Koninklijk Besluit van 30 juni 2014
gepubliceerd op 13 augustus 2014
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit betreffende de dekking van de kosten van de Nationale Bank van België verbonden aan de uitgebreide beoordeling, inclusief balansbeoordeling, bedoeld in artikel 33, paragraaf 4, van Verordening nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2014003310
pub.
13/08/2014
prom.
30/06/2014
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

30 JUNI 2014. - Koninklijk besluit betreffende de dekking van de kosten van de Nationale Bank van België verbonden aan de uitgebreide beoordeling, inclusief balansbeoordeling, bedoeld in artikel 33, paragraaf 4, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen


VERSLAG AAN DE KONING Sire, In het kader van de toewijzing aan de Europese Centrale Bank (hierna : de ECB) van bepaalde taken betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen, verricht de ECB een uitgebreide beoordeling, inclusief balansbeoordeling, voor bepaalde kredietinstellingen. De Nationale Bank van België (hierna : de Bank) is gehouden om hier als nationale bevoegde autoriteit aan mee te werken.

Die medewerking brengt een aantal kosten met zich voor de Bank. Het gaat met name om de kosten voor de diensten van derde partijen en andere externe kosten die aan de uitgebreide beoordeling kunnen worden toegewezen.

Voorliggend besluit strekt ertoe de kosten van de Bank verbonden aan de uitgebreide beoordeling ten laste te leggen van de instellingen waarop de uitgebreide beoordeling betrekking heeft. De kosten van de Bank verbonden aan de uitgebreide beoordeling worden aan de verschillende instellingen toegewezen op basis van het reële aandeel van hun beoordeling in die kosten waarbij evenwel mogelijke prijsverschillen tussen verschillende dienstverleners worden uitgevlakt. Concreet berekent de Bank een gemiddelde kostprijs per mandag door de kosten verbonden aan de uitgebreide beoordeling te delen door het aantal gepresteerde mandagen dat daar tegenover staat.

Voor elke instelling wordt de bijdrage dan bepaald door die gemiddelde kostprijs per mandag te vermenigvuldigen met het aantal gepresteerde mandagen dat aan de uitgebreide beoordeling van die instelling kan worden toegewezen.

De interne werkingskosten van de Bank zoals personeelskosten, beheerskosten en afschrijvingen op materiële en immateriële vaste activa vallen niet binnen het toepassingsgebied van dit besluit en worden beschouwd als courante werkingskosten verbonden aan het prudentieel toezicht in de zin van het koninklijk besluit van 17 juli 2012 betreffende de dekking van de werkingskosten van de Nationale Bank van België verbonden aan het toezicht op financiële instellingen, tot uitvoering van artikel 12bis, § 4, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer trouwe dienaar, De Minister van Financiën, K. GEENS

Raad van State afdeling Wetgeving Advies 56.121/2 van 30 april 2014 over een ontwerp van koninklijk besluit `betreffende de dekking van de kosten van de Nationale Bank van België verbonden aan de uitgebreide beoordeling, inclusief balansbeoordeling, bedoeld in artikel 33, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen' Op 23 april 2014 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Financiën verzocht binnen een termijn van vijf werkdagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `betreffende de dekking van de kosten van de Nationale Bank van België verbonden aan de uitgebreide beoordeling, inclusief balansbeoordeling, bedoeld in artikel 33, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen'.

Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 30 april 2014 . De kamer was samengesteld uit Pierre Vandernoot, kamervoorzitter, Martine Baguet en Luc Detroux, staatsraden, Yves De Cordt en Christian Behrendt, assessoren, en Bernadette Vigneron, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Jean-Luc Paquet, eerste auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre Vandernoot.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 30 april 2014.

Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht van de regering op het feit dat de ontstentenis van de controle die het parlement krachtens de Grondwet moet kunnen uitoefenen, tot gevolg heeft dat de regering niet over de volheid van haar bevoegdheid beschikt. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als zij te oordelen heeft of het vaststellen of wijzigen van een verordening noodzakelijk is.

Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, moeten in de adviesaanvraag in het bijzonder de redenen worden aangegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan.

De motivering in de brief luidt als volgt : "L'urgence est motivée parce que cette attribution sans délai des frais aux établissements soumis à la surveillance de la Banque nationale, dans le cadre de leur évaluation, est d'une grande importance pour le bon fonctionnement de la Banque nationale. Cette évaluation, qui consiste en une analyse détaillée des actifs et une procédure d'évaluation des risques, a déjà été entamée et doit être achevée avant le début de la phase opérationnelle du mécanisme de supervision nationale, prévu pour le 4 novembre 2014. Ce projet d'arrêté royal devra être adopté dès que possible pour que les coûts puissent être comptabilisés incessamment".

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

ONDERZOEK VAN HET ONTWERP 1. Het tweede lid van de aanhef dient te worden vervangen door de hiernavolgende aanhefverwijzing : "Gelet op de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, artikel 12bis, § 4, ingevoegd bij artikel 187 van het koninklijk besluit van 3 maart 2011 betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector, bekrachtigd bij artikel 298 van de wet van 3 augustus 2012;".

Dat artikel vormt in het interne recht immers de rechtsgrond van het ontworpen besluit, en overigens eveneens die van het koninklijk besluit van 17 juli 2012 `betreffende de dekking van de werkingskosten van de Nationale Bank van België verbonden aan het toezicht op financiële instellingen, tot uitvoering van artikel 12bis, § 4, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België', welk koninklijk besluit daarentegen noch gewijzigd, noch opgeheven of ingetrokken wordt (1) door het ontworpen besluit, zodat daarvan geen melding behoort te worden gemaakt in de aanhef louter omdat artikel 1, derde lid, van het ontwerp ernaar verwijst. 2. Het derde lid dient om dezelfde reden te worden weggelaten : het loutere feit dat in artikel 1, eerste lid, van het ontwerp wordt verwezen naar "het besluit van de Europese Centrale Bank van 4 februari 2014 inzake de vaststelling van de kredietinstellingen die onderworpen worden aan de uitgebreide beoordeling" is geen voldoende reden om dat besluit in de aanhef te vermelden. Dat lid en het daaropvolgende lid dienen te worden vervangen als volgt : (2) "Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat ... [overname van de bijzondere motivering zoals ze voorkomt in de brief met de adviesaanvraag];

Gelet op advies 56.121/2 van de Raad van State, gegeven op 30 april 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3o, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;". 3. In de Franse tekst dient zowel in het opschrift van het ontworpen besluit als in artikel 1, eerste lid, gewag te worden gemaakt van "paragraphe 4" - in plaats van "alinéa 4" - van artikel 33 van verordening (EU) nr.1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 `waarbij aan de Europese Centrale bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen'.

Op dezelfde wijze dient in de Franse tekst van artikel 1, eerste lid, van het ontwerp te worden verwezen naar "paragraphes 2 et 3" - en niet naar "alinéas 2 et 3" - van het voornoemde besluit van de Europese Centrale Bank van 4 februari 2014.

De Griffier, Bernadette Vigneron De Voorzitter, Pierre Vandernoot _______ Nota's (1) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab "Wetgevingstechniek", aanbeveling 19. (2) Ibid., formule F 3-5-3, rekening houdend met de vernummering die voortvloeit uit artikel 23, 3o, van de wet van 20 januari 2014 `houdende hervorming van de bevoegdheid, de procedureregeling en de organisatie van de Raad van State'.

30 JUNI 2014. - Koninklijk besluit betreffende de dekking van de kosten van de Nationale Bank van België verbonden aan de uitgebreide beoordeling, inclusief balansbeoordeling, bedoeld in artikel 33, paragraaf 4, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen;

Gelet op de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, artikel 12 bis, § 4, ingevoegd bij artikel 187 van het koninklijk besluit van 3 maart 2011 betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur van de financiële sector, bekrachtigd door artikel 298 van de wet van 3 augustus 2012;

Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat het voor de goede werking van de Nationale Bank van België van groot belang is dat de toewijzing van de kosten die zij maakt in het kader van de uitgebreide beoordeling van bepaalde kredietinstellingen zonder verwijl wordt geregeld; dat het immers gaat om de financiering van de Nationale Bank, gelieerd aan de uitoefening van het prudentieel toezicht op de banksector; dat de uitgebreide beoordeling bovendien reeds van start is gegaan en op relatief korte termijn zal worden afgerond; dat het bijgevolg noodzakelijk is dat de Nationale Bank snel kan aanvangen met het doorrekenen van de kosten;

Gelet op advies 56.121/2 van de Raad van State, gegeven op 30 april 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.De kosten van de Nationale Bank van België (hierna : de Bank) verbonden aan de uitgebreide beoordeling, inclusief balansbeoordeling, bedoeld in artikel 33, paragraaf 4, van de verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (hierna : de uitgebreide beoordeling), worden, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, gedragen door de instellingen waarvoor de Bank moet meewerken aan de uitgebreide beoordeling op grond van artikel 1, paragrafen 2 en 3 van het besluit van de Europese Centrale Bank van 4 februari 2014 inzake de vaststelling van de kredietinstellingen die onderworpen worden aan de uitgebreide beoordeling (ECB/2014/3).

De kosten van de Bank verbonden aan de uitgebreide beoordeling omvatten de kosten voor de diensten van derde partijen en andere externe kosten die aan de uitgebreide beoordeling kunnen worden toegewezen.

Onder voorbehoud van de toepassing van de bovenstaande leden van dit artikel zijn interne werkingskosten van de Bank zoals personeelskosten, beheerskosten en afschrijvingen op materiële en immateriële vaste activa geen kosten verbonden aan de uitgebreide beoordeling in de zin van dit besluit. In voorkomend geval worden deze kosten ten laste gelegd van de financiële sector overeenkomstig het koninklijk besluit van 17 juli 2012 betreffende de dekking van de werkingskosten van de Nationale Bank van België verbonden aan het toezicht op financiële instellingen, tot uitvoering van artikel 12bis, § 4, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België.

Art. 2.Met het oog op de toewijzing van de kosten bedoeld in artikel 1, tweede lid, berekent de Bank een gemiddelde kostprijs per mandag door de totale kosten verbonden aan de uitgebreide beoordeling te delen door het aantal gepresteerde mandagen dat daar tegenover staat.

Voor elke instelling bedoeld in artikel 1, eerste lid, wordt de bijdrage bepaald door die gemiddelde kostprijs per mandag te vermenigvuldigen met het aantal gepresteerde mandagen dat aan de uitgebreide beoordeling van die instelling kan worden toegewezen.

Art. 3.De krachtens dit besluit verschuldigde bijdragen worden betaald binnen een termijn van één maand na verzoek tot betaling door de Bank.

De bij dit besluit vastgestelde bijdragen worden gestort op rekening van de Bank volgens de door haar bepaalde modaliteiten.

De instellingen die instaan voor de betaling van de bij dit besluit vastgestelde bijdragen, delen aan de Bank, op de wijze en binnen de termijn die zij bepaalt, alle nodige gegevens mee voor de berekening van die bijdragen.

De instellingen die niet voldoen aan een verzoek tot betaling vanwege de Bank binnen de door dit besluit vastgelegde termijn ontvangen van de Bank een aanmaning via aangetekende zending met het verzoek om tot betaling over te gaan binnen de dertig dagen vanaf de postdatum van die zending. Na verloop van deze termijn zijn de in gebreke blijvende instellingen van rechtswege en zonder ingebrekestelling de wettelijke interesten verschuldigd op de verschuldigde bedragen. De toepasselijke rentevoet is de wettelijke rentevoet in handelstransacties zoals bepaald op grond van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties.

Art. 4.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 5.De minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 30 juni 2014.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Financiën, K GEENS

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^