Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 31 mei 2001
gepubliceerd op 02 augustus 2001

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 april 1996, gesloten in het Paritair Comité voor de bewakingsdiensten, betreffende de invoering van het sectoraal brugpensioen vanaf de leeftijd van 55 jaar met het oog op de bevordering van de tewerkstelling, in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 60 van de Nationale Arbeidsraad van 20 december 1994

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
2001012488
pub.
02/08/2001
prom.
31/05/2001
ELI
eli/besluit/2001/05/31/2001012488/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

31 MEI 2001. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 april 1996, gesloten in het Paritair Comité voor de bewakingsdiensten, betreffende de invoering van het sectoraal brugpensioen vanaf de leeftijd van 55 jaar met het oog op de bevordering van de tewerkstelling, in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 60 van de Nationale Arbeidsraad van 20 december 1994 (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen tot bevordering van de tewerkstelling inzonderheid op artikel 10;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 60 van 20 december 1994, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot bepaling van de doelstellingen en de procedure voor het sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de bevordering van de werkgelegenheid, ter uitvoering van het centraal akkoord van 7 december 1994, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 27 januari 1995;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, gesloten op 19 december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 16 januari 1975;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bewakingsdiensten;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 11 april 1996, gesloten in het Paritair Comité voor de bewakingsdiensten, betreffende de invoering van het sectoraal brugpensioen vanaf de leeftijd van 55 jaar met het oog op de bevordering van de tewerkstelling, in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 60 van de Nationale Arbeidsraad van 20 december 1994, met uitzondering van de bepalingen die in strijd zijn met artikel 4, tweede lid, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen.

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Ponza, 31 mei 2001.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 3 april 1995, Belgisch Staatsblad van 22 april 1995.

Koninklijk besluit van 16 januari 1975, Belgisch Staatsblad van 31 januari 1975.

Koninklijk besluit van 27 januari 1995, Belgisch Staatsblad van 15 maart 1995.

Bijlage Paritair Comité voor de bewakingsdiensten Collectieve arbeidsovereenkomst van 11 april 1996 Invoering van het sectoraal brugpensioen vanaf de leeftijd van 55 jaar met het oog op de bevordering van de tewerkstelling, in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 60 van de Nationale Arbeidsraad van 20 december 1994 (Overeenkomst geregistreerd op 21 mei 1996 onder het nummer 41819/CO/317) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werklieden van de ondernemingen zowel die van de privé-sector als die van de militaire sector, die ressorteren onder het Paritair Comité voor de bewakingsdiensten. § 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op alle bewakingsondernemingen die een activiteit uitoefenen op Belgisch grondgebied, ongeacht het feit of hun zetel zich in België of in het buitenland bevindt. § 3. Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt onder "ondernemingen" verstaan de ondernemingen die voor rekening van derden bewakingsdiensten verrichten en onder "werklieden", de werklieden en werksters. HOOFDSTUK II. - Doelstelling

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft als doel een brugpensioenregeling in te stellen met compenserende aanwerving om bij voorrang de tewerkstelling van de jongeren en de werklozen te bevorderen. HOOFDSTUK III. - Rechthebbenden

Art. 3.Rekening houdend met de bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 16 januari 1975 en met het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen en in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 60 van de Nationale Arbeidsraad van 20 december 1994, hebben de werklieden die worden ontslagen om met brugpensioen te kunnen gaan, recht op een aanvullende vergoeding, bovenop de werkloosheidsuitkeringen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de bewakingsondernemingen".

Art. 4.De collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op alle arbeiders verbonden door een arbeidscontract met een onderneming die voor rekening van derden bewakingsdienten verrichten voor zover dat : 1. ze de leeftijd van 55 jaar bereikt hebben.Deze leeftijd moet bereikt zijn bij het effectief verstrijken van de opzeggingstermijn of uiterlijk op het moment waarop de arbeidsovereenkomst wordt verbroken en dat zij op het tijdstip van de beëindiging van de individuele arbeidsovereenkomst een beroepsverleden als loontrekkende van 33 jaar kunnen rechtvaardigen; 2. ze recht hebben op de werkloosheidsuitkeringen;3. ze tien jaar anciënniteit tellen in de sector, op voltijdse basis;4. ze de beroepsloopbaan kunnen verantwoorden bepaald in de wettelijke teksten ter zake.

Art. 5.Het fonds kan evenwel slechts tegemoetkomen nadat de werkgever die het voornemen heeft van deze brugpensioenregeling gebruikt te maken, vooraf aan het fonds van deze intentie melding heeft gemaakt bij aangetekende brief en hierop schriftelijk gunstig advies heeft ontvangen van de raad van bestuur van het fonds.

In geval van ongunstig advies valt, bij ontslag van een werknemer bedoeld bij artikel 3 de aanvullende vergoeding ten laste van de werkgever.

De adviezen waarvan sprake is in dit artikel dienen te worden verstrekt binnen een termijn van 90 dagen na ontvangst van de bij het eerste lid voorziene melding.

Art. 6.Teneinde de lasten van de eventueel toe te kennen brugpensioenen te verdelen, hebben de sociale gesprekspartners beslist het fonds voor bestaanszekerheid, genoemd "Sociaal Fonds voor de bewakingsondernemingen", te belasten met de verantwoordelijkheid om deze brugpensioenen toe te kennen of te weigeren de betaling van de aanvullende brugpensioenvergoeding ten laste te nemen tot de leeftijd waarop de bruggepensioneerde met pensioen gaat.

De hoofdelijke bijzondere werkgeversbijdrage van BEF 1 000 (artikelen 268 tot en met 271 van de programmawet van 22 december 1989 Belgisch Staatsblad van 30 december 1989) en de bijzondere werkgeversbijdrage ten voordele van de werkloosheidsverzekering (artikelen 141 tot en met 144 van de wet van 29 december 1990 houdende sociale bepalingen Belgisch Staatsblad van 9 januari 1991) alsook de bijzondere compenserende maandelijkse werkgeversbijdrage, bestemd voor de sector werkloosheid tot de leeftijd van 58 jaar bereikt is, worden gedragen door het "Sociaal Fonds voor de bewakingsondernemingen".

De sociale gesprekspartners hebben de vaste bedoeling deze doelstelling te realiseren in het kader van het budget bepaald in artikel 8, tweede lid van de statuten van het sociaal fonds, waarover het fonds voor bestaanszekerheid, genoemd "Sociaal Fonds voor de bewakingsondernemingen", beschikt of zal beschikken.

De bijdrage voor het fonds mag evenwel in geen geval gewijzigd worden dan bij collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten in het Paritair Comité voor de bewakingsdiensten, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit.

Zij verklaren dat de leden van de raad van bestuur van het fonds in die zin zullen moeten handelen. Teneinde elk probleem te voorkomen, wordt er beslist dat het totaal bedrag dat nodig is voor de uitbetaling aan elke bruggepensioneerde tot op de leeftijd van het pensioen, zal moeten gecapitaliseerd worden vanaf het vertrek.

Art. 7.a) De werkgever is ertoe gehouden, overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen, te voorzien in de vervanging van de bruggepensioneerde, die jonger is dan 60 jaar op het ogenblik van de opbrugpensioenstelling. b) De werkgever verbindt zich ertoe het brugpensioen-ontslag waarvan hier sprake is, toe te kennen aan de werklieden die de toestemming hebben gekregen van de raad van bestuur van het fonds voor een eventuele tenlasteneming van hun brugpensioenvergoedingen. HOOFSTUK IV. - Bedrag en uitkering

Art. 8.§ 1. De aanvullende vergoeding bij brugpensioen is gelijk aan de helft van het verschil tussen het nettoreferentieloon en de werkloosheidsuitkering. § 2. Het nettoreferentieloon wordt als volgt berekend : a) uurloon x 37 uren x 52 weken/12 b) dit quotiënt wordt vermeerderd met 8,33 pct.om het bruto maandelijks referentieloon te bekomen; c) na aftrek van de R.S.Z. bijdragen en de bedrijfsvoorheffing bekomt men het maandelijks netto referentieloon; d) het uurloon voor de berekening is datgene dat is bepaald bij de loonschaal of in voorkomend geval het toegepast individueel loon;e) de coëfficiënt van de wekelijkse arbeidsduur, momenteel vastgesteld op 37, wordt aangepast naargelang van de wekelijkse arbeidsduur die van kracht is op het ogenblik van de berekening van het maandelijks netto referentieloon;f) de dagen ziekte en de dagen afwezigheid ten gevolge van een arbeidsongeval worden gelijkgesteld in het kader van het budget van artikel 8, tweede lid van de statuten van het sociaal fonds.

Art. 9.De aanvullende vergoeding bij brugpensioen wordt uitgekeerd aan de gerechtigde in de loop van de maand volgend op de maand waarop hij recht heeft op de werkloosheidsuitkering.

De uitkering gebeurt op voorlegging van een bewijsstuk waaruit blijkt dat de betrokkene werkloosheidsuitkering heeft ontvangen. HOOFDSTUK V. - Toezicht

Art. 10.De raad van bestuur van het "Sociaal Fonds voor de bewakingsondernemingen" houdt toezicht over de correcte uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK VI. - Compenserende aanwerving

Art. 11.De werkgever waarvan één of meerdere arbeiders kunnen genieten van de bovenvermelde beschikkingen moet aan deze arbeider(s) samen met de andere geschikte documenten bestemd voor de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening één of meer formulier(en) "C 4 brugpensioen" zorgvuldig ingevuld overhandigen, dit wil zeggen één of meer verklaringen (en door dewelke hij zich verbindt hem (hen) te vervangen tijdens de bepaalde periode (in principe 36 maanden) door één of meer personen die aan de criteria bepaald in artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit van 7 december 1992 (Belgisch Staatsblad van 11 december 1992) beantwoorden. HOOFDSTUK VII. - Geldigheid

Art. 12.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 oktober 1995 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1996.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 31 mei 2001.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX

^