Koninklijk Besluit van 30 november 2015
gepubliceerd op 22 december 2015
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 juli 1974 waarbij bijslagen worden verleend aan sommige gerechtigden van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2015205859
pub.
22/12/2015
prom.
30/11/2015
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2015205859

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID


30 NOVEMBER 2015. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 juli 1974 waarbij bijslagen worden verleend aan sommige gerechtigden van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Ik heb de eer het voorliggende ontwerp van koninklijk besluit ter ondertekening aan Uwe Majesteit voor te leggen. Dit ontwerp van koninklijk besluit past in het ruimer kader van het akkoord dat de sociale partners hebben gesloten inzake de welvaartsaanpassingen.

Ter uitvoering van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact moeten de Nationale Arbeidsraad en de Centrale Raad voor het bedrijfsleven immers om de twee jaar de omvang en de verdeling van de geldmiddelen bestemd voor de welvaartsaanpassing van de vervangingsinkomens en de uitkeringen van sociale bijstand bepalen. Ze brengen vervolgens een advies uit. Ook de regering moet zich systematisch om de twee jaar daarover uitspreken. De beslissingen worden genomen in functie van de beschikbare middelen en vervolgens billijk gespreid over de verschillende sectoren van de sociale zekerheid. Ze zijn dus niet noodzakelijk dezelfde ieder jaar.

Voor de jaren 2015 en 2016 wordt in het akkoord van de Groep van 10 verwezen naar een maatregel die reeds in de vorige akkoorden voorkwam, de zogenaamde herhaling. Deze maatregel heeft tot doel de uitkeringen te herwaarderen zodra ze een bepaalde "anciënniteit" bereiken. Voor 4 sectoren (pensioenen, ziekte- en invaliditeitsverzekering, arbeidsongevallen en beroepsziekten) wordt hij op dezelfde manier geformuleerd, namelijk een verhoging met 2 % voor twee cohorten, waarbij de maatregel op 1 september 2015 in werking treedt voor de eerste cohort en op 1 januari 2016 voor de tweede.

Concreet is het voor de sector van de beroepsziekten de bedoeling dat de uitkeringen na 6 jaar met 2 % worden verhoogd, wat betreft de arbeidsongevallen in 2009 (op 1 september 2015) en in 2010 ( op 1 januari 2016).

De Raad van State heeft in zijn advies 57.911/2/V van 1 september 2015 opgemerkt dat de bepaling afwijkt van de vorige welvaartaanpassingen die telkens werden uitgevoerd op 1 september, in plaats van 1 januari, van het betrokken jaar.

Het verschil in behandeling dat hieruit voortvloeit moet worden gerechtvaardigd in het licht van het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie gewaarborgd bij de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

Als antwoord op deze opmerking moet het volgende worden verduidelijkt.

Het verschil in behandeling waarnaar de Raad van State verwijst, betreft niet de maatregel, die dezelfde is (zelfde verhogingspercentage voor de BZ's met dezelfde anciënniteit), maar de inwerkingtreding ervan.

Dat de maatregel vroeger in het jaar in werking treedt, is een vooruitgang voor de slachtoffers die daarvan zullen genieten. Niet alleen betekent dit geen achteruitgang voor het in het verleden toegekend recht, maar daarenboven wordt voor de toekomst bepaald hoe men dit recht beter kan laten gelden, namelijk door een datum van inwerkingtreding vast te stellen die overeenstemt met het begin van een begrotingsjaar.

Zoals hierboven toegelicht, geldt in de algemene context van de onderhandelingen over akkoorden inzake welvaart een soortgelijke maatregel in andere sectoren (onder andere de ZIV-sector en de pensioensector). Voor de nodige samenhang tussen de maatregelen die door de Groep van 10 werden beslist in het kader van de moeilijke oefening met het oog op een evenwichtige verdeling van de enveloppe onder de verschillende takken van de sociale zekerheid, moet dezelfde datum van inwerkingtreding voor eenzelfde maatregel worden behouden.

Om al deze redenen staat de keuze om de datum van inwerkingtreding van de maatregel op 1 januari 2016 vast te leggen klaarblijkelijk niet buiten proportie ten opzichte van het na te streven doel.

Ik denk derhalve dat met deze preciseringen afdoende geantwoord is op de opmerking van de Raad van State in haar advies nr. 57.912/1 van 1 september 2015 in verband met het gelijkheidsbeginsel (punt 5 van het advies van de Raad van State).

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Sociale Zaken, Mevr. M. DE BLOCK

Raad van State, afdeling Wetgeving Advies 57.912/1/V van 1 september 2015 over een ontwerp van koninklijk besluit 'tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 juli 1974 waarbij bijslagen worden verleend aan sommige gerechtigden van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970' Op 17 juli 2015is de Raad van state, afdeling Wetgeving, door de Minister van Sociale Zaken verzocht binnen een termijn van dertigdagen, van rechtswege verlengd tot 2 september 2015,(*) een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit 'tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 juli 1974 waarbij bijslagen worden verleend aan sommige gerechtigden van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970'.

Het ontwerp is door de eerstevakantiekamer onderzocht op 18 augustus 2015. De kamer was samengesteld uit Jo Baert, kamervoorzitter, Koen Muylle en Patricia De Somere, staatsraden, Bruno Peeters, assessor, en Marleen Verschraeghen, toegevoegd griffier. Het verslag is uitgebracht door Wendy Depester, adjunct-auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Wilfried Van Vaerenbergh, staatsraad.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 1 september 2015. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. Daarnaast bevat dit advies ook opmerkingen over andere punten. Daaruit mag echter niet worden afgeleid dat de afdeling Wetgeving binnen de haar toegemeten termijn een exhaustief onderzoek van het ontwerp heeft kunnen verrichten.

Strekking en rechtsgrond van het ontwerp 2. Het voor advies voorgelegde ontwerp strekt ertoe het koninklijk besluit van 17 juli 1974 'waarbij bijslagen worden verleend aan sommige gerechtigden van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970' te wijzigen.Aldus wordt beoogd om, in uitvoering van de artikelen 72 en 73 van de wet van 23 december 2005 'betreffende het generatiepact', in de sector van de beroepsziekten de welvaartsaanpassing door te voeren voor de periode 2015-2016 (artikelen 1 tot 3 van het ontwerp).

Het te nemen besluit treedt in werking op 1 september 2015 (artikel 4). 3. Zoals vermeld in het eerste lid van de aanhef ervan, vindt het ontworpen besluit rechtsgrond in artikel 45, § 1, van de wetten 'betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970'. Luidens die bepaling kan de Koning bijslagen verlenen aan sommige categorieën van getroffenen of hun rechthebbenden en bepaalt hij het bedrag en de toekenningsvoorwaarden ervan.

Onderzoek van de tekst Aanhef 4. Uit de stukken die bij de adviesaanvraag zijn gevoegd, blijkt dat er op 18 juni 2015 een regelgevingsimpactanalyse werd uitgevoerd.Het zesde lid van de aanhef van het voor advies voorgelegde ontwerp dient dan ook te worden vervangen door het volgende : "Gelet op de regelgevingsimpactanalyse, uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;".

Artikel 2 5. Uit artikel 5bis, eerste lid, van het koninklijk besluit van 17 juli 1974, dat niet wordt gewijzigd door het ontwerp van besluit, vloeit voort dat de herwaarderingsbijslag van 2 pct.voor de in 2009 vastgestelde beroepsziekten ingaat op 1 september 2015.

Luidens het ontworpen artikel 5bis, tweede lid, van hetzelfde koninklijk besluit (artikel 2, 1°, van het ontwerp) gaat de herwaarderingsbijslag van 2 pct. voor de in 2010 vastgestelde beroepsziekten daarentegen in op 1 januari 2016. Zodoende wijkt die bepaling af van de voorafgaande welvaartaanpassingen, die telkens ingingen op 1 september, in plaats van op 1 januari, van het jaar in kwestie.

Het verschil in behandeling dat hieruit voortvloeit moet worden gerechtvaardigd in het licht van het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie gewaarborgd door de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

Een verschil in behandeling is volgens de rechtspraak slechts verenigbaar met het grondwettelijk beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie wanneer dat verschil op een objectief criterium berust en het redelijk verantwoord is. Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld, rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betrokken maatregel en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het gelijkheidsbeginsel is geschonden wanneer er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende middelen en het beoogde doel.

Gevraagd naar een afdoende verantwoording voor het hoger vermeld verschil in behandeling, antwoordde de gemachtigde het volgende : "La mesure a été ainsi convenue par [le] Groupe des 10 lors des discussions autour de l'Accord interprofessionnel. L'impact budgétaire de la mesure a été chiffré sur base de ces dates d'entrée en vigueur pour 2015 et 2016 et l'enveloppe budgétaire prévue est donc fonction de cela. Nous nous sommes également interrogés sur cette date d'entrée en vigueur et il nous a été répondu par les partenaires sociaux qu'il s'agissait d'un choix délibéré de leur part (confirmé dans le procès-verbal en annexe)." Het loutere gegeven dat de regeling deel uitmaakt van een interprofessioneel akkoord of dat de sociale partners er bewust voor hebben gekozen, volstaat niet om het voormelde verschil in behandeling redelijk te verantwoorden. [1] Hetzelfde geldt voor het feit dat bij de berekening van de middelen bestemd voor de welvaartaanpassingen rekening is gehouden met die datum van inwerkingtreding.

De stellers van het ontwerp worden derhalve uitgenodigd een meer pertinente verantwoording te geven voor het voormelde verschil in behandeling. Indien geen dergelijke redelijke verantwoording voorhanden is, dienen zij van dit verschil in behandeling af te zien.

De griffier, M. VERSCHRAEGHEN De voorzitter, J. BAERT _______ Nota (*) Deze verlenging vloeit voort uit artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, in fine, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, waarin wordt bepaald dat deze termijn van rechtswege wordt verlengd met vijftien dagen wanneer hij begint te lopen tussen 15 juli en 31 juli of wanneer hij verstrijkt tussen 15 juli en 15 augustus. [1] Zie bv GwH 23 oktober 2014, nr. 154/2014 : het Grondwettelijk Hof is van oordeel dat een verschil in behandeling tussen twee categorieën van werkgevers niet bestaanbaar is met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie, en dit ofschoon "de betrokken regeling het voorwerp heeft uitgemaakt van sociaal overleg" (B.5).

30 NOVEMBER 2015. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 juli 1974 waarbij bijslagen worden verleend aan sommige gerechtigden van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970 FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970, artikel 45, § 1, ingevoegd bij de wet van 16 juli 1974;

Gelet op het koninklijk besluit van 17 juli 1974 waarbij bijslagen worden verleend aan sommige gerechtigden van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970;

Gelet op het advies van het Beheerscomité van het Fonds voor de beroepsziekten, gegeven op 11 maart 2015;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 24 maart 2015;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d.6 mei 2015;

Gelet op de regelgevingsimpactanalyse, uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;

Gelet op advies 57.912/1/V van de Raad van State, gegeven op 1 september 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit van 17 juli 1974 waarbij bijslagen worden verleend aan sommige gerechtigden van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 november 2013, wordt aangevuld met een lid, luidende : « Vanaf het jaar 2015 is deze coëfficiënt vastgesteld op 1,1262. »

Art. 2.In artikel 5bis van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 november 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd luidende : "In afwijking van het voorgaande lid wordt het bedrag van de uitkering behorend bij een arbeidsongeschiktheid, bedoeld in artikel 5, verhoogd met een coëfficiënt van 1,02 op 1 januari 2016, als de begindatum van de arbeidsongeschiktheid te wijten aan de beroepsziekte is vastgesteld tussen 1 januari 2010 en 31 december 2010 inbegrepen.". 2° het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt vervangen als volgt : "Met ingang van 1 september 2009, op 1 september 2010, op 1 september 2011, op 1 september 2012, op 1 september 2013, op 1 september 2014, op 1 september 2015 en op 1 januari 2016 is de verhoging van de coëfficiënt bedoeld in voorgaande 2 leden, voor de uitkering behorend bij een arbeidsongeschiktheid, bedoeld in artikel 1, niet van toepassing.".

Art. 3.Artikel 5ter van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 november 2013, is niet van toepassing in 2015 en in 2016.

Art. 4.Dit besluit heeft uitwerking vanaf 1 september 2015.

Art. 5.De minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 30 november 2015.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken Mevr. M. De Block


begin


Publicatie : 2015-12-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^