Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 31 mei 2016
gepubliceerd op 09 juni 2016

Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor ambtenaren om overeenkomstig artikel XV.8 van het Wetboek van economisch recht, te worden bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2016011244
pub.
09/06/2016
prom.
31/05/2016
ELI
eli/besluit/2016/05/31/2016011244/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

31 MEI 2016. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor ambtenaren om overeenkomstig artikel XV.8 van het Wetboek van economisch recht, te worden bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van besluit waarvan ik de eer heb het ter ondertekening aan Uwe Majesteit voor te leggen, heeft tot doel de voorwaarden vast te leggen voor de ambtenaren die overeenkomstig artikel XV.8, § 1, eerste lid, van het Wetboek van economisch recht bekleed kunnen worden met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings. Een afzonderlijk koninklijk besluit, in uitvoering van dit eerste lid van artikel XV.8, § 1, van het Wetboek van economisch recht, moet vervolgens instaan voor de nominatieve aanduiding van de relevante ambtenaren, rekening houdende met de voorwaarden in dit ontwerp.

De toekenning van de hoedanigheid aan die ambtenaren moet het mogelijk maken om bepaalde vormen van oplichting, woekerpraktijken en valsheid in geschriften, die zeer sterk aanleunen bij de economische misdrijven waarvan onder meer sprake in het Wetboek van economisch recht, op te kunnen sporen en te vervolgen. De bevoegdheidsuitbreiding van de betrokken ambtenaren tot dergelijke door het Strafwetboek voorziene misdrijven, dient verantwoord te worden door het gegeven dat zij in de loop van de onderzoeken naar de materie waarvoor zij specifiek bevoegd zijn, geconfronteerd kunnen worden met een geval dat eveneens gekwalificeerd kan worden als één van de hoger vermelde gemeenrechtelijke misdrijven. Zo kan bijvoorbeeld gedacht worden aan misleidende bedrijvengidsen, valse loterijen, valsheid in geschrifte bij de handel in namaak of bij het sluiten van kredietovereenkomsten of andere specifieke gevallen van massafraude. Het zou onlogisch zijn dat zij in dat geval het misdrijf niet in zijn globaliteit kunnen onderzoeken. Bovendien zou het evenmin productief zijn dat wanneer controleambtenaren langdurig een bepaald dossier voorbereiden, zij deze zaak zelf niet meer zouden kunnen verder zetten van zodra het openbaar ministerie of de onderzoeksrechter van oordeel is dat voor het uitvoeren van bepaalde taken een opdracht moet worden gegeven aan een officier van gerechtelijke politie, dit op gevaar af dat door deze versnippering van het dossier over verschillende diensten in de tussentijd een deel of het geheel van het bewijsmateriaal zoek raakt, uit zijn context wordt gelicht of foutief wordt begrepen.

De mogelijkheid om de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings te verlenen kan daarenboven nuttig zijn in het kader van de internationale samenwerking tussen de economische inspectiediensten of om bepaalde onderzoeksdaden te kunnen stellen (bijvoorbeeld de huiszoeking in opdracht van de onderzoeksrechter).

Voor de ambtenaren die met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie bekleed zullen worden in uitvoering van het artikel XV.8, § 1, eerste lid, van het Wetboek van economisch recht, komen de nieuwe bevoegdheden bovenop de bevoegdheden die hen overeenkomstig titel 1, hoofdstuk 1 van het boek XV van het Wetboek zijn toegekend.

Commentaar op de artikelen

Artikel 1.Het eerste artikel legt de voorwaarden vast waar de ambtenaren aan moeten voldoen om, in toepassing van artikel XV.8, § 1, eerste lid, van het Wetboek van economisch recht, het statuut te kunnen verkrijgen.

De ambtenaren die in aanmerking wensen te komen, dienen een dossier op te stellen om aan te tonen dat ze aan die voorwaarden voldoen.

Art. 2.De Directeur-generaal van de betrokken algemene directie stelt, rekening houdende met de voorwaarden en de noden van de dienst, een lijst op van de in aanmerking komende kandidaten.

De voorwaarden en de vereiste dat rekening gehouden moeten worden met de noden van de dienst, hebben tot doel te voorkomen dat een overmatig aantal ambtenaren met het statuut bekleed zou worden.

Dit laat ook toe om de nodige flexibiliteit aan de dag te leggen om op soepele wijze personen met het statuut te bekleden of om indien nodig hun aantal net te beperken in functie van de noodwendigheden van de dienst. Uit de ervaring van internationale homologen blijkt bijvoorbeeld dat de Economische Inspectie, voor wat massafraude betreft, nog maar met het topje van de ijsberg wordt geconfronteerd.

Het aantal personen die deze materie moeten kunnen opsporen en vervolgen kan dan ook fluctueren, eveneens rekening houdende met de beschikbare middelen.

Art. 3.Behoeft geen commentaar.

Art. 4.Het artikel 4 stelt dat de aangeduide ambtenaren van rechtswege het statuut verliezen indien ze niet meer aan de in artikel 1, § 1 bedoelde voorwaarden voldoen.

Dit is voornamelijk van belang voor voorwaarden 3° en 5°, dit zijn de voorwaarden die stellen dat de betrokkene geen politiek mandaat mag bekleden en niet veroordeeld mag geweest zijn. Bij een slechte beoordeling (voorwaarde 4° ) moet de betrokkene ook het statuut verliezen.

Het kan niet de bedoeling zijn dat de betrokkene in dergelijke gevallen het statuut blijft behouden totdat zijn naam geschrapt wordt door de aanpassing van het koninklijk besluit in uitvoering van het artikel XV.8, § 1, eerste lid, van het Wetboek van economisch recht.

Art. 5.Behoeft geen commentaar.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Economie, K. PEETERS

RAAD VAN STATE Afdeling Wetgeving

Advies 59.219/1 van 22 april 2016 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot vaststelling van de voorwaarden voor ambtenaren om overeenkomstig artikel XV.8 van het Wetboek van economisch recht, te worden bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie' Op 1 april 2016 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Economie verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot vaststelling van de voorwaarden voor ambtenaren om overeenkomstig artikel XV.8 van het Wetboek van economisch recht, te worden bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie'.

Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 21 april 2016. De kamer was samengesteld uit Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter, Wilfried VAN VAERENBERGH en Wouter PAS, staatsraden, Marc RIGAUX en Michel TISON, assessoren, en Wim GEURTS, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Paul DEPUYDT, eerste auditeur-afdelingshoofd.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 22 april 2016.

In artikel 1, § 2, van het ontwerp vervange men de woorden "de in artikel 1 bedoelde hoedanigheid" door de woorden "de in paragraaf 1 bedoelde hoedanigheid.

Aan het einde van dezelfde paragraaf schrijve men "de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, 1° en 2° " (1).

Er zijn bij het ontwerp geen andere opmerkingen te maken.

De griffier, Wim GEURTS De voorzitter, Marnix VAN DAMME _______ Nota (1) Beginselen van de wetgevingstechniek.Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, Raad van State, 2008, aanbeveling 70, te raadplegen op de internetsite van de Raad van State (www.raadvst-consetat.be).

31 MEI 2016. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor ambtenaren om overeenkomstig artikel XV.8 van het Wetboek van economisch recht, te worden bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de Grondwet, artikel 108;

Gelet op het Wetboek van economisch recht, artikel XV.8, § 1, tweede lid;

Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 4 december 2015;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 10 maart 2016;

Gelet op advies 59.219/1 van de Raad van State, gegeven op 22 april 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Economie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.§ 1. Om in toepassing van artikel XV.8, § 1, eerste lid, van het Wetboek van economisch recht, te worden bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, voldoen de ambtenaren aan de volgende voorwaarden: 1° ten minste twee jaar relevante ervaring inzake het opsporen en vaststellen van misdrijven kunnen aantonen;2° voldoende kennis van het strafrecht en het strafprocesrecht kunnen aantonen;3° geen politiek mandaat bekleden;4° minstens de vermelding "voldoet aan de verwachtingen" hebben, zoals bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 24/09/2013 pub. 04/10/2013 numac 2013002046 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt sluiten betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt;5° niet veroordeeld geweest zijn, zelfs niet met uitstel, tot een correctionele of criminele straf bestaande uit een boete, een werkstraf of gevangenisstraf, behoudens veroordelingen wegens inbreuken op de wetgeving betreffende de politie over het wegverkeer. § 2. De ambtenaren die in aanmerking wensen te komen om bekleed te worden met de in paragraaf 1 bedoelde hoedanigheid, stellen een dossier samen waarin zij aantonen dat ze voldoen aan de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, 1° en 2°.

Art. 2.Het bekleden met de in artikel 1, § 1, bedoelde hoedanigheid gebeurt op voordracht van de Directeur-generaal van de betrokken algemene directie, die zijn beslissing steunt op het belang van de dienst en motiveert op basis van organisatorische en operationele redenen.

Hij maakt een lijst op van de ambtenaren die voldoen aan de criteria.

De voordracht gebeurt in volgorde van deze lijst.

Art. 3.De eventuele toegekende machtigingen tot cumulatie, zoals bedoeld in artikel 12 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, dienen opnieuw beoordeeld te worden op het ogenblik dat een ambtenaar bekleed wordt met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings.

Art. 4.De ambtenaren, bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, verliezen van rechtswege deze hoedanigheid indien niet meer is voldaan aan de voorwaarden bedoeld in artikel 1, § 1.

Art. 5.De minister bevoegd voor Economie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 31 mei 2016.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Economie, K. PEETERS

^