Ministerieel Besluit van 01 oktober 2015
gepubliceerd op 27 oktober 2015

Ministerieel besluit houdende de procedurele aspecten bij aanvragen, beoordeling, subsidietoekenning, voorschotten, betaling en toezicht in het kader van het decreet van 13 december 2013 houdende de ondersteuning van de professionele kunsten

bron
vlaamse overheid
numac
2015036257
pub.
27/10/2015
prom.
01/10/2015
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2015036257

VLAAMSE OVERHEID

Cultuur, Jeugd, Sport en Media


1 OKTOBER 2015. - Ministerieel besluit houdende de procedurele aspecten bij aanvragen, beoordeling, subsidietoekenning, voorschotten, betaling en toezicht in het kader van het decreet van 13 december 2013 houdende de ondersteuning van de professionele kunsten


De Vlaamse minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel, Gelet op het Kunstendecreet van 13 december 2013, artikel 12, 44, § 1, vierde lid, artikel 45, § 3, tweede lid en § 5, zesde en tiende lid, artikel 50, § 3, tweede lid, artikel 53, § 1, tweede lid, artikel 84, § 3, artikel 94, § 2, tweede lid, artikel 101, § 2, tweede lid, artikel 108, § 2, tweede lid, artikel 117, § 2, tweede lid, artikel 131, § 2, tweede lid, artikel 145, § 2, tweede lid, artikel 153, § 2, tweede lid, artikel 159, § 2, tweede lid en artikel 173, § 2, tweede lid;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014 betreffende de uitvoering van het decreet van 13 december 2013 houdende de ondersteuning van de professionele kunsten, artikel 4, eerste en vierde lid, artikel 24, 26, 32, 38, derde lid, artikel 53, 63, 67, 70, eerste en vierde lid, artikel 75, eerste en vierde lid, artikel 83, eerste en vierde lid, artikel 92, eerste en vierde lid, artikel 94 eerste en tweede lid, artikel 96, eerste en vierde lid, artikel 100, 101, derde lid en artikel 112;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 16 juli 2015;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder het besluit van 9 mei 2014 : het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014 betreffende de uitvoering van het decreet van 13 december 2013 houdende de ondersteuning van de professionele kunsten.

Art. 2.De administratie stelt een webtoepassing ter beschikking voor de uitwisseling van informatie met aanvragers of ontvangers van een subsidie, een toelage, een tussenkomst of een ondersteuning.

De webtoepassing bevat instructies voor het gebruik ervan en bepaalt welke bijlagen moeten opgeladen worden.

De webtoepassing biedt ten minste de volgende waarborgen : 1° het tijdstip van verzending, opvraging of aflevering van informatie wordt geregistreerd en is raadpleegbaar voor de aanvragers of ontvangers van een subsidie, een toelage, een tussenkomst of een ondersteuning;2° een authenticatie en autorisatie van de gebruikers van de webtoepassing zorgt ervoor dat alleen personen die een aanvrager of ontvanger van een subsidie, een toelage, een tussenkomst of een ondersteuning gemachtigd heeft, de webtoepassing kunnen gebruiken;3° bij de elektronische ondertekening van informatie, wordt gebruik gemaakt een gekwalificeerde elektronische handtekening. Het gebruik van de webtoepassing is verplicht.

Art. 3.De aanvragers of ontvangers van een subsidie, een toelage, een tussenkomst of een ondersteuning bezorgen in voorkomend geval de volgende informatie aan de administratie via de webtoepassing, vermeld in artikel 2, eerste lid : 1° een aanvraagdossier, als vermeld in artikel 12, 16, 19, 22, 27, 94, § 2, artikel 108, § 2, artikel 117, § 2, artikel 131, § 2, artikel 145, § 2, artikel 153, § 2, en artikel 159, § 2 van het Kunstendecreet van 13 december 2013;2° een beleidsplan als vermeld in artikel 84, § 3, en artikel 173, § 2 van het Kunstendecreet van 13 december 2013;3° een verhaal als vermeld in artikel 45, § 5, van het Kunstendecreet van 13 december 2013;4° een actieplan als vermeld in artikel 50, § 3, van het Kunstendecreet van 13 december 2013;5° een verantwoordingsdossier als vermeld in artikel 101, § 2, van het Kunstendecreet van 13 december 2013.

Art. 4.Een aanvraagdossier als vermeld in artikel 12, 16, 19, 22, 27, 94, § 2, artikel 108, § 2, artikel 117, § 2, artikel 131, § 2, artikel 145, § 2, artikel 153, § 2 en artikel 159, § 2 van het Kunstendecreet van 13 december 2013, bevat de informatie nodig om de artistieke en inhoudelijke kwaliteit van de georganiseerde activiteiten of werking en de zakelijke performantie van de organisatie of kunstenaar te kunnen toetsen aan de subsidievoorwaarden. Die informatie bestaat minstens uit : 1° een identificatie van de aanvrager;2° een identificatie van de persoon die, als vertegenwoordiger van de aanvrager, de webtoepassing, vermeld in artikel 2, eerste lid, gebruikt;3° een typering van het aangevraagde initiatief : discipline, functie, soort, ondersteuning en bedrag;4° een aanduiding of het initiatief al dan niet voldoet aan de toekenningsvoorwaarden;5° een schets van de wijze waarop een aanvrager omgaat met elk van de onderwerpen die zijn opgenomen in de van toepassing zijnde beoordelingscriteria;6° een omschrijving van de missie en visie van de aanvrager en een verwijzing naar documentatiemateriaal over eerdere initiatieven van de aanvrager;7° een omschrijving van de inhoud van het initiatief;8° een begroting van het initiatief met een toelichting;9° een kennisname van de subsidievoorwaarden als de subsidie wordt toegekend. De webtoepassing, vermeld in artikel 2, eerste lid, biedt aan een aanvrager de facultatieve mogelijkheid om te verwijzen naar documentatiemateriaal voor de informatie vermeld in het eerste lid, 4°, 5°, 7° en 8°.

Art. 5.Een beleidsplan als vermeld in artikel 84, § 1 van het Kunstendecreet van 13 december 2013 bevat de informatie die nodig is om de initiatieven van de organisatie te kunnen toetsen aan de criteria, vermeld in artikel 28, § 2 en § 3 van het Kunstendecreet van 13 december 2013. Een beleidsplan als vermeld in artikel 84, § 2, en in artikel 173, § 2, van het Kunstendecreet van 13 december 2013, bevat de informatie die nodig is om de initiatieven van de organisatie te kunnen toetsen aan de criteria, vermeld in en artikel 88, § 2, van het Kunstendecreet van 13 december 2013. Die informatie bestaat minstens uit : 1° een identificatie van de aanvrager;2° een identificatie van de persoon die, als vertegenwoordiger van de aanvrager, de webtoepassing, vermeld in artikel 2, eerste lid, gebruikt;3° een typering van het aangevraagde initiatief : discipline, functie, soort ondersteuning en bedrag en een toelichting bij de onderlinge verhouding tussen functies;4° een aanduiding van het al dan niet voldoen aan de toekenningsvoorwaarden;5° een schets van de wijze waarop een aanvrager omgaat met elk van de onderwerpen die zijn opgenomen in de van toepassing zijnde beoordelingscriteria;6° een omschrijving van de missie en visie van de aanvrager en een verwijzing naar documentatiemateriaal over de eerdere initiatieven van de aanvrager;7° een omschrijving van de inhoud van het initiatief;8° een begroting van het initiatief met een toelichting;9° een kennisname van de subsidievoorwaarden die van toepassing zijn als de subsidie wordt toegekend. De webtoepassing, vermeld in artikel 2, eerste lid, biedt aan een aanvrager de facultatieve mogelijkheid om te verwijzen naar documentatiemateriaal voor de informatie vermeld onder het eerste lid, 4°, 5°, 7° en 8°.

Art. 6.Een verhaal tegen een advies als vermeld in artikel 45, § 5, van het Kunstendecreet van 13 december 2013, bevat de volgende elementen : 1° een aanduiding of alle criteria correct gebruikt zijn in beoordelingsproces;2° een motivering van de reden waarom bepaalde criteria van beoordelingsproces in voorkomend geval niet zorgvuldig zijn besproken;3° een aanduiding of de beoordelingscommissie correct is samengesteld en correct heeft gehandeld;4° een motivering van de reden waarom de beoordelingscommissie niet correct was samengesteld of niet correct heeft gehandeld.

Art. 7.Een actieplan als vermeld in artikel 50, § 3, van het Kunstendecreet van 13 december 2013, bevat de informatie nodig om de artistieke en inhoudelijke kwaliteit van de georganiseerde activiteit en de zakelijke performantie van de organisatie of kunstenaar te kunnen beoordelen. Die informatie bestaat minstens uit : 1° een typering van het uit te voeren initiatief : discipline en functie en een toelichting bij de onderlinge verhouding tussen functies;2° een beknopte omschrijving van de missie en visie en de plannen van de ontvanger van een subsidie, toelage of ondersteuning;3° een schets van de wijze waarop een ontvanger van een subsidie, toelage of ondersteuning plant om te gaan met elk van de onderwerpen die zijn opgenomen in de beoordelingscriteria die van toepassing zijn;4° een begroting van het initiatief met een toelichting;5° een toelichting van de wijze waarop een ontvanger van een subsidie, toelage of ondersteuning plant om te gaan met de subsidievoorwaarden.

Art. 8.Een verantwoordingsdossier als vermeld in artikel 101, § 1, van het Kunstendecreet van 13 december 2013, bevat de informatie die nodig is om aan te tonen dat voldaan is aan de subsidievoorwaarden, vermeld in artikel 51 en 52 van het Kunstendecreet van 13 december 2013. Die informatie bestaat minstens uit : 1° een typering van het uitgevoerde initiatief : discipline en functie;2° een beknopte omschrijving van de mate waarin de plannen van de ontvanger van een kunstenaarstoelage zijn uitgevoerd;3° een financiële afrekening van het initiatief met een toelichting;4° een aanduiding van de mate waarin een ontvanger van een toelage voldoet aan de subsidievoorwaarden en een toelichting bij eventuele afwijkingen.

Art. 9.De administratie wijst een aanvraagdossier als vermeld in artikel 12, 16, 19, 22, 27, 94, § 2, artikel 108, § 2, artikel 117, § 2, artikel 131, § 2, artikel 145, § 2, artikel 153, § 2 en artikel 159, § 2, van het Kunstendecreet van 13 december 2013 voor de duur van een aanvraagronde toe aan een groep aanvraagdossiers die vergelijkbare functies of disciplines aangeven als vermeld in artikel 43, § 3 van het Kunstendecreet van 13 december 2013.

De administratie stelt per groep aanvraagdossiers als vermeld in artikel 43, § 3 van het Kunstendecreet van 13 december 2013, een lijst op met beoordelaars die op basis van hun expertise in aanmerking kunnen komen voor de beoordeling van de dossiergroep.

De administratie wijst per groep aanvraagdossiers als vermeld in artikel 43, § 3 van het Kunstendecreet van 13 december 2013, de leden van een commissie en een voorzitter aan als vermeld in artikel 44 van het Kunstendecreet van 13 december 2013 en artikel 22 van het besluit van 9 mei 2014. De commissie beschikt als groep over alle expertise die noodzakelijk is om alle aangegeven functies of disciplines te kunnen beoordelen. De administratie kan bij de aanwijzing van een commissie rekening houden met de beschikbaarheid van individuele beoordelaars.

Art. 10.Alleen informatie die ingevuld of opgeladen is in de webtoepassing, vermeld in artikel 2, eerste lid, moet in aanmerking worden genomen voor de beoordeling van een aanvraagdossier, een beleidsplan, een verhaal, een actieplan of een verantwoordingsdossier.

Art. 11.De administratie brengt een aanvrager op de hoogte van alle informatie over een vraag voor een subsidie, een toelage of een tussenkomst via de webtoepassing, vermeld in artikel 2, eerste lid.

Die informatie omvat minstens : 1° de melding dat een aanvraag als vermeld in artikel 6, vierde lid, van het besluit van 9 mei 2014, al of niet ontvankelijk is;2° het voorlopig voorstel van beslissing als vermeld in artikel 45, § 3, van het Kunstendecreet van 13 december 2013;3° de beslissing over de toekenning en over het bedrag van een subsidie als vermeld in artikel 4, 70, derde lid, artikel 75, derde lid, artikel 83, 92, 96, en 101, tweede lid van het besluit van 9 mei 2014. De administratie maakt voorlopige voorstellen van beslissing als vermeld in artikel 45, § 3 van het Kunstendecreet van 13 december 2013 of beslissingen over aanvragen voor subsidies, toelagen of tussenkomsten openbaar via de website van de Vlaamse overheid, met uitzondering van informatie die niet mag worden bekend gemaakt op basis van regelgeving inzake openbaarheid van bestuur.

Art. 12.Een subsidie, een toelage of een tussenkomst als vermeld in artikel 105, 115, 129, 143, 148 en 157 van het Kunstendecreet van 13 december 2013 wordt als volgt toegekend : 1° een voorschot van 90 % van de subsidie wordt betaald na de ondertekening van het besluit waarin de subsidie wordt toegekend;2° een saldo van 10 % van de subsidie wordt betaald nadat de administratie heeft vastgesteld dat de voorwaarden waaronder de subsidie toegekend is, nageleefd zijn en dat de subsidie aangewend is voor de doeleinden waarvoor ze is verleend. In afwijking van de eerste paragraaf wordt een subsidie als vermeld in artikel 143 en 157 van het Kunstendecreet van 13 december 2013 die is toegekend aan een buitenlandse organisatie, als volgt toegekend : 1° een voorschot van 70 % van de subsidie wordt betaald na de ondertekening van het besluit waarin de subsidie wordt toegekend;2° een saldo van 30 % van de subsidie wordt betaald nadat de administratie heeft vastgesteld dat de voorwaarden waaronder de subsidie toegekend is, nageleefd zijn en dat de subsidie aangewend is voor de doeleinden waarvoor ze is verleend. In afwijking van het eerste lid wordt een subsidie als vermeld in artikel 148 van het Kunstendecreet van 13 december 2013 en waarvan het toegekende subsidiebedrag lager dan of gelijk is aan 3000 euro, betaald nadat de administratie heeft vastgesteld dat de voorwaarden waaronder de subsidie toegekend is, nageleefd zijn en dat de subsidie aangewend is voor de doeleinden waarvoor ze is verleend.

Art. 13.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 15 juni 2015.

Brussel, 1 oktober 2015.

De Vlaamse minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel, S. GATZ


begin


Publicatie : 2015-10-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^