Koninklijk Besluit van 30 juli 2018
gepubliceerd op 31 augustus 2018
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van de militairen

bron
ministerie van landsverdediging
numac
2018031682
pub.
31/08/2018
prom.
30/07/2018
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2018031682

MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING


30 JULI 2018. - Koninklijk besluit tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van de militairen


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de Grondwet, artikel 108;

Gelet op de wet van 20 mei 1994 inzake de rechtstoestanden van het militair personeel, artikel 96, § 4, en artikel 97, § 1, vervangen bij de wet van 27 maart 2003;

Gelet op de wet van 25 mei 2000 tot instelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen met het oog op de instelling van de tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking, artikel 3, eerste lid;

Gelet op de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht, artikelen 12, eerste lid, 1° en 2°, en 13, vierde en vijfde lid, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, artikel 21/1, eerste lid, 4°, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2013, artikel 77/1, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2013 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 april 2014, artikel 79/1, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2013 en gewijzigd bij de wet van 21 november 2016, de artikelen 88, derde lid, 96, § 1, en 110, § 1, vervangen bij de wet van 31 juli 2013, en artikel 139/1, tweede lid, 3°, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2013;

Gelet op de wet van 10 januari 2010 tot instelling van de vrijwillige militaire inzet en tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het militair personeel, artikel 36, tweede lid;

Gelet op de wet van 30 augustus 2013 tot instelling van de militaire loopbaan van beperkte duur, artikel 17, gewijzigd bij de wet van 21 november 2016, en artikel 18, vervangen bij de wet van 21 november 2016;

Gelet op het koninklijk besluit van 13 november 1991 betreffende de dienstnemingen en wederdienstnemingen van de kandidaat-militairen van het actief kader;

Gelet op het koninklijk besluit van 9 maart 1995 betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid van en de rechtshulp aan militairen en de vergoeding van de door hen opgelopen schade;

Gelet op het koninklijk besluit van 29 juli 1997 tot uitvoering van de wet van 25 mei 2000 tot instelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen met het oog op de instelling van de tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking;

Gelet op het koninklijk besluit van 11 september 2003 betreffende de werving van de militairen;

Gelet op het koninklijk besluit van 13 mei 2004 betreffende het varend personeel van de Krijgsmacht;

Gelet op het koninklijk besluit van 27 juni 2010 betreffende het administratief statuut van de militair die een vrijwillige militaire inzet vervult;

Gelet op het koninklijk besluit van 7 november 2013 betreffende de vorming van de kandidaat-militairen van het actief kader;

Gelet op het koninklijk besluit van 7 november 2013 betreffende het administratief statuut van de militair die een dienstneming van beperkte duur aangaat;

Gelet op het koninklijk besluit van 26 december 2013 betreffende de vervolmakingscursussen van de beroepsmilitairen van het actief kader van de Krijgsmacht, het examen voor overgang naar de graad van eerste sergeant-majoor, het kwalificatie-examen voor de graad van adjudant-chef en de beroepsproeven voor de bevordering tot de graad van majoor;

Gelet op het protocol van onderhandelingen N-444 van het Onderhandelingscomité van het militair personeel, gesloten op 4 mei 2018;

Gelet op het advies 63.697/4 van de Raad van State, gegeven op 4 juli 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Defensie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Wijzigingsbepalingen Afdeling 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 13 november

1991 betreffende de dienstnemingen en wederdienstnemingen van de kandidaat-militairen van het actief kader

Artikel 1.In artikel 9 van het koninklijk besluit van 13 november 1991 betreffende de dienstnemingen en wederdienstnemingen van de kandidaat-militairen van het actief kader, vervangen bij het koninklijk besluit van 26 december 2013, wordt het woord "wederdienstnemingovereenkomstig" vervangen door de woorden "wederdienstneming overeenkomstig".

Art. 2.Artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 augustus 1994 en 26 december 2013, wordt opgeheven.

Art. 3.In artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 augustus 1994, 23 mei 2006, 26 december 2013 en 29 januari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden de woorden "artikel 11, 1° en 2° " vervangen door de woorden "artikel 79/1, 3°, a) en b), van de wet van 28 februari 2007";2° in paragrafen 2, 3 en 5, worden de woorden "artikel 11, 3° " vervangen door de woorden "artikel 79/1, 3°, c), van de wet van 28 februari 2007";3° in paragraaf 6 worden de woorden "artikel 11, 5° " vervangen door de woorden "artikel 79/1, 3°, e), van de wet van 28 februari 2007".

Art. 4.In artikel 13 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 26 augustus 2010 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 januari 2016, worden de woorden "minister van Defensie" vervangen door de woorden "directeur-generaal human resources".

Art. 5.In de Franse tekst van artikel 14 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 11 augustus 1994, worden de woorden "ou rengagement" ingevoegd tussen de woorden "son engagement" en de woorden "s'il en fait la demande".

Art. 6.In artikel 15 van hetzelfde besluit gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 mei 2006, 26 december 2013 en 29 januari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "of kandidaat-onderofficier" opgeheven;b) in de bepaling onder 2° worden de woorden "kandidaat-vrijwilliger" vervangen door de woorden "kandidaat-onderofficier"; c) het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende: "3° door de directeur-generaal human resources indien het om een kandidaat-vrijwilliger gaat.". Afdeling 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 1995

betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid van en de rechtshulp aan militairen en de vergoeding van de door hen opgelopen schade

Art. 7.In artikel 4, § 3, eerste lid, van het koninklijk besluit van 9 maart 1995 betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid van en de rechtshulp aan militairen en de vergoeding van de door hen opgelopen schade worden de woorden "de wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit" vervangen door de woorden "de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat".

Art. 8.In artikel 10, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij de koninklijke besluiten van 12 maart 2007 en 26 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "de directeur-generaal juridische steun en bemiddeling" vervangen door de woorden "de bevoegde overheid";2° in het eerste lid worden de woorden "wordt vastgelegd door de overheidaangewezen door de directeur-generaal juridische steun en bemiddeling" vervangen door de woorden "wordt vastgelegd door de bevoegde overheid";3° in het tweede lid worden de woorden "aan de directeur-generaal juridische steun en bemiddeling" vervangen door de woorden "aan de bevoegde overheid";4° in het vierde lid worden de woorden "de directeur-generaal juridische steun en bemiddeling rechtsgeldig geïnformeerd werd" vervangen door de woorden "de bevoegde overheid rechtsgeldig geïnformeerd werd".

Art. 9.In artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 12 maart 2007 en 26 december 2013, worden de woorden "de directeur-generaal juridische steun en bemiddeling" vervangen door de woorden "de bevoegde overheid". Afdeling 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 29 juli 1997

tot uitvoering van de wet van 25 mei 2000 tot instelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen met het oog op de instelling van de tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking

Art. 10.In het koninklijk besluit van 29 juli 1997 tot uitvoering van de wet van 25 mei 2000 tot instelling van de vrijwillige arbeidsregeling van de vierdagenweek en de regeling van de halftijdse vervroegde uitstap voor sommige militairen en tot wijziging van het statuut van de militairen met het oog op de instelling van de tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking, wordt de bijlage 2, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 juni 2016, vervangen door de bijlage 1 gevoegd bij dit besluit. Afdeling 4. - Wijziging van het koninklijk besluit van 11 september

2003 betreffende de werving van de militairen

Art. 11.In artikel 27bis, § 2, 2°, van het koninklijk besluit van 11 september 2003 betreffende de werving van de militairen, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 augustus 2010 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 november 2013, worden de woorden "5° tot 8° " gewijzigd door de woorden "5°, 7° en 8° ".

Art. 12.In artikel 33 van hetzelfde besluit, wordt paragraaf 2, opgeheven bij het koninklijk besluit van 18 augustus 2010, hersteld bij het koninklijk besluit van 6 december 2012 en vervangen bij het koninklijk besluit van 22 juli 2014 vervangen als volgt: " § 2. De sollicitant voor het eerste studiejaar van de vorming van de eerste cyclus van geneeskunde, tandheelkunde, diergeneeskunde of farmaceutische wetenschappen, legt eveneens een kennisproef af over de wetenschappelijke leerstof.

Het afleggen van deze proef wordt gerechtvaardigd, uiterlijk op de dag van de inlijving, door het voorleggen van een getuigschrift van slagen dat toegang verleend tot de vorming van de eerste cyclus van, naargelang het geval, geneeskunde, tandheelkunde, diergeneeskunde of farmaceutische wetenschappen, overeenkomstig de nadere regels bepaald door de Gemeenschap die overeenstemt met het taalstelsel waarin de sollicitant zich heeft ingeschreven.

Indien evenwel het afleggen van deze proef enkel wordt gerechtvaardigd door een attest van deelneming, kan een bijkomende proef worden opgelegd in een reglement vastgelegd door de Minister.

Indien door de Gemeenschap die overeenstemt met het taalstelsel waarin de sollicitant zich heeft ingeschreven, geen enkele proef wordt bepaald, kan een kennisproef van de wetenschappelijke leerstof worden opgelegd in een reglement vastgelegd door de Minister.".

Art. 13.In hetzelfde besluit, worden de bijlage A, vervangen bij het koninklijk besluit van 19 juli 2018, en de bijlage B, vervangen bij het koninklijk besluit van 7 november 2013, vervangen door de bijlagen 2 en 3 gevoegd bij dit besluit. Afdeling 5. - Wijziging van het koninklijk besluit van 13 mei 2004

betreffende het varend personeel van de Krijgsmacht

Art. 14.In artikel 2 van het koninklijk besluit van 13 mei 2004 betreffende het varend personeel van de Krijgsmacht, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 juli 2007, wordt paragraaf 1 vervangen als volgt: " § 1. De categorieën van het varend personeel worden voorzien door het artikel 77/1, eerste lid, van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht.

Het personeel van de marine bedoeld in het eerste lid wordt "luchtvarend personeel" genoemd.".

Art. 15.In artikel 7, § 2, zesde lid, 4°, van hetzelfde besluit, worden de woorden "het tweede lid, 3° " vervangen door de woorden "het derde lid, 3° ". Afdeling 6. - Wijziging van het koninklijk besluit van 27 juni 2010

betreffende het administratief statuut van de militair die een vrijwillige militaire inzet vervult

Art. 16.In artikel 21, § 4, tweede lid, van het koninklijk besluit van 27 juni 2010 betreffende het administratief statuut van de militair die een vrijwillige militaire inzet vervult, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "of een onderofficier" opgeheven; b) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt: "door de chef Defensie indien het om een onderofficier EVMI gaat;"; c)° het lid wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende: "3° door de directeur-generaal human resources indien het om een vrijwilliger EVMI gaat.". Afdeling 7. - Wijziging van het koninklijk besluit van 7 november 2013

betreffende de vorming van de kandidaat-militairen van het actief kader

Art. 17.In artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 november 2013 betreffende de vorming van de kandidaat-militairen van het actief kader, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 24°, luidende: "24° de minister: de minister van Defensie;"; b) in het tweede lid worden de woorden ""de minister"," opgeheven.

Art. 18.In artikel 7, eerste lid, 4°, van hetzelfde besluit, worden de woorden "ingenieurs-wetenschappen" vervangen door het woord "ingenieurswetenschappen".

Art. 19.In artikel 9, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit, wordt het woord "bij" ingevoegd tussen het woord "ingediend" en de woorden "en voorgesteld".

Art. 20.In titel 2, hoofdstuk 4, afdeling 2, van hetzelfde besluit, wordt het opschrift van de onderafdeling 1 opgeheven.

Art. 21.In het opschrift van de afdeling 2, van titel 2, hoofdstuk 5, van hetzelfde besluit, wordt het woord "reklassering" vervangen door het woord "reclassering". Afdeling 8. - Wijziging van het koninklijk besluit van 7 november 2013

betreffende het administratief statuut van de militair die een dienstneming van beperkte duur aangaat

Art. 22.In artikel 15 van het koninklijk besluit van 7 november 2013 betreffende het administratief statuut van de militair die een dienstneming van beperkte duur aangaat, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "of een onderofficier BDL" opgeheven; b) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt: "door de chef Defensie indien het een onderofficier BDL betreft;"; c) het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende: "3° door de directeur-generaal human resources indien het een vrijwilliger BDL betreft.".

Art. 23.Artikel 17 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 24.In artikel 18 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "artikel 17, 1° en 2° " worden vervangen door de woorden "artikel 18, 1° en 2°, van de wet";2° de woorden "artikel 17, 3° " worden vervangen door de woorden "artikel 18, 3°, van de wet". Afdeling 9. - Wijziging van het koninklijk besluit van 26 december

2013 betreffende de vervolmakingscursussen van de beroepsmilitairen van het actief kader van de Krijgsmacht, het examen voor overgang naar de graad van eerste sergeant-majoor, het kwalificatie-examen voor de graad van adjudant-chef en de beroepsproeven voor de bevordering tot de graad van majoor

Art. 25.In artikel 25, § 3, van het koninklijk besluit van 26 december 2013 betreffende de vervolmakingscursussen van de beroepsmilitairen van het actief kader van de Krijgsmacht, het examen voor overgang naar de graad van eerste sergeant-majoor, het kwalificatie-examen voor de graad van adjudant-chef en de beroepsproeven voor de bevordering tot de graad van majoor, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) de woorden "paragraaf 1" worden vervangen door de woorden "artikel 24, § 1";b) de woorden "die aan de in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden voldoet" worden ingevoegd tussen de woorden "een officier" en de woorden ", op zijn verzoek". HOOFDSTUK 2. - Slotbepaling

Art. 26.De minister bevoegd voor Defensie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te l'Ile d'Yeu, 30 juli 2018.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Defensie, S. VANDEPUT

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld


begin


Publicatie : 2018-08-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^