Ministerieel Besluit van 02 oktober 2003
gepubliceerd op 05 februari 2004
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Ministerieel besluit houdende vaststelling van de procedure tot subsidiëring van bedrijventerreinen, wetenschapsparken en bedrijfsgebouwen

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2004035174
pub.
05/02/2004
prom.
02/10/2003
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

2 OKTOBER 2003. - Ministerieel besluit houdende vaststelling van de procedure tot subsidiëring van bedrijventerreinen, wetenschapsparken en bedrijfsgebouwen


De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid en E-Government, Gelet op de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie, inzonderheid op artikel 32;

Gelet op het decreet van 31 januari 2003 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid, inzonderheid op hoofdstuk VI;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 5 september 2003 houdende subsidiëring van bedrijventerreinen, wetenschapsparken en bedrijfsgebouwen;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 10 juni 2003 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, Besluit : Afdeling I. - Definities

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° de minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het Economisch Beleid;2° de administratie: de administratie Economie, afdeling Economisch Ondersteuningsbeleid van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Afdeling II. - Algemene bepalingen

Art. 2.Alle communicatie- en infodragers in verband met een gesubsidieerd bedrijventerrein of bedrijfsgebouw dienen het logo van de Vlaamse Gemeenschap, het actieplan Ondernemen en het opschrift "Met de steun van de Vlaamse regering" te vermelden. Afdeling III. - Bedrijventerreinen en wetenschapsparken

Onderafdeling I. - Principiële subsidie

Art. 3.§ 1. Uiterlijk vijftien werkdagen na de ontvangstdatum van de aanvraag tot principiële subsidie deelt de administratie aan de indiener mee dat de aanvraag volledig is en vraagt zij het technisch advies van de administratie Overheidsopdrachten, Gebouwen en Gesubsidieerde Infrastructuur en van de administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen.

Voornoemde administraties verlenen uiterlijk de dertigste werkdag na datum van de adviesaanvraag hun advies zoniet wordt het als gunstig beschouwd. § 2. Uiterlijk vijftien werkdagen na ontvangstdatum deelt de administratie de onvolledigheid van de aanvraag tot principiële subsidie mee aan de indiener met opsomming van de redenen en de gewenste aanvullingen. Na ontvangstdatum van het antwoord wordt toepassing gemaakt van § 1.

Wordt binnen deze termijn geen bericht verzonden, dan wordt de aanvraag als volledig beschouwd. § 3. Uiterlijk tien werkdagen na ontvangstdatum van een ongunstig advies van de administratie Overheidsopdrachten, Gebouwen en Gesubsidieerde Infrastructuur en/of van de administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen of van fundamentele opmerkingen die een aanpassing van één of meerdere documenten vereisen, stuurt de administratie het aanvraagdossier of de desbetreffende stukken terug naar de aanvrager met opsomming van de redenen tot ongunstig advies of van de gewenste aanvullingen.

Bij ontvangst van het aangepast aanvraagdossier of van de gewenste aanvullingen wordt zonodig opnieuw toepassing gemaakt van § 1. § 4. Uiterlijk vijftien werkdagen na ontvangst van de gunstige adviezen of na het verstrijken van de termijn van dertig werkdagen, zoals vermeld in § 1, doet de administratie een voorstel aan de minister nopens de principiële subsidie en de voorwaarden waaronder ze wordt verleend en bezorgt het aan de Inspectie van Financiën. § 5. Na ontvangst van het advies van de Inspectie van Financiën beslist de minister over de principiële subsidie.

Wordt er toepassing gemaakt van artikel 6, § 2, of artikel 42, § 2, van het besluit van de Vlaamse regering van 5 september 2003 houdende subsidiëring van bedrijventerreinen, wetenschapsparken en bedrijfsgebouwen dan beslist de Vlaamse regering over de principiële subsidie. § 6. Uiterlijk tien werkdagen na ontvangst van de ministeriële of regeringsbeslissing geeft de administratie desgevallend opdracht tot vastlegging van de subsidie en deelt zij aan de aanvrager en aan de administratie Overheidsopdrachten, Gebouwen en Gesubsidieerde Infrastructuur mee of de aanvraag tot principiële subsidie aanvaard werd met desgevallend de opgave van de berekeningswijze en van de voorwaarden. § 7. Op straffe van ambtshalve schrapping van het vastgelegd subsidiebedrag mag de gunningsprocedure niet ingezet worden vóór ontvangst van de kennisgeving vermeld in § 6.

Onderafdeling II. - Definitieve subsidie

Art. 4.§ 1. Uiterlijk vijftien werkdagen na de ontvangstdatum deelt de administratie aan de indiener mee dat de aanvraag tot definitieve subsidie volledig is en stuurt zij een exemplaar van het dossier naar de administratie Overheidsopdrachten, Gebouwen en Gesubsidieerde Infrastructuur.

Uiterlijk de vijftiende werkdag na de verzendingsdatum deelt deze haar eventuele opmerkingen mee aan de administratie zoniet wordt het dossier als gunstig beschouwd. § 2. Uiterlijk vijftien werkdagen na ontvangstdatum deelt de administratie de onvolledigheid van de aanvraag tot definitieve subsidie mee aan de indiener met opsomming van de redenen en de gewenste aanvullingen. Na ontvangstdatum van het antwoord wordt opnieuw toepassing gemaakt van § 1.

Wordt binnen de vijftien werkdagen geen bericht verzonden, dan wordt de aanvraag als volledig beschouwd. § 3. Uiterlijk tien werkdagen na ontvangstdatum van fundamentele opmerkingen die een aanpassing van een of meerdere documenten vereisen, stuurt de administratie het aanvraagdossier of de desbetreffende stukken terug naar de aanvrager met opsomming van de redenen tot ongunstig advies of van de gewenste aanvullingen.

Bij ontvangst van het aangepast dossier of van de gewenste aanvullingen wordt opnieuw toepassing gemaakt van § 1. § 4. Uiterlijk vijftien werkdagen na het verstrijken van de termijn van vijftien werkdagen vermeld in § 1, doet de administratie een voorstel aan de minister nopens de definitieve subsidie en de voorwaarden waaronder ze wordt verleend en bezorgt het aan de Inspectie van Financiën. § 5. Na ontvangst van het advies van de Inspectie van Financiën beslist de minister over de definitieve subsidie. § 6. Uiterlijk tien werkdagen na ontvangst van de ministeriële beslissing geeft de administratie desgevallend opdracht tot een bijkomende vastlegging of een vastleggingsvermindering en deelt zij aan de aanvrager en aan de administratie Overheidsopdrachten, Gebouwen en Gesubsidieerde Infrastructuur mee of de definitieve subsidie al dan niet wordt toegekend met desgevallend de opgave van de berekeningswijze van de subsidie en van de voorwaarden. § 7. Op straffe van ambtshalve schrapping van het vastgelegd subsidiebedrag mogen de werken niet gegund worden vóór ontvangst van de kennisgeving vermeld in § 6.

Onderafdeling III. - Voorschotten

Art. 5.§ 1. Uiterlijk vijftien werkdagen na de ontvangstdatum deelt de administratie aan de indiener mee dat de aanvraag tot uitbetaling van het voorschot volledig is en stuurt zij een exemplaar van het dossier naar de administratie Overheidsopdrachten, Gebouwen en Gesubsidieerde Infrastructuur.

Uiterlijk de vijftiende werkdag na verzendingsdatum deelt deze haar eventuele opmerkingen mee zoniet wordt het dossier als gunstig beschouwd. § 2. Uiterlijk vijftien werkdagen na de ontvangstdatum deelt de administratie aan de indiener mee dat de aanvraag tot uitbetaling van het voorschot onvolledig is met vermelding van de redenen en de gewenste aanvullingen. Na ontvangstdatum van het antwoord wordt opnieuw toepassing gemaakt van § 1.

Wordt binnen deze termijn geen bericht verzonden, dan wordt de aanvraag tot uitbetaling van het voorschot als volledig beschouwd. § 3. Uiterlijk tien werkdagen na ontvangstdatum van fundamentele opmerkingen die geen uitbetaling van een voorschot verantwoorden, stuurt de administratie het aanvraagdossier of de desbetreffende stukken terug naar de indiener met opsomming van de redenen tot weigering van uitbetaling of van de gewenste aanvullingen.

Bij ontvangst van het aangepast dossier of van de gewenste aanvullingen wordt opnieuw toepassing gemaakt van § 1. § 4. Uiterlijk tien werkdagen na het verstrijken van de termijn van vijftien werkdagen vermeld onder § 1, geeft de administratie opdracht tot uitbetaling van het voorschot.

Onderafdeling IV. - Meerwerken

Art. 6.§ 1. Uiterlijk vijftien werkdagen na de ontvangstdatum deelt de administratie aan de indiener mee dat de aanvraag tot definitieve subsidie voor de meerwerken volledig is en stuurt zij een exemplaar van het dossier naar de administratie Overheidsopdrachten, Gebouwen en Gesubsidieerde Infrastructuur.

Uiterlijk de vijftiende werkdag na de verzendingsdatum deelt deze haar eventuele opmerkingen mee aan de administratie zoniet wordt het dossier als gunstig beschouwd. § 2. Uiterlijk vijftien werkdagen na ontvangstdatum deelt de administratie de onvolledigheid van de aanvraag tot definitieve subsidie van de meerwerken mee aan de indiener met opsomming van de redenen en de gewenste aanvullingen. Na ontvangstdatum van het antwoord wordt opnieuw toepassing gemaakt van § 1.

Wordt binnen de tien werkdagen geen bericht verzonden, dan wordt de aanvraag als volledig beschouwd. § 3. Uiterlijk tien werkdagen na ontvangstdatum van fundamentele opmerkingen die een aanpassing van een of meerdere documenten vereisen, stuurt de administratie het aanvraagdossier of de desbetreffende stukken terug naar de aanvrager met opsomming van de redenen tot ongunstig advies of van de gewenste aanvullingen.

Bij ontvangst van het aangepast dossier of van de gewenste aanvullingen wordt opnieuw toepassing gemaakt van § 1. § 4. Uiterlijk vijftien werkdagen na het verstrijken van de termijn van vijftien werkdagen vermeld in § 1, doet de administratie een voorstel aan de minister nopens de definitieve subsidie van de meerwerken en de voorwaarden waaronder ze wordt verleend en bezorgt het aan de Inspectie van Financiën. § 5. Na ontvangst van het advies van de Inspectie van Financiën beslist de minister over de definitieve subsidie. § 6. Uiterlijk vijftien werkdagen na ontvangst van de ministeriële beslissing geeft de administratie desgevallend opdracht tot een bijkomende vastlegging of een vastleggingsvermindering en deelt zij aan de aanvrager en aan de administratie Overheidsopdrachten, Gebouwen en Gesubsidieerde Infrastructuur mee of de definitieve subsidie van de meerwerken al dan niet wordt toegekend met desgevallend de opgave van de berekeningswijze van de subsidie en van de voorwaarden. § 7. Op straffe van ambtshalve schrapping van het vastgelegd subsidiebedrag mogen de werken niet gegund worden vóór ontvangst van de kennisgeving vermeld in § 6.

Onderafdeling V. - Eindafrekening

Art. 7.§ 1. Uiterlijk vijftien werkdagen na de ontvangstdatum deelt de administratie aan de indiener mee dat de aanvraag tot uitbetaling van het saldo volledig is en stuurt zij een exemplaar van het dossier naar de administratie Overheidsopdrachten, Gebouwen en Gesubsidieerde Infrastructuur.

Uiterlijk de vijftiende werkdag na verzendingsdatum deelt deze haar eventuele opmerkingen mee zoniet wordt het dossier als gunstig beschouwd. § 2. Uiterlijk vijftien werkdagen na ontvangstdatum deelt de administratie aan de indiener mee dat de aanvraag tot uitbetaling van het saldo onvolledig is met vermelding van de redenen en de gewenste aanvullingen. Na ontvangst van het antwoord wordt opnieuw toepassing gemaakt van § 1.

Wordt binnen deze termijn geen bericht verzonden, dan wordt de aanvraag tot uitbetaling van het saldo als volledig beschouwd. § 3. Uiterlijk tien werkdagen na ontvangstdatum van fundamentele opmerkingen die geen uitbetaling van het saldo verantwoorden, stuurt de administratie het aanvraagdossier of de desbetreffende stukken terug naar de indiener met opsomming van de redenen tot weigering van uitbetaling of van de gewenste aanvullingen.

Bij ontvangst van het aangepast dossier of van de gewenste aanvullingen wordt opnieuw toepassing gemaakt van § 1. § 4. Uiterlijk tien werkdagen na het verstrijken van de termijn van vijftien werkdagen vermeld in § 1 geeft de administratie opdracht tot uitbetaling van het saldo. Afdeling IV. - Bedrijfsgebouwen

Onderafdeling I. - Subsidie

Art. 8.§ 1. Uiterlijk vijftien werkdagen na de ontvangstdatum deelt de administratie aan de indiener mee dat de aanvraag tot subsidie volledig is en doet zij een voorstel aan de minister nopens de subsidie en de voorwaarden waaronder ze wordt verleend en bezorgt het aan de Inspectie van Financiën. § 2. Na ontvangst van het advies van de Inspectie van Financiën beslist de minister over de subsidie. § 3. Uiterlijk tien werkdagen na ontvangst van de ministeriële beslissing geeft de administratie desgevallend opdracht tot vastlegging van de subsidie en deelt zij aan de aanvrager mee of de aanvraag tot subsidie aanvaard werd met desgevallend de opgave van de berekeningswijze en de voorwaarden.

Art. 9.§ 1. Uiterlijk vijftien werkdagen na de ontvangstdatum deelt de administratie aan de indiener mee dat de aanvraag tot subsidie onvolledig is met de opsomming van redenen en de gewenste aanvullingen.

Wordt binnen deze termijn geen bericht verzonden, dan wordt de aanvraag tot subsidie als volledig beschouwd. § 2. Na ontvangst van het aangepast aanvraagdossier of van de gewenste aanvullingen wordt toepassing gemaakt van artikel 8.

Onderafdeling II. - Voorschot

Art. 10.Uiterlijk vijftien werkdagen na de ontvangstdatum deelt de administratie aan de indiener mee dat de aanvraag tot uitbetaling van het voorschot volledig is en geeft zij opdracht tot uitbetaling van het voorschot.

Art. 11.§ 1. Uiterlijk vijftien werkdagen na de ontvangstdatum deelt de administratie aan de indiener mee dat de aanvraag tot uitbetaling van het voorschot onvolledig is met de opsomming van redenen en de gewenste aanvullingen.

Wordt binnen deze termijn geen bericht verzonden, dan wordt de aanvraag tot uitbetaling van het voorschot als volledig beschouwd. § 2. Na ontvangst van het aangepast aanvraagdossier of van de gewenste aanvullingen wordt toepassing gemaakt van artikel 10.

Onderafdeling III. - Saldo

Art. 12.Uiterlijk vijftien werkdagen na de ontvangstdatum deelt de administratie aan de indiener mee dat de aanvraag tot uitbetaling van het saldo volledig is en geeft zij opdracht tot uitbetaling van het saldo.

Art. 13.§ 1. Uiterlijk vijftien werkdagen na de ontvangstdatum deelt de administratie aan de indiener mee dat de aanvraag tot uitbetaling van het saldo onvolledig is met de opsomming van redenen en de gewenste aanvullingen.

Wordt binnen deze termijn geen bericht verzonden, dan wordt de aanvraag tot uitbetaling van het saldo als volledig beschouwd. § 2. Na ontvangst van het aangepast aanvraagdossier of van de gewenste aanvullingen wordt toepassing gemaakt van artikel 12.

Art. 14.Dit besluit treedt in werking op de datum van ondertekening ervan.

Brussel, 2 oktober 2003.

P. CEYSENS

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^