

Het bedrag van die premie wordt voortaan gekoppeld aan de index volgens dezelfde regeling als de loonindexering (artikel 9 en volgende van deze collectieve arbeidsovereenkomst). HOOFDSTUK VII. - Syndicale en/of vormingspremie

Art. 15.Aan de werklieden, leden van één van de representatieve werknemersorganisaties, wordt een premie toegekend.

Het bedrag van deze premie wordt op 128 EUR gebracht vanaf het jaar 2005, erin begrepen het bedrag van de premie voor syndicale vorming uitbetaald vanaf 2006.

Het bedrag van deze premie wordt, vanaf het jaar 2005, vastgesteld op 10,66 EUR per maand dienst in de onderneming en lidmaatschap bij de representatieve werknemersorganisatie.

De betalingsmodaliteiten van deze premie worden vastgesteld in het vlak van elke onderneming in gemeen overleg met de vertegenwoordigers van de werklieden.

Aan alle werklieden van de verschillende ondernemingen die ressorteren onder dit paritair subcomité wordt automatisch een arbeidsattest afgegeven. - De werkman stuurt het hem betekende attest terug naar zijn representatieve werknemersorganisatie, ondertekenaar van deze overeenkomst. - De representatieve organisatie van de werknemer licht de betrokken werkgever in over het bedrag dat naargelang het aantal betrokken werklieden moet worden betaald. - De werkgever stort de te betalen bedragen aan de representatieve werknemersorganisaties.

Wanneer de partijen dit akkoord niet bereiken, kunnen zij om de tussenkomst verzoeken van het verzoeningsbureau van het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf.

De betaling van deze premie geschiedt uiterlijk op 28 februari van het jaar dat volgt op het refertejaar.

Deze bepalingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen die het probleem van de syndicale premie reeds hebben opgelost volgens andere modaliteiten, die voordeliger zijn voor de begunstigden. HOOFDSTUK VIII. - Arbeidsduur

Art. 16.Vanaf 1 januari 1988 is de wekelijkse arbeidsduur vastgesteld op 38 uren met loonaanpassing (de uurlonen en -premies zijn vermenigvuldigd met de coëfficiënt 1,01316). HOOFDSTUK IX. - Tewerkstelling

Art. 17.De partijen verbinden zich ertoe om alles in het werk te stellen om afdankingen tegen te gaan, en dit door gebruik te maken van alle nieuwe beschikkingen van de federale en regionale overheden. HOOFDSTUK X. - Terugbetaling van de vervoerkosten

Art. 18.De werklieden die gebruik maken van een gemeenschappelijke vervoerdienst tussen hun verblijfplaats en hun werkplaats hebben recht, ten laste van de werkgever, op een terugbetaling van de gedragen kosten overeenkomstig de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19sexies, gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 30 maart 2001, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19ter van 5 maart 1991, tot vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19 van 26 maart 1975 betreffende de financiële bijdrage van de werkgever in de prijs van het vervoer van de werknemers, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 11 februari 1993, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 19 maart 1993 en het koninklijk besluit van 18 maart 1993 houdende vaststelling van het bedrag van de werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden (Belgisch Staatsblad van 24 maart 1993) (actualisering met de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19sexies gesloten op 30 maart 2001).

Deze collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19sexies brengt de tegemoetkoming van de werkgever in de abonnementskosten voor alle openbaar vervoer op 60 pct. vanaf 1 april 2001.

Art. 19.De werklieden die woonachtig zijn op 5 kilometer en meer van de werkplaats en die gebruik maken van andere dan de in artikel 18 bedoelde vervoermiddelen, hebben eveneens recht, ten laste van de werkgever, op een terugbetaling van de gedragen kosten ten belope van de werkgeverstussenkomst in de prijs van de treinkaart geldend als sociaal abonnement voor de afgelegde afstand. Voor de berekening van deze afstand wordt het aantal kilometers in aanmerking genomen dat door een gemeenschappelijke vervoerdienst over die afstand, heen en terug, wordt afgelegd, en zo er geen is, het aantal kilometers langs de baan, heen en terug, berekend van de werkplaats tot het stad- of gemeentehuis van de woonplaats.

Art. 20.De terugbetaling heeft minstens maandelijks plaats. HOOFDSTUK XI. - Uitzendarbeid - Precaire arbeidsovereenkomsten Beperking van de overuren

Art. 21.a) Uitzendarbeid.

De uitzendwerknemer zal globaal dezelfde loon- en arbeidsvoorwaarden als het ingeschreven personeel genieten.

Uitzendarbeid zal worden verricht in overleg met de vakbondsafvaardigingen met inachtneming van de wetten en overeenkomsten.

Elke uitzendwerknemer heeft het recht zich te laten bijstaan door de vakbondsafvaardigingen van de onderneming.

Ingeval de duur van de arbeidsovereenkomsten voor uitzendarbeid één jaar bereikt of overschrijdt, zal de directie van de onderneming de vakbondsafvaardiging ontmoeten om hierover te discussiëren.

Overuren b) Beperking van de overuren Verbintenis om alles in het werk te stellen om zo veel mogelijk de niet gerecupereerde overuren verricht op eenzelfde arbeidsplaats te beperken, in overleg met de vakbondsafvaardiging.c) Desalniettemin kan de grens van 65 uren voor het toekennen van vervangingsrust opgetrokken worden tot 130 uren door een specifieke procedure die overeenstemt met de inhoud van de wet van 3 juli 2005 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, in artikel 16 en onverminderd de artikelen 25 en 26, § 1, 3°, van de arbeidswet van 16 maart 1971. De toepassingswijzen worden vastgelegd op het vlak van de ondernemingen bij interne collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK XII. - Arbeid en gezin

Art. 22.Het recht op tijdskrediet wordt aan 5 pct. van de werknemers in de onderneming toegekend.

Vanaf 1 januari 2005, wordt inzake tijdskrediet verwezen naar de bepalingen van de wet van 3 juli 2005 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg en zal de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis van 19 december 2001, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 25 januari 2002, in het Belgisch Staatsblad verschenen op 5 maart 2002, gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77ter van 10 juli 2002, van toepassing zijn.

Indien de in artikel 1 bedoelde werknemers gewoonlijk tewerkgesteld zijn in ploegenarbeid of in cycli in een over 5 of meer dagen gespreid arbeidsstelsel zal het paritair subcomité bij collectieve arbeidsovereenkomst de regels en organisatiewijzen van het recht op een loopbaanvermindering ter hoogte van een dag per week of gelijkwaardig bepalen.

Dit stelsel van tijdskrediet kan toegepast worden voor ploegenarbeiders mits een ondernemingsakkoord houdende de wijzen van innerlijke en geëigende toepassing ervan. HOOFDSTUK XIII. - Brugpensioen

Art. 23.§ 1. Op basis van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad van 19 december 1974 en van de inhoud van het koninklijk besluit van 7 december 1992 (Belgisch Staatsblad van 11 december 1992), maakt het stelsel het voor een oudere werknemer (ten minste 60 jaar) mogelijk om een vervroegde uittreding te genieten.

Door deze overeenkomst wordt de leeftijd onder de 60 jaar teruggebracht tot 58 jaar door naleving van de wettelijke bepalingen ter zake : - de leeftijd van 58 jaar bereikt hebben uiterlijk bij het verstrijken van de collectieve arbeidsovereenkomst; - een beroepsloopbaan vervuld hebben van 25 jaar op het einde van de collectieve arbeidsovereenkomst. § 2. Overgang van tijdskrediet of vermindering van de arbeidsprestaties (+ 50 jaar) naar brugpensioen A. Vanaf 1 januari 2005 wordt de aanvullende vergoeding brugpensioen na halftijds tijdskrediet en 4/5e loopbaanvermindering in het kader van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis berekend op basis van het voltijds loon dat van toepassing zou geweest zijn op het ogenblik van de overgang naar het brugpensioen indien de arbeider geen tijdskrediet of loopbaanvermindering zou genomen hebben.

B. Vanaf 1 januari 2006 wordt de aanvullende vergoeding brugpensioen na een vermindering van de arbeidsprestaties in het kader van de collectieve ar-beidsovereenkomst nr. 77bis vanaf de leeftijd van 50 jaar naar een halftijdse of een 4/5e tewerkstelling berekend op basis van het voltijds loon dat van toepassing zou geweest zijn op het ogenblik van de overgang naar het brugpensioen indien de werkman zijn arbeidsprestaties niet zou verminderd hebben. HOOFDSTUK XIV. - Voorkoming van stress door het werk

Art. 24.Vanaf 1 januari 2001 zullen de werkgevers de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 72, gesloten op 30 maart 1999 in de Nationale Arbeidsraad betreffende het beleid ter voorkoming van stress door het werk, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 21 juni 1999, Belgisch Staatsblad van 9 juli 1999 toepassen. HOOFDSTUK XV. - Sociale vrede

Art. 25.Om geldig en wettelijk nageleefd te worden moet de sociale vrede de inhoud van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités volgen, daarbij rekening houdend met de in het raam van het sociaal overleg vastgelegde paritaire procedure.

Art. 26.De collectieve arbeidsovereenkomst van 29 juni 2005, gesloten in hetzelfde Paritair Subcomité, betreffende de arbeidsvoorwaarden, geregistreerd onder het nummer 80199/CO/113.01 wordt opgeheven. HOOFDSTUK XV. - Geldigheid

Art. 27.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2005 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2006, uitgezonderd artikel 22, § 1, dat ophoudt van kracht te zijn op 31 december 2007.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 30 juli 2008.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET

^